<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147362_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-02-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waalkanter, 25-01-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11int467</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening ´reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010´ is per 02-02-2012 ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tot 1e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel;</al></li><li nr="g."><al>rondetafelgesprekken: een commissie met de status van artikel 82
                                    Gemeentewet, waarbij het vergaren van informatie en
                                    meningsvorming over raadsvoorstellen in een vroeg stadium van de
                                    besluitvorming over een raadsvoorstel centraal staat.</al></li><li nr="h."><al>besluitvormende raadsvergadering: vergadering die debat en
                                    besluitvorming door de raad tot doel heeft.</al></li><li nr="h."><al>opiniërende raadsvergadering: een raadsvergadering gegrondvest
                                    op artikel 16 gemeentewet die tot doel heeft informatie in te
                                    winnen en standpunten uit te wisselen, teneinde richtinggevende
                                    uitspraken te kunnen doen over een bepaald onderwerp.</al></li><li nr="i."><al>vergadering: een opiniërende raadsvergadering of een
                                    besluitvormende raadsvergadering</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter, de fractievoorzitters en de
                                plaatsvervanger van de voorzitter van de grootste fractie. De
                                griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alleen bij langdurige afwezigheid wegens ziekte, kan een
                                fractievoorzitter zich in het presidium laten vervangen door zijn
                                plaatsvervanger, zijnde een lid van de raad. .</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De fractievoorzitters en de plaatsvervanger van de voorzitter van de
                                grootste fractie hebben elk één stem in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het presidium heeft naast de taken vermeld in de artikelen 10, 12,
                                17, 43 en 44 als taak:</al><lijst><li nr="-"><al>aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van
                                        de werkzaamheden van de raad, zijn vergaderingen en
                                        rondetafelgesprekken.</al></li><li nr="-"><al>het vaststellen van de agenda van de rondetafelgesprekken en
                                        het bepalen of raadsvoorstellen zonder agendering voor de
                                        rondetafelgesprekken direct op de agenda van de
                                        vergaderingen van de raad worden geplaatst</al></li><li nr="-"><al>het vaststellen van de agenda van een opiniërende
                                        raadsvergadering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het presidium voert op eigen initiatief of op verzoek van de
                                voorzitter(s) van de rondetafelgesprekken overleg met deze
                                voorzitter(s).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>. Seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het seniorenconvent bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de raadsvoorzitter;</al></li><li nr="b."><al>de fractievoorzitters van de in de raad vertegenwoordigende
                                        fracties en de plaatsvervanger van de voorzitter van de
                                        grootste fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alleen bij langdurige afwezigheid wegens ziekte, kan een
                                fractievoorzitter zich in het seniorenconvent laten vervangen door
                                zijn plaatsvervanger, zijnde een lid van de raad. .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadsvoorzitter is voorzitter van het seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het seniorenconvent heeft tot taak:</al><lijst><li nr="-"><al>een vertrouwelijk klankbord te zijn voor de
                                        raadsvoorzitter,,de fractievoorzitters en de plaatsvervanger
                                        van de voorzitter van de grootste fractie over het
                                        functioneren van de raad;</al></li><li nr="-"><al>vertrouwelijke zaken te bespreken, die niet binnen het
                                        reguliere reglement van orde vallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het
                                seniorenconvent aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De bijeenkomsten van het seniorenconvent zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen om de secretaris, een specifiek
                                betrokken lid van het college of anderen voor het seniorenconvent
                                uit te nodigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rondetafelgesprekken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kent drie rondetafelgesprekken: rondetafelgesprek Ruimte,
                                rondetafelgesprek Samenleving en Bestuur en rondetafelgesprek
                                politiek-bestuurlijke voorbereidingsronde Jaarstukken,
                                Bestuursrapportage, perspectiefnota en programmabegroting. Deze
                                rondetafelgesprekken hebben de status van commissie als bedoeld in
                                artikel 82 Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rondetafelgesprekken bereiden de besluitvorming door de raad voor
                                en overleggen met het college of de burgemeester over de onderwerpen
                                die aan de orde komen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt in openbaarheid de geloofsbrieven en de daarop betrekking
                                hebbende stukken van nieuw benoemde leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie
                                is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren. De fractienaam mag niet in
                                strijd zijn met de openbare orde en goede zeden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Indien</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                                        fractie gaan optreden</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                        andere fractie</al></li><li nr="-"><al>of twee of meer fracties als één fractie gaan optreden,
                                        wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                        gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het
                                        vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van
                                        de raad.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>met de onder a. beschreven situatie wordt rekening
                                                gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering
                                                van de raad na mededeling daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De nieuwe naam van een fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Fractievergaderingen kunnen in het gemeentehuis worden gehouden,
                                mits vooraf de vergaderruimte wordt gereserveerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitvormende vergaderingen van de raad vinden in de regel
                                plaats eenmaal in de zes weken op donderdag volgens een vooraf,door
                                het presidium opgesteld schema. De vergaderingen vangen aan om 20.00
                                uur en worden gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een opiniërende raadsvergadering vindt plaats zo vaak als het
                                presidium daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de leden
                                van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oproep, de agenda en de bijbehorende vergaderstukken kunnen in
                                plaats van op schrift ook op elektronische wijze aan de leden van de
                                raad worden aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorlopige agenda van de besluitvormende raadsvergadering wordt
                                bepaald door de adviezen van de rondetafelgesprekken. Ook kan het
                                presidium onderwerpen op de voorlopige agenda van de besluitvormende
                                raadsvergadering plaatsen, zonder tussenkomst van de
                                rondetafelgesprekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda van een opiniërende
                                raadsvergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en
                                openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren. Dit raadslid dient daartoe 48 uur voor een
                                raadsvergadering aan de gemeenteraad mee te delen dat hij een
                                onderwerp aan de agenda wenst toe te voegen. Hij licht daarbij toe
                                waar het onderwerp overgaat, waarom hij een onderwerp wil agenderen
                                en wat hij van de gemeenteraad vraagt. De raad willigt een dergelijk
                                verzoek in.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een rondetafelgesprek of aan het college nadere inlichtingen of
                                advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                                de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Hamerstukken worden in één keer afgehandeld. Indien indien een
                                raadslid een hamerstuk alsnog terug wil laten komen in de
                                vergadering als debatstuk, dient dit 48 uur voor de vergadering
                                schriftelijk gemeld te worden bij de voorzitter van de raad, via de
                                griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium kan één of meer wethouders uitnodigen om in de
                            vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                            nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken
                                ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, liggen deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, in de daartoe aangewezen
                                kast in de leeskamer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging op de gemeentepagina in
                                    het in de gemeente te verspreiden huis aan huisblad en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de
                                            vergadering behorende stukken kan inzien.</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 19.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    indien elektronisch beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                            presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door
                            de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                                zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent en sluit de vergadering met het uitspreken van
                                het ambtsgebed</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien
                                het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens
                                de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van
                                de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering,
                                met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na vaststelling van de agenda kunnen aanwezige burgers gezamenlijk
                                gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
                                        beroep openstaat of heeft opengestaan; </al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1
                                        van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden
                                        ingediend;</al></li><li nr="d."><al>onderwerpen die niet op de agenda van de vergadering
                                        staan.</al></li><li nr="e."><al>ingekomen stukken.</al></li><li nr="f."><al>onderwerpen die op verzoek van een raadslid of de voorzitter
                                        bij de vaststelling van de agenda van de raadsvergadering
                                        aan de agenda worden toegevoegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit
                                uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 16.00 uur aan de
                                griffier onder vermelding van onderwerp, naam, adres en
                                telefoonnummer. Insprekers kunnen zich ook melden aan het begin van
                                de vergadering. Zij laten hun naam, adres en telefoonnummer achter
                                bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord, ongeacht of men
                                inspreekt op meerdere onderwerpen en/of namens meerdere personen. De
                                voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er
                                meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen
                                afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                            voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                            beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                            aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke
                            stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verslag, besluitenlijst en presentielijst</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en
                            een kort verslag van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig
                                    aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></li><li nr="3.."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het concept-verslag onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient 24 uur vóór de aanvang van de
                                    vergadering bij de griffier te worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris,
                                            de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij
                                            het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen,voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>de besluiten van de raad</al></li><li nr="g."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 27 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende besluitvormende
                                    raadsvergadering vastgesteld, waarna het door de voorzitter en
                                    de griffier wordt ondertekend.</al></li><li nr="6."><al>Aan de hand van het verslag stelt de griffier een besluitenlijst
                                    op. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                    daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                    mogelijk na de vergadering openbaargemaakt door plaatsing in de
                                    gemeentelijke informatierubriek in een huis-aan-huisblad en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen
                                van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze
                                lijst wordt tegelijkertijd met het verzenden van de schriftelijke
                                oproep voor de raadsvergadering aan de leden van de raad
                                toegezonden, ter inzage gelegd en geagendeerd voor de eerstvolgende
                                besluitvormende raadsvergadering. In spoedeisende gevallen kan een
                                ingekomen stuk na de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering
                                worden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vragen aan het college over ingekomen stukken, dienen vier dagen
                                voor de besluitvormende raadsvergadering te worden gesteld aan het
                                college. Het college beantwoordt deze vragen uiterlijk 48 uur voor
                                de besluitvormende raadsvergadering</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na de vaststelling van het verslag stelt de raad, op voorstel van de
                                griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                        initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                        amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                            leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen
                                        van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg
                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks
                                plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de
                                voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van het presidium, de
                                voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de
                                beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een
                                aanvang wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op degenen die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen
                                aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement zo veel
                                mogelijk van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                            overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht en is gedebatteerd, sluit hij de
                                    beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
                                op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben
                                onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter of de griffier roept de leden van de raad bij naam op
                                hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                overeenkomstig artikel 20 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de
                                oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28
                                Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat
                                de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                                hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                                verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming
                                wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht
                                of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                                vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>RECHTEN VAN LEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan
                                alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een (sub) amendement wordt ingediend, dient de indiener deze
                                te motiveren en daarvan, indien het (sub)amendement financiële
                                consequenties heeft of kan hebben, voor zover mogelijk de financiële
                                dekking daarvan aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, met
                                tussenkomst van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium plaatst het voorstel op de agenda van het
                                eerstvolgende rondetafelgesprek, tenzij de schriftelijke oproep
                                hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel
                                op de agenda van het daaropvolgende rondetafelgesprek
                                geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het rondetafelgesprek bepalen de raadsleden de verdere
                                behandeling van het initiatiefvoorstel:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel dient met het oog op de orde van de vergadering
                                        tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp te
                                        worden behandeld;</al></li><li nr="b."><al>het voorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende
                                        besluitvormende vergadering</al></li><li nr="c."><al>het voorstel dient voor advies naar het college te worden
                                        gezonden. In dit geval bepalen de raadsleden in welke
                                        vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Behandeling van een initiatiefvoorstel in de besluitvormende
                                raadsvergadering vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het voorstel met
                                het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander
                                geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een initiatiefvoorstel wordt ingediend, dient de indiener
                                deze te motiveren en daarvan, indien het initiatiefvoorstel
                                financiële consequenties heeft of kan hebben, voor zover mogelijk de
                                financiële dekking daarvan aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor, dat de inhoud van het verzoek zo
                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, de
                                wethouders, de secretaris wordt gebracht. Bij de vaststelling van de
                                agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek
                                wordt het verzoek in stemming gebracht. De interpellatie kan
                                gehouden worden indien vijf raadsleden daarmee instemmen. De raad
                                bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal
                                worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter, via tussenkomst van de griffier,
                                ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
                                mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college
                                of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Mondelinge vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de raadsvergadering kunnen raadsleden bij het agendapunt
                                ´rechten van de raad´ mondelinge vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
                                meldt dit ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de
                                griffier, onder aanduiding van het onderwerp en een korte
                                omschrijving van de vraag. De voorzitter kan na overleg met het
                                presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde
                                te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                diezelfde dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller,
                                voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van
                                de raad bepalen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>BEGROTING EN REKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die raad, op voorstel van het presidium,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die raad, op voorstel van het
                            presidium, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van
                                de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
                                vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur
                                of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Indien de raad dit
                                verslag wenst te bespreken, kan de voorzitter verwijzen naar een
                                rondetafelgesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Artikel 42 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OPINIERENDE RAADSVERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een opiniërende vergadering zijn de artikelen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikelen 18, eerste
                            lid, 19, 20, 21, vierde lid onder d, e, en f en het zesde lid, 22, 28,
                            29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 39, 40, 41 en 42 en voor zover de
                            artikelen niet strijdig zijn met het karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Spreekrecht</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in artikel 19 is geregeld over het spreekrecht
                            van burgers, bepaalt het presidium of burgers dit spreekrecht voor een
                            opiniërende raadsvergadering hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Beraadslaging en conclusies opiniërende raadsvergadering</titel></kop><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp voldoende is
                            toegelicht en over het onderwerp voldoende is beraadslaagd, sluit de
                            voorzitter af met een conclusie over de richtinggevende uitspraken van
                            de fracties. Hij noemt de standpunten van alle fracties.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk
                                verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt en rondgedeeld,
                                tenzij de raad conform het tweede lid anders besluit. Het verslag
                                ligt uitsluitend voor de raadsleden ter inzage in de daartoe
                                aangewezen kast in de leeskamer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag. Het
                                vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                                van de raad van de gemeente West Maas en Waal, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 27 februari 2003 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                                bekendmaking.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>