<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147651_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlieland</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlieland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.vlieland.nl">Uit het Kastje 2012, 3 maart 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0006622">Wegenverkeerswet 1994, art. 173</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0012649">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlieland</al><al>gelezen het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders van 13-02-2012</al><al>gelet op het bepaalde in artikel
                        149 van de Gemeentewet , artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet
                        1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen ;</al><al>overwegende dat het wenselijk
                        is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen
                        verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen;</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Wegsleepverordening gemeente Vlieland 2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit:het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV
                                    1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                    lid, onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college:het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                                worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang
                                van het vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c
                            van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Vlieland
                            aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het
                            “besluit wegslepen van voertuigen” bedoelde soorten van wegen en
                            weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: De
                            gemeentewerf gevestigd aan de Fortweg 1A, 8899 CC te Vlieland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het afhalen van voertuigen en motorrijtuigen zijn de reguliere
                            openingstijden van de gemeentewerf van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het overbrengen van een motorrijtuig dan wel voertuig
                                naar de bewaarplaats bedragen: a. basistarief/voorrijkosten €100; b.
                                €100 voor het overbrengen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: a. €10,00 voor
                                het eerste etmaal of een gedeelte daarvan; b. €10,00 voor elk
                                volgend etmaal of een gedeelte daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                                geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan
                                wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel
                            130, vierde lid , 164, zevende lid , en 174, eerste lid van de wet ,
                            zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die waarop zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wegsleepverordening gemeente Vlieland 2010 vastgesteld op 18
                                oktober 2010 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Wegsleepverordening gemeente
                                Vlieland 2012.</vet></al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Vlieland in zijn openbare
                            vergadering van 27 februari 2012 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</vet></al><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><al><vet>a. Plaats op de weg</vet>een voertuig is tot stilstand gebracht op een
                    trottoir, voetpad of a. fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of
                    invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV
                        1990).<vet>b. Laten stilstaan</vet>een voertuig is tot stilstand
                    gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien
                            die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12
                            meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk
                            laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="5."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="6."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage
                            1 RVV 1990;</al></li></lijst><al>c<vet>. Parkeren</vet>een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990;</al></li><li nr="4."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="5."><al>binnen een erf, waarbij - voor zover het een motorvoertuig betreft –
                            geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn
                            aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="6."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="7."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld
                            (zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990).</al></li></lijst><al><vet>d. Bevel of aanwijzing</vet>een voertuig is tot stilstand gebracht in
                    strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als
                    zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon. </al><al><vet>e. Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</vet>een voertuig is zodanig tot
                    stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaarop de weg wordt of kan worden
                    veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. </al><al><vet>f. Hoog water</vet>een voertuig is geparkeerd op een weg of parkeervak
                    welke door een hoge waterstand danwel door een te verwachten hoge waterstand
                    onder water zal kunnen komen te staan.</al><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het uiterlijk aanzien van
                    de gemeente. Van geval tot geval zal beoordeeld moeten worden of de
                    geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig is.</al><lijst><li nr=""><al><vet>In onderdeel a</vet> gaat het om overtreding van artikel 10 RVV
                            1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen,
                            bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV
                            1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een
                            trottoir, voetpad of fietspad.</al></li><li nr=""><al><vet>In onderdeel b</vet> gaat het om overtreding van het bepaalde in
                            artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990.<vet>In onderdeel c</vet> is er sprake van overtreding van
                            het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van
                            bijlage 1 bij het RVV 1990.</al></li><li nr=""><al><vet>In onderdeel d</vet> wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde
                            in artikel 82 RVV 1990.</al></li><li nr=""><al><vet>In onderdeel e</vet> gaat het om overtreding van het bepaalde in
                            artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is
                            het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of
                            kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden
                            gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag
                            op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en
                            met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden
                            gebracht.</al></li><li nr=""><al><vet>In onderdeel f</vet> is er geen sprake van een overtreding van de
                            wegenverkeerswetgeving. Indien er een dermate hoge waterstand wordt
                            verwacht dat parkeervakken of delen van de openbare weg onder water
                            komen te staan worden van gemeentewege waarschuwingsborden geplaatst.
                            Aan voertuigen die desondanks blijven staan kan grote schade ontstaan
                            door het hoge water. Daarnaast kunnen voertuigen door het hoge water
                            gaan drijven hetgeen de veiligheid op de weg in gevaar kan brengen of de
                            vrijheid van het verkeer op andere wegen kan beperken.</al></li></lijst><al><vet>Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</vet></al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="1."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="2."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="3."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voor zover:</al></li><li nr="4."><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="5."><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;</al></li><li nr="6."><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;</al></li><li nr="7."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="8."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al></li><li nr="9."><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="10."><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar
                            aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="11."><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren
                            gebeurt met dat voertuig;</al></li><li nr="12."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor
                            zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="13."><al>op een weg of parkeervak als bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7 van het
                            aanwijzingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening 2011;</al></li><li nr="14."><al>in een gebied, nader aangeduid door bord C1 van die bijlage.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen opgenomen, waarbij het
                    motief niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het
                    verkeer, maar wel bij het vrijhouden van wegen en weggedeelten. In artikel 2 van
                    het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten
                    wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn
                    voorgaand onder a tot en met h nader aangeduid.Toelichting op de
                    verordening</al><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is een bevoegdheid van het gehele college.
                    Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zijn algemene
                    regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een
                    groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de
                    Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) wordt een aantal bepalingen uit de Awb
                    niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen
                    staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. </al><al><vet>Uitgebreide werking</vet></al><al>Op grond van de WVW 1994 mogen op de weg staande voertuigen worden weggesleept
                    in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het
                    vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Ook kunnen voertuigen worden
                    weggesleept die fout zijn geparkeerd, zonder dat de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen
                    dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk
                    zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en
                    loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke.
                    Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een
                    gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze
                    bevoegdheid <cursief>(artikel 2 van de wegsleepverordening).</cursief> Een
                    voertuig kan niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde
                    criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is
                    belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van
                    het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een
                    voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is
                    geparkeerd, kan bijvoorbeeld als niet of minder urgent moeten worden beschouwd.
                    In zo'n geval zou het opmaken van een proces-verbaal door een daartoe bevoegd
                    ambtenaar kunnen volstaan.</al><al><vet>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang</vet></al><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    door het college. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder,
                    voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet
                    vereist, maar is wel mogelijk. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de
                    geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen
                    gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere
                    bezwaren beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de
                    geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een
                    schriftelijk document of vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke
                    situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van
                    rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van
                    een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de
                    bestuursdwang terug te betalen. Het college maakt in een eventuele
                    bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.</al><al><vet>Artikel 170 e.v. Wegenverkeerswet 1994 (WVW)</vet></al><al>In de WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college gebruik kan maken
                    van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot
                    het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed
                    van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening
                    nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in
                    artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening
                    dienen in elk geval regels te worden gesteld over:</al><al>1. de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                    bewaard (artikel 3 van de wegsleepverordening);2. de berekening van de kosten
                    die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen
                    (artikel 4 van de wegsleepverordening);3. de eventuele aanwijzing van wegen en
                    weggedeelten waar op grond van artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994
                    voertuigen mogen worden weggesleept (artikel 2 van de wegsleepverordening).</al><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college. De uitwerking van
                    de nadere regels van de verordening kan wel door het college geschieden
                    (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels).</al><al><vet>Wegsleepwaardige overtredingen</vet></al><al>In de wegsleepverordening kan concreet worden aangegeven in welke gevallen er
                    sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor wordt vaak
                    aansluiting gezocht bij de delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV
                    1990. Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene
                    die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling
                    kan afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch hebben wij bij het
                    opstellen van deze wegsleepverordening ervoor gekozen om deze gevallen niet
                    concreet in de verordening op te nemen. </al><al>Enerzijds om nodeloze beperkingen te voorkomen die kunnen optreden wanneer in de
                    verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen
                    worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994
                    kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én
                    waarvan de verwijdering noodzakelijk is worden weggesleept in verband met het
                    belang van: a. de veiligheid op de weg of b. de vrijheid van het verkeer of c.
                    het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen. </al><al>Een tweede reden om de gevallen niet concreet te vermelden, is dat anders het
                    gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving en de
                    Wegsleepverordening niet naadloos op elkaar aansluiten. Wanneer dit het geval
                    is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en
                    beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast
                    geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld. Bovendien zou
                    bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving
                    ook de Wegsleepverordening moeten worden aangepast. </al><al>Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de
                    wegsleepverordening op te nemen, maar te volstaan met een Wegsleepverordening
                    waarin alleen zaken zijn geregeld die aanvullend moeten en kunnen worden
                    geregeld. Om toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de
                    Wegsleepverordening hebben wij in een bijlage bij deze toelichting aangegeven in
                    welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding
                    van de wegenverkeerswetgeving.</al><al><vet>Tenslotte</vet></al><al>Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994.
                    Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept, indien de
                    rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                    begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging
                    wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de
                    overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de “takels” van het
                    wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig
                    meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende
                    alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te
                    vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijdkosten van het
                    sleepvoertuig.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Toelichting</vet>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat
                    diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen
                    spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande
                    wetgeving.</al><al><vet>Ad d. Voertuig</vet>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RVV
                    1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar
                    ook fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze
                    voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in
                    de APV is een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen
                    van de openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend op wat de
                    wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11 van de APV spelen
                    namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het
                    uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><al><vet>Ad e. Motorrijtuig</vet>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat
                    artikel 5 van de Wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort
                    voertuigen. Artikel 1, eerste lid onder c van de wet luidt: ‘alle voertuigen,
                    bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of
                    mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel
                    door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van
                    fietsen met trapondersteuning’.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al><vet>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                        verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten</vet></al><al><vet>Toelichting</vet>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is
                    gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf
                    geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op
                    de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te
                    worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen
                    de gemeente gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel
                    170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder
                    c WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden
                    aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader
                    aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder
                    andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het
                    is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten
                    aan te wijzen waar het college van deze bevoegdheid gebruik kan maken
                        <cursief>(middels artikel 2 van de wegsleepverordening worden
                            <onderstreept>alle</onderstreept> wegen en weggedeelten in de gemeente
                        Vlieland door de raad aangewezen)</cursief>. Voor de volledigheid wordt nog
                    eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op
                    zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in
                    bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld
                    of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het
                    desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al><vet>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</vet></al><al><vet>Toelichting</vet>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de
                    redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet de plaats van bewaring van
                    voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college is
                    niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester
                    op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde
                    tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van
                    voertuigen.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al><vet>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</vet></al><al><vet>Toelichting</vet>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen is geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden
                    gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die
                    direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen,
                    maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen,
                    verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief
                    de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al><vet>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van
                        gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken
                        van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</vet></al><al><vet>Toelichting</vet>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde
                    gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan
                    zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen.
                    Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op: </al><lijst><li nr="1."><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994);</al></li><li nr="2."><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in
                            geval van autodiefstal. </al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm
                    van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. Wel heeft de
                    wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X, Bestuursdwang
                    van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.), van overeenkomstige toepassing verklaard.
                    Derhalve zijn in deze wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en)
                    van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en
                    bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige
                    toepassing.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>