<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14584_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentekrant 8-7-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-08-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17 mei 2005, nummer 2005/13763</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare gezondheid, veiligheid en zedelijkheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmermeer;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders van 17 mei 2005, nummer
                        2005/ 13763 ;</al><al>gelet op het bepaalde in de Wet op de lijkbezorging en de artikelen 147 en
                        149 van de Gemeentewet,</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Haarlemmermeer 2005.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een
                                uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, of die de
                                uitgifte van een graf of urnenruimte vraagt;</al></li><li nr="b."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een
                                ieder gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van
                                lijken;</al></li><li nr="c."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="d."><al>begraafplaats(en):</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeentelijke begraafplaats "Wilgenhof", gelegen aan de
                                        Hoofdweg in Hoofddorp;</al></li><li nr="2."><al>de gemeentelijke begraafplaats "Lindenhof", gelegen aan de
                                        Papaverstraat in Nieuw-Vennep;</al></li><li nr="3."><al>de gemeentelijke begraafplaats "Iepenhof", gelegen aan de
                                        Hoofdweg in Hoofddorp;</al></li><li nr="4."><al>de gemeentelijke begraafplaats "Taxushof", gelegen aan de
                                        Bosstraat in Nieuw-Vennep;</al></li><li nr="5."><al>de gemeentelijke begraafplaats "Meerterpen", gelegen aan de
                                        Spieringweg in Zwaanshoek;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>beheerder: degene die met de dagelijkse leiding van de
                                begraafplaatsen is belast of degene die hem vervangt of degene die
                                met bepaalde deeltaken is belast;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Haarlemmermeer;</al></li><li nr="g."><al>de burgemeester: de burgemeester van gemeente Haarlemmermeer;</al></li><li nr="h."><al>eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan
                                een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                tot het doen begraven en begraven houden van lijken, het doen
                                bijzetten van asbussen en het doen verstrooien van as;</al></li><li nr="i."><al>gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht tot
                                gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel
                                degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                getreden;</al></li><li nr="j."><al>grafakte: het besluit waarin overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening door het college een grafrecht wordt verleend;</al></li><li nr="k."><al>grafrecht:</al><lijst><li nr="-"><al>het recht van gebruik van een ruimte in een algemeen graf,
                                        hetzij</al></li><li nr="-"><al>het uitsluitend recht op een eigen graf;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>Uitgifte van graven: het verlenen van een grafrecht.</al></li><li nr="m."><al>rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                uitsluitend recht is verleend op een eigen graf, dan wel degene die
                                redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                getreden;</al></li><li nr="n."><al>urn: een siervoorwerp ter berging van een asbus;</al></li><li nr="o."><al>wet: de Wet op de lijkbezorging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang, onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen
                            urnengraf, eigen urnennis, eigen verstrooiingsplaats en eigen
                            gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang, onder 'algemeen graf' mede verstaan:
                            algemeen urnengraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>De begraafplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beheer begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college. Het beheer
                            omvat het onderhouden en exploiteren van de terreinen en de gebouwen en
                            het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging en herdenking van
                            overledenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst een beheerder aan die belast wordt met: a) de
                            administratie van de begraafplaatsen; b) het beheer en onderhoud van de
                            begraafplaatsen; c) het openen en sluiten van de graven voor een
                            begraving, opgraving of ruiming c.q. bijzetting of ruiming; d) de
                            verstrooiing van as.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de gemeentelijke begraafplaats "Lindenhof" is een deel ter
                            beschikking gesteld aan de Rooms-Katholieke parochie O.L. Vrouwe te
                            Nieuw-Vennep. Begraven op dit gedeelte geschiedt slechts met toestemming
                            van deze parochie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de administratie van de
                            begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie bevat een register van alle op de begraafplaatsen
                            begraven lijken met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij
                            begraven zijn, alsmede een register van bijgezette asbussen met de
                            krachtens artikel 65, eerste lid, van de wet voorgeschreven gegevens. De
                            in deze registers opgenomen gegevens zijn op grond van artikel 27 lid 2
                            van de Wet op de Lijkbezorging openbaar en worden op verzoek
                            verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en
                            gebruikers van de graven, met hun namen en adressen en zo mogelijk
                            aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet
                            openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht de wijziging van hun
                            adres aan het college door te geven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de in het derde lid bedoelde registers kunnen alleen rechthebbenden
                            en gebruikers of hun rechtsopvolgers, een uittreksel verkrijgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plattegrond</titel></kop><al>Van de begraafplaatsen berust bij de beheerder een plattegrond, waarop de
                        graven genummerd zijn aangeduid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen en ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn toegankelijk gedurende door het college bij
                            nadere regels vast te stellen tijden. Zij maakt deze tijden openbaar
                            bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In verband met werkzaamheden op een begraafplaats kan de beheerder
                            bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk
                            ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is voor bezoekers verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen
                            niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekers van de begraafplaatsen dienen zich ordentelijk te gedragen en
                            zonodig de aanwijzingen van personeel op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is steenhouwers, hoveniers, fotografen en andere personen die
                            werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten,
                            verboden dit te doen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder.
                            Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. Bij de uitvoering van
                            werkzaamheden dienen zonodig de aanwijzingen van de beheerder te worden
                            gevolgd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden,
                            behalve met toestemming van de beheerder. Motorrijtuigen waarvoor
                            toestemming is verleend, mogen niet harder rijden dan 10 km per
                            uur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>met fietsen, bromfietsen of andere motorrijwielen op de
                                    begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren;</al></li><li nr="b."><al>honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen;</al></li><li nr="c."><al>op de graven te lopen of te zitten en er gereedschappen of
                                    andere niet tot de graven behorende voorwerpen op te
                                    leggen;</al></li><li nr="d."><al>een begraafplaats te verontreinigen;</al></li><li nr="e."><al>zonder toestemming of opdracht van de aanvrager een uitvaart te
                                    fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;</al></li><li nr="f."><al>op of vanaf een begraafplaats vliegtuigen te spotten;</al></li><li nr="g."><al>bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor
                                    reclame te maken;</al></li><li nr="h."><al>as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen
                                    anders dan na toestemming van de beheerder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De beheerder kan bezoekers of werklieden die zich niet aan de hiervoor
                            bedoelde geboden en verboden houden de toegang tot de begraafplaats
                            ontzeggen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het
                            college te bepalen periode de toegang worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijdstippen plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het begraven van lijken, het bijzetten van asbussen en de verstrooiing
                            van as in de aanwezigheid van nabestaanden geschiedt op werkdagen van
                            maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 14.30 uur en op zaterdag
                            tussen 9.00 en 14.00 uur. Op andere dagen en tijdstippen kunnen - ter
                            beoordeling van de beheerder - eveneens begrafenissen, bijzettingen of
                            andere plechtigheden plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tijdstip van begraven of bezorgen van as wordt telkens en voor elke
                            plechtigheid afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken
                            aanvrager, rechthebbende of gebruiker, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dodenherdenkingen en andere plechtigheden kunnen geschieden nadat deze
                            ten minste een week tevoren bij de beheerder zijn gemeld. Datum en uur
                            van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschieden worden in het
                            belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de
                            aanvrager door de beheerder vastgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Indeling van de begraafplaatsen, onderscheid van de graven en
                            asbestemming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indeling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De graven worden door het college uitgegeven aansluitend op de reeds
                            uitgegeven graven. Indien dit naar het oordeel van het college niet
                            bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen graven worden uitgegeven.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de indeling van de begraafplaatsen, de bestemming van de
                            grafvelden en het onderscheid in graven nader vast stellen en
                            wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderscheid en uitgifte graven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren.
                                Deze termijn kan niet worden verlengd. Een lijk kan echter na afloop
                                van deze termijn op verzoek van de gebruiker of andere
                                belanghebbenden worden herbegraven in een eigen graf. Algemene
                                graven zijn alleen bestemd voor directe begraving.</al></li><li nr="2."><al>Eigen graven worden uitgegeven voor een termijn van twintig jaren.
                                Deze termijn wordt telkens met tien jaar verlengd op verzoek van de
                                rechthebbende, mits een zodanig verzoek binnen twee jaar vóór het
                                verstrijken van de termijn is gedaan. De uitgifte kan onder
                                voorwaarden geschieden. Eigen graven kunnen ook voor niet directe
                                begraving worden uitgegeven (reservering) indien dit wegens de
                                situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is, zulks ter
                                beoordeling van de beheerder. Eigen graven op de begraafplaatsen
                                Lindenhof (algemeen deel en R.K. deel) en Taxushof in Nieuw-Vennep
                                worden slechts uitgegeven voor directe begraving. Op begraafplaats
                                Wilgenhof in Hoofddorp worden geen graven meer uitgegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het recht op een eigen graf geeft de rechthebbende het uitsluitend
                                recht daarin te doen begraven en begraven te houden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste en tweede lid bedoelde grafrecht wordt
                                schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte.</al></li><li nr="5."><al>Bestaande graven met een uitsluitend recht die voorheen zijn
                                uitgegeven voor onbepaalde tijd, blijven bestaan tot het moment dat
                                de betreffende begraafplaats wordt opgeheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bijzetten asbussen; verstrooiing van as</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een asbus kan worden bijgezet in een eigen graf, een eigen urnengraf
                                of een eigen urnennis.</al></li><li nr="2."><al>Een asbus kan niet worden bijgezet in een algemeen graf.</al></li><li nr="3."><al>Een asbus kan op een eigen graf slechts in een urn worden
                                bijgezet.</al></li><li nr="4."><al>Urnen op een graf of in een open nis dienen stevig aan de ondergrond
                                te worden bevestigd.</al></li><li nr="5."><al>As kan worden verstrooid op de begraafplaats of in een eigen
                                graf.</al></li><li nr="6."><al>Bijzetting van de asbus impliceert dat de rechthebbende of gebruiker
                                opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as in die zin
                                dat de as dient te worden verstrooid, indien het grafrecht niet
                                wordt verlengd en niet tijdig een andere bestemming kenbaar is
                                gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Capaciteit en formaat graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene graven;</al></li><li nr="b."><al>eigen graven;</al></li><li nr="c."><al>eigen urnengraven;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnennissen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en
                            hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de graven en hoeveel
                            verstrooiingen van as er op of in de eigen graven kunnen plaatsvinden.
                            Zij bepaalt tevens de afmetingen van de graven en de voor het plaatsen
                            van een gedenkteken of beplanting beschikbare afmetingen van een graf
                            .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Sommige typen graven of bepaalde diensten zijn soms niet, niet meer of
                            nog niet, en niet voor alle termijnen, beschikbaar. Een aanvrager heeft
                            geen recht op levering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Vereisten voor begraving of bijzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager die een lijk wil doen begraven of as wil bezorgen, geeft
                            daartoe opdracht door middel van een door de beheerder vast te stellen
                            formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager die een lijk wil doen begraven of een asbus wil doen
                            bijzetten, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk op de ochtend
                            van de dag voorafgaande aan de dag waarop de begraving of bijzetting zal
                            plaatsvinden, kennis aan de beheerder. Daarbij wordt aangegeven ten
                            aanzien van welke van de in artikel 9, 10 en 11 bedoelde typen graven
                            men een grafrecht wil vestigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester overeenkomstig artikel 17 van de Wet op de
                            lijkbezorging verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het
                            overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig
                            mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de in het tweede en derde lid bedoelde kennisgeving dient het verlof
                            tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander
                            wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient
                            behalve het in het vierde lid bedoelde verlof of document ook het in het
                            derde lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de begraving of de bijzetting in een bestaand eigen graf zal
                            plaatsvinden, dient de toestemming daartoe aan de beheerder te worden
                            overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de
                            rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen
                            of kunststof (binnen)kist.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is verboden om een lijk te begraven met gebruikmaking van een
                            lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit
                            1998.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten
                            bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan
                            kleine verteerbare grafgiften.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel dient
                            ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraing een
                            schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door het
                            college vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de in
                            voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een
                            lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten
                            overleggen a) een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de
                            gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998 en
                            b) een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanwijzing graf; controle bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van
                            het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aanvrager, door de
                            beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 12
                                    en 14 opgenomen vereisten is voldaan, en</al></li><li nr="b."><al>alleen bij begraving van een lijk, de beheerder de identiteit
                                    van het lijk heeft vastgesteld door vergelijking van het op de
                                    kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met
                                    dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens-
                                    en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van
                                    de doodgeborene bevat.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Verlenging en overgang grafrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verlenging grafrechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving of bijzetting van een asbus in een eigen graf waarvan de
                            uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder
                            gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot 10 jaar na deze
                            begraving of bijzetting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of
                            gebruiker en indien deze is overleden, door een van de in artikel 15,
                            tweede lid, bedoelde personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgang grafrechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder
                            van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken
                            rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Overdracht is slechts
                            mogelijk op naam van één (rechts)persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het
                            grafrecht worden overgeschreven, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                            binnen 12 maanden na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker.
                            Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden
                            begraven of zijn asbus dient te worden bezorgd, dient het verzoek tot
                            overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de in het vorige lid bedoelde overschrijving niet binnen de
                            termijn van 12 maanden is gedaan, kan het college het grafrecht
                            vervallen verklaren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in de vorige leden bedoelde termijn kan het
                            grafrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende of gebruiker
                            worden gesteld, tenzij het grafrecht betrekking heeft op een graf dat
                            inmiddels is geruimd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te
                            kunnen maken op enige vergoeding.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>6.</nr><titel>Wijziging van het graf, opgraving en ruiming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opgraving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Lijken zullen, behalve op gezag van een gerechtelijke autoriteit, niet
                            worden opgegraven dan met verlof van de burgemeester en voor zover het
                            eigen graven betreft niet dan met toestemming van de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de opgraving van lijken zijn geen andere personen aanwezig dan
                            degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ruiming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Graven worden niet eerder geruimd dan na afloop van tien jaren na het
                            begraven van het laatste lijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het vorige lid worden eigen graven niet
                            eerder geruimd dan met toestemming van de rechthebbende dan wel wanneer
                            het recht op de voet van het bepaalde in artikel 15, vierde lid, of
                            artikel 21 is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Rechthebbenden kunnen een eigen graf laten schudden; in dat geval vindt
                            ruiming van het graf plaats door het zorgvuldig bijeen garen van alle
                            beenderen in een beenderenkist, die onder de bodem van het graf
                            ingegraven wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen
                            die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>7.</nr><titel>Gedenktekens en grafbeplantingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergunning en onderhoud grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 20 is het verboden om zonder
                            vergunning van het college grafstenen, zerken of andere gedenktekens te
                            plaatsen, alsmede heesters of andere beplantingen op graven aan te
                            brengen. Voor het aanvragen van de vergunning worden op verzoek door de
                            beheerder formulieren verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen
                            van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere
                            regels vaststellen. De regels kunnen per begraafplaats en per gedeelte
                            van de begraafplaats verschillen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de
                                    fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig is naar
                                    het oordeel van het college;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking naar het oordeel van het college ernstig
                                    afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van
                                    het college aanstootgevend of kwetsend kan zijn;</al></li><li nr="d."><al>niet voldaan wordt aan de in het vorige lid bedoelde bekend
                                    gemaakte nadere regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen of aanbrengen van gedenktekens of van beplantingen
                            op graven geschiedt door de rechthebbende of gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen
                            van gedenktekens of van beplantingen op graven komen voor rekening van
                            de rechthebbende of gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking naar het
                            oordeel van de beheerder goed te onderhouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op algemene graven kan slechts een grafbedekking worden aangebracht,
                            indien het graf vol is.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar
                            materiaal op een graf te leggen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college is bevoegd een grafbedekking voor haar rekening en risico
                            tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats
                            noodzakelijk is. Het wegnemen van een grafbedekking voor een begraving,
                            bijzetting of opgraving geschiedt voor rekening en risico van de
                            rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het college kan aan een rechthebbende op een eigen graf in bijzondere
                            omstandigheden toestemming geven tot het daarin voor eigen rekening doen
                            aanbrengen van een grafkelder, op door haar te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                            behoorlijk te onderhouden of te herstellen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                            herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                            voorwaarden of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                            verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de
                            rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                            enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk
                            per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de
                            grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het
                            mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende
                            niet bekend is. Bij het graf wordt en verwijzing naar de mededelingen
                            aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of gebruiker per aanschrijving
                            verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien
                            de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het
                            uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging
                            van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>A Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het schoonhouden en na verzakking opnieuw stellen
                        van het gedenkteken en de zorg voor de winterharde beplanting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beplanting en losse voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op en rond een eigen graf mogen winterharde gewassen en meerjarige
                            planten worden aangebracht, mits deze in volle wasdom niet hoger dan 80
                            cm worden en de afmetingen van het graf niet worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op en rond een algemeen graf en een strooiveld mogen geen gewassen en
                            planten worden aangebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is toegestaan om op of bij een graf losse bloemen te leggen of
                            bloemen in steekvazen te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is niet toegestaan om op een graf losse voorwerpen van glas en
                            andere breekbare materialen te plaatsen, evenals lichte voorwerpen die
                            gemakkelijk weg kunnen waaien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten en losse voorwerpen kunnen door
                            de beheerder worden verwijderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>8.</nr><titel>Einde van de grafrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vervallen grafrechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafrechten vervallen:</al><lijst><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of gebruiker afstand doet van het
                                    recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de betaling van het gebruiksrecht en de onderhoudskosten
                                    ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht
                                    niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is
                                    geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of gebruiker - ondanks een aanmaning -
                                    in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem
                                    rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd
                                    handelt;</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende of de gebruiker van een graf is
                                    overleden en het recht niet binnen één jaar is
                                    overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in
                            het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de
                            kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele
                            andere kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting kan
                            gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de
                            rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Na het
                            vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze
                            voorwerpen doen gelden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>9.</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Opvallende grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis
                            zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college
                            of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden
                            bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van
                            grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>10.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 6, derde, vijfde, zesde en zevende
                            lid, en artikel 12, zevende en achtste lid, wordt gestraft met een
                            geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van artikel 6, derde, vijfde, zesde en zevende lid, en
                            artikel 12, zevende en achtste lid, van de verordening kan worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                            'Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 1992' gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            aanvraag om vergunning op grond van de 'Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen 1992' is ingediend en voor het tijdstip van
                            inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist,
                            wordt daarop deze verordening toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Haarlemmermeer
                                1992 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde
                                datum van in werking treden, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft voor de feiten en omstandigheden die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van haar
                                bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening
                                gemeentelijke begraafplaatsen Haarlemmermeer 2005.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 juni 2005.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>dr. M.J.E.M. van Dam mr. A.Ph. Hertog</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>Toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al/><al>Onderdeel a.</al><al>Degene die het verlof tot cremeren aanvraagt (al dan niet via een
                    uitvaartverzorger) en die opdracht geeft voor de crematie, is de persoon die ook
                    de bestemming aan de as kan geven. Zoals bijzetting in een (urnen)graf of
                    verstrooiing.</al><al>Onderdeel e.</al><al>In de verordening wordt meerdere malen de beheerder genoemd als de bevoegde of
                    verantwoordelijke persoon voor bepaalde handelingen of besluiten. In het
                    merendeel van de gevallen gaat het feitelijk om taken van overig personeel,
                    onder (eind)verantwoordelijkheid van de beheerder.</al><al>Het beheer van de begraafplaatsen is momenteel uitbesteed aan Beheer
                    Begraafplaatsen Haarlemmermeer BV (BBH). Overal waar in deze verordening over
                    'de beheerder' wordt gesproken kan op dit moment 'de BBH' worden gelezen.</al><al>Ten aanzien van het RK-gedeelte van de begraafplaats Lindenhof vindt ten aanzien
                    van het beheer zonodig overleg plaats met het parochiebestuur. Zie ook de
                    toelichting bij het derde lid van artikel 3.</al><al>Onderdeel h.</al><al>Een eigen graf hoeft niet alleen bestemd te zijn voor het begraven van
                    overledenen. Er kunnen ook asbussen worden bijgezet en op of in het graf kan as
                    worden verstrooid. Het graf kan ook worden uitgegeven indien er niemand wordt
                    begraven of geen as wordt bijgezet (reserveren van een graf); het graf kan
                    fungeren als gedenkplaats, bijvoorbeeld voor een persoon die langdurig is
                    vermist, voor een persoon wiens graf onbekend of langer geleden geruimd is of
                    voor een persoon waarvan de as na crematie verstrooid is.</al><al>Voor de stoffelijke overschotten van kinderen zijn op de begraafplaatsen graven
                    in aparte vakken beschikbaar; er is evenwel geen verplichting om kinderen in een
                    graf op een kindervak te begraven. De graven voor kinderen kunnen zowel algemene
                    graven (met meerdere kinderen in een graf) als eigen graven zijn.</al><al>Onderdeel i.</al><al>Met de term 'gebruiker' wordt aansluiting gezocht bij de landelijk gebruikelijke
                    terminologie.</al><al>Onderdeel j.</al><al>De uitgifte van een ruimte waarin een stoffelijk overschot of een asbus wordt
                    bewaard, geschiedt schriftelijk. De beschikking waarmee dit geschiedt wordt in
                    de systeem van deze verordening de grafakte genoemd. Ook wanneer een graf op
                    naam van een andere persoon wordt overgeboekt, moet een grafakte worden
                    uitgegeven.</al><al>Onderdeel k.</al><al>Het grafrecht is het recht om gebruik te kunnen maken van een grafruimte. Het is
                    niet alleen het recht om in het graf een stoffelijk overschot te begraven, maar
                    ook om het begraven te houden gedurende de looptijd van het graf. In eigen
                    graven kan meer dan één stoffelijk overschot worden bijgezet. De rechthebbende
                    op het graf bepaalt wie mag worden bijgezet. Bij een algemeen graf krijgt de
                    gebruiker het recht om één overledene te begraven, maar heeft hij geen
                    zeggenschap over wie verder in dit graf wordt bijgezet. Een en ander geldt
                    uiteraard ook voor de plaatsing van asbussen in eigen graven.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Het hier omschreven beheer omvat het beheer van gemeentewege in ruime zin. Het
                    voeren van de administratie en het aanleggen, openen, sluiten en ruimen van
                    graven, het begraven, opgraven en herbegraven van lijken, het bijzetten en
                    wegnemen van asbussen, het afnemen en plaatsen van grafmonumenten en voorwerpen
                    in verband met het openen van graven, het verstrooien van as en het onderhouden
                    van het terrein vallen er allemaal onder. De tarieven voor de onderscheidene
                    diensten worden door de raad vastgesteld in de verordening op de heffing en
                    invordering van lijkbezorgingsrechten.</al><al>Derde lid.</al><al>In december 1991 is de gemeente een overeenkomst aangegaan met het bestuur van
                    de RK parochie Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen te Nieuw-Vennep, die - kort
                    gezegd - inhield dat de parochie om niet grond afstond aan de gemeente voor een
                    algemene begraafplaats, waarna de gemeente de aangrenzende bestaande RK
                    begraafplaats mede zou gaan onderhouden of exploiteren. Deze overeenkomst is nog
                    onverkort van toepassing. Eén van de bepalingen van de overeenkomst is dat ten
                    aanzien van het RK-deel van de begraafplaats afspraken worden gemaakt over de
                    wijze van beheer. Ten aanzien van de openingstijden van de begraafplaats,
                    tarieven, uitgifteduur en wijze van uitgifte en uitvoering van graven kunnen
                    afspraken worden gemaakt, die afwijken van de overige gemeentelijke
                    begraafplaatsen. In de vorige beheersverordening was bepaald dat het college
                    afwijkende regels kon stellen voor het kerkelijk deel van een begraafplaats,
                    maar van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Wel waren in de
                    beheersverordening de tijden waarop het RK-deel van de begraafplaats
                    toegankelijk is, iets anders gesteld. Omdat de tijden waarop de begraafplaatsen
                    toegankelijk zijn in deze verordening ruimer zijn gesteld, is deze afwijkende
                    regeling niet meer nodig. Deze verordening is op meer onderdelen ook flexibeler
                    dan de vorige verordening. De parochie heeft het concept van de verordening van
                    commentaar voorzien, wat heeft geleid tot enkele aanpassingen. Op verzoek van de
                    parochie is een beperking aangebracht bij de uitgifte van graven; gelet op de
                    beperkte ruimte van het RK-deel van de Lindenhof worden geen graven uitgegeven
                    die niet voor directe begraving bestemd zijn. Voorts zal op verzoek van de
                    parochie aan hen worden medegedeeld wie er op het R.K. deel begraven zijn.
                    Informatie over overledene personen valt niet onder de werking van de Wet
                    bescherming persoonsgegevens (WBP). Informatie over de rechthebbenden van deze
                    graven zal in principe niet worden verstrekt omdat deze informatie onder de
                    werking van de WBP valt. Hiervoor zal toestemming van de rechthebbende nodig
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Tweede, derde en vijfde lid.</al><al>Op grond van de artikelen 27 en 65 Wet op de lijkbezorging is de houder van een
                    begraafplaats of plaats van bijzetting van asbussen verplicht een register bij
                    te houden van lijken en asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats
                    van begraving of bijzetting. Artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging
                    bevat nadere voorschriften ten aanzien van de gegevens die moeten worden
                    opgenomen ter zake van bijgezette asbussen.</al><al>De registers zijn geen zelfstandige boekwerken of computerbestanden, maar een
                    onderdeel van de begraafplaatsadministratie. Deze administratie is voor derden
                    niet toegankelijk. De in of krachtens de wet voorgeschreven gegevens zijn wel
                    openbaar en worden op verzoek aan iedere aanvrager verstrekt.</al><al>Vierde lid.</al><al>De verordening verplicht rechthebbenden en gebruikers de wijziging van hun adres
                    door te geven. Het is belangrijk het adresbestand van de
                    begraafplaatsadministratie actueel te houden, in verband met het aanbieden van
                    verlenging van de termijn van eigen graven, kindergraven en urnenruimten. Bij
                    eigen graven gaat het om een wettelijke plicht. Ook ten aanzien van algemene
                    graven is het wenselijk om in geval van problemen nabestaanden te kunnen
                    benaderen. Wanneer zij tijdig in kennis worden gesteld van het voornemen om
                    algemene graven te ruimen, kunnen zij de wens te kennen geven dat de overledene
                    in een nieuw eigen graf wordt begraven. Ook is het mogelijk de stoffelijke
                    resten alsnog te laten cremeren en in een asbus te bergen en bij te zetten.</al><al>Op de noodzaak om adreswijzigingen door te geven kan ook in de grafakten en in
                    folders en ander informatiemateriaal worden geattendeerd.</al><al>Vijfde lid.</al><al>In de heffingsverordening kan worden bepaald dat gegevens uit het register of de
                    administratie worden verstrekt tegen betaling van kosten.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Eerste lid.</al><al>De begraafplaatsen zijn in beginsel overdag toegankelijk; het college stelt de
                    nadere tijden vast in een uitvoeringsregeling. Met het oog op bestrijding van
                    eventueel regelmatig vandalisme biedt het eerste lid de mogelijkheid om de
                    toegang tot bepaalde uren te beperken, bijvoorbeeld om toezicht mogelijk te
                    maken. Afhankelijk van ervaring kan het gaan om een tijdelijke of permanente
                    maatregel.</al><al>Tweede lid.</al><al>Voor werkzaamheden als opgravingen en ruimingen kan de beheerder tijdelijk (een
                    deel van) de begraafplaats voor bezoekers afsluiten. Het is aan de beheerder om
                    te beoordelen welke personen bij het delven en openen van graven en andere
                    werkzaamheden aanwezig kunnen zijn.</al><tussenkop>Vierde lid.</tussenkop><al>Bezoekers en werklieden dienen zich te gedragen overeenkomstig de op een
                    begraafplaats gepaste wijze. Het is ongewenst om op de graven te lopen of te
                    zitten, de begraafplaats te verontreinigen, loslopende honden mee te nemen,
                    gereedschappen en andere niet tot de graven behorende voorwerpen op of tegen
                    graven te leggen etc., zoals in het zesde lid is gespecificeerd. Daarnaast zijn
                    het maken van luide muziek, het houden van een picknick of een barbecue, het
                    plaatsen van een tent en dergelijke ongewenst.</al><al>Zesde lid.</al><al>De beheerder kan toestemming verlenen voor het op de begraafplaats rijden met
                    een lijkauto, te behoeve van een begrafenis. Ook kan toestemming worden verleend
                    aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen voor aanleg-
                    en onderhoudswerkzaamheden. De toestemming kan mondeling worden verleend.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al><cursief>Eerste lid</cursief>.</al><al>Begrafenissen en andere plechtigheden vinden in de regel plaats op werkdagen en
                    zaterdagen. Soms wordt door opeenvolgende zon- en feestdagen de periode waarin
                    niet begraven zou kunnen worden te groot. In dat geval kan dan ook begraving op
                    andere dagen worden toestaan. Met het oog op wensen van nabestaanden, is er geen
                    bezwaar om ook op andere dagen en tijdstippen te begraven, as te verstrooien of
                    andere plechtigheden te houden. Of dit in concrete situaties mogelijk is, is ter
                    beoordeling van de beheerder. De feitelijke beschikbaarheid van personeel op
                    ongebruikelijke dagen en tijdstippen, CAO-verplichtingen en Arbo-wetgeving
                    spelen een rol in de overwegingen van de beheerder.</al><al>Ten aanzien van het RK-gedeelte van de begraafplaats Lindenhof kunnen ook de
                    eventuele wensen van het parochiebestuur worden meegewogen.</al><al>Tweede 2.</al><al>Begrafenissen, bijzettingen van asbussen of de verstrooiing van as worden in de
                    regel enkele dagen tevoren door uitvaartverzorgers aangemeld bij de beheerder.
                    De beheerder zal zoveel mogelijk aan de wens van de aanvrager tegemoet komen.
                    Wanneer echter meer begrafenissen of andere plechtigheden voor een zelfde
                    tijdstip worden aangemeld, moet de beheerder voor een goede gang van zaken de
                    bevoegdheid hebben een ander tijdstip vast te stellen.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het artikel voorziet in de mogelijkheid om feitelijk te kunnen sturen in het
                    beheer van de begraafplaats. In sommige vakken kan de uitgifte van graven
                    tijdelijk worden gestaakt, als dit voor herinrichting of groot onderhoud
                    wenselijk is. Er kan ook worden besloten om in een bepaalde urnenmuur geen
                    nissen meer uit te geven. Bijvoorbeeld wanneer deze muur op korte of middellange
                    termijn verplaatst of vervangen moet worden.</al><al>Terzake van het onderscheid tussen de graven kan een uitvoeringsbesluit worden
                    vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Eerste lid.</al><al>Algemene graven worden per definitie slechts uitgegeven voor directe
                    teraardebestelling van een overledene en algemene urnengraven voor de directe
                    plaatsing van een urn. Deze graven kunnen niet worden gereserveerd. Voorheen
                    werden algemene graven uitgegeven voor een termijn van 15 jaar. Bij reeds
                    uitgegeven plaatsen in bestaande algemene (urnen)graven wordt de oude termijn
                    gerespecteerd. Het gelijkschakelen van de termijn van uitgifte van een algemeen
                    graf met de termijn van grafrust heeft als voordelen dat het beheer van de
                    begraafplaatsen flexibeler wordt, in de toekomst minder snel uitbreidingen van
                    het begraafareaal nodig zijn en dat eventuele op- en herbegravingen na een
                    termijn van 10 jaar op minder praktische bezwaren stuiten. </al><al>Er is bepaald dat een stoffelijk overschot alleen kan worden herbegraven in een
                    eigen graf, om te voorkomen dat stoffelijke resten voortdurend in algemene
                    graven worden herbegraven. Als herbegraving plaats vindt in een bestaand graf,
                    hoeven de grafrechten in voorkomende gevallen niet te worden verlengd tot de
                    wettelijke termijn van grafrust. Het grafrecht kan dan desgewenst worden
                    verlengd wanneer het lopende recht afloopt. Als herbegraving plaats vindt in een
                    nieuw graf, wordt dat voor 20 jaar uitgegeven.</al><al>Tweede lid.</al><al>Met uitzondering van de algemene begraafplaatsen in Nieuw-Vennep (Lindenhof
                    algemeen deel en R.K. deel en de Taxushof) kunnen eigen (urnen)graven worden
                    gereserveerd, dat wil zeggen worden uitgegeven zonder dat er direct begraven
                    wordt, mits dit niet bezwaarlijk is wegens de situatie op de begraafplaats.
                    Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan mensen die een graf willen reserveren naast
                    het eigen graf van hun ouders. Of aan personen, al dan niet zonder nabestaanden,
                    die de regie van hun uitvaart in eigen hand nemen. Voor een gereserveerd graf
                    moeten de gebruikelijke kosten (grafrechten e.d.) en bijdragen in het onderhoud
                    worden betaald. </al><al>Indien men een gedenkplaats wenst - om er een monument te plaatsen voor een of
                    meer personen die elders begraven zijn, wiens graf inmiddels geruimd is of die
                    gecremeerd zijn - dient men een eigen (urnen)graf te huren. Vanzelfsprekend
                    gelden voor een dergelijke herdenkingsplaats dan de normale tarieven voor een
                    eigen (urnen)graf. </al><al>Ook kan een eigen (urnen)graf worden gebruikt om as te verstrooien. </al><al>Voor de algemene begraafplaatsen in Nieuw-Vennep kunnen geen herdenkingsplaatsen
                    worden gereserveerd in verband met de beperkte capaciteit op deze
                    begraafplaatsen.</al><al>Eigen graven worden uitgegeven voor de termijn van 20 jaren. Na afloop van de
                    eerste termijn van uitgifte is verlenging mogelijk voor 10 jaar. En vervolgens
                    telkens in verdere stappen van 10 jaar, conform de wettelijke voorschriften op
                    dit punt. Grafrechten mogen op grond van wettelijke voorschriften niet eerder
                    worden verlengd, dan 2 jaar voor afloop. De beheerder zal tijdig schriftelijk
                    verlenging van het grafrecht aanbieden. Indien een rechthebbende of gebruiker
                    niet op korte termijn reageert op het aanbod tot verlenging van een grafrecht op
                    een eigen graf of een eigen urnenplaats, mag hij tot verlenging besluiten tot de
                    dag voorafgaand aan de dag waarop het grafrecht verloopt. Indien de
                    rechthebbende na het verstrijken van de termijn te kennen geeft alsnog met
                    terugwerkende kracht te willen verlengen, heeft hij het recht op verlenging
                    verloren. Het is het aan de beheerder om te besluiten wel of niet met een
                    verlenging met terugwerkende kracht in te stemmen. Indien het graf inmiddels is
                    geruimd, is verlenging niet meer mogelijk. Als de beheerder een verlenging
                    vanuit het oogpunt van beheer (bijvoorbeeld wanneer er schaarste is in een
                    bepaald type graf, of wanneer het betreffende grafvak op korte of middellange
                    termijn wordt heringericht) niet wenselijk acht, dan wordt geen verlenging met
                    terugwerkende kracht toegestaan.</al><al>Indien de verlenging van een eigen graf tijdig wordt gevraagd, dan wel
                    aangeboden en geaccepteerd, kan de verlenging op grond van de wet niet worden
                    geweigerd.</al><al>In het verleden zijn op diverse begraafplaatsen ook eigen graven voor 10, 15, 25
                    en 40 jaar uitgegeven. Uitgifte van een eigen graf voor een termijn van 10 of 15
                    jaar is sinds de wetswijziging van 1991 niet meer mogelijk. Van graven die voor
                    10 jaar zijn uitgegeven zijn de rechten inmiddels vervallen of verlengd. Graven
                    die voor andere termijnen zijn uitgegeven, kunnen telkens met 10 jaar worden
                    verlengd.</al><al>De uitgifte van graven kan onder voorwaarden geschieden. Hierbij wordt gedacht
                    aan de situatie dat technische omstandigheden van (een gedeelte van) de
                    begraafplaats nopen tot bijzondere voorwaarden, zoals de verplichting om een
                    waterdichte (2-persoons)grafkelder te plaatsen indien de grondwaterstand zo hoog
                    is dat uitgifte van een 2-persoons diep graf zonder een dergelijke voorwaarde
                    wettelijk niet toegestaan is.</al><al>Derde lid.</al><al>Bij een begraving in een algemeen graf krijgt de gebruiker het recht om een
                    overledene op een namens het college aangewezen plaats in een door het college
                    aangewezen graf te begraven en begraven te houden. Het recht op een eigen graf
                    geeft de rechthebbende het uitsluitend recht daarin te doen begraven en begraven
                    te houden. Het belangrijkste verschil is dat de rechthebbende van een eigen graf
                    beslist welke andere personen in dat graf worden bijbegraven of van wie de asbus
                    wordt bijgezet.</al><tussenkop>Vierde lid. </tussenkop><al>Grafrechten, zowel met betrekking tot een algemeen graf, als een eigen graf,
                    worden schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte.</al><al>Vijfde lid.</al><al>Graven die voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven en waarvan ook de
                    onderhoudsbijdragen in het verleden voor onbepaalde tijd zijn afgekocht, worden
                    in stand gehouden zolang de begraafplaats blijft bestaan. Echter, voor deze
                    graven geldt ook de wettelijke regel dat bij ernstige verwaarlozing van het
                    grafmonument en indien de rechthebbende niet tot reparaties of vervanging van
                    het monument overgaat, het grafrecht kan vervallen. Ook dient te worden voldaan
                    aan de verplichting in artikel 15, dat het grafrecht moet worden overgeschreven
                    op een nieuwe rechthebbende, binnen een jaar na het overlijden van de
                    rechthebbende. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al><cursief>Eerste lid</cursief>.</al><al>Een asbus dient op grond van wettelijke voorschriften na crematie een maand door
                    de crematoriumhouder te worden bewaard, alvorens de as een bestemming krijgt.
                    Bijzetting van een asbus in een graf of columbarium kan derhalve eerst na een
                    maand na de crematie plaats vinden.</al><al>Tweede lid.</al><al>Omdat bijzetting van een asbus in een gewoon algemeen graf een inefficiënt
                    ruimtebeslag zou betekenen, is dat uitgesloten. Bovendien zou begraving van een
                    asbus tussen stoffelijke resten in kisten een onnodige belemmering vormen voor
                    het eventueel een andere bestemming geven van de as. De opgraving van een asbus
                    uit een algemeen graf zou de grafrust van andere begravenen kunnen belemmeren. </al><al>Behalve bijzetting in een graf zijn uiteraard ook andere bestemmingen van as
                    mogelijk. Verstrooiing kan behalve in of boven een eigen graf ook plaatsvinden
                    op een strooiveld van een begraafplaats. Verstrooiing kan ook plaatsvinden op
                    een strooiveld elders, boven zee of op een andere door de overledene of diens
                    nabestaanden gewenste plek. Men is daarbij uiteraard gebonden aan de daarvoor
                    geldende regels van de betreffende gemeente; in voorkomende gevallen is ook
                    toestemming van de eigenaar van de onderrond vereist.</al><al>Vijfde lid.</al><al>In de Uitvoeringsregeling bij de Beheersverordening gemeentelijke
                    begraafplaatsen Haarlemmermeer 2005 is geregeld dat as van overledenen kan
                    worden verstrooid (artikel 4). Verstrooiing van as vindt plaats onder
                    begeleiding van de beheerder van de begraafplaats in een eigen graf of op de
                    begraafplaats op een daartoe ingerichte plaats. </al><al><cursief>Zesde lid</cursief>.</al><al>Voor het geval de gebruiker van een algemeen urnengraf of urnennis de eerste
                    termijn niet verlengt, of na ruiming van een eigen graf geen aanwijzingen voor
                    de bestemming van de as geeft, maar ruiming van de asbus wegens de wettelijke
                    termijn van twintig jaar nog niet mogelijk is, regelt dit lid dat bijzetting
                    voor een kortere termijn dan twintig jaren impliceert dat opdracht wordt gegeven
                    voor verstrooiing van de as, tenzij de gebruiker of aanvrager alsnog andere
                    aanwijzingen geeft. Een wijziging van de bestemming van de as, in opdracht van
                    betrokkenen, is namelijk wel mogelijk binnen de termijn van twintig jaren.
                    Feitelijk komt dit overeen met ruiming, omdat ruiming ook geschiedt door
                    verstrooiing van de as. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Eerste lid.</al><al>Eigen graven kunnen bij leven worden gereserveerd. Behoudens ten aanzien van de
                    begraafplaatsen in Nieuw-Vennep en begraafplaats Wilgenhof in Hoofddorp kan een
                    eigen graf ook uitgegeven worden, zonder dat er (ooit) begraven wordt. Een eigen
                    graf kan dienen als gedenkplaats en het kan ook worden gebruikt als eigen
                    strooiveld.</al><al>In het geval dat nabestaanden een eigen graf bij wijze van gedenkplaats of
                    particulier strooiveld kiezen zijn, alle rechten en plichten, alsmede ook de
                    kosten, van een eigen graf van toepassing. Men kan denken aan het geval dat de
                    eerst overledene van een (echt)paar is gecremeerd en diens as is verstrooid. De
                    langstlevende partner kan dan een grafrecht vestigen en een monument laten
                    plaatsen en later eventueel zelf in dit graf worden bijgezet.</al><al>Tweede lid.</al><al>Het college stelt nadere regels vast voor de afmetingen van graven en de
                    grafbedekking.</al><al>Sommige nabestaanden hebben de neiging om een graf uitbundig te beplanten of om
                    er een fors grafmonument of voorwerpen te plaatsen. Om hinder voor buurgraven te
                    voorkomen is het gewenst dat afmetingen worden vastgesteld. De afmetingen die
                    voor een grafbedekking kunnen worden gebruikt, zijn iets kleiner dan de
                    oppervlakte van het graf. Om in bestaande graven tussen andere graven te kunnen
                    begraven, monumenten goed te kunnen stellen en beplanting niet te laten
                    voortwoekeren over buurgraven e.d., is een bepaalde afstand tussen de
                    grafbedekkingen gewenst. De bepaling is niet van toepassing op bestaande
                    grafmonumenten: eventuele grotere monumenten hoeven niet te worden
                    veranderd.</al><al>Derde lid.</al><al>Ontwikkelingen op de begraafplaatsen hebben soms tot gevolg dat bepaalde
                    voorzieningen (tijdelijk) niet meer beschikbaar zijn, of juist beschikbaar
                    komen. Om niet telkens bij elke wijziging de verordening en een
                    uitvoeringsregeling direct aan te hoeven passen, maakt dit lid een flexibele
                    praktijk mogelijk. Het is de bedoeling dat de beschikbaarheid van bepaalde typen
                    graven en urnenruimten door middel van brochures en andere publicaties ter
                    kennis van het publiek wordt gebracht.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Eerste en tweede lid.</al><al>Het is wenselijk dat een begrafenis of bijzetting tijdig wordt gemeld. Het ligt
                    in de aard der zaak dat bij een nieuw graf of een nieuwe urnenruimte wordt
                    aangegeven welk type men wenst en voor welke termijn. Op het aanvraagformulier
                    kunnen ook bijzondere omstandigheden worden gemeld, zoals een ongebruikelijk
                    formaat lijkkist en het gebruik van een lijkhoes. Bij voorkeur wordt het
                    formulier ingevuld en ondertekend door de aanvrager, degene die opdracht geeft
                    voor de uitvaart. Indien het formulier wordt ingevuld door een gemachtigde,
                    zoals bijvoorbeeld een uitvaartondernemer, zal deze dienen aan te geven wie zijn
                    opdrachtgever en dus de eigenlijke aanvrager is. Dit is van belang om te bepalen
                    wie rechthebbende of gebruiker is of wordt.</al><al><cursief>Vierde lid</cursief>.</al><al>Bij overledenen die in het buitenland zijn overleden en in de gemeente worden
                    begraven, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand van Haarlemmermeer nog een
                    verlof tot begraven af te geven, met uitzondering van het geval dat de betrokken
                    personen in België of Luxemburg zijn overleden. In die laatste gevallen kan aan
                    de hand van documenten uit die landen worden begraven.</al><al>Zesde lid.</al><al>Indien de rechthebbende is overleden en zelf in het betreffende graf begraven
                    moet worden, dient het grafrecht eerst op een nieuwe rechthebbende te zijn
                    overgeboekt alvorens de begrafenis kan plaatsvinden. Zonder opdracht van een
                    rechthebbende mag nimmer een begrafenis in een eigen graf plaatsvinden. Het
                    overleg na een overlijden, tussen de nabestaanden onderling en met de
                    uitvaartverzorger, is in de praktijk vaak ook een goed moment om in familiekring
                    te bezien wie het grafrecht overneemt.</al><al>Zevende lid.</al><al>Het gebruik van een zinken kist is op grond van artikel 15 jo. 4 van het Besluit
                    op de lijkbezorging (Stb. 1997, 647) toegestaan voor stoffelijke overschotten
                    die uit het buitenland komen, mits de ondoordringbaarheid is opgeheven. Ook in
                    het laatste geval blijft een zinken of andere metalen kist evenwel een
                    belemmering voor een natuurlijke lijkontbinding. Het is daarom gewenst om het
                    zink voor begraving te verwijderen of de overledene in een andere wel geheel
                    vergankelike kist of ander wettelijk toegestaan omhulsel te bergen.</al><al>Achtste lid.</al><al>Het is reeds op grond van het Besluit op de lijkbezorging verboden om een lijk
                    te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de
                    voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit 1998. In de praktijk bleek dat dit
                    verbod op grote schaal werd overtreden. Om controle mogelijk en logisch te
                    maken, is het nog eens uitdrukkelijk opgenomen in deze verordening.</al><al>Negende lid.</al><al>Het bepaalde in dit lid heeft de bedoeling om het mee beraven van voorwerpen die
                    niet in de grond horen, die niet vergankelijk zijn of die een natuurlijke
                    lijkontbinding kunnen belemmeren, te voorkomen. Er is geen enkel bezwaar tegen
                    het meebegraven van voorwerpen als kindertekeningen, een kleine stoffen knuffel
                    of een rozenkrans. Maar wel tegen technische hulpmiddelen zoals een koelmatras,
                    plastic zakken met kledingresten van het slachtoffer van een verkeersongeval,
                    medisch afval e.d. In twijfelgevallen kan een uitvaartverzorger in overleg
                    treden met de beheerder van de begraafplaats.</al><al>Tiende lid.</al><al>Uitvaartverzorgers - of nabestaanden die een overledene laten begraven zonder
                    tussenkomst van een uitvaartverzorger - moeten tenminste 24 uur voor de
                    begrafenis een verklaring overleggen, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de
                    vorige drie leden van dit artikel. Indien aan de hand van een recent
                    aankoopbewijs kan worden aangetoond dat eventueel gebruik wordt gemaakt van een
                    lijkhoes van een merk en type dat voldoet aan de wettelijke normen, hoeft geen
                    testrapport meer te worden overgelegd. Welke hoezen voldoen aan de wettelijke
                    normen, wordt regelmatig gepubliceerd door de Landelijke Organisatie van
                    Begraafplaatsen. Waarschijnlijk zal de rijksoverheid binnen afzienbare tijd een
                    onafhankelijke rijksdienst met controle van hoezen belasten. Verklaringen van
                    producenten of leveranciers, zonder deugdelijk onderliggend testrapport, kunnen
                    worden geweigerd omdat is gebleken dat dergelijke verklaringen niet altijd
                    waarheidsgetrouw zijn.</al><al>De beheerder van de begraafplaats of andere door het college van burgemeester en
                    wethouders aangewezen personen kunnen controleren, o.a. door inspectie van de
                    inhoud van de kist of een ander omhulsel, of aan wettelijke bepalingen en de
                    bepalingen van dit artikel voldaan wordt. Men controleert ook de aanwezigheid
                    van een verlof tot begraving en het document als bedoeld in artikel 8 van de Wet
                    op de lijkbezorging dat wisseling van kisten en overledenen moet voorkomen.</al><al>De verklaring moet tijdig en volledig ingevuld worden aangereikt om de beheerder
                    van de begraafplaats in staat te stellen nader onderzoek te doen, inlichtingen
                    in te winnen of overleg te plegen.</al><al>Indien blijkt dat een verklaring niet waarheidsgetrouw is, kan de begraving
                    worden uitgesteld of geweigerd. Onderzoek zal steekproefsgewijs plaats vinden.
                    In ernstige gevallen kan er aanleiding zijn voor een strafrechtelijk onderzoek
                    door justitie en kan een uitvaartverzorger worden verboden om gedurende een
                    nader te bepalen periode zijn werkzaamheden op de begraafplaats(en) uit te
                    oefenen.</al><al>De verklaringen zullen in de begraafplaatsadministratie worden bewaard, omdat
                    informatie over de aanwezigheid van bepaalde materialen en voorwerpen nuttig kan
                    zijn bij opgravingen en ruiming van het graf. Ook kunnen uitvaartverzorgers er
                    achteraf op worden aangesproken als blijkt dat feiten en verklaringen niet
                    overeen kwamen.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>In een graf waarvan de termijn binnen tien jaar afloopt, mag in verband met de
                    wettelijke termijn van grafrust slechts worden begraven indien de termijn tot
                    tien jaar na de begrafenis wordt verlengd. Stel dat bijvoorbeeld in 2004 wordt
                    begraven in een graf waarvan de termijn in 2008 afloopt, dan moet het grafrecht
                    met 6 jaar worden verlengd tot 2014. De kosten van deze verlenging bedragen een
                    evenredig deel van de kosten van een verlenging van 10 jaar. Een eventuele
                    volgende verlenging geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 9, derde
                    lid. In het geval van het zojuist genoemde voorbeeld is dat van 2014 tot 2024;
                    niet van 2014 tot 2018.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Eerste lid.</al><al>Het is gewenst dat direct na het overlijden van een rechthebbende of gebruiker
                    een nieuwe rechthebbende of gebruiker wordt aangewezen die de
                    verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich
                    neemt. Indien de rechthebbende op een graf is overleden en in het betreffende
                    graf begraven moet worden, kan deze begraving pas geschieden nà de
                    overschrijving van het graf. Het grafrecht kan slechts worden overgeschreven op
                    naam van één (rechts)persoon. Het grafrecht gaat niet automatisch over op grond
                    van erfrecht.</al><al>Tweede lid.</al><al>De termijn voor overschrijving van een graf wordt gesteld op maximaal een jaar.
                    De termijn waarbinnen een overschrijving gerealiseerd moet worden is evenwel
                    veel korter dan een jaar, namelijk enkele dagen, als de rechthebbende is
                    overleden en zelf in het betreffende graf begraven moet worden. Immers alleen
                    een nieuwe rechthebbende kan de begraving toestaan. Zie artikel 12, zesde lid,
                    en de toelichting aldaar.</al><al>Derde en vierde lid.</al><al>Het derde lid legt een sanctie op, in het geval dat niet aan de bepaling van het
                    tweede lid wordt voldaan. Het is ongewenst dat graven van personen waarvan geen
                    nabestaanden bekend zijn of waarvoor niemand zich meer verantwoordelijk voelt
                    voor lange termijn in stand blijven, mede omdat de gemeente dan het risico
                    draagt van schade die kan worden veroorzaakt door omvallende grafstenen en
                    inzakkende grafkelders. De bepaling geeft de gemeente, mede gelet op het vierde
                    t/m zevende lid van artikel 28 van de wet, de gelegenheid om verwaarloosde
                    graven te verwijderen.</al><al>Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met soepelheid zal worden
                    gehanteerd. </al><al>Vijfde lid.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat een rechthebbende afstand kan doen van grafrechten,
                    zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Het afstand doen van
                    rechten kan een keuze zijn, wanneer het grafmonument beschadigd of verwaarloosd
                    is en de rechthebbende geen kosten voor herstel of een opknapbeurt wil
                    maken.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Over ruiming van individuele graven wordt beslist door de beheerder, met
                    inachtneming van wettelijke voorschriften en een eventueel door het college te
                    stellen kader. Ruiming kan geschieden door het onder de bodem van een graf
                    dieper herbegraven van stoffelijke resten, dan wel door het overbrengen van de
                    stoffelijke resten naar een verzamelgraf. </al><al>Rechthebbenden kunnen een eigen graf laten schudden; in dat geval vindt ruiming
                    van het graf plaats door het zorgvuldig bijeen garen van alle beenderen van
                    eerder begraven personen in een beenderenkist, die onder de bodem van het graf
                    ingegraven wordt.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Eerste tot en met het vierde lid.</al><al>Het college kan nadere regels vaststellen voor de gedenktekens en
                    grafbeplanting. </al><al>Duurzaamheid van de voor gedenktekens te gebruiken materialen, veiligheid van
                    bezoekers en personeel, het aanzien van de begraafplaats als geheel en het
                    voorkomen van overlast voor belendende graven zijn de belangrijkste invalshoeken
                    voor het vaststellen van die regels. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan het
                    wenselijk zijn voor bepaalde delen van de begraafplaats andere normen te
                    hanteren dan voor overige delen.</al><al>Voor grafbeplanting is geen vergunning vereist; nabestaanden dienen zich wel te
                    houden aan eventuele richtlijnen van het college en overige voorschriften zoals
                    de beschikbare ruimte op het graf en de hoogte van de beplanting.</al><al>Vijfde lid.</al><al>Op een gedenkteken moet door de steenhouwer of andere leverancier het grafnummer
                    duurzaam worden aangebracht. Op eenvoudig weg te nemen voorwerpen die bestemd
                    zijn om permanent op een graf te liggen moet behalve het grafnummer ook het
                    nummer van het vak en de categorie worden aangebracht. Bij omlijstingen moet het
                    grafnummer links op de bovenzijde van de voorband worden aangebracht; op liggend
                    werk links onderaan op het bovenaanzicht; op staand werk links op de steen of
                    het voetstuk op 10 cm boven de fundatie of het maaiveld; bij gebruik van blokken
                    aan weerszijden, op het linker blok boven het midden. De beheerder kan deze
                    voorschriften wijzigen of aanvullen.</al><al>Zesde tot en met het negende lid.</al><al>Nabestaanden zijn verplicht de grafbedekking - gedenktekens en beplanting - goed
                    te onderhouden. Dit onderhoud moet niet worden verward met de taak van de
                    gemeente om de begraafplaatsen als geheel te onderhouden. De gemeente heeft geen
                    verplichting om individuele grafmonumenten of grafbeplantingen aan te brengen,
                    zonodig te herstellen en te onderhouden.</al><al>Indien nabestaanden de grafbedekking niet goed onderhouden of zich niet aan de
                    vergunning of andere regels houden en ook na een waarschuwing in gebreke
                    blijven, kan op grond van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, onderdeel b,
                    het grafrecht vervallen worden verklaard.</al><al>De gemeente kan het - onverlet het bovenstaande - als haar taak zien om het
                    onderhoud van graven en grafmonumenten met een bijzondere historische of
                    cultuurhistorische waarde voor haar rekening te nemen. Dit zal in het algemeen
                    pas het geval zijn als de betrokken familie het graf(recht) heeft prijsgegeven
                    en het graf derhalve niet meer onderhoudt. Dit valt dan echter beleidsmatig
                    onder monumentenzorg en niet onder het beheer van de begraafplaatsen.</al><al>Met betrekking tot het bepaalde in lid 9 kan worden opgemerkt dat het wegnemen
                    van de grafbedekking op een bestaand eigen graf ten behoeve van een begraving of
                    de bijzetting van een asbus altijd geschiedt voor rekening en risico van de
                    rechthebbende. Deze kan daartoe een steenhouwer opdracht geven, maar indien de
                    tijd voor het gereed maken van het graf te kort is, kan ook de beheerder van de
                    begraafplaats dit doen. Soms kan het voor het beheer van de begraafplaats ook
                    noodzakelijk zijn dat de grafbedekking tijdelijk wordt verwijderd van
                    gemeentewege. Bijvoorbeeld wanneer bij graafwerkzaamheden in een buurgraf een
                    graf en een monument dreigt te verzakken. De dan te nemen maatregelen zijn voor
                    rekening en risico van de gemeente.</al><al>Tiende lid.</al><al>De technische conditie van (een deel van) een begraafplaats kan aanleiding zijn
                    om te bepalen dat omgekeerd een graf alleen kan worden uitgegeven onder de
                    voorwaarde dat een waterdichte grafkelder wordt geplaatst.</al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekking op eigen graven en de termijn van
                    uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te verlengen,
                    maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het minimum aan
                    onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen graven
                    verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen.
                    Deze verplichting geldt ook voor gebruikers van algemene graven die een
                    grafsteen hebben geplaatst. Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak
                    gedaan dat graftekens (graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28
                    Wet op de lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de
                    eigenaar van de grond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van
                    4 mei 2002 bevestigd. De consequentie van deze uitspraak is dat de begraafplaats
                    als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het
                    grafmonument aan een ander grafmonument of een ander object, mens of dier
                    aanbrengt (risicoaansprakelijkheid)</al><tussenkop>Artikel 19 A</tussenkop><al>Het onderhoud van de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Zoals in artikel 19
                    aangegeven ligt de zorg voor het behoorlijk onderhouden van de grafbedekking
                    primair bij de rechthebbende of gebruiker van een graf.</al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Vierde en vijfde lid.</al><al>Glazen losse voorwerpen worden geweerd, omdat die om kunnen vallen, waarbij
                    scherven en splinters in de aarde terecht kunnen komen. Deze kunnen verwondingen
                    veroorzaken als in een graf wordt begraven of beplanting of een monument wordt
                    aangebracht. Voorwerpen die weg kunnen waaien, verontreinigen de
                    begraafplaats.</al><al>De begraafplaats is niet aansprakelijk voor verdwenen of beschadigde losse
                    voorwerpen op een graf. Losse voorwerpen kunnen wegwaaien, of door andere
                    bezoekers of door dieren worden weggehaald.</al><al>Verwelkte bloemen, verwaarloosde planten, losse en glazen voorwerpen kunnen
                    zonder voorafgaande kennisgeving en enig recht op vergoeding worden
                    verwijderd.</al><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Grafrechten vervallen niet nadat betrokkene schriftelijk uitdrukkelijk en tijdig
                    voor de gevolgen van zijn handelen of nalaten is gewaarschuwd.</al><al>De mogelijkheid in het vierde lid voor rechthebbenden om grafmonumenten weg te
                    nemen, kan worden gemeld in de brief waarmee tijdig verlenging van het graf
                    wordt aangeboden. Indien het grafrecht wordt verlengd is de opmerking niet van
                    toepassing. Wenst men het recht niet te verlengen, dan kan men zelf te zijner
                    tijd een monument (laten) afnemen indien men daar prijs op stelt.</al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>De graven die op de monumentale begraafplaats Iepenhof te Hoofddorp zijn gelegen
                    vallen onder de bescherming van de gemeentelijke monumentenverordening. Op de
                    andere gemeentelijke algemene begraafplaatsen kunnen ook graven liggen die van
                    bijzondere waarde zijn. Voorkomen moet worden dat deze graven ondoordacht
                    geruimd worden. De graven kunnen van betekenis zijn vanwege de overledene die er
                    begraven ligt dan wel alleen vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de
                    plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest, zodat wellicht de naam nog
                    bij de volgende generatie bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn
                    vormgeving en door het materiaal. </al><al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>