<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR148455_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, d.d. 01-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De raad van de gemeente Dongen heeft in zijn vergadering van 9 februari 2012 de Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen vastgesteld onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Langdurigheidstoeslag 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 3
                        januari 2012;</al><al/><al>Gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel
                        b en artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen </al><al><vet>de Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                            Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="d."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering;</al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 Wwb. In afwijking
                                    hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de beoordeling van het
                                    recht op langdurigheidstoeslag gezien als inkomen;</al></li><li nr="f."><al>bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                    wet;</al></li><li nr="g."><al>gezinsnorm: de norm van artikel 21 van de wet;</al></li><li nr="h."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                    langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="i."><al>niet-rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                    gezinslid dat op grond van de artikelen 11 of 13 lid 1 Wwb is
                                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor
                            de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een
                            onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een inkomen
                            dat niet hoger is dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm en
                            geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                            de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende
                            die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt
                            als genoemd in de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een gezin € 510,00,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 458,00 en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 358,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de datum
                            waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en nog
                            slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit
                            gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte
                            die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                            aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                            verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de
                            gezinsnorm van het daar aan voorafgaande jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
                        2012, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening
                        langdurigheidstoeslag 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als : Verordening
                        langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen.</al><al/></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Verordening langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Dongen</label></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al/><al>Deze verordening is tot stand gekomen als gevolg van een wetswijziging waarin
                    van delangdurigheidstoeslag een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere
                    bijstand is gemaakt. Daarnaast maakt de wetswijziging 2012 wijziging van de
                    verordening noodzakelijk. </al><al>Hiermee staat de regeling open voor eigen beleidsregels van de gemeente. Deze
                    benadering sluit aan bij het uitgangspunt om daar waar het kan, de gemeente de
                    vrijheid en verantwoordelijkheid te geven zelf invulling te geven aan een
                    regeling en op die manier optimaal maatwerk te kunnen leveren. Een aantal punten
                    vult de wetgever zelf in, onder meer de wijziging van de minimale leeftijd van
                    23 jaar naar 21 jaar. De doelstelling van de langdurigheidstoeslag blijft
                    onveranderd, te weten het bieden van financiële ondersteuning wanneer men
                    langdurig op een laag inkomen is aangewezen en geen perspectief heeft op
                    verbetering van dit inkomen.</al><al/><tussenkop><cursief><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></cursief></tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In het eerste lid worden de omschrijvingen van de begrippen langdurig en laag
                    inkomen uitgewerkt. De referteperiode wordt gehandhaafd op 5 jaar.</al><al>Het laag inkomen wordt uitgedrukt als percentage van het voor de betrokkene
                    toepasselijke bijstandsnorm. Voor werkenden zal gekeken moeten worden naar het
                    inkomen, afgezet tegen de persoonlijke situatie (alleenstaand, alleenstaande
                    ouder, gehuwden). De Wwb-systematiek m.b.t. de vaststelling van het inkomen is
                    van toepassing. Het begrip ‘laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                    gemiddeld niet hoger is dan 100% van de bijstandsnorm. Marginale
                    overschrijdingen van deze 100%-grens dienen genegeerd te worden (zie CRvB
                    19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.).</al><al/><al>In het tweede lid worden studenten expliciet uitgesloten van de
                    langdurigheidstoeslag. In de Nota van toelichting bij het wetsontwerp geeft het
                    kabinet aan dat studenten niet worden geacht te behoren tot de doelgroep van de
                    langdurigheidstoeslag (in de huidige wettelijke bepalingen zijn studenten al
                    uitgesloten). Van studenten wordt gesteld dat zij perspectief op verbetering van
                    hun inkomen hebben. Om te voorkomen dat degene met een baan met een
                    minimuminkomen, die zijn positie middels avondstudie probeert te verbeteren,
                    niet in aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende in de referteperiode
                    studiefinanciering heeft genoten. Studiefinanciering is immers alleen mogelijk
                    bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde leeftijd.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij wordt
                    onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en een
                    gezin. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de
                    hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat
                    de bijstandsnormen in beginsel 2 maal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds vergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen van per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al/><al>Met de invulling van het begrip peildatum als datum <cursief>waartegen
                    </cursief>is aangevraagd wordt aangesloten</al><al>bij de jurisprudentie van de CRvB, dat het niet gaat om de datum <cursief>waarop
                    </cursief>is aangevraagd (zie CRvB</al><al>22-07-2008, nr. 07/2304 WWB). De aanvraag wordt daarom steeds geacht te zijn
                    gedaan <cursief>tegen </cursief>de</al><al>eerst mogelijke datum na afloop van een referteperiode.</al><al/><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld voor (onder
                    meer) gezinnen. Bij gezinnen waarbij één (of meer) van de gezinsleden is
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet
                    voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, kunnen de overige
                    gezinsleden desondanks als gezin in aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag.
                    De uitgesloten gezinsleden in voornoemde situatie definiëren we in deze
                    verordening als "niet-rechthebbend". Het gaat dan om gezinsleden die op grond
                    van artikel 11 of 13 lid 1 WWB zijn uitgesloten van het recht op bijstand,
                    bijvoorbeeld wegens detentie. Dit moet goed onderscheiden worden van gezinsleden
                    die zijn uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag omdat ze niet aan de
                    voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB voldoen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als
                    een van de meerderjarige gezinsleden jonger is dan 21 jaar. In dat geval komt
                    het hele gezin niet in aanmerking voor langdurigheidstoeslag.</al><al>Bij gezinnen moet in het oog gehouden worden dat het recht
                    opangdurigheidstoeslag het gezin gezamenlijk toekomt. Worden belanghebbenden op
                    de peildatum als gezin aangemerkt, dan moeten alle gezinsleden voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB. Voldoet één van hen niet aan deze
                    voorwaarden, dan bestaat voor het hele gezin geen recht op langdurigheidstoeslag
                    (vergelijk bijvoorbeeld CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345 WWB, LJN BN2529). </al><al>Is één van de gezinsleden echter uitgesloten van het recht op
                    langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden
                    van artikel 36 lid 1 WWB, dan komen de rechthebbende gezinsleden wel in
                    aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Voor wat betreft de uitgesloten
                    gezinsleden gaat het om gezinsleden die op een van de in artikel 11 of 13 lid 1
                    WWB genoemde gronden geen recht hebben op bijstand. Deze gezinsleden worden in
                    deze verordening aangemerkt als "niet-rechthebbend" (zie artikel 1 lid 2
                    onderdeel h). </al><al>In de situatie dat nog slechts één gezinslid recht heeft op
                    langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een
                    langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor een alleenstaande of alleenstaande
                    ouder zou gelden. Dat is geregeld in artikel 3 lid 2 onderdeel a van deze
                    verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. Hierbij is
                    aansluiting gezocht bij de datum van inwerkingtreding van een aantal voor de WWB
                    van belang zijnde wetsvoorstellen, zoals het wetsvoorstel “Wijziging van de Wet
                    werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren
                    gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de
                    eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden"</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>