<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147655_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Mill en Sint Hubert</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-09-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening op de vaste commissies, vastgesteld bij raadsbesluit wordt ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES </vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1Begripsomschrijvingen </nr></kop><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie; </al><al>b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; </al><al>c. griffier: griffier van de raad of de vervanger; </al><al>d. portefeuillehouder: het lid van het college dat voor dit onderwerp in
                            de commissie is uitgenodigd; </al><al>e. vergadering: vergadering van een raadscommissie. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2 - Instelling, taken en samenstelling </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2-</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>1.De raad stelt de volgende raadscommissies in: </al><al>a. de commissie Samenleving en Bestuur; </al><al>b. de commissie Grondgebiedzaken. </al><al>2. De raadscommissie Samenleving en Bestuur adviseert en overlegt onder
                            meer over de volgende onderwerpen: </al><al>a. welzijn, onderwijs en sport; </al><al>b. sociale zaken; </al><al>c. burgerzaken; </al><al>d. openbare orde en veiligheid; </al><al>e. juridische zaken; </al><al>f. bestuurlijke zaken; </al><al>g. personeelszaken; </al><al>h. financieel beleid. </al><al>3. De raadscommissie Grondgebiedzaken adviseert en overlegt onder meer
                            over de volgende onderwerpen: </al><al>a. volkshuisvesting; </al><al>b. ruimtelijke ordening; </al><al>c. milieu; </al><al>d. openbare werken; </al><al>e. economische zaken en toerisme. </al><al>4. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                            onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                            voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat
                            een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de
                            raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp
                            behandelt.</al><al> 5. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                            belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp
                            het meest aangaat, de taken van de voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3 Taken</nr></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><al>— het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp
                            dat betrekking heeft op de in artikel 2<vet><cursief>,
                            </cursief></vet>tweede of derde lid, genoemde onderwerpen; </al><al>— het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; </al><al>— voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                            geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het
                            gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede of derde lid,
                            genoemde onderwerpen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. Een raadscommissie bestaat uit: </al><al>a. ten minste één en maximaal drie leden per fractie, waarvan tenminste
                            één lid tevens raadslid is. </al><al>b. elke fractie mag 4 leden benoemen per raadscommissie, waarvan
                            tenminste één lid tevens raadslid is. Aan elke commissievergadering
                            nemen maximaal 3 leden per fractie deel, bij aanvang van de vergadering
                            is bekend welke leden de fractie vertegenwoordigen. </al><al>2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht
                            van de fracties benoemd. </al><al>3. De raad kan daarnaast buitengewone leden benoemen. </al><al>4. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10,
                            11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing
                            op een lid van een raadscommissie. </al><al>5. Als plaatsvervangend lid voor een lid van raadscommissie kunnen
                            optreden leden van de raad en leden, niet zijnde raadslid, van een
                            andere raadscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>1.De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                            midden benoemd. </al><al>2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie en neemt geen deel
                            aan de discussie. De plaatsvervangend voorzitter is lid van de
                            raadscommissie. In de gevallen waarin hij als voorzitter functioneert,
                            neemt hij deel aan de discussie, tenzij hij als lid van de
                            raadscommissie wordt vervangen door een plaatsvervangend lid. </al><al>3. De voorzitter is belast met: </al><al>a. het vaststellen van de agenda van de commissievergadering; </al><al>b. het leiden van de vergadering;</al><al>c. het handhaven van de orde; </al><al>d. het doen naleven van deze verordening; </al><al>e. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><al>1. De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder
                            geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. </al><al>2. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet
                            meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen. </al><al>3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                            voordracht het lid is benoemd. </al><al>4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. </al><al>5. Een lid en de voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen
                            tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                            raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                            zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. </al><al>6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                            raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van
                            artikel 4 en 5. </al><al>7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                            voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                            vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie
                            is benoemd, van rechtswege. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7-</nr><titel>Griffier</titel></kop><al>1<vet>.</vet>De griffier van de raad treedt op als commissiegriffier. </al><al>2. De griffier is in iedere vergadering aanwezig. </al><al>3. Bij verhindering of afwezigheid van de griffier wordt de griffier
                            vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen ambtenaar. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders </titel></kop><al>1.De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders uitnodigen
                            in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                            nemen. </al><al>2. Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                            wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een
                            verzoek aan de voorzitter. </al><al>3. De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                            het verzoek. </al><al>4. De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de
                            burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig
                            mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te
                            laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><titel> Paragraaf 1Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie: a.
                                Samenleving en Bestuur plaats op dinsdag; b. Grondgebiedzaken op
                                donderdag. </al><al>2. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 20.00 uur
                                en vinden plaats in het gemeentehuis. </al><al>3. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met
                                opgaaf van redenen daarom verzoeken. </al><al>4. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover overleg met de griffier. </al><al>5. De voorzitter ziet erop toe dat de vergaderduur van de
                                raadscommissie beperkt blijft tot drie uren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 Oproep</nr></kop><al/><al>1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de
                                leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het
                                tijdstip en de plaats van de vergadering. </al><al>2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden verzonden. </al><al>3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 13, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><al>1.Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast. </al><al>2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al><al>3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren. </al><al>4. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt. </al><al>5. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                leden. </al><al>2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                het gemeentehuis gebracht. </al><al>3. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier een lid inzage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis
                                bladen, in het gemeentelijk informatieblad of op de voor
                                afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en zo mogelijk door
                                plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis
                                gebracht. </al><al>2. De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al> a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; </al><al>b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                daarbij behorende stukken kan inzien; </al><al>c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                bedoeld in artikel 17. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16-</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. </al><al>2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige
                                leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat
                                ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke
                                oproep is gelegen. </al><al>3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de
                                presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                leden aanwezig is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers </titel></kop><al>1.Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                onderwerpen die de commissie aangaan. </al><al>2. Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep
                                openstaat of heeft opengestaan;</al><al> b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen;</al><al> c. een gedraging waarover een klacht ex artikel <cursief>9:1
                                </cursief>van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                ingediend.</al><al> 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                minste vijftien minuten voor de aanvang van de vergadering aan de
                                griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en
                                het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. </al><al>4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering. </al><al>5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er
                                meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere
                                gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. </al><al>6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
                                behandeling van de inbreng van de burger. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>1. Van de vergadering wordt een audio-verslag gemaakt dat op CD
                                wordt vastgelegd. Deze verslaglegging kan worden geraadpleegd via
                                internet tot minimaal drie maanden na de vergadering. Na die tijd
                                kan de CD bij de griffier worden geraadpleegd. </al><al>2. Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, de
                                besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. </al><al>3. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben
                                het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan de
                                raadscommissie te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat
                                of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van de
                                besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend. 4. De
                                besluitenlijst moet inhouden:</al><al> a. de namen van de voorzitter, de griffier, de burgemeester en de
                                wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige personen die het
                                woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig
                                waren. </al><al>b. een vermelding van de za ken die aan de orde zijn geweest; </al><al>c. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van
                                de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of
                                afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich
                                niet uitgelaten hebben; </al><al>d. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26
                                door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                beraadslagingen. </al><al>5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier. </al><al>6. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                griffier ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19 Spreekregels</nr></kop><al>1. Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en
                                richten zich tot de voorzitter. </al><al>2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers </titel></kop><al>1.Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren
                                het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te
                                hebben. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer
                                het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21 aantal spreektermijnen</nr></kop><al>1<vet>. </vet>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel
                                geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie
                                anders beslist. </al><al>2. De voorzitter kan in tweede termijn de portefeuillehouder het
                                woord geven als een korte verduidelijking nodig blijkt. De raad kan
                                op voorstel van de voorzitter besluiten om de eerste termijn te
                                verlengen, wanneer hij van mening is dat de door de leden van de
                                commissie gestelde vragen onvoldoende zijn beantwoord door de
                                portefeuillehouder. </al><al>3. Ieder commissielid kan de voorzitter verzoeken om een spreker te
                                interrumperen. De interruptie dient kort te worden geformuleerd en
                                dient de woorden van de spreker te betreffen. De voorzitter bepaalt
                                of de interruptie wordt toegestaan. </al><al>4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al><al>5. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al><al>6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23 voorstellen van orde</nr></kop><al>-1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht. </al><al>2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen. </al><al>3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. </al><al>4. Wanneer over een voorstel van orde een stemming moet
                                plaatsvinden, brengen alle fracties een gewogen stem uit. Deze weegt
                                mee naar evenredig heid van het aantal stemmen dat de fractie heeft
                                in de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing </titel></kop><al>1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de
                                voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De
                                voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                zijn betoog zal afronden. </al><al>2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft,
                                over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al><al>3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening
                                de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. </al><al>4. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging </titel></kop><al>1.De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen. </al><al>2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen </titel></kop><al>1.De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging. </al><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Advies </titel></kop><al>1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist. </al><al>2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                er een advies aan de raad wordt uitgebracht. </al><al>3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van
                                het advies. </al><al>4. In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                buitengewone leden opgenomen. </al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5 - Besloten vergadering </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>1. Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar
                            ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 2. Dit
                            verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                            vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                            raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van
                            dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                            griffier ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31 Opheffing geheimhouding </nr></kop><al>- Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6 - Toehoorders en pers </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32Toehoorders</nr><titel>en pers </titel></kop><al>1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al><al>2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden. </al><al>3. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                            van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij
                            herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste
                            drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33 Geluid- en beeldregistraties</nr></kop><al/><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34-</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7 - Slotbepalingen </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35-</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>1. Deze verordening treedt met onmiddellijke ingang in werking. </al><al>2. Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de vaste commissies,
                            vastgesteld bij raadsbesluit 16 april 2002. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>In de Gemeentewet zoals gewijzigd door de inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur wordt een nieuw corn missiestelsel geïntroduceerd.
                    Er wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en
                    andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies
                    bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en
                    de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de
                    raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies
                    kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan
                    adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden. De bepalingen met betrekking
                    tot het nieuwe commissiestelsel zijn op 7 maart 2002 in werking getreden. Het
                    commissiestelsel en daarmee de verordeningen op de commissies zullen aan de Wet
                    dualisering gemeentebestuur aangepast moeten worden. Wel is er een
                    overgangsbepaling opgenomen ten aanzien van bestuurscommissies (Reeds ingestelde
                    bestuurscommissies mogen tot twee jaar na de inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur (7 maart 2004) hun bevoegdheden blijven uitoefenen
                    ).Vanaf 14 maart zullen de raadscommissies die de raad instelt aan de
                    voorschriften van de Wet dualisering gemeentebestuur moeten voldoen. Op grond
                    van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij
                    wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en
                    werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden van een
                    raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt.
                    De Gemeentewet zoals deze luidt na inwerkingtreding van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur verplicht overigens niet tot het instellen van raadscommissies.
                    Om te bevorderen dat de discussie in de raad plaatsvindt, zijn er gemeenten die
                    ervoor kiezen om geen raadscommissie(s) in te stellen. Voor wat betreft de
                    gemeente Mill en Sint Hubert is gekozen voor het instellen van twee vaste
                    commissies. Een overweging die een rol heeft gespeeld bij het handhaven van
                    raadscommissies, is dat vooralsnog bestuursbevoegdheden in de
                    medebewindswetgeving en de autonome bevoegdheden bij de raad blijven berusten. </al><al>.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd. </al><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>Er is gekozen voor een stelsel van meerdere raadscommissies. Het vijfde en zesde
                    lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat,
                    zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het onderwerp besproken
                    zal worden. Er is voor gekozen om de voorzitters van de betrokken
                    raadscommissies hierover zeggenschap te geven. In geval van een gezamenlijke
                    vergadering vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest
                    aangaat, de rol van voorzitter. Voor wat betreft de onderwerpen die door de
                    commissies worden behandeld, is volstaan met een overzicht van beleidsthema’s.
                    Veelal zullen aan de orde zijnde onderwerpen kunnen worden herleid naar een van
                    deze thema’s. Enkele denkbare onderwerpen die behoren tot de beleidsthema’s zijn
                    onder meer: — welzijn, onderwijs en sport: kunst en cultuur, kunsteducatie,
                    ouderenzorg, volksgezondheid, subsidies, jeugd- en jongerenbeleid,
                    onderwijshuisvesting, leerplicht, leerlingenvervoer, sportaccommodaties; —
                    openbare orde en veiligheid: politie, brandweer, rampenbestrijding, Algemene
                    plaatselijke verordening en daarop gebaseerde vergunningen (voor zover niet
                    behorend tot een ander specifiek beleidsterrein); — bestuurlijke zaken:
                    dualisme, gemeenschappelijke regelingen, representatie en voorlichting; —
                    personeelszaken: personeelsbeleid voor zover het het college aangaat (met name
                    de secretaris en secretariepersoneel), personeelsbeleid voor zover het de raad
                    aangaat (griffier en griffiepersoneel); — financieel beleid: leges, belastingen,
                    meerjarenbeleid, trasurybeleid, BBI, bestuursrapportages; — ruimtelijke
                    ordening: bouw- en woningtoezicht, bestemmingsplannen, centrumontwikkeling; —
                    openbare werken: openbaar groen, berm- en wegenonderhoud, verkeer en (openbaar)
                    vervoer, markten en kermissen; — economische zaken en toerisme: midden- en
                    kleinbedrijven, industrie, VVV, toeristische voorzieningen. Indien een onderwerp
                    behandeling behoeft doch waarvan niet zonder meer kan worden gesteld dat deze
                    behoort tot een van de in artikel 2 genoemde onderwerpen, bepaalt het presidium
                    dan wel bepalen de gezamenlijke commissievoorzitters in welke commissie
                    behandeling zal plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad plaats. De taak om de besluitvorming van de raad
                    voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een
                    voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan
                    de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de
                    raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de
                    raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De
                    raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat niet
                    het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel
                    aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken.
                    Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al> De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Gekozen wordt om geen
                    onderscheid te maken in de grootte van fracties en elke fractie een gelijk
                    aantal zetels toe te kennen. Een fractie kan zelf bepalen of zij gebruik maakt
                    van de haar geboden mogelijkheid om vier leden voor te dragen. Wel moet in ieder
                    geval een van de leden tevens raadslid zijn, dus wanneer er één commissielid
                    wordt voorgedragen door een fractie, moet dit een raadslid zijn. De vervanging
                    van een commissielid kan alleen gebeuren door een commissielid van een andere
                    raadscommissie dan wel door een raadslid. De vervangingsregeling geldt
                    uitsluitend voor de op basis van het eerste lid benoemde leden. Voor de
                    plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een
                    raadscommissie. De commissieleden die geen raadslid zijn, hoeven niet op de
                    kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan. Deze bepaling opent ook de
                    mogelijkheid om buitengewone leden te noemen. Dit kunnen burgers zijn die
                    bijvoorbeeld op basis van hun deskundigheid tot lid van een raadscommissie
                    worden benoemd. Er wordt vanuit gegaan dat dit niet-raadsleden zijn. Het aantal
                    buitengewone leden dat de raad wil benoemen is opengelaten. De leden en
                    buitengewone leden, moeten evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in
                    de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere
                    dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten
                    beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in
                    artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. </al><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers “uit zijn midden”
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen. Gelet op de belangrijke functie
                    die de raadscommissies ten opzichte van de raad vervult, benoemt de raad de
                    (plaatsvervangende) voorzitters. Op basis van het tweede lid, is de voorzitter
                    op grond van artikel 1 van de verordening geen lid van de raadscommissie. Dit is
                    een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn
                    taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. De plaatsvervangend
                    voorzitter wordt uit de leden van de commissie benoemd. Deze moet tevens
                    raadslid zijn. Er wordt voorkeur aan gegeven dat een optredend plaatsvervangend
                    voorzitter zich als commissielid laat vervangen, zodat hij als plaatsvervangend
                    technisch voorzitter kan optreden. Indien dat door omstandigheden niet mogelijk
                    is, wordt de mogelijkheid open gelaten om de plaatsvervangend voorzitter ook aan
                    de discussie te laten deelnemen. </al><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden,
                    in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad
                    hoeft hen niet te ontslaan. Op grond van het tweede lid eindigt het
                    (buitengewoon) lidmaatschap van een raadscommissie eveneens van rechtswege
                    indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen
                    en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een
                    schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een
                    raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen,
                    ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een
                    fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4,
                    eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling niet voorzien in een
                    ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in principe vier jaar
                    zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde
                    eisen, ontslag nemen of overlijden. Desgewenst kan de raad er voor kiezen om
                    hiervoor een vergelijkbare ontslag regeling als voor de voorzitter op te nemen
                    door aanvulling van het vierde lid. De (plaatsvervangend) voorzitter van een
                    raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een fractie ontslaan,
                    bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen
                    van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de
                    situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het zij door overlijden. </al><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een griffier. De griffier regelt de
                    vervanging. Indien de plaatsvervangend griffier een ambtenaar uit de reguliere
                    ambtelijke organisatie is, is het college de werkgever en zal de griffier in
                    overleg met het college moeten beslissen welke ambtenaar deze functie vervult.
                    De griffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In
                    principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 26 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>De burgemeester en de wethouders zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur geen lid meer van raadscommissies (artikel
                    82, tweede lid). Hun aanwezigheid is daardoor niet langer vanzelfsprekend De
                    raadscommissie kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid van een
                    collegelid al dan niet gewenst is en of hij aan de beraadslagingen mag
                    deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat artikel <cursief>21, </cursief>tweede
                    lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de grondslag. Dit
                    geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen. In openbare
                    vergaderingen kunnen collegeleden uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan
                    de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee
                    instemt. Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor
                    gekozen om de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent
                    de aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                    beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het
                    college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter. De
                    burgemeester en de wethouders kunnen zich laten bijstaan door een ambtenaar.
                    Deze neemt echter niet deel aan de beraadslaging, zij het dat de raadscommissie
                    op grond van artikel 26 van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om
                    anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><tussenkop>Artikel 9 </tussenkop><al>Ook de aanwezigheid van de secretaris is in een gedualiseerd stelsel niet langer
                    vanzelfsprekend. Indien de raadscommissie het wenselijk acht dat de secretaris
                    bij een vergadering van een raadscommissie aanwezig is, zal de raadscommissie
                    het college moeten verzoeken de secretaris aanwezig te laten zijn en deel te
                    laten nemen aan de beraadslagingen. Het college is immers zijn werkgever. Ook
                    deze bepaling geldt zowel voor openbare als besloten vergaderingen. Op basis van
                    artikel 26 kan de raadscommissie ook andere ambtenaren aan de beraadslagingen
                    deel laten nemen, ook hiertoe zullen zij een verzoek aan het college moeten
                    doen. </al><tussenkop>Artikel 10 </tussenkop><al>Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of
                    indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien een raadscommissie een
                    hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het derde lid
                    en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter
                    hierover overleg voert met de griffier Over de openbaarheid van de vergaderingen
                    bevat deze verordening geen bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin
                    voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing
                    verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de
                    raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een
                    vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de
                    raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een
                    besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar
                    is tenzij de raadscommissie anders beslist. </al><tussenkop>Artikel 11 </tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel <cursief>14, </cursief>vierde
                    lid). </al><tussenkop>Artikel 12 </tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de voorzitter van een raadscommissie de
                    agenda voorlopig vast. Wel ligt het voor de hand dat de voorzitter hierover
                    overleg voert met de griffier en desgewenst (via de griffier) met het presidium,
                    gelet op de directe relatie die er bestaat tussen de raadscommissies en de raad.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie echter zijn eigen agenda. De agenderende
                    rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en vijfde
                    lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een
                    onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan
                    het college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al><tussenkop>Artikel 13 </tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt
                    opgelegd kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 14 </tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. </al><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de griffier zijn
                    bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast
                    is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor de leden van een
                    raadscommissie te kunnen vaststellen. </al><tussenkop>Artikel 16 </tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel
                            <vet><cursief>16 </cursief></vet>voorziet hierin, Indien meer dan de
                    helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst
                    heeft getekend, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling
                    voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de
                    afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden
                    kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op
                    welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep
                    uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit
                    worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep
                    te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de
                    raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. </al><tussenkop>Artikel 17 </tussenkop><al>Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid
                    van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing
                    van het lokaal bestuur. Het spreekrecht is niet beperkt tot geagendeerde
                    onderwerpen, maar moet wel onderwerpen betreffen die een raadscommissie aangaan.
                    Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een andere raadscommissie
                    aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de betreffende persoon naar de
                    juiste raadscommissie verwijst. In het tweede lid zijn drie onderwerpen
                    opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of
                    het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de
                    burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de
                    rechtbank. Verder zijnde benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van
                    personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de
                    benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen — de belangen
                    van — kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan
                    schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen
                    burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel
                    9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure
                    gaat voor het spreekrecht van burgers. De burgers die wensen in te spreken
                    moeten zich ten minste vijftien minuten voor de vergadering melden bij de
                    griffier. In het zesde lid is ervoor gekozen om een burger één maal het woord te
                    geven. Op basis van artikel 18, eerste lid, wordt het verslag
                    (ontwerpbesluitenlijst) toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken. </al><tussenkop>Artikel 18 </tussenkop><al>De ontwerpbesluitenlijst wordt tegelijkertijd met de schriftelijk oproep
                    verstuurd aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben
                    toegezonden. De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een
                    voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging kan tot het moment
                    van vaststelling bij de griffier worden ingediend. Het recht om aanpassing voor
                    te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een
                    collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan
                    de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een
                    afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                    Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). De griffier draagt zorg voor het
                    opstellen van de besluitenlijst, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt
                    hiervoor bij de griffier. Na vaststelling van de besluitenlijst ondertekent de
                    voorzitter en de griffier deze. </al><tussenkop>Artikel 19 </tussenkop><al>Indien er andere sprekers zijn, bepaalt de voorzitter vanaf welke plaats zij
                    spreken. </al><tussenkop>Artikel 20 </tussenkop><al>Het tweede lid bewerkstelligt dat een lid, de voorzitter, de burgemeester of een
                    wethouder op ieder gewenst moment een voorstel van orde kan doen. Een voorstel
                    van orde heeft betrekking op het verloop van de vergadering. Artikel 23 geeft
                    een regeling voor een voorstel van orde. Het tweede lid heeft geen betrekking op
                    interrupties. </al><tussenkop>Artikel 21 </tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste termijn. </al><tussenkop>Artikel 22 </tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken. </al><tussenkop>Artikel 23 </tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 20, tweede lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie.
                    Hierbij geldt het principe van de gewogen stemmen. </al><tussenkop>Artikel 24 </tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet- raadsleden. Op basis van het tweede lid kunnen alle
                    sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en
                    kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan
                    de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de
                    orde, kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het
                    verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien
                    een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering
                    voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij
                    artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten
                    aanzien van raadsleden. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het
                    geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als
                    verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de
                    publieke tribune wordt verwezen naar artikel 32 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 25 </tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken. Indien de schorsing
                    als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt,
                    zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan
                    of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel
                    21).</al><tussenkop>Artikel 26 </tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders
                    en de secretaris. Deze hebben op grond van de artikelen 8, 9, <cursief>19
                    </cursief>en 20 van deze verordening reeds de mogelijkheid om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet
                    dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om
                    een voorstel te doen tot wijziging van de notulen, een voorstel over de
                    spreektijd of over de orde van de vergadering. </al><tussenkop>Artikel 27 </tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad. </al><tussenkop>Artikel 28 </tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. </al><tussenkop>Artikel 29 </tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage liggen bij
                    de griffier. De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit verslag. </al><tussenkop>Artikel 30 </tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft. </al><tussenkop>Artikel 31 </tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 30 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor. </al><tussenkop>Artikel 32 </tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin. </al><tussenkop>Artikel 33 </tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. </al><tussenkop>Artikel 34 </tussenkop><al>Artikel 34 heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel standby te laten
                    staan. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>