<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147987_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode voor bestuurders en ambtenaren van de gemeente Kampen (raad en college)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kampen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode raadsleden en collegeleden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 15, 41c en 69</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deel IV van de gedragscode is voor raads- en collegeleden niet van toepassing</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode voor bestuurders en ambtenaren van de gemeente Kampen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>I</nr><titel>Kernbegrippen van integriteit​</titel></kop><artikel><kop><nr/></kop><al>Leden van college van burgemeester en wethouders stellen bij hun
                            handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van
                            het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen
                            van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn
                            het primaire richtsnoer. Ambtenaren ondersteunen het college bij de
                            vervulling van zijn taak. In het verlengde van de bestuurlijke
                            integriteit moeten ook ambtenaren zich aan integriteitsregels
                            houden.</al><al/><al>Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid, die met
                            de functie samenhangt, wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om
                            daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern
                            afgelegd aan collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern aan
                            organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.</al><al>Integriteit betekent dat een ambtenaar zijn functie adequaat en
                            zorgvuldig uitoefent in het licht van zijn positie en alle in het geding
                            zijnde verantwoordelijkheden: 'je doet waarvoor je bent aangesteld en je
                            staat voor wat je doet'. Het betekent ook dat de ambtenaar die
                            verantwoordelijkheid aanvaardt en bereid is daarover verantwoording af
                            te leggen. </al><al>Het gaat om niet meer en minder dan 'goed ambtenaarschap'. Dat betekent
                            dat het gaat om kernbegrippen c.q. waarden als dienstbaarheid,
                            functionaliteit, openheid, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid,
                            zorgvuldigheid en (het voorkomen van) belangenverstrengeling</al><al>Verantwoording wordt intern afgelegd aan het college, de leidinggevende,
                            de collega, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie de
                            gemeente werkt.</al><al/><al><onderstreept>Respect en vertrouwen</onderstreept></al><al>Raadsleden stellen bij hun handelen de kwaliteit van het lokale openbaar
                            bestuur centraal. Integriteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. </al><al>Raadsleden geven er in hun optreden blijk van het college en de
                            burgemeester te respecteren als bestuursorganen van de gemeente. Zij
                            zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met het college en de
                            burgemeester, en hebben transparante werkrelaties met de burgemeester en
                            de wethouders.</al><al>Raadsleden zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met de
                            ambtelijke organisatie.</al><al>Zij hebben transparante werkrelaties met alle medewerkers. Raadsleden
                            respecteren de professionaliteit van de ambtenaren.</al><al/><al>Leden van het college respecteren de positie van de raad als hoogste
                            bestuursorgaan en van de individuele raadsleden als onderdeel daarvan.
                            Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met de raad en
                            zijn leden, en hebben transparante werkrelaties met de leden van de
                            raad. Zij behandelen alle fracties als gelijkwaardig; alle fracties
                            hebben er recht op tegelijkertijd dezelfde informatie te ontvangen.</al><al/><al><cursief>Dienstbaarheid</cursief></al><al>Het handelen van een bestuurder en ambtenaar is altijd en volledig
                            gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers
                            die daar onderdeel van uit maken.</al><al/><al><cursief>Functionaliteit </cursief></al><al>Het handelen van bestuurder en ambtenaar heeft een herkenbaar verband
                            met de functie die hij vervult in het bestuur of de organisatie.</al><al/><al><cursief>Openheid</cursief></al><al>Het handelen van bestuurder en ambtenaar is open, transparant, opdat
                            optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig
                            inzicht hebben in het handelen de beweegredenen daarbij.</al><al/><al><cursief>Betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid</cursief></al><al>Op bestuurder en ambtenaar moet men kunnen rekenen. Zij houden zich aan
                            hun afspraken. De kennis die zij krijgen en de informatie waarover zij
                            uit hoofde van zijn functie beschikken, gebruiken zij voor het doel
                            waarvoor die is gegeven.</al><al>Voor de ambtenaar staan drie punten centraal:</al><lijst><li nr="-"><al>De gemeente geeft aan haar ambtenaren de verantwoordelijkheid,
                                    die bij de functie past;</al></li><li nr="-"><al>Iedere medewerker is verantwoordelijk voor het eigen handelen en
                                    is bereid zijn/haar verantwoordelijkheid te nemen. Iedere
                                    medewerker dient zich ook verantwoordelijk te voelen voor de
                                    integriteit van de organisatie als geheel.</al></li><li nr="-"><al>De ambtenaar is bereid om aan collega’s, leidinggevenden,
                                    bestuur en publiek verantwoording af te leggen over de manier
                                    waarop hij/zij de verantwoordelijkheid invult.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Zorgvuldigheid, onafhankelijkheid en
                                belangenverstrengeling</cursief></al><al>Het handelen van bestuurder en ambtenaar wordt gekenmerkt door
                            onpartijdigheid. Het handelen van bestuurder en ambtenaar is zodanig,
                            dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden
                            bejegend, en dat belangen van partijen op correcte wijze worden
                            afgewogen. Er treedt geen vermenging met oneigenlijke belangen op, en
                            iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.</al><al>Bestuurder en ambtenaar zijn er zich van bewust dat zij werken namens de
                            gemeente, met middelen van de gemeente, en in het belang van de
                            gemeente. Dat vereist zorgvuldige omgang met bevoegdheden, en met
                            financiële en materiële middelen.</al><al/><al>Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragscodes.
                            Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>II</nr><titel>Gedragscode raadsleden gemeente Kampen
                            2004</titel></kop><artikel><kop><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1.1."><al>Deze gedragscode geldt voor de raadsleden en de leden van de
                                    raadscommissies. In deze gedragscode worden zij aangeduid als
                                    raadsleden. </al></li><li nr="1.2."><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de
                                    toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in de
                                    gemeenteraad.</al></li><li nr="1.3."><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen. De gedragscode
                                    wordt daartoe geplaatst op de webpagina van de gemeente
                                    Kampen</al></li><li nr="1.4."><al>De raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de
                                    code.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>2</nr><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><lijst><li nr="2.1."><al>Een raadslid doet opgave van zijn financiële belangen in
                                    ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente betrekkingen
                                    onderhoudt. Deze gegevens worden opgenomen in een openbaar
                                    register.</al></li><li nr="2.2."><al>Een raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn
                                    raadslidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten
                                    van werkzaamheden voor de gemeente. Deze uitsluiting is niet van
                                    toepassing op het herstel van een ambtelijke aanstelling, die
                                    eerder beëindigd is wegens het raadslidmaatschap.</al></li><li nr="2.3."><al>Een raadslid, dat familie- of anderszins bijzondere betrekkingen
                                    heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt
                                    zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende
                                    opdracht.</al></li><li nr="2.4."><al>Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de
                                    gemeente geen faciliteiten of diensten aan, die zijn
                                    onafhankelijke positie ten opzichte van die aanbieder kan
                                    beïnvloeden.</al></li><li nr="2.5."><al>Bij juridische geschillen fungeert een raadslid niet als
                                    (juridisch) adviseur van de partij die tegen besluiten van (één
                                    der bestuursorganen van) de gemeente ageert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>3</label><titel>Nevenfuncties</titel></kop><lijst><li nr="3.1."><al>Een raadslid vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is,
                                    of kan zijn, met het belang van de gemeente.</al></li><li nr="3.2."><al>Indien een nevenfunctie uit hoofde van het ambt
                                    (q.q.-nevenfunctie) wordt vervuld, wordt in het openbaar
                                    register als bedoeld in lid 2 tevens aangegeven op welke wijze
                                    voorzien is in een vergoeding van onkosten, die verband houden
                                    met het vervullen van de nevenfunctie.</al></li><li nr="3.3."><al>Indien een raadslid een nevenfunctie vervult uit hoofde van het
                                    ambt, kunnen alleen die kosten gedeclareerd worden, die niet op
                                    een andere wijze een aanspraak op vergoeding bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>4</label><titel>Informatie</titel></kop><lijst><li nr="4.1."><al>Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie
                                    waarover hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap beschikt. Hij
                                    verstrekt aan derden geen vertrouwelijke informatie.</al></li><li nr="4.2."><al>Een raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke
                                    betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt
                                    verkregen informatie.</al></li><li nr="4.3."><al>Een raadslid verstrekt derden niet vroegtijdig informatie voor
                                    zover dit als onzorgvuldig en incorrect kan worden gezien.​</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>5</label><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><lijst><li nr="5.1."><al>Geschenken of giften worden niet geaccepteerd, indien daardoor
                                    de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid kan worden
                                    gewekt.</al></li><li nr="5.2."><al>Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn
                                    functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn
                                    eigendom van de gemeente. Bij melding wordt een voorstel gedaan
                                    over de bestemming. Het seniorenconvent beslist over de
                                    bestemming.</al></li><li nr="5.3."><al>Indien een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde
                                    van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in
                                    afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden behouden en
                                    behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd.</al></li><li nr="5.4."><al>Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
                                    Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld onder toepassing
                                    van lid 2 en neemt het seniorenconvent een besluit over de
                                    bestemming.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>6</label><titel>Bestuurlijke uitgaven</titel></kop><lijst><li nr="6.1."><al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed ten laste van de gemeentekas
                                    indien en voorzover de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen
                                    worden aangetoond.</al></li><li nr="6.2."><al>Ter bepaling van de functionaliteit van uitgaven van raadsleden
                                    worden de volgende criteria gehanteerd:</al><al>- met de uitgave is het belang van de gemeente gediend, en</al><al>- de uitgave vloeit voort uit de functie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>7</label><titel>Declaraties</titel></kop><lijst><li nr="7.1."><al>Een raadslid declareert geen kosten die ook op een andere wijze
                                    worden vergoed.</al></li><li nr="7.2."><al>Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde
                                    administratieve procedure.</al></li><li nr="7.3."><al>In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze
                                    voorgelegd aan de voorzitter van de raad. Zonodig wordt de
                                    declaratie ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.
                                    ​</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>8</label><titel>Gebruik van gemeentelijke
                                voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="8.1."><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                    privé-doeleinden is niet toegestaan.</al></li><li nr="8.2."><al>Indien ten behoeve van de uitoefening van de functie structureel
                                    gebruik wordt gemaakt van kantoorapparatuur buiten de reguliere
                                    werkplek wordt dit gedaan op basis van een specifieke
                                    overeenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>9</label><titel>Reizen buitenland</titel></kop><lijst><li nr="9.1."><al>Een raadslid, dat het voornemen heeft voor de uitoefening van
                                    zijn functie én anders dan voor eigen rekening een buitenlandse
                                    reis te maken, heeft toestemming nodig van het seniorenconvent.
                                </al></li><li nr="9.2."><al>Een raadslid, dat het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                    informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                    beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                    geraamde kosten.</al></li><li nr="9.3."><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten
                                    van derden worden altijd besproken in het seniorenconvent en
                                    onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling.
                                    Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de
                                    besluitvorming.</al></li><li nr="9.4."><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                    raadslid is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                    uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de
                                    gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt
                                    bij de besluitvorming van het seniorenconvent betrokken.</al></li><li nr="9.5."><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                    niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                    toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het
                                    seniorenconvent betrokken.</al></li><li nr="9.6."><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor
                                    privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de
                                    besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig
                                    voor rekening van het raadslid. </al></li><li nr="9.7."><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                    uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                    worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden
                                    geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>10</label><titel>Handhaving</titel></kop><lijst><li nr="10.1."><al>De voorzitter stelt de gedragscode en de naleving er van een
                                    keer per jaar aan de orde in het seniorenconvent</al></li><li nr="10.2."><al>Indien een raadslid een bepaling van de code overtreedt stelt de
                                    voorzitter een onderzoek in.</al></li><li nr="10.3."><al>Onverminderd de voor iedere bestuurder geldende plicht strafbare
                                    feiten die bestaan in of gepaard gaan met schending
                                    ambtsplichten of onrechtmatige toepassing van bevoegdheden te
                                    melden bij de politie, kan de voorzitter betrokkene aanspreken
                                    op zijn gedrag.</al></li><li nr="10.4."><al>Indien geen verandering optreedt in het gedrag van betrokkene
                                    kan de voorzitter de kwestie voorleggen aan de betrokken
                                    fractievoorzitter of aan het presidium.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="11.1."><al>Deze gedragscode kan worden aangehaald als: De gedragscode
                                    raadsleden Kampen 2004</al></li><li nr="11.2."><al>Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de datum van
                                    vaststelling</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>III</nr><titel>Gedragscode burgemeester en wethouders
                            2004</titel></kop><artikel><kop><label>1</label><titel>Algemene bepalingen​</titel></kop><lijst><li nr="1.1."><al>Deze gedragscode geldt voor de leden van het college van
                                    burgemeester en wethouders. In deze gedragscode worden zij
                                    aangeduid als leden van het college.</al></li><li nr="1.2."><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de
                                    toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het
                                    college.</al></li><li nr="1.3."><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen. De gedragscode
                                    wordt daartoe geplaatst op de webpagina van de gemeente
                                    Kampen</al></li><li nr="1.4."><al>De leden van het college ontvangen bij hun aantreden een
                                    exemplaar van de code.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>2</label><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding
                            </titel></kop><lijst><li nr="2.1."><al>Een lid van het college doet opgave van zijn financiële belangen
                                    in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente
                                    betrekkingen onderhoudt. Deze gegevens worden opgenomen in een
                                    openbaar register.</al></li><li nr="2.2."><al>Bij samenwerking of het afsluiten van contracten met private
                                    partijen voorkomt het collegelid (de schijn van)
                                    vooringenomenheid en bevoordeling in strijd met eerlijke
                                    concurrentieverhoudingen.</al></li><li nr="2.3."><al>Een lid van het college wordt het eerste jaar na de beëindiging
                                    van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning
                                    verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. Deze uitsluiting
                                    is niet van toepassing op het herstel van een ambtelijke
                                    aanstelling, die eerder beëindigd is wegens het
                                    wethouderschap.</al></li><li nr="2.4."><al>Een lid van het college, dat familie- of anderszins bijzondere
                                    betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de
                                    gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over
                                    de betreffende opdracht.</al></li><li nr="2.5."><al>Een lid van het college neemt van een aanbieder van diensten aan
                                    de gemeente geen faciliteiten of diensten aan, die zijn
                                    onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan
                                    beïnvloeden.</al></li><li nr="2.6."><al>Bij juridische geschillen fungeert een lid van het college niet
                                    als (juridisch) adviseur van de partij die tegen besluiten van
                                    (één der bestuursorganen van) de gemeente ageert.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>3</label><titel>Nevenfuncties</titel></kop><lijst><li nr="3.1."><al>Een lid van het college vervult geen nevenfuncties waarbij
                                    strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.</al></li><li nr="3.2."><al>Een lid van het college maakt melding van al zijn nevenfuncties
                                    waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet
                                    bezoldigd is. Deze gegevens worden opgenomen in een openbaar
                                    register.</al></li><li nr="3.3."><al>Een lid van het college dat een nevenfunctie wil vervullen
                                    anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in
                                    het college.</al></li><li nr="3.4."><al>Indien een nevenfunctie uit hoofde van het ambt
                                    (q.q.-nevenfunctie) wordt vervuld, wordt in het openbaar
                                    register als bedoeld in lid 2 tevens aangegeven op welke wijze
                                    voorzien is in een vergoeding van onkosten, die verband houden
                                    met het vervullen van de nevenfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>4</label><titel>Informatie</titel></kop><lijst><li nr="4.1."><al>Een lid van het college gaat zorgvuldig en correct om met
                                    informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij
                                    verstrekt geen vertrouwelijke informatie aan derden.</al></li><li nr="4.2."><al>Een lid van het college houdt jegens de gemeenteraad geen
                                    informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het
                                    niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10
                                    van de Wet openbaarheid van bestuur.</al></li><li nr="4.3."><al>Een lid van het college maakt niet ten eigen bate of van zijn
                                    persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het
                                    ambt verkregen informatie.</al></li><li nr="4.4."><al>Een lid van het college verstrekt derden niet vroegtijdig
                                    informatie voor zover dit als onzorgvuldig en incorrect kan
                                    worden gezien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>5</label><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><lijst><li nr="5.1."><al>Geschenken of giften worden niet geaccepteerd, indien daardoor
                                    de schijn van vooringenomenheid of partijdigheid kan worden
                                    gewekt.</al></li><li nr="5.2."><al>Geschenken en giften die een lid van het college uit hoofde van
                                    zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn
                                    eigendom van de gemeente.</al></li><li nr="5.3."><al>Indien een lid van het college geschenken of giften ontvangt die
                                    een waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze
                                    in afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden behouden
                                    en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd.</al></li><li nr="5.4."><al>Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
                                    Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het college waar
                                    een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen
                                    onder toepassing van lid 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>6</label><titel>Bestuurlijke uitgaven</titel></kop><lijst><li nr="6.1."><al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                    functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.</al></li><li nr="6.2."><al>Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven
                                    worden de volgende criteria gehanteerd:</al><al>- met de uitgave is het belang van de gemeente gediend, en</al><al>- de uitgave vloeit voort uit de functie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>7</label><titel>Declaraties</titel></kop><lijst><li nr="7.1."><al>Een lid van het college declareert geen kosten die ook op een
                                    andere wijze worden vergoed.</al></li><li nr="7.2."><al>Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde
                                    administratieve procedure.</al></li><li nr="7.3."><al>In geval van twijfel omtrent een declaratie van een wethouder,
                                    wordt deze voorgelegd aan de burgemeester; bij twijfel omtrent
                                    de delaratie van de burgemeester wordt deze voorgelegd aan de
                                    loco-burgemeester. Bij verschil van mening wordt de declaratie
                                    ter besluitvorming aan het college voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>8</label><titel>Gebruik van gemeentelijke
                                voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="8.1."><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                    privé-doeleinden is niet toegestaan.</al></li><li nr="8.2."><al>Indien ten behoeve van de uitoefening van de functie structureel
                                    gebruik wordt gemaakt van kantoorapparatuur buiten de reguliere
                                    werkplek wordt dit gedaan op basis van een specifieke
                                    overeenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>9</label><titel>Reizen buitenland</titel></kop><lijst><li nr="9.1."><al>Een lid van het college, dat het voornemen heeft voor de
                                    uitoefening van zijn functie een buitenlandse reis te maken,
                                    heeft toestemming nodig van het college van B&amp;W.</al></li><li nr="9.2."><al>Een lid van het college, dat het voornemen van een reis meldt,
                                    verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                    beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                    geraamde kosten.</al></li><li nr="9.3."><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten
                                    van derden worden altijd besproken in het college en onder meer
                                    getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het
                                    gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de
                                    besluitvorming.</al></li><li nr="9.4."><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                    collegelid is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                    uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de
                                    gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt
                                    bij de besluitvorming van het college betrokken.</al></li><li nr="9.5."><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                    niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                    toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het
                                    college betrokken.</al></li><li nr="9.6."><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor
                                    privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de
                                    besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten
                                    komen volledig voor rekening van het collegelid. </al></li><li nr="9.7."><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                    uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                    worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden
                                    geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>10</label><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="10.1."><al>Deze gedragscode kan worden aangehaald als: De gedragscode
                                    bestuurlijke integriteit Kampen 2004.</al></li><li nr="10.2."><al>Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de datum van
                                    vaststelling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>IV</nr><titel>Gedragscode ambtelijke integriteit gemeente Kampen
                            2004</titel></kop><artikel><kop><label>1</label><titel>Algemene bepalingen​</titel></kop><lijst><li nr="1.1."><al>Onder ambtenaar in de zin van deze gedragscode wordt verstaan:
                                    de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en
                                    artikel 1:2 onderdeel a; d; e en f van de
                                    Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Kampen.</al></li><li nr="1.2."><al>Onder ambtenaar in de zin van deze code wordt eveneens verstaan
                                    een ieder die anderzins werkzaamheden verricht binnen het
                                    hiërarchische verantwoordelijkheid van de ambtelijke
                                    organisatie. </al></li><li nr="1.3."><al>MT: het advies en afstemmingsorgaan, dat gevormd wordt door de
                                    gemeentesecretaris en de sectordirecteuren, als bedoeld in
                                    Hoofdstuk VII van de Regeling op de ambtelijke organisatie.</al></li><li nr="1.4."><al>Sectordirecteur: de ambtenaar die belast is met en
                                    verantwoordelijk gesteld wordt voor de dagelijkse leiding van
                                    een sector.</al></li><li nr="1.5."><al>Deze gedragscode geldt voor alle ambtenaren.</al></li><li nr="1.6."><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de
                                    toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het
                                    college.</al></li><li nr="1.7."><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen. De gedragscode
                                    wordt daartoe geplaatst op de webpagina van de gemeente
                                    Kampen.</al></li><li nr="1.8."><al>Ambtenaren ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de
                                    code.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>2</label><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><lijst><li nr="2.1."><al>Een ambtenaar doet opgave bij zijn leidinggevende van zijn
                                    financiële belangen in ondernemingen en organisaties, waarmee de
                                    gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De sectordirecteur
                                    besluit tot registratie van deze gegevens indien hij van oordeel
                                    is dat deze belangen bij de uitoefening van de functie van de
                                    ambtenaar een reëel risico of de schijn van
                                    belangenverstrengeling met zich mee kunnen brengen </al></li><li nr="2.2."><al>Bij de uitoefening van zijn functie voorkomt de ambtenaar (de
                                    schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                                    concurrentieverhoudingen.</al></li><li nr="2.3."><al>Een ambtenaar wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn
                                    dienstbetrekking uitgesloten van het tegen beloning verrichten
                                    van werkzaamheden voor de gemeente.</al></li><li nr="2.4."><al>Een ambtenaar neemt van een aanbieder van diensten aan de
                                    gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn
                                    onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan
                                    beïnvloeden.</al></li><li nr="2.5."><al>Een ambtenaar, die een zodanige relatie heeft met een aanbieder
                                    van goederen of diensten aan de gemeente dat daardoor de schijn
                                    van vooringenomenheid of partijdigheid kan ontstaan, informeert
                                    zijn leidinggevende over die relatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>3</label><titel>Nevenfuncties</titel></kop><lijst><li nr="3.1."><al>Een ambtenaar vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid
                                    is, of kan zijn, met de belangen die behartigd worden door de
                                    organisatie-eenheid van de gemeente waar de ambtenaar
                                    werkt.</al></li><li nr="3.2."><al>Een ambtenaar maakt melding bij zijn leidinggevende van al zijn
                                    nevenfuncties, waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel
                                    of niet bezoldigd is. De sectordirecteur kan besluiten tot
                                    registratie van een nevenfunctie, indien hij van oordeel is dat
                                    deze bij de uitoefening van de functie van de ambtenaar een
                                    reëel risico van (schijn van) belangenverstrengeling met zich
                                    mee kan brengen. </al></li><li nr="3.3."><al>Een ambtenaar, die een nevenfunctie wil vervullen, bespreekt dit
                                    voornemen met zijn leidinggevende. Indien de nevenfunctie
                                    vervuld wordt uit hoofde van zijn functie, komt tevens aan de
                                    orde op welke wijze voorzien wordt in een vergoeding van
                                    onkosten, die verband houden met het vervullen van de
                                    nevenfunctie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>4</label><titel>Informatie</titel></kop><lijst><li nr="4.1."><al>Een ambtenaar gaat zorgvuldig en correct om met informatie
                                    waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Hij verstrekt
                                    aan derden geen vertrouwelijke informatie.</al></li><li nr="4.2."><al>Een ambtenaar maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke
                                    betrekkingen gebruik van in de uitoefening van de functie
                                    verkregen informatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>5</label><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><lijst><li nr="5.1."><al>Geschenken of giften worden niet geaccepteerd indien daardoor de
                                    schijn van vooringenomenheid of partijdigheid kan worden
                                    gewekt.</al></li><li nr="5.2."><al>Geschenken en giften die een ambtenaar uit hoofde van zijn
                                    functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn
                                    eigendom van de gemeente. </al></li><li nr="5.3."><al>Indien een ambtenaar geschenken ontvangt die een waarde van
                                    minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking
                                    van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te
                                    worden gemeld en geregistreerd.</al></li><li nr="5.4."><al>Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
                                    Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het MT waar een
                                    besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen onder
                                    toepassing van lid 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>6</label><titel>Ambtelijke uitgaven</titel></kop><lijst><li nr="6.1."><al>Uitgaven kunnen alleen dan voor vergoeding in aanmerking komen
                                    indien de hoogte daarvan kan worden aangetoond, zij gemaakt zijn
                                    in het kader van de uitoefening van de functie en indien en
                                    voorzover zij gemaakt zijn in het belang van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>7</label><titel>Declaraties</titel></kop><lijst><li nr="7.1."><al>De ambtenaar declareert geen kosten die ook op een andere wijze
                                    worden vergoed.</al></li><li nr="7.2."><al>Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde
                                    administratieve procedure.</al></li><li nr="7.3."><al>In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze
                                    voorgelegd aan de sectordirecteur. Zonodig wordt de declaratie
                                    ter besluitvorming aan de gemeentesecretaris voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>8</label><titel>Gebruik gemeentelijke voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="8.1."><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                    privé-doeleinden is niet toegestaan.</al></li><li nr="8.2."><al>Indien ten behoeve van de uitoefening van de functie structureel
                                    gebruik wordt gemaakt van kantoorapparatuur buiten de reguliere
                                    werkplek wordt dit gedaan op basis van een specifieke
                                    overeenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>9</label><titel>Reizen buitenland</titel></kop><lijst><li nr="9.1."><al>Een ambtenaar die het voornemen heeft ter uitoefening van zijn
                                    functie een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig
                                    van het college van B&amp;W. </al></li><li nr="9.2."><al>Een ambtenaar die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                    informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                    beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                    geraamde kosten.</al></li><li nr="9.3."><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten
                                    van derden worden altijd besproken in het college en onder meer
                                    getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het
                                    gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de
                                    besluitvorming.</al></li><li nr="9.4."><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                    ambtenaar is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                    uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de
                                    gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt
                                    bij de besluitvorming van het college betrokken.</al></li><li nr="9.5."><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                    niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                    toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het
                                    college betrokken.</al></li><li nr="9.6."><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor
                                    privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de
                                    besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten
                                    komen volledig voor rekening van de ambtenaar. </al></li><li nr="9.7."><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                    uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                    worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden
                                    geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>10</label><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al>De bevoegdheden van de sectordirecteur als bedoeld in de artt 2.1, 3.2
                            en 7.3 worden ten aanzien van de sectordirecteur uitgeoefend door de
                            secretaris, ten aanzien van de secretaris door het college van
                            B&amp;W.</al></artikel><artikel><kop><label>11</label><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="11.1."><al>Deze gedragscode kan worden aangehaald als: De Ambtelijke
                                    Gedragscode Kampen 2004 </al></li><li nr="11.2."><al>Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de datum van
                                    vaststelling.​</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>