<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14877_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-10-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 21-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering gemeente Baarle-Nassau</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inburgering, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inburgering, art. 19, lid 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inburgering, art. 23, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Inburgering, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>24-05-2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening Wet Inburgering </vet></al><al>De raad van de gemeente Baarle-Nassau;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 april 2007;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>het college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                                  de gemeente Baarle-Nassau;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>de wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet inburgering;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>WIN:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet inburgering nieuwkomers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>WEB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet educatie en beroepsonderwijs;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>zelfmelder:</al></entry><entry colname="col3"><al>een inburgeringsplichtige die zichzelf heeft
                                                  gemeld bij het college met het verzoek hem een
                                                  inburgeringsvoorziening aan te bieden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>casemanager:</al></entry><entry colname="col3"><al>de gemeentelijke regisseur van de aan de
                                                  inburgeringsplichtige aangeboden
                                                  inburgeringsvoorziening met bevoegdheden op het
                                                  gebied van onder meer bewaking, handhaving,
                                                  coaching en begeleiding;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet Werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>bijstandsnorm:</al></entry><entry colname="col3"><al>de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                                  c, van de WWB; </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Er wordt in alle gevallen uitgegaan van de norm voor zelfstandig
                                wonenden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen aan wie
                                        een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden en aan andere
                                        overige potentieel inburgeringsplichtigen tijdens de oproep
                                        zoals bedoeld in artikel 25 van de wet;</al></li><li nr="b."><al>De gemeentelijke website;</al></li><li nr="c."><al>Schriftelijk voorlichtingsmateriaal;</al></li><li nr="d."><al>De klantcontacten van het cluster Sociale Zaken van de
                                        afdeling Maatschappelijke Zaken;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hiernaast vindt informatieverstrekking in elk geval plaats op
                                aanvraag van de inburgeringsplichtige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst conform het bepaalde in artikel 19, eerste lid,
                                van de Wet Inburgering de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan
                                hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het vaststellen door het college van de groep of groepen
                                inburgeringsplichtigen waaraan een inburgeringsvoorziening wordt
                                aangeboden, wordt voorrang gegeven aan de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>Personen die in 2007 en latere jaren een
                                        inburgeringsprogramma afronden op basis van de WIN of de WEB
                                        en desondanks geen vrijstelling kunnen krijgen van de
                                        inburgeringsplicht;</al></li><li nr="b."><al>Vreemdelingen met een verblijfsvergunning regulier en met
                                        het ouderlijk gezag over één of meerdere minderjarige
                                        kinderen;</al></li><li nr="c."><al>Vreemdelingen met een verblijfsvergunning regulier voor
                                        bepaalde tijd;</al></li><li nr="d."><al>Uitkeringsgerechtigden;</al></li><li nr="e."><al>Zelfmelders.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, één of meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse taalles;</al></li><li nr="b."><al>Kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="c."><al>Voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
                                        inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>Individuele begeleiding door een casemanager;</al></li><li nr="e."><al>Maatschappelijke begeleiding;</al></li><li nr="f."><al>Activiteiten gericht op arbeid of de verwerving
                                        daarvan;</al></li><li nr="g."><al>Activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of
                                        voorbereiding daarop;</al></li><li nr="h."><al>Activiteiten gericht op participatie en gezin.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in beginsel in één keer voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvraag van de inburgeringsplichtige kan in maximaal 10
                                termijnen worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening het tijdstip en indien daarvoor een aanvraag
                                is ingediend, de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de casemanager;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt persoonlijk
                                overhandigd aan de inburgeringsplichtige en tevens gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen twee weken middels ondertekening het college schriftelijk mee
                                of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet aanvaarden van een aanbod, ontslaat de
                                inburgeringsplichtige niet van de verplichtingen als benoemd in
                                artikel 7 van de wet. Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod
                                niet aanvaardt, zal op grond van artikel 26 van de wet een
                                beschikking worden vastgesteld waarmee de termijn zoals bedoeld in
                                artikel 7 van de wet, van start gaat. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                overeenkomstig het gedane aanbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking waarin de inburgeringsplicht wordt vastgesteld bevat
                                in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                        handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26
                                        van de wet, aanvangt;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                        behaald;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van rechten en plichten van de
                                        inburgeringsplichtige.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van aanvaarding van een aanbod wordt bovendien het besluit
                                tot toekennen van de inburgeringsvoorziening vastgelegd bij de
                                beschikking zoals genoemd in artikel 8, eerste lid, van deze
                                verordening. De volgende onderdelen worden dan aanvullend
                                opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>de rechten en plichten verbonden aan de
                                        inburgeringsvoorziening inclusief het tijdstip waarop voor
                                        de eerste maal aan het inburgeringsexamen moet zijn
                                        deelgenomen;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid van sancties;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 20% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van
                                wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan de oproep van het
                                college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende
                                medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
                                tweede lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
                                medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de
                                wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt 80% van de netto bijstandsnorm per
                                maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het
                                college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde
                                termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto bijstandsnorm
                                per maand die voor betrokkene geldt of zou gelden als hij
                                belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit
                                artikel, het percentage van de bijstandsnorm lager of hoger
                                vaststellen, tot een maximum van de in artikel 34 van de wet
                                gestelde maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de
                                gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele
                                omstandigheden van de inburgeringsplichtige. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen heeft afgelegd op
                            het tijdstip zoals opgenomen in de beschikking, benoemd in artikel 8,
                            lid 2 van deze verordening, zal een stimuleringsbonus ter hoogte van het
                            bedrag van de eigen bijdrage worden uitgekeerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 24 mei 2007 en werkt terug tot en
                            met 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering
                            gemeente Baarle-Nassau.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>