<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR147243_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening WWB 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 02-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening WWB 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/071/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Afstemmingsverordening WWB 2009, zoals vastgesteld op 1 oktober 2009.</al><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening WWB 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                            Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. algemene bijstand:</al><al>de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de wet;</al><al>b. belanghebbende:</al><al>degene die een rechtstreeks en concreet belang heeft bij een besluit.
                            Onder belanghebbende wordt mede verstaan het gezin en de ten laste
                            komende kinderen van de alleenstaande ouder. </al><al>c. bijzondere bijstand:</al><al>de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de wet;</al><al>d. bijstand:</al><al>algemene en bijzondere bijstand;</al><al>e. bijstandsnorm:</al><al>de op de leef- en woonsituatie van toepassing zijnde norm inclusief
                            toeslag of verlaging volgens de Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB
                            2012 of de Beleidsregel bijzondere bijstand 2012; </al><al>f. college:</al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Roermond;</al><al>g. plan van aanpak:</al><al>het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet: dit plan
                            wordt opgesteld voor de jongeren tot 27 jaar. Het plan bevat de
                            uitwerking van de ondersteuning door het college, de verplichtingen
                            gericht op arbeidsinschakeling en de gevolgen van het niet naleven van
                            die verplichtingen;</al><al>h. traject: </al><al>een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door het college aan
                            hem opgelegd geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen en
                            behouden van betaalde arbeid; </al><al>i. voorziening:</al><al>voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            wet: een instrument binnen een traject dat ingezet wordt om
                            belemmeringen bij aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te
                            nemen;</al><al>j. verlaging:</al><al>het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid van de
                            wet;</al><al>k. wet:</al><al>de Wet werk en bijstand;</al><al>l. WI:</al><al>Wet inburgering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verlagen van de uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende zich naar het oordeel van het college gedraagt,
                            zoals omschreven in artikel 18 tweede lid van de wet, wordt
                            overeenkomstig deze verordening de bijstand verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                            waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                            bijzondere persoonlijke omstandigheden waarin de belanghebbende
                            verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging wordt opgelegd op de van toepassing zijnde bijstandsnorm
                            of, indien van toepassing, op de bijzondere bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot verlaging van de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het besluit tot opleggen van een verlaging wordt vermeld de reden van
                            de verlaging, de duur van de verlaging, het percentage waarmee de
                            bijstand wordt verlaagd en, indien van toepassing, de reden waarom een
                            hogere of lagere verlaging wordt toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afzien van verlaging van de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van verlaging indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan 1 jaar vóór constatering van die gedraging
                                    door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een
                                    schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van
                                    die gedraging ten onrechte bijstand is verleend. Een verlaging
                                    wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd
                                    na verloop van 5 jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                    plaatsgevonden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van verlaging indien het
                            daarvoor zeer bijzondere individuele omstandigheden aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college afziet van verlaging wordt de belanghebbende daarvan
                            schriftelijk mededeling gedaan onder vermelding van de redenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingangsdatum, tijdvak en recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging wordt met terugwerkende kracht toegepast, voor zover de
                            bijstand nog niet is uitbetaald. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die
                            maand geldende bijstandsnorm of de hoogte van de bijzondere
                            bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover de bijstand over de afgelopen maand reeds is uitbetaald gaat
                            de verlaging de eerst volgende kalendermaand in. Daarbij wordt uitgegaan
                            van de voor die maand geldende bijstandsnorm of bijzondere
                            bijstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de verlaging bedraagt minimaal de termijnen die in de
                            hoofdstukken 2 tot en met 4 van deze verordening vermeld staan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belanghebbende, binnen 12 maanden nadat de verwijtbare
                            gedraging zich heeft voorgedaan, opnieuw zijn verplichtingen verwijtbaar
                            niet nakomt (recidive), worden de minimale termijnen waarnaar in lid 3
                            wordt verwezen verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij derde en meer opvolgende verwijtbare gedragingen wordt het
                            percentage van de verlaging verzwaard en wordt de duur waarnaar in lid 3
                            wordt verwezen telkens verlengd met één maand extra.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien blijkens verklaringen van de belanghebbende direct en
                            onmiskenbaar op voorhand vaststaat dat deze de opgelegde verplichting
                            niet zal nakomen, wordt een verlaging opgelegd voor de duur dat niet aan
                            deze verplichtingen is voldaan, met inachtneming van de heroverweging
                            als bedoeld in artikel 18 lid 3 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan één gedraging die
                            verschillende schendingen van de verplichtingen inhoudt als genoemd in
                            artikel 2, eerste lid, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van
                            de verlaging uitgegaan van het hoogste percentage.</al><al>a. Indien een belanghebbende een inburgeringsprogramma volgt in het
                            kader van de WI, kan de bijstand slechts worden verlaagd voor zover dit
                            inburgeringsprogramma voor belanghebbende tevens is aangemerkt als een
                            reïntegratietraject;</al><al>b. Indien een boete op basis van de Boeteverordening in het kader van de
                            WI is opgelegd, kan niet tegelijkertijd voor hetzelfde feit of dezelfde
                            gedraging een verlaging van de bijstand worden toegepast in het kader
                            van deze afstemmingsverordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Re-integratietraject of werk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Categorieen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 9 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><al>1.Categorie 1:</al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV
                            WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.</al><al>2. Categorie 2: </al><al>het zonder opgave van reden of zonder verschoonbare reden niet of
                            onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een andere
                            door het college noodzakelijk geacht en aangeboden voorziening
                            (arbeidsinschakeling, scholing. zorgtraject); het door de jongere,
                            onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een
                            plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet; voor zover dit
                                <onderstreept>niet</onderstreept> heeft geleid tot het geen doorgang
                            vinden of voortijdige beëindiging van het traject.</al><al>3. Categorie 3: </al><al>het in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening en/of de periode
                            gedurende de bijstandsverlening niet naar vermogen trachten algemeen
                            geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het door de jongere, onvoldoende
                            meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van
                            aanpak als bedoeld in artikel 44a WWB; het zonder opgave van reden of
                            zonder verschoonbare reden niet of onvoldoende nakomen van de
                            verplichting tot het gebruik maken van een door het college
                            noodzakelijke geachte en aangeboden voorziening (arbeidsinschakeling,
                            scholing, zorgtraject), als dit heeft geleid tot het geen doorgang
                            vinden of voortijdige beëindiging van het traject.</al><al>4. Categorie 4: </al><al>a. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;</al><al>b. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde
                            arbeid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte en duur van de verlaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid en met toepassing van artikel 6 derde
                            lid, wordt de verlaging op grond van artikel 8 vastgesteld op:</al><al>a. 5% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen in
                            categorie 1.</al><al>b. 35% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen
                            in categorie 2.</al><al>c. 50% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen
                            in categorie 3.</al><al>d. 100% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand bij gedragingen
                            in categorie 4. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Schending inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld
                            in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te
                            hoog bedrag verlenen van bijstand, wordt de verlaging afgestemd op de
                            hoogte van het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging bedoeld in het eerste lid bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand, bij een
                                    netto- benadelingsbedrag tot € 1000,-;</al></li><li nr="b."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand, bij een
                                    netto- benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 3000,-;</al></li><li nr="c."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand, bij een
                                    netto- benadelingsbedrag van € 3000,- of meer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een belanghebbende gegevens in verband met de vaststelling van
                            het recht op bijstand, waarover hij reeds eerder redelijkerwijs kon
                            beschikken, pas in een bezwaar-, beroeps-, of hoger beroepsprocedure
                            verstrekt, wordt de toepasselijke bijstandsnorm verlaagd met 20%
                            gedurende minimaal 1 maand.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot verlaging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor
                            bijstandsverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. Indien een belanghebbende voorafgaand aan de ingangsdatum van de
                            bijstandsverlening het beschikbare vermogen op een onverantwoorde wijze
                            heeft besteed, waardoor hij niet langer beschikt over de middelen om in
                            de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan eerder dan
                            noodzakelijk een bijstandsuitkering is toegekend, wordt de bijstand op
                            deze gedraging worden afgestemd. </al><al>b. Indien onderdeel a van toepassing is, wordt de bijstandsuitkering
                            verstrekt in de vorm van een geldlening gelijk aan de periode waarin
                            feitelijk ingeteerd had moeten worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende voorafgaande aan de bijstandsaanvraag geen of
                            te laat een beroep doet op een voorliggende voorziening, waardoor hij
                            niet beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te
                            voorzien en als gevolg daarvan een bijstandsuitkering is toegekend,
                            wordt de bijstand op deze gedraging worden afgestemd met 50% van de
                            bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere verplichtingen tijdens bijstandsverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan belanghebbende een of meerdere verplichtingen als bedoeld in
                            artikel 55 van de wet zijn opgelegd en deze niet of in onvoldoende mate
                            worden nagekomen wordt een verlaging toegepast van 20% van de
                            bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt, indien en zolang een
                            belanghebbende niet aan de verplichting tot het vorderen van alimentatie
                            voor zichzelf of minderjarige kind(eren) heeft voldaan, waardoor de
                            belanghebbende of het gezin niet beschikt over voldoende middelen om in
                            de kosten van het bestaan te voorzien en mede als gevolg daarvan een
                            bijstandsuitkering is toegekend, de bijstand op deze gedraging
                            afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt, indien er sprake is van
                            woonkosten boven de maximale huurtoeslag en belanghebbende in
                            onvoldoende mate heeft voldaan aan de opgelegde bijzondere voorwaarde
                            om, in financieel opzicht, naar passende woonruimte te zoeken en deze te
                            accepteren, de tegemoetkoming in de woonkosten verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>De verlaging van lid 2 en 3 wordt op de volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>20% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand indien de
                                    periode waarin door belanghebbende geen actie is ondernomen naar
                                    aanleiding van de opgelegde bijzondere verplichting korter is
                                    dan 3 maanden;</al></li><li nr="b."><al>50% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand indien de
                                    periode, waarin door belanghebbende geen actie is ondernomen
                                    naar aanleiding van de opgelegde bijzondere verplichting 3 tot 6
                                    maanden bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand, indien de
                                    periode, waarin door belanghebbende geen actie is ondernomen
                                    naar aanleiding van de opgelegde bijzondere verplichting langer
                                    is dan 6 maanden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich ernstig misdraagt tegenover het college
                            of zijn ambtenaren en medewerkers, onder omstandigheden die verband
                            houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede
                            lid van de wet, wordt de bijstand verlaagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de vorm van
                            verbaal geweld, discriminatie of intimidatie op de volgende wijze
                            vastgesteld:</al><al>a. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een eerste ernstige
                            misdraging;</al><al>b. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een tweede ernstige
                            misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige
                            misdraging;</al><al>c. 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden vanaf een derde
                            ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige
                            misdraging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de vorm van
                            zaakgericht fysiek geweld, mensgericht fysiek geweld op de volgende
                            wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een eerste
                                    ernstige misdraging;</al></li><li nr="b."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden bij een tweede
                                    ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de
                                    vorige misdraging;</al></li><li nr="c."><al>100% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden vanaf een derde
                                    ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de
                                    vorige misdraging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een ernstige misdraging in de zin van artikel 18, tweede lid van de
                            wet kan alleen sprake zijn als verwijtbaarheid is vastgesteld én dit
                            gedrag in het normale menselijke verkeer onacceptabel is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Afstemmingsverordening WWB 2009 van de gemeente Roermond, in werking
                            getreden op 1 oktober 2009, wordt ingetrokken tegelijkertijd met de
                            inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Afstemmingsverordening
                            2012’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Afstemmingsverordening 2012 treedt met terugwerkende kracht in
                            werking met ingang van 1 januari 2012.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>