<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR150653_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht 31 januari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artt. 108 en 147;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAW, artt. 20 en 40;</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">IOAZ, artt. 35 en 40.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 24 januari 2012, collegevoorstel 15 november 2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsvergadering: 24 januari 2012</al><al/><al>Agendanummer:</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011;</al><al/><al>gelet op artikel 147 eerste lid en artikel 108 tweede lid Gemeentewet,
                        artikel 35 eerste lid onderdeel b en c, artikel 20 tweede lid IOAW en
                        artikel 35 eerste lid onderdeel b en c, artikel 20 eerste lid IOAZ en
                        artikel 40 van de IOAW en IOAZ;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Maatregelen- en Handhavingsverordening IOAW en IOAZ</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>1.Op grond van artikel 40 van de IOAW/IOAZ treedt het dagelijks bestuur
                            van de Sociale Dienst Oost Achterhoek op basis van een
                            gemeenschappelijke regeling in de plaats van de betrokken colleges van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>De IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ beiden voor zover zij
                                        op belanghebbende van toepassing zijn;</al></li><li nr="d."><al>Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                        IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>Uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde
                                        netto grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid
                                        IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van
                                        artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid </al></li><li nr="g."><al>Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="h."><al>Belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op
                                        grond van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in
                                        dienstbetrekking, alsmede hij die recht heeft op een
                                        uitkering op grond van de IOAZ;</al></li><li nr="i."><al>Het college: het college van burgemeester en
                                        wethouders;</al></li><li nr="j."><al>Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Sociale
                                        Dienst Oost Achterhoek;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de IOAW,
                                IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
                                verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van
                                hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting
                                schendt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel
                                opgelegd. Daarnaast wordt tevens een maatregel opgelegd indien
                                belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden
                                met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het college en zijn
                                ambtenaren misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op belanghebbende die
                                een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij op basis
                                van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur
                                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende
                                verplichtingen schendt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de uitkeringsnorm</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de
                                maatregel een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 8, tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: a. de reden van de maatregel; b de duur van de maatregel; c.
                            het percentage waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd of geweigerd; </al><al>d het bedrag waarmee de uitkeringsnorm wordt verlaagd; e. indien van
                            toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld hierover, mondeling of schriftelijk, zijn
                                zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:</al><lijst><li nr="a."><al>De vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>De belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>De belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een
                                        gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in
                                        artikel 13 van de IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="d."><al>Het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                        van de ernst van de gedraging of de mate van
                                        verwijtbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel als:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan <vet>een jaar</vet> voor constatering
                                        van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden,
                                        tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht
                                        inhoudt als gevolg van die gedraging ten onrechte een
                                        uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van
                                            <vet>vijf jaren</vet> nadat de betreffende gedraging
                                        heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel als het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college afziet van het opleggen van een maatregel ontvangt
                                de belanghebbende daarvan een schriftelijk besluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende
                                kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                uitkeringsnorm </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd voor zover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Als er gedurende eenzelfde periode sprake is van meerdere
                            maatregelwaardige gedragingen wordt voor het bepalen van de hoogte en
                            duur van de maatregel uitgegaan van de gedraging waarop de zwaarste
                            maatregel is gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen van
                                algemeen </vet></al><al><vet>geaccepteerde arbeid.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 37 van de IOAW/IOAZ anders dan de verplichting in artikel 37,
                            eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ niet of onvoldoende zijn nagekomen,
                            worden onderscheiden in de volgende categorieën </al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie: </al><al>a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij
                                    het UWV werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de
                                    registratie; </al><lijst><li nr="b."><al>het niet, niet tijdig of onvolledig voldoen aan de
                                            administratieve verplichtingen in verband met het recht
                                            op uitkering en de daaraan verbonden plicht tot
                                            arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="c."><al>het niet vermelden van het verrichten van
                                            vrijwilligerswerk.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie: </al><lijst><li nr="a."><al>het in de periode voorafgaand aan de uitkering en/ of in
                                            de periode gedurende de uitkering niet naar vermogen
                                            trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of
                                            te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="c."><al>het zonder toestemming op vakantie gaan dan wel later
                                            terugkeren van vakantie terwijl men niet is vrijgesteld
                                            van de arbeidsverplichtingen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie: </al><al>a. het zich gedragen en/of kleden op een wijze die de
                                    inschakeling in arbeid belemmert;</al><lijst><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een
                                            door het college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling waaronder begrepen sociale
                                            activering.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vierde categorie: a. het door eigen toedoen verliezen van
                                    algemeen geaccepteerde arbeid; b. het niet aanvaarden van
                                    algemeen geaccepteerde arbeid; c. het door eigen toedoen of
                                    schuld ervoor zorgen dat een traject op basis van een
                                    trajectplan wordt beëindigd .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4 eerste lid wordt de maatregel bepaald op:
                                    <cursief>a</cursief>. 5% van de uitkeringsnorm, gedurende 1
                                maand, bij gedragingen van de eerste categorie;</al><lijst><li nr="b."><al>20% van de uitkeringsnorm, gedurende 1 maand, bij
                                        gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>50% van de uitkeringsnorm,gedurende 1 maand, bij gedragingen
                                        van de derde categorie;</al></li><li nr="d."><al>100% van de uitkeringsnorm,gedurende 1 maand, bij
                                        gedragingen van de vierde categorie.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Niet nakomen van de Inlichtingenplicht</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onjuiste en/of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de
                                uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht,
                                als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ, niet heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering wordt
                                een maatregel opgelegd van 5% van de uitkeringsnorm. Hieronder valt
                                tevens het niet tijdig verstrekken van gegevens die van belang zijn
                                voor het verlenen van een uitkering;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing van artikel 13 IOAW/IOAZ, eerste lid dient als
                                onverwijld te worden verstaan: bij het eerste of eerstvolgende
                                mutatieformulier, indien dit niet van toepassing is, voor de eerste
                                van de maand volgend op de maand waarin het feit dan wel de
                                omstandigheid als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ, eerste lid zich
                                heeft voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onjuiste en/of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
                                uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht,
                                als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering
                                wordt de maatregel vastgesteld op 50% van het uitkeringsbedrag
                                gedurende 1 maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afwijken van de hoogte en duur van de maatregel op
                                grond van dringende redenen;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als het benadelingbedrag boven de aangiftegrens van het Openbaar
                                Ministerie ligt, wordt aangifte gedaan en wordt in eerste instantie
                                de strafmaat aan Justitie overgelaten. Derhalve geen maatregel.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij het uitblijven van een strafrechtelijke sanctie moet alsnog een
                                maatregel worden opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Waarschuwing</titel></kop><al>Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en worden
                            volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting
                                    plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen
                                    vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een
                                    schriftelijke waarschuwing is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het te laat verstrekken van inlichtingen gevolgen heeft (gehad)
                                    voor het recht op uitkering of de hoogte daarvan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende zich heeft misdragen tegenover het college of
                                zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband
                                houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ, wordt een maatregel
                                opgelegd van 50% van de uitkeringsnorm, gedurende 1 maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder misdraging tegenover het bestuur of zijn ambtenaren onder
                                omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van
                                de IOAW/IOAZ wordt onder anderen verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al> verbaal geweld;</al></li><li nr="b."><al>Discriminatie;</al></li><li nr="c."><al> intimidatie (uitoefenen van psychische druk);</al></li><li nr="d."><al>Zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);</al></li><li nr="e."><al> Mensgericht fysiek ;geweld;</al></li><li nr="f."><al>Overige/ combinatie van agressievormen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De duur van de maatregel wordt verdubbeld, als de belanghebbende
                                zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van een
                                besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt
                                aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in het
                                eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Het Handhavingsbeleid</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Het handhavingsbeleid</titel></kop><al>Het college biedt tweejaarlijks een handhavingplan aan de gemeenteraden
                            aan met daarin het te voeren beleid op het gebied van handhaving,
                            bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de IOAW en IOAZ en
                            de te verwachten resultaten</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Maatregelen- en
                            Handhavingverordening IOAW en IOAZ Sociale dienst Oost Achterhoek 2012”
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>De inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van</ondertekening><ondertekening>24 januari 2012 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><cursief>ALGEMENE TOELICHTING</cursief></titel></kop><al>Op 15 december 2009 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Wetsvoorstel
                    bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG). Met de
                    inwerkingtreding van de wet BUIG per 1 januari 2010 krijgt de gemeente een
                    grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de uitvoering
                    van de IOAW,IOAZ, WWIK en Bbz2004. De WWIK wordt in enkele regiogemeenten
                    uitgevoerd. Voor de gemeenten in Gelderland wordt de WWIK uitgevoerd door de
                    gemeente Arnhem.</al><al>De IOAW,IOAZ en het Bbz 2004 kenden tot 1 januari 2010 een
                    financieringssystematiek waarbij 75% bij het Rijk kon worden gedeclareerd en 25%
                    drukte op het gemeentelijke budget, de WWIK kende daarnaast een
                    financieringssysteem waarbij 100% kon worden gedeclareerd. Per 1 januari 2010 is
                    een systeem van volledige budgetfinanciering ingevoerd, zoals dit van toepassing
                    is op het Wwb-inkomensdeel. Met de Wet BUIG worden de financiële middelen van de
                    “ kleine inkomensregelingen” gebundeld in het volleg gebudgetteerde I-deel dat
                    de gemeente ontvangt voor de bijstandsverstrekking op grond van de WWB.
                    Gemeenten krijgen door de wet aldus een grotere verantwoordelijkheid en lopen
                    ook meer financieel risico.</al><al>Opmerking:</al><al><cursief>Niet gebundeld met het I-deel wordt de financiering van de kosten van
                        levensonderhoud van gevestigde, oudere en beëindigende zelfstandigen en van
                        bedrijfskapitaal vanuit het Bbz 2004.Hiervoor blijft aparte financiering
                        bestaan.</cursief></al><al>Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk teruggedrongen.
                    In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de gemeente. Daardoor wordt de
                    gemeente ook gevorderd op een aantal punten beleid te ontwikkelen zoals het
                    maatregelenbeleid voor de IOAW en IOAZ. Dit beleid was geregeld bij AMvB. Deze
                    landelijke regelingen , alsmede de nog bestaande boetebepalingen, zijn echter
                    met de wet BUIG komen te vervallen. Op basis van het inwerkingtredingbesluit is
                    het aan de gemeenten om vanaf 1 juli 2010 in een bij verordening vastgesteld
                    beleid te voorzien. </al><al>Tot op heden zijn er in de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk nog
                    geen maatregelen- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ vastgesteld.</al><al>Er wordt voorgesteld om met ingang van 1 januari 2012 in dit beleid te
                    voorzien.</al><al>In deze verordening is er voor gekozen om met betrekking tot de IOAW en IOAZ te
                    komen tot een zo veel mogelijk analoog aan het Wwb-regime toe te passen
                    maatregelenbeleid.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>De gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk hebben op basis van een
                        gemeenschappelijke regeling de uitvoering van de IOAW en IOAZ opgedragen aan
                        de Sociale Dienst Oost Achterhoek. In artikel 40 van de IOAW en IOAZ is
                        geregeld dat de uitvoering van deze wetten volledig is overgedragen aan het
                        bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet,dat
                        bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van de paragraaf 4
                        van hoofdstuk IV en paragraaf 4 van hoofdstuk V van de IOAW en paragraaf 4
                        van hoofdstuk IV en paragraaf 5 van hoofdstuk V van de IOAZ in de plaats
                        treedt van de betrokken colleges van burgemeester en wethouders </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Dit artikel bevat de verschillende begripsomschrijvingen</al><al><cursief>Onder c: de IOAW/IOAZ: </cursief>Gekozen is voor een definitie die
                        gelijktijdig naar beide wetten verwijst nu een groot deel van de bepalingen
                        in beide wetten identiek is qua nummering en inhoud en aldus voorkomen wordt
                        dat steeds specifiek naar elke afzonderlijke wet verwezen moet worden.</al><al><cursief>Onder e. uitkeringsnorm </cursief>De WWB werkt met verlagingen op
                        de netto bijstand. Om een identiek systeem in de IOAW en IOAZ te creëren is
                        het wenselijk om een begrip te introduceren dat verwijst naar een netto
                        norm.</al><al><cursief>Onder f. maatregel</cursief></al><al>In afwijking van de WWB wordt ook het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk)
                        weigeren van de uitkering binnen deze verordening als maatregel aangemerkt.
                        Dit houdt verband met de extra mogelijkheden binnen de IOAW en IOAZ op dit
                        vlak.</al><al><cursief>Onder g. inkomen </cursief>Qua inkomensbegrip wordt aangesloten bij
                        het inkomensbegrip binnen de IOAW en IOAZ. Dit wijkt af van het binnen de
                        WWB gehanteerde inkomensbegrip.</al><al><cursief>Onder i. belanghebbende</cursief> Daar de in artikel 20 tweede lid
                        IOAW opgenomen bevoegdheden tot het opleggen van een maatregel, blijkens dat
                        artikel,daar enkel gelden voor de persoon, die is aangewezen op arbeid in
                        dienstbetrekking, is ook het begrip belanghebbende in die zin beperkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al> Dit artikel bundelt het bepaalde in artikel 20, eerste lid IOAZ en artikel
                        20 tweede lid IOAW.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al> Zoals aangegeven wordt de maatregel toegepast op de netto norm.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al> Dit artikel bepaalt de algemene duur van een maatregel op 1 maand. Het
                        derde lid maakt hier een algemene uitzondering op door bij recidive de duur
                        te verdubbelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>tot en met 10</titel></kop><al> Deze artikelen zijn identiek aan hetgeen hierover in de Maatregelen- en
                        handhavingverordening WWB 2011 is opgenomen.</al><al><vet>Artikel 11 </vet>Ten opzichte van de Maatregelen en
                        handhavingverordening WWB 2011 is onder de vierde categorie “ het door eigen
                        toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid “ toegevoegd </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al> Dit artikel geeft de hoogte van de maatregelen aan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>tot en met 16.</titel></kop><al> Deze bepalingen zijn identiek aan de bepalingen binnen de Maatregelen en
                        handhavingverordening Wwb 2011</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr></kop><al>Artikel 35 IOAW / IOAW bepaald dat de gemeenteraad in het kader van het
                        financieel beheer bij verordening regels stelt voor de bestrijding van het
                        onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk
                        gebruik van de wet. In het kader van Hoogwaardig Handhaven wordt iedere twee
                        jaar een handhavingsplan opgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>en 19</titel></kop><al> Deze artikelen spreken voor zich. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>