<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR145565_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Oisterwijk 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsklok 30-09-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Oisterwijk 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020611&amp;artikel=19, 2e lid, 5e lid. 24a, 2e lid, 5e lid. 24f, 34 onderdeel d&amp;g=2012-01-01">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Oisterwijk 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE OISTERWIJK 2011</vet></al><al>Gelet op artikel 19 tweede lid, artikel 19 vijfde lid, artikel 24a,
                        tweede lid, artikel 24a, vijfde lid, artikel 24 f en artikel 34
                        onderdeel d van de van de Wet Inburgering. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN INFORMATIEVERSTREKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Oisterwijk;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening.</al></li><li nr="d."><al>taalkennisvoorziening: een voorziening gericht op de
                                            verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                                            afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a
                                            en b WEB; </al></li><li nr="e."><al>vrijwillige inburgeraar: alle personen die volgens de
                                            Wet inburgering niet inburgeringsplichtig zijn, maar wel een taalachterstand
                                            hebben.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden
                            gebruikt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en
                            vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden
                            geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de
                            toegang tot de  voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                            inburgeringsplichtigen in en vrijwillige inburgeraars in ieder geval gebruik van de volgende
                            middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>De gemeentelijke website;</al></li><li nr="b."><al>Schriftelijk voorlichtingsmateriaal;</al></li><li nr="c."><al>Overige relevante gemeenteloketten.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>HET VASTSTELLEN VAN EEN VOORZIENING AAN
                            INBURGERINGSPLICHTIGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De doelgroep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt aan inburgeringsplichtigen zoals benoemd in artikel
                            19, eerste lid van de Wet inburgering een voorziening aan.</al></li><li nr="2."><al>Bij het vaststellen door het college van de groep
                            inburgeringsplichtigen waaraan een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden, 
                            wordt voorrang gegeven aan inburgeringsplichtigen met een algemene bijstandsuitkering of een
                            uitkering op grond van de sociale zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen zoals
                            aangewezen bij algemene maatregel van bestuur.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige die door een partner uit het buitenland is
                            gehaald en die een verblijfsdocument krijgt op grond van het inkomen van de partner die
                            garant staat, krijgt geen voorziening aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan op schriftelijke aanvraag ontheffing verlenen aan
                            inburgerings- plichtigen die naar hun eigen mening voldoende zijn ingeburgerd, maar
                            geen vrijstellend document kunnen overleggen en uit principiële gronden niet
                            bereid zijn tot het afleggen van een toets. Ontheffing wordt alleen verleend
                            als naar het oordeel van het college de inburgeringsplichtige aantoonbaar
                            voldoende is ingeburgerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                            startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                            positie van de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Een voorziening, kan naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                            meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse taalles;</al></li><li nr="b."><al>Kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="c."><al>Voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
                                    inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>Individuele begeleiding door een klantmanager;</al></li><li nr="e."><al>Activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan;</al></li><li nr="f."><al>Activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of voorbereiding
                                    daarop;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de inburgeringsplichtige een
                                            inburgeringsvoorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling / participatie wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat
                            deze voorziening  wordt afgestemd op arbeidsinschakeling/participatie.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan als onderdeel van de inburgeringsvoorziening, naast
                            datgene dat in de wet is geregeld, aan inburgeringsplichtigen extra faciliteiten aanbieden.
                            Extra faciliteiten  kunnen zijn voorzieningen of flankerende voorzieningen zoals vermeld in
                            de van toepassing zijnde Re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand mits
                            dit een bijdrage  levert aan acties m.b.t. participatie en/of verkrijgen van een betaalde
                            baan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in
                            aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
                            op de volgende wijze:</al><lijst><li nr="a."><al>Op basis van de resultaten van het intakegesprek en de taaltoets
                                    wordt beoordeeld of</al><al> een andere voorziening dan de reguliere voorzieningen beter
                                    aansluit op mogelijkheden </al><al> en behoeften van de inburgeringsplichtige. </al></li><li nr="b."><al>De inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over andere
                                    trajectaanbieders.</al></li><li nr="c."><al>De inburgeringsplichtige heeft één maand om een trajectaanbieder
                                    te selecteren.</al></li><li nr="d."><al>Na de goedkeuring van het trajectplan door de klantmanager start
                                    de voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de
                                            inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goed, indien dit
                            programma: </al><al>-naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op
                            en toe te leiden naar het inburgeringexamens of staatsexamen Nederlands als tweede taal
                            I of II, of dan wel </al><al>-naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de
                            Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                            mbo-opleiding op niveau 1 of 2, en;</al><lijst><li nr="-"><al>de kosten niet meer bedragen dan € 4000,- , en;</al></li><li nr="-"><al>de opleiding wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat
                                    voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanbieder dient te zijn ingeschreven in het handelsregister
                                    van de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De trajectaanbieder dient de jaarrekeningen van de laatste twee
                                    boekjaren aan te leveren. Hierin dient opgenomen te zijn de
                                    balans en exploitatierekening en de toelichting daarop. De
                                    jaarrekeningen dienen te zijn voorzien van een goedkeurende
                                    accountantsverklaring en dienen inzicht te geven in de behaalde
                                    totale omzet met betrekking tot de uitvoering van
                                    inburgeringstrajecten van de laatste twee jaar en in de
                                    solvabiliteit van de onderneming;</al></li><li nr="c."><al>De aanbieder kan een bereidverklaring van de moedermaatschappij
                                    overleggen (in geval van een concern), dat zij zich garant stelt
                                    voor de nakoming van de verplichtingen de voortvloeien uit de
                                    overeenkomst; </al></li><li nr="d."><al>De trajectaanbieder kan aantonen adequaat verzekerd te zijn
                                    tegen beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheid en dient dit
                                    gedurende de uitvoering van de opdracht te blijven;</al></li><li nr="e."><al>De trajectaanbieder levert minimaal twee referenties aan de
                                    gemeente aan, waar een vergelijkbare opdracht is uitgevoerd in
                                    de periode van niet langer dan twee jaar geleden;</al></li><li nr="f."><al>De vakbekwaamheid van het personeel dient afgeleid te kunnen
                                    worden uit het </al><al> bedrijfsplan of soortgelijk document. Hierin is een overzicht
                                    opgenomen met het </al><al> personeel dat voor de opdracht zal worden ingezet met een
                                    erkende vakbekwaamheid </al><al> namelijk certificaat HBO NT2. Tevens dient te worden aangegeven
                                    of het personeel </al><al> beschikt over ervaring met de doelgroep. </al></li><li nr="h."><al>De trajectaanbieder geeft in een overzicht aan welke methoden,
                                    leermiddelen en</al><al> producten er gebruikt worden. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een
                                            persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het College een overeenkomst met het
                            inburgeringsbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de maximale vergoeding als bedoel in lid 2 jaarlijks
                            aanpassen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorziening kan maximaal eenmalig worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt achteraf geïnd.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar het
                                    inburgeringsexamen met een goed gevolg binnen de termijn van 3,5 jaar na de start van de
                            handhavingstermijn heeft afgelegd, zal een stimuleringsbonus ter hoogte van de eigen bijdrage
                            worden toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Indien lid 2 van toepassing is, wordt de eigen bijdrage verrekend met
                            de stimuleringsbonus. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de klantmanager;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="e."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="f."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I </al></li></lijst><al> of II moet zijn behaald;</al><lijst><li nr="e."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>in geval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht bedoeld in artikel 26 van de wet aanvangt.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>DE BESTUURLIJKE BOETE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>1.De bestuurlijke boete bedraagt 20% van de netto bijstandnorm per maand
                            indien de </al><al> inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op
                            redelijke gronden </al><al> kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan
                            de oproep van het </al><al> college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende
                            medewerking verleent </al><al> aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet. </al><al>2.De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                            maand indien de</al><al> inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de
                            uitvoering van de </al><al> voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid,
                            van de wet of aan de </al><al> verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>3.De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm per
                            maand</al><al> indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste
                            lid, van de wet bedoelde </al><al> termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede
                            lid, onderdeel a, van </al><al> de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al><al>4.De bestuurlijke boete bedraagt 75% van de netto bijstandsnorm indien
                            de</al><al> inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen niet binnen de door het
                            college op grond </al><al> van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                            inburgeringsexamen heeft </al><al> behaald. </al><al>5.Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto bijstandsnorm
                            per</al><al> maand die voor betrokkene geldt of zou gelden als deze belanghebbende
                            in de zin van de </al><al> WWB zou zijn.</al><lijst><li nr="6."><al>Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit
                                    artikel, het percentage van de boete hoger of lager vaststellen,
                                    tot een maximum van de in artikel 34 van de wet gestelde
                                    maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de gedraging,
                                    de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van
                                    de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="7."><al>Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van
                                    de WWB wordt, in</al></li></lijst><al> achtnemend van artikel 37 van de wet, geen bestuurlijke boete opgelegd,
                            maar een </al><al> maatregel in het kader van de WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>1.De bestuurlijke boete voor overtreding, bedoelt in artikel 9, eerste
                            lid, bedraagt</al><al> 35% van de netto bijstandnorm per maand indien de inburgeringsplichtige
                            zich binnen 12 </al><al> maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw
                            schuldig maakt </al><al> aan dezelfde overtreding. </al><al>2.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoelt in artikel 9, tweede
                            lid, bedraagt 40% van</al><al> de netto bijstandnorm per maand indien de inburgeringsplichtige zich
                            binnen twaalf </al><al> maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw
                            schuldig maakt aan </al><al> dezelfde overtreding.</al><al>3.Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto bijstandsnorm
                            per maand die voor</al><al> betrokkene geldt of zou gelden als deze belanghebbende in de zin van de
                            WWB zou zijn.</al><al>4.Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit artikel,
                            het percentage van de</al><al> boete hoger of lager vaststellen, tot een maximum van de in artikel 34
                            van de wet </al><al> gestelde maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de
                            gedraging, de mate </al><al> van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de
                            inburgeringsplichtige.</al><al>5.Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van de WWB
                            wordt, in</al><al> achtnemend van artikel 37 van de wet, geen bestuurlijke boete opgelegd,
                            maar een </al><al> maatregel in het kader van de WWB.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>HET AANBIEDEN VAN EEN VOORZIENING AAN VRIJWILLIGE INBURGERGAARS.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de volgende groepen vrijwillige inburgeraars aan
                            waaraan zij een voorziening aanbiedt. </al><al>a.vrijwillige inburgeraars die algemene bijstand, een
                            inkomensvoorziening op grond van een</al><al> uitkering op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te
                            wijzen sociale </al><al> zekerheidswet- of regeling ontvangen; b. vrijwillige inburgeraars die
                            zelf geen inkomen uit arbeid of uitkering hebben en die de taal </al><al> willen leren om beter te kunnen participeren (versterken positie
                            arbeidsmarkt, verkrijgen </al><al> van vrijwilligerswerk). </al><al>c.Indien de vrijwillige inburgeraar, deel uitmaakt van een gezin waarvan
                            het gezinsinkomen</al><al> hoger is dan 110% van het wettelijk minimumloon wordt geen voorziening
                            verstrekt.</al><al>d.Het college sluit met de vrijwillige inburgeraar een overeenkomst
                            waarin de voorziening</al><al> wordt vastgelegd. d. De artikelen 4 tot en met 10 van deze verordening
                            zijn van overeenkomstige </al><al> toepassing met dien te verstande dat voor beschikking wordt gelezen
                            overeenkomst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige</titel></kop><al><vet> inburgeraar</vet></al><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen het bepaalde in de verordening
                            ten gunste van de inburgeringsplichtige buiten toepassing laten of
                            daarvan afwijken, voorzover de toepassing ervan, gelet op het doel van
                            de verordening, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking acht dagen na haar bekendmaking. Met
                            inwerkingtreding van deze verordening vervalt de verordening Wet
                            Inburgering gemeente Oisterwijk 2009, vastgesteld op 5 november
                            2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering
                            gemeente Oisterwijk 2011</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente
                        Oisterwijk op 29 september 2011. </ondertekening><ondertekening>griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Mevr. P.G. van Wijk, drs. J.F.M. Janssen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>