<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147298_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">weekblad voor Ouder-Amstel dd. 22 februari 2012, www.ouder-amstel.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 Ouder-Amstel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8 lid 1, onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b en artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/02</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2012</vet></al><al/><al/><al/><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders dd. 20 december 2011, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al/><al>Gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b en artikel
                        36 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen:</al><al/><al>Verordening langdurigheidstoeslag 2012 Ouder-Amstel</al><al/><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>de wet: de Wwb;</al></li><li nr="2."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Ouder-Amstel;</al></li><li nr="3."><al>de raad: de gemeenteraad van Ouder-Amstel;</al></li><li nr="4."><al>de peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                        aangevraagd;</al></li><li nr="5."><al>de referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand
                                        aan de peildatum;</al></li><li nr="6."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 Wwb. In
                                        afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de
                                        beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag gezien
                                        als inkomen;</al></li><li nr="7."><al>Rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        gezinslid met recht op langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="8."><al>Niet-rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        gezinslid dat op grond van de artikelen 11 of 13 lid 1 Wwb
                                        is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals
                        bedoeld in artikel 36 lid 1 Wwb is voldaan indien gedurende de
                        referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110
                        procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>Geen recht op langdurigheidstoeslag hebben personen aan wie een maatregel
                        uit de 3e categorie van de maatregelverordening Wet werk en bijstand is
                        opgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="1."><al>€ 357 voor een alleenstaande;</al></li><li nr="2."><al>€ 457 voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="3."><al>€ 510 voor een gezin</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en
                                nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt
                                dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de
                                hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                gelden.</al></li><li nr="3."><al> Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></li><li nr="4."><al> De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                conform de ontwikkeling van de consumentenprijsindex volgens het
                                Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele
                                euro’s naar boven afgerond.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                        2012 Ouder-Amstel.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 februari 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2012</vet></al><al/><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                        bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                        met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch
                        kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen
                        zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen
                        enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te
                        verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wwb in 2004 de
                        langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de
                        langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag
                        sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere
                        bijstand.</al><al/><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                        inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig
                        een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op
                        inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 Wwb). De gemeenteraad moet bij
                        verordening regels vaststellen over het verlenen van een
                        langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 Wwb. Deze regels moeten in
                        ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan
                        de begrippen “langdurig” en “laag inkomen”. Daarbij geldt dat in ieder geval
                        geen sprake is van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110% van de
                        toepasselijke bijstandsnorm. De gemeenteraad dient in de verordening
                        eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag te bepalen. Tevens dient te
                        worden aangegeven wanneer er sprake is van geen uitzicht op
                        inkomensverbetering.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2012
                            OUDER-AMSTEL</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb, Awb of de
                        Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                        voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de
                        betreffende wetten ook de verordening moet worden gewijzigd.</al><al/><al><cursief>Lid 2 onderdeel d: peildatum</cursief></al><al>De peildatum is de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd
                        (artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening). Het gaat dus
                        uitdrukkelijk niet om de datum waarop is aangevraagd. Het betreft de datum
                        waarop een belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                        aanmerking te nemen vermogen (zoals bedoeld in artikel 34 Wwb) en geen
                        uitzicht op inkomensverbetering.</al><al/><al><cursief>Lid 2 onderdeel e: referteperiode</cursief></al><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel 3 van deze verordening is bepaald wat onder de
                        referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand
                        aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 2 onder
                        “langdurig”.</al><al/><al><cursief>Lid 2 onderdeel g en h: rechthebbend en
                        niet-rechthebbend</cursief></al><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel g en h is een omschrijving opgenomen van het
                        begrip rechthebbend en niet-rechthebbend. Dit is vooral gedaan om complexe
                        formuleringen in artikel 3 van deze verordening te voorkomen.</al><al/><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld voor (onder
                        meer) gezinnen. Bij gezinnen waarbij één (of meer) van de gezinsleden is
                        uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het
                        niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 Wwb, kunnen de overige
                        gezinsleden desondanks als gezin in aanmerking komen voor
                        langdurigheidstoeslag. De uitgesloten gezinsleden in voornoemde situatie
                        definiëren we in deze verordening als “niet-rechthebbend”. Het gaat dan om
                        gezinsleden die op grond van artikel 11 of 13 lid 1 Wwb zijn uitgesloten van
                        het recht op bijstand, bijvoorbeeld wegens detentie. Dit moet goed
                        onderscheid worden van gezinsleden die zijn uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag omdat ze niet aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1
                        Wwb voldoen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een van de meerderjarige
                        gezinsleden jonger is dan 21 jaar. In dat geval komt het hele gezin niet in
                        aanmerking voor langdurigheidstoeslag. Voor een verdere toelichting wordt
                        verwezen naar de toelichting op artikel 3 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Langdurig laag inkomen</vet></al><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                        vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt
                        verstaan.</al><al/><al><cursief>Langdurig</cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                        peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                        vastgesteld in artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening. Uit het
                        feit dat de minimumleeftijd voor het recht op langdurigheidstoeslag is
                        verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar kan echter worden afgeleid dat onder
                        langdurig tenminste 3 jaar moet worden begrepen. Een belanghebbende is
                        immers in beginsel vanaf 18 jaar een zelfstandig rechtssubject. De
                        gemeenteraad sluit aan bij de periode van 3 jaar. De referteperiode bedraagt
                        een periode van 36 maanden voorafgaande aan de peildatum.</al><al/><al><cursief>Laag inkomen</cursief></al><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de
                        gemeenteraad gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De
                        ondergrens van “laag” is de bijstandsnorm. De bovengrens bedraagt 110
                        procent van de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 6 Wwb). Bij een
                        inkomen hoger dan deze 10 procent, is geen sprake meer van een “laag”
                        inkomen. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen aan te sluiten bij de
                        bovengrens (nota minimabeleid juli 2011). Dit betekent dat het in aanmerking
                        te nemen inkomen gedurende de referteperiode niet hoger mag zijn dan 110
                        procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al/><al>De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de referteperiode
                        niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 110 procent van de
                        toepasselijke bijstandsnorm, dient niet al te rigide te worden beoordeeld.
                        Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd
                        (vergelijk CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 Wwb e.a., LJN BE8918 en CRvB
                        15-02-2011, nr. 08/5141 Wwb, LJN BP 5532).</al><al/><al>Voor belanghebbenden die een maatregel hebben gekregen (vanuit de
                        maatregelverordening Wwb 3e categorie) vervalt het recht op
                        langdurigheidstoeslag voor een periode van 12 maanden vanaf het moment dat
                        de maatregel is opgelegd. Het recht op langdurigheidstoeslag komt namelijk
                        in deze gevallen niet overeen met de aard en de doelstelling ervan.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Hoogte langdurigheidstoeslag</vet></al><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij
                        wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder
                        en een gezin.</al><al>Bij gezinnen moet in het oog gehouden worden dat het recht op
                        langdurigheidstoeslag het gezin gezamenlijk toekomt. Worden belanghebbenden
                        op de peildatum als gezin aangemerkt, dan moeten alle gezinsleden voldoen
                        aan de voorwaarden van artikel 36 lid1 Wwb. Voldoet één van hen niet aan
                        deze voorwaarden, dan bestaat voor het hele gezin geen recht op
                        langdurigheidstoeslag (vergelijk bijvoorbeeld CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345
                        Wwb, LJN BN 2529).</al><al>Is één van de gezinsleden echter uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                        voorwaarden van artikel 36 lid 1 Wwb, dan komen de rechthebbende gezinsleden
                        wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Voor wat betreft de
                        uitgesloten gezinsleden gaat het om gezinsleden die op een van de in artikel
                        11 of 13 lid 1 Wwb genoemde gronden geen recht hebben op bijstand. Deze
                        gezinsleden worden in deze verordening aangemerkt als “niet-rechthebbend”
                        (zie artikel 1 lid 2 onderdeel h).</al><al>In artikel 3 lid 3 is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                        peildatum.</al><al>In lid 4 is een indexeringsbepaling opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. Hierbij is
                        aansluiting gezocht bij de datum van de inwerkingtreding van een aantal voor
                        de Wwb van belang zijnde wetsvoorstellen, zoals het wetsvoorstel “Wijziging
                        van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet
                        investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de
                        arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van
                        uitkeringsgerechtigden” (32 815).</al><al/><al><vet>Artikel 5. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>