<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14436_15</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="GVOP: 26 april 2016 en Huis aan Huis: 27 april 2016"/><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>3e wijziging</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Inhoud</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet>
          </al>
          <al>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al>
          <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al>
          <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al>
          <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al>
          <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al>
          <al>Artikel 1:7 Termijnen</al>
          <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1</cursief>
            </vet>
            <cursief> Bestrijding van
                            ongeregeldheden</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:1 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:1a Samenscholing en ongeregeldheden</al>
          <al>Artikel 2:1b Vermommingen</al>
          <al>Artikel 2:1c Messen en andere voorwerpen als steekwapen</al>
          <al>Artikel 2:1d Openlijk gebruik en handel in drugs</al>
          <al>Artikel 2:1e Aanwijzing Veiligheidsrisicogebieden</al>
          <al>Artikel 2:1f Aanwijzing overlastgebied</al>
          <al>Artikel 2:1g Verblijfsverbod</al>
          <al>Artikel 2:1h Verblijfsverbod dealers</al>
          <al>Artikel 2:1i Verblijfsverbod uitgaansgebied</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2</cursief>
            </vet>
            <cursief> Optochten en
                            betoging</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:2 Optochten (vervallen)</al>
          <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al>
          <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen)</al>
          <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen)</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3</cursief>
            </vet>
            <cursief> Verspreiden van gedrukte
                            stukken</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                        afbeeldingen</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4</cursief>
            </vet>
            <cursief> Vertoningen e.d. op de
                            weg</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:8 Dienstverlening (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:9 Straatartiest</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 5</cursief>
            </vet>
            <cursief> Bruikbaarheid en aanzien
                            van de weg</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                        publieke functie ervan</al>
          <al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                        veranderen van een weg</al>
          <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 6</cursief>
            </vet>
            <cursief> Veiligheid op de
                            weg</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al>
          <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al>
          <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp</al>
          <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al>
          <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al>
          <al>Artikel 2:18 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al>
          <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al>
          <al>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen</al>
          <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al>
          <al>Artikel 2:21a Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en
                        verlichting</al>
          <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al>
          <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7</cursief>
            </vet>
            <cursief> Evenementen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:24 Begripsomschrijving</al>
          <al>Artikel 2:25 Evenement</al>
          <al>Artikel 2:25a Buitenevenement</al>
          <al>Artikel 2:25b Binnenevenement</al>
          <al>Artikel 2:25c Indienen aanvraag</al>
          <al>Artikel 2:25d Vereisten organisator </al>
          <al>Artikel 2:25 e Evenementenkalender</al>
          <al>Artikel 2:25f Samenvallen van evenementen</al>
          <al>Artikel 2:25g Weigeringsgronden</al>
          <al>Artikel 2:25h Schorsende werking andere vergunningen</al>
          <al>Artikel 2:25i Ordeverstoring</al>
          <al>Artikel 2:25j Wanordelijkheden bij evenementen</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7a</cursief>
            </vet>
            <cursief> Betaald
                            voetbalwedstrijden</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:26 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 2:26a Meldingen wedstrijden</al>
          <al>Artikel 2:26b Aanwijzingen aan de organisator</al>
          <al>Artikel 2:26c Verbod van wedstrijden</al>
          <al>Artikel 2:26d Aanwijzingen aan supporters</al>
          <al>Artikel 2:26e Algemene verboden</al>
          <al>Artikel 2:26f Verstoring openbare orde</al>
          <al>Artikel 2:26g Geringe verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26h Beperkte verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26i Ernstige verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26j Gewelddadige en voor personen gevaarlijke verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26k Gewelddadige en voor personen zeer gevaarlijke
                        verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26l Voor personen fatale verstoringen</al>
          <al>Artikel 2:26m Stadiongebiedsverbod</al>
          <al>Artikel 2:26n Stadiongebiedsverbod bij vrees</al>
          <al>Artikel 2:26o Aantoonplicht en kwijtschelding stadiongebiedsverbod</al>
          <al>Artikel 2:26p Recidive</al>
          <al>Artikel 2:26q Stadsverbod</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8</cursief>
            </vet>
            <cursief> Toezicht op openbare
                            inrichtingen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf</al>
          <al>Artikel 2:28a Nadere eisen</al>
          <al>Artikel 2:28b Aanwezigheid van en toezicht door de leidinggevende</al>
          <al>Artikel 2:28c Categorale vrijstelling</al>
          <al>Artikel 2:28d Indienen aanvraag</al>
          <al>Artikel 2:28e Vervallen vergunning</al>
          <al>Artikel 2:28f Wijziging leidinggevende</al>
          <al>Artikel 2:29 Openings- en sluitingstijden</al>
          <al>Artikel 2:29a Overgangsrecht</al>
          <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingtijden; tijdelijke sluiting</al>
          <al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al>
          <al>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</al>
          <al>Artikel 2:33 Het college van burgemeester en wethouders als bevoegd
                        bestuursorgaan</al>
          <al>Artikel 2:34 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:34a Overige bepalingen</al>
          <al>Artikel 2:34b Terrasvergunning horecabedrijf</al>
          <al>Artikel 2:34c Gereserveerd</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8a</cursief>
            </vet>
            <cursief> Bijzondere bepalingen
                            over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
                        Horecawet</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:34d Regulering paracommerciële rechtspersonen</al>
          <al>Artikel 2:34e Beperking verstrekking sterke drank</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 9</cursief>
            </vet>
            <cursief> Toezicht op inrichtingen
                            tot het verschaffen van nachtverblijf</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al>
          <al>Artikel 2:37 Nachtregister (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 10</cursief>
            </vet>
            <cursief> Toezicht op
                            speelgelegenheden</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:39 Begripsomschrijvingen </al>
          <al>Artikel 2:39a Exploitatie van een speelgelegenheid</al>
          <al>Artikel 2:39b Aanvraag vergunning</al>
          <al>Artikel 2:39c Gedragseisen exploitant en beheerder</al>
          <al>Artikel 2:39d Weigeringsgronden vergunning</al>
          <al>Artikel 2:39e Verplichtingen exploitant en beheerder</al>
          <al>Artikel 2:39f Exploitatietijden speelgelegenheid</al>
          <al>Artikel 2:39g Intrekkingsgronden vergunning</al>
          <al>Artikel 2:39h Sluiting van een speelgelegenheid</al>
          <al>Artikel 2:39i Beëindiging exploitatie speelgelegenheid</al>
          <al>Artikel 2:39j Wijziging beheer</al>
          <al>Artikel 2:39k Bevoegd orgaan</al>
          <al>Artikel 2:39l Overgangsbepaling</al>
          <al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 11</cursief>
            </vet>
            <cursief> Maatregelen tegen
                            overlast en baldadigheid</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al>
          <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al>
          <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al>
          <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor
                        winkeldiefstal</al>
          <al>Artikel 2:45 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al>
          <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al>
          <al>Artikel 2:47a Liggen of slapen op openbare plaatsen</al>
          <al>Artikel 2:47b Verplichte route</al>
          <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al>
          <al>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al>
          <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al>
          <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al>
          <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                        e.d.</al>
          <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al>
          <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al>
          <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al>
          <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</al>
          <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al>
          <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al>
          <al>Artikel 2:61 Wilde dieren (gereserveerd)</al>
          <al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al>
          <al>Artikel 2:63 Duiven</al>
          <al>Artikel 2:64 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:65 Bedelarij</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 12</cursief>
            </vet>
            <cursief> Bepalingen ter
                            bestrijding van heling van goederen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:66 Begripsomschrijving</al>
          <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al>
          <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                        het Wetboek van Strafrecht</al>
          <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al>
          <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (vervallen)</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 13</cursief>
            </vet>
            <cursief> Vuurwerk</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:71 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 2:72 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijden de jaarwisseling</al>
          <al>Artikel 2:73a Carbidschieten</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 14</cursief>
            </vet>
            <cursief>
                        Drugsoverlast</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al>
          <al>
            <cursief>
              <vet>Afdeling 15</vet> Bestuurlijke ophouding</cursief>,
                            <cursief>Veiligheidsrisicogebieden en Cameratoezicht op openbare
                            plaatsen</cursief></al>
          <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al>
          <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden (gereserveerd) </al>
          <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 16 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Voor publiek openstaande
                            gebouwen</cursief>
          </al>
          <al>2:78 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                        e.d.</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1</cursief>
            </vet>
            <cursief>
                            Begripsomschrijvingen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 3:1 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al>
          <al>Artikel 3:3 Nadere regels</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2</cursief>
            </vet>
            <cursief> Seksinrichtingen,
                            straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al>
          <al>Artikel 3:4a Verplicht bedrijfsplan</al>
          <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al>
          <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al>
          <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al>
          <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al>
          <al>Artikel 3:8a Verplichtingen van de exploitant of beheerder</al>
          <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al>
          <al>Artikel 3:10 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                        erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3</cursief>
            </vet>
            <cursief> Geldigheidsduur;
                            weigeringsgronden; nadere regels</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 3:12 Geldigheidsduur</al>
          <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al>
          <al>Artikel 3:13a Bijzondere intrekkingsgronden</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4</cursief>
            </vet>
            <cursief> Beëindiging exploitatie;
                            wijziging beheer</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al>
          <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Geluidhinder en
                            verlichting</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al>
          <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al>
          <al>Artikel 4:3 Ontheffing incidentele festiviteiten</al>
          <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al>
          <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al>
          <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al>
          <al>Artikel 4:6a Geluidhinder door dieren</al>
          <al>Artikel 4:6b Mosquito</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Bodem-, weg- en
                            milieuverontreiniging</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 4:7 Straatvegen</al>
          <al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al>
          <al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet‑openbare riolen en
                        putten buiten gebouwen</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Het bewaren van
                            houtopstanden</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van
                        houtopstanden</al>
          <al>Artikel 4:11a Aanvraag vergunning</al>
          <al>Artikel 4:11b Weigeringsgronden</al>
          <al>Artikel 4:11c Monumentale en waardevolle bomen</al>
          <al>Artikel 4:12 Termijnen</al>
          <al>Artikel 4:12a Bijzondere vergunningsvoorschriften</al>
          <al>Artikel 4:12b Herplant-/instandhoudingsplicht</al>
          <al>Artikel 4:12c Schadevergoeding</al>
          <al>Artikel 4:12d Afstand tot de erfgrens</al>
          <al>Artikel 4:12e Bestrijding iepziekte</al>
          <al>Artikel 4:12f Bestrijding van andere boomziektes</al>
          <al>Artikel 4:12g Bescherming publieke houtopstand</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Maatregelen tegen
                            ontsiering en stankoverlast</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al>
          <al>Artikel 4:14 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 4:15 Vergunningsplicht handelsreclame</al>
          <al>Artikel 4:16 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 4:17 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 4:18 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 4:19 Gereserveerd</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>A</cursief>
            </vet>
            <vet>
              <cursief>fdeling 1
                            </cursief>
            </vet>
            <cursief>Parkeerexcessen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al>
          <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al>
          <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al>
          <al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al>
          <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d.</al>
          <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al>
          <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al>
          <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al>
          <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al>
          <al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al>
          <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Collecteren</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Venten</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:14 Begripsomschrijving</al>
          <al>Artikel 5:15 Ventverbod</al>
          <al>Artikel 5:16 Gereserveerd</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4
                            </cursief>
            </vet>
            <cursief>Verkoopstandplaatsen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:17 Begripsomschrijving</al>
          <al>Artikel 5:18 Verkoopstandplaatsen</al>
          <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al>
          <al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al>
          <al>Artikel 5:21 Gereserveerd</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 5
                        </cursief>
            </vet>
            <cursief>Snuffelmarkten</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:22 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 5:23 Snuffelmarkten e.d.</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 6 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Openbaar
                        water</cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:24 Begripsomschrijvingen</al>
          <al>Artikel 5:24a Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al>
          <al>Artikel 5:25 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 5:26 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 5:27 Gevaar, schade of hinder in gemeentelijk water</al>
          <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al>
          <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al>
          <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al>
          <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al>
          <al>
            <cursief>Paragraaf 2 Aanleggen of lig- of aanlegplaats
                        innemen</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:31.1 Aanleggen of lig- of aanlegplaats innemen</al>
          <al>Artikel 5:31.2 Intrekking vergunning</al>
          <al>Artikel 5:31.3 Aanwijzingen lig- of aanlegplaats</al>
          <al>Artikel 5:31.4 Verbouw</al>
          <al>Artikel 5:31.5 Aanleggen buiten de bebouwde kom</al>
          <al>Artikel 5:31.6 Ankeren</al>
          <al>Artikel 5:31.7 Varen</al>
          <al>Artikel 5:31.8 Wachtlijst</al>
          <al>Artikel 5:31.9 Overgangsbepaling</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Crossterreinen en
                            gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:32 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 5:33 Gereserveerd</al>
          <al>Artikel 5:33a Aanwijzing gebieden niet toegankelijk voor ruiterverkeer</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Verbod vuur te
                            stoken</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken</al>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 9 </cursief>
            </vet>
            <cursief>Verstrooien van
                            as</cursief>
          </al>
          <al>Artikel 5:35 Begripsomschrijving</al>
          <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al>
          <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet>
          </al>
          <al>Artikel 6.1 Strafbepaling</al>
          <al>Artikel 6.2 Toezichthouders</al>
          <al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al>
          <al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding en intrekking oude verordening</al>
          <al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling</al>
          <al>Artikel 6.6 Citeertitel</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond
                        van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
          <al>b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een
                        besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1
                        van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al
                        verleende omgevingsvergunning;</al>
          <al>c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Leeuwarden
                        daaronder wordt verstaan;</al>
          <al>d. college: het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al>e. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet
                        daaronder wordt verstaan; </al>
          <al>f. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,
                        waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al>
          <al>g openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                        toegankelijk zijn;</al>
          <al>h. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties
                        daaronder wordt verstaan;</al>
          <al>i. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een
                        zakelijk of persoonlijk recht.</al>
          <al>j. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet
                        1994 daaronder wordt verstaan,. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:2 Beslistermijn</vet>
          </al>
          <al>1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                        ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al>
          <al>2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                        verdagen.</al>
          <al>3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                        aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een
                        vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </vet>
          </al>
          <al>1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                        minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of
                        ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                        behandelen.</al>
          <al>2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of
                        ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot
                        ten hoogste acht weken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</vet>
          </al>
          <al>1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                        worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot
                        bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning
                        of ontheffing is vereist.</al>
          <al>2 Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de
                        daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                        ontheffing</vet>
          </al>
          <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                        verordening anders is bepaald.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                        ontheffing</vet>
          </al>
          <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
          <al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                        verstrekt;</al>
          <al>b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten
                        opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of
                        wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming
                        waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al>
          <al>c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                        beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al>
          <al>d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen
                        een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde
                        termijn, binnen een redelijke termijn;</al>
          <al>e. indien de houder dit verzoekt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:7 Termijnen </vet>
          </al>
          <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                        vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                        ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </vet>
          </al>
          <al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                        geweigerd in het belang van:</al>
          <al>de openbare orde;</al>
          <al>de openbare veiligheid;</al>
          <al>de volksgezondheid;</al>
          <al>de bescherming van het milieu.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 2 Openbare orde</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1 Bestrijding van
                        ongeregeldheden</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1a Samenscholing en ongeregeldheden</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op openbare plaatsen of in een voor publiek toegankelijk
                        gebouw of vaartuig deel te nemen aan een samenscholing of in groepsverband
                        dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te
                        vechten of op andere wijze de orde te verstoren.</al>
          <al>2. Het is verboden op openbare plaatsen of in een voor publiek toegankelijk
                        gebouw of vaartuig een zaak bij zich te hebben waarvan aannemelijk is dat
                        deze is meegebracht of aanwezig is om de orde te verstoren dan wel schade
                        aan zaken of letsel aan personen toe te brengen.</al>
          <al>3. Degene die op openbare plaatsen bij een gebeurtenis die tot toeloop van
                        publiek aanleiding geeft of bij enig voorval waardoor ongeregeldheden
                        ontstaan of dreigen te ontstaan aanwezig is dan wel zich in de richting van
                        die gebeurtenis of dat voorval begeeft, vervolgt op een daartoe strekkend
                        bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg in de aangegeven
                        richting.</al>
          <al>4. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die
                        door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid
                        of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al>
          <al>5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid
                        gestelde verbod.</al>
          <al>6. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                        vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als
                        bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1b Vermommingen(3)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zich vermomd, gemaskerd of op andere wijze onherkenbaar
                        gemaakt op een openbare plaats te bevinden met het doel de openbare orde te
                        verstoren.</al>
          <al>2. De burgemeester kan in verband met de openbare orde en veiligheid rondom
                        voetbalwedstrijden een gebied aanwijzen en/of een tijdspanne bepalen waarin
                        het verboden is gemaskerd of op andere wijze onherkenbaar gemaakt aanwezig
                        te zijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1c Messen en andere voorwerpen als steekwapen</vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan wegen aanwijzen met inbegrip van daaraan voor het
                        publiek toegankelijke gebouwen waar het verboden is, messen of andere
                        voorwerpen, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. </al>
          <al>2. Dit verbod geldt niet voor wapens, behorende tot de categorieën I, II,
                        III en IV van de Wet wapens en munitie, en niet voor voorwerpen die zodanig
                        zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden aangewend. </al>
          <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op messen en
                        andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt en die zodanig
                        zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik kunnen worden
                        aangewend.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1d Openlijk gebruik en handel van drugs</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op of aan de weg in een voor publiek toegankelijk gebouw
                        of vaartuig voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben ten behoeve
                        van gebruik van middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. </al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg
                        post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan de
                        wegen in of op een voertuig te bevinden indien redelijkerwijs kan worden
                        aangenomen dat dit gebeurt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3
                        van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                        leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin
                        te bemiddelen. </al>
          <al>3. Het in het eerste lid en tweede lid gestelde verbod is niet van
                        toepassing op voorwerpen of activiteiten die in het belang van de
                        Volksgezondheid, in het bijzonder de preventie, de bestrijding van
                        drugsverslaving of de hulpverlening aan de verslaafden, van overheidswege
                        worden bevorderd of zijn goedgekeurd. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1e Aanwijzing Veiligheidsrisicogebieden </vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                        verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                        ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                        daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1f Aanwijzing overlastgebied </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan een overlastgebied aanwijzen als naar zijn oordeel
                        sprake is van een ernstige verstoring of bedreiging van de openbare orde.
                        Hij bepaalt daarbij of artikel 2:1g, artikel 2:1h of artikel 2:1i van
                        toepassing is. </al>
          <al>2. Het is verboden zich in een overlastgebied op te houden in een groep van
                        meer dan vier personen als dit leidt tot verstoring van de openbare orde. </al>
          <al>3. De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de dreiging van verstoring
                        van de openbare orde in het overlastgebied naar zijn oordeel voldoende is
                        geweken. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1g Verblijfsverbod </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2:1 f, eerste
                        lid aangewezen overlastgebied: </al>
          <al>a. het verbod tot samenscholen als bedoeld in artikel 2:1a, eerste lid; </al>
          <al>b. het verbod om steekwapens bij zich te hebben als bedoeld in artikel 2.1c,
                        eerste lid; </al>
          <al>c. het verbod als bedoeld artikel, 2:1 d, eerste of tweede lid, om op of aan
                        de weg, of in een voor het publiektoegankelijk gebouw of vaartuig openlijk
                        stoffen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet voor handen te hebben
                        of om post te vatten of zich heen en weer te bewegen of in/op een voertuig
                        plaats te nemen en/of andere activiteiten uit te voeren, zoals omschreven in
                        artikel 2:1d, tweede lid; </al>
          <al/>
          <al>d. het verbod als bedoeld in artikel 2:1 f, tweede lid, om zich in een groep
                        van meer dan 4 personen op te houden in een overlastgebied; </al>
          <al>e. het verbod als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, om diensten als
                        prostituee aan te bieden; </al>
          <al>f. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:48 om op een openbare
                        plaats in een aangewezen gebied alcoholhoudende drank te nuttigen of
                        flessen, blikjes, en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben
                        met het kennelijke doel deze geheel of ten dele op de weg te nuttigen of te
                        laten nuttigen; </al>
          <al>g. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:49 zich zonder redelijk
                        doel in een portiek of poort op te houden of in, op of tegen een raamkozijn
                        of drempel van een gebouw te zitten of te liggen, dan wel zich zonder
                        redelijk doel te bevinden in de gemeenschappelijke ruimten van de in dat
                        artikel aangegeven gebouwen; </al>
          <al>h. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:50 zich zonder redelijk
                        doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in een voor het
                        publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te bezigen
                        voor een ander doel dan waarvoor deze bestemd is; </al>
          <al>i. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:65 om in aangewezen
                        gebieden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk
                        gebouw te bedelen </al>
          <al/>
          <al> overtreedt of</al>
          <al/>
          <al>j. harddrugs, als bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet en de daarbij
                        behorende lijst koopt of verkoopt; </al>
          <al>k. geweldsdelicten pleegt of diefstallen uit auto's op of aan de weg pleegt
                        of </al>
          <al>l. openlijk wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie
                        voorhanden heeft, </al>
          <al> bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich
                        daar voor de duur van 24 uur niet meer te bevinden.</al>
          <al>2. De burgemeester kan degene die in een overlastgebied een van de in het
                        eerste lid genoemde overtredingen pleegt, bevelen om zich uit dat
                        overlastgebied te verwijderen en zich daar niet meer te bevinden: </al>
          <al>a. voor de duur van 14 dagen als hem binnen een periode van zes maanden
                        driemaal een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven; </al>
          <al>b. voor de duur van een maand als binnen een jaar, nadat hem een bevel als
                        bedoeld onder a is gegeven, opnieuw een overtreding wordt gepleegd; </al>
          <al>c. voor de duur van drie maanden als binnen een jaar, nadat hem een bevel
                        als bedoeld onder b is gegeven, opnieuw een overtreding wordt gepleegd; </al>
          <al>d. voor de duur van drie maanden als binnen een jaar, nadat hem een bevel
                        als bedoeld onder c is gegeven, opnieuw een overtreding wordt gepleegd. </al>
          <al>3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede
                        lid, is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1h Verblijfsverbod dealers </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.1 f, eerste
                        lid, aangewezen overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij
                        aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en
                        3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te
                        bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop
                        aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk
                        uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie
                        maanden niet meer te bevinden. </al>
          <al>2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in
                        het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de
                        in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit
                        dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van
                        maximaal zes maanden niet meer te bevinden. </al>
          <al>3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede
                        lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:1i Verblijfsverbod uitgaansgebied </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan degene die in het tijdvak van donderdag 18.00 uur tot
                        en met zondag 18.00 uur, in een op grond van artikel 2:1 f, eerste lid,
                        aangewezen overlastgebied: </al>
          <al>a. het verbod tot samenscholen als bedoeld in artikel 2.1a, eerste lid; </al>
          <al>b. het verbod om steekwapens bij zich te hebben als bedoeld in artikel 2.1c,
                        eerste lid; </al>
          <al>c. het verbod als bedoeld in artikel 2:1 f, tweede lid, om zich in een groep
                        van meer dan 4 personen op te houden in een overlastgebied; </al>
          <al>d. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:48 om op een openbare
                        plaats in een aangewezen gebied alcoholhoudende drank te nuttigen of
                        flessen, blikjes, en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben
                        met het kennelijke doel deze geheel of ten dele op de weg te nuttigen of te
                        laten nuttigen; </al>
          <al>e. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:49 zich zonder redelijk
                        doel in een portiek of poort op te houden of in, op of tegen een raamkozijn
                        of drempel van een gebouw te zitten of te liggen, dan wel zich zonder
                        redelijk doel te bevinden in de gemeenschappelijke ruimten van de in dat
                        artikel aangegeven gebouwen; </al>
          <al>f. het verbod als bedoeld en omschreven in artikel 2:50 zich zonder redelijk
                        doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in een voor het
                        publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te bezigen
                        voor een ander doel dan waarvoor deze bestemd is; </al>
          <al>g. artikel 4:8 het verbod, zoals bedoeld en omschreven in artikel 4:8 om
                        zijn natuurlijke behoefte op een openbare plaats te doen; </al>
          <al>h. het verbod een wapen van categorie I, als bedoeld in artikel 13, eerste
                        lid, van de Wet wapens en munitie, over te dragen, voorhanden te hebben, te
                        dragen en te vervoeren; </al>
          <al>i. het verbod, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, Wet wapens en munitie
                        een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen; </al>
          <al/>
          <al> overtreedt </al>
          <al/>
          <al>j. opruit dan wel heeft opgeruid als bedoeld in artikel 131 Wetboek van
                        Strafrecht, middels strafbare feiten of tot geweld tegen het openbaar gezag
                        opruit of opruit tot terroristische activiteiten; </al>
          <al>k. huisvredebreuk pleegt of heeft gepleegd als beschreven in dat artikel 138
                        Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>l. een woning of gebouw kraakt waarvan het gebruik door rechthebbende is
                        beëindigd, zoals beschreven in artikel 138a Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>m. openlijk in vereniging geweld als bedoeld in artikel 141 Wetboek van
                        Strafrecht tegen personen of goederen pleegt; </al>
          <al>n. zich met geweld verzet of heeft verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de
                        rechtmatige uitoefening van zijn functie of een tegen een persoon die hem
                        daarbij rechtmatig bijstand verleent, zoals bedoeld in artikel 180 Wetboek
                        van Strafrecht; </al>
          <al>o. niet voldoet aan een ambtelijk bevel of een vordering door een ambtenaar
                        belast met toezicht dan wel belast met het opsporen van strafbare feiten of
                        iemand belast met de openbare dienst, zoals beschreven in artikel 184
                        Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>p. een ambtsbediening als bedoeld in artikel 185 Wetboek van Strafrecht
                        belemmert; </al>
          <al>q. zich schuldig maakt aan een samenloop als beschreven in artikel 186
                        Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>r. handelingen verricht die zijn te kwalificeren als een feitelijke
                        aanranding van de eerbaarheid als bedoeld in artikel 246 Wetboek van
                        Strafrecht; </al>
          <al/>
          <al>s. bedreigt, dan wel openlijk in vereniging geweld te pleegt tegen personen
                        of goederen, bedreigt met enig misdrijf waardoor gevaar ontstaat voor de
                        algemene veiligheid van goederen en personen en/of andere handelingen, zoals
                        beschreven in artikel 285 Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>t. een persoon belaagt of personen belaagt, zoals beschreven in artikel 285b
                        Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>u. personen of een persoon, zoals bedoeld in artikel 300 Wetboek van
                        Strafrecht, mishandelt; </al>
          <al>v. met voorbedachten rade personen of een persoon mishandelt, zoals bedoeld
                        in artikel 301 Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>w. personen of een persoon opzettelijk zwaar mishandelt, zoals bedoeld in
                        artikel 302 Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>x. personen of een persoon zwaar mishandelt met voorbedachten rade als
                        bedoeld in artikel 303 Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>y. diefstal pleegt of heeft gepleegd met geweld of bedreiging als bedoeld in
                        artikel 312 Wetboek van Strafrecht; </al>
          <al>z. vernielt, beschadigt dan wel goederen onbruikbaar maakt, zoals bedoeld in
                        artikel 350 Wetboek van Strafrecht of; </al>
          <al>aa. in staat van dronkenschap in het openbaar de orde dan wel het verkeer
                        verstoort, zoals bedoeld en beschreven in artikel 426 Wetboek van
                        Strafrecht;</al>
          <al> bevelen om zich uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de
                        duur van het in de aanhef genoemde tijdvak niet meer te bevinden. </al>
          <al>2. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste lid, is
                        verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2 Betoging</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:2 Optochten</vet>
          </al>
          <al>(Vervallen)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</vet>
          </al>
          <al>1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                        houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur
                        voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                        burgemeester.</al>
          <al>2. De kennisgeving bevat:</al>
          <al>a. naam en adres van degene die de betoging houdt;</al>
          <al>b. het doel van de betoging;</al>
          <al>c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                        van beëindiging;</al>
          <al>d. de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats van
                        beëindiging;</al>
          <al>e. voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al>
          <al> f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                        regelmatig verloop te bevorderen.</al>
          <al>3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                        tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
          <al>4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag
                        na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag,
                        wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat
                        tijdstip voorafgaande werkdag.</al>
          <al>5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid
                        genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling
                        nemen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:4 Afwijking termijn</vet>
          </al>
          <al>(Vervallen, opgenomen in 2:3)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</vet>
          </al>
          <al>(Vervallen, opgenomen in 2:3)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte
                        stukken</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                            of afbeeldingen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
                        publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of
                        bekend te maken op of aan door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen openbare plaatsen.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan de werking van het verbod
                        beperken tot bepaalde dagen en uren.</al>
          <al>3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis
                        bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al>
          <al>4. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van
                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:8 Dienstverlening </vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:9 Straatartiest(1) </vet>
          </al>
          <al>1 Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden of
                        muziek ten gehore te brengen op een openbare plaats.</al>
          <al>2. De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waar het in het eerste
                        lid genoemde verbod niet geldt, mits voldaan wordt aan de volgende
                        voorwaarden: </al>
          <al>a. er wordt met ten hoogste 6 personen opgetreden; </al>
          <al>b. er worden geen draaiorgels, geluidversterkende apparatuur of
                        slaginstrumenten gebruikt; </al>
          <al>c. het optreden duurt niet langer dan één uur achtereen op dezelfde plaats; </al>
          <al>d. het optreden vindt plaats op meer dan 50 meter afstand van een andere
                        straatartiest; </al>
          <al>e. het optreden vindt niet plaats op maandag tot en met zaterdag tussen
                        21.00 uur en 8.00 uur en op zondag vóór 13.00 uur en na 21.00 uur; </al>
          <al>f. het optreden vindt niet plaats op een markt of een evenement.</al>
          <al>3. Onder dezelfde plaats als bedoeld in het tweede lid, onder c., wordt
                        verstaan iedere plaats die ligt op minder dan 100 meter afstand van een
                        plaats die eerder die dag door de betreffende straatartiest is
                        ingenomen.</al>
          <al>4. Door het optreden mag het voetgangers- en ander verkeer niet belemmerd
                        worden en mag de toegang tot winkels en andere gebouwen niet geblokkeerd
                        worden. </al>
          <al>5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                        genoemde verbod. </al>
          <al>6. De burgemeester kan beperkingen stellen aan het aantal optredens van
                        straatartiesten of aan het aantal straatartiesten dat gelijktijdig optreedt.
                        Hij kan daarbij onderscheid maken naar categorieën straatartiesten.</al>
          <al>7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                        toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de
                        weg</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:10 </vet>
            <vet>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                            strijd met de publieke functie ervan (2)(3).</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en
                        wethouders de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                        de publieke functie daarvan.</al>
          <al>2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al>
          <al>a. het plaatsen van voorwerpen of voertuigen op of aan de weg voorzover dit
                        voldoet aan de voorwaarden gesteld in de door het college vastgestelde
                        nadere regels;</al>
          <al>b. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen
                        opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden
                        worden gebruikt;</al>
          <al>c. zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers
                        bestemde gedeelte van de weg en voor zover:</al>
          <al>- elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt, en</al>
          <al>- elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5
                        meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt, en </al>
          <al>- elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter
                        buiten de opgaande gevel reikt;</al>
          <al>d. uitstallingen en losse reclameborden voorzover deze voldoen aan de
                        voorwaarden gesteld in de door het college vast te stellen nadere
                        regels;</al>
          <al>e. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al>
          <al>f. terrassen als bedoeld in artikel 2:34b;</al>
          <al>g. verkoopstandplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;</al>
          <al>h. een vaste plaats op een markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                        aanhef en onder h, van de Gemeentewet.</al>
          <al>3. Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop
                        gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te
                        hebben, indien:</al>
          <al>a. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                        bevestiging schade toebrengt aan de weg;</al>
          <al>b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                        veilig gebruik van de weg, of;</al>
          <al>c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                        weg.</al>
          <al>4. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al>
          <al>a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert
                        voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                        daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                        onderhoud van de weg;</al>
          <al>b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                        omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al>
          <al>c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers
                        van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al>
          <al>5. a. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                        waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                        Provinciaal wegenreglement Friesland.</al>
          <al>b. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voorzover in
                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                        Wegenverkeerswet.</al>
          <al>c. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt niet voor
                        bouwwerken;</al>
          <al>d. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in
                        het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
          <al>6. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                        omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik,
                        voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                        lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
          <al>7. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                            veranderen van een weg</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te
                        leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te
                        spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                        verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al>
          <al>2. De vergunning wordt verleend: </al>
          <al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten
                        zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                        of voorbereidingsbesluit; of</al>
          <al>b. door het college in de overige gevallen.</al>
          <al>3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht
                        van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden
                        verricht.</al>
          <al>4 Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt
                        voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                        rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, het Provinciaal wegenreglement
                        Friesland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                        Telecommunicatieverordening gemeente Leeuwarden.</al>
          <al>5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het leggen,
                        omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van kabels en buizen met
                        toebehoren in wegen door een bedrijf dat zich in het kader van de openbare
                        voorzieningen bezighoudt met de levering van gas, elektriciteit, water en/of
                        warmte.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:</al>
          <al> a. een uitweg te maken naar de weg;</al>
          <al> b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;</al>
          <al> c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al>
          <al>2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het
                        belang van:</al>
          <al> a. de bruikbaarheid van de weg;</al>
          <al> b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al>
          <al> c. het behoud van openbare parkeerplaatsen;</al>
          <al> d. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al>
          <al> e. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;</al>
          <al> f. indien op eigen erf niet minimaal over een ruimte voor het parkeren van
                        een auto van 2,30meter breed en 5 meter diep kan worden beschikt;</al>
          <al> g. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                        andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste
                        gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al>
          <al>3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de
                        Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen,
                        uit te storten of te laten lopen.</al>
          <al>2 Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafrecht
                        of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</vet>
          </al>
          <al>1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht
                        deze: </al>
          <al> a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken,
                        en</al>
          <al> b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat
                        bedrijf.</al>
          <al>2. Het is verboden met een winkelwagentje, als bedoeld in het eerste lid, op
                        een openbare plaats te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van die
                        winkel of, indien de winkel is gelegen in een winkelcomplex buiten de
                        onmiddellijke omgeving van dat winkelcomplex. Als onmiddellijke omgeving van
                        een winkel of winkelcomplex wordt aangemerkt de openbare plaats, grenzend
                        aan die winkel of dat winkelcomplex en tevens een aan die openbare plaats
                        aansluitende parkeerplaats.</al>
          <al>3. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare
                        plaats achter te laten.</al>
          <al>4. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of voorwerp</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</vet>
          </al>
          <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                        rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot een
                        openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                        dekken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</vet>
          </al>
          <al>1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                        betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van
                        de weggebruikers opleveren.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3,
                        van het Wetboek van Strafrecht.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:18 (Gereserveerd) </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers
                        bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad,
                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen
                        lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor prikkeldraad,
                        schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand
                        dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen
                        van een afscheiding zijn aangebracht.</al>
          <al>3. Het verbod in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                        1994.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden aan een weg of enig deel van een bouwwerk een voorwerp te
                        hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op door burgemeester en wethouders aangewezen wegen en
                        daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen,
                        knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                        gebruikt, openlijk bij zich te dragen. </al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behorend
                        tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie en voorzover
                        door het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, de
                        openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</vet>
          </al>
          <al>1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan
                        dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college van
                        burgemeester en wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve
                        van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                        onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders maakt van tevoren aan de
                        rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan
                        tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening
                        als bedoeld in het eerste lid.</al>
          <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of
                        de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:21a Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en
                            verlichting</vet>
          </al>
          <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord of een
                        andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare
                        verlichting te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te
                        beletten of te belemmeren.</al>
          <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het Wetboek van
                        Strafrecht van toepassing is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
                        stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen
                        voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te
                        merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid
                        gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
          <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die deel
                        uitmaken van de hoogspanningslijn.</al>
          <al>4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                        niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden:</al>
          <al>a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te
                        belemmeren of in gevaar te brengen;</al>
          <al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de
                        onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of
                        op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                        belemmeren.</al>
          <al>2. De gebruiker - of bij het ontbreken daarvan de rechthebbende - van een
                        inrichting voor afvoer van water is, wanneer het ijs in of nabij een ijsbaan
                        of ijsweg door uitstorting van dit water onbetrouwbaar is, verplicht
                        onverwijld de gevaarlijke plaats aan te duiden door bakens, planken, palen
                        of anderen voorwerpen op opvallende wijze langs de rand daarvan te
                        plaatsen.</al>
          <al>3. Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie
                        onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen en
                        goederen.</al>
          <al>4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                        Provinciale Vaarwegenverordening Friesland.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7 Evenementen</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:24 Begripsomschrijving </vet>
          </al>
          <al>1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek, al
                        dan niet met enige beperkingen, toegankelijke verrichting van vermaak, met
                        uitzondering van:</al>
          <al>a. bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden
                        gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden
                        gebruikt;</al>
          <al>b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                        Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al>
          <al>c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al>
          <al>d. activiteiten in horecabedrijven die in de uitoefening van het bedrijf
                        gebruikelijk zijn;</al>
          <al>e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                        manifestaties;</al>
          <al>f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9, 2:39 en 2:26f van deze
                        verordening;</al>
          <al>g. voetbalwedstrijden als bedoeld in artikel 2:25g en verder van deze
                        verordening.</al>
          <al>2. Onder evenement wordt mede verstaan: </al>
          <al> a. een herdenkingsplechtigheid</al>
          <al> b. een braderie;</al>
          <al> c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de
                        weg;</al>
          <al> d. een feest of wedstrijd op of aan de weg</al>
          <al>3. In deze afdeling wordt onder organisator verstaan een natuurlijke persoon
                        of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan
                        wel diens gevolmachtigde(n), die een evenement als bedoeld in het eerste lid
                        houdt of doet houden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25 Evenement </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te
                        organiseren.</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 van deze verordening kan aan de
                        vergunning het voorschrift verbonden worden dat de organisator een
                        verzekering tegen aansprakelijkheid met een toereikende dekking
                        afsluit.</al>
          <al>3. Met het oog op de in artikel 2:25g en de in artikel 1:8 genoemde
                        belangen, kan de burgemeester over de uitoefening van de bevoegdheden in
                        deze paragraaf nadere regels vaststellen.</al>
          <al>4. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest,
                        muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregelde
                        onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148
                        Wegenverkeerswet1994.</al>
          <al>5. Op de vergunning is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25a Buitenevenement </vet>
          </al>
          <al>1. Geen vergunning is vereist voor ééndaagse evenementen tot 300 bezoekers
                        op een openbare plaats, indien dit past binnen de door de burgemeester
                        vastgestelde nadere regels en de organisator van het evenement minimaal vier
                        weken voor het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                        burgemeester.</al>
          <al>2. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten
                        het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te
                        verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
                        volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25b Binnenevenement(2) </vet>
          </al>
          <al>1. Bij een evenement in een gebouw of een gedeelte daarvan dat bestemd is
                        voor dat evenement, is vergunning vereist indien het totaal aantal van 2000
                        bezoekers in dat gebouw wordt overschreden, gerekend over een aaneengesloten
                        periode van 24 uur.</al>
          <al>2. Bij een evenement in een gebouw of een gedeelte daarvan dat niet bestemd
                        is voor dat evenement, is vergunning vereist indien er meer dan 50 bezoekers
                        komen gerekend over een aaneengesloten periode van 24 uur.</al>
          <al>3. Geen vergunning is vereist bij een evenement in een gebouw of een
                        gedeelte daarvan dat niet bestemd is voor dat evenement, indien er meer dan
                        50 bezoekers en minder dan 300 bezoekers komen gerekend over een
                        aaneengesloten periode van 24 uur en de organisator van het evenement
                        minimaal vier weken voor het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                        burgemeester.</al>
          <al>4. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten
                        het organiseren van een evenement als bedoeld in het derde lid te verbieden,
                        indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                        of het milieu in gevaar komt.</al>
          <al>5. De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen waarop het in
                        de vorige leden gestelde niet van toepassing is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25c Indienen aanvraag </vet>
          </al>
          <al>1. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, dient
                        te geschieden door middel van een door of namens de burgemeester vastgesteld
                        formulier minimaal 16 weken voor het evenement.</al>
          <al>2. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval
                        vermeld:</al>
          <al> a. de gegevens van de organisator;</al>
          <al> b. de geplande datum, tijdstip en locatie van het evenement;</al>
          <al> c. een omschrijving van de aard en karakter van het evenement;</al>
          <al> d. het te verwachten aantal bezoekers.</al>
          <al> e. een omschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van
                        het evenement plaatsvinden;</al>
          <al>3. De burgemeester kan bepalen dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van
                        een door de organisator opgesteld veiligheidsplan.</al>
          <al>4. De burgemeester kan wegens bijzondere omstandigheden besluiten af te
                        wijken van de in lid 1 genoemde termijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25d Vereisten organisator </vet>
          </al>
          <al>1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25,
                        eerste lid dient de organisator aan de volgende eisen te voldoen:</al>
          <al> a. hij mag niet onder curatele staan dan wel uit de ouderlijke macht of
                        voogdij zijn ontzet;</al>
          <al> b. hij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;</al>
          <al> c. hij moet de leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt en</al>
          <al> d. hij moet aantoonbare ervaring hebben in het organiseren van
                        vergelijkbare evenementen als het evenement waarvoor vergunning wordt
                        aangevraagd.</al>
          <al>2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid onder
                        a., c. en d. gestelde vereiste.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25e Evenementenkalender(2) </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester stelt jaarlijks in december een Evenementenkalender vast
                        voor het volgende kalenderjaar. </al>
          <al>2. Degene die voornemens is een evenement van meer dan 2000 bezoekers te
                        organiseren dient de burgemeester jaarlijks vóór 1 september te verzoeken
                        het betreffende evenement te plaatsen op de Evenementenkalender van het
                        volgende jaar. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag voor een vergunning
                        als bedoeld in artikel 2:25c. </al>
          <al>3. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen
                        rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25g,
                        tweede lid onder e.</al>
          <al>4. De burgemeester kan tot het moment waarop de in lid 2 bedoelde
                        Evenementenkalender is vastgesteld, wegens bijzondere omstandigheden
                        besluiten af te wijken van de in lid 2 genoemde termijn. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25f Samenvallen van evenementen </vet>
          </al>
          <al>1. Een vergunningplichtig evenement dat minimaal 2 jaar achtereen binnen
                        eenzelfde periode heeft plaatsgevonden, heeft voorrang boven een nieuw te
                        organiseren evenement.</al>
          <al>2. Een groter evenement heeft voorrang boven een kleiner evenement.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25g Weigeringsgronden(2) </vet>
          </al>
          <al>1. De vergunning wordt geweigerd, indien:</al>
          <al> a. niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2:25c of </al>
          <al> b. niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:25d gestelde eisen;</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                        geweigerd, indien:</al>
          <al> a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de ruimte of op de gemeentelijke
                        - of hulpdiensten;</al>
          <al> b. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van
                        het evenement;</al>
          <al> c. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de
                        bestemming van de gevraagde locatie;</al>
          <al> d. herhaaldelijk gegronde klachten worden ingediend met betrekking tot een
                        evenement of organisator of;</al>
          <al> e. in de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld
                        in artikel 2:25e reeds een reservering is opgenomen voor een ander evenement
                        op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan.</al>
          <al>f. het een evenement van meer dan 2000 bezoekers betreft en niet voldaan is
                        aan de eisen van artikel 2:25e.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25h Schorsende werking andere vergunningen </vet>
          </al>
          <al>Bij het verlenen van de vergunning als bedoeld in artikel 2:25 juncto
                        artikel 2:25a kan bepaald worden dat de werking van reeds geldende
                        vergunningen voor het gebruik van de openbare plaats of het openbaar water
                        in het gebied waar het evenement plaatsvindt wordt geschorst zolang dit
                        noodzakelijk is in het belang van het evenement.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25i Ordeverstoring </vet>
          </al>
          <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:25j Wanordelijkheden bij evenementen </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend
                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te
                        veroorzaken. </al>
          <al>2. Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere
                        voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee
                        te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. </al>
          <al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren
                        tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie. </al>
          <al>4. Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren
                        van politie en brandweer en de bij de evenementen ingeschakelde
                        functionarissen van beveiligingsorganisaties en toezichthouders in het
                        belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7a Betaald voetbalwedstrijden </cursief>
            </vet>
          </al>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In de navolgende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. organisator: Betaald Voetbal Organisatie (BVO), Koninklijke Nederlandse
                        Voetbalbond (KNVB) of een andere rechtspersoon dan wel een natuurlijke
                        persoon die een voetbalwedstrijd organiseert; </al>
          <al>b. voetbalwedstrijd: een wedstrijd waarbij één van de spelende teams een
                        Nederlandse of een buitenlandse BVO dan wel een vertegenwoordigend elftal
                        van de KNVB is; </al>
          <al>c. supporter: </al>
          <al>1. persoon die door kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar
                        maakt bij de aanhang van een BVO te horen; </al>
          <al>2. dan wel een persoon die bij deskundigen als zodanig bekend is; </al>
          <al>3. dan wel een persoon die een wezenlijke of significante bijdrage levert
                        aan de verstoring van de openbare orde, direct gerelateerd aan de plaats te
                        vinden, plaatshebbende c.q. plaatsgevonden wedstrijd van de BVO; </al>
          <al>d. stadiongebiedsverbod: het verbod om zich gedurende een aangewezen periode
                        op de dag van een voetbalwedstrijd te bevinden in een gebiedsgedeelte van de
                        gemeente waarbinnen de kans op voetbal gerelateerde verstoringen van de
                        openbare orde groot is hierbij rekening houdend met de woning of werkgebied
                        of specifieke voorzieningen van en voor diegene aan wie het
                        stadiongebiedsverbod is opgelegd; </al>
          <al>e. stadsverbod: het verbod voor supporters van een bezoekende club om zich
                        op de speeldag van een voetbalwedstrijd en indien hiervoor gerede aanleiding
                        bestaat een deel van de aan de wedstrijd voorafgaande dag te bevinden binnen
                        de gemeentegrenzen dan wel een gebied binnen de gemeentegrenzen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26a Melding wedstrijden </vet>
          </al>
          <al>1. De organisator is verplicht ten minste dertig dagen voor de vastgestelde
                        speeldag van een voetbalwedstrijd een melding te doen aan de burgemeester; </al>
          <al>2. Indien een melding, gelet op het tijdstip waarop de speeldatum wordt
                        vastgesteld, niet vier weken tevoren kan worden gedaan, dient de organisator
                        van de na de vaststelling van de speeldatum hiervan de burgemeester
                        schriftelijk in kennis te stellen, maar in ieder geval één week voor de
                        speeldatum. </al>
          <al>3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in de in het eerste lid
                        bepaalde termijn. </al>
          <al>4. De melding bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen. </al>
          <al>5. De melding vindt uitsluitend schriftelijk en/of elektronisch plaats en
                        bevat in elk geval: </al>
          <al>a. naam en adres van de organisator; </al>
          <al>b. dag, tijd en plaats van de voetbalwedstrijd </al>
          <al>c. namen van de deelnemende ploegen; </al>
          <al>d. verwachte risico’s voor verstoring van de openbare orde. </al>
          <al>e. maatregelen van de organisaties om verstoring van de openbare orde te
                        voorkomen. </al>
          <al>6. De aanvrager strekt de burgemeester op diens verzoek aanvullende
                        informatie. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26b Aanwijzingen aan de organisator </vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde
                        aanwijzingen geven verband houdende met de voetbalwedstrijd, zoals o.a. de
                        aanvang van de wedstrijd, toeloop en vertrek van het publiek, aantallen
                        bezoekers, inzet en inrichting van verlichting, parkeren. Indien de
                        organisator die aanwijzingen niet opvolgt of blijk geeft die niet op te
                        volgen kan de burgemeester overgaan tot het verbieden, zoals bedoeld in
                        artikel 2:26c, van de wedstrijd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26c Verbod van wedstrijden </vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan de wedstrijd verbieden indien:</al>
          <al>a. de melding niet tijdig is ingediend of indien naar zijn oordeel
                        onvoldoende informatie is verstrekt; </al>
          <al>b. er gegronde vrees bestaat dat de organisator de opgelegde voorschriften
                        niet zal naleven; </al>
          <al>c. hij gegronde vrees heeft de openbare orde niet te kunnen handhaven. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26d Aanwijzingen aan supporters </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan aanwijzingen geven aan een supporter. </al>
          <al>2. Een aanwijzing voor een supporter die in het bezit is van een geldig
                        toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en rechtstreeks naar het stadion te
                        gaan na aankomst in de gemeente en, indien hij niet in de gemeente woont,
                        onmiddellijk en rechtstreeks na afloop van de wedstrijd de gemeente te
                        verlaten en indien hij wel in de gemeente woont, zich niet te begeven naar/
                        in een omschreven gebiedsdeel van de gemeente, tenzij hij daar woont. </al>
          <al>3. Een aanwijzing aan een supporter die niet in het bezit is van een geldig
                        toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en volgens een aangegeven route
                        naar een aangewezen plaats te gaan en, indien hij niet in de gemeente woont,
                        onmiddellijk de gemeente volgens een aangegeven route te verlaten. </al>
          <al>4. Een aanwijzing aan supporters van een bezoekende BVO kan inhouden om
                        binnen de gemeente in georganiseerd groepsverband te reizen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26e Algemene verboden </vet>
          </al>
          <al>1. Het is een supporter verboden het voetbalveld voor, tijdens of na afloop
                        van de voetbalwedstrijd zonder toestemming van de rechthebbende te betreden,
                        of daarop voorwerpen te gooien. </al>
          <al>2. Het is een supporter verboden alcohol bij zich te hebben dan wel te
                        gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd. </al>
          <al>3. Het is anderen dan de organisator verboden op of aan de weg
                        toegangskaarten voor de voetbalwedstrijd met een commercieel doel aan te
                        bieden of voor verkoop voorhanden te hebben. </al>
          <al>4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6.van het Vuurwerkbesluit is het
                        een supporter verboden pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of
                        lawaai te produceren, bij zich te hebben dan wel te gebruiken op weg naar of
                        van een voetbalwedstrijd, dan wel in het voetbalstadion. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26f Verstoring openbare orde </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden de openbare orde te verstoren. </al>
          <al>2. Onder het verstoren van de openbare orde wordt verstaan het veroorzaken
                        van onrechtmatige hinder of onrechtmatig gevaar voor één of meer personen
                        dan wel goederen. </al>
          <al>3. Van een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde is sprake
                        indien een supporter of een groep van supporters in de hoedanigheid van
                        supporter de openbare orde verstoort, dan wel hieraan een bijdrage levert. </al>
          <al>4. Deze verordening onderscheidt al naar gelang de ernst van de veroorzaakte
                        hinder of de gevaarzetting een geringe, beperkte, ernstige, gewelddadige en
                        voor personen gevaarlijke, zeer gevaarlijke of fatale verstoring van de
                        openbare orde. </al>
          <al>5. Een poging tot een van de in de artikelen 2:26j, 2:26k, en 2:26l genoemde
                        gedragingen levert eveneens een verstoring van de openbare orde op. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26g Geringe verstoringen </vet>
          </al>
          <al>Als geringe verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval
                        beschouwd de volgende gedragingen: </al>
          <al>a. natuurlijke behoefte doen op plekken die hiervoor niet zijn bedoeld; </al>
          <al>b. plegen van baldadigheid met gevaar of nadeel voor goederen; </al>
          <al>c. hinderen van het verkeer; </al>
          <al>d. zich op verboden terrein, anders dan het voetbalveld bevinden; </al>
          <al>e. gebruiken of onder invloed verkeren van een middel als verboden in de
                        Opiumwet; </al>
          <al>f. bij zich hebben van alcohol dan wel gebruiken op weg naar of van een
                        voetbalwedstrijd; </al>
          <al>g. bij zich hebben dan wel gebruiken op weg naar of van het voetbalstadion
                        van pyrotechnische voorwerpen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26h Beperkte verstoringen </vet>
          </al>
          <al>Als beperkte verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval
                        beschouwd de volgende gedragingen: </al>
          <al>a. een ander in zijn vrijheid van bewegen belemmeren; </al>
          <al>b. zich aan iemand tegen diens wil opdringen of hem op hinderlijke wijze
                        volgen; </al>
          <al>c. plegen van baldadigheid tegenover een andere persoon; </al>
          <al>d. niet voldoen aan de wettelijke verplichting om een identiteitsbewijs ter
                        inzage aan te bieden; </al>
          <al>e. een valse naam of van een valse hoedanigheid aannemen om iemand te
                        bewegen tot de afgifte van een goed; </al>
          <al>f. plegen van valsheid in geschrifte; </al>
          <al>g. veroorzaken van gevaar op de weg; </al>
          <al>h. niet voldoen aan een bevel van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van
                        politie of een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of
                        op zijn verzoek bijstand verleent; </al>
          <al>i. beletten, belemmeren of verijdelen van enige handeling van een ambtenaar
                        van politie of een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting
                        of op zijn verzoek bijstand verleent; </al>
          <al>j. opgeven van verkeerde persoonsgegevens aan een bevoegd persoon; </al>
          <al>k. beledigen van een ambtenaar van politie of een persoon die hem daarbij
                        krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent; </al>
          <al>l. zich beledigend uitlaten over een groep mensen, of het aanzetten tot haat
                        tegen of discriminatie van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of
                        levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun
                        lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap; </al>
          <al>m. openbare dronkenschap; </al>
          <al>n. illegale verkoop van toegangskaarten. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26i Ernstige verstoringen </vet>
          </al>
          <al>Als ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval
                        beschouwd de volgende gedragingen: </al>
          <al>a. niet naleven van een stadiongebiedsverbod; </al>
          <al>b. huisvredebreuk dan wel een poging hiertoe; </al>
          <al>c. lokaalvredebreuk dan wel een poging hiertoe; </al>
          <al>d. opruien tegen een ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem
                        daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand
                        verleent; </al>
          <al>e. dragen van een wapen; </al>
          <al>f. vernielen van werken van openbaar nut; </al>
          <al>g. vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of weg maken van andermans
                        goed; </al>
          <al>h. veroorzaken van verkeersongeval; </al>
          <al>i. niet naleven van een noodbevel; </al>
          <al>j. overtreden van noodverordening; </al>
          <al>k. diefstal of heling dan wel een poging hiertoe; </al>
          <al>l. brandstichten of ontploffing teweegbrengen met gevaar voor goederen; </al>
          <al>m. gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van
                        vernielen van goederen; </al>
          <al>n. illegale handel; </al>
          <al>o. betreden van het voetbalveld voor, tijdens of na afloop een wedstrijd; </al>
          <al>p. gooien van al dan niet pyrotechnische voorwerpen op het voetbalveld. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26j Gewelddadige en voor personen gevaarlijke verstoringen
                        </vet>
          </al>
          <al>Als zeer ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval
                        beschouwd de volgende gedragingen: </al>
          <al>a. zich met geweld dan wel het dreigen met geweld verzetten tegen een
                        ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem daarbij krachtens
                        wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent; </al>
          <al>b. een ander met geweld of het bedreigen met geweld dwingen iets te doen,
                        niet te doen of te dulden; </al>
          <al>c. huisvredebreuk met geweld dan wel het dreigen met geweld; </al>
          <al>d. lokaalvredebreuk met geweld dan wel het dreigen met geweld; </al>
          <al>e. openlijke geweldpleging; </al>
          <al>f. oproepen tot gewelddadig gedrag; </al>
          <al>g. gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van
                        geweld; </al>
          <al>h. mishandelen; </al>
          <al>i. vechterij; </al>
          <al>j. aanwenden van een wapen tegen een persoon; </al>
          <al>k. plegen van diefstal met geweld of het dreigen met geweld; </al>
          <al>l. brandstichten of ontploffing teweegbrengen met gevaar voor personen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26k Gewelddadige en voor personen zeer gevaarlijke
                            verstoringen </vet>
          </al>
          <al>Als buitengewoon ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder
                        geval beschouwd de volgende gedragingen die zwaar lichamelijk letsel
                        veroorzaken: </al>
          <al>a. openlijk geweld plegen; </al>
          <al>b. gebruik van een wapen; </al>
          <al>c. mishandelen; </al>
          <al>d. zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar van politie of tegen een
                        persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek
                        bijstand verleent; </al>
          <al>e. brandstichten of een ontploffing teweegbrengen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26l Voor personen fatale verstoringen</vet>
          </al>
          <al>Als buitengewoon zeer ernstige verstoringen van de openbare orde worden in
                        ieder geval beschouwd de volgende gedragingen met de dood van een ander ten
                        gevolge: </al>
          <al>a. openlijk geweld plegen; </al>
          <al>b. gebruik van een wapen; </al>
          <al>c. mishandeling; </al>
          <al>d. zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar van politie of tegen een
                        persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek
                        bijstand verleent; </al>
          <al>e. brandstichten of ontploffing teweegbrengen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26m Stadiongebiedsverbod </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan aan een supporter die zich schuldig maakt aan een
                        voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde een
                        stadiongebiedsverbod opleggen van: </al>
          <al>a. zes wedstrijden in geval van een geringe verstoring; </al>
          <al>b. 6 maanden tot een jaar in geval van een beperkte verstoring. </al>
          <al>2. De burgemeester legt aan een supporter die zich schuldig maakt aan een
                        voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde een
                        stadiongebiedsverbod van: </al>
          <al>a. twee jaren in geval van een ernstige verstoring; </al>
          <al>b. drie jaren in geval van een gewelddadige en voor personen gevaarlijke
                        verstoring; </al>
          <al>c. vijf jaren in geval van een gewelddadige en voor personen zeer
                        gevaarlijke verstoring; </al>
          <al>d. tien jaren in geval van een voor personen fatale verstoring. </al>
          <al>3. Om dringende redenen kan de burgemeester (deels) ontheffing verlenen van
                        het stadiongebiedsverbod. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26n Stadiongebiedsverbod bij vrees </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan aan een supporter een stadiongebiedsverbod opleggen
                        indien hij vreest voor een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare
                        orde door die supporter. </al>
          <al>2. Van vrees is in ieder geval sprake indien een persoon zich in een andere
                        gemeente in Nederland dan wel in een ander land heeft schuldig gemaakt aan
                        ten minste een ernstige voetbal gerelateerde verstoring van de openbare
                        orde. </al>
          <al>3. De termijn van dit stadiongebiedsverbod wordt bepaald door de ernst van
                        de verstoring van de openbare orde. </al>
          <al>4. Om dringende redenen kan de burgemeester (deels) ontheffing verlenen van
                        het stadiongebiedsverbod. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26o Aantoonplicht en kwijtschelding stadiongebiedsverbod
                        </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan bij het opleggen van een stadiongebiedsverbod aan een
                        supporter de plicht opleggen om op een door hem voorgeschreven wijze aan te
                        tonen dit stadiongebiedsverbod na te leven. </al>
          <al>2. De burgemeester kan op verzoek van de betrokkene de termijn van een
                        stadiongebiedsverbod met een derde bekorten, indien de betrokkene aantoont
                        het verbod gedurende twee derde van de termijn zorgvuldig te hebben
                        nageleefd. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26p Recidive</vet>
          </al>
          <al>1. Indien de betrokkene tijdens de looptijd van het stadiongebiedsverbod of
                        binnen een periode van twee jaren erna de openbare orde opnieuw verstoort,
                        kan de burgemeester voor die gedraging een stadiongebiedsverbod opleggen van
                        de dubbele tijdsduur van de categorie waarbinnen de verstoring van openbare
                        orde valt. </al>
          <al>2. De termijn van dit stadiongebiedsverbod begint te lopen de dag nadat de
                        termijn van het eerdere stadiongebiedsverbod is verstreken. </al>
          <al>3. Om dringende redenen kan de burgemeester ontheffing verlenen van het
                        stadiongebiedsverbod. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:26q Stadsverbod </vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan aan een supporter dan wel aan supporters van een
                        bezoekende voetbalclub een verbod opleggen om zich binnen de gemeentegrenzen
                        te begeven, indien er vrees bestaat voor ten minste ernstige voetbal
                        gerelateerde verstoring van de openbare orde. </al>
          <al>2. De lengte van een zodanig stadsverbod bedraagt maximaal 48 uren. </al>
          <al>3. In individuele gevallen van dringende aard kan de burgemeester ontheffing
                        verlenen van het stadsverbod. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen(2) </vet>
          </al>
          <al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder horecabedrijf de voor het publiek
                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                        zij bedrijfsmatig was:</al>
          <al>a. logies wordt verstrekt:</al>
          <al>b. dranken worden geschonken;</al>
          <al>c. etenswaren of rookwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt;</al>
          <al>d. hoofdzakelijk etenswaren worden bereid om te worden afgehaald.</al>
          <al> Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel,
                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis,
                        clubhuis.</al>
          <al>2. Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
                        een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.</al>
          <al>3. Een terras in de zin van deze afdeling is een buiten de besloten ruimte
                        van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                        verstrekt.</al>
          <al>4. Onder leidinggevende wordt in deze afdeling verstaan:</al>
          <al>a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun
                        gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt
                        geëxploiteerd;</al>
          <al>b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming,
                        waarin de openbare inrichting wordt geëxploiteerd in een of meer
                        inrichtingen;</al>
          <al>c. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de
                        uitoefening van zodanige openbare inrichting in een inrichting.</al>
          <al>5. Deze afdeling verstaat onder bezoekers eenieder behalve:</al>
          <al>a. leidinggevenden;</al>
          <al>b. personen die dienst doen in de inrichting;</al>
          <al>c. personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                        noodzakelijk is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf(2) </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de
                        burgemeester:</al>
          <al>a. tenzij voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                        de Drank- en Horecawet is verleend;</al>
          <al>b. indien voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                        de Drank- en Horecawet is verleend en exploitatie plaats vindt in strijd met
                        een categorale vrijstelling als genoemd in artikel 2:28c.</al>
          <al>2. Indien de exploitatie van een horecabedrijf, waarvoor een vergunning als
                        bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt uitgebreid of (ingrijpend)
                        wordt gewijzigd, dient een nieuwe vergunning als bedoeld in het eerste lid
                        te worden aangevraagd.</al>
          <al>3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de
                        vergunning als bedoeld in het eerste lid indien:</al>
          <al>a. de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                        geldend bestemmingsplan;</al>
          <al>b. de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag overlegt, die uiterlijk
                        drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is
                        afgegeven.</al>
          <al>4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                        vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet
                        worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het
                        horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                        beïnvloed.</al>
          <al>5. De burgemeester vermeldt in de vergunning:</al>
          <al>a. de vergunninghouder;</al>
          <al>b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;</al>
          <al>c. de plaats waar de inrichting zich bevindt;</al>
          <al>d. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en
                        terrassen;</al>
          <al>e. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn
                        verbonden.</al>
          <al>6. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de
                        leidinggevenden.</al>
          <al>7. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften
                        daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag en de
                        ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2:28f, tweede lid, of een afschrift
                        daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.</al>
          <al>8. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                        vergunning bedoeld in het eerste lid.</al>
          <al/>
          <al>Artikel 2:28a Nadere eisen(2) </al>
          <al>1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>dient de leidinggevende:</al></li>
          </lijst>
          <al>- minimaal de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt, met dien verstande dat
                        leidinggevenden in bedrijven waar uitsluitend etenswaren en niet
                        alcoholhoudende dranken worden verstrekt minimaal de leeftijd van 18 jaar is
                        bereikt;</al>
          <al>- te voldoen aan de eisen gesteld in het Besluit eisen zedelijkheid gedrag
                        Drank- en Horecawet 1999;</al>
          <al>- niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn;</al>
          <al>- niet onder curatele te staan;</al>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>dient het horecabedrijf waar uitsluitend etenswaren en niet
                                alcoholhoudende dranken worden verstrekt één lokaliteit met een
                                oppervlakte van ten minste 15 m² te hebben;</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="c."><al>dienen overige horecabedrijven één lokaliteit met een oppervlakte
                                van ten minste 35 m² te hebben.</al></li>
          </lijst>
          <al>2. Van het gestelde in het eerste lid onder a, met betrek­king tot de
                        leeftijdseis kan de burge­mees­ter ontheffing verle­nen voor maximaal een
                        jaar, mits sprake is van een bij­zonder geval, dan wel indien gewich­tige
                        belangen daar­toe aan­lei­ding geven.</al>
          <al>3. Van het gestelde in het eerste lid onder b, met betrekking tot de
                        oppervlakte van 15 m², kan de burgemeester ontheffing verlenen voor
                        bestaande horecabedrijven, waarvan de oppervlakte kleiner is dan 15 m², aan
                        de vergunninghouder of zijn rechtsopvolger.</al>
          <al>4. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in arti­kel 2:28,
                        indien niet wordt voldaan aan de nadere eisen als bedoeld in het eerste lid
                        van artikel 2:28a, en daarvan geen ontheffing kan worden ver­leend.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28b Aanwezigheid van en toezicht door de
                            leidinggevende(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben,
                        zonder dat de op het aanhangsel vermelde leidinggevende in het horecabedrijf
                        aanwezig is.</al>
          <al>2. Het in lid 1 genoemde verbod geldt niet voor een rechtspersoon niet
                        zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
                        aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van recreatieve,
                        sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
                        godsdienstige aard.</al>
          <al>3. De leidinggevenden zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in
                        het horecabedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                        geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen zeden), XX
                        (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het
                        Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28c Categorale vrijstelling</vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan bij openbare bekendmaking:</al>
          <al>a. bepalen dat het exploiteren van categorieën horecabedrijven, al dan niet
                        beperkt tot een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van vergunningplicht
                        is vrijgesteld;</al>
          <al>b. voorschriften stellen aan de onder a. genoemde vrijstelling.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28d Indienen aanvraag </vet>
          </al>
          <al>Uiterlijk 8 weken voor de start of wijziging van de exploitatie van het
                        horecabedrijf dient de vergunninghouder een aanvraag als bedoeld in artikel
                        2:28 ingediend te hebben middels een vastgesteld formulier.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28e Vervallen vergunning(2)</vet>
          </al>
          <al>De vergunning vervalt:</al>
          <al>a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn
                        verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de
                        vergunning;</al>
          <al>b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn
                        verricht met gebruikmaking van de vergunning;</al>
          <al>c. de verlening van de vergunning, strekkende tot vervanging van
                        eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden;</al>
          <al>d. zodra de vergunninghouder kenbaar maakt de exploitatie van het
                        horecabedrijf feitelijk te hebben beëindigd. Uiterlijk binnen een week na de
                        feitelijke beëindiging van de exploitatie geeft de vergunninghouder daarvan
                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:28f Wijziging leidinggevende(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Indien een leidinggevende, als bedoeld in artikel 2:27, lid 4, zijn taak
                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de vergunninghouder daarvan binnen een week
                        na de feitelijke beëindiging schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
          <al>2. De leiding kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende,
                        indien deze door de vergunninghouder is gemeld bij de burgemeester en de
                        burgemeester de ontvangst van deze melding onverwijld elektronisch of
                        schriftelijk heeft bevestigd. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging
                        van het aanhangsel en wordt getoetst aan de in artikel 2:28 en 2:28a
                        gestelde eisen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:29 Openings- en sluitingstijden(2)1</vet>. </al>
          <al>1. Het is de leidinggevende van een horecabedrijf, gelegen binnen de
                        gekleurde gebieden, zoals aangegeven op bijbehorende kaart, verboden dit
                        voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                        laten verblijven:</al>
          <al>a. Indien het horecabedrijf zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden
                        voornamelijk richt op het verstrekken van dranken en etenswaren aan
                        bezoekers van de centrumvoorzieningen en zich veelal schikt naar de
                        winkeltijden: </al>
          <al> - tussen 01:00 uur tot 08:00 uur, met dien verstande dat het tussen 00:00
                        uur en 01:00 uur verboden is bezoekers toe te laten in een horecabedrijf
                        waar alcoholhoudende drank of softdrugs wordt verstrekt of verkocht. </al>
          <al>b. Indien het horecabedrijf zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden
                        voornamelijk richt op het verstrekken van maaltijden en dranken aan
                        bezoekers en veelal aan het einde van de avond sluit:</al>
          <al>- tussen 01:00 uur tot 08:00 uur, met dien verstande dat het tussen 00:00
                        uur en 01:00 uur verboden is bezoekers toe te laten in een horecabedrijf
                        waar alcoholhoudende drank of softdrugs wordt verstrekt of verkocht.</al>
          <al>c. Indien het horecabedrijf zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden
                        voornamelijk richt op activiteiten van recreatieve, sportieve,
                        sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard:</al>
          <al>- tussen 01:00 uur tot 08:00 uur, met dien verstande dat het tussen 00:00
                        uur en 01:00 uur verboden is bezoekers toe te laten in een horecabedrijf
                        waar alcoholhoudende drank of softdrugs wordt verstrekt of verkocht.</al>
          <al>d. Indien het horecabedrijf zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden
                        voornamelijk richt op activiteiten van educatieve aard of het verstrekken
                        van (alcoholische) dranken of etenswaren en veelal ’s avonds en ’s nachts
                        geopend is:</al>
          <al>- tussen 05:00 uur tot 08:00 uur, met dien verstande dat het tussen 03:00
                        uur en 05:00 uur verboden is bezoekers toe te laten in een horecabedrijf
                        waar alcoholhoudende drank of softdrugs wordt verstrekt of verkocht. </al>
          <al>2. Het is de leidinggevende van een horecabedrijf, niet gelegen in één van
                        de in lid 1 bedoelde gebieden, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben
                        en aldaar bezoekers te laten verblijven van 01:00 uur tot 08:00 uur, met
                        dien verstande dat het tussen 00:00 en 01:00 uur verboden is nieuwe of
                        komende bezoekers toe te laten in een horecabedrijf waar alcoholhoudende
                        drank of softdrugs wordt verstrekt of verkocht.</al>
          <al>3. Het is de leidinggevende van een horecabedrijf, zoals genoemd in lid 1,
                        onder a tot en met c, en lid 2 toegestaan om op Oudjaarsnacht,
                        Nieuwjaarsnacht, beide Paasnachten, beide Kerstnachten, beide
                        Pinksternachten, in de nacht volgend op 5 mei en in de nacht volgend op
                        Koningsdag toegestaan het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en
                        aldaar bezoekers te laten verblijven tot 02:00 uur.</al>
          <al>4. Het is de leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld in lid 1,
                        onder d van dit artikel toegestaan een terras geopend te hebben en aldaar
                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven van 08:00 uur tot 01:00 uur,
                        met dien verstande dat het in de maanden juni, juli, augustus en september
                        toegestaan is het terras in de nachten van vrijdag op zaterdag en van
                        zaterdag op zondag tot 02:00 uur geopend te hebben. </al>
          <al>5. Het is de leidinggevende van een horecabedrijf als bedoeld in lid 1,
                        onder a tot c en lid 2 van dit artikel toegestaan een terras geopend te
                        hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven van 08:00 uur
                        tot 24:00 uur.</al>
          <al> 6. De in het eerste en tweede lid genoemde verboden gelden niet voor de
                        leidinggevende van een bedrijf waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                        zij bedrijfsmatig was logies wordt geboden voor zover het betreft
                        activiteiten en handelingen die betrekking hebben op het vertrekken van
                        logies.</al>
          <al>7. De burgemeester kan door middel van een ontheffing voor een afzonderlijk
                        horecabedrijf of een daartoe behorend terras een ander sluitings- en/of
                        toelatingsuur vaststellen. 8. Het in de vorige leden bepaalde geldt niet
                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                        milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
          <al>9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:29a Overgangsrecht </vet>
          </al>
          <al>Voor horecabedrijven, niet gelegen in het concentratie-, ontwikkelings- of
                        consolidatie-gebieden, waarvoor op 15 januari 1998 andere sluitingstijden
                        golden, blijft de toen geldende situatie van kracht, met uitsluiting van de
                        bepalingen voor de sluitingstijden van terrassen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                        zedelijkheid of gezondheid, ingeval van exploitatie zonder vergunning of in
                        strijd met de vergunning of in geval van bijzondere omstandigheden, te
                        zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de
                        krachtens artikel 2:29 of 2:29a geldende sluitingstijden vaststellen of
                        tijdelijk sluiting bevelen. </al>
          <al>2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.</al>
          <al>3. De burgemeester kan door middel van een ontheffing andere sluitingstijden
                        vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                        terras.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
          <al> a. de orde te verstoren;</al>
          <al> b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting
                        gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30,
                        eerste lid;</al>
          <al> c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen
                        gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras;</al>
          <al> d. messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen
                        worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of
                        veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al>
          <al>2. Eenieder is verplicht in een horecabedrijf alle aanwijzingen van
                        ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of
                        veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven(2)</vet>
          </al>
          <al>1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld
                        in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                        eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
          <al>2. De leidinggevende van een horecabedrijf laat niet toe dat een handelaar
                        of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft,
                        verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:33 Het college van burgemeester en wethouders als bevoegd
                            bestuursorgaan</vet>
          </al>
          <al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 geen inrichting is in
                        de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar
                        het college van burgemeester en wethouders op als bevoegd bestuursorgaan ten
                        behoeve van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34a Overige bepalingen</vet>
          </al>
          <al>Bij overlijden van een vergunninghouder kan het bedrijf worden voortgezet
                        tot drie maanden na het overlijden, of indien binnen die termijn een nieuwe
                        vergunning is aange­vraagd, tot het tijdstip waarop op de desbetreffende
                        aan­vraag onherroepe­lijk is beslist.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34b Terrasvergunning horecabedrijf</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden bij een horecabedrijf een terras te exploiteren zonder
                        vergunning van de burgemeester.</al>
          <al>2. Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of meer bij het
                        horecabedrijf behorende terrassen op de weg, beslist de burgemeester over de
                        ingebruikneming van die weg ten behoeven van het terras. De burgemeester kan
                        over de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vaststellen.</al>
          <al>3. Onverminderd het gestelde in artikel 1.8 kan de burgemeester de in het
                        tweede lid bedoelde ingebruikneming van de weg weigeren:</al>
          <al> a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
                        oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                        gebruik daarvan;</al>
          <al> b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer
                        en onderhoud van de weg.</al>
          <al> c. in het belang van voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers
                        van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak;</al>
          <al> d. ingeval van strijd met de op grond van lid 2 vastgestelde nadere
                        regels</al>
          <al>4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voorzover in het
                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                        rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34c Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                                bedoeld in de Drank- en Horecawet</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34d Regulering paracommerciële rechtspersonen(3)</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van sportieve aard kan
                                alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al></li>
          </lijst>
          <al>- maandag tot en met zondag, vanaf een uur voor de activiteiten en uiterlijk
                        twee uren na de activiteiten/bijeenkomsten/wedstrijden/trainingen.</al>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van sociaal-culturele aard kan
                                alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al></li>
          </lijst>
          <al>- maandag tot en met zondag vanaf 10.00 uur tot 01.00 uur (eindtijd is
                        gekoppeld aan de geldende sluitingstijden).</al>
          <lijst>
            <li nr="3."><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van educatieve aard kan
                                alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al></li>
          </lijst>
          <al>- maandag tot en met zondag vanaf 10.00 uur tot 05.00 uur (eindtijd is
                        gekoppeld aan de geldende sluitingstijden).</al>
          <lijst>
            <li nr="4."><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van levensbeschouwelijke of
                                godsdienstige aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken
                                op:</al></li>
          </lijst>
          <al>- maandag tot en met zondag vanaf 16.00 uur tot 23.00 uur (eindtijd is
                        gekoppeld aan de geldende sluitingstijden).</al>
          <lijst>
            <li nr="5."><al>Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank
                                uitsluitend verstrekken op:</al></li>
          </lijst>
          <al>maandag tot en met zondag van 18.00 uur tot 20.00 uur.</al>
          <lijst>
            <li nr="6."><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich (voornamelijk) richt op
                                het organiseren van activiteiten van sportieve aard verstrekt geen
                                alcoholhoudende drank tijdens jeugdactiviteiten, jeugdwedstrijden en
                                jeugdbijeenkomsten, waaraan jeugd tot 15 jaar deelneemt.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="7."><al>Een paracommerciële rechtspersoon mag alcoholhoudende drank
                                verstrekken tijdens ten hoogste 4 bijeenkomsten van persoonlijke
                                aard of die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks
                                bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn, waarbij fiscale wet- en regelgeving dienen te worden
                                gerespecteerd. </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="8."><al>De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 3 weken voor een
                                bijeenkomst als bedoeld in het zevende lid, hiervan melding aan de
                                burgemeester door middel van een meldingsformulier. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:34e Beperking verstrekking sterke drank</vet>
          </al>
          <al>Het is tevens verboden anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een
                        inrichting: </al>
          <al>waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;</al>
          <al>b. welke uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of
                        jongerenorganisaties of- instellingen. Hieronder wordt in ieder geval een
                        jongerencentrum verstaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten
                        ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                        mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</vet>
          </al>
          <al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het houden van
                        een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan
                        schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:37 Nachtregister</vet>
          </al>
          <al>Gereserveerd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister(2)</vet>
          </al>
          <al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder is
                        verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting volledig en naar
                        waarheid zijn of haar naam, adres, woonplaats, geboortedatum,
                        geboorteplaats, dag van aankomst, alsmede de dag van vertrek te
                        verstrekken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>I</vet>
            <vet>n deze afdeling wordt verstaan onder:</vet>
          </al>
          <al>a. Speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid, waar
                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid
                        wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij premies, geld of in geld
                        inwisselbare goederen kunnen worden gewonnen en verloren.</al>
          <al>b. Exploitant: degene die een speelgelegenheid exploiteert of, indien de
                        exploitant een rechtspersoon is, de natuurlijke persoon die bestuurder is
                        van die rechtspersoon.</al>
          <al>c. Beheerder: de natuurlijke persoon die de dagelijkse en onmiddellijke
                        leiding geeft aan de exploitatie van een speelgelegenheid.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39a Exploitatie van een speelgelegenheid </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een speelgelegenheid te (doen) exploiteren of te wijzigen
                        zonder vergunning van de burgemeester.</al>
          <al>2. Het eerste lid is niet van toepassing op: </al>
          <al> a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid onder
                        b, van de Wet op de Kansspelen een vergunning is vereist; </al>
          <al> b. gelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden het kleine kansspel als
                        bedoeld in artikel 7c van de Wet op de Kansspelen te beoefenen of waar
                        gelegenheid wordt gegeven te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel
                        30 van de Wet op de Kansspelen.</al>
          <al>3. Op de vergunning is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39b Aanvraag vergunning</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a,
                                eerste lid, moet een schriftelijke aanvraag bij de burgemeester
                                worden ingediend.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Bij een aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld en/of
                                overlegd: </al><al>a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); </al><al>b. de persoonsgegevens van de beheerder(s); </al><al>c. een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer
                                van Koophandel; </al><al>d. de plaatselijke ligging van de speelgelegenheid;</al><al> e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot
                                het gebruik van de ruimte bestemd voor de speelgelegenheid;</al><al> f. een bedrijfsplan, waarin in ieder geval staat beschreven welk(e)
                                spel(en) in de speelgelegenheid zal (zullen) worden beoefend.</al></li>
          </lijst>
          <al>3. Indien de exploitant een wijziging wenst van het soort spelen in de
                        speelgelegenheid deelt hij dit de burgemeester vooraf schriftelijk mede; de
                        mededeling wordt als aanvulling op het bedrijfsplan aangemerkt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39c Gedragseisen exploitant en beheerder</vet>
          </al>
          <al>De exploitant en de beheerder van een speelgelegenheid:</al>
          <al>a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of
                        de voogdij;</al>
          <al>b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al>
          <al>c. dienen een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 19 van de Wet
                        op de justitiële documenta- tie te overleggen die uiterlijk drie maanden van
                        te voren is afgegeven;</al>
          <al>d. zijn niet binnen de laatste vijf jaar exploitant of beheerder geweest van
                        een speelgelegenheid of horeca-inrichting die voor tenminste één maand door
                        het bevoegde bestuursorgaan is gesloten of waarvan de vergunning als bedoeld
                        in artikel 2:39a, eerste lid, of artikel 2:28, eerste lid, is ingetrokken,
                        tenzij aannemelijk is dat hen terzake geen verwijt treft;</al>
          <al>e. zijn niet binnen de laatste vijf jaar tenminste twee maal onherroepelijk
                        veroordeeld wegens overtreding van het bepaalde in de Drank- en Horecawet,
                        de Wet op de kansspelen, de Opiumwet en de Wet wapens en munitie;</al>
          <al>f. hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39d Weigeringsgronden vergunning</vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a,
                        eerste lid, indien: </al>
          <al> a. De vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                        een geldend of in procedure zijnd bestemmingsplan;</al>
          <al> b. De exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2:39c
                        gestelde eisen.</al>
          <al>2. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:39a, eerste
                        lid, weigeren, indien naar zijn oordeel:</al>
          <al> a. De woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de
                        openbare orde of veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed
                        door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al>
          <al> b. Een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is
                        ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van deze verordening dan
                        wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;</al>
          <al> c. Het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39b onvoldoende garanties
                        geeft dat het in deze verordening en de Wet op de kansspelen bepaalde niet
                        zal worden overtreden;</al>
          <al> d. Redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet
                        met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39e Verplichtingen exploitant en beheerder</vet>
          </al>
          <al>1. De exploitant van een speelgelegenheid is verplicht voldoende toezicht
                        uit te oefenen op de gang van zaken gedurende de openingstijden van de
                        speelgelegenheid dan wel ervoor zorg te dragen dat voldoende toezicht wordt
                        uitgeoefend.</al>
          <al>2. De exploitant is verplicht als beheerder van de speelgelegenheid op te
                        laten treden degene die als zodanig in de vergunning staat vermeld.</al>
          <al>3. De exploitant en de beheerder dienen ervoor zorg te dragen dat de
                        vergunning in de speelgelegenheid aanwezig is en deze op eerste vordering
                        van een ambtenaar belast met het toezicht op deze regelgeving of op eerste
                        vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage af te geven.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39f Exploitatietijden speelgelegenheid</vet>
          </al>
          <al>Het in de artikelen 2:29, 2:30, 2:31, 2:33 en 2:34 van deze verordening
                        bepaalde is onverkort van overeenkomstige toepassing op speelgelegenheden,
                        die niet tevens als horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27 zijn aan te
                        merken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39g Intrekkingsgronden vergunning</vet>
          </al>
          <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester de vergunning
                        voor een speelgelegenheid intrekken, indien:</al>
          <al>a. De exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de in artikel 2:39c
                        gestelde eisen;</al>
          <al>b. De exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het bedrijfsplan heeft
                        opgenomen dan wel het aanvullend bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:39b,
                        derde lid, onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en de Wet
                        op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;</al>
          <al>c. In de speelgelegenheid strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging
                        vormen voor de veiligheid of orde in en om de speelgelegenheid;</al>
          <al>d. De woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de
                        openbare orde of veiligheid op ontoelaatbare wijze wordt benadeeld of
                        verstoord door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al>
          <al>e. Zich in of vanuit de speelgelegenheid anderszins feiten hebben
                        voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de
                        speelgelegenheid gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging
                        vormt voor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                        speelgelegenheid;</al>
          <al>f. De exploitant de in artikel 2:39e neergelegde verplichtingen niet of
                        onvoldoende nakomt;</al>
          <al>g. De exploitant het toezicht op de naleving van het in deze afdeling
                        bepaalde belemmert.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39h Sluiting van speelgelegenheid</vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan een speelgelegenheid al dan niet voor een bepaalde
                        duur gesloten verklaren, indien:</al>
          <al>a. die speelgelegenheid wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;</al>
          <al>b. die speelgelegenheid wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de
                        vergunning verbonden voorschriften;</al>
          <al>c. een van de in artikel 2:39g genoemde situaties waarbij intrekking van de
                        vergunning mogelijk is, zich voordoet.</al>
          <al>2. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt, zodra
                        een besluit tot sluiting op of nabij de toegang(en) van de speelgelegenheid
                        is aangebracht. </al>
          <al>3. Eenieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede lid bedoelde
                        besluit wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van
                        kracht is. </al>
          <al>4. Het is de exploitant of beheerder verboden in de speelgelegenheid
                        bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven zolang de sluiting van
                        kracht is. </al>
          <al>5. Het is eenieder verboden om, nadat de sluiting van een speelgelegenheid
                        overeenkomstig het tweede lid bekend is gemaakt, daarin als bezoeker te
                        verblijven.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39i Beëindiging exploitatie speelgelegenheid</vet>
          </al>
          <al>1. De exploitant is verplicht, indien hij de exploitatie van de
                        speelgelegenheid ten behoeve waarvan de vergunning is verleend beëindigt,
                        hiervan binnen twee weken na de beëindiging schriftelijk mededeling te doen
                        aan de burgemeester.</al>
          <al>2. Bij ontvangst van deze mededeling dan wel uiterlijk twee weken na de
                        feitelijke beëindiging vervalt de vergunning, tenzij is aangegeven dat de
                        exploitatie van die speelgelegenheid door een ander wordt voortgezet en een
                        aanvraag voor een nieuwe vergunning binnen de in het eerste lid genoemde
                        termijn van twee weken is ingediend. </al>
          <al>3. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich
                        daartegen verzetten blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op
                        de aanvraag een besluit is genomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39j Wijziging beheer</vet>
          </al>
          <al>1. De exploitant is verplicht, indien een beheerder het beheer in de
                        speelgelegenheid feitelijk beëindigt, hiervan binnen twee weken na de
                        beëindiging schriftelijk mededeling te doen aan de burgemeester. </al>
          <al>2. Het beheer van de speelgelegenheid kan slechts worden uitgeoefend door
                        een nieuwe beheerder, indien de exploitant de burgemeester hiervan vooraf
                        schriftelijk in kennis heeft gesteld en de burgemeester de kennisgeving
                        heeft aanvaard dan wel na de kennisgeving zes weken zijn verstreken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39k Bevoegd orgaan</vet>
          </al>
          <al>Indien de speelgelegenheid niet in een voor publiek toegankelijk gebouw is
                        gevestigd, worden de in deze afdeling aan de burgemeester toegekende
                        bevoegdheden uitgeoefend door het college van burgemeester en
                        wethouders.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:39l Overgangsbepaling</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 2:39a geldt acht weken na het in werking
                                treden van deze afdeling niet voor speelgelegenheden die naar het
                                oordeel van de burgemeester al gevestigd waren voor die
                                inwerkingtreding.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Indien de exploitant binnen de in het eerste lid genoemde termijn
                                van acht weken een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel
                                2:39a, eerste lid, heeft ingediend, geldt het verbod niet totdat op
                                de aanvraag een besluit is genomen.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="3."><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                burgemeester met het oog op de in de artikelen 2:39d en 2:39g
                                genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in
                                die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:40 Speelautomaten(2)</vet>
          </al>
          <al>1. In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
          <al>a Wet: de Wet op de kansspelen</al>
          <al>b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de
                        Wet;</al>
          <al>c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                        Wet;</al>
          <al>d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                        van de Wet;</al>
          <al>e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
                        van de Wet.</al>
          <al>2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                        toegestaan.</al>
          <al>3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten in het geheel niet
                        zijn toegestaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
                                baldadigheid</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten
                        woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                        dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
          <al>2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                        woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of
                        dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                        lokaal behorend erf te betreden.</al>
          <al>3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of
                        het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al>
          <al>4. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde
                        verboden ontheffing te verlenen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:42 Plakken en kladden</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende
                        zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                        bekladden.</al>
          <al>2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op
                        een openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een
                        openbare plaats zichtbaar is:</al>
          <al>a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                        plakken , te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                        aanbrengen;</al>
          <al>b. met kalk, krijt, teer of een kleur‑ of verfstof enige afbeelding, letter,
                        cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al>
          <al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod is tevens van toepassing op
                        straatmeubilair, verkeersmeubilair en andere tot de inrichting van de weg
                        behorende voorzieningen.</al>
          <al>4. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                        gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
          <al>5. Het college van burgemeester en wethouders kan aanplakborden aanwijzen
                        voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
          <al>6. Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken
                        voor het aanbrengen van handelsreclame.</al>
          <al>7. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen voor
                        het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
          <al>8. De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                        verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                        ter inzage af te geven.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te
                        hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur‑ of verfstof of
                        verfgereedschap.</al>
          <al>2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                        gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                        verboden in artikel 2:42.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor
                            winkeldiefstal</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren
                        of bij zich te hebben.</al>
          <al>2. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te
                        vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die er
                        kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                        vergemakkelijken.</al>
          <al>3. Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                        voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in
                        het eerste lid bedoelde handelingen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:45 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te
                        rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door
                        de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.</al>
          <al>2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement
                        Friesland. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op een openbare plaats:</al>
          <al>a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                        constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                        afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al>
          <al>b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners
                        van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                        berokkent.</al>
          <al>2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                        artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van
                        de Wegenverkeerswet 1994.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:47a Liggen of slapen op openbare plaatsen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en
                        verder op een openbare plaats een voertuig, woonwagen, tent of een
                        soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te
                        overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid
                        gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare
                        orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder
                        andere ter voorkoming en beperking van hinder, overlast en ontsiering van
                        het stadsbeeld.</al>
          <al>3. Het verbod geldt niet op door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen plaatsen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:47b Verplichte route</vet>
          </al>
          <al>1. Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van personen verboden
                        op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route af te
                        wijken. </al>
          <al>2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                        gestelde verbod.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt
                        op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college van
                        burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                        nuttigen of flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij
                        zich te hebben, met het kennelijke doel deze geheel of ten dele op de weg te
                        nuttigen of te laten nuttigen.</al>
          <al>2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al>
          <al>a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel
                        2:27, eerste en tweede lid;</al>
          <al>b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor
                        een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank‑ en Horecawet.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden:</al>
          <al>a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al>
          <al>b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van
                        een gebouw te zitten of te liggen.</al>
          <al>2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                        appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die
                        voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n
                        gebouw.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                            ruimten</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan
                        wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor
                        deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen:
                        portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer,
                        parkeergarages en rijwielstallingen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                        plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                        gevel van een gebouw of de ingang van een portiek indien:</al>
          <al>a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van
                        dat gebouw of die portiek;</al>
          <al>b. daardoor de doorgang ernstig belemmerd wordt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt‑ en kermisterrein
                            e.d.</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester
                        zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het
                        college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis,
                        uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt,
                        mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:53 Bespieden van personen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een gebouw,
                        woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon
                        dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende
                        persoon, te bespieden.</al>
          <al>2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch
                        instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon
                        te bespieden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </vet>
          </al>
          <al>Het is verboden zonder dat daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat de
                        politie, de brandweer of enig andere overheidsinstelling op welke wijze dan
                        ook te alarmeren.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:56 Alarminstallaties </vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:57 Loslopende honden </vet>
          </al>
          <al>1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                        verblijven of te laten lopen:</al>
          <al>a. op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</al>
          <al>b. op een weg waar dat door borden is aangegeven;</al>
          <al>c. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak, speel- en ligweide, recreatieterrein,
                        natuurgebied, dan wel strand en andere door het college als zodanig
                        aangewezen plaatsen;</al>
          <al>2. Het in het eerste lid, onder a. vervatte verbod geldt niet voor door het
                        college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen waar dat door
                        borden is aangegeven, mits een hond los­loopt onder vol­doende geleide of
                        toezicht</al>
          <al>3. Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor perso­nen die in
                        verband met hun gezichtsvermogen gebruik maken van een blindengeleidehond,
                        voor ambtena­ren van politie die voor de uitoe­fening van hun taak gebruik
                        moeten maken van een surveil­lancehond of een speurhond en voor het
                        be­stemmingsverkeer.</al>
          <al>4. Van het in het eerste lid, onder a, vervatte verbod kan het college
                        ontheffing verlenen voor een hond, die ingezet wordt ten behoeve van het
                        hoeden van een schaapskudde.</al>
          <al>5. Het in het eerste lid, onder a, vervatte verbod geldt niet voor
                        hulphonden voor mensen met een motorische beperking mits:</al>
          <al> a. het een speciaal opgeleide hond betreft van een erkende organisatie voor
                        hulphonden;</al>
          <al> b. de hond als zodanig herkenbaar is;</al>
          <al> c. de begeleider op verzoek een identiteitspas kan tonen van de erkende
                        organisatie voor hulphonden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden, paarden en pony’s</vet>
          </al>
          <al>1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat de
                        uitwerpselen van de hond in de openbare ruimte terstond worden
                        opgeruimd.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd bepaalde plaatsen
                        aan te wijzen waar de in lid 1 gestelde verplichting niet van toepassing
                        is.</al>
          <al>3. De eigenaar, houder of berijder van een paard of pony is verplicht ervoor
                        te zorgen dat in de openbare ruimte, voor zover gelegen binnen de bebouwde
                        kommen van de gemeente Leeuwarden, de uitwerpselen van het paard of de pony
                        terstond worden opgeruimd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                        hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod
                        of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. </al>
          <al>2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                        aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot
                        halsband, van ten hoogste 1,50 meter. </al>
          <al>3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                        voorzien te houden van een muilkorf die: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                                stoffen; </al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                mogelijk is; en </al></li>
          </lijst>
          <al> c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten
                        ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                        scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                        overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten
                        een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit
                        aangeduide dieren:</al>
          <al>a. aanwezig te hebben; dan wel</al>
          <al>b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in
                        het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al>
          <al>c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                        aangegeven.</al>
          <al>2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen
                        plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen
                        van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.</al>
          <al>3. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:61 Wilde dieren</vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:62 Loslopend vee(2) </vet>
          </al>
          <al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die
                        zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is
                        afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen
                        dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                        bereiken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:63 Duiven</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden op de openbare weg (stads)duiven of andere
                        overlastveroorzakende vogels te voeren of gelegenheid te bieden deze te
                        voeren.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:64 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:65 Bedelarij</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare
                        plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw (winkels daaronder
                        begrepen) om geld of andere zaken te bedelen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                goederen</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:66 Begripsomschrijving</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld
                        in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht">artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht</extref>.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                            verkoopregister</vet>
          </al>
          <al>1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                        ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                        doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en
                        daarin vermeldt hij onverwijld:</al>
          <al>a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al>
          <al>b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al>
          <al>c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voorzover dat
                        mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al>
          <al>d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;</al>
          <al>e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al>
          <al>2. De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                        verplichtingen.</al>
          <al>3. Op de vrijstelling is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid,
                            van het Wetboek van Strafrecht</vet>
          </al>
          <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
          <al>a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: </al>
          <al>1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                        woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;</al>
          <al>2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al>
          <al>3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al>
          <al>4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                        afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al>
          <al>b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter
                        inzage te geven;</al>
          <al>c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn
                        naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al>
          <al>d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring
                        te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</vet>
          </al>
          <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door
                        opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het onder zijn
                        berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij
                        deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</vet>
          </al>
          <al>
            <cursief>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                            horecabedrijven) onder artikel 2:32).</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 13 Vuurwerk</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:71 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:</al>
          <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe
                        regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                        (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:72 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            jaarwisseling(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door de
                        burgemeester in het belang van voorkoming van gevaar, schade of overlast
                        aangewezen plaats.</al>
          <al>2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen
                        indien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al>
          <al>3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover
                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                        onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
          <al>4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                        gestelde verbod.</al>
          <al>5. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:73a Carbidschieten </vet>
          </al>
          <al>1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                        (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                        acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                        water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. </al>
          <al>2. Carbidschieten is verboden. </al>
          <al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen: </al>
          <al> carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari
                        02.00 uur van het daarop volgende jaar, mits daarbij wordt voldaan aan de
                        volgende voorschriften: </al>
          <al>a. er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het
                        carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat
                        daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu. </al>
          <al>b. er worden in totaal niet meer dan twee bussen gebruikt. </al>
          <al>c. de plek waar het carbidschieten plaatsvindt ligt buiten de bebouwde kom. </al>
          <al>d. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot de
                        woonbebouwing bedraagt tenminste 100 meter. </al>
          <al>e. het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter. </al>
          <al>f. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het terrein
                        te worden verlicht. </al>
          <al>4. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in
                        het belang van natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het
                        gestelde in het derde lid niet van toepassing is. </al>
          <al>5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                        gestelde verbod. </al>
          <al>6. Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                        milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek
                        van Strafrecht. </al>
          <al>7. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 14 Drugsoverlast</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al> Artikel 2:74 Verzameling van personen in verband met drugs of heling</al>
          <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                        openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld
                        in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet
                        tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                        behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden
                                en cameratoezicht op openbare plaatsen</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 154a van de
                        Gemeentewet, besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem
                        aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats, indien
                        deze personen het bepaalde in de volgende artikelen groepsgewijs niet
                        naleven: artikel 2:1a, 2:2, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:20a, 2:25j, 2:47,
                        2:47b, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 en 5:34.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</vet>
          </al>
          <al>(Gereserveerd)</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten
                        tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het
                        toezicht op een openbare plaats.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 16 Voor publiek openstaande
                            gebouwen(2)</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>2:78 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen (2)</vet>
          </al>
          <al>1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat
                        gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het
                        belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als
                        er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een
                        bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.</al>
          <al>2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is
                        bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend
                        gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan
                        te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.</al>
          <al>3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester
                        worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden
                        hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig
                        zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid,
                        zal plaatsvinden.</al>
          <al>4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat
                        het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven
                        wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.</al>
          <al>5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar
                        bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit
                        bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.</al>
          <al>6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van
                        de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of
                        in artikel 13b van de Opiumwet.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                        e.d.</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1 Begripsomschrijvingen</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:1 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. <cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen tot het
                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al>
          <al>b. <cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar stelt tot het
                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al>
          <al>c. <cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek toegankelijke,
                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                        erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in
                        elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een
                        parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen erotische
                        massage, al dan niet in combinatie met elkaar;</al>
          <al>d. <cursief>erotische massagesalon</cursief>: een seksinrichting, waar
                        uitsluitend erotische massages plaatsvinden;</al>
          <al>e. <cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon, groep van
                        personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                        bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al>
          <al>f. <cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of personen of
                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                        exploiteert en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                        rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al>
          <al>g. <cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of personen die de
                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of
                        escortbedrijf;</al>
          <al>h. <cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                        seksinrichting, met uitzondering van:</al>
          <al>1. de exploitant;</al>
          <al>2. de beheerder;</al>
          <al>3. de prostituee;</al>
          <al>4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al>
          <al>5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2;</al>
          <al>6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                        redenen noodzakelijk is.</al>
          <al>i. <cursief>hygiëne rapport</cursief>: rapport van de GGD waaruit blijkt dat
                        de hygiëne binnen de seksinrichting voldoet aan de op grond van 3:3 gestelde
                        nadere regels.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</vet>
          </al>
          <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder <cursief>bevoegd
                            bestuursorgaan:</cursief> het college van burgemeester en wethouders of,
                        voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:3 Nadere regels</vet>
          </al>
          <al>1. Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college van
                        burgemeester en wethouders over de uitoefening van de bevoegdheden in dit
                        hoofdstuk nadere regels vaststellen. </al>
          <al>2. Het college kan voor seksinrichtingen nadere regels stellen in het belang
                        van de vrijheid, de veiligheid, de gezondheid of de arbeidsomstandigheden
                        van de prostituees, de volksgezondheid, het voorkomen van strafbare feiten,
                        het voorkomen of beperken van overlast of het voorkomen van aantasting van
                        het woon- en leefklimaat. </al>
          <al>3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van prostituees.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te
                        wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan gebieden aanwijzen waar
                        uitsluitend vergunning kan worden verleend voor een seksinrichting.</al>
          <al>3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan het bevoegd bestuursorgaan
                        buiten de aangewezen gebieden vergunning verlenen voor ten hoogste 2
                        erotische massagesalons.</al>
          <al>4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval
                        vermeld:</al>
          <al>a. de persoonsgegevens van de exploitant;</al>
          <al>b. de persoonsgegevens van de beheerder; </al>
          <al>c. het aantal werkzame prostitué (e) s;</al>
          <al>d. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al>
          <al>e. de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van
                        een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;</al>
          <al>f. de plattegrond van de inrichting door middel van een tekening met een
                        schaal van tenminste 1:100;</al>
          <al>g. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van
                        Koophandel;</al>
          <al>h. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van
                        de ruimte bestemd voor de seksinrichting of het escortbedrijf;</al>
          <al>i. het door de GGD afgegeven hygiëne-rapport dat niet ouder is dan 3
                        maanden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:4a Verplicht bedrijfsplan </vet>
          </al>
          <al>1. Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning voor een
                        seksinrichting wordt naast het aanvraagformulier een bedrijfsplan
                        overgelegd, waarin het bedrijfsbeleid wordt beschreven ten aanzien van de
                        hygiëne, de gezondheid, het zelfbeschikkingsrecht, de zelfredzaamheid, de
                        veiligheid en de arbeidsomstandigheden van de in het bedrijf werkzame
                        prostituees, alsmede de veiligheid en de gezondheid van klanten. </al>
          <al>2. Uit het bedrijfsplan blijkt in ieder geval: </al>
          <al>a. welke maatregelen de exploitant neemt om te voorkomen dat in het bedrijf
                        prostituees werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of
                        andere vormen van uitbuiting; </al>
          <al>b. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf
                        werkzame prostituees voldoende zelfredzaam zijn; </al>
          <al>c. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf
                        werkzame prostituees niet worden verplicht tot het verrichten van seksuele
                        handelingen tegen hun wil en tot het gebruik van drugs of tot het nuttigen
                        van alcoholhoudende dranken; </al>
          <al>d. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf
                        werkzame prostituees klanten kunnen weigeren; </al>
          <al>e. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat er voldoende
                        toezicht plaatsvindt op de seksinrichting; </al>
          <al>f. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid en
                        veiligheid van klanten voldoende wordt beschermd; </al>
          <al>g. dat de geneeskundige zorg en voorlichting met betrekking tot
                        beroepsgerelateerde ziektes ten behoeve van de prostituees beschikbaar is; </al>
          <al>h. dat gewaarborgd is dat de prostituees vrij worden gelaten in het contact
                        met organisaties die van belang zijn voor hun lichamelijke of geestelijke
                        gezondheid en </al>
          <al>i. onder welke arbeids- en verhuurvoorwaarden de in de seksinrichting
                        werkzame prostituees werken. </al>
          <al>3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van hetgeen in het
                        bedrijfsplan wordt opgenomen. </al>
          <al>4. Als de exploitant het bedrijfsplan wil wijzigen, doet hij hiervan vooraf
                        mededeling aan de burgemeester. De wijziging wordt als onderdeel van het
                        bedrijfsplan aangemerkt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </vet>
          </al>
          <al>1. De exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van
                        die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso (o)n (en) - en de
                        beheerder:</al>
          <al>a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                        voogdij;</al>
          <al>b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al>
          <al>c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al>
          <al>2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant - indien een
                        rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                        natuurlijke perso (o)n (en) - en de beheerder niet:</al>
          <al>a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                        psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het
                        Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al>
          <al>b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in
                        Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                        wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                        Strafvordering is toegelaten;</al>
          <al>c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                        onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of
                        meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens
                        overtreding van:</al>
          <al>1. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet,
                        de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al>
          <al>2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a
                        (oud), 250, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                        453 van het Wetboek van Strafrecht;</al>
          <al>3. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
                        juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al>
          <al>4. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                        kansspelen;</al>
          <al>5. .de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al>
          <al>6. .de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al>
          <al>3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                        gesteld:</al>
          <al>a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede
                        lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a
                        van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan €
                        375 bedraagt;</al>
          <al>b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al>
          <al>4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
          <al>a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                        beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al>
          <al>b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                        intrekking van deze vergunning.</al>
          <al>5. De exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van
                        die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso (o)n (en) - of de beheerder is
                        binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                        seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                        artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem
                        terzake geen verwijt treft.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:6 Sluitingstijden</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en
                        daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met
                        zondag tussen 03.00 uur en 10.00 uur.</al>
          <al>2. Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in
                        artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                        vaststellen.</al>
          <al>3. Het is bezoekers van een seksinrichting, alsmede prostituees werkzaam in
                        de seksinrichting, verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat
                        die inrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al>
          <al>4. Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voorzover in
                        de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet
                        milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                            sluiting(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Met het oog op de in artikel 3:13, eerste lid, genoemde belangen of in
                        geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd
                        bestuursorgaan:</al>
          <al>a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                        geldende sluitingsuren vaststellen;</al>
          <al>b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                        gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                        bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid
                        bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet
                        bestuursrecht.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                            beheerder</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                        zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of
                        beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al>
          <al>2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe te zien dat in
                        de seksinrichting:</al>
          <al>a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten
                        genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven
                        tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                        (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                        en in de Wet wapens en munitie; en</al>
          <al>b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of
                        krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al>
          <al>c. vermoedens van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting worden gemeld
                        bij de politie; </al>
          <al>d. in het bedrijf geen prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van
                        eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt; </al>
          <al>e. het bedrijfsplan wordt nageleefd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:8a Verplichtingen van de exploitant of beheerder </vet>
          </al>
          <al>1. De exploitant draagt er zorg voor dat een actuele bedrijfsadministratie
                        wordt bijgehouden waarin in ieder geval gegevens zijn opgenomen van de in de
                        seksinrichting werkzame prostituees en de verhuuradministratie. </al>
          <al>2. De exploitant en de beheerder dragen er zorg voor dat de
                        bedrijfsadministratie van de laatste drie maanden in het bedrijf beschikbaar
                        is voor toezichthouders en opsporingsambtenaren. </al>
          <al>3. De exploitant draagt er zorg voor dat de bedrijfsadministratie met
                        inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard. </al>
          <al>4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van de
                        bedrijfsadministratie. </al>
          <al>5. De exploitant of de beheerder van een seksinrichting draagt er zorg voor
                        dat in advertenties voor het bedrijf de naam van het bedrijf en het nummer
                        van de exploitatievergunning worden vermeld. </al>
          <al>6. Het is de exploitant of de beheerder van een seksinrichting verboden in
                        advertenties onveilige seks aan te bieden of daarin te garanderen dat de in
                        het bedrijf werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare
                        aandoeningen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:9 Straatprostitutie</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op een openbare plaats, door handelingen, houding, woord,
                        gebaar of op andere wijze te trachten als prostituee de aandacht van
                        passanten op zich te vestigen.</al>
          <al>2. Het is verboden zich op een openbare plaats op enigerlei wijze dwingend
                        te bemoeien met een prostituee.</al>
          <al>3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis, 431 of 273f Wetboek van
                        Strafrecht dan wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
          <al>4. Met het oog op de naleving van het in het eerste en tweede lid gestelde
                        verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                        onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
          <al>5. Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen kan door
                        politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen
                        bedoeld in het eerste of tweede lid, het bevel worden gegeven zich
                        onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
          <al>6. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen
                        personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het
                        vijfde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan
                        in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit
                        aangegeven openbare plaats(en).</al>
          <al>7. De burgemeester beperkt het in het zesde lid genoemde verbod indien dat
                        in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                        is.</al>
          <al>8. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester
                        opgelegd verbod als bedoeld in het zesde lid. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:10 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</vet>
          </al>
          <al>1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop
                        goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                        wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te
                        stellen, aan te bieden of aan te brengen:</al>
          <al>a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen
                        daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al>
          <al>b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het
                        belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                        regels.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                        tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                        aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die
                        dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel
                        7, eerste lid, van de Grondwet.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 Geldigheidsduur; weigeringsgronden; nadere
                                regels</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:12 Geldigheidsduur </vet>
          </al>
          <al>1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft, in afwijking van artikel
                        1:7, een geldigheidsduur van vijf jaar.</al>
          <al>2. Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde termijn
                        dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als bedoeld in artikel 3:4
                        ingediend te hebben.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:13 Weigeringsgronden </vet>
          </al>
          <al>1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                        indien:</al>
          <al>a. de exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van
                        die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso (o)n (en) - of de beheerder
                        niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;</al>
          <al>b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                        leefmilieuverordening;</al>
          <al>c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                        personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het
                        Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                        vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;</al>
          <al>d. de aanvrager niet door het overleggen van een door het college van
                        burgemeester en wethouders afgegeven hygiënerapport kan aantonen dat het
                        bedoelde pand voldoet aan de ex 3:3 gestelde nadere regels.</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                        artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van de
                        arbeidsomstandigheden van de prostitué (e).</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:13a Bijzondere intrekkingsgronden </vet>
          </al>
          <al>De burgemeester kan een vergunning voor een seksinrichting intrekken als: </al>
          <al>a. in het bedrijf prostituees werkzaam zijn in strijd met het bepaalde bij
                        of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; </al>
          <al>b. in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog
                        niet hebben bereikt; </al>
          <al>c. aannemelijk is dat in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die het
                        slachtoffer zijn van mensenhandel, dan wel onvoldoende zelfredzaam zijn; </al>
          <al>d. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de bij of krachtens
                        artikel 3:5 gestelde eisen. </al>
          <al>e. het bedrijfsplan onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de
                        prostituees of niet voldoet aan bij of krachtens artikel 3:4a gestelde
                        regels; </al>
          <al>f. de exploitant of de beheerder het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk
                        niet of onvoldoende naleeft; </al>
          <al>g. in de seksinrichting strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging
                        vormen voor de orde of veiligheid in of om de seksinrichting; </al>
          <al>h. de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed door
                        de aanwezigheid van de seksinrichting; </al>
          <al>i. in strijd wordt gehandeld met door het college gestelde nadere regels als
                        bedoeld in artikel 3:3; </al>
          <al>j. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit
                        hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; </al>
          <al>k. in de seksinrichting een escortbedrijf is gevestigd waarvan de vergunning
                        is ingetrokken dan wel dat met toepassing van artikel 3:7 van deze
                        verordening dan wel artikel 13b van de Opiumwet is gesloten.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging
                            beheer</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</vet>
          </al>
          <al>1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                        vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het
                        escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al>
          <al>2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                        exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 3:15 Wijziging beheer</vet>
          </al>
          <al>1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, derde lid, onder b, het
                        beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd,
                        geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van
                        het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al>
          <al>2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het
                        bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                        verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.
                        Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van
                        overeenkomstige toepassing.</al>
          <al>3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer
                        worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een
                        aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de
                        aanvraag is besloten.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                            het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. Besluit: het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer">Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg:
                            Activiteitenbesluit milieubeheer);</extref></al>
          <al>b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer">Besluit</extref>; </al>
          <al>c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                        beheerder of anderszins een inrichting drijft; </al>
          <al>d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een
                        klein aantal inrichtingen is verbonden;</al>
          <al>e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan
                        een inrichting. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet>
          </al>
          <al>1. De geluidsnormen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> gelden niet voor door het college per
                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                        aan te wijzen dagen of dagdelen. </al>
          <al>2. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan het college bepalen
                        dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer gebieden </al>
          <al>3. Het college maakt de aanwijzing voor zover mogelijk ten minste vier weken
                        voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al>
          <al>4. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet
                        te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als
                        bedoeld in het eerste lid aanwijzen. </al>
          <al>5. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen
                        van muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.17">artikelen 2.17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.19">2.19</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.20">2.20 van het Besluit</extref> - uiterlijk op het sluitingstijdstip van
                        het betreffende horecabedrijf te worden beëindigd. </al>
          <al>6. Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch of
                        akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het bebouwde
                        gedeelte van de inrichting en niet voor het terras.</al>
          <al>7. Op Koningsdag en Bevrijdingsdag kan op aanvraag tot 22:00 uur muziek
                        worden toegestaan op terrassen, waarvoor een terrasvergunning is verleende,
                        met als bijbehorend geluidsniveau (L<inf>ar,LT</inf>) maximaal 75 dB(A) op
                        de gevel van gevoelige gebouwen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:3 Ontheffing incidentele festiviteiten(2) </vet>
          </al>
          <al>1. De houder van een inrichting kan maximaal 12 keer per kalenderjaar
                        ontheffing krijgen om van de voor de inrichting geldende geluidsnormen af te
                        wijken voor een incidentele festiviteit. Met ontheffing mogen de
                        geluidsniveaus (L<inf>ar,LT</inf>) uit afdeling 2.8. Geluidhinder van het
                        Activiteitenbesluit milieubeheer met maximaal 10 dB(A) worden
                        overschreden.</al>
          <al>2. Voor horeca-inrichtingen geldt dat een ontheffing kan worden verleend als
                        met een akoestisch onderzoek is aangetoond wat het binnenniveau in de
                        inrichting kan zijn.</al>
          <al>3. Livemuziek kan worden toegestaan als het binnenniveau met toepassing van
                        een ontheffing meer dan 90 dB(A) kan zijn en waarbij dan aan de normen uit
                        het Activiteitenbesluit milieubeheer kan worden voldaan.</al>
          <al>4. De houder van een inrichting kan maximaal 12 keer per kalenderjaar
                        ontheffing krijgen om af te wijken van de tijden zoals genoemd in artikel
                        3.148 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al>
          <al>5. Een aanvraag hiervoor dient schriftelijk uiterlijk zes weken voor de
                        aanvang van de activiteit te worden ingediend.</al>
          <al>6. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere situaties
                        besluiten geen rekening te houden met hetgeen in lid 5 is bepaald. </al>
          <al>7. Een aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten: locatie,
                        begin/eindtijdstip, nauwkeurige beschrijving festiviteit en contactpersoon
                        namens de inrichting.</al>
          <al>8. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders dient
                        gedurende de tijdsduur van de incidentele festiviteit binnen de inrichting
                        aanwezig te zijn.</al>
          <al>9. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten,
                        feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het
                        organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn
                        oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of
                        openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</vet>
          </al>
          <al>1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer/article=2.18">artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit</extref>
                        binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien
                        verstande dat: </al>
          <al> a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                        gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                        toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                        geluidsmetingen;</al>
          <al> b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige
                        terreinen op de grens van het terrein;</al>
          <al> c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het
                        woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                        verblijfsruimten;</al>
          <al> d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                        bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al>
          <al> e. Tabel</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr=""><table>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="colA"/>
                  <colspec colname="colB"/>
                  <colspec colname="colC"/>
                  <colspec colname="colD"/>
                  <thead>
                    <row>
                      <entry>
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry>
                        <al/>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>
                          <vet>7.00-19.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>
                          <vet>19.00-23.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>
                          <vet>23.00-7.00 uur</vet>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry>
                        <al/>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
                <tgroup cols="4">
                  <colspec colname="colA"/>
                  <colspec colname="colB"/>
                  <colspec colname="colC"/>
                  <colspec colname="colD"/>
                  <tbody>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>40 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>35 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>30 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>25 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>70 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>65 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>60 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row>
                      <entry>
                        <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>55 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>50 dB(A)</al>
                      </entry>
                      <entry>
                        <al>45 dB(A)</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>2. Voor de duur van 15 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het
                        oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                        fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode
                        uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al>
          <al>3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                        elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is
                        het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20algemene%20regels%20voor%20inrichtingen%20milieubeheer">Besluit</extref> van toepassing.</al>
          <al>4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele
                        festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:6 Overige geluidhinder(3)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                        of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                        handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of
                        voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Onder hinder in de zin van
                        dit artikel wordt in ieder geval verstaan elektrisch versterkte muziek
                        afkomstig van een evenement.</al>
          <al>2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
          <al>3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare
                        manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al>
          <al>4. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:6a Geluidhinder door dieren</vet>
          </al>
          <al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                        onwonende of overigens voor de omgeving geluidshinder veroorzaakt.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:6b Mosquito</vet>
          </al>
          <al>1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een
                        slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met
                        als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast
                        veroorzaken.</al>
          <al>2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het
                        belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito
                        aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die
                        plaats.</al>
          <al>3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de
                        plaats waar deze is aangebracht.</al>
          <al>4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast
                        redelijkerwijs valt te verwachten.</al>
          <al>5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes
                        maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten
                        hoogste zes maanden verlengen.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <vet>Afdeling 2. Bodem-, weg- en
                            milieuverontreiniging</vet>
            </cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:7 Straatvegen</vet>
          </al>
          <al>Gereserveerd</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                        natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of
                        plaats.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet‑openbare
                            riolen en putten buiten gebouwen</vet>
          </al>
          <al>Sloten en andere wateren en niet‑openbare riolen en putten buiten gebouwen
                        mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de
                        veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de
                        gebouwen of voor anderen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:10 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. boom: een houtachtig, overblijvend gewas, vitaal of afgestorven, met een
                        stamomtrek van minimaal 60 centimeter of een diameter van 20 centimeter op
                        1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                        stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van het hierboven gestelde,
                        geldt het bepaalde over de stamomtrek niet, indien er sprake is van:</al>
          <al>een monumentale boom of bijzondere beschermwaardige houtopstand, als bedoeld
                        in artikel 4:11b;</al>
          <al>een houtopstand onderdeel uitmaken van de hoofdbomenstructuur;</al>
          <al>een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht, als
                        bedoeld in de artikelen 4:12a en 4:12b;</al>
          <al>b. monumentale boom: beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van
                        minimaal 80 jaar en met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde of
                        een bijzondere functie voor de omgeving, als dusdanig vermeld op de door het
                        bevoegd gezag vastgestelde lijst met monumentale bomen;</al>
          <al>c. waardevolle boom: beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van
                        minimaal 40 jaar en met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde of
                        een bijzondere functie voor de omgeving als dusdanig vermeld op de door het
                        bevoegd gezag vastgestelde lijst met waardevolle bomen</al>
          <al>d. houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;</al>
          <al>e. hakhout: een of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                        uitlopen;</al>
          <al>f. vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan twintig
                        procent van de kroon van de boom of het wortelgestel, met inbegrip van
                        kandelaberen, het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als
                        ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van
                        de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;</al>
          <al>g. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                        uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelabeerde bomen of leibomen als
                        periodiek noodzakelijk onderhoud;</al>
          <al>h. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge
                        artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al>
          <al>i. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom, zoals getaxeerd volgens de
                        meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                        Bomen;</al>
          <al>j. bomenziekte: waaronder de Watermerkziekte bij wilgen, de Iepziekte bij
                        iepen, de Bloedvlokkenziekte bij kastanjes, overige bomenziektes en de
                        ziekten die voorkomen op de lijst van de Plantenziektenkundige Dienst van
                        het Ministerie van LNV.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:11 </vet>
            <vet>Omgevingsvergunning voor het vellen of doen
                            vellen van houtopstanden</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag 10 of meer
                        houtopstanden in een gebied per jaar te vellen of te doen vellen, dit met
                        uitzondering van de houtopstanden genoemd in de vastgestelde lijst van
                        monumentale en waardevolle bomen volgens het gestelde in art. 4:11c.
                        Hiervoor geldt dat voor alle vermelde bomen vergunning noodzakelijk is.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al>
          <al>a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden,
                        beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;</al>
          <al>b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al>
          <al>c. fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen
                        en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al>
          <al>d. kweekgoed;</al>
          <al>e. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al>
          <al>f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                        geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom,
                        tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:</al>
          <al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al>
          <al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over
                        het totale aantal rijen;</al>
          <al> g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                        krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks
                        onverminderd het bepaalde in artikel 4:12b.</al>
          <al> h. bomen die onherstelbaar ziek of beschadigd zijn.</al>
          <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al>
          <al> a. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere
                        onderhoud;</al>
          <al> b. het periodiek beknotten of kandelaberen bij daarvoor geschikte
                        boomsoorten, als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,
                        gekandelabeerde bomen of leibomen, ter uitvoering van het reguliere
                        onderhoud.</al>
          <al>4. De burgemeester kan, in afwijking van het eerste lid, toestemming geven
                        tot direct vellen indien er sprake is van acuut gevaar of een vergelijkbaar
                        spoedeisend belang.</al>
          <al>5. Het is verboden nest(en) te verstoren gedurende het broedseizoen, dat in
                        beginsel loopt van 15 maart t/m 15 juli. Als een te kappen boom één of
                        meerdere nesten bevat, mag er alleen gekapt worden vóór 15 maart en ná 15
                        juli, afhankelijk van soort en situatie.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:11a Aanvraag vergunning</vet>
          </al>
          <al>1. In of bij de aanvraag om een vergunning, identificeert de aanvrager op
                        kaart, tekening of foto, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking
                        heeft met een nummer.</al>
          <al>2. In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid vermeldt de aanvrager
                        per genummerde houtopstand:</al>
          <al>a. De soort houtopstand;</al>
          <al>b. De locatie van de houtopstand;</al>
          <al>c. De diameter in centimeters gemeten op 1:30 cm vanaf het maaiveld;</al>
          <al>d. De mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op
                        een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te
                        vermelden aantal soorten met dikte van de stamdoorsnede over te gaan.</al>
          <al>Wanneer de Dienst Regelingen aan het bevoegd gezag een afschrift heeft
                        toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de
                        Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift als een melding.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:11b Weigeringsgronden </vet>
          </al>
          <al>1. Het bevoegd gezag beoordeelt de aanvraag als bedoeld in artikel 4:11a aan
                        de hand van de criteria “waardering”, “overlast” en “overige dringende
                        redenen”. Op basis van een afweging tussen deze criteria neemt het bevoegd
                        gezag een beslissing op de aanvraag.</al>
          <al>2. Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de in lid 1 genoemde criteria en
                        de te maken afwegingen beleidsregels vaststellen voor waardevolle,
                        monumentale en andere bomen binnen de gemeente Leeuwarden.</al>
          <al>3. De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al>
          <al> a. de natuurwaarde van de houtopstand;</al>
          <al> b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al>
          <al> c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al>
          <al> d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al>
          <al> e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al>
          <al> f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:11c Monumentale en waardevolle bomen</vet>
          </al>
          <al>1. Het bevoegd gezag stelt een lijst met monumentale en waardevolle bomen
                        vast.</al>
          <al>2. De in lid 1 bedoelde lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in
                        het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke
                        Bomenstichting.</al>
          <al>3. De in lid 1 bedoelde lijst omvat per boom in ieder geval een herkenbare
                        omschrijving, de standplaats, de kadastrale aanduiding, alsmede de reden van
                        registratie.</al>
          <al>4. De eigenaar of zakelijk gerechtigde van een boom als bedoeld in lid 1
                        dient het bevoegd gezag in te lichten over:</al>
          <al> a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand;</al>
          <al> b. dreiging van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de
                        houtopstand.</al>
          <al>5. Het bevoegd gezag stelt in aanvulling op artikel 4:11b, lid 2, nadere
                        regels vast voor de afweging van belangen bij de beoordeling van aanvragen
                        om vergunning als bedoeld in artikel 4:11a, lid 1, voor het (doen) vellen
                        van monumentale of waardevolle bomen die vermeld staan op de in lid 1
                        bedoelde lijst.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12 Termijnen </vet>
          </al>
          <al>De vergunning wordt ingetrokken indien:</al>
          <al> a. daarvan niet binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van de
                        vergunning gebruik is gemaakt;</al>
          <al> b. in het geval het een vergunning tot het gefaseerd vellen van
                        houtopstanden over meerdere jaren betreft zoals deze is verwoord in de
                        vergunning verlening, is de vergunning geldig tot 12 maanden na de
                        afgesproken tijdsfasen van vellen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12a Bijzondere vergunningsvoorschriften</vet>
          </al>
          <al>1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                        voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het
                        bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.</al>
          <al>2. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                        binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze de niet aangeslagen
                        herplant moet worden vervangen.</al>
          <al>3. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                        aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora
                        en fauna.</al>
          <al>4. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot
                        vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met
                        ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Indien
                        gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift of een verzoek om voorlopige
                        voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat
                        op dat bezwaar of die voorlopige voorziening is beslist.</al>
          <al>5. Wanneer de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is
                        verleend ter uitvoering van activiteiten, die in art. 2.1 of 2.2 van de WABO
                        staan, wordt de vergunning verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet
                        tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met
                        ingang van de dag waarop de omgevingsvergunning voor activiteiten in art 2.1
                        en 2.2 van de WABO onherroepelijk is geworden.</al>
          <al>6. Het bevoegd gezag zijn bevoegd om op grond van zwaarwegende belangen en
                        onder de voorwaarde, dat indien een plan geen doorgang vindt, er een
                        herplantplicht ontstaat, af te wijken van het bepaalde in lid 5.</al>
          <al>7. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren een bedrag
                        voor het compenseren van groen indien niet of niet geheel wordt voldaan aan
                        het gestelde in art. 4.12a lid 1. Het college is bevoegd om hiervoor een
                        beleidsregel op te stellen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12b Herplant-/instandhoudingsplicht </vet>
          </al>
          <al>1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                        afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is
                        geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                        zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel
                        aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
                        is, een sanctie worden opgelegd. Het college is bevoegd hiervoor een
                        beleidsregel op te stellen.</al>
          <al>2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                        daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke
                        wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al>
          <al>3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                        afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan
                        het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                        houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                        treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                        overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te
                        stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                        weggenomen.</al>
          <al>4. Degene aan wie een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
                        alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12c Schadevergoeding</vet>
          </al>
          <al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van
                        artikel 4:11, artikel 4:12a of artikel 4:12b, schade lijdt of zal lijden,
                        die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en
                        waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag
                        hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding
                        toe.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12d Afstand tot de erfgrens</vet>
          </al>
          <al>De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk
                        Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen of houtopstanden en op
                        nihil voor heesters en heggen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12e Bestrijding iepziekte </vet>
          </al>
          <al>1. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                        oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de
                        iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende,
                        indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen
                        de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:</al>
          <al>a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al>
          <al>b. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al>
          <al>c. of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig
                        te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.</al>
          <al>2. a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het verbod is niet van toepassing op
                        geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner van 4
                        centimeter.</al>
          <al> b. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12f Bestrijding van andere boomziektes </vet>
          </al>
          <al>Het bevoegd gezag stelt nadere regels vast omtrent de bestrijding van
                        boomziektes. Hierbij volgt het de landelijke richtlijnen die vanuit het
                        desbetreffende Ministerie hiervoor worden gegeven.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:12g Bescherming publieke houtopstand </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:</al>
          <al>- te beschadigen, te bekladden of te beplakken:</al>
          <al>- daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door daartoe bevoegde deskundige
                        boomverzorgers ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende
                        taak;</al>
          <al>2. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                        houtopstand of boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                        vergunning van het bevoegd gezag.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en
                                stankoverlast</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.(3)
                        </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de
                        weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                        voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                        openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                        plaatsen of aanwezig te hebben: </al>
          <al> a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                        vaartuigen of onderdelen daarvan;</al>
          <al> b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al>
          <al> c. kampeermiddelen of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                        hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                        commercieel doel;</al>
          <al> d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                        verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                        afbraakmaterialen en oude metalen.</al>
          <al>2. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald
                        voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                        hebben.</al>
          <al>3. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid
                        nadere regels stellen.</al>
          <al>4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                        krachtens de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening
                        Friesland.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:14 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:15 Vergunningsplicht handelsreclame</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en
                        wethouders op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                        voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                        vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al>
          <al>2. Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al>
          <al>a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van
                        een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf
                        de weg;</al>
          <al>b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe
                        aangewezen door de overheid;</al>
          <al>c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,5 m² en de langste zijde
                        korter dan 1 meter die betrekking hebben op:</al>
          <al>- openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting
                        van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                        hebben;</al>
          <al>- het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt
                        uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;</al>
          <al>d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering
                        zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de
                        uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                        aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf,
                        zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al>
          <al>e. opschriften en aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan
                        openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat
                        vervoer;</al>
          <al>3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                        aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                        betekenis hebben, mits:</al>
          <al> a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijke kennisgeving is gedaan
                        aan het college van burgemeester en wethouders;</al>
          <al> b. het college van burgemeester en wethouders niet binnen twee weken na
                        ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al>
          <al> c. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de
                        onroerende zaak aanwezig zijn.</al>
          <al>4. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                        bedoeld in het tweede of derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar
                        te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken.</al>
          <al>5. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al>
          <al>a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving
                        niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al>
          <al>b. in het belang van de verkeersveiligheid;</al>
          <al>c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers
                        van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.</al>
          <al>6. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                        landschapsverordening; </al>
          <al> b. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a., geldt niet voor
                        bouwwerken;</al>
          <al> c. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c., geldt niet voorzover in
                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:16 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>
              <vet>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</vet>
            </cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:17 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:18 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 4:19 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 1 Parkeerexcessen</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:1 Begripsomschrijvingen</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
          <al>a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van
                        kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; </al>
          <al>b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                        verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</vet>
          </al>
          <al>1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al>
          <al>a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al>
          <al>b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                        betaling.</al>
          <al>3 Tot de voertuigen bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:</al>
          <al>a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht
                        die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die
                        nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al>
          <al>b. voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid
                        genoemde persoon.</al>
          <al>3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van
                        maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te
                        verhandelen, verboden:</al>
          <al>a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de
                        weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als
                        middelpunt een dezer voertuigen; dan wel</al>
          <al>b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al>
          <al>4. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing
                        verlenen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden op door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke
                        doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing van dit verbod
                        verlenen.</al>
          <al>3. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                        verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                        achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                        onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de
                        weg te parkeren.</al>
          <al>2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d.</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere
                        dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
          <al> a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op
                        een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig
                        is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk
                        is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al>
          <al> b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar
                        zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van
                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al>
          <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal Wegenreglement
                        Friesland.</al>
          <al>4. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                        handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                        handelsreclame te maken.</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing
                        verlenen.</al>
          <al>3. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte
                        heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren
                        op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats,
                        waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                        gemeente.</al>
          <al>2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte
                        heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college van
                        burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn
                        oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                        parkeerruimte.</al>
          <al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag
                        tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al>
          <al>4. Het college van burgemeester en wethouders kan van de in het eerste en
                        tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</al>
          <al>6. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte
                        heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg
                        te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw
                        op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers
                        vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins
                        hinder of overlast wordt aangedaan.</al>
          <al>2. Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                        wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het
                        voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                            stoffen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te
                        parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen
                        daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.</al>
          <al>2. Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel
                        deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
          <al>2. Dit verbod is niet van toepassing:</al>
          <al>a. op de weg;</al>
          <al>b. op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van
                        werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al>
          <al>c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die
                        mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.</al>
          <al>3. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing
                        verlenen.</al>
          <al>4. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het
                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                        dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, in door het
                        college van burgemeester en wethouders aangewezen gebieden op de weg te
                        laten staan buiten de daarvoor bestemde ruimten of vakken.</al>
          <al>2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende
                        staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te
                        laten staan.</al>
          <al>3. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het beheer
                        van de openbare ruimte, langer dan veertien dagen onafgebroken in door het
                        college van burgemeester en wethouders aangewezen openbare (brom -)
                        fietsstallingsgebieden te stallen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 2 Collecteren</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en
                        wethouders een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe
                        een intekenlijst aan te bieden.</al>
          <al>2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij
                        het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of
                        gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld
                        of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel
                        is bestemd.</al>
          <al>3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                        wordt.</al>
          <al>4. Op de vergunning is paragraaf <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve fictieve
                        beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 3 Venten</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:14 Begripsomschrijving </vet>
          </al>
          <al>1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van
                        de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op
                        of aan de weg of op of aan een openbaar water, aan huis dan wel op een
                        andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats,
                        dan wel diensten aan te bieden.</al>
          <al>2. Onder venten wordt niet verstaan:</al>
          <al>a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet
                        ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet;</al>
          <al>b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in
                        het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste
                        lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                        5:22 van deze verordening;</al>
          <al>c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in
                        het eerste lid op een verkoopstandplaats bedoeld in artikel 5:17 van deze
                        verordening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:15 Ventverbod </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                        veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.</al>
          <al>2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op
                        zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22.00 en 08.00 uur.</al>
          <al>3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                        voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:16 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 4 Verkoopstandplaatsen </cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:17 Begripsomschrijving</vet>
          </al>
          <al>1. In deze afdeling wordt verstaan onder het innemen van een
                        verkoopstandplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de
                        openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                        goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                        zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al>
          <al>2. Onder verkoopstandplaats wordt niet verstaan:</al>
          <al> a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160,
                        eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al>
          <al> b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24;</al>
          <al> c. een standplaats in de zin van de Wet Basisregistraties Adressen en
                        Gebouwen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:18 Verkoopstandplaatsen</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en
                        wethouders een verkoopstandplaats in te nemen of te hebben</al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het
                        uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of
                        gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                        Grondwet.</al>
          <al>3. Het college kan categorieën van standplaatsen aanwijzen waarvoor het
                        verbod in het eerste lid niet geldt. In het belang van de openbare orde en
                        de woon- en leefomgeving kunnen ten aanzien van deze categorieën nadere
                        regels worden gesteld.</al>
          <al>4. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al>
          <al>a. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                        omgeving;</al>
          <al>b. wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een
                        deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van
                        de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                        in gevaar komt;</al>
          <al>c. vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan;</al>
          <al>d. ingeval van strijd met de beleidsregel verkoopstandplaatsen.</al>
          <al>5. Op de vergunning is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</vet>
          </al>
          <al>Het is de rechthebbende op een perceel niet zijnde een woning of een school,
                        toegestaan dat daarop zonder verkoopstandplaats-vergunning van het college
                        van burgemeester en wethouders maximaal twee verkoopstandplaatsen worden of
                        zijn ingenomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</vet>
          </al>
          <al>1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het
                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                        rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Friesland.</al>
          <al>2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, geldt niet voor
                        bouwwerken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:21 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 5 Snuffelmarkten </cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:22 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:23 Snuffelmarkten e.d. </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al>
          <al>a. in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                        toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar
                        ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld;</al>
          <al>b. toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op
                        een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of
                        plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats
                        wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of
                        te verstrekken.</al>
          <al>2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend
                        dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin
                        van de Winkeltijdenwet.</al>
          <al>3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden
                        geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde
                        markt.</al>
          <al>4. Op de vergunning is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 6 Openbaar water </cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>§1 Algemene bepalingen</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:24 Begripsomschrijvingen(2)</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
          <al>vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
                        alsmede woonschepen, glijboten, ponten, een vaartuig zonder
                        waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de
                        geschiktheid tot varen en drijven heeft verloren, dan wel de overblijfselen
                        ervan;</al>
          <al>ankeren: het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan of op de
                        oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit
                        doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig;</al>
          <al>ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het
                        water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een
                        gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent afmeren van een woon-,
                        bedrijfsmatige- of voor recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;</al>
          <al>aanlegplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in
                        het water, dat bestemd is voor het tijdelijk afmeren van een vaartuig, voor
                        zowel recreatie- als beroepsvaart;</al>
          <al>rietkraag: de met riet, biezen, lisdodden of soortgelijke planten
                        (helofyten) begroeide oppervlakte;</al>
          <al>zakelijke vergunning: vergunning die gebonden is aan het vaartuig;</al>
          <al>vergunning: een zakelijke of persoonsgebonden vergunning die op basis van
                        deze afdeling door het college van burgemeester en wethouders is
                        verstrekt;</al>
          <al>kamerverhuurschip: vaartuig of een deel van een vaartuig met of geschikt te
                        maken voor drie of meer wooneenheden, niet vallende onder het begrip
                        logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit, die als
                        hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in een
                        gezinsverband levende personen;</al>
          <al>historisch woonschip: historische vaartuigen, die oorspronkelijk ten behoeve
                        van de vrachtvaart zijn gebouwd, maar die thans uitsluitend voor permanente
                        bewoning wordt gebruikt en ten aanzien waarvan – blijkens de aard van het
                        vaartuig, de daarop aanwezige voorzieningen, de wijze van voortstuwing, en
                        zo mogelijk de wijze van gebruik of andere omstandigheden – vast staat, dat
                        deze schepen zelfstandig kunnen varen;</al>
          <al>water: openbaar water alsmede alle wateren die niet voor het publiek
                        bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; </al>
          <al>pleziervaartuig: vaartuig dat is bestemd voor sportbeoefening of
                        vrijetijdsbesteding.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:24a Voorwerpen op, in of boven openbaar water</vet>
          </al>
          <al>1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder
                        vergunning van het college van burgemeester en wethouders een voorwerp, niet
                        zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te
                        brengen of te hebben.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen
                        waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.</al>
          <al>3. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                        gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te
                        hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                        bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of
                        voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen
                        voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al>
          <al>4. De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de
                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                        de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                        rijkswaterstaatwerken, de Vaarwegenverordening Friesland, de
                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening
                        gemeente Leeuwarden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:25 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:26 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:27 Gevaar, schade of hinder in gemeentelijk water </vet>
          </al>
          <al>1. Het college kan de eigena(a)r(en) of gebruiker(s) van een vaartuig een
                        verbod opleggen om met een vaartuig de gemeentelijke wateren binnen te
                        varen, erin af te meren dan wel een lig- of aanlegplaats in te nemen of in
                        de gemeentelijke wateren of op een lig- of aanlegplaats te verblijven,
                        indien het van oordeel is dat een zodanige handeling ernstig gevaar,
                        ernstige schade of ernstige hinder voor de gemeentelijke wateren of voor de
                        omgeving met zich meebrengt of met zich mee kan brengen.</al>
          <al>2. De eigena(a)r(en) of gebruikers, aan wie een in het eerste lid bedoeld
                        verbod is opgelegd, is verplicht daaraan onmiddellijk gevolg te geven. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen
                        in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens,
                        dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen,
                        zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                        bakens of sluizen.</al>
          <al>2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                        beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de
                        Vaarwegenverordening Friesland.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</vet>
          </al>
          <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij
                        het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor
                        dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </vet>
          </al>
          <al>1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                        ophoudt of zich daarin begeeft, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                        scheepvaart­verkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al>
          <al>2. Het is verboden in een vaarweg binnen een afstand van 25 meter gemeten
                        vanaf een brug, sluis of ander beweegbaar kunstwerk, benevens dukdalven en
                        bijkomende werken te zwemmen of te surfen anders dan voor passage.</al>
          <al>3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                        rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaart­politieregle­ment of het
                        Vaarwegenverordening Friesland.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden om zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                        vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te
                        begeven of te bevinden.</al>
          <al>2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                        liggend in of aan een openbaar water, los te maken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>§2 Aanleggen en lig- of aanlegplaats innemen</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.1 Aanleggen en lig- of aanlegplaats
                        innemen(2)(3)</vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden met een vaartuig:</al>
          <al>a. aan te leggen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Leeuwarden, als
                        bedoeld in artikel 1:3 van de Bouwverordening van de gemeente
                        Leeuwarden;</al>
          <al>b. lig- of aanlegplaats in te nemen of te hebben dan wel een lig- of
                        aanlegplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen;</al>
          <al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                        aanleggen of het innemen van een lig- of aanlegplaats met een vaartuig met
                        of zonder een daartoe door het college van burgemeester en wethouders
                        verstrekte vergunning aan een daartoe door het college van burgemeester en
                        wethouders aangewezen wal of kade of bij een geldend bestemmingsplan
                        aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te brengen.</al>
          <al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                        innemen van een lig- of aanlegplaats aan een niet bij een overheid in
                        eigendom zijnde wal of kade met een pleziervaartuig dat in eigendom is bij
                        de rechthebbende op die wal of kade.</al>
          <al>4. Bij de aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, kan door het college van
                        burgemeester en wethouders worden bepaald dat deze slechts gedurende een
                        bepaalde periode van kracht is, slechts voor één of meer categorieën
                        vaartuigen geldt en/of een vergunning als bedoeld in het tweede lid is
                        vereist.</al>
          <al>5. Voor zover niet opgenomen op de verbeelding van het geldende
                        bestemmingsplan, visualiseert het college van burgemeester en wethouders de
                        in het tweede lid bedoelde ligplaatsen op een openbare
                        ligplaatsenkaart.</al>
          <al>6. Een in het tweede lid bedoelde vergunning kan slechts worden aangevraagd
                        door of namens de rechthebbende op het betreffende vaartuig.</al>
          <al>7. Een in het tweede lid bedoelde vergunning kan worden geweigerd:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
            <li nr="b."><al>in het belang van de volksgezondheid;</al></li>
            <li nr="c."><al>in het belang van de milieuhygiëne;</al></li>
            <li nr="d."><al>indien voor de betreffende ligplaats reeds vergunning is
                                verleend;</al></li>
            <li nr="e."><al>indien vergunningverlening zou leiden tot afwijking van het
                                bestemmingsplan;</al></li>
            <li nr="f."><al>indien het vaartuig niet voldoet aan redelijke eisen van
                                welstand;</al></li>
            <li nr="g."><al>indien het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na
                                de datum van vergunningverlening de betreffende ligplaats met een
                                vaartuig in kan nemen;</al></li>
            <li nr="h."><al>indien aannemelijk is dat het vaartuig als kamerverhuurschip wordt
                                of zal worden gebruikt.</al></li>
          </lijst>
          <al>8. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het tweede lid is de
                        Inspraakverordening gemeente Leeuwarden van toepassing.</al>
          <al>9. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in het zevende
                        lid onder f genoemde redelijke eisen van welstand nader uit te werken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.2 Intrekking vergunning(2)</vet>
          </al>
          <al>Naast de in artikel 1:6 genoemde gronden kan het college van burgemeester en
                        wethouders een vergunning zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 5.31.1
                        intrekken indien:</al>
          <al>1. de werkelijke situatie niet meer in overeenstemming is met de in de
                        vergunning vermelde;</al>
          <al>2. indien het historische woonschip langer dan zes maanden niet in gebruik
                        is geweest als hoofdverblijf van de vergunninghouder;</al>
          <al>3. indien het vaartuig langer dan zes maanden niet op de in de vergunning
                        genoemde ligplaats heeft gelegen;</al>
          <al>4. indien de vergunninghouder het betreffende vaartuig gebruikt of laat
                        gebruiken als kamerverhuurschip;</al>
          <al>5. indien het uiterlijk van het vaartuig of de lig- of aanlegplaats waarop
                        de vergunning betrekking heeft in ernstige mate in strijd is met de
                        redelijke eisen van welstand.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.3 Aanwijzingen lig- of aanlegplaats(2)</vet>
          </al>
          
          <al>1. Het college van burgemeester en wethouders kan aan de rechthebbende op
                        een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen
                        of gebruiken van een lig- of aanlegplaats.</al>
          <al>2. De rechthebbende op een vaartuig dient de door het college van
                        burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen, als bedoeld in het eerste
                        lid, direct op te volgen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.4 Verbouw(2)</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college van
                                burgemeester en wethouders een vaartuig dat beschikt over een
                                vergunning zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 5.31.1 te
                                verbouwen waardoor de kleurstelling, gevelindeling of het
                                materiaalgebruik wijzigt of waarbij een looprand wordt
                                aangebracht.</al></li>
            <li nr="2."><al>Bij een aanvraag om een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid,
                                wordt tenminste gevoegd een toereikende omschrijving van de te
                                verrichten werkzaamheden en bouwtekeningen van de bestaande en
                                beoogde situatie.</al></li>
            <li nr="3."><al>De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
                                het belang van of op basis van de in het zevende lid van artikel
                                5.31.1 genoemde weigeringsgronden. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.5 Aanleggen buiten de bebouwde kom(2)</vet>
          </al>
          <al>Dit artikel is van toepassing buiten de bebouwde kommen van de gemeente
                        Leeuwarden, als bedoeld in artikel 1:3 van de Bouwverordening van de
                        gemeente Leeuwarden.</al>
          <al>Het is de rechthebbende op en/of houder van een vaartuig verboden daarmee
                        aan te leggen in of aan een rietkraag of aan of op een door het college van
                        burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen wal.</al>
          <al>Het is de rechthebbende op en/of houder van een vaartuig verboden daarmee
                        langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten
                        daarvan op dezelfde plaats aan te leggen.</al>
          <al>De rechthebbende op en/of houder van een vaartuig wordt geacht daarmee
                        gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
                        plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door een met het
                        toezicht op de naleving van deze bepaling belaste ambtenaar wordt
                        aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van de drie dagen en op enig
                        tijdstip van de eerste dag na die drie dagen.</al>
          <al>De rechthebbende en/of houder van een vaartuig wordt geacht daarmee
                        gedurende drie achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats te zijn gebleven,
                        indien dat vaartuig binnen een straal van hemelsbreed 500 meter gerekend
                        vanaf de in het eerste lid bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen.</al>
          <al>Het is de rechthebbende op en/of houder van een vaartuig verboden met een
                        vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in het eerste lid
                        bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</al>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid
                        gestelde verbod ontheffing verlenen. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.6 Ankeren(2)</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op en/of houder van een vaartuig verboden
                                daarmee te ankeren in of op een afstand van minder dan vijf meter
                                vanuit een rietkraag.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd wateren aan te
                                wijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod tevens van
                                toepassing is.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste
                                lid gestelde verbod ontheffing verlenen. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.7 Varen(2)</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op en/of houder van een vaartuig verboden
                                daarmee door of in een rietkraag te varen.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd wateren aan te
                                wijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod tevens van
                                toepassing is.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste
                                lid gestelde verbod ontheffing verlenen. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5.31.8 Wachtlijst(2)</vet>
          </al>
          <al>Burgemeester en wethouders houden, zonodig, voor de verschillende
                        categorieën vaartuigen een wachtlijst aan en stellen omtrent de uitvoering
                        daarvan nadere regels.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:31.9 Overgangsbepaling(2)</vet>
          </al>
          <al>Een rechtmatige situatie die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                        afdeling aanwezig of in uitvoering is, dan wel gerealiseerd kan worden
                        krachtens een vergunning, ontheffing of toestemming en afwijkt van deze in
                        deze afdeling gestelde regels, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang
                        niet wordt vergroot, blijven voortbestaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:32 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:33 Gereserveerd</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:33a Aanwijzing gebieden niet toegankelijk voor
                            ruiterverkeer</vet>
          </al>
          <al>1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor publiek
                        toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen en recreatiegebieden aan
                        te wijzen ten behoeve waarvan zij verklaren dat het rijden op of meevoeren
                        van een paard of pony aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan
                        berokkenen aan natuur- dan wel milieuwaarden.</al>
          <al>2. Het is verboden zich met een paard of pony te bevinden in de op basis van
                        het eerste lid aangewezen gebieden.</al>
          <al>3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van paarden
                        en pony’s ten dienste van politie, andere handhavers, hulpverleners en
                        aanwonenden, alsmede ten aanzien van paarden en pony’s die ingezet worden
                        voor het beheer van het betreffende gebied of voor trouwpartijen en andere
                        plechtigheden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins vuur te stoken </vet>
          </al>
          <al>1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                        inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te
                        leggen, te stoken of te hebben. </al>
          <al>2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving,
                        is het verbod niet van toepassing op:</al>
          <al> a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels of dergelijke;</al>
          <al> b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                        worden verbrand;</al>
          <al>c. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of
                        hinder voor de omgeving oplevert.</al>
          <al>3. Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing
                        verlenen.</al>
          <al>4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden
                        geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.</al>
          <al>5. Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                        door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of
                        de Provinciale milieuverordening.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Afdeling 9 Verstrooien van as</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:35 Begripsomschrijving</vet>
          </al>
          <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</vet>
          </al>
          <al>1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
          <al>a. verharde delen van de weg;</al>
          <al>b. begraafplaatsen en crematoriumterreinen;</al>
          <al>c. speelterreinen/speelweiden</al>
          <al>2. Het college van burgemeester en wethouders kan voor een bepaalde termijn
                        verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid
                        asverstrooiing plaatsvindt.</al>
          <al>3. Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de
                        nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere
                        omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen.</al>
          <al>4. Op de ontheffing is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 5:37 Hinder of overlast</vet>
          </al>
          <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:1 Strafbepaling(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                        bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                        beperkingen alsmede de aanwijzingen op grond van de artikelen 2:26b en 2.26d
                        wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van
                        de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                        de rechterlijke uitspraak.</al>
          <al>2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                        economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of
                        krachtens de artikelen 2:10, zesde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid,
                        en 4:11, eerste lid.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:2 Toezichthouders(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast: </al>
          <al>a. de ambtenaren aangesteld in dienst van de eenheid Stadstoezicht van de
                        gemeente Leeuwarden;</al>
          <al>b. de havenmeester(s) en marktmeester(s), en;</al>
          <al>c. de ambtenaren die werkzaam zijn in het domein Milieu, welzijn en
                        infrastructuur en zijn aangesteld in dienst van de Provinciale vereniging
                        voor natuurbescherming It Fryske Gea, voor zover het de gebieden betreft die
                        in beheer zijn bij It Fryske Gea, te weten Nationaal Park de Alde Feanen en
                        recreatiegebied de Grote Wielen;</al>
          <al>2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                        krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de
                        burgemeester aan te wijzen personen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</vet>
          </al>
          <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Van een
                        binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner wordt binnen 48
                        uur schriftelijk verslag gedaan aan de burgemeester.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:4 Inwerkingtreding en intrekking oude
                        verordening(2)</vet>
          </al>
          <al>1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt. </al>
          <al>2. De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Leeuwarden,
                        vastgesteld op 29 juni 2009, vervalt.</al>
          <al>3. De Algemene Plaatselijke Verordening Boarnsterhim 2009 vervalt.</al>
          <al>4. Het vervallen van de in het vorige lid genoemde verordening geldt voor
                        zover deze van kracht is voor het gebied binnen de gemeentegrenzen van de
                        gemeente Leeuwarden, zoals dat per 1 januari 2014, op grond van de Wet van
                        19 juni 2013 tot wijziging van de gemeentelijke indeling in een deel van de
                        provincie Fryslân, is ontstaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</vet>
          </al>
          <al>1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4,
                        tweede en derde lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                        deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                        kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          <al>2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                        aanvraag op grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede en
                        derde lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                        verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                        overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast.</al>
          <al>3. Op een aanhangig beroep‑ of bezwaarschrift, betreffende een besluit,
                        bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel
                        6.4, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn,
                        wordt beslist met toepassing van de verordeningen bedoeld in artikel 6.4,
                        tweede en derde lid.</al>
          <al>4 Gebods‑ of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist
                        is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als
                        bedoeld in artikel 6.4, tweede of derde lid, zijn niet van toepassing:</al>
          <al>a. gedurende acht weken na het in werking treden van deze verordening;</al>
          <al>b. ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de vergunning
                        of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend,
                        totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al>
          <al>5. Het vervallen van de verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede en
                        derde lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                        verordeningen genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten,
                        indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn
                        gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder
                        zijn vervallen of ingetrokken.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Artikel 6:6 Citeertitel</vet>
          </al>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                        Leeuwarden.</al>
          <al/>
          <al>Vastgesteld in de raadsvergadering van 19 februari 2014. </al>
          <al>Bekendgemaakt op 26 februari 2014.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>(1)</vet>: 1<sup>e</sup> wijziging: vastgesteld raadsvergadering 13
                        april 2015, nr. IV, 2, publicatie 22 april 2015</al>
          <al>
            <vet>(2)</vet>: 2<sup>e</sup> wijziging: vastgesteld raadsvergadering 30
                        november 2015, nr. VI, 3, publicatie 16 december 2015</al>
          <al>
            <vet>(3)</vet>: 3<sup>e</sup> wijziging: vastgesteld raadsvergadering 18
                        april 2016, nr. VI, 2, publicatie 26 april 2016</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>