<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14439_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Informeer 2-8-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-08-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-08-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder raadslid wordt verstaan: de raad en elk van zijn leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder ambtelijke bijstand wordt verstaan: het verzamelen en verwerken
                            van informatie en het verlenen van hulp bij de vormgeving en het
                            opstellen van raadsvoorstellen, amendementen en moties door ambtenaren
                            van de gemeente Haarlemmermeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Feitelijke informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat feitelijke informatie of inzage in of afschriften van
                            openbare stukken wenst kan zich daarvoor rechtstreeks wenden tot de
                            behandelende ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaren melden de aan hen gestelde vragen en de gegeven antwoorden
                            aan hun leidinggevende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Het verzoek om ambtelijke bijstand wordt ingediend bij de
                        gemeentesecretaris, die de verantwoordelijke portefeuillehouder daarvan in
                        kennis stelt. De gemeentesecretaris zorgt in overleg met de griffier voor de
                        organisatie van de bijstand. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Verantwoordelijkheid</titel></kop><al>Een ambtenaar verricht werkzaamheden in het kader van het verlenen van
                        ambtelijke bijstand, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder
                        verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris en overeenkomstig de
                        uitkomsten van het overleg bedoeld in de artikelen 3 en 6, tweede lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Weigering</titel></kop><al>Indien het verzoek om ambtelijke bijstand door de gemeentesecretaris wordt
                        geweigerd kan het betrokken raadslid of de griffier het verzoek voorleggen
                        aan de Burgemeester. </al><al>Deze beslist zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst
                        van het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Conflict</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over een door een ambtenaar
                            verleende bijstand, doet hij/zij of de griffier hiervan mededeling aan
                            de gemeentesecretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de
                            Burgemeester. Deze beslist zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 30
                            dagen na ontvangst van het bemiddelingsverzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van
                            bekendmaking ervan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening evalueren de
                            gemeentesecretaris en de griffier de uitvoering ervan - mede met
                            vermelding van de omvang van de ambtelijke bijstand - en brengen deze
                            ter kennis van het college van Burgemeester en Wethouders en de
                            raad.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Artikel 33 is gewijzigd bij de Wet dualisering gemeentebestuur. Het artikel
                    biedt de basis voor de raadsleden – zowel individueel als de gehele raad – om
                    ambtelijke bijstand te krijgen voor hun vertegenwoordigende, controlerende en
                    normerende rol. </al><al>Er moeten minimaal regels worden gesteld voor ambtelijke ondersteuning bij het
                    redigeren van initiatiefvoorstellen, amendementen en moties, de verstrekking van
                    feitelijke informatie en de wijze waarop een verzoek om ambtelijke bijstand moet
                    worden gedaan. </al><al>De introductie van het recht op ambtelijke bijstand biedt een extra garantie dat
                    leden van de raad in beginsel altijd de gevraagde informatie verkrijgen.
                    Overigens verplicht de Gemeentewet ook Burgemeester en Wethouders aan raadsleden
                    gevraagde inlichtingen te verstrekken. </al><al>Buiten de vigeur van deze verordening valt het mondelinge vragenrecht in de
                    raadsvergadering en het recht op het stellen van schriftelijke vragen door
                    raadsleden. Beide zijn geregeld in het Reglement van Orde voor de vergaderingen
                    van de gemeenteraad. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 2: </tussenkop><al>Als het gaat om verzoeken om feitelijke informatie en inzage in of afschriften
                    van openbare stukken ligt het voor de hand dat deze direct worden afgedaan door
                    de behandelende ambtenaar. Dit is in de meeste gemeenten (waaronder
                    Haarlemmermeer) al praktijk. </al><al>De in het tweede lid aangegeven meldplicht moet gezien worden in de context van
                    de beoordeling of een correcte en snelle serviceverlening heeft plaatsgevonden. </al><tussenkop>Artikel 3: </tussenkop><al>In tegenstelling tot artikel 2 gaat het hier om inhoudelijke hulp bij de
                    vormgeving van voorstellen enz. Het is duidelijk, dat, als die bijstand wordt
                    gevraagd, de betrokken ambtelijke sector niet als zelfstandige actor kan
                    optreden. Daarom is bepaald, dat de start van de procedure begint met een
                    verzoek aan de gemeentesecretaris, die de verantwoordelijke portefeuillehouder
                    daarvan in kennis stelt. </al><tussenkop>Artikel 4: </tussenkop><al>De strekking van dit artikel, in combinatie met de artikelen 3 en 6, lid 2 is
                    dat de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren, gedurende de periode dat zij
                    ambtelijke bijstand verlenen, wordt gedeeld door het college van Burgemeester en
                    Wethouders en de raad. Daaruit volgt dat de griffier verantwoordelijk is voor de
                    inhoudelijke aansturing, en de gemeentesecretaris voor de functionele
                    aansturing. </al><tussenkop>Artikelen 5 en 6: </tussenkop><al>In het rapport van de Staatscommissie dualisme en lokale democratie wordt er
                    voor gepleit om de Burgemeester, als voorzitter van de raad en van het college
                    van Burgemeester en Wethouders, een samenbindende rol te geven voorzover het
                    gaat om ambtelijke bijstand aan de raad. Mede gelet op zijn respectieve
                    onafhankelijkheid van de plaatselijke partijpolitieke verhoudingen is in deze
                    artikelen gekozen van een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol van de
                    Burgemeester. </al><tussenkop>Artikel 7: </tussenkop><al>De evaluatie dient onder andere om zicht te krijgen op de omvang en kosten van
                    de ambtelijke bijstand die aan de raad wordt verleend. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>