<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14770_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-10-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarle-Nassau</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad, 26-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>01-12-2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Inwerkingtreding per 01-12-2004 (conform publicatie).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Baarle-Nassau;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>CWI:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Centra voor Werk en Inkomen als genoemd in artikel 24
                                            van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
                                            inkomen, gevestigd in de gemeente Tilburg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>maatregel:</al></entry><entry colname="col3"><al>het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18,
                                            tweede lid, van de WWB.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien daartoe redenen aanwezig zijn die het activeringstraject, anders
                            dan door toedoen van de belanghebbende, negatief beïnvloeden, kan het
                            college afzien van een maatregel of stelt het college de maatregel lager
                            vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel wordt, met uitzondering artikel 7 lid 2, opgelegd met
                            ingang van de eerst volgende kalendermaand nadat het besluit tot
                            opleggen van de maatregel is genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een belanghebbende jonger dan 21 jaar wordt de maatregel opgelegd op
                            de bijstandsnorm en over de eventueel aanvullende bijzondere bijstand in
                            de kosten van levensonderhoud.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedragingen, de mate
                            waarin de belanghebbende de gedragingen verweten kan worden en de
                            omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel
                            wordt in ieder geval afgezien. Indien elke vorm van verwijtbaarheid
                            ontbreekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Rechtmatigheid</titel></kop><al>De gedragingen met betrekking tot het geen of onvoldoende medewerking
                        verlenen aan het verkrijgen of behouden van werk worden onderscheiden in de
                        volgende rechtmatigheidgedragingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het zich niet als werkzoekende inschrijven bij het CWI, dan wel de
                                inschrijving niet of niet tijdig verlengen;</al></li><li nr="b."><al>het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders
                                verstrekken van de bijlage bij het besluit tot toekenning of
                                voortzetting van de bijstand;</al></li><li nr="c."><al>het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie, die
                                van belang is voor de verlening, dan wel de voortzetting van de
                                bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Doelmatigheid</titel></kop><al>De gedragingen met betrekking tot het geen of onvoldoende medewerking
                        verlenen aan het verkrijgen of behouden van werk worden onderscheiden in de
                        volgende doelmatigheidsgedragingen, in directe relatie aan de volgende vijf
                        treden:</al><lijst><li nr="a."><al>Sociale activering naar werk;</al></li><li nr="b."><al>Activering naar werk;</al></li><li nr="c."><al>Tijdelijk gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="d."><al>Langdurig gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="e."><al>Regulier werk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel behorend bij de in de artikel 3 vermelde gedragingen wordt
                            vastgesteld op 5 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel behorend bij de in de artikelen 4 vermelde gedragingen
                            wordt vastgesteld:</al><al>bij de gedraging omschreven onder:</al><lijst><li nr="a."><al>met 5 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al>met 20 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="c."><al>met 40 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="d."><al>met 60 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="e."><al>met 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt
                            verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de
                            vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan
                            een verwijtbare gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is
                            opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond
                            van dringende redenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging binnen
                            twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de
                            bijstand voor onbepaalde duur verlagen, rekening houdend met de ernst
                            van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele
                            omstandigheden van de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt
                            opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is
                            gelegd, heroverwogen. Indien er sprake is van een gedragsverbetering of
                            gewijzigde omstandigheden kan er opnieuw een beslissing worden genomen
                            ten aanzien van de hoogte en duur van de maatregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17,
                            eerste lid, van de WWB niet of niet behoorlijk is nagekomen door
                            onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, wordt de uitkering
                            verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de in artikel 17, eerste lid WWB bedoelde verplichting om onverwijld
                            uit eigen beweging mededeling te doen is slechts voldaan indien dit
                            gebeurt bij de eerstvolgende inkomstenverklaring.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het schenden van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 6, eerste
                            lid niet heeft geleid tot een ten onrechte of tot een te hoog verleend
                            bedrag van bijstand, kan een maatregel van 10 procent van de
                            bijstandsnorm gedurende minstens een maand worden opgelegd wegens het
                            schenden van de inlichtingenplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het schenden van de inlichtingenplicht heeft geleid tot een ten
                            onrechte verstrekt bedrag aan bijstand, bedraagt de maatregel bedoeld in
                            artikel 6, eerste lid, 10 procent van het bruto fraudebedrag. Bij een
                            reeds beëindigde uitkering of een te beëindigen uitkering bestaat de
                            maatregel uit de wettelijk verschuldigde rente over het fraudebedrag en
                            administratiekosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitzondering bij maatregel wegens schending
                            inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd voor een bepaalde periode. Als de uitkering
                            wordt stopgezet, loopt de termijn van de maatregel door. Indien de
                            belanghebbende opnieuw recht op uitkering krijgt en er is nog een
                            restperiode met betrekking tot de termijn van de eerder opgelegde
                            maatregel, dan wordt deze meteen bij aanvang van de nieuwe
                            uitkeringsperiode ten uitvoer gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de maatregel bedoeld in het eerste lid niet ten uitvoer is gelegd
                            binnen een termijn van twee jaar nadat het besluit tot het opleggen van
                            de maatregel is genomen, komt de maatregel te vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overige bepalingen schending inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet
                            opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar
                            ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake een
                            strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een
                            aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen
                            ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet
                            opgelegd na verloop van twee jaar nadat de desbetreffende gedraging
                            heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
                            voor de voorziening in het bestaan heeft getoond, wordt de bijstand
                            verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel als bedoeld in het eerste lid bedraagt bij algemene
                            bijstand tien procent van de bijstandsnorm. De duur van de maatregel is
                            afhankelijk van de termijn dat men hierdoor langer bijstandsafhankelijk
                            is:</al><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>korter dan 3 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>duur verlaging 1 maand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>van 3 maanden tot 6 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>duur verlaging 3 maanden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>van 6 maanden en langer </al></entry><entry colname="col2"><al>duur verlaging 6 maanden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een combinatie van de algemene norm en bijzondere bijstand voor een
                            doeluitkering wordt de maatregel toegepast op de algemene bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt jegens burgemeester en
                        wethouders, hun ambtenaren of medewerkers van het CWI, wordt een maatregel
                        opgelegd van minstens vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende
                        minstens een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inburgering oudkomers en nieuwkomers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt een maatregel van 20%, voor de duur van één maand op,
                            als een bijstandsgerechtigde zijn/haar verplichting(en) in het kader van
                            het inburgeringsprogramma (verwijtbaar) niet of niet behoorlijk
                            nakomt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij herhaling van een gedraging, binnen 12 maanden, nadat een maatregel
                            als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, wordt een maatregel opgelegd
                            van 40% voor de duur van één maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Afstemmingsverordening
                            WWB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2004.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>