<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR143499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 11, derde lid, van de Landsverordening funderend onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-05-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">A.B. 2013, GT no. 819</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landsbesluit kerndoelen funderend onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Landsverordening funderend onderwijs, artikel 11</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanKoninkrijksdeel">regering</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geconsolideerde tekst (GT)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De oorspronkelijke regeling is ondertekend op 21 januari 2009, gepubliceerd in P.B. 2009, no. 8, en in werking getreden op 7 februari 2009, met terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 2002.</al><al>Zie www.overheid.nl voor de historie van deze regeling vóór 10-10-10 via lokale regelingen en uitgebreid zoeken, onder v.m. Nederlandse Antillen, met als zoekdatum 09-10-2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 11, derde lid, van de Landsverordening funderend onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De kerndoelen voor de educatiegebieden, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de Landsverordening funderend onderwijs, worden vastgesteld als aangegeven in de bij dit landsbesluit behorende bijlage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>[regelt de inwerkingtreding]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Dit landsbesluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit kerndoelen funderend onderwijs.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><tussenkop><vet>Overzicht Kerndoelen Algemene mensvorming</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Kerndoel 1</vet></tussenkop><al>De leerling begrijpt en implementeert de principes van de vijf basiswaarden en leeft de normen na.</al><al>Waarde: waarheid</al><al>Waarde: liefde</al><al>Waarde: vrede</al><al>Waarde: juist gedrag</al><al>Waarde: geweldloosheid </al><al/><al><cursief>Kerndoel 2</cursief></al><al>De leerling toont begrip en respect voor culturen, gewoonten en rituelen.</al><al/><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al/><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Waarheid</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet en begrijpt wat de beginselen zijn van waarheid</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft samenhangende en eerlijke antwoorden gebaseerd op de waarheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet gewenst en ongewenst gedrag te onderscheiden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het onderscheid tussen goed en kwaad / gewenst en ongewenst aangeven.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat eerlijkheid het langst duurt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan situaties aangeven waarin eerlijkheid de sleutel is voor de oplossing</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van waarheid</al></entry><entry colname="col3"><al>kan argumenten analyseren op hun waarheidsgehalte</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat elke individu verantwoordelijk is om de waarde van de waarheid in eer te houden</al></entry><entry colname="col3"><al>vraagt: " Hoe weet je dat” in de juiste situaties.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat normen worden vastgesteld door de gemeenschap door middel van ervaring en traditie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan normen en regels opnoemen die vastgesteld zijn door de school of de gemeenschap en kan de waarde aangeven van elke regel</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe je de principes van waarheid met zelfverzekerdheid moet toepassen</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt keuzes tussen waarheid (onderzoek) en onwaarheid /leugen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van waarheid</al></entry><entry colname="col3"><al>past de basisprincipes van waarheid toe </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>analyseert alles dat wordt geproefd, gezien, gehoord, geroken, aangeraakt om zeker te zijn van de waarheid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1.De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al/><al>Waarde: Liefde</al><al>Sub-waarden: Vriendschap, oprechtheid, tolerantie, vriendelijkheid, medeleven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat het betekent om vriendelijk te zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>onderscheidt vriendelijke daden van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt en ervaart dat (ware) vriendschap geluk brengt</al></entry><entry colname="col3"><al>gedraagt zich als een vriendelijke persoon</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vriendelijkheid</al></entry><entry colname="col3"><al>past de basisprincipes toe van vriendelijkheid</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vriendelijkheid</al></entry><entry colname="col3"><al>past de basisprincipes toe van vriendelijk zijn en laat blijken een vriendelijke persoon te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>reageert op " Hoe voel jij je?" wanneer vriendelijkheid wordt getoond en beschrijft gevoelens van tevredenheid wanneer vriendelijkheid wordt getoond</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt en ervaart dat ware vriendschap geluk brengt.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Liefde</al><al>Sub-waarden: Vriendschap, oprechtheid, tolerantie, vriendelijkheid, medeleven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vriendschap</al></entry><entry colname="col3"><al>beschrijft het belang van vriendschap en past de basisprincipes van vriendschap toe</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>geeft aan hoe de waarde van vriendschap wordt toegepast en onderscheidt manieren waarop vriendschap thuis kan worden toegepast</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>omschrijft de waarde van vriendschap</al><al>weet verhalen na te vertellen waarin loyaliteit tussen vrienden op school en in de gemeenschap tot uiting komt</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont oprechtheid en eerlijkheid en maakt onderscheid tussen informatie waar oprechtheid en eerlijkheid uit blijken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>herkent de waarde van oprechtheid, toont oprecht gedrag en uit de gevoelens die ermee gepaard gaan</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vergeeft anderen en vraagt de ander om vergeving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>geeft uiting aan gevoelens van blijdschap en geluk met vrienden, ouders enz.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Liefde</al><al>Sub-waarden: Vriendschap, oprechtheid, tolerantie, vriendelijkheid, medeleven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vriendschap </al></entry><entry colname="col3"><al>onderscheidt vriendschap van vriendelijkheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de waarden van vriendelijkheid noemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>past de basisprincipes van vriendschap toe en gaat vriendelijk om met anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vergeeft anderen en vraagt de ander om vergeving</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>geeft uiting aan gevoelens van blijdschap en geluk met vrienden, ouders enz</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vertelt eigen en andere verhalen waaruit oprechtheid tussen mensen blijkt en houdt een dagboek bij waarin ervaringen staan die gebaseerd zijn op oprechtheid</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na.</al><al>Waarde: Liefde</al><al>Sub-waarden: Vriendschap, oprechtheid, tolerantie, vriendelijkheid, medeleven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van tolerantie</al></entry><entry colname="col3"><al>legt uit hoe tolerantie helpt bij het ontwikkelen van positieve houding en past basisprincipes toe van tolerantie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat mensen fouten maken</al></entry><entry colname="col3"><al>onderkent eigen fouten en die van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>herkent verschillende manieren van verdriet en medeleven</al></entry><entry colname="col3"><al>werkt aan andermans bewustwording en tolerantie van andermans cultuur, religie en klassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kan vriendelijke daden omschrijven</al></entry><entry colname="col3"><al>is vriendelijk in zijn / haar optreden</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van tolerantie</al></entry><entry colname="col3"><al>legt uit hoe tolerantie helpt bij het ontwikkelen van positieve houding en past basisprincipes toe van tolerantie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat elk persoon zijn sterke kanten heeft en zijn zwakheden</al></entry><entry colname="col3"><al>toont respect en tolerantie ten opzichte van anderen en legt observaties betreffende tolerantie vast</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de gevoelens van anderen met betrekking tot tolerantie</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert op de vraag: "Hoe voel jij je?" als vriendelijkheid wordt getoond.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>onderkent de sterke kanten en zwakheden van anderen en behandelt ze toch als gelijken.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>ontwikkelt bewustzijn en tolerantie voor andermans cultuur, religie en klasse</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>geeft uitdrukking aan gevoelens van vriendelijkheid in woorden en daden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Liefde</al><al>Sub-waarden: Vriendschap, oprechtheid, tolerantie, vriendelijkheid, medeleven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt wat verdriet betekent</al></entry><entry colname="col3"><al>vertelt eigen verhalen waaruit gevoelens van verdriet spreken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt wat medeleven en vriendelijkheid betekenen</al></entry><entry colname="col3"><al>ontwikkelt medelevende en vriendelijke gevoelens en kan medeleven en vriendelijkheid beschrijven en onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de verschillende vormen van verdriet en sympathie</al></entry><entry colname="col3"><al>vertelt eigen verhalen waaruit medeleven blijkt en beschrijft hoe het toepassen van de waarde van medeleven zijn / haar persoonlijkheid vormt</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan ervaringen noemen waaruit verdriet en medeleven blijken</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de basiswaarden van verdriet en medeleven </al></entry><entry colname="col3"><al>beschrijft hoe het toepassen van de waarden van medeleven zijn/haar persoonlijkheid vormt</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vertelt eigen en andere verhalen waaruit medeleven blijkt</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>ontwikkelt een bewustzijn van medeleven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>analyseert verschillende soorten medeleven en verdriet</al></entry><entry colname="col3"><al>onderscheidt de verschillende vormen van verdriet en medeleven</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Vrede</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat geluk niet alleen ervaren kan worden in situaties, maar ook in gedachten</al></entry><entry colname="col3"><al>past geduld en zelfdiscipline toe om een doel te bereiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont aan dat geduld problemen oplost en een deugd is</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet uiting te geven aan zijn / haar tevredenheid met wat hij/zij heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>verbindt geluk met situaties, gedachten en dromen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vrede</al></entry><entry colname="col3"><al>uit goede gevoelens over zichzelf</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>bespreekt wat rekening houden met anderen voor hem/haar betekent en houdt rekening met de gevoelens van anderen om een positieve houding te bewaren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>bespreekt ervaringen van vriendelijkheid en geestelijke rust die dit met zich meebrengt en laat zien dat een goed mens zijn innerlijke vrede geeft aan jezelf</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Vrede</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat het geluk meer betekent wat je voelt dan wat je denkt</al></entry><entry colname="col3"><al>analyseert gevoelens van geluk en blijdschap</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat je tevreden moet zijn met wat je bent en niet met wat je hebt</al></entry><entry colname="col3"><al>bespreekt dingen die je rijk maken behalve geld</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat de kwaliteiten van eerlijkheid je gevoel van eigenwaarde vergroot</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent eerlijke handelingen die door anderen worden verricht zowel in verhalen als ook over zichzelf in het dagelijkse leven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de principes van juist gedrag om goede gewoonten te bewerkstelligen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitleggen hoe juist gedrag kan helpen in de ontwikkeling van permanente levensgewoonten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van vrede</al></entry><entry colname="col3"><al>past de basisprincipes van vrede toe om zich gelukkig en blij te voelen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Goed gedrag</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe hij/zij eigenwaarde kan verwezenlijken</al></entry><entry colname="col3"><al>ontwikkelt een visie van zichzelf en handelt ernaar</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat schoonheid van hart en geest belangrijk is voor het leven </al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillen uitleggen tussen goede en kwade gevoelens</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt waarom het nodig is om het milieu te waarderen en te respecteren</al></entry><entry colname="col3"><al>toont respect voor het milieu en handelt ernaar</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt waarom er geen vuile taal moet worden gebruikt</al></entry><entry colname="col3"><al>kiest zijn/haar woorden en gebruikt een juist taalgebruik in communicatie met anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>helpt met taken thuis en op school en vervult eenvoudige taken en verantwoordelijkheden thuis en op school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de voordelen van erkentelijk zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft uiting aan gevoelens van waardering voor anderen en voor zichzelf</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt wat opoffering betekent en de basisprincipes van juist gedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>doet opofferingen en uit de gevoelens hierover</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>gedraagt zich voorbeeldig</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Juist gedrag</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt wat opoffering betekent en het basisprincipe van juist gedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>doet opofferingen om doelen te bereiken en geeft uiting aan de gevoelens van deze opoffering</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat mensen zich opofferingen getroosten</al></entry><entry colname="col3"><al>analyseert opofferingen die anderen doen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt waarom hij/zij geen vuile taal moet gebruiken</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt correcte taal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe doelen te stellen in het leven </al></entry><entry colname="col3"><al>helpt met taken thuis en op school en vervult taken en verantwoordelijkheden thuis en op school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>accepteert verantwoordelijkheden voor gevolgen van zijn/haar gedrag met betrekking tot levenswaarden en mensenrechten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt waarom het nodig is om waardering en respect te hebben voor de omgeving</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt waarde keuzes met betrekking tot het milieu</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>maakt keuzes gericht op dienstverlening en verdedigt het recht van anderen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt de principes van de vijf basiswaarden, waarheid, liefde, vrede, juist gedrag, </al><al> geweldloosheid en leeft de normen na</al><al>Waarde: Geweldloosheid</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige regels</al></entry><entry colname="col3"><al>erkent de waarde achter elke regel en handelt ernaar</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van geweldloosheid</al></entry><entry colname="col3"><al>ervaart bevrediging in het oplossen van problemen en zoekt oplossingen voor problemen [door rollenspel]</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vertelt hoe hij/zij de medemens, de natuur en de Schepper ervaart in verschillende facetten van het dagelijkse leven; aanschouwt en ervaart de schepping</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont karakter: past basisprincipes van geweldloosheid toe in zijn/haar gedrag</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat woorden, daden en gedachten de omgeving kunnen beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>omschrijft de woorden, daden en gedachten die de omgeving kunnen beïnvloeden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de basisprincipes van geweldloosheid</al></entry><entry colname="col3"><al>onderscheidt verschillen en overeenkomsten tussen mensen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont kwaliteiten van goed moreel gedrag en uitmuntende menselijke eigenschappen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>past de principes van geweldloosheid toe in relatie tot anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>bespreekt kwesties als broederschap, klasse, ras, geslacht en nationaliteit</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Algemene mensvorming</al><al>Kerndoel 2. De leerling toont begrip en respect voor culturen, gewoontes en rituelen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verhalen over moraal en helden waaruit de verschillende waarden naar voren komen</al></entry><entry colname="col3"><al>waardeert en dramatiseert verhalen over helden en verhalen met een moraal waaruit de verschillende waarden spreken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>omschrijft het belang van kerken voor ouders, kinderen en de gemeenschap</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>leest scheppingsverhalen uit de verschillende Heilige Boeken en bespreekt deze</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>beschrijft de eigenschappen van een liefdevol gezin en geeft aan waarom mensen religieuze feestdagen vieren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>analyseert de geëigende rollen en sociale verantwoordelijkheden als lid van een gezin/school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vertelt hoe respect getoond kan worden voor familieverhalen, overtuigingen en traditie</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat hij/zij deel is van een schepping en een missie heeft te volbrengen</al></entry><entry colname="col3"><al>vertelt eigen verhalen die getuigen van liefde voor de schepping</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont respect voor familiegeschiedenis, overtuigingen en tradities van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de scheppingsverhalen van de verschillende geloofsovertuigingen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan scheppingsverhalen van de verschillende geloofsovertuigingen vergelijken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Proces kerndoelen</al><al>De leerling:</al><al>begrijpt zijn/haar eigen waarden als mens binnen de creatie</al><al>begrijpt en volbrengt zijn/haar missie in het leven</al><al>begrijpt dat hij/zij bewust voor waarden kiest, die hem/haar richting geven in alle fasen van het leven.</al><al>ontwikkelt zijn/haar eigen visie met respect voor de levensvisie van anderen</al><al>begrijpt verantwoordelijkheid te dragen voor de gevolgen van zijn/haar daden ten opzichte van het menselijke leven, de menselijke waardigheden en menselijke rechten</al><al>blinkt uit in moreel gedrag</al><tussenkop><vet>De Domeinen van Cultureel Artistieke Vorming</vet></tussenkop><al>De kerndoelen van het educatiegebied Cultureel Artistieke Vorming zijn ondergebracht in vijf verschillende domeinen. </al><al>Domein A is vakoverstijgend en houdt zich bezig met Oriëntatie op Kunst en Cultuur. </al><al>Het tweede tot en met het vijfde domein krijgen hun invulling vanuit de disciplines Muziek, Drama, Beeldende Vorming en Dans en Beweging. Binnen elk domein is er een onderscheid gemaakt tussen productief en reflectief.</al><al>De verschillende domeinen mogen niet los van elkaar gezien worden. De lessen Cultureel Artistieke Vorming zullen in het algemeen elementen uit alle domeinen in zich hebben. </al><al>De structuur van het educatiegebied Cultureel Artistieke Vorming ziet er als volgt uit:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>domein A </al></entry><entry colname="col2"><al>Oriëntatie op Kunst en Cultuur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Domeinen B t/m E</al></entry><entry colname="col2"><al>Domein B</al></entry><entry colname="col3"><al>Domein C</al></entry><entry colname="col4"><al>Domein D</al></entry><entry colname="col5"><al>Domein E</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>Drama</al></entry><entry colname="col4"><al>Beeldende Vorming</al></entry><entry colname="col5"><al>Dans en Beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Uitvoeren</al></entry><entry colname="col3"><al>Vormgeven</al></entry><entry colname="col4"><al>Vormgeven</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Luisteren</al></entry><entry colname="col3"><al>Beschouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>Beschouwen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Integratie</al><al>De wereld die ons omringt is universeel. Alles om ons heen heeft een relatie met elkaar. Het ligt dan ook voor de hand om de leerstof zoveel mogelijk geïntegreerd aan te bieden. Daarom is gekozen voor een thematische aanpak.</al><al>De thema’s van het educatiegebied Cultureel Artistieke Vorming zijn ontleend aan de leerling en zijn of haar belevingswereld. Voorbeelden van zulke thema’s zijn: voeding, dieren, woonomgeving, reizen, vriendschap, pesten, Carnaval, oogstfeest, toerisme. </al><al>Het domein "Oriëntatie op kunst en cultuur" loopt als een rode lijn door de thema’s heen. Vanuit de disciplines Muziek, Drama, Beeldende Vorming en Dans en Beweging, wordt een evenwichtige invulling gegeven. Richtlijn blijft dat aan het einde van elke cyclus dat de tussendoelen voor alle domeinen bereikt zijn. </al><al>Een jaarprogramma voor een leerjaar in cyclus 1, 2 of 3 kan er als volgt uit zien.</al><table><tgroup cols="10"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="10*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="10*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="10*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="10*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="10*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="10*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="10*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="10*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="10*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Domein A</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Domein B</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>Domein C</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>Domein D</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>Domein E</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Oriëntatie op kunst en cultuur</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>Drama</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>Beeldende Vorming</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>Dans en Beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema’s</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Productief</al></entry><entry colname="col4"><al>Reflectief</al></entry><entry colname="col5"><al>Productief</al></entry><entry colname="col6"><al>Reflectief</al></entry><entry colname="col7"><al>Productief</al></entry><entry colname="col8"><al>Reflectief</al></entry><entry colname="col9"><al>Productief</al></entry><entry colname="col10"><al>Reflectief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema 3</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema 4</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Thema …..</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>enz.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Overzicht Kerndoelen CAV</al><al>Oriëntatie op Kunst en Cultuur</al><tussenkop>Kerndoel 1</tussenkop><al>De leerling heeft kennis van en waardering voor het culturele erfgoed, voelt zich actief betrokken in de eigen cultuur en kan elementen hieruit verwerken op een creatieve manier.</al><tussenkop>Kerndoel 2</tussenkop><al>De leerling kan uitgaande van thema’s uit de eigen cultuur in beeld, taal, drama, dans en muziek vormgeven aan de eigen verbeelding, gedachten en emoties.</al><tussenkop>Kerndoel 3</tussenkop><al>De leerling heeft kennis van en waardering voor kunst, volkskunst en kunstenaars, zowel lokaal, regionaal als mondiaal.</al><al>Muziek</al><tussenkop>Kerndoel 4</tussenkop><al>De leerling kan een gevarieerd repertoire uit de eigen, regionale- en mondiale cultuur met of zonder gebruikmaking van notatie in groepsverband zingen.</al><tussenkop>Kerndoel 5</tussenkop><al>De leerling kan een eenvoudig traditioneel, populair en eigentijds repertoire spelen op muziekinstrumenten met of /en zonder notatie.</al><tussenkop>Kerndoel 6 </tussenkop><al>De leerling kan exploreren, improviseren, en componeren naar aanleiding van geluiden, ritme, verhaal, sfeer en stemming in de muziek.</al><tussenkop>Kerndoel 7</tussenkop><al>De leerling kan de vorm, betekenis en functie van verschillende muziek onderscheiden.</al><tussenkop>Kerndoel 8</tussenkop><al>De leerling kan muziek typeren naar geografische ligging en/of culturele herkomst.</al><tussenkop>Kerndoel 9</tussenkop><al>De leerling kan muzikale tegenstellingen en elementen uitbeelden in beweging.</al><tussenkop>Kerndoel 10</tussenkop><al>De leerling kan het verloop van een muziekstuk of een lied meelezen met het notenschrift of met andere notatievormen.</al><tussenkop>Kerndoel 11</tussenkop><al>De leerling heeft inzicht in de relatie tussen muziek, historie en cultuur.</al><tussenkop>Kerndoel 12</tussenkop><al>De leerling kan muziek evalueren.</al><al>Drama</al><tussenkop>Kerndoel 13</tussenkop><al>De leerling kan gebruik maken van stem, taal, houding, beweging en mimiek om zowel afzonderlijk als in samenhang zijn gevoelens, ervaringen en ideeën in spel vorm te geven.</al><tussenkop>Kerndoel 14</tussenkop><al>De leerling kan al improviserend een spel spelen op basis van informatie over situatie en/of verhaalelementen, rollen, motieven en handelingen.</al><tussenkop>Kerndoel 15</tussenkop><al>De leerling kan tijdens het spelen zijn aandacht gericht houden op zichzelf, zijn rol, de medespelers, de uit te beelden situatie, het speelvlak en de toeschouwers en zo toewerken naar de afronding van de situatie.</al><tussenkop>Kerndoel 16</tussenkop><al>De leerling kan uitgaande van beelden, ervaringen, gevoelens, muziek, situaties, teksten, verhalen en gedichten voordragen/spelen door middel van stem, mimiek en/of handelingen</al><tussenkop>Kerndoel 17</tussenkop><al>De leerling kan op eenvoudige wijze gebruik maken van decor, rekwisieten, kleding, schmink, muziekinstrumenten en geluidsapparatuur.</al><tussenkop>Kerndoel 18</tussenkop><al>De leerling kan zijn aandacht richten op het speelvlak, de spelers, de spelsituatie/ inhoud en na afloop van het spel:</al><al> terugkijken naar het eigen spel,</al><al> zijn beleving/gevoelens en ideeën hierbij verwoorden.</al><al>blijk geven van zijn waardering voor de medespelers</al><al> relaties leggen tussen de verbeelde werkelijkheid en de dagelijkse werkelijkheid</al><tussenkop>Kerndoel 19</tussenkop><al>De leerling kan al of niet volgens van te voren gegeven punten reflecteren op de dramatische vormgeving</al><al>in hun eigen spel</al><al>het spel van de medeleerlingen</al><al>het spel bij school/theater- en tv/video- voorstellingen</al><al>Beeldende Vorming</al><tussenkop>Kerndoel 20</tussenkop><al>De leerling kan twee- en driedimensionale werkstukken maken.</al><tussenkop>Kerndoel 21 </tussenkop><al>De leerling kan eigen ervaringen en gevoelens op persoonlijke wijze uitdrukken.</al><tussenkop>Kerndoel 22</tussenkop><al>De leerling kan beeldende aspecten doelgericht gebruiken in een werkstuk.</al><tussenkop>Kerndoel 23</tussenkop><al>De leerling onderzoekt de beeldende mogelijkheden van materialen en past deze toe in zijn eigen werk.</al><tussenkop>Kerndoel 24</tussenkop><al>De leerling kan het eigen werk vergelijken met de gestelde opdracht en met de invulling van die opdracht door anderen.</al><tussenkop>Kerndoel 25</tussenkop><al>De leerling kan beeldende producten beschrijven en vergelijken.</al><al>Kerndoel 26</al><al><vet>De leerling weet dat mensen door middel van beeldende producten (reclame, media, kleding,</vet> kunst) verschillende opvattingen en ideeën kunnen tonen en dat deze ideeën persoons-, cultureel- en tijdgebonden zijn.</al><al>DOMEIN A: ORIENTATIE OP KUNST EN CULTUUR</al><al>Kerndoel 1</al><al>De leerling heeft kennis van en waardering voor het culturele erfgoed, voelt zich actief betrokken in de eigen cultuur en kan elementen hieruit verwerken op een creatieve manier.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van wat de belangrijke musea te bieden hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen van de eigen cultuur in het aanbod van de musea herkennen, interpreteren en waarderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van toneel/dansvoorstellingen en concerten die in theaters of op andere plaatsen worden gegeven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen van de eigen cultuur in het culturele aanbod herkennen, interpreteren en waarderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van de belangrijke monumenten en kunstwerken in hun directe omgeving</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van wat de belangrijke musea te bieden hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen van de eigen cultuur in het aanbod van de musea herkennen, interpreteren en waarderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van toneel/dansvoorstellingen en concerten die in theaters of op andere plaatsen worden gegeven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen van de eigen cultuur in het culturele aanbod herkennen, interpreteren en waarderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van de belangrijke monumenten en kunstwerken op zijn eigen eiland</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen van de eigen cultuur in het aanbod van monumenten en kunstwerken herkennen, interpreteren en waarderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet waarom het behoud van ons culturele erfgoed zo belangrijk is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het belang van het behoud van ons culturele erfgoed uitdrukken in beeld, drama, muziek en/of beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in de functies en betekenissen van ons cultureel erfgoed</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in de eigen wortels en de eigen identiteit en voelt zich deel van de culturele omgeving</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de eigen identiteit laten zien in beeld, drama, muziek en/of beweging</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 2</al><al>De leerling kan uitgaande van thema’s uit de eigen cultuur in beeld, taal, drama, dans en muziek vormgeven aan de eigen verbeelding, gedachten en emoties.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van hoe mensen omgaan met hun dagelijkse realiteit</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis van hoe mensen omgaan met hun dagelijkse realiteit omzetten in drama, beeld, muziek en/of beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van verschillende ruimtes, zoals huis, tuin, straat, buurt, school, kerk, stad en ‘mondi’ en de manier waarop mensen met deze ruimtes omgaan</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis van verschillende ruimtes, zoals huis, tuin, straat, buurt, school, kerk, stad en ‘mondi’ en de manier waarop mensen met deze ruimtes omgaan omzetten in drama, beeld, muziek en/of beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van religieuze en culturele feesten, moderne en traditionele rituelen, gebeurtenissen in het leven en de familiekring en terugkerende activiteiten in het jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis over religieuze en culturele feesten, moderne en traditionele rituelen, gebeurtenissen in het leven en de familiekring en terugkerende activiteiten in het jaar omzetten in drama, beeld, muziek en/of beweging</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van hoe mensen omgaan met hun dagelijkse realiteit</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis van hoe mensen omgaan met hun dagelijkse realiteit omzetten in drama, beeld, muziek, beweging en combinaties</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van verschillende ruimtes, zoals huis, tuin, straat, buurt, school, kerk, stad en ‘mondi’ en de manier waarop mensen met deze ruimtes omgaan</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis van verschillende ruimtes, zoals huis, tuin, straat, buurt, school, kerk, stad en ‘mondi’ en de manier waarop mensen met deze ruimtes omgaan omzetten in drama, beeld, muziek, beweging en combinaties</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>doet d.m.v. verhalen, gedichtjes, theater, beweging, liedjes, muziek, beelden, prentenboeken, platen, film, video, foto’s elementaire kennis op van religieuze en culturele feesten, moderne en traditionele rituelen, gebeurtenissen in het leven en de familiekring en terugkerende activiteiten in het jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de elementaire kennis over religieuze en culturele feesten, moderne en traditionele rituelen, gebeurtenissen in het leven en de familiekring en terugkerende activiteiten in het jaar omzetten in drama, beeld, muziek, beweging en combinaties</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 3</al><al>De leerling heeft kennis van en waardering voor kunst, volkskunst en kunstenaars, zowel lokaal, regionaal als mondiaal.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (Uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft elementaire kennis van wat een kunstenaar is en wat deze doet om tot een kunstvorm te komen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderscheid maken tussen verschillende soorten kunstenaars</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende kunstvormen.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderscheid maken tussen de verschillende kunstvormen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende vormen van ‘arte popular’, zoals folklore en volksmuziek</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis over wat een kunstenaar is en wat deze doet om tot een kunstvorm te komen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderscheid maken tussen verschillende soorten kunstenaars en aangeven wat zij doen of maken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende kunstvormen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een idee geven van wat die kunstvorm wil zeggen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende vormen van ‘arte popular’, zoals folklore, volkstheater, artesania en volksmuziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven waarom ‘arte popular’ belangrijk is voor de samenleving</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein B: MUZIEK UITVOEREN </al><al>Kerndoel 4</al><al>De leerling kan een gevarieerd repertoire uit de eigen, regionale- en mondiale cultuur met of zonder gebruikmaking van notatie in groepsverband zingen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis, inzicht en vaardigheden in het zingen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een representatief liedrepertoire in verschillende genres en stijlen van de eigen, regionale en mondiale cultuur zingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan door voor- en nadoen met behulp van de juiste uitspraak, articulatie, lichaamshouding, dynamiek, tempo en frasering een lied uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische, melodische en ostinate patronen in call-respons met de stem uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige symbolen voor dynamiek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zingen met de juiste opvatting en interpretatie van symbolen voor dynamiek.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis, inzicht en vaardigheid in het zingen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een representatief liedrepertoire in verschillende genres en stijlen van de eigen, regionale en mondiale cultuur zingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan met de juiste uitspraak, articulatie, lichaamshouding, dynamiek, tempo, frasering en adembeheersing zelfstandig een lied uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillen tussen ritmische, ostinate en melodische patronen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische, ostinate en melodische patronen en liederen in call-response-, partner- en rondovorm uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillen tussen call-response, partner- en rondovormen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de symbolen uit het traditionele notenschrift</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zingen met de juiste opvatting en interpretatie van symbolen uit het traditionele notenschrift</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 5</al><al>De leerling kan een eenvoudig traditioneel, populair en eigentijds repertoire spelen op muziekinstrumenten met of /en zonder notatie.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van en inzicht in het musiceren op muziekinstrumenten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische, melodische en ostinate patronen identificeren en imiteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>herkent en voert de verschillende muzikale tegenstellingen hoog/laag; snel/ langzaam; kort/ lang, hard/zacht uit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de begrippen melodie, ritme, maat, tempo en timbre</al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale elementen zoals melodie, ritme, maat, tempo, timbre herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>herkent en imiteert ritmische patronen gespeeld op muziekinstrumenten uit de Sint Maartense cultuur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan onderscheid maken in ritmische en melodische begeleiding uit de Sint Maartense muziek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende muziekinstrumenten van de eigen en omgevende muziekcultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende muziekinstrumenten van de eigen en omgevende muziekcultuur benoemen en aangeven hoe zij bespeeld moeten worden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van en inzicht in het musiceren op muziekinstrumenten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische, melodische en ostinate patronen identificeren en imiteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>herkent en voert de verschillende muzikale tegenstellingen hoog/laag; snel/ langzaam; kort/ lang, hard/zacht uit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de begrippen melodie, ritme, maat, tempo, timbre en harmonie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale elementen zoals melodie, ritme, maat, tempo, timbre en harmonie herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische patronen uit de Sint Maartense cultuur uitvoeren op muziekinstrumenten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende ritmische danspatronen en heeft inzicht in de Sint Maartense en Caribische dansen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderscheid maken in ritmische en melodische begeleiding uit de Sint Maartense en Caribische muziek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende melodische en /of ritmische patronen in Sint Maartense en Caribische dansen uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende muziekinstrumenten van de eigen, regionale en mondiale muziekcultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende muziekinstrumenten van de eigen, regionale en mondiale muziekcultuur en hun herkomst benoemen en aangeven hoe zij bespeeld moeten worden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent grafische symbolen en van daaruit het traditionele notenschrift</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de muzikale terminologie en symbolen uit het traditionele notenschrift uitvoeren op muziekinstrumenten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de notenwaarden hele, halve, kwart, achtste en zestiende noot met bijbehorende rusten uitvoeren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 6 </al><al>De leerling kan exploreren, improviseren, en componeren naar aanleiding van geluiden, ritme, verhaal, sfeer en stemming in de muziek.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je samen door te improviseren met klank en geluid muziek kan maken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan exploreren en improviseren met lichaamsgeluiden, klanken, ritme, en melodie in eenvoudig vraag-antwoord.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan enkele nieuwe woorden improviseren onder bestaande melodie of ritme</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan improviseren met ostinate patronen, geluiden, klanken en/of melodieën in verschillende structuren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je samen door te improviseren met klank, geluid, ritme, melodie en harmonie muziek kan maken en vastleggen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan nieuwe (geïmproviseerde) geluids- en klankeffecten, ritmen, melodieën, stukjes van liedjes creëren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan zelf tekens of symbolen bedenken bij het noteren van geluid, klank, melodie, ritme</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bij een bestaand lied een nieuwe inleiding, tussenspel of slot improviseren en componeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan nieuwe woorden, zinnen en teksten improviseren onder bestaande melodie, ritme en harmonie, alleen en in groepsverband</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein B: MUZIEKLUISTEREN</al><al>Kerndoel 7</al><al>De leerling kan de vorm, betekenis en functie van verschillende muziek onderscheiden.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft basale kennis van verschillende liedvormen in muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de call-respons-vorm herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de A – B – A –vorm herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische patronen en/of structuren in de SintMaartense muziek herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muzikale tegenstellingen: kort-lang, hoog-laag, zacht-hard, langzaam-snel en tegenstellingen in timbre </al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale tegenstellingen herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muzikale elementen: melodie, ritme, maat, tempo en timbre. </al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale elementen melodie, ritme, maat, tempo en timbre herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat muziek je iets kan zeggen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de betekenis in verhalende muziek in eigen woorden omzetten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de liedvormen: call-respons, A – B – A en uitgebreidere liedvormen als A – B – C e.d., canon, partner- en rondovorm </al></entry><entry colname="col3"><al>kan de liedvormen: call-respons, A – B – A en uitgebreidere liedvormen als A – B – C e.d., canon, partner- en rondovorm herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de liedgedeelten: intro, coda, couplet, refrein en tussenspel.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan liedgedeelten: intro, coda, couplet, refrein en tussenspel herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muzikale tegenstellingen: kort-lang, hoog-laag, zacht-hard, langzaam-snel en tegenstellingen in timbre</al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale tegenstellingen herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muzikale elementen: melodie, ritme, maat, tempo, timbre en harmonie </al></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale elementen melodie, ritme, maat, tempo, timbre en harmonie herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de ritmische patronen van Sint Maartense en Caribische muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische patronen of structuren in de Sint Maartense en Caribische muziek herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende muziekstijlen uit de eigen, regionale en mondiale cultuur en hun betekenis en functie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de betekenis en functie aangeven van verschillende muziekstijlen uit de eigen, regionale en mondiale cultuur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 8</al><al>De leerling kan muziek typeren naar geografische ligging en/of culturele herkomst.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muziekinstrumenten van de eigen cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan (afbeeldingen van) instrumenten uit een band, ensemble, orkest en andere bezettingen behorende bij de eigen cultuur herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de muziekinstrumenten van de eigen, regionale en mondiale cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan (afbeeldingen van) instrumenten uit een band, ensemble, orkest en andere bezettingen behorende bij de eigen, regionale en mondiale cultuur herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kent verschillende groepen uit een band, ensemble, orkest of andere bezettingen en kan deze benoemen (strijkers, blazers, slagwerkers, toets- en tokkelinstrumenten, etc.)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 9</al><al>De leerling kan muzikale tegenstellingen en elementen uitbeelden in beweging.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je kunt bewegen op muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op klanken, geluiden en liederen zelfstandig en vrij bewegen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale tegenstellingen en elementen herkennen en in beweging laten zien</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je kunt bewegen op muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op klanken, geluiden en liederen zelfstandig en vrij bewegen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan muzikale tegenstellingen en elementen herkennen en in beweging laten zien</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan vanuit muziek een eenvoudige choreografie bedenken en uitvoeren in groepsverband</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 10</al><al>De leerling kan het verloop van een muziekstuk of een lied meelezen met het notenschrift of met andere notatievormen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent grafische symbolen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aan de hand van bestaande en zelfbedachte symbolen de onderdelen klanksterkte, -hoogte-, duur-, timbre en maat noteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent grafische symbolen en de notenwaarden: 1/1,1/2,1/4,1/8 en 1/16 noten en de bijbehorende rusten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de notenwaarden: 1/1-,1/2-,1/4-,1/8-,1/16-noot zowel als de bijbehorende rusten herkennen in een partituur </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent ritmische patronen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritmische patronen herkennen en benoemen in een partituur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de traditionele notatie van ritme, melodie, maat, dynamiek en tempoaanduiding</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de notatie uit het traditionele notenschrift met betrekking tot ritme, melodie, maat, tempo en dynamiek herkennen en benoemen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 11</al><al>De leerling heeft inzicht in de relatie tussen muziek, historie en cultuur.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat muziek in relatie staat tot de cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen uit de dagelijkse omgeving in de muziek van de eigen cultuur herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat muziek in relatie staat tot de eigen, de regionale en mondiale cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan elementen uit de dagelijkse omgeving in relatie tot muziek van de eigen, de regionale- en mondiale culturen herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent historische muziekvoorbeelden uit de eigen cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende gedenkwaardige liederen ten gehore brengen in de juiste culturele (historische) context</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de historische tijdslijn van de eigen cultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan globaal de stijlperioden herkennen en benoemen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 12</al><al>De leerling kan muziek evalueren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je over muziek kunt praten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beluisterde muziek in eigen woorden (na)bespreken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan beluisterde muziek in verhaalvorm navertellen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan een bewuste keuze maken uit het aangeleerde liedrepertoire en de keuze beargumenteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je over muziek kunt praten en in groepsverband kunt nabespreken naar aanleiding van opgestelde criteria</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beluisterde muziek in eigen woorden in de groep (na)bespreken aan de hand van vooraf gestelde criteria</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan een verhaal vertellen of schrijven over- of naar aanleiding van beluisterde muziek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent muzikale terminologie/begrippen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan praten, discussiëren over composities met behulp van muzikale terminologie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende muzikale criteria, zoals: muzikale elementen, tegenstellingen, betekenis en functie in muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een beluisterd of gepresenteerd muziekstuk evalueren aan de hand van vooraf gestelde criteria</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>D RA M A</al><al>DOMEIN B: VORMGEVEN</al><al>Kerndoel 13</al><al> De leerling kan gebruik maken van stem, taal, houding, beweging en mimiek om zowel</al><al> afzonderlijk als in samenhang zijn gevoelens, ervaringen en ideeën in spel vorm te geven.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de zintuigen en hun functies </al><al>kan op prenten en platen situaties, figuren, handelingen en emoties in hun onderlinge relatie herkennen. </al><al>kent het gebruik van een cassetterecorder</al><al>kent de geluiden die mensen, dieren of voorwerpen maken en kan deze ook op een cassetteband herkennen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zijn zintuiglijke ervaring onder woorden brengen.</al><al>kan vanuit deze waarneming zijn verbeelding gebruiken om deze figuren, handelingen en situaties in taal, houding, mimiek en beweging uit te drukken</al><al>kan geluiden produceren van mensen dieren of dingen en ze daarna combineren tot een eenvoudige geluidscollage (bandopname) </al><al>kan simpele handelingen en/of situaties uitbeelden waarin deze geluiden voorkomen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan bepaalde reuk, smaak- en tastervaringen in de zintuigoefeningen associëren met handelingen en gebeurtenissen uit de eigen leefwereld </al></entry><entry colname="col3"><al>beeldt reuk- smaak- en tastherinneringen uit in pantomime</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat non-verbaal spel en non-verbale communicatie is. weet wat pantomime is. </al></entry><entry colname="col3"><al>kan simpele handelingen uit het dagelijkse leven in pantomime uitbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de basisvormen en kan deze in voorwerpen uit het dagelijkse leven herkennen</al><al>kent bewegingspatronen (hoekig, rond, golvend, zig zag)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige vormen in beweging en/of een stilstaande houding uitbeelden</al><al>kan kort op muziek met bewegingspatronen experimenteren in een speelvlak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent gebeurtenissen uit de eigen ervaring, via de communicatiemedia, uit de overlevering of de geschiedenis</al><al>begrijpt de essentie van deze gebeurtenissen en ook dat ze een begin, midden en eind hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitgaande van inspiratiebronnen als de eigen ervaring, emotie, een dialoog, foto/plaat, titel, bericht, voorwerp, klank/muziek/lied/gedicht komen tot een eigen verhaal/ gedicht/eenvoudig script</al><al>kan deze creaties uitbeelden in taal, houding en/ of beweging (stilstaand beeld, pantomime, mime of bewegingsexpressie op muziek)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet uit observatie/ervaring vanuit de eigen leefwereld dat leeftijd, karakter en sociale status bepalend zijn voor de vormgeving van een rolfiguur</al></entry><entry colname="col3"><al>laat deze kenmerken in een rolfiguur zien en houdt dit gedurende het spel vast</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent rolfiguren in hun onderlinge relaties.</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft binnen de rolfiguur spelimpulsen aan de medespelers met gebruikmaking van klank, taal, mimiek, houding, beweging en handeling.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de drie essentiële elementen bij een spelsituatie nl: wie-de rol, waar-de omgeving en wat-de inhoud-het verhaal/gegeven en weet hoe deze in een spelsituatie functioneren </al></entry><entry colname="col3"><al>kan minstens drie kenmerken in zijn rol aanbrengen tijdens het spel. Hij kan elementen als rol, houding, mimiek en beweging, stem- en taalgebruik, emoties en handeling in spel deze onderlinge relaties uitdrukken. </al><al>kan de elementen wie, wat en waar tijdens zijn spel geïntegreerd gebruiken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent symbolen en symbolisch taalgebruik</al><al>weet dat spreekwoorden een letterlijke en een figuurlijke betekenis hebben</al><al>begrijpt dat een spreekwoord/gezegde van toepassing kan zijn op situaties uit het dagelijkse leven</al><al>weet het verschil tussen een realistische weergave van de werkelijkheid en het gebruik van een metafoor om naar de realiteit te verwijzen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan symbolisch taalgebruik in een gedicht of spreekwoord omzetten in zelf verzonnen situaties die betrekking hebben op de metafoor en middels spel de figuurlijke betekenis laten zien</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 14</al><al> De leerling kan al improviserend een spel spelen op basis van informatie over situatie en/of</al><al> verhaalelementen, rollen, motieven en handelingen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat een verhaal/ versje is en kan de rollen, situaties, handelingen en emoties erin herkennen. </al><al>weet wat ritme inhoudt en kan dit in een versje toepassen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan al improviserend tijdens of na het luisteren naar een verhaal/versje of deze al dan niet ritmisch uitbeelden in spel, beweging, mimiek en taal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent sprookjes en fantasiefiguren uit de eigen beleving</al></entry><entry colname="col3"><al>Improviseert op situaties en figuren uit de sprookjes- of de eigen fantasiewereld met beweging, mimiek of klank/taal </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat de spelelementen wie, wat, waar, van een spelsituatie/verhaal inhouden.</al><al>weet dat een verhaal een begin, midden, einde en hoogtepunt heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan zelf bij situaties of gebeurtenissen een begin, midden en eind bepalen en deze uitbeelden in stem, mimiek, houding en/of beweging, rekening houdend met wie, wat en waar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de emoties in verhalen, liedjes, gedichten en in de klankkleur van muziek en kan ze ook onderscheiden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de emoties uit verhalen, liedjes, gedichten en de klankkleur van muziek in mimiek, houding en/of beweging uitbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de motieven, oorzaak en gevolgen van de acties van rolfiguren in een verhaal of gebeurtenis</al></entry><entry colname="col3"><al>kan situaties uitbeelden die het gevolg zijn van het gedrag van een rolfiguur in een verhaal/gebeurtenis</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 15</al><al>De leerling kan tijdens het spelen zijn aandacht gericht houden op zichzelf, zijn rol, de medespelers, de uit te beelden situatie, het speelvlak en de toeschouwers en zo toewerken naar de afronding van de situatie.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat een rol/ situatie spelen betekent</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op muziek zowel levende als levenloze figuren, bestaande of fantasiefiguren in korte imaginaire situaties uitbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent allerlei figuren uit de eigen leefwereld en kan een paar kenmerken van deze figuren opnoemen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een korte improvisatie zijn aandacht houden op één of meer kenmerken van een rol</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent allerlei situaties uit het dagelijkse leven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan situaties uit het dagelijkse leven met een open einde tot een afronding brengen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent problemen/conflicten die zich in het dagelijkse leven kunnen voordoen. Hij weet dat problemen een oorzaak hebben en een mogelijke oplossing</al></entry><entry colname="col3"><al>verzint een oplossing voor probleemsituaties in spel en brengt de spelsituatie tot een afronding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan aan het gedrag en de informatie die een medespeler hem geeft aflezen wie hij is en wat hij wil</al></entry><entry colname="col3"><al>kan improviseren op een medespeler die inspringt in de spelsituatie en als spelend ontdekken, wie hij is en wat hij komt doen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 16</al><al> De leerling kan uitgaande van beelden, ervaringen, gevoelens, muziek, situaties,</al><al> teksten, verhalen en gedichten voordragen/spelen door middel van stem, mimiek en/of handelingen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent versjes en verhalen</al><al>kent de verschillende gevoelens </al><al>geeft informatie vanuit de eigen ervaring over gebeurtenissen in het jaar</al><al>interpreteert de situatie op een foto</al></entry><entry colname="col3"><al>draagt versjes expressief en kan stukjes uit een verhaal vertellen/verbeelden dmv stem, mimiek en/of handelingen.</al><al>drukt met de mimiek de verschillende emoties uit.</al><al>kan er stukjes van uitbeelden</al><al>speelt er een stukje uit met stem, mimiek, houding en/of beweging</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent orale en geschreven verhalen en gedichten uit de Sint Maartense literatuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bestaande verhalen vertellen / voordragen of dramatiseren of presenteren met een verteller</al><al>kan vanuit de kennis van de rolfiguren nieuwe scènes met een totaal andere wending bij een verhaal bedenken en deze uitbeelden.</al><al>kan de link maken van verhaal naar de eigen ervaring en daarover een (ritmisch) gedichtje schrijven en voordragen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de term ‘scène en improviseren’ </al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een groep een verhaal in scènes onderverdelen en deze scènes improviserend verbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan bij een lied of gedicht het onderwerp bepalen en analyseren welke situaties eraan ten grondslag liggen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een groep de basissituatie bij een lied of gedicht interessant/spannend maken door toevoegingen die de handeling ondersteunen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 17</al><al>De leerling kan op eenvoudige wijze gebruik maken van decor, rekwisieten, kleding, schmink, muziekinstrumenten en geluidsapparatuur.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent allerlei fantasiefiguren en hun karakters weet wat een poppenkast is kan een pop identificeren met bepaalde rolfiguren. (kind, oma, prinses, politieagent etc)</al></entry><entry colname="col3"><al>creëert met decor, kleding, schmink, poppen en andere attributen zelf een fantasiewereld waarin hij in spel kan experimenteren met figuren als clowns, elfjes, kabouters, bomen poppen en andere eigen creaties</al><al>reageert vanuit de identificatie met het poppenspel spontaan op de acties van de poppen</al><al>kan vanuit de identificatie met een pop, deze een gesprek laten voeren met de groep</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat er in verschillende ruimtes aan voorwerpen aanwezig is.</al></entry><entry colname="col3"><al>richt de ruimte in met attributen die als impuls dienen om te creëren en te spelen in zijn eigen fantasiewereld </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat decor. geluid, grime kleding en attributen gebruikt kunnen worden voor de vormgeving van een spel</al></entry><entry colname="col3"><al>kan, rekening houdend met wie, wat en waar,. met behulp van één of meer vormgevingsmiddelen, zoals decor, geluid, grime, kleding en attributen komen tot een spelimprovisatie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>DOMEIN B: ·BESCHOUWEN</al><al> Kerndoel 18 </al><al>De leerling kan zijn aandacht richten op het speelvlak, de spelers, de spelsituatie/ inhoud en na afloop van het spel:</al><al>terugkijken naar het eigen spel,</al><al>zijn beleving/gevoelens en ideeën hierbij verwoorden.</al><al>blijk geven van zijn waardering voor de medespelers</al><al>relaties leggen tussen de verbeelde werkelijkheid en de dagelijkse werkelijkheid</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>het kind kan het gevoel over zijn ervaring tijdens het spel herkennen en benoemen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bij het terugkijken naar het spel reflecteren over het verhaal dat is gespeeld, over de plaats van handeling[waar] de rollen en hun gevoel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent elementen als: ‘makkelijk kunnen praten, fantasie, kunnen improviseren in beweging en gebaar en jezelf kunnen redden uit onverwachte situaties’ die hij als graadmeter kan gebruiken voor de eigen reflectie </al></entry><entry colname="col3"><al>kan a.d.h.v. aspecten als taal- en ruimtegebruik, beweging, creativiteit tijdens het spel tot een goed einde kunnen brengen en ook aangeven hoe hij naar zijn idee in het spel heeft gefunctioneerd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de regels en afspraken waar hij zich aan moet houden bij het kijken naar andermans spel</al></entry><entry colname="col3"><al>kijkt naar het spel van klasgenootjes en verwoordt na afloop zijn mening hierover a.d.h.v. van tevoren vastgestelde aandachtspunten zoals </al><al> non-verbale of verbale uitingsmogelijkheden</al><al> spelgegevens</al><al> gebruik van de ruimte</al><al> gebruik van kleding en attributen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat hij tijdens het spel in een ‘doen alsof’ situatie zit</al><al>kan onderscheid maken tussen onrealistische acties van rolfiguren en in vergelijking met het gedrag van mensen in de dagelijkse realiteit </al></entry><entry colname="col3"><al>kan de eigen werkelijkheid afzetten tegen de spelwerkelijkheid en daar conclusies uit trekken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 19</al><al>De leerling kan al of niet volgens van te voren gegeven punten reflecteren op de dramatische vormgeving</al><al>in hun eigen spel</al><al>het spel van de medeleerlingen</al><al>het spel bij school/theater- en tv/video- voorstellingen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan van een dramapresentatie de figuren, de plaats van de handeling en het verhaal identificeren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beschrijven hoe hij zich gevoeld heeft tijdens het spel en waarom een bepaalde actie leuk of niet leuk is</al><al>kan een mening geven over de inhoud van de presentatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan onderscheid maken tussen een presentatie die bijv spannend, droevig, vrolijk of grappig is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de stemming beschrijven van de figuren uit een voorstelling; kan rollen identificeren en zijn betrokkenheid bij een bepaalde rol aangeven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe en waarom mensen zich zo gedragen in moeilijke situaties.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan mogelijke oplossingen/alternatieven aandragen over de in het spel gestelde probleem</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt waarom bepaalde acties in het verhaal of de gespeelde situaties bepaalde gevolgen hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan over deze acties met elkaar in overleg treden en een mening formuleren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Beeldende Vorming</al><al>DOMEIN D: VORMGEVEN</al><al>Kerndoel 20</al><al>De leerling kan twee- en driedimensionale werkstukken maken.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>naar de waarneming</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je goed moet kijken als je iets wil namaken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan kenmerken van onderwerpen, objecten uit zijn/haar directe omgeving laten zien in hun werk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>naar de beleving</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan uitgaande van concrete gegevens of een onderwerp uit zijn/haar belevingswereld zijn/haar fantasie en verbeelding gebruiken om te komen tot beeldend werk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>naar de waarneming</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je gericht moet kijken als je iets naar de werkelijkheid wil verbeelden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderwerpen, objecten uit hun omgeving op een realistische manier verbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>naar de beleving</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan fantasie, geheugen en verbeelding gebruiken bij het vormgeven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gericht op functie</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat een beeld een gebruiksfunctie kan hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de gebruiksfunctie toepassen in de vormgeving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat beeld gebruikt kan worden om te communiceren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de communicatieve functie toepassen in de vormgeving</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 21 </al><al>De leerling kan eigen ervaringen en gevoelens op persoonlijke wijze uitdrukken.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat iedereen een eigen manier van uiten heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zich op een vrije manier beeldend uiten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft waardering voor de eigen gevoelens</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat iedereen een eigen manier van uiten heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>toont waardering voor eigen gevoelens uitgedrukt in eigen beeldend werk en dat van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan zich op een vrije en eigen manier beeldend uiten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 22</al><al>De leerling kan beeldende aspecten doelgericht gebruiken in een werkstuk.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kleur</al></entry><entry colname="col2"><al>kan de primaire en secundaire kleuren herkennen en benoemen</al><al>kan onderscheid maken tussen lichte en donkere kleuren</al><al>weet dat kleuren een bepaalde gevoelswaarde hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uit de primaire kleuren de secundaire kleuren maken door te mengen</al><al>kan een kleur lichter maken door te mengen met wit</al><al>kan een kleur donkerder maken door te mengen met zwart</al><al>kan de gevoelswaarde van kleuren herkennen, benoemen en toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vorm</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de basisvormen</al><al>kent de volgende vormaspecten: plat, ruimtelijk, organisch, geometrisch, symmetrisch, reliëf</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de basisvormen benoemen en onderscheiden in samengestelde vormen</al><al>kan verschillen en overeenkomsten in vorm onderscheiden en benoemen</al><al>kan verschillende vormen toepassen in eigen beeldend werk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>textuur/structuur</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat verschillende materialen verschillende texturen hebben</al><al>weet dat een samengestelde ruimtelijke vorm uit meerdere onderdelen bestaat</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een ruimtelijke vorm opbouwen uit onderdelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>compositie</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat patronen ontstaan door herhaling van vormen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan patronen maken door herhaling van vormen</al><al>kan vlakvullend werken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beweging</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige beeldende constructies</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige bewegende constructies maken zoals draaiende wielen, asconstructie, mobile</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat een voorwerp van meerdere kanten bekeken kan worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende aanzichten van een voorwerp herkennen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kleur</al></entry><entry colname="col2"><al>kan de spectrale kleuren herkennen</al><al>weet dat kleuren een contrasterende werking kunnen hebben</al><al>kent de volgende begrippen: aardkleuren, materiaalkleur, camouflagekleur, signaalkleur, kleurfamilie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan kleurverloop toepassen</al><al>kan de volgende kleurcontrasten herkennen en toepassen: natuurlijk-onnatuurlijk, warm-koud</al><al>kan de volgende begrippen herkennen, benoemen en toepassen: aardkleuren, materiaalkleur, camouflagekleur, signaalkleur, kleurfamilie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vorm</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de begrippen vorm, restvorm, contourvorm, symmetrisch en asymmetrisch</al><al>weet dat er natuurlijke en kunstmatige lichtbronnen zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderscheid maken tussen vorm en restvorm.</al><al>kan contourvormen onderscheiden en toepassen</al><al>kan vorm en functie met elkaar in verband brengen</al><al>kan symmetrische en asymmetrische vormen herkennen en toepassen</al><al>kan vormen stileren</al><al>kan natuurlijk licht en kunstmatig licht onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>textuur/structuur</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat met punten en lijnen structuren gemaakt kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende texturen maken en toepassen in eigen beeldend werk</al><al>kan punt- en lijnstructuren toepassen in het platte vlak.</al><al>kan een ruimtelijke vorm opbouwen uit onderdelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>compositie</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat ritme ontstaat door herhaling</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ritme toepassen</al><al>kan bewust met vlakverdeling omgaan</al><al>kan een driedimensionale ruimte indelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beweging</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat in het platte vlak beweging gesuggereerd kan worden</al><al>kent het verschil tussen statisch en dynamisch</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bewegende constructies maken, die met behulp van wind of water kunnen bewegen</al><al>kan bewegingssuggestie herkennen en toepassen</al><al>kan de begrippen statisch en dynamisch toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat in het platte vlak ruimte gesuggereerd kan worden door gebruik van overlapping, groot-klein, laag-hoog, voorgrond-achtergrond</al><al>kan verschillende standpunten kiezen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ruimtesuggestie toepassen door gebruik van overlapping, groot-klein, laag-hoog, voorgrond-achtergrond</al><al>kan vanuit verschillende standpunten een object of een ruimte verbeelden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Kerndoel 23</al><al>De leerling onderzoekt de beeldende mogelijkheden van materialen en past deze toe in hun eigen werk</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>materialen/gereedschappen en technieken</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de 2-dimensionale technieken tekenen, schilderen, collage maken en druktechnieken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de volgende technieken toepassen bij 2-dimensionaal werk:</al><al>tekenen in lijn en kleur met behulp van krijt, wasco, (kleur)potlood, stift</al><al>schilderen in toon en kleur en mengen van kleuren met behulp van plakkaatverf, vingerverf, ecoline, kwast en penseel</al><al>collage maken door scheuren, knippen en plakken.</al><al>stempelen en afdrukken met diverse materialen eenvoudige monodruk; werken met sjablonen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de 3-dimensionale technieken verdelen, verbinden en boetseren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de volgende technieken toepassen bij 3-dimensionaal werk:</al><al>verdelen van materialen door te scheuren, knippen, zagen</al><al>materialen verbinden door plakken met behulp van lijm, of plakband, binden, vlechten, nieten, naaien, spijkeren met behulp van hamers en spijkers</al><al>boetseren in klei en papier-maché</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de aangeboden materialen en gereedschappen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de aangeboden materialen en gereedschappen benoemen en uitleggen waarvoor ze worden gebruikt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>veiligheid</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan op een veilige manier omgaan met de benodigde gereedschappen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>materialen/gereedschappen en technieken</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de 2-dimensionale technieken tekenen, schilderen, collage maken en druktechnieken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de volgende technieken toepassen bij 2-dimensionaal werk:</al><al>tekenen in lijn en kleur met behulp van krijt, wasco, (kleur)potlood, stift, houtskool en pen/inkt</al><al>schilderen in toon en kleur en mengen van kleuren met behulp van plakkaatverf, vingerverf, ecoline, kwast en penseel</al><al>collage maken door scheuren, knippen en plakken.</al><al>stempelen en afdrukken met diverse materialen</al><al>eenvoudige monodruk; werken met sjablonen; frottage met behulp van krijt, grafietstift; linodruk met behulp van gutsmes, inktroller, drukpers, glasplaat</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de 3-dimensionale technieken verdelen, verbinden en construeren en boetseren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de volgende technieken toepassen bij 3-dimensionaal werk:</al><al>verdelen van materialen door te knippen met behulp van schaar, tang; zagen met behulp van handzaag en figuurzaag; snijden met behulp van stanleymes</al><al>materialen verbinden door plakken met behulp van lijm, of plakband, binden, vlechten, nieten, naaien, spijkeren met behulp van hamers en spijkers</al><al>construeren van een eenvoudig geraamte met behulp van kosteloos materiaal, ijzerdraad</al><al>boetseren en construeren in klei; modelleren met papier-maché op een geraamte</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de volgende technieken toepassen ter ondersteuning van het beeldend werk:</al><al>diverse materialen meten en aftekenen met behulp van liniaal</al><al>schetsen maken ter voorbereiding op het uitvoerend werk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de aangeboden materialen en gereedschappen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de aangeboden materialen en gereedschappen benoemen en uitleggen waarvoor ze worden gebruikt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>veiligheid</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan op een veilige manier omgaan met de benodigde gereedschappen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>DOMEIN C: BESCHOUWEN</al><al>Kerndoel 24</al><al>De leerling kan het eigen werk vergelijken met de gestelde opdracht en met de invulling van die opdracht door anderen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan gericht werken volgens eenvoudige opdrachten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in zijn/haar werkproces</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verwoorden hoe hij/zij te werk is gegaan</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan complexere opdrachten uitvoeren</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in zijn/haar werkproces</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitleggen hoe hij/zij tot zijn/haar werkstuk gekomen is, met aandacht voor gemaakte keuzen in het beeldend proces</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de criteria voor het evalueren van eigen werk en dat van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aantonen in hoeverre zijn/haar werk en werk van medeleerlingen voldoet aan de vooraf gestelde criteria</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 25</al><al>De leerling kan beeldende producten beschrijven en vergelijken.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vormgeving</al></entry><entry colname="col2"><al>kan eenvoudige beeldaspecten herkennen in beeldende producten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beschrijven hoe beeldende producten in zijn/haar nabije omgeving eruit zien waarbij ze eenvoudige beeldaspecten hanteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan beeldende producten categoriseren en ordenen op basis van beeldende eigenschappen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>betekenis</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan verwoorden wat een beeldend product bij hem/haar oproept</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven waar een bepaald beeldend product voor gebruikt wordt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>materiaal/techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat er materialen nodig zijn om beeldende producten te maken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de in een beeldend product gebruikte materialen benoemen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>betekenis</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende soorten beeldende producten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een beeldend product typeren naar de aard (2-/3-dimensionaal, schilderij, poster, gebouw, keramiek, etc.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende functies van beeldende producten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de functie van een beeldend product benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vormgeving</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de beeldende aspecten die bepalend zijn voor de vormgeving van een beeldend product</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de beeldende aspecten benoemen die bepalend zijn voor de vormgeving van een beeldend product</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>materiaal/techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de materialen en technieken die gebruikt worden bij het maken van een beeldend product</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent de materialen en technieken die gebruikt zijn bij het maken van een beeldend product</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>context</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat de context belangrijk is bij het bespreken van een beeldend product</al></entry><entry colname="col3"><al>betrekt de context bij het bespreken van een beeldend product</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kerndoel 26</al><al>De leerling weet dat mensen door middel van beeldende producten (reclame, media, kleding, kunst) verschillende opvattingen en ideeën kunnen tonen en dat deze ideeën persoons-, cultureel- en tijdgebonden zijn.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat beeldende producten verschillende visies en ideeën kunnen uitdrukken</al></entry><entry colname="col3"><al>laat zien aan de hand van beeldende producten dat mensen verschillende visies en ideeën hebben</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe culturele elementen vertegenwoordigd kunnen zijn in beeldende producten </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent elementen van de eigen cultuur in het beeldend werk van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe kunstenaars verschillende beeldende middelen gebruiken om te communiceren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven wat de maker met een beeld wil uitdrukken en welke middelen daarvoor gebruikt zijn</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht Kerndoelen Gezonde Levensstijl</tussenkop><tussenkop>Kerndoel 1</tussenkop><al>Leerlingen kunnen regels voor de preventie van ongevallen en veiligheid toepassen</al><tussenkop>Kerndoel 2</tussenkop><al>De leerling kan gezonde voedingsgewoonte toepassen</al><tussenkop>Kerndoel 3</tussenkop><al>De leerling kan omgaan met het proces en de gevolgen van groei en ontwikkeling</al><tussenkop>Kerndoel 4</tussenkop><al>De leerling kan effectief gebruik maken van gezondheidsdiensten, - producten en –informatie</al><tussenkop>Kerndoel 5</tussenkop><al>De leerling kan verantwoorde en bewuste keuzes maken met betrekking tot mogelijk verslavende middelen</al><tussenkop>Kerndoel 6</tussenkop><al>De leerling vertoont bewust gezondheidsbevorderend gedrag in onderscheid van ziektepreventie of ziekte herstel</al><tussenkop>Kerndoel 7</tussenkop><al>De leerling kan omgaan met de effecten van milieu en leefomgeving op zijn/haar gezondheid, zorg voor het milieu</al><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl</al><al>Domein: Ongevallen preventie en veiligheid: Veilig gedrag in het verkeer</al><al>Kerndoel 1</al><al>Leerlingen kunnen regels voor de preventie van ongevallen en veiligheid toepassen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de betekenis van het woord verkeer en basis verkeersregels</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>herkent eenvoudige verkeerssymbolen en hun betekenis (kleur, vorm)</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt eenvoudige verkeerssymbolen en hun betekenis (kleur, vorm)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent basis verkeersregels</al></entry><entry colname="col3"><al>kan basis verkeersregels toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de eigen rol en verantwoordelijkheid in het verkeer en herkent complexe verkeerssymbolen en hun betekenis </al></entry><entry colname="col3"><al>vertoont verantwoordelijk gedrag in het verkeer </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent complexe verkeersregels</al></entry><entry colname="col3"><al>past complexe verkeersregels toe</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat onveilige verkeerssituaties zijn </al></entry><entry colname="col3"><al>kan onveilige verkeerssituaties identificeren en kan hierover communiceren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl</al><al>Domein: Ongevallenpreventie en veiligheid: Veilig gedrag (preventie van ongevallen thuis, op school, bij sportbeoefening en in de wijk en EHBO/voorzieningen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de begrippen ongeval en veiligheid en is bekend met basis veiligheidsvoorschriften (brandpreventie, veiligheid in en rondom water, vrije tijd en sport) en maatregelen in voorkomende situaties (orkanen)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan basis veiligheidsvoorschriften (brandpreventie, veiligheid in en rondom water, vrije tijd en sport) toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>herkent een ongeval of gevaarlijke (nood) situaties </al></entry><entry colname="col3"><al>kan adequaat handelen bij ongevallen en onveilige (nood)situaties, communiceert hierover met anderen (volwassenen) en kan hulp bieden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent hulpverleningsinstanties en hun functie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan hulp inroepen bij een noodgeval of indien hij/zij zich in bepaalde situaties niet veilig voelt (fysiek, emotioneel, seksueel misbruik, pesten) </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent uitgebreide veiligheidsvoorschriften thuis, op school, bij sport en in de wijk (alleen thuis zijn, blessures, geweld)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitgebreide veiligheidsvoorschriften thuis, op school, bij sport en in de wijk (alleen thuis zijn, blessures, geweld) toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent basis EHBO technieken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan basis EHBO technieken toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>herkent conflict situaties en kent verschillende manieren om conflicten op te lossen </al></entry><entry colname="col3"><al>past passieve interventies toe om conflicten op te lossen </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde levensstijl </al><al>Kerndoel 2</al><al>De leerling kan gezonde voedingsgewoonten toepassen</al><al>Domein: a. Kwaliteit van voedsel (warenwet, productie en bewerking, toevoegingen, bestrijdingsmiddelen)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen gezonde en ongezonde voedingsproducten </al></entry><entry colname="col3"><al>kiest in verschillende situaties voor gezonde voedingsproducten (ontbijt, verjaardag, carnaval)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de schijf van 5</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende voedingsproducten indelen volgens de schijf van 5</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende voedingsgroepen en hun belang voor het menselijk lichaam</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt de verschillende voedingsgroepen en hun belang voor het menselijk lichaam</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent factoren die de kwaliteit van voedsel bepalen (herkomst, toevoegingen, productie, bestrijdingsmiddelen)</al></entry><entry colname="col3"><al>identificeert factoren die de kwaliteit van voedsel bepalen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein: b. Voedingspatronen (voedingsmiddelen, individuele dagelijkse behoefte, ideaal gewicht)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het belang van voedsel voor het menselijk lichaam (groei en ontwikkeling, activiteit, ideaal gewicht, leerprestatie)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige voedingswaarden van verschillende voedingsproducten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een gezonde maaltijd samenstellen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein: c. Voedingshygiëne en veiligheid (handen wassen, het adequaat bewaren en bereiden van voedsel)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de beginselen van voedselhygiëne en -veiligheid (handen wassen, op de juiste manier bewaren en bereiden van voedsel)</al></entry><entry colname="col3"><al>past de beginselen van voedselhygiëne en -veiligheid (handen wassen, op de juiste manier bewaren en bereiden van voedsel) toe</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de regels op het gebied van voedselhygiëne en- veiligheid (etikettering, uiterste houdbaarheid/uiterste verkoop datum, hygiënische voorschriften)</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt de regels op het gebied van voedselhygiëne en - veiligheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de mogelijke gevolgen als regels op het gebied van voedselhygiëne en -veiligheid niet worden toegepast</al></entry><entry colname="col3"><al>past de regels op het gebied van voedselhygiëne en -veiligheid toe</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde levensstijl</al><al>Domein d: Voeding</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende soorten voedsel en het belang ervan voor zijn/haar gezondheid</al></entry><entry colname="col3"><al>kiest in verschillende situaties voor gezonde voedingsproducten (ontbijt, verjaardag, carnaval)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de factoren die de kwaliteit van voeding bepalen (herkomst, productie, bewerking, toevoegingen)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen gezonde en ongezonde voedingsproducten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het verschil aangeven tussen gezonde en ongezonde voedingsproducten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de schijf van 5 (gebalanceerde maaltijd samenstellen, regelmatig eten, individuele voedingsbehoefte, gevarieerd eten)</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt de schijf van 5 in zijn/haar dagelijks dieet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt het belang van voeding voor het menselijk lichaam (groei, activiteit, ideaal gewicht, leerprestaties)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat er regels zijn om de kwaliteit van voedsel te waarborgen (warenwet, hygiënische voorschriften, bewaren en bereiden van voedsel)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat er factoren zijn die een rol spelen bij het kiezen van voedsel en dat zij hierdoor in hun keuze beïnvloed kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt bewuste keuzes aangaande voeding</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde levensstijl</al><al>Kerndoel 3 </al><al>De leerling kan omgaan met het proces en de gevolgen van groei en ontwikkeling </al><al>Domein a: handicaps (lichamelijke, geestelijke en emotionele aspecten)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het begrip handicap</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende vormen van lichamelijke handicap</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende vormen van geestelijke en emotionele handicap</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt wat het betekent om gehandicapt te zijn</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen een persoon die in staat is alle lichaamsfuncties ‘normaal’ uit te oefenen en een gehandicapte persoon</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de beperkingen van lichamelijke handicaps </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de beperkingen van geestelijke en emotionele handicaps</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het verschil tussen lichamelijke, geestelijke en emotionele handicaps</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het verschil aangeven tussen lichamelijke, geestelijke en emotionele handicaps</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein b: seksualiteit en opvoeding (lichamelijke, geestelijke, emotionele en sociale aspecten, gewenste en ongewenste intimiteiten)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het begrip gezin</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt verschillende gezinsvormen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de leden van /in een gezin</al></entry><entry colname="col3"><al>identificeert leden van een gezin</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de rol van elk lid van het gezin</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt en identificeert de rol van elk gezinslid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>beschouwt het gezin als een eenheid </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent en benoemt verschillende gevoelens en de gevolgen ervan op de gezinsleden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de structuur van gezinnen (extended family = grote gezinnen: vader, moeder, kinderen, grootouder(s), etc., eenoudergezinnen, etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>identificeert de structuur (extended family = grote gezinnen: vader, moeder, kinderen, grootouder(s), etc., eenoudergezinnen, etc.) van het eigen gezin</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de ontwikkelingsfasen die gezinsleden meemaken (kind, puber, adolescent, volwassene, bejaarde)</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt de ontwikkelingsfasen die gezinsleden meemaken (kind, puber, adolescent, volwassene, bejaarde)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein c: Veranderingen in anatomie en fysiologie</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de persoonskenmerken (gewicht, huidskleur, man, vrouw, jongen, meisje etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent en benoemt verschillende persoonskenmerken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent zijn/haar lichaam en de lichaamsdelen</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt verschillende lichaamsdelen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie van verschillende lichaamsdelen</al></entry><entry colname="col3"><al>demonstreert hoe verschillende lichaamsdelen functioneren (bewegen)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de ontwikkelingsfasen</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt de verschillende ontwikkelingsfasen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de veranderingen die in het lichaam plaatsvinden (fysiek, geestelijk, emotioneel)</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent en benoemt de veranderingen die in het lichaam plaatsvinden (fysiek, geestelijk, emotioneel) </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de belangrijkste organen en hun functies</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende organen aanduiden en hun functies benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl</al><al>Kerndoel 4</al><al>De leerling kan effectief gebruik maken van gezondheidsdiensten, -producten en -informatie </al><al>Domein a: Producten (voorgeschreven en niet voorgeschreven, supplementen en gezondheidsmiddelen)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen voorgeschreven en niet voorgeschreven medicijnen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat de mogelijke gevolgen zijn van het ongecontroleerd innemen van voorgeschreven en niet voorgeschreven medicamenten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent middelen die de functie van het lichaam en de geest beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen gebruik en misbruik van voorgeschreven en niet voorgeschreven medicamenten</al></entry><entry colname="col3"><al>onderscheidt gebruik en misbruik van voorgeschreven en niet voorgeschreven medicamenten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe de verschillende factoren (media, gezin, maatschappij, vrienden, commercie) het gebruik en misbruik van voorgeschreven en niet-voorgeschreven medicamenten beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>toont dat hij/zij in staat is om te gaan met de factoren (media, gezin, maatschappij, vrienden, commercie) die het gebruik en misbruik van voorgeschreven en niet-voorgeschreven medicamenten beïnvloeden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein b: Informatie over gezondheid en bronnen van informatie</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende bronnen van informatie betreffende gezondheid</al></entry><entry colname="col3"><al>benoemt bronnen van informatie over gezondheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe de media de keuze van informatie over gezondheid beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de invloed van de media op de keuze van informatie over gezondheid uitleggen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe de school en het gezin de bronnen voor informatie over gezondheid kunnen beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de invloed van school en gezin op informatie over de gezondheid uitleggen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de eigenschappen van goede informatie over gezondheid en goede bronnen van informatie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de eigenschappen van goede informatie en goede bronnen van informatie over gezondheid aanduiden</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe aan goede informatie en bronnen van informatie over gezondheid te komen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de waarde aangeven van de verschillende bronnen van informatie over de gezondheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de bronnen van goede informatie over gezondheid van thuis, school en van de gemeenschap.</al></entry><entry colname="col3"><al>laat zien dat hij/zij gebruik weet te maken van de goede bronnen van informatie over gezondheid thuis, op school en van de gemeenschap</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe de media de keuze van informatie over de gezondheid beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven hoe de media de keuze van informatie over gezondheid kan beïnvloeden.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe de school, de kerk, de gemeenschap en het gezin de keuze van informatie over de gezondheid kunnen beïnvloeden.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven hoe de school, de kerk, de gemeenschap en het gezin de keuze van informatie over de gezondheid kunnen beïnvloeden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Domein c: Gezondheidsdiensten, werkers in de gezondheid en hun rollen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet welke gezondheidsdiensten er beschikbaar zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de gezondheidsdiensten noemen en aanduiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de rollen en namen van werkers in de gezondheid</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bepaalde werkers in de gezondheid noemen en hun werk uitleggen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe belangrijk werkers in de gezondheid zijn voor ons</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de kenmerken van goede (erkende) gezondheids diensten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eigenschappen noemen van goede (erkende) gezondheidsdiensten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet de ligging en weet hoe in contact te komen met de school en werkers in de gezondheid </al></entry><entry colname="col3"><al>laat zien dat hij/zij weet waar de school is en waar de werkers in de gezondheid te vinden zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet de bereikbaarheid en de functie van gezondheidsdiensten en van werkers in de gezondheid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet in welke omstandigheden de hulp van werkers in de gezondheid nodig is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan omstandigheden aangeven waarin de hulp van werkers in de gezondheid nodig is</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl</al><al>Kerndoel 5</al><al>De leerling kan verantwoorde en bewuste keuzes maken met betrekking tot mogelijk verslavende middelen</al><al>Subdomeinen:</al><al>verslaving algemeen</al><al>werking en effecten van diverse verslavende stoffen</al><al>groepsdruk, sociale, maatschappelijke invloeden</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat verslavend gedrag is en waaraan je verslaafd kunt raken.</al><al>Kent de uitingsvormen van een aantal verslavende middelen (roken, veel eten, tv-kijken, nagels bijten)</al><al>begrijpt het onderscheid tussen schadelijke en niet schadelijke stoffen/middelen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de invloed op de fysieke, sociale en geestelijke gezondheid van een aantal verslavende middelen (medicijnen, alcohol, roken, tv-kijken, zoetigheid)</al><al>Begrijpt dat de geestelijke component van verslaving de meeste invloed heeft op het toenemende gebruik van schadelijke stoffen.</al><al>Begrijpt het begrip 'ontwenningsverschijnselen'</al></entry><entry colname="col3"><al>ervaart de effecten van een tijdje niet toegeven aan een verslavende gewoonte (wie veel snoept laat dat een tijdje staan, wie veel tv-kijkt/computert doet dat een tijdje niet)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe het gebruik beïnvloed wordt door diverse factoren (reclame, familie, vrienden, verkrijgbaarheid, image-building)</al><al>weet welke invloed zij zelf kunnen hebben op het voorkomen van ‘t gebruik van verslavende producten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voor een aantal passende situaties aangeven wat ze zelf zullen doen om misbruik te voorkomen.</al><al>kan voor een aantal passende situaties omgaan met negatief beïnvloedende factoren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2 </al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt het onderscheid tussen legale en illegale drugs.</al><al>begrijpt dat er ook schadelijke legale drugs zijn </al><al>weet wat 'gedoogd' worden betekent</al><al>begrijpt waarom er in verschillende landen op verschillende manieren met verslavingsbestrijding wordt omgegaan</al></entry><entry colname="col3"><al>vormt een eigen mening over het gebruik van verslavende producten en over het voorkomen van verslaving</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de fysieke en geestelijke verschijnselen van afhankelijkheid van zwaardere verslavende middelen (gokken, alcohol, drugs)</al><al>kent de korte en lange termijn effecten (fysiek, geestelijk, sociaal) van het gebruik van verschillende verslavende middelen</al></entry><entry colname="col3"><al>ervaart door een persoonlijke situatie de effecten van een tijdje niet toegeven aan verslavende gewoonten</al><al>kan ondersteunende alternatieven bedenken om de verslavende gewoonte af te leren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt welke factoren (pers., sociale, maatsch.) het gebruik van verslavende middelen kunnen beïnvloeden en wat het effect hiervan op hen zelf is</al><al>begrijpt dat experimenteren tot negatieve gevolgen kan leiden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een aantal passende situaties weerstand bieden aan groepsdruk en aan de druk van uit de commerciële hoek</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl</al><al>Kerndoel 6</al><al>De leerling vertoont bewust gezondheidsbevorderend gedrag in onderscheid van ziektepreventie of ziekte herstel. </al><al>Subdomeinen:</al><al>bevordering van de gezondheid</al><al>preventie van ziekte</al><al>genezing van ziekte</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat je op verschillende manieren gezondheid kunt benaderen (gezond zijn, niet ziek zijn)</al><al>kent een aantal voorbeelden van gezondheidsbevorderings-activiteiten uit zijn/haar eigen leefwereld</al><al>begrijpt het waarom en het belang van goede voorlichting in relatie tot gezondheidsbevordering</al></entry><entry colname="col3"><al>voert een aantal gezondheidsbevorderende activiteiten uit (regelmatig eten, goed slapen, recht zitten in de stoel)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt wat preventie van ziekten inhoudt</al><al>kent een aantal preventieve activiteiten uit hun eigen leefwereld</al></entry><entry colname="col3"><al>voert een aantal preventieve activiteiten uit om ziek worden te voorkomen (bij verkouden worden, veel vitamine innemen)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt in welke situaties je van genezen of herstel van ziekte spreekt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 2 </al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt wat de persoonlijke, sociale en maatschappelijke voordelen zijn van gezondheidsbevordering tegenover herstel van ziekte (fysiek, psychisch, emotioneel)</al><al>begrijpt dat hij/zij zelf een belangrijke rol heeft in het behoud dan wel noodzakelijke herstel van ziektes</al><al>begrijpt dat gezondheidsbevordering een balans is tussen fysieke, sociale, emotionele en mentale activiteiten van de mens</al></entry><entry colname="col3"><al>vormt een mening ten aanzien van zijn/haar persoonlijke houding tegenover gezondheidsbevordering resp. preventie resp. herstel.</al><al>maakt voor een aantal gezondheidssituaties een verantwoorde keuze t.a.v. zijn/haar eigen houding en gezondheidsgedrag</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Kent de doelen van een aantal (locale, internationale) preventie programma's.</al><al>Weet welke organisaties (locaal, Caribisch, internationaal) zich bezig houden met gezondheidsbevordering en preventie van ziekten.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Begrijpt dat de mogelijkheid om aan gezondheidsbevordering te doen samenhangt met maatschappelijk-economische en politieke factoren (geld, verkrijgbaarheid, kennis, opvattingen).</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Gezonde Levensstijl </al><al>Domein: directe leefomgeving, natuur en milieu, milieu organisaties</al><al>Kerndoel 7</al><al>De Leerling kan omgaan met de effecten van milieu en leefomgeving op zijn/haar gezondheid, zorg voor het milieu</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de bronnen en oorzaken van milieu vervuiling in zijn/haar omgeving</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij/ zij zijn/haar omgeving schoon moet houden om milieuvervuiling te vermijden</al></entry><entry colname="col3"><al>toont verantwoordelijk gedrag om zijn/haar omgeving schoon te houden en vervuiling te voorkomen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent locale instanties die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van vervuiling</al></entry><entry colname="col3"><al>kan lokale instanties benoemen die zich bezighouden met het voorkomen en beperken van milieuvervuiling</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe de natuur zijn/haar gezondheid kan beïnvloeden</al></entry><entry colname="col3"><al>toont respect voor zijn/haar omgeving en het milieu</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe de mens, de gemeenschap en de overheid samenwerken om vervuiling van het milieu te beperken en een gezonde omgeving te behouden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat zijn/haar gezondheid beïnvloed wordt door de gemeenschap (school, gezin, vrienden, wijk)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent internationale organisaties die zich bezig houden met het voorkomen en beperken van milieuvervuiling</al></entry><entry colname="col3"><al>kan internationale organisaties benoemen die zich bezig houden met het voorkomen en beperken van milieuvervuiling</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht Kerndoelen Bewegingsonderwijs</tussenkop><tussenkop>Kerndoel 1</tussenkop><al>De leerling is in staat om succes te beleven in de actuele speelwereld, zodat hij een positieve bewegingsattitude aankweekt en op een gezonde wijze gaat bewegen/blijft bewegen</al><tussenkop>Kerndoel 2</tussenkop><al>De leerling heeft inzicht in het bewegen en bewegingsvormen, het torpassen van spelregels en het omgaan met anderen op motorisch gebied</al><tussenkop>Kerndoel 3</tussenkop><al>De leerling is in staat specifieke motorische vaardigheden uit te voeren</al><tussenkop>Kerndoel 4</tussenkop><al>De leerling is in staat om te gaan met eigen bewegingstalenten en tekorten en die ook van anderen</al><al>Educatiegebied: Bewegingsonderwijs (Affectief)</al><al>Kerndoel 1</al><al>De leerling is in staat om succes te beleven in de actuele speelwereld, zodat het een positieve bewegingsattitude aankweekt en op een gezonde wijze gaat bewegen/ blijft bewegen .</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet waartoe hij/zij in staat is (eigen kunnen) bij het uitvoeren van bewegingsvormen</al></entry><entry colname="col3"><al>voert de bewegingsvormen uit op eigen niveau en heeft er plezier in</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat bij bewegingsvormen die spierkracht en uithoudingsvermogen vergen, hartritme en ademhaling sneller gaan</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een groep werken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat goede beweging bevorderend is voor een goede gezondheid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven dat training nodig is voor snelheid en lenigheid</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe de hartslag op te nemen in rust en bij inspanning</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige gezondheidsmetingen verrichten zoals hartslag opnemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat bij spierbeweging energie nodig is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan sprinten en een duurloop uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet het belang van een eenvoudig trainingsschema</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zich houden aan een eenvoudig trainingsschema</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige spierversterkende oefeningen uitvoeren (push-ups, sit-ups) </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe sportblessures ontstaan (spierkramp, spierkneuzing, blaren en verzwikking )</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op de juiste manier handelen bij eenvoudige sportblessures</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat een gezond gewicht verband houdt met energieopname (voeding) en energieverbruik (activiteit).</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de regels voor goede/gezonde voeding toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende vormen van sportbeoefening zijn </al><al>(recreatie, wedstrijd etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende soorten sport die in de maatschappij voorkomen opnoemen en met elkaar vergelijken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat doping ( stimulerende middelen) is en wat de gevolgen hiervan zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan enkele stimulerende middelen opnoemen die in de sportwereld gebruikt worden en de gevolgen hiervan voor de gezondheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet wat van hem verwacht wordt bij teamsport (sportief zijn, tegen verlies kunnen, samen naar een doel streven)</al></entry><entry colname="col3"><al>neemt deel aan sportactiviteiten buiten schooltijd (schoolsport etc.)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Bewegingsonderwijs (cognitief)</al><al>Kerndoel 2</al><al>De leerling heeft inzicht in het bewegen en bewegingsvormen, het toepassen van spelregels en het omgaan met anderen op motorisch gebied.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende basis bewegingsoefeningen zijn ( balanceren, klimmen, zwaaien, springen, hardlopen, mikken etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende basis bewegingsoefeningen uitvoeren.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat beweging door omstandigheden makkelijk of moeilijk kan zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met hulp, indien nodig, tot een goed bewegingsresultaat komen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat warming-up nodig is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan warming-up vormen uitvoeren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat differentiëren bij spelsituaties nodig is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan spelsituaties aanpassen aan zijn eigen niveau</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe met de verschillende materialen en gereedschappen op een veilige manier om te gaan.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in samenwerking met medeleerlingen een veilige situatie inrichten voor spel of oefening</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet effectief hulp te bieden aan een medeleerling.</al><al>( b.v. coachen etc.)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan effectief hulp verlenen</al><al>op basis van eigen kunnen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat fair play is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan winnen en verliezen verwerken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Bewegingsonderwijs (Motorisch)</al><al>Kerndoel 3</al><al>De leerling is in staat specifieke motorische vaardigheden uit te voeren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat gymnastiek, atletiek en spel bepaalde specifieke motorische vaardigheden vereisen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bij gymnastiek, met of zonder toestellen, de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>balanceren op stabiele, brede grondvlakken en met verschillende materialen.</al><al>vrije sprongen</al><al>verschillende vormen van rollen en duikelen voorover en achterover, op, aan en om toestellen.</al><al>klauteren en klimmen op en aan toestellen.</al><al>zwaaien op en aan toestellen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bij atletiek, met of zonder materiaal, de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>hoog en verspringen</al><al>-hardlopen als sprint</al><al>-ver werpen en gericht werpen met werpmateriaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bij Spel (vormen) de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>tik- en afgooispelen</al><al>-voortbewegen met een bal of andere voorwerpen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat specifieke motorische vaardigheden horen bij bepaalde ritmes of muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bij verschillende muzikale ritmes de juiste beweging/ specifieke motorische vaardigheden gebruiken</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat gymnastiek, atletiek en spel (vormen) bepaalde specifieke motorische vaardigheden vereisen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan bij gymnastiek, met of zonder toestellen, de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>balanceren op stabiele, brede grondvlakken en met verschillende materialen.</al><al>b) vrije sprongen steunsprongen vanaf en over toestellen.</al><al>c) verschillende vormen van rollen en duikelen voorover en achterover, op, aan en om toestellen.</al><al>klauteren en klimmen op en aan toestellen.</al><al>zwaaien op en aan toestellen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bij atletiek, met of zonder materiaal, de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>-hoog en verspringen</al><al>-hardlopen als sprint</al><al>-de leerling kan nu de duurloop uitvoeren</al><al>-ver werpen en gericht werpen met werpmateriaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bij spel (vormen) de verschillende specifieke motorische vaardigheden gebruiken:</al><al>-tik- en afgooispelen</al><al>-voortbewegen met een bal of andere voorwerpen</al><al>-deelnemen aan de volgende spelvormen:</al><al>netspelen, doelspelen slag- en loopspelen, stoeispelen</al><al>de leerlingen beheersen basisvaardigheden als werpen, vangen, slaan, mikken, jongleren en voortbewegen met een bal of andere voorwerpen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat specifieke motorische vaardigheden horen bij bepaalde ritmes of muziek en dat deze individueel of samen kunnen worden uitgevoerd</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bij verschillende muzikale ritmes de juiste beweging/ specifieke motorische vaardigheden gebruiken</al><al>kan ruimtelijke patronen en danspassen uitvoeren, en inspelen op het bewegen van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Bewegingsonderwijs (Socio-Motorisch)</al><al>Kerndoel 4</al><al>De leerling is in staat om te gaan met eigen bewegingstalenten en tekorten en met die van anderen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent zijn eigen mogelijkheden en tekortkomingen en die van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij zich aan regels moet houden (b.v. op zijn beurt wacht en samen met de ander een bewegingsprobleem moet oplossen)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zelfstandig werken met medeleerlingen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan samenwerken met andere kinderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet zichzelf en de ander positief te waarderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de ander helpen en kan de andere stimuleren</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent zijn eigen mogelijkheden en tekortkomingen en die van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al>voert de bewegingsvormen uit op zijn niveau</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij zich aan regels moet houden (b.v. op zijn beurt wacht en samen met de ander een bewegingsprobleem moet oplossen).</al></entry><entry colname="col3"><al>kan samenwerken met andere kinderen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet zichzelf en de ander positief te waarderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de andere helpen en kan de andere stimuleren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet een prettige sfeer in de klas te brengen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een minder goede leerling stimuleren en coachen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij open moet staan voor ideeën en argumenten van medeleerlingen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een zwakke leerling helpen bij de uitvoering van een beweging</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat samenwerking belangrijk is voor het bereiken van een gemeenschappelijk doel </al></entry><entry colname="col3"><al>kan met medeleerlingen samenwerken om een gemeenschappelijk doel te bereiken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht kerndoelen Mens en Maatschappij</tussenkop><tussenkop>Kerndoel 1</tussenkop><al>De leerling kan perioden en gebeurtenissen uit eigen leven op een tijdsbalk plaatsen en daarbij aanduidingen van</al><al>tijd en tijdsindeling hanteren</al><tussenkop>Kerndoel 2</tussenkop><al>De leerling kan historische bronnen raadplegen</al><tussenkop>Kerndoel 3</tussenkop><al>De leerling kent zijn rechten, plichten en verantwoordelijkheden</al><tussenkop>Kerndoel 4</tussenkop><al>De leerling kan enkele aspecten van groepen en instituties in onze samenleving beschrijven en analyseren</al><tussenkop>Kerndoel 5</tussenkop><al>De leerling begrijpt de natuur, verspreiding en migratie van bevolking</al><tussenkop>Kerndoel 6</tussenkop><al>De leerling heeft inzicht in het belang van waarden en normen van de gemeenschap </al><tussenkop>Kerndoel 7</tussenkop><al>De leerling begrijpt dat allerlei maatschappelijke verschijnselen gevolgen hebben voor de omgeving</al><tussenkop>Kerndoel 8</tussenkop><al>De leerling kan ruimtelijke verschijnselen aangeven op een kaart en het spreidingspatroon benoemen</al><tussenkop>Kerndoel 9</tussenkop><al>De leerling kan de elementaire beginselen van de geologie van zijn eiland en de overige eilanden in de regio benoemen en verklaren</al><tussenkop>Kerndoel 10</tussenkop><al>De leerling kan de inrichtingselementen in zijn omgeving waarnemen, beschrijven, verklaren en waarderen</al><tussenkop>Kerndoel 11</tussenkop><al>De leerling kan de spreiding van de belangrijke klimaten op aarde beschrijven</al><tussenkop>Kerndoel 12</tussenkop><al>De leerling kan de kaart van zijn eigen eiland, de regio en andere landen die voor ons belangrijk zijn</al><tussenkop>Kerndoel 13</tussenkop><al>De leerling begrijpt dat cultuur en multiculturaliteit in Sint Maarten niet op zichzelf staan, maar zijn ingebed in een breder verband</al><tussenkop>Kerndoel 14</tussenkop><al>De leerling kan multiculturaliteit in Sint Maarten herkennen en verklaren</al><tussenkop>Kerndoel 15</tussenkop><al>De leerling kan hoofdzaken en belangrijke ontwikkelingen van de economie beschrijven en verklaren</al><tussenkop>Kerndoel 16</tussenkop><al>De leerling kan enkele aspecten van het verschijnsel arbeid beschrijven en verklaren</al><tussenkop>Kerndoel 17</tussenkop><al>De leerling kan de waarde van democratie en democratische grondrechten zowel algemeen als voor het vigerende politieke systeem kritisch beoordelen</al><tussenkop>Kerndoel 18</tussenkop><al>De leerling kent enkele hoofdzaken van staatsinrichting</al><tussenkop>Kerndoel 19</tussenkop><al>De leerling kan een aantal technische producten uit de eigen leefwereld onderzoeken en verklaren</al><tussenkop>Kerndoel 20</tussenkop><al>De leerling begrijpt mondiale ontwikkelingen, technologische en omgevingsvraagstukken</al><tussenkop>Kerndoel 21</tussenkop><al>De leerling begrijpt en kan verklaren dat door moderne communicatiemiddelen, transportmiddelen en technologie de interactie tussen landen vergroot is en de wereld steeds meer een mondiale samenleving wordt</al><tussenkop>Kerndoel 22</tussenkop><al>De leerling kent in grote lijnen de belangrijkste historische en hedendaagse ontwikkelingen van onze eilanden</al><tussenkop>Kerndoel 23</tussenkop><al>De leerling begrijpt dat historische bronnen tegenstrijdig kunnen zijn of van elkaar kunnen afwijken</al><tussenkop>Kerndoel 24</tussenkop><al>De leerling kan perioden en gebeurtenissen uit de geschiedenis op een tijdbalk plaatsen en daarbij </al><al>aanduidingen van tijd en tijdsindeling hanteren</al><tussenkop>Kerndoel 25</tussenkop><al>De leerling kan de wisselwerking tussen mens en milieu beschrijven en verklaren </al><tussenkop>Kerndoel 26</tussenkop><al>De leerling kan met zorg omgaan met de natuur en het milieu</al><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein A: Individu, ontwikkeling en identiteit</al><al>Kerndoel 1</al><al>De leerling kan perioden en gebeurtenissen uit eigen leven op een tijdsbalk plaatsen en daarbij aanduidingen van</al><al>tijd en tijdsindeling hanteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van tijdsbegrippen</al><al>kent het systeem van een kalender lezen</al><al>weet hoe het systeem van klok kijken in elkaar zit</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op de juiste wijze een kalender lezen</al><al>kan op de juiste wijze klok kijken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>stelt eenvoudige grafieken op betreffende de tijdsindeling.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>benoemt en beheerst een jaarverdeling</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan bronnen raadplegen, die te maken hebben met de historische ontwikkeling van hun familie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat het jaar verdeeld kan worden in jaargetijden, jaren, eeuwen, jaartellingen en tijdsperioden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van jaargetijden en de kenmerken van de jaargetijden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat in de geschiedenis verschillende periodes zijn te onderscheiden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderzoek verrichten naar historische gebeurtenissen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein A: Individu, ontwikkeling en identiteit</al><al>Kerndoel 2</al><al>De leerling kan historische bronnen raadplegen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan zijn eigen generatie –opbouw a.d.h.v. fotomateriaal uitleggen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er veel mensen zijn geweest die op verschillende terreinen zeer belangrijk werk hebben verricht</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van belangrijke personen en aangeven wat voor belangrijk werk ze verricht hebben</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet aan de hand van voorbeelden wat een stamboom is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan stambomen maken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan historische kaarten, teksten en illustraties, wandplaten, jeugdliteratuur en audiovisuele middelen interpreteren </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein A: Individu , ontwikkeling en identiteit</al><al>Kerndoel 3</al><al>De leerling kent zijn rechten, plichten en verantwoordelijkheden</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft kennis van rechten, plichten en verantwoordelijkheden van het kind t.o.v. ouders</al></entry><entry colname="col3"><al>kan inventariseren wat zijn verantwoordelijkheden zijn</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft kennis van rechten, plichten en verantwoordelijkheden van het kind t.o.v. andere kinderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met een medeleerling een inventaris maken van hun verantwoordelijkheden thuis en op school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft kennis van rechten, plichten en verantwoordelijkheden van het kind t.o.v. andere volwassenen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat rechten, plichten en verantwoordelijkheden zijn in diverse situaties</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitzoeken welke regels van toepassing zijn op school en in andere maatschappelijke verbanden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er regels en wetten zijn</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat sancties en straffen, ordehandhaving door de politie inhoudt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft kennis van de basisbeginselen van de rechtsorde</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein B Groepen en Instituties </al><al>Kerndoel 4</al><al>De leerling kan enkele aspecten van groepen en instituties in onze samenleving beschrijven en analyseren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat de kenmerken zijn van leefeenheden, begrijpt de overeenkomsten en verschillen tussen leefeenheden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan informatie verzamelen over diverse leefeenheden met behulp van eenvoudige interviews en fotomateriaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat er verschillende vormen van groepsgedrag zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan informatie verzamelen over diverse beroepsgroepen met behulp van interviews, fotomateriaal en enquêtes</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de overeenkomsten en verschillen tussen groepen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de overeenkomsten en verschillen tussen groepen verklaren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende beroepsgroepen en sociale lagen in de maatschappij zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillen in beroepsgroepen en de lagen van de maatschappelijke ladder met elkaar in verband brengen. </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan verband leggen tussen de verschillende lagen van de maatschappelijke ladder</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein B: Groepen en Instituties</al><al>Kerndoel 5</al><al>De leerling begrijpt de natuur, verspreiding en migratie van bevolkingsgroepen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>weet waarom mensen zich in verschillende landen vestigen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet waarom mensen uit verschillende landen zich op ons eiland of land gevestigd hebben</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er diverse familie- en/of samenlevingsstructuren bestaan</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent het begrip migratie</al><al>begrijpt wat vrijwillige en gedwongen migratie inhoudt.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige verslagen schrijven en spreekbeurten houden over slavernij </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de oorzaken en gevolgen van menselijke migratie </al></entry><entry colname="col3"><al>kan verslagen schrijven over de komst van nieuwe migranten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan zijn eigen afkomst onderzoeken met behulp van stamboom, interviews en fotomateriaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein B: Groepen en Instituties </al><al/><al>Kerndoel 6</al><al>De leerling heeft inzicht in het belang van waarden en normen van de gemeenschap.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (Kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (Uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen) </al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat de belangrijkste omgangsnormen zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de belangrijkste omgangsvormen op de juiste manier toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de gedragsregels voor verschillende situaties zoals op het werk, op straat, in de vergadering en in de kerk.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de gedragsregels voor verschillende situaties zoals op het werk, op straat, in de vergadering en in de kerk toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe zich te gedragen tegenover gezagdragers en autoriteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de regels hoe zich te gedragen tegenover gezagdragers en autoriteiten toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet het belang van respect te tonen voor zichzelf en zijn medemens</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de regels van respect voor zichzelf en zijn medemens op de juiste wijze toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><al>Kerndoel 7</al><al>De leerling begrijpt dat allerlei maatschappelijke verschijnselen gevolgen hebben voor de omgeving </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat veranderingen in de leefomgeving gevolgen voor de wijk hebben</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vergelijkt oude en nieuwe woonwijken met elkaar</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt welke invloed maatschappelijke ontwikkelingen hebben op wijken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe gebeurtenissen en veranderingen binnen de leefomgeving in relatie staan tot ontwikkelingen op het eiland en daarbuiten </al></entry><entry colname="col3"><al>kan door middel van onderzoek nagaan welke veranderingen er de laatste tijd plaatsvinden binnen zijn leefomgeving en zoeken naar de oorzaken hiervan</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan een verklaring geven voor de veranderingen in zijn eigen leefomgeving</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><al>Kerndoel 8</al><al>De leerling kan ruimtelijke verschijnselen aangeven op een kaart en het spreidingspatroon benoemen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan met blokken lego of waardevol materiaal een maquette maken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat een atlas is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan kaart lezen en de atlas hanteren.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de begrippen: schaal, legenda, coördinaten, register, windrichting en afstand</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de begrippen: schaal, legenda, coördinaten, register, windrichting en afstand bij kaartlezen toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Kerndoel 9</al><al>De leerling kan de elementaire beginselen van de geologie van zijn eiland en de overige eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba benoemen en verklaren</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende gesteenten zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>verzamelt verschillende stenen op vorm, kleur en grootte</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de belangrijkste gesteenten op het eiland</al></entry><entry colname="col3"><al>verzamelt en vergelijkt verschillende soorten stenen en hun afkomst</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het ontstaan van verschillende soorten gesteenten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><al>Kerndoel 10</al><al>De leerling kan de inrichtingselementen in zijn eigen omgeving waarnemen, beschrijven verklaren en</al><al>waarderen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de veranderingen die hebben plaatsgevonden in hun eigen omgeving, zowel historisch als ruimtelijk</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zijn woonomgeving in kaart brengen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet welke de inrichtingselementen zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>Kan relaties leggen tussen de inrichtingselementen binnen het woongebied</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><al>Kerndoel 11</al><al>De leerling kan de spreiding van de belangrijkste klimaten op aarde beschrijven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende klimaten</al><al>begrijpt de relatie tussen klimaten en breedteligging, hoogteligging en de ligging t.o.v. de oceanen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met behulp van de atlas relaties leggen tussen klimaat en vegetatie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het onderscheid tussen klimaten, inclusief bergklimaten en hun invloed op vegetatiegordels </al></entry><entry colname="col3"><al>kan met behulp van de atlas relaties leggen tussen klimaat en vegetatie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat vegetatiegordels betekenen voor mens, plant en dier</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven wat de betekenis is van een bepaalde vegetatie voor een groep mensen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein C: Mens en omgeving</al><al>Kerndoel 12</al><al>De leerling kan de kaart lezen van zijn eigen eiland, de regio en andere landen die voor ons belangrijk zijn</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan op de kaart de bekende plaatsen en wijken van hun eiland aanwijzen en benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan de kaarten lezen van de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba, de rest van het Caribische Gebied, Zuid- en Noord-Amerika, Nederland en de rest van de wereld</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein D: Cultuur en Multiculturaliteit</al><al>Kerndoel 13</al><al>De leerling begrijpt dat cultuur en multiculturaliteit in Sint Maarten niet op zichzelf staan, maar zijn ingebed in een breder verband</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de cultuur van Sint Maarten is samengesteld uit culturen van verschillende landen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bepaalde simpele of eenvoudige culturele kenmerken of gebruiken van verschillende bevolkingsgroepen op ons eiland onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de begrippen cultuur en multiculturaliteit </al></entry><entry colname="col3"><al>verzamelt materiaal betreffende migratie en migrantengroepen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein D : Cultuur en Multiculturaliteit</al><al>Kerndoel 14</al><al>De leerling kan multiculturaliteit in Sint Maarten herkennen en verklaren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de culturele verschillen en overeenkomsten van leefeenheden en van etnische groeperingen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een fotoverzameling aanleggen, eetgewoontes onderzoeken en gebruiksvoorwerpen verzamelen van de verschillende etnische groeperingen op onze eilanden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen/benchmarks)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillen en overeenkomsten tussen etnische groepen bestaan.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een eenvoudig verslag maken over de verschillen en overeenkomsten van etnische groepen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de begrippen; discriminatie, tolerantie en emancipatie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitleggen waarom dat discriminatie uitgebannen dient te worden.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan binnen een projectvorm de begrippen tolerantie en emancipatie uitwerken </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein E. Economische processen en structuren</al><al>Kerndoel 15</al><al>De leerling kan hoofdzaken en belangrijke ontwikkelingen van de economie beschrijven en verklaren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende bestaansmiddelen van Sint Maarten</al></entry><entry colname="col3"><al>verzamelt producten van Sint Maarten op het gebied van landbouw en industrie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de belangrijkste bestaansmiddelen in de regio </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een verslag maken van een bepaald soort bestaansmiddel in zijn omgeving en daarbuiten </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein E: Economische processen en structuren</al><al>Kerndoel 16</al><al>De leerling kan enkele aspecten van het verschijnsel arbeid beschrijven en verklaren </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat werken is: thuis, op school en buitenshuis </al></entry><entry colname="col3"><al>kan inventariseren waar en hoe enkele mensen uit hun directe omgeving werken </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent een aantal veel voorkomende beroepen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de betekenis van werken voor de mens</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent diverse beroepen en beroepsmogelijkheden in relatie tot opleiding en ervaring</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beroepen in sectoren groeperen en onderzoekt welke opleiding bij de verschillende beroepen behoort</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende arbeidssectoren zijn </al></entry><entry colname="col3"><al>kan de relatie tussen de verschillende arbeidssectoren verklaren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het onderscheid tussen betaalde arbeid en vrijetijdsbesteding</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Kent het belang van sociale voorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein F Democratische structuren en processen</al><al>Kerndoel 17</al><al>De leerling kan de waarde van democratie en democratische grondrechten zowel algemeen als voor het</al><al>vigerende politieke systeem kritisch beoordelen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat iedereen rechten en plichten heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onderzoeken welke rechten en plichten hij thuis heeft en op school </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet wat het begrip democratie inhoudt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillen zijn tussen democratische systemen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van landen met democratische en niet democratische systemen</al><al>kan met zijn medeleerlingen een schoolparlement opzetten en verkiezingen houden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent enige punten uit VN- declaratie van de rechten van het kind</al></entry><entry colname="col3"><al>onderzoekt bepaalde rechten van het kind, bijv. bij kindermishandeling</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat de meerderheid van stemmen betekent, vertegenwoordiging van het volk </al></entry><entry colname="col3"><al>kan mogelijkheden aangeven om op te komen voor zijn rechten, bijv. in gezin en op school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein F. Democratische structuren en processen</al><al>Kerndoel 18</al><al>De leerling kent enkele hoofdzaken van staatsinrichting</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat er mensen zijn die leiding hebben op het eiland en anderen die leiding moeten accepteren</al></entry><entry colname="col3"><al>ervaart het verschil tussen leiding geven en leiding accepteren a.d.h.v. concrete voorbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de bestuursvormen op eilandelijk, landelijk en</al><al>koninkrijksniveau</al></entry><entry colname="col3"><al>brengt een bezoek aan een statenvergadering en maakt een verslag erover</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de bestuursvormen van de Caribische ei-</al><al>landen en andere voor ons belangrijke landen </al><al>in de wereld</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een statenvergadering simuleren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent enkele overkoepelende, internationale organisaties, zoals Caricom, Europese Unie en de </al><al>Verenigde Naties</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven wat de betekenis is van deze organisaties voor de landen in de wereld</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein G. Technologie en globalisering</al><al>Kerndoel 19</al><al>De leerling kan een aantal technische producten uit de eigen leefwereld onderzoeken en verklaren </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillen zijn tussen moderne apparaten en apparaten van vroeger </al></entry><entry colname="col3"><al>verzamelt apparatuur van vroeger en nu met dezelfde functies</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>Begrijpt welke veranderingen hebben plaatsgevonden op het gebied van media en communicatiemiddelen</al></entry><entry colname="col3"><al>organiseert een tentoonstelling met apparatuur van vroeger en nu en vergelijkt deze op snelheid en gecompliceerdheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet de betekenis van productie, productiemiddelen: machines, automatisering en informatiesystemen</al></entry><entry colname="col3"><al>brengt een bezoek aan telecommunicatiemusea en schrijft een verslag erover</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er veranderingen zijn opgetreden in zee-, land-, lucht- en ruimteverkeer</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de veranderingen verklaren die zijn opgetreden in zee-, land-, lucht-, en ruimteverkeer</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat de begrippen transnationale industrieën , telecommunicatie, internet en globalisering en internationalisering inhouden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan gebruik maken van internet en telecommunicatie</al><al>kan onderzoeken wat een transnationale industrie inhoudt</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein G: Technologie en Globalisering</al><al>Kerndoel 20</al><al>De leerling begrijpt mondiale ontwikkelingen, technologische en omgevingsvraagstukken </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat door internetgebruik informatie over de hele wereld nu binnen handbereik is</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het nut van internet aangeven aan de hand van eenvoudige voorbeelden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe op verantwoordelijke wijze om te gaan met hulpbronnen </al></entry><entry colname="col3"><al>bezoekt en maakt een verslag over bedrijven die gebruik maken van moderne apparatuur en telecommunicatiesystemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat technologische ontwikkelingen ook effect hebben op maatschappelijke ontwikkelingen</al></entry><entry colname="col3"><al>doet een onderzoek naar technologische ontwikkelingen en de gevolgen ervan voor het dagelijkse leven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein G: Technologie en Globalisering</al><al>Kerndoel 21</al><al>De leerling begrijpt en kan verklaren dat door moderne communicatiemiddelen, transportmiddelen</al><al>en technologie de interactie tussen landen vergroot is en de wereld steeds meer een mondiale samenleving wordt</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat door het moderne en snelle transport over land en zee en via lucht, mensen en goederen uit verschillende landen dichter bij elkaar komen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het belang en de snelheid van telecommunicatie</al><al>verklaren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen/benchmarks)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan snelheid van overbrugging van afstanden beschrijven en benoemen, als ook voorbeelden aangeven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein H. Tijd, continuïteit en verandering </al><al>Kerndoel 22</al><al>De leerling kent in grote lijnen de belangrijkste historische en hedendaagse ontwikkelingen van onze eilanden </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat bepaalde beslissingen en gebeurtenissen een belangrijke invloed hebben gehad op het verleden en heden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van gebeurtenissen die van invloed zijn geweest op het heden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat bepaalde persoonlijkheden een grote rol hebben gespeeld op de geschiedenis van de eilanden en daar buiten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van belangrijke mensen in Sint Maarten en aangeven wat hun rol is geweest </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat bepaalde ideeën in het verleden en heden van grote betekenis zijn voor de geschiedenis van de eilanden en daar buiten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van belangrijke ideeën voor de geschiedenis van de mensheid</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein H: Tijd, continuïteit en verandering</al><al>Kerndoel 23</al><al>De leerling begrijpt dat historische bronnen tegenstrijdig kunnen zijn of van elkaar kunnen afwijken</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling / (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>Begrijpt dat het denkpatroon van iedereen afhankelijk is van de tijd waarin hij leeft, de plaats waar hij leeft en de economische positie die hij inneemt </al></entry><entry colname="col3"><al>kan aan de hand van een verslag aangeven dat het denken van mensen gebonden is aan tijd en plaats (bijv. man-vrouw relaties en raciale verhoudingen)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein H: Tijd, continuïteit en verandering</al><al>Kerndoel 24</al><al>De leerling kan perioden en gebeurtenissen uit de geschiedenis op een tijdsbalk plaatsen en daarbij aanduidingen van tijd en tijdsindeling hanteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt m.b.v. de tijdsbalk de historische ontwikkeling van de eilanden en landen binnen en buiten de regio</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende gebeurtenissen op een tijdsbalk plaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein I Milieu</al><al>Kerndoel 25</al><al>De leerling kan de wisselwerking tussen mens en milieu beschrijven en verklaren </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat hij zichzelf en zijn directe omgeving schoon moet houden en waarom</al></entry><entry colname="col3"><al>observeert en verklaart wat vuil en wat schoon milieu is</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen/benchmarks)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet de betekenis van het milieu voor de mensen in Sint Maarten en de rest van de wereld </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderzoek doen in de eigen omgeving en daarbuiten betreffende de vervuiling van het milieu</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat de wisselwerking tussen mens en milieu kan leiden tot milieuproblemen zoals: vervuiling, aantasting en uitputting</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet waarom hergebruik van afval belangrijk is. </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een recyclingproces weergeven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Mens en Maatschappij</al><al>Domein I : Milieu </al><al>Kerndoel 26</al><al>De leerling kan met zorg omgaan met de natuur en het milieu </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent zijn eigen leefgewoonten en weet wat milieuvriendelijk gedrag inhoudt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een eenvoudig onderzoekje doen naar eigen leefgewoontes en kan aangeven waarom bepaald gedrag milieuvriendelijk is of niet</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>toont bereidheid om in de klas en op school zorgvuldig om te gaan met voedsel, papier, water, energie en afval</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan illustreren hoe mensen op negatieve wijze, maar ook op positieve wijze omgaan met water, lucht, bodem en energie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht educatiegebied Mens, Natuur en Technologie</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>DOMEIN</al></entry><entry colname="col2"><al>KERNDOEL</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 Aarde en Heelal</al></entry><entry colname="col2"><al>De leerling kan onderscheid maken tussen weersverschijnselen en de kringloop van water.</al><al>De leerling kan aangeven uit welke stoffen en samenstellingen de aarde bestaat .</al><al>De leerling kan de samenstelling en structuur van het heelal uitleggen en de plaats van de aarde daarin.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 Levensverschijnselen</al></entry><entry colname="col2"><al> De leerling begrijpt de structuur en werking van cellen en organismen.</al><al>De leerling begrijpt de relatie tussen organismen en hun fysieke milieu.</al><al>De leerling kan eenvoudige uitleg geven over wat biologische evolutie betekent en verschillen in levensvormen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 Natuurverschijnselen</al></entry><entry colname="col2"><al>De leerling herkent eigenschappen van natuurlijke stoffen.</al><al>De leerling kan bronnen en eigenschappen van energie noemen.</al><al>De leerling herkent de verschijnselen ‘kracht’ en ‘beweging’.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 Technologie </al></entry><entry colname="col2"><al>De leerling herkent de basis van technologie. </al><al>De leerling herkent de functie van technologie.</al><al>De leerling herkent de invloed van technologie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 Basisvaardigheden </al></entry><entry colname="col2"><al>De leerling kan stappen in eenvoudig onderzoek volgen en uitvoeren.</al><al>De leerling herkent de functie van onderzoek.</al><al>De leerling kan eenvoudige onderzoeksvaardigheden toepassen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 1. De leerling kan onderscheid maken tussen weersverschijnselen en de kringloop van water*</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat weersomstandigheden, zoals temperatuur/ regenen zon, dagelijks of door seizoenen kunnen veranderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eigenschappen van weers-omstandigheden tekenen of aanwijzen.(mooi weer/slecht weer)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat ‘water’ als drinkbaar(vloeistof) en ook als ijs(vaste stof) voorkomt en kan veranderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met vormen van water werken als die gepresenteerd worden </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat ‘lucht’ een gas is dat om ons heen is, ruimte inneemt en beweegt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aantonen dat ‘lucht’ aanwezig is en kan worden waargenomen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de zon voor licht en warmte zorgt en nodig is voor het op temperatuur houden van de aarde</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aantonen door praktijkvoorbeelden hoe licht en warmte hun omgeving beïnvloeden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat weersomstandigheden dagelijks maar ook per seizoen kunnen veranderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eigenschappen van weersomstandigheden tekenen of aanwijzen in eigen omgeving</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat het grootste deel van de aarde bestaat uit ‘water’, dat het meeste zout water is in zeeën, en dat zoet water voorkomt in rivier/meren/bergen en ondergronds</al><al>weet dat water voorkomt in de lucht als wolken, regen en als mist</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in eigen omgeving door onderzoek verschil in water aantonen </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> KERNDOEL: 2. De leerling kan aangeven uit welke stoffen en samenstellingen de aarde bestaat *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de aarde bestaat uit vast gesteente, zand, vloeistoffen en gassen in de atmosfeer</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende stoffen herkennen/benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat gesteente in verschillende vormen en maten voorkomt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan door vorm en grootte ordenen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de aarde een deel is van het zonnestelsel</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aan de hand van een model de aarde herkennen/aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat het aardoppervlak steeds verandert door een combinatie van langzame en snelle processen(door wind, water en golven)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillen benoemen/aanwijzen in bodemgesteldheid voor/tijdens/na onderzoek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat kleine gesteenten door verwering ontstaan uit grote gesteenten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent verschillende samenstellingen (gesteente/ organismen/product van plant-dier) en eigenschappen van bodemsoorten</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent verschillende samenstellingen en eigenschappen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat fossiele resten bewijsstukken zijn van de prehistorische natuur</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent fossiele bewijsstukken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 3. De leerling kan de samenstelling en structuur van het heelal uitleggen en de plaats van de aarde daarin</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende hemellichamen zijn zoals; zon, maan en sterren en hun baanbeweging</al></entry><entry colname="col3"><al>kan hemellichamen herkennen/benoemen en hun positie/ bewegingsrichting aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat door de beweging van de aarde, zon en maan er dag- en nachtritmen zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan dag en nacht vergelijkingen tekenen/op model voordoen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er planeten in ons zonnestelsel zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de planeten van ons zonnestelsel opnoemen </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe sterren, planeten en kometen verschillen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillen in hemellichamen onderzoeken en aanwijzen adv. wandkaart/computersimulaties</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat natuurverschijnselen in verband staan met de positie van zon/ aarde en maan</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hemellichamen in de ruimte met een telescoop of andere technologische instrumenten bekeken kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een eenvoudige telescoop hanteren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kan uitleggen waarom de aarde een dag en nachtcyclus heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een model construeren die het dag/nachtritme simuleert</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 4. De leerling begrijpt de structuur en werking van cellen en organismen*</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><colspec colname="col4" colwidth="1*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet welke eigenschappen levende en niet-levende dingen van elkaar onderscheiden</al><al> (beweging/voeding/voortplanting, etc)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>kan levende van niet-levende dingen onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet welke verzorging planten en dieren nodig hebben om te overleven(voeding of licht/lucht/bescherming) </al><al>weet dat planten en dieren eigenschappen hebben om in verschillende omgevingen te kunnen bestaan</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>kan legpuzzels in elkaar zetten over levenscycli van organismen</al><al>kan zoogdieren van andere diersoorten onderscheiden als deze op kaarten worden getoond</al><al>kan delen van planten en dieren benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat alle organismen bestaan uit cellen die elk onderdeel vormen van een levensvorm. De meeste organismen zijn eencellig maar andere organismen (inclusief mensen) zijn meercellig </al><al>weet dat planten en dieren een levenscyclus doorlopen</al><al>kent de eigenschappen die zoogdieren onderscheiden van andere dieren</al><al>weet hoe je bij planten en dieren, onderscheid en vergelijking kan maken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan mbv. voorbeeldkaarten eencellige van meercellige organismen onderscheiden.</al><al>kan legpuzzels in elkaar zetten over levenscycli van organismen</al><al>kan dieren/ planten classificeren op grond van hun leefomgeving</al><al>kan verschillende typische lokale planten/ dieren beschrijven op grond van hun eigenschappen </al><al>kan delen van de levensvormen benoemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat dieren in groepen geordend kunnen worden op grond van hun leefomgeving </al></entry><entry colname="col3"><al>kan dieren classificeren op grond van hun voeding (plant/vlees- alles eter)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat levende organismen uitgesproken vormen en lichaamssystemen hebben die zorgen voor taken zoals groei, overleving en voortplanting</al></entry><entry colname="col3"><al>kan organismen, orgaanstelsels en organen identificeren mbv een kaart of een model</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 5. De leerling begrijpt de relatie tussen organismen en hun fysieke milieu. *</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat planten en dieren bepaalde levensbronnen nodig hebben voor hun eigen energie en groeiprocessen </al><al>weet dat planten en dieren verschillende verdedigingsmechanismen hebben om te kunnen overleven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voor basislevensbehoeften zorgen voor plant en dier </al><al>kan door waarnemingen omschrijven hoe bepaalde organismen zich beschermen om te overleven.</al><al> (bijv. wegvliegen voor vogels kan overleving betekenen) </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat levensvormen bijna overal ter wereld gevonden worden en dat een bepaald milieu bepaalde levenskansen biedt </al><al>weet dat verschillende dieren hun voedsel op verschillende plaatsen (op land /in water) vinden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan vertellen wat vogels eten bij of in het water.</al><al>kan verschillende lokale vogels/reptielen// insecten noemen die hun voedsel op land vinden.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat sommige dieren/planten in water leven, en andere niet </al></entry><entry colname="col3"><al>identificeert lokale dieren/planten die uitsluitend in water bestaan</al></entry></row><row><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>weet dat planten/ dieren er anders uitzien bij</al><al> droge/ natte seizoenen, lokaal en in de rest van de </al><al> wereld</al></entry><entry colname="col3"><al>noemt uiterlijke veranderingen waarneembaar bij </al><al> zowel locale als buitenlandse planten /dieren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent voorbeelden van huisdieren en cultuur-gewassen, waarvan de leefomstandigheden door mensen worden beheerst</al><al>weet dat alle organismen(inclusief de mens) veranderingen veroorzaken in hun omgeving, zowel in het voordeel als nadeel.</al><al>kent de rol van roofdier ten opzichte van hun prooi </al></entry><entry colname="col3"><al>kan in de school voorkomende planten en dieren de juiste verzorging geven</al><al>herkent eigenschappen die een roofdier gebruikt voor het jagen op zijn prooi</al><al>herkent veranderingen in veldsituaties veroorzaakt door organismen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat door overdracht van energie (door verbruik van voedsel) essentieel is voor alle levende organismen.</al><al>weet dat verandering in het milieu invloed kan hebben op verschillende organismen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan rapporteren door waarnemingen hoe organismen energierijk voedsel consumeren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat dieren, van de dezelfde soort, andere leefgewoonten kunnen hebben in een ander milieu </al></entry><entry colname="col3"><al>kan door waarnemingen verschil in gedrag aangeven van lokale organismen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 6 De leerling kan eenvoudig uitleg geven over wat biologische evolutie betekent</al><al> en verschillen in levensvormen*</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat sommige plant - /diersoorten die ooit op aarde hebben geleefd, niet meer voorkomen</al><al>weet dat planten en dieren oud kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitgestorven levensvormen noemen en herkennen op tekeningen/wandplaat/modellen (Dinosaurus, reuze-varen, mammoet)</al><al>kan verschillen aanwijzen in jonge en oude planten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat voortplanting bij sommige dieren levendbarend gebeurt en bij sommige door het leggen van een ei </al></entry><entry colname="col3"><al>kan dieren opnoemen die hun jong levend baren en dieren die een ei leggen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er een verschil is tussen organismen die hebben geleefd en nu dood zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderscheid maken tussen een levende en dode plant</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat planten en dieren veel op hun ouders lijken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan overeenkomsten aanwijzen tussen ouder- en </al><al> nakomeling van plant/dier </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat sommige planten zaden hebben waaruit een nieuwe plant kan ontstaan</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent planten door observering en vergelijken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in eenvoudige systematische indeling van planten en dieren </al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeeld organismen op verschillende manieren groeperen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat voortplanting een kenmerk is van alle levende organismen en hun bestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>wijst kenmerkende overeenkomsten van de ouder aan</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 7. De leerling herkent eigenschappen van natuurlijke stoffen. *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>herkent verschillende voorwerpen die verschillen in stof (papier/textiel) en hun zichtbare eigenschappen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende soorten stoffen herkennen/ identificeren </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat stoffen in verschillende fasen voorkomen (vloeistof/gas/vaste stof) en kunnen veranderen van fase.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan door middel van eenvoudige experimenten de verandering van stoffen rapporteren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent van dagelijks voorkomende stoffen, eenvoudige natuur- en scheikundige eigenschappen</al><al> (oplosbaarheid/smelten/koken/magnetisme)</al><al>weet dat de massa van een stof gelijk blijft in zijn geheel, in delen of andere fase</al><al>weet dat stoffen uit kleine delen kunnen bestaan die niet gezien worden zonder vergroting</al></entry><entry colname="col3"><al>kan stoffen op basis van natuur-/scheikundige eigenschappen ordenen en benoemen</al><al>kan eenvoudige instrumenten gebruiken om de berekening van de massa te bepalen</al><al>kan microscopisch kleine delen van stoffen identificeren op modellen en wandkaarten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 8. De leerling kan bronnen en eigenschappen van energie noemen *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de zon de aarde verlicht/ verwarmt</al><al>weet dat trillende objecten geluid produceren</al><al>weet dat warmte op verschillende manieren wordt geproduceerd</al><al>weet dat elektronische spelletjes warmte/licht en geluid produceren</al><al>weet dat lichtstralen in een rechte lijn lopen totdat ze een voorwerp raken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met behulp van praktische voorbeelden zonverwarming aantonen</al><al>kan voorbeelden van spelletjes tonen die warmte/ licht en geluid produceren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe een eenvoudig elektrisch circuit tot stand komt (batterij, draad, spelletje)</al><al>weet dat elektronische circuits warmte als bijverschijnsel produceren(game/toys)</al><al>weet dat warmte doorgegeven kan worden en dat sommige stoffen beter geleiden</al><al>weet dat licht wordt beïnvloed door reflectie, refractie of absorptie.</al><al>weet dat de hoogte van geluid afhankelijk is van de frequentie van de geluidsvibratie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden van spelletjes tonen die warmte/ licht en geluid produceren</al><al>kan dmv voorbeelden laten zien hoe licht tot stand kan komen </al><al>kan met instrumenten aantonen dat geluid zich verplaatst en in hoogte kan veranderen</al><al>kan door waarneming rapporteren hoe licht verandert in verschillende omstandigheden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 9. De leerling herkent de verschijnselen ‘kracht’ en ‘beweging’.*</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat magneten gebruikt kunnen worden om objecten te bewegen</al><al>weet dat begrippen zoals voor, achter en naast gebruikt kunnen worden om relatieve positie te bepalen</al><al>weet dat een voorwerp op verschillende manieren kan bewegen</al><al>weet dat objecten op aarde naar beneden vallen tenzij iets hun ondersteunt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige experimenten met magneten tonen</al><al>kan eenvoudige metingen verrichten om afstanden van een voorwerp tot een bepaald punt te bepalen</al><al>kan een voorwerp in verschillende dimensies bewegen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de aantrekkingskracht van de aarde voorwerpen beïnvloed zonder het aan te raken</al><al>weet dat magneten zowel aantrekkings-/afstoot-kracht hebben tot bepaalde voorwerpen</al><al>weet dat de beweging van een voorwerp beschreven kan worden door o.a. meting in tijd</al><al>kent de verklaring van de relatie die vergroting van kracht/massa heeft op de beweging </al></entry><entry colname="col3"><al>kan mbv eenvoudige proefjes demonstreren dat magneten aantrekkingskracht hebben net zoals de aarde zijn zwaartekracht uitoefent</al><al>kan eenvoudige plaats/tijd metingen doen om de snelheid van beweging van een voorwerp te bepalen </al><al>(bv. vliegtijd luchtballon-reis mickeymouse)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 10. De leerling herkent de basis van technologie *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat sommige voorwerpen door de natuur gemaakt zijn en andere door mensen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan vanuit onderdelen een object in elkaar zetten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat gereedschappen gebruikt worden voor het waarnemen, het meten en om iets te maken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van gereedschappen die gebruikt worden voor het waarnemen, het meten en om iets te maken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat het volgen van de instructies meestal helpt om iets te maken of om iets beter te laten werken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de mens alleen of in een groep steeds bezig is om nieuwe wegen te vinden om een probleem op te lossen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van uitvindingen om een probleem op te lossen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de mens altijd en overal werktuigen heeft uitgevonden en gebruikt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van uitvindingen en werktuigen uit verschillende perioden in de geschiedenis</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de technologie wetenschappers en anderen in staat stelt om dingen te zien die in feite te klein of te ver weg zijn om gezien te worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven waaruit blijkt dat de technologie wetenschappers en anderen in staat heeft gesteld om dingen te zien die in feite te klein of te ver weg zijn om gezien te worden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat meetinstrumenten gebruikt kunnen worden om nauwkeurige informatie te verkrijgen nodig voor het ontwerpen en construeren van voorwerpen die aan de gestelde doelen voldoen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van meetinstrumenten die gebruikt kunnen worden om nauwkeurige informatie te verkrijgen nodig voor het ontwerpen en construeren van voorwerpen die aan de gestelde doelen voldoen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Weet dat de technologie het vermogen van de mens om de wereld te veranderen vergroot. Men is in staat om materialen te snijden, vorm te geven aan elkaar te hechten. Men kan voorwerpen verplaatsen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 11 . De leerling herkent de functie van de technologie. *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat iedereen iets kan ontwerpen en dat ontwerpen een creatief proces is </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een simpel ontwerp maken en een eenvoudig idee voor een ontwerp beschrijven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de basis principes van hoe je iets moet ontwerpen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het belang van het stellen van vragen om er achter te komen waar het ontwerp aan moet voldoen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van eenvoudige vragen die nodig zijn om te weten waar het ontwerp aan moet voldoen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de omschrijving en de eisen van het ontwerp</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een ontwerp maken en een idee voor een ontwerp beschrijven </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het proces van ontwerpen en het belang van de creativiteit en de noodzaak om alle ideeën en modellen te bekijken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het belang van het stellen van vragen om er achter te komen waar het ontwerp aan moet voldoen.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van eenvoudige vragen die nodig zijn om te weten waar het ontwerp aan moet voldoen .</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 12. De leerling herkent de invloed van technologie . *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen) </al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat het in de wetenschap een goede zaak (en hulp) is om in een team te werken en de bevindingen met anderen te delen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan uitkomsten en bevindingen met anderen delen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het gebruik, het hergebruik en/of het recyclen van materiaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderscheid maken tussen eenvoudige voorbeelden van gebruikt, hergebruikt en recycled materiaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat ieder mens behoeften en verlangens heeft met betrekking tot het gebruikmaken van de technologische mogelijkheden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bepaalde goede en slechte effecten van de technologie op de gemeenschap opnoemen en identificeren</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de technologie goede en slechte effecten op de gemeenschap heeft en dus ook ongewenste gevolgen kan hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>kan goede en slechte effecten van de technologie op de gemeenschap onderscheiden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>is bekend met het recyclings proces en het verwerken van afval</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderscheid maken tussen gebruikt, hergebruikt en recycled materiaal</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de technologie het milieu positief en negatief beïnvloedt</al></entry><entry colname="col3"><al>kan veilig materiaal op speelplaatsen en in de huishouding herkennen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe de behoeften en de wensen van de gemeenschap beïnvloed worden door uitbreiding of beperking van technologische ontwikkelingen</al><al>kent de “impact” van de technologie op het gebied van voedselproductie, kleding en bescherming</al></entry><entry colname="col3"><al>kan technologie gebaseerd op inbreng van mensen vergelijken met de technologie “geproduceerd” door de natuur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 13. De leerling kan stappen in eenvoudig onderzoek volgen en uitvoeren. *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen) </al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat men kan leren van het doen van zorgvuldige observaties en het uitvoeren van eenvoudige experimenten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven hoe nieuwe informatie verkregen kan worden door goed te kijken hoe anderen hun werk doen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat het in de wetenschap belangrijk is om zaken en voorwerpen zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven omdat het de mens in staat stelt om elkaars observaties te vergelijken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan alle zintuigen gebruiken om zaken (voorwerpen) te observeren thuis en binnen de school</al><al>kan een duidelijke beschrijving geven van voorwerpen waarbij het oog hebben voor detail tot uiting komt</al><al>kan veranderingen observeren en vastleggen (bijv. nadat het materiaal aangepast is)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat correcte, nauwkeurige informatie verkregen kan worden met behulp van een verscheidenheid aan gestandaardiseerde en niet-gestandaardiseerde gereedschappen; met inbegrip van thermometers, linialen, globes, weegschalen en computers</al></entry><entry colname="col3"><al>kan metingen doen waarbij gebruikgemaakt wordt van gestandaardiseerde en niet-gestandaardiseerde gereedschappen en instrumenten</al><al>kan een verscheidenheid aan standaard gereedschap gebruiken om informatie te verkrijgen. (bijvoorbeeld handen, voeten, voorwerpen in het klaslokaal)</al><al>kan het resultaat van eenvoudige observaties doorgeven</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft enige basiskennis hoe gebruik te maken van wetenschappelijke onderzoekmethoden </al></entry><entry colname="col3"><al>is in staat een overzicht bij te houden over de observaties, bepaalde patronen in de observaties te herkennen en bevindingen te totaliseren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe belangrijk het is om te letten op de veiligheid gedurende het onderzoek en tijdens de zorg voor levende organismen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een onderzoek opzetten en uitvoeren om vraagstellingen te kunnen beantwoorden.</al><al>kan veiligheidsregels en procedures monitoren voor thuis en voor op school</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat geschikte bewijzen oplevert </al></entry><entry colname="col3"><al>kan gegevens die een discussie ondersteunen evalueren </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat wetenschappelijk onderzoek het stellen en beantwoorden van vragen inhoudt en dat de uitkomsten vergeleken moeten worden met de gegevens die de wetenschap al heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een verscheidenheid aan meetgereedschap gebruiken, waarbij het accent ligt op het gebruik van het juiste gereedschap</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 14 . De leerling herkent de functie van onderzoek. *</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat wetenschappelijk onderzoek over het algemeen overal op dezelfde wijze gebeurt en normaliter resultaten oplevert die vaker gebruikt kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende kenmerken en onderdelen in voorwerpen herkennen en onderscheiden</al><al>kan objecten sorteren op een bepaald kenmerk</al><al>kan observaties in eigen woorden weergeven</al><al>kan de stappen in een eenvoudig onderzoek aangeven </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de algemene gegevens verkregen uit een onderzoek door anderen gebruikt moeten kunnen worden</al><al>weet dat wetenschappelijke verklaringen gebaseerd moeten zijn op bewijzen (observaties) en wetenschappelijke kennis</al><al>weet dat wetenschappers resultaten van anderen bestuderen en vragen over het werk van anderen stellen</al><al>kent de wijze waarop de wetenschap zich onderscheidt van andere kennis en van andere informatiebronnen. (logische argumenten)</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eigen onderzoek onder woorden brengen</al><al>kan gebruik maken van “als-dan” formulering</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>KERNDOEL: 15. De leerling kan eenvoudige onderzoeksresultaten toepassen. * </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen) </al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat eenvoudige problemen met een goed ontwerp opgelost kunnen worden</al><al>weet hoe informatie verkregen wordt </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een eenvoudig object bouwen</al><al>kan nagaan hoe een eenvoudig object gemaakt is</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende manieren zijn om voorwerpen op te bergen zodat zij later gemakkelijk teruggevonden kunnen worden (letters en nummers kunnen gebruikt worden om objecten in een bruikbare volgorde te plaatsen) </al></entry><entry colname="col3"><al>kan alledaagse symbolen herkennen en toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat informatie op verschillende manieren verzonden en ontvangen kan worden </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat instrumenten, zoals thermometers, X-ray apparaten, informatie kunnen verschaffen over hetgeen in het lichaam gebeurt en dat de technologie het mogelijk maakt om lichaamsdelen te behandelen en soms delen van het lichaam te vervangen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat computers geprogrammeerd kunnen worden om informatie op te slaan, op te vragen en te verwerken en dat men verschillende informatie-bronnen kan gebruiken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de computer gebruiken om toegang te hebben tot informatie en om informatie te ordenen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat communicatie het mogelijk maakt om informatie snel en betrouwbaar over grote afstanden te versturen en te ontvangen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan communicatieapparatuur gebruiken </al><al> (o.m. digitale instrumenten: cell-telefoons en autoalarm-sleutels) </al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht Kerndoelen Rekenen en Wiskunde</tussenkop><tussenkop>Kerndoel 1</tussenkop><al>VAARDIGHEDEN</al><al>De leerling heeft basisvaardigheden ontwikkeld en begrijpt eenvoudige wiskundige taal.</al><tussenkop>Kerndoel 2</tussenkop><al>CIJFEREN</al><al>De leerling kan de hoofdbewerkingen ( +, -, :, x ) volgens standaardprocedures of varianten daarvan uitvoeren en deze toepassen.</al><tussenkop>Kerndoel 3</tussenkop><al>De leerling kan verhoudingen, breuken, kommagetallen en procenten berekenen.</al><tussenkop>Kerndoel 4</tussenkop><al>METEN</al><al>De leerling begrijpt het proces van meten.</al><tussenkop>Kerndoel 5</tussenkop><al>MEETKUNDE</al><al>De leerling heeft inzicht in eenvoudige bij zijn leeftijd passende noties en begrippen, waarmee hij ruimte meetkundig kan ordenen, beschrijven en beredeneren.</al><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 1: VAARDIGHEDEN</al><al> De leerling heeft basisvaardigheden ontwikkeld en begrijpt eenvoudige wiskundige taal </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe hij de getallen 0 t/m 100 moet herkennen, benoemen, ordenen, tellen, vergelijken en schrijven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de getallen 0 t/m 100 herkennen, benoemen, ordenen, tellen, vergelijken en schrijven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij getallen onder de 100 moet optellen en aftrekken </al></entry><entry colname="col3"><al>kan getallen onder de 100 optellen en aftrekken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de optel- en aftreksommen t/m 20</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de optel- en aftreksommen t/m 20 uit het hoofd maken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de tafels 1,2,3,4,5 en 10</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de tafels 1,2,3,4,5 en 10 uit het hoofd reproduceren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de structuur van de getallen onder de 100 en weet het positiesysteem inzichtelijk te hanteren</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij moet schattend rekenen tot 100</al></entry><entry colname="col3"><al>kan schattend rekenen tot 100</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 1: VAARDIGHEDEN</al><al> De leerling heeft basisvaardigheden ontwikkeld en begrijpt eenvoudige wiskundige taal </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="6"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe hij getallen moet herkennen, benoemen, ordenen, tellen, terugtellen, vergelijken en schrijven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan getallen herkennen, benoemen, ordenen, tellen, terugtellen, vergelijken en schrijven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de tafels van vermenigvuldiging tot en met de tafel van 12 uit het hoofd alsmede de deeltafels die daarvan zijn afgeleid</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de tafels van vermenigvuldiging tot en met de tafel van 12 uit het hoofd reproduceren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de structuur van de gehele getallen en weet het positiesysteem inzichtelijk te hanteren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de structuur van de gehele getallen en het positiesysteem inzichtelijk hanteren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe eenvoudige hoofdrekenopgaven vaardig uit te rekenen en weet daarbij hoe verschillende bewerkingen inzichtelijk toe te passen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige hoofdrekenopgaven vaardig uit- rekenen waarbij verschillende bewerkingen inzichtelijk worden toegepast</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij moet schattend rekenen in alle domeinen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan schattend rekenen in alle domeinen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet de rekenmachine doelmatig en met inzicht te gebruiken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de rekenmachine passend en met inzicht gebruiken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij een eenvoudige, niet in wiskundige taal aangeboden probleemstelling, in wiskundige termen moet omzetten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige alledaagse problemen in wiskundige termen omzetten</al><al>kan eenvoudige verbanden, regels, patronen en structuren opsporen</al><al>kan oplossingsstrategieën toepassen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 2: CIJFEREN</al><al>De leerling kan de hoofdbewerkingen ( + , - , : , x ) volgens standaard-</al><al>procedures of varianten daarvan uitvoeren en deze toepassen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>niet van toepassing</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de hoofdbewerkingen:</al><al>optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen </al><al>met natuurlijke en decimale getallen volgens standaardprocedures of varianten daarvan.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de hoofdbewerkingen in eenvoudige en samengestelde situaties toepassen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de regels voor het gebruik van de hoofdbewerkingen.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de regels voor het gebruik van de hoofdbewerkingen met inzicht uitvoeren.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet standaardprocedures voor optellen en aftrekken en daarvan afgeleide procedures voor vermenigvuldigen en delen in praktische situaties te gebruiken.</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt standaardprocedures voor optellen en aftrekken en daarvan afgeleide procedures voor vermenigvuldigen en delen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 3: De leerling heeft inzicht in verhoudingen, breuken, kommagetallen en procenten </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (Kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (Uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat delen een geheel kunnen vormen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in eenvoudige situaties delen onderscheiden en uit delen een geheel samenstellen; hierbij wordt gebruikgemaakt van:</al><al>observeren</al><al>vergelijken</al><al>mozaïeken</al><al>puzzels</al><al>vouwen</al><al>knippen</al><al>plakken</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 3: De leerling heeft inzicht in verhoudingen, breuken, kommagetallen en procenten </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt “verhoudingen” en weet hoe verhoudingsproblemen in eenvoudige situaties oplossen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in alledaagse situaties verhoudingen observeren en vergelijken en kan ze omzetten in getallen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het begrip “procent” en weet hoe in praktische situaties procentberekeningen uit te voeren.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan problemen met percentages (in verband met groei, afname, deel van etc.) oplossen.</al><al>kan procentsommen die gerelateerd zijn aan breuken en verhoudingen oplossen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe op verschillende manieren betekenis te geven aan een breuk en een kommagetal en weet hoe deze in verschillende situaties te gebruiken.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan berekeningen maken met breuken aangeboden als:</al><al>deel van het geheel</al><al>een getal (op de getallenlijn).</al><al>een deling</al><al>een verhouding</al><al>kan sommen maken met kommagetallen </al><al>als een getal op de getallenlijn</al><al>waarbij de cijfers achter de komma betekenis krijgen</al><al>waarbij breuken omgezet worden in kommagetallen (en omgekeerd).</al><al>in optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen (eventueel met behulp van modellen, schema’s en kaarten)</al><al>in relatie met geld (ook vreemd geld).</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>De leerling begrijpt het verband tussen de begrippen: verhoudingen, breuken, decimale breuken en procenten</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling kan gewone breuken en percentages omzetten in kommagetallen. (eventueel met behulp van de rekenmachine en verhoudingstabellen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 4: METEN</al><al> De leerling begrijpt het proces van meten</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in alledaagse situaties en de factor tijd</al><al>kent het concept “kwartier” </al><al>weet hoe de kalender te gebruiken.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan klokkijken tot het kwartier</al><al>kan de kalender lezen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>beheerst de begrippen lengte</al><al> en gewicht </al></entry><entry colname="col3"><al>kan tekenen en meten met een liniaal</al><al>kan verschillende lengten vergelijken</al><al>kan verschillende gewichten vergelijken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij geld moet tellen in</al><al>simpele situaties</al></entry><entry colname="col3"><al>kan in een eenvoudige situatie met geld</al><al> rekenen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 4: METEN</al><al> De leerling begrijpt het proces van meten</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe hij moet klokkijken en hoe tijdsinter-</al><al> vallen te berekenen, ook met behulp van de </al><al> kalender</al></entry><entry colname="col3"><al>kan klokkijken en kan met behulp van de klok en de</al><al> kalender tijdsintervallen berekenen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft kennis van de gangbare</al><al> maten van lengte, oppervlakte, inhoud, tijd,</al><al> snelheid, gewicht en temperatuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de gangbare maten van lengte, oppervlakte,</al><al> inhoud, tijd, snelheid, gewicht en temperatuur</al><al> uitrekenen / schatten en kan deze maten in</al><al> eenvoudige situaties toepassen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe eenvoudige tabellen en grafieken</al><al> gelezen moeten worden</al><al>weet hoe informatie verzameld, georgani-</al><al> seerd en in tabellen en grafieken verwerkt</al><al> moet worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige tabellen en grafieken lezen</al><al>kan informatie verzamelen en ordenen</al><al> om in tabellen en grafieken te verwerken </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe hij met geld moet rekenen en kent</al><al> het gebruik van de meest gangbare vreemde</al><al> valuta</al></entry><entry colname="col3"><al>kan met Antilliaans geld rekenen en kan vreemd</al><al> geld herkennen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet welke meetinstrumenten hij in gegeven</al><al> situaties moet gebruiken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan meten met verschillende meetinstrumenten</al><al> (standaard en non-standaard)</al><al> (linialen, maatbekers, weegschalen, thermometers etc).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 5: MEETKUNDE</al><al> De leerling heeft inzicht in eenvoudige bij zijn leeftijd passende noties en begrippen,</al><al> waarmee hij ruimte meetkundig kan ordenen, beschrijven en beredeneren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de eigenschappen, overeenkomsten en verschillen van simpele meetkundige figuren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan werken met: </al><al>mozaïeken</al><al>kijkdozen </al><al>blokken </al><al>foto’s </al><al>tekeningen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de algemeen gebruikte</al><al> ruimtelijke taal; bijvoorbeeld:</al><al>binnen</al><al>buiten</al><al>onder</al><al>boven </al><al>achter, etc</al></entry><entry colname="col3"><al>kan ruimtelijke begrippen gebruiken:</al><al>binnen</al><al>buiten</al><al>onder</al><al>boven </al><al>achter, etc</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Rekenen en Wiskunde</al><al>Kerndoel 5: MEETKUNDE</al><al> De leerling heeft inzicht in eenvoudige bij zijn leeftijd passende noties en begrippen ,</al><al> waarmee hij ruimte meetkundig kan ordenen, beschrijven en beredeneren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling / (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>beschikt over een begrippenkader om de ruimte meetkundig te begrijpen en te ordenen</al><al>begrijpt de begrippen: plaats, lijn, richting, hoek, afstand, evenwijdigheid, plattegrond,</al></entry><entry colname="col3"><al> kan werken met: </al><al>mozaïeken plattegronden</al><al>kijkdozen kaarten </al><al>blokken tekeningen</al><al>foto’s</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet ruimtelijk te redeneren en weet hoe eenvoudige problemen op te lossen met behulp van tekeningen, foto’s, bouwsels, kaarten en gegevens over plaats, richting, afstand en schaal</al></entry><entry colname="col3"><al> kan kijkdozen en eenvoudige bouw- </al><al> platen maken.</al><al> kan zich (mentaal) ruimtelijk </al><al> verplaatsen m.b.v.:</al><al>waarnemen</al><al>zich mentaal verplaatsen</al><al>in kaart brengen</al><al>vormen van een mentaal beeld</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet schaduwbeelden te verklaren, te voorspellen, te ontwerpen en te herkennen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan werken met</al><al> schaduwmodellen maquettes</al><al>spiegelen plattegronden</al><al>roosters</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt en ontwerpt bouwplaten van eenvoudige objecten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan werken met</al><al> schaduwbeelden maquettes</al><al>spiegelen plattegronden</al><al>bouwplaten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overzicht Kerndoelen Sociaal Emotionele Vorming</tussenkop><tussenkop>Kerndoel 1: </tussenkop><al>De leerling is toegerust en bezit het vermogen om in groepsverband te werken.</al><tussenkop>Kerndoel 2: </tussenkop><al>De leerling weet zich mentaal, emotioneel en lichamelijk te handhaven.</al><tussenkop>Kerndoel 3: </tussenkop><al>De leerling kent en begrijpt voorwaarden om binnen een proces te functioneren.</al><tussenkop>Kerndoel 4: </tussenkop><al>De leerling begrijpt principes van logisch denken en redeneren en past ze toe.</al><al>Educatiegebied: Sociale Emotionele Vorming</al><al>Domein 1: Sociale Vaardigheden</al><al>Kerndoel 1: De leerling is toegerust en bezit het vermogen om in groepsverband te werken </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent handelingen die betrokkenheid, zorg en respect uitdrukken naar zichzelf en anderen (Inclusief degenen met een handicap)</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt vaardigheden in communicatie (luisteren, op zijn/haar beurt wachten, ervaringen delen)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij/zij deel vormt van een gezin en een groep</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet het verschil tussen positieve en negatieve relaties</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij verantwoordelijk is voor zijn directe omgeving</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen agressieve en niet agressieve communicatie</al><al>begrijpt dat mensen zich verschillend gedragen</al><al>weet waartoe mensen in staat zijn en niet</al><al>begrijpt dat mensen verschillende ideeën hebben</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt technieken van luisteren en op zijn/haar beurt wachten</al><al>gebruikt de juiste taal in de juiste situatie, bij de verschillende individuen rekening houdend met het te bereiken doel.</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent handelingen die betrokkenheid, zorg en respect uitdrukken naar zichzelf en anderen (inclusief degenen met een handicap)</al></entry><entry colname="col3"><al>houdt rekening met anderen en met hun gevoelens</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat mensen verschillende perspectieven hebben</al><al>begrijpt hoe men reageert op het gedrag van een ander</al><al>weet dat hij/zij deel is van een gemeenschap</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent passende manieren om een relatie aan te gaan en te onderhouden met leeftijdsgenoten, ouders en andere volwassenen (bv. inter-persoonlijke communicatie)</al><al>kent mogelijkheden om met conflicten om te gaan op een geweldloze wijze</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt strategieën om een relatie aan te gaan en te behouden.</al><al>kan omgaan met conflicten op een geweldloze manier</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillen zijn tussen mensen die gebaseerd zijn op godsdienst, cultuur, geslacht, handicap en etniciteit</al></entry><entry colname="col3"><al>accepteert anderen met hun verschillen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat alle mensen rechten hebben</al><al>begrijpt de verschillende instrumenten van mensenrechten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Sociale Emotionele Vorming</al><al>Domein 2: Sociale Redzaamheid</al><al>Kerndoel 2: De leerling weet zich mentaal, emotioneel en lichamelijk te handhaven </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat hij/zij verantwoordelijk is voor zijn/haar gedrag</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat zijn daden gevolgen hebben en dat mensen invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving door hun daden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat positieve daden leiden tot positieve gevolgen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij niet onmiddellijk aan alle impulsen kan toegeven</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat hij op basis van beslissingen zijn doelen kan realiseren</al><al>weet dat stemmingen en intense gevoelens gedachten en gedrag kunnen beïnvloeden en hoe deze met succes kunnen worden gehanteerd.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan planmatig handelen</al><al>toont zelfcontrole</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent karakteristieken en condities die geassocieerd zijn met positieve eigenwaarde.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat hij/zij op basis van beslissingen zijn/haar doelen kan realiseren</al><al>weet plannen te maken voor eenvoudige projecten </al></entry><entry colname="col3"><al>kan planmatig handelen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat een goede beslissing leidt tot succes en zelfverzekerdheid (positieve eigenwaarde)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet plannen te maken voor eenvoudige projecten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Begrijpt dat zijn daden gevolgen hebben en dat mensen invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving door hun daden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Sociale Emotionele Vorming</al><al>Domein 3: Werkhouding</al><al>Kerndoel 3: De leerling kent en begrijpt voorwaarden om binnen een proces te functioneren </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat regels belangrijk zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>houdt zich aan de regels</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er verschillende soorten werk zijn en verschillende beroepen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan werk van verschillende niveaus onderscheiden, zoals: lichamelijk werk, kantoorwerk en wetenschappelijk onderzoek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij/zij elk soort werk op elk niveau op zijn waarde moet schatten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat je de beste resultaten krijgt wanneer je je volledig inzet</al></entry><entry colname="col3"><al>toont doorzettingsvermogen in zijn werkhouding</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat een dag uit vele uren bestaat</al><al>begrijpt wat tijd betekent</al><al>begrijpt strategieën om problemen op te lossen</al><al>begrijpt dat hij/zij verantwoordelijk is voor zijn/haar daden</al></entry><entry colname="col3"><al>past de stappen van oplossingsstrategieën toe</al><al>gebruikt alternatieve oplossingen voor problemen</al><al>experimenteert met verschillende materialen, gedrag en situaties</al><al>kan in verschillende groepen een leidende rol vervullen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat regels belangrijk zijn</al><al>begrijpt de waarde van werk op alle niveaus</al></entry><entry colname="col3"><al>houdt zich aan de regels</al><al>streeft ernaar om op het hoogste niveau te presteren</al><al>kan werk van verschillende niveaus onderscheiden, zoals: lichamelijk werk, kantoorwerk en wetenschappelijk onderzoek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe goede luistervaardigheid ingezet kan worden om een goede relatie te vormen en te behouden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt principes van betrouwbaarheid en werk ethiek</al><al>weet zijn/haar tijd goed te gebruiken</al></entry><entry colname="col3"><al>past een goed gebruik van de tijd toe door prioriteiten te stellen en gebruik te maken van procedures</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Sociale Emotionele Vorming</al><al>Domein 4: Kritisch denken en meningsvorming</al><al>Kerndoel 4: De leerling begrijpt principes van logisch denken en redeneren en past ze toe</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe een persoonlijke mening te vormen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een persoonlijke mening naar voren brengen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het verschil tussen fantasie en realiteit</al></entry><entry colname="col3"><al>kan fantasie en realiteit van elkaar onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat de begrippen “overeenkomst” en “verschil” inhouden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan overeenkomsten en verschillen aantonen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat oorzaak en gevolg inhouden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan oorzaak en gevolg aangeven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe oorzaak en gevolg toe te passen in oplossingen van problemen</al><al>weet hoe een veronderstelling te gebruiken in eenvoudige onderzoeken</al><al>weet hoe een veronderstelling te testen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt het verschil tussen fantasie en realiteit in situaties van elke dag</al></entry><entry colname="col3"><al>kan fantasie en werkelijkheid van elkaar onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het verschil tussen feiten en verbeelding</al></entry><entry colname="col3"><al>kan feiten en verbeelding van elkaar onderscheiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de begrippen “overeenkomst” en “verschil”</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet wat de begrippen “oorzaak” en “gevolg” inhouden</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe onderscheid te maken tussen overeenkomsten en verschillen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Concept Kerndoelen Taal, Geletterdheid en Communicatie Moedertaal</tussenkop><al>De kerndoelen Taal en communicatie Moedertaal zijn verdeeld over zeven domeinen.</al><tussenkop>Taalattitude</tussenkop><al>De leerling heeft een positieve houding ten aanzien van zijn moedertaal.</al><al>De leerling heeft een positieve houding ten aanzien van mensen die een andere taal spreken.</al><tussenkop>Mondelinge taalvaardigheid</tussenkop><al>De leerling kan luister- en spreekstrategieën met verschillende doelen inzetten.</al><tussenkop>Leesvaardigheid</tussenkop><al>De leerling kan algemene vaardigheden en strategieën van het leesproces aanwenden.</al><al>De leerling kan uiteenlopende leesvaardigheden en -strategieën aanwenden om fictionele teksten te lezen en te interpreteren.</al><al>De leerling kan uiteenlopende leesvaardigheden en -strategieën aanwenden om informatieve teksten te lezen en te interpreteren.</al><tussenkop>Schrijfvaardigheid</tussenkop><al>De leerling kan algemene vaardigheden en strategieën van het schrijfproces aanwenden.</al><al>De leerling kan grammaticale en spellingconventies in teksten toepassen.</al><al>De leerling kan informatie verzamelen en gebruiken voor onderzoeksdoeleinden.</al><tussenkop>Kijkvaardigheid</tussenkop><al>De leerling kan kijkvaardigheden en –strategieën aanwenden om informatie uit (audio)visuele media te achterhalen en te interpreteren.</al><tussenkop>Massamedia</tussenkop><al>De leerling kent de karakteristieken van uiteenlopende vormen van massamedia. </al><tussenkop>Taalbeschouwing</tussenkop><al>De leerling heeft inzicht in het verschijnsel taal en in de manier waarop communicatie in verschillende situaties zich af kan spelen. </al><al>De leerling beheerst een aantal regels met betrekking tot taalverschijnselen en kan begrippen hanteren die hem in staat stellen over taal te denken en te praten.</al><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Attitude</al><al>Kerndoel 1. De leerling heeft een positieve houding ten aanzien van zijn moedertaal</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>kan met plezier verschillende vormen van zijn moedertaal hanteren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er varianten van zijn moedertaal bestaan en dat hij respect hiervoor moet tonen </al></entry><entry colname="col3"><al>accepteert varianten van andere taalgebruikers met betrekking tot uitspraak, zinswendingen enz. </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent en waardeert verschillende vormen van creatief taalgebruik</al></entry><entry colname="col3"><al>waardeert culturele expressies en heeft plezier in het lezen van fictie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Attitude</al><al>Kerndoel 2. De leerling heeft een positieve houding ten aanzien van mensen die een andere taal spreken</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>communiceert zowel mondeling als schriftelijk met anderstaligen</al><al>vertoont geen negatief gedrag, bijvoorbeeld uitlachen, imiteren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft een positieve houding ten aanzien van het leren van vreemde talen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan met voorbeelden aangeven wat de voordelen zijn van het kunnen hanteren van verschillende talen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied Taal, Geletterdheid en Communicatie: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 3. De leerling kan luister- en spreekstrategieën inzetten met verschillende doelen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling: </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="8"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>is op de hoogte van de juiste spreek- en luisterdiscipline en kent de regels van de conversatie </al></entry><entry colname="col3"><al>wacht op zijn beurt</al><al>steekt de hand of vinger omhoog vóór het spreken</al><al>richt de aandacht op de spreker</al><al>blijft bij het onderwerp</al><al>respecteert de mening van een ander</al><al>reageert op medeleerlingen </al><al>kan deelnemen aan een groepsgesprek:</al><al>voert samen een gesprek in de kring onder leiding van de leerkracht</al><al>neemt deel aan een kringgesprek onder leiding van een medeleerling</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de inhoud van wat er tegen hem gezegd wordt</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op verbale uitingen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet met het oog op gesprekspartners, publiek of situatie het spreken te variëren in stemvolume, tempo, intonatie en gebaren.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan stemvormen en andere vormen van variatie toepassen bij het spreken in een kleine groep</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe vragen te stellen aan de leerkracht en medeleerling</al></entry><entry colname="col3"><al>stelt vragen om verduidelijking en verheldering; </al><al>stelt vragen om de reactie en het commentaar van anderen te </al><al> achterhalen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>beheerst een voor het spreken en luisteren vastgesteld corpus van woorden dat op zijn ontwikkeling is afgestemd</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt woorden die een hoeveelheid of graad aangeven</al><al>gebruikt beschrijvende woorden voor personen, plaatsen, dingen, gebeurtenissen, dieren, vormen, kleur, grootte, handelingen</al><al>gebruikt synoniemen, antoniemen, homoniemen en eenvoudige stijlfiguren </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige technieken om teksten voor te dragen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verhalen, gedichten en versjes voordragen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent technieken om fictie te verwerken, te presenteren en te reageren op presentaties </al></entry><entry colname="col3"><al>kan gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde plaatsen</al><al>beschrijft verhaalfiguren, plot en ruimte.</al><al>koppelt informatie uit een verhaal of andere tekst aan de persoonlijke situatie</al><al>kan commentaar geven op presentaties van medeleerlingen </al><al>geeft feedback</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat hij via verschillende media naar verhalende teksten kan luisteren </al></entry><entry colname="col3"><al>kijkt en luistert naar verhalen in voorleesboeken, op luistercassettes, video-opnames, tv-programma’s, computerprogramma’s</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen free talk (thuistaal) en controled talk (schooltaal)</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt schooltaal op zijn niveau receptief en productief </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe taal te gebruiken in reële taalgebruiksituaties</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft antwoord op vragen; volgt aanwijzingen en instructies op</al><al>participeert actief in de les en in een groepsgesprek:</al><al>geeft ervaringen, mening, waardering, afkeuring, op persoonlijke wijze weer</al><al>legt iets uit; geeft persoonlijke ideeën en eigen kennis over een onderwerp weer </al><al>neemt initiatief voor een gesprek</al><al>koppelt eigen ideeën en ervaringen aan die van anderen. </al><al>geeft feedback</al><al>geeft uitleg</al><al>geeft argumenten om eigen ideeën en meningen te onderbouwen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de regels om leiding te geven aan een gesprek</al></entry><entry colname="col3"><al>leidt een groepsgesprek, kringgesprek en discussie</al><al>opent en rondt het gesprek af</al><al>bewaakt de tijd en gespreksregels</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de correcte luisterhouding </al></entry><entry colname="col3"><al>luistert met aandacht</al><al>valt de spreker niet in de rede</al><al>kijkt de spreker aan</al><al>stelt vragen, vat samen of parafraseert om het begrijpen te bevestigen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de strategieën om bij het spreken de kerngedachte duidelijk over te brengen</al></entry><entry colname="col3"><al>uit gedachten in een logische samenhang</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan bij het spreken een gepast vocabulaire op zijn niveau hanteren</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt specifieke woorden die een hoeveelheid of graad aangeven, beschrijvende woorden voor personen, plaatsen, gebeurtenissen, dieren, vormen, kleur, grootte, handelingen; gebruikt synoniemen, antoniemen, homoniemen en eenvoudige stijlfiguren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de regels van een eenvoudige presentatie voor de grote groep</al></entry><entry colname="col3"><al>houdt met betrekking tot het onderwerp rekening met het publiek</al><al>brengt samenhang aan</al><al>verwerkt visuele middelen</al><al>gebruikt verschillende informatiebronnen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende non-verbale communicatieve vaardigheden.</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt oogcontact, gebaren, gezichtsexpressie, lichaamshouding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe een voordracht op te bouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt gebruik van aantekeningen en gebruikt andere geheugensteuntjes</al><al>zorgt voor een inleiding</al><al>gebruikt indelingsprincipes zoals de chronologische, oorzaakgevolg, overeenkomsten en verschillen, probleemstelling of vraagstelling gekoppeld aan de oplossing en het antwoord</al><al>gebruikt details, voorbeelden en anekdotes om informatie te verduidelijken </al><al>zorgt voor een afsluiting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat je op verschillende manieren kunt luisteren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op basis van het luisterdoel de juiste luistermanier kiezen: selectief, globaal of intensief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de strategieën “ luisteren met een specifiek doel”</al></entry><entry colname="col3"><al>luistert naar consistentie van de plot van een verhaal of gegevens over een verhaalfiguur;</al><al>luistert naar specifieke informatie op radio en tv</al><al>luistert naar een luisteropdracht in de klas, naar uitleg van de leerkracht of van de medeleerling</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdgedachte en belangrijke details in gesproken teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>luistert naar presentaties door medeleerlingen of gastsprekers; </al><al>luistert naar radioverslagen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt persuasieve boodschappen</al></entry><entry colname="col3"><al>luistert naar reclameboodschappen op radio en televisie</al><al>luistert naar opdrachten en verzoeken</al><al>kan omgaan met “peerpressie”</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er non-verbale aanwijzingen zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>interpreteert non-verbale aanwijzingen zoals een stopteken, een teken tot aansporing, enthousiasme</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt en gebruikt taal in reële taalgebruiksituaties</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het gepaste register hanteren:</al><al>om iets te kopen in een winkel</al><al>voor een verzoek aan ouders</al><al>om te discussiëren met leeftijdgenoten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: leesvaardigheid</al><al>Kerndoel 4. De leerling kan algemene vaardigheden en strategieën van het leesproces aanwenden</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="9"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat geschreven en gedrukt materiaal betekenissen overbrengen </al></entry><entry colname="col3"><al>verbindt betekenissen aan letters en woorden </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat geschreven en gedrukt materiaal communicatie mogelijk maken</al></entry><entry colname="col3"><al>vertelt welke boodschap symbolen, pictogrammen, letters en overige symbolen overbrengen</al><al>herkent verhaaldelen zoals plot, verhaalfiguren etc.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt hoe gedrukt materiaal gestructureerd is en gelezen wordt</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voor- en achterkant, titelpagina, inhoudsopgave, schrijver en illustrator aan</al><al>leest in de juiste leesrichting: van links naar rechts en van boven naar beneden</al><al>kan de functie van hoofdletters en interpunctie uitleggen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat structuuraanduiders belangrijke informatiedragers zijn </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt aanduiders ter ondersteuning van het tekstbegrip en om voorspellingen te doen met betrekking tot de inhoud zoals: titel, omslag, koppen, alinea’s, illustraties, </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat informatie gehaald kan worden uit verhaalelementen </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt de verhaalstructuur, handelingen, gebeurtenissen, het gedrag van verhaalfiguren ter ondersteuning van het tekstbegrip</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent uiteenlopende woordidentificatie-technieken om onbekende woorden te decoderen </al></entry><entry colname="col3"><al>past woordidentificatietechnieken toe </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>gebruikt compenserende en zelfcorrigerende strategieën </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent valkuilen zoals het onderwerp aan het eind van de zin</al><al>stelt zichzelf vragen tijdens het lezen</al><al>herleest een woord, zinsgedeelte of zin</al><al>vraagt om hulp</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet hoe een beeldwoordenboeken te hanteren om betekenissen van woorden te achterhalen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan onbekende woorden in een beeldwoordenboek opzoeken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent op de ontwikkelingsfase afgestemde beeldwoorden/pictogramman en vocabulaire</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent woorden voor personen, plaatsen, dingen, handelingen, en andere hoogfrequente woorden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de regels om eenvoudige verhalen, verzen en tekstfragmenten hardop, vloeiend en met expressie te lezen </al></entry><entry colname="col3"><al>let op intonatie, ritme, tempo , accenten en stem </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat vormaspecten belangrijk zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>haalt informatie uit de buitenkant en vorm van het document zoals : het materiaal, de illustraties, het tekstformat, de flap</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de verschillende leesdoelen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan op basis van het leesdoel de juiste leesmanier bepalen</al><al>leest om informatie te krijgen, om zich te vermaken, om instructie te krijgen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de strategie “voorspellingen doen met betrekking tot de inhoud van teksten”</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt eenvoudige voorspellingen, bevestigt deze of stelt ze bij:</al><al>gebruikt daarbij voorkennis; tekstgegevens, titels, illustraties, kernwoorden en –zinnen en vooruitverwijzingen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat tijdens het lezen eigen leesstrategieën gecontroleerd moeten worden</al></entry><entry colname="col3"><al>stelt strategieën indien nodig bij</al><al>stelt zich vragen tijdens het lezen</al><al>onderkent moeilijke passages</al><al>vraagt om hulp</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent verschillende woordidentificatietechnieken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan woordidentificatietechnieken toepassen gebaseerd op structurele, syntactische en semantische aspecten om onbekende woorden te identificeren</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de strategie om de betekenis van onbekende woorden te achterhalen met behulp van de context</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt voorkennis, leest vooruit; gebruikt bekende woorden in de context om de betekenis van woorden af te leiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat informatiebronnen gebruikt kunnen worden om betekenis, uitspraak en afleidingen van woorden te achterhalen</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt, woordenboeken, computer, encyclopedieën woordenlijsten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent een scala van specifieke inhoudswoorden</al></entry><entry colname="col3"><al>begrijpt synoniemen, antoniemen, homoniemen, meer betekenis woorden</al><al>begrijpt het figuurlijk gebruik van woorden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent technieken om een tekst boeiend voor te lezen</al></entry><entry colname="col3"><al>leest in gelijkmatig tempo</al><al>leest met verschillende stemmen</al><al>leest met melodisch en dynamisch accent</al><al>leest goed gearticuleerd en op natuurlijke wijze</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent persoonlijke criteria om teksten te selecteren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan zijn keuze verantwoorden op basis van:</al><al>zijn persoonlijke belangstelling</al><al>zijn kennis van schrijver en genre</al><al>de moeilijkheidsgraad van de tekst</al><al>studiedoeleinden;</al><al>aanbeveling van anderen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: leesvaardigheid</al><al>Kerndoel 5. De leerling kan uiteenlopende leesvaardigheden en –strategieën aanwenden om fictionele teksten te lezen en te interpreteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling :</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent leesstrategieën om verschillende genres en teksten te begrijpen</al></entry><entry colname="col3"><al>past strategieën toe bij het lezen van sprookjes, volksverhalen, mythen, gedichten, fabels, verhalen, historische verhalen, biografieën, kinderboeken, dialogen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt belangrijke tekstelementen van fictie</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het thema aangeven</al><al>kan de hoofdgedachte weergeven</al><al>kan de hoofdfiguren, belangrijke gebeurtenissen, de chronologie, . ruimte/plaats aanduiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de in de tekst expliciet vermelde feiten </al></entry><entry colname="col3"><al>kan gebeurtenissen in chronologische volgorde navertellen</al><al> en deze zien als een samenhangend geheel</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet uit details de samenhang in teksten af te leiden </al></entry><entry colname="col3"><al>kan de tijdsorde van gebeurtenissen aangeven ook als die niet expliciet in de tekst genoemd staat </al><al>kan gebeurtenissen en de afloop voorspellen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat fictie naar de werkelijkheid verwijst / een verzonnen werkelijkheid is </al></entry><entry colname="col3"><al>koppelt nieuwe informatie aan voorkennis en ervaring.</al><al>Verbindt gebeurtenissen, verhaalfiguren, thema’s met eigen ervaring of werkelijkheid</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="6"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent leesstrategieën en –vaardigheden om uit een gevarieerde scala van fictionele teksten informatie te achterhalen en te verwerken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de moraal weergeven van tekstsoorten als: sprookjes, volksverhalen, historische verhalen, legendes, fabels, mythen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet verhaallijnen te ordenen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de inhoud van de tekst in eigen woorden kort weergeven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in aspecten van karakterontwikkeling in literaire teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het verschil tussen hoofd- en bijfiguren aangeven. </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat thema’s genre-overstijgend zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verhaalelementen (gebeurtenissen, motieven) uit verschillende teksten combineren met eigen voorkennis</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in het taalgebruik in fictionele teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van stijlfiguren en idiomatisch taalgebruik: personificatie, alliteratie, metafoor, vergelijking, hyperbool</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er een relatie bestaat tussen verhaalfiguren en gebeurtenissen met eigen leven of dat van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een gemotiveerde (emotionele) reactie op de tekst geven</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de traditionele literatuur uit eigen land</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van traditionele literatuur uit eigen land</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied Taal, Geletterdheid en Communicatie: leesvaardigheid</al><al>Kerndoel 6. De leerling kan uiteenlopende leesvaardigheden en -strategieën aanwenden om informatieve teksten te lezen en te interpreteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>beheerst taalvaardigheden en –strategieën om informatie uit een breed scala van informatieve bronnen te achterhalen en te verwerken</al></entry><entry colname="col3"><al>zet strategieën in bij het lezen van: instructies en vragen, borden en aanwijzingen, tekens, titels, waarschuwingslabels, eenvoudige brochures</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent technieken om in de tekst expliciet en minder expliciet vermelde feiten te herkennen en kan zich deze feiten herinneren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eigenschappen en hoofdzaken in logische volgorde navertellen</al><al>kan een reeks opeenvolgende gebeurtenissen in een tekst herkennen en deze zien als een samenhangend geheel</al><al>kan de hoofdgedachte weergeven.</al><al>kan de niet-letterlijk geformuleerde hoofdgedachte van (een deel van) de tekst afleiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet nieuwe informatie aan aanwezige voorkennis en ervaring te koppelen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bijvoorbeeld verklaren waarom een tekst al dan niet waarheidsgetrouw is</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al><al>.</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat men kan lezen met verschillende doelen.</al></entry><entry colname="col3"><al>zet strategieën in om de juiste leesmanier bij een tekst te bepalen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>beheerst taalvaardigheden en –strategieën om informatie uit een breed scala van informatieve teksten te achterhalen en te verwerken</al></entry><entry colname="col3"><al>zet strategieën in bij het lezen van brieven, dagboeken, aanwijzingen, instructies, jeugdkranten, kinderbladen, teksten uit andere educatiegebieden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de verschillende onderdelen van een boek informatiedragers zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>haalt informatie uit externe aspecten van het document zoals ontwerp, achterflap, inhoudsopgave, voorwoord, de bijlage</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat structuuraanduiders belangrijke informatie kunnen bevatten</al></entry><entry colname="col3"><al>let op: titels, koppen, kernzinnen, illustratie, typografische ingrepen, titels van hoofdstukken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent vaardigheden om over gegeven informatie te oordelen</al></entry><entry colname="col3"><al>beoordeelt of de tekst geschikt is voor het bereiken van het leesdoel</al><al>neemt een gemotiveerd standpunt in tegenover de geboden informatie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 7. De leerling kan algemene vaardigheden en strategieën van het schrijfproces aanwenden</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Schrijfconventies: </al><al>kent schrijfconventies</al></entry><entry colname="col3"><al>hanteert het blokschrift en hellend schrift</al><al>schrijft van links naar rechts en van boven naar beneden</al><al>schrijft hoofdletters en kleine letters</al><al>zorgt voor spatie tussen woorden en zinnen</al><al>zorgt voor een bladspiegel</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Voorbereiding op het schrijven:</al><al>kent de strategieën bij de voorbereiding op een schrijftaak</al></entry><entry colname="col3"><al>activeert zijn voorkennis</al><al>bespreekt ideeën met medeleerlingen </al><al>schrijft kerngedachten en vragen op</al><al>noteert reacties en opmerkingen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Kladversie en revisie:</al><al>kent strategieën om een kladversie te maken en deze te reviseren</al></entry><entry colname="col3"><al>herleest teksten, herschikt woorden en herformuleert zinnen ter verduidelijking van de betekenis</al><al>voegt nadere precisering toe aan de tekst</al><al>schrapt overbodige en onlogische elementen</al><al>verwerkt suggesties van de docent en van medeleerlingen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Vormgeving en presentatie</al><al>kent strategieën om de vormgeving en de presentatie van teksten te verzorgen</al><al>kent strategieën om teksten te structureren</al><al>kent verschillende tekstsoorten</al><al>Reflectie op het schrijven: </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt vorm en andere karakteristieken van de tekstsoort.</al><al>besteedt aandacht aan de leesbaarheid van zijn teksten met behulp van een woordenboek en andere hulpbronnen.</al><al>besteedt aandacht aan, de leesbaarheid van het handschrift, de zinsbouw, het gebruik van hoofdletters, de bladspiegel.</al><al>voegt illustraties, foto’s en kleur toe</al><al>gebruikt technologie om het werk op te maken en te presenteren</al><al>deelt het eindproduct met anderen</al><al>beoordeelt eigen teksten en die van medeleerlingen. </al><al>stelt vragen en geeft commentaar</al><al>helpt medeleerlingen grammaticale en </al><al> spellingconventies toe te passen</al><al>schrijft een begin, een middenstuk en een slot</al><al>ontwikkelt een verhaallijn door opeenvolgende gebeurtenissen te beschrijven</al><al>beschrijft verhaalfiguren, plaatsen, voorwerpen of ervaringen processen, situaties enz.</al><al>schrijft een mededeling, een verhaal, een gedicht, een samenvatting van een verhaal, een beschrijving, antwoorden op vragen, een uitnodiging, een (felicitatie)brief , een kaart, een verlanglijstje, een eenvoudige instructie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Reflectie op het schrijven:</al><al>kent strategieën om te reflecteren op het schrijfproces</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven hoe effectief de aanpak was bij de voorbereiding, kladversie en revisie, de vormgeving en presentatie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>Cyclus 2 </al></entry><entry colname="col2"><al>Voorbereiding op het schrijven:</al><al>kent de strategieën bij de voorbereiding op een schrijftaak</al></entry><entry colname="col3"><al>bepaalt doel en publiek</al><al>stelt schema’s samen</al><al>stelt woordvelden samen door middel van brainstormen en associatie</al><al>maakt aantekeningen bijvoorbeeld bij een interview.</al><al>verzamelt en structureert informatie op basis van doel en publiek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Kladversie en revisie:</al><al>kent strategieën om een kladversie te maken en deze te reviseren</al></entry><entry colname="col3"><al>werkt een basisidee uit en reviseert een kladversie</al><al>houdt rekening met het doel en publiek bij de woordkeuze, variatie in zinslengte, alinea-indeling</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vormgeving en presentatie: </al><al>kent strategieën om de vormgeving en de presentatie van teksten te verzorgen</al><al>kent strategieën om te schrijven met verschillende doeleinden</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>brengt verbeteringen aan met betrekking tot indeling, zinsbouw en woordgebruik, spelling en interpunctie</al><al>verzorgt bladspiegel en lay-out (alinea-indeling, marges, het inspringen, koppen)</al><al>kiest een passend presentatieformat</al><al>brengt illustraties, foto’s, schema’s aan</al><al>gebruikt technologie om de tekst samen te stellen en te presenteren</al><al>beoordeelt eigen werk en dat van medeleerlingen</al><al>bespreekt het werk en let daarbij op creativiteit, levendigheid, stijl/woordgebruik, leesbaarheid;</al><al>bespreekt sterke punten van een tekst</al><al>bepaalt hoe en in welke mate het gestelde doel is bereikt</al><al>vraagt om feedback</al><al>schrijft om te informeren, vermaken, beschrijven, uit te leggen, om ideeën vast te leggen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de karakteristieken van verschillende tekstsoorten</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>schrijft informatieve teksten: </al><al>introduceert het onderwerp</al><al>blijft bij het onderwerp</al><al>breidt het onderwerp uit met eenvoudige feiten, details, voorbeelden</al><al>vermijdt uitweidingen</al><al>gebruikt indelingsstructuren zoals: oorzaak-gevolg chronologie; overeenkomsten en verschillen</al><al>gebruikt verschillende informatiebronnen</al><al>schrijft een concluderende stelling</al><al>schrijft verhalen en gedichten:</al><al>zorgt voor een levendige context</al><al>ontwikkelt verhaalfiguren</al><al>ontwikkelt een verhaallijn (plot)</al><al>zorgt voor een bepaalde bouw</al><al>verwerkt opeenvolgende gebeurtenissen</al><al>gebruikt tekstelementen zoals dialoog, spanning</al><al>introduceert een verteller</al><al>schrijft autobiografische teksten</al><al>schrijft als reactie op literatuur:</al><al>vat de hoofdgedachte en belangrijke details samen</al><al>koppelt verhaalfeiten aan eigen ervaring</al><al>geeft een beoordeling en onderbouwt deze met behulp van gegevens uit de tekst, uit andere teksten, van andere schrijvers en eigen kennis</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>schrijft persoonlijke brieven:</al><al>hanteert hierbij briefconventies zoals: datum, plaats, adres, aanhef, kern en afsluiting</al><al>schrijft en reageert op e-mail</al><al>schrijft naar aanleiding van lessen in andere schoolvakken:</al><al>formuleert antwoorden op vragen; samenvattingen, verslagen, werkstukken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Reflectie op het schrijven:</al><al>kent strategieën om te reflecteren op het schrijfproces</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aangeven hoe effectief de aanpak was bij de voorbereiding, kladversie en revisie, de vormgeving en presentatie</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 8. De leerling kan grammaticale en spellingconventies in teksten toepassen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende soorten zinnen.</al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft volledige zinnen</al><al>schrijft enkelvoudige en eenvoudige samengestelde zinnen</al><al>schrijft bevestigende en vragende zinnen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functies en toepassing van werkwoorden in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt werkwoorden voor verschillende situaties, en ook actiewerkwoorden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie en toepassing van zelfstandige naamwoorden in teksten </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt namen voor eenvoudige voorwerpen, gezinsleden, beroepen en categorieën</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie en toepassing van bijvoeglijke naamwoorden in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>verwerkt beschrijvende woorden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie en toepassing van andere woordsoorten</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt woorden die graad, tijd, plaats, reden enz. van de actie weergeven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent spellingconventies en de toepassing ervan in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>spelt de eigen voor- en achternaam</al><al>spelt woorden uit in het onderwijs gehanteerde frequentie- en basislijsten </al><al>spelt woorden uit lijsten van moeilijke woorden</al><al>gebruikt woordenboeken en andere hulpbronnen om de spelling van woorden te achterhalen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="11"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende soorten zinnen en hun toepassing in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft enkelvoudige en samengestelde zinnen</al><al>schrijft zinnen in de gebiedende wijs</al><al>schrijft zinnen met een uitroep</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie van zelfstandige naamwoorden in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt eigennamen, gebruikt zelfstandige naamwoorden als onderwerp</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de typische regels van enkel- en meervoudsvormen</al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft enkel- en meervoudsvormen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie van voornaamwoorden en hun toepassing in teksten </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt voornaamwoorden om te verwijzen naar personen, dieren en voorwerpen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de regels van het gebruik van lidwoorden</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt lidwoorden correct</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functies van werkwoorden en hun toepassing in teksten:</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt:</al><al>een uitgebreide variatie aan handelingswerkwoorden</al><al>hulpwerkwoorden</al><al>tegenwoordige en verleden tijd</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie van bijvoeglijke naamwoorden en hun toepassing in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan gebruik maken van betekenisverschillen die samengaan met de wijziging van de plaats van het bijvoeglijk naamwoord</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de functie van bijwoorden en hun toepassing in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt bijwoorden om bijvoorbeeld vergelijkingen te maken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er tussen verschillende tekstelementen verbanden bestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt verbindingswoorden om relaties aan te duiden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de regels van het gebruik van negatie in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>vermijdt incorrecte vormen van dubbele of enkele negatie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent spellingconventies </al></entry><entry colname="col3"><al>spelt woorden uit in het onderwijs gehanteerde frequentie- en basislijsten </al><al>spelt woorden uit lijsten van moeilijke woorden </al><al>gebruikt woordenboeken en andere hulpbronnen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent conventies met betrekking tot interpunctie in teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft de volgende tekens:</al><al>punt achter een bevestigende zin en achter voorletters bij namen en in afkortingen</al><al>komma’s in onderdelen van de brief, na elk woord in een opsomming</al><al>een vraagteken na een vraag</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 9. De leerling kan informatie verzamelen en gebruiken voor onderzoeksdoeleinden</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling: </al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende informatiebronnen</al></entry><entry colname="col3"><al>hanteert uitgebreide informatiebronnen, zoals boeken, encyclopedieën, illustraties, kaarten, atlassen, inhoudsopgaven, video en televisieprogramma’s, gastsprekers, internet, overige computerprogramma’s, eigen observatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende strategieën om onderzoek te plannen</al></entry><entry colname="col3"><al>bepaalt het onderwerp door te brainstormen, een vragenlijst te maken, een associatieweb of een woordveld te maken;</al><al>structureert zijn voorkennis; ontwikkelt een stappenplan; bepaalt de benodigde informatiebronnen</al><al>gebruikt encyclopedieën en woordenboeken om informatie te verzamelen</al><al>gebruikt elektronische media als informatiebron, zoals elektronische bestanden (databases), internet, CD-roms, televisie, video’s, geluidsbanden, afrol-menu’s, zoekprogramma’s voor woorden</al><al>gebruikt sleutelwoorden, themawoorden, alfabetische indelingsprincipes, thema- en woordenlijsten om onderzoeksonderwerpen te vinden</al><al>gebruikt verschillende modaliteiten van informatie, bijvoorbeeld schema’s, grafieken, kaarten, atlassen, foto’s, tabellen om onderzoeksonderwerpen te zoeken</al><al>gebruikt strategieën om informatie te verzamelen en vast te leggen, bijvoorbeeld aantekeningen, schema’s, tabellen; parafraseert en vat verzamelde informatie samen; verzamelt citaten; geeft commentaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>vermeldt informatiebronnen en geraadpleegde werken op een gestandaardiseerde wijze</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Kijkvaardigheid</al><al>Kerndoel 10. De leerling kan kijkvaardigheden en –strategieën aanwenden om informatie uit (audio) visuele media te achterhalen en te interpreteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdgedachte of boodschap in visuele media</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft de hoofdgedachte of boodschap weer in onder andere: illustraties, strips, televisieprogramma’s, foto’s in kranten, bladen, boeken en prentenboeken</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent verschillende signalen om de genres van visuele media te herkennen; weet op basis hiervan een kijkhouding aan te nemen</al></entry><entry colname="col3"><al>met betrekking tot de vorm:</al><al>gebruikt voorkennis met betrekking tot de structuur van tv-programma’s</al><al>gebruikt voorkennis met betrekking tot het genre:</al><al>herkent logo’s, kleuren, herkenningsmelodieën van kinder-, sport-, nieuwsprogramma’s en series</al><al> met betrekking tot de inhoud: </al><al>gebruikt kennis met betrekking tot bijvoorbeeld oorzaak en gevolg-relaties om voorspellingen te doen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de opbouw van visuele media, zoals films, video, televisie, kranten, tijdschriften, posters</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft onderdelen aan zoals, overzicht, vooruitblik, hoogtepunten, samenvatting </al><al>geeft de functie aan van titel, inleiding, grafische beelden</al><al>herkent geluidseffecten, animatie, layout, muziek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat verschillende elementen onderdelen van fictie ondersteunen </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent de rol van actiemomenten, bijvoorbeeld angstige fragmenten, dialoog, muziek, gelaatsuitdrukking, figuren en gebeurtenissen, variatie in stemgeluid, spanning</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat verschillende elementen de perceptie van de kijker kunnen beïnvloeden </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent gelaatsuitdrukking, lichaamstaal, gebaren, kleding, acties, relaties, dialoog., muziek</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt overeenkomsten en verschillen tussen eigen werkelijkheid en die in visuele media </al></entry><entry colname="col3"><al>vergelijkt gebeurtenissen en figuren uit visuele media met eigen werkelijkheid</al><al>weet dat er een verschil is tussen een figuur uit een film en de acteur.</al><al>herkent types zoals de held en de boef</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt verschillende boodschappen die door middel van visuele media worden overgebracht</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft de hoofdgedachte en belangrijke details weer</al><al>geeft feiten en meningen weer</al><al>geeft hoofdfiguren en opeenvolgende gebeurtenissen weer</al><al>geeft de moraal aan</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt technieken om boodschappen over te brengen door middel van visuele media</al></entry><entry colname="col3"><al>noemt technieken zoals: lay-out, animatie, stemvariaties in audioproducties</al><al>oefent met ICT </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt de verschillende manieren waarop visuele media mensen stereotyperen</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van rolbevestigende stereotyperingen, zoals een moeder die in huis werkt; de slimme persoon die een bril draagt; superhelden, personen uit andere socio-culturele groepen;</al><al>geeft aan hoe zulke figuren op een andere manier uitgebeeld kunnen worden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt technieken om een bepaalde sfeer en stemming te creëren</al></entry><entry colname="col3"><al>noemt voorbeelden van:</al><al>opnametechnieken zoals de hoek en afstand van de camera om een bepaald effect te creëren</al><al>het versterken van spanning door muziek en geluid</al><al>de rol van stemgeluid en verlichting</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt het gebruik en de betekenis van symbolen en beelden </al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van:</al><al>kleursymboliek: wit is vrede/zuiverheid; rood is emotie </al><al>gebruik van expressie: glimlach is geluk;</al><al>geeft met voorbeelden aan dat symbolen afhankelijk zijn van onderliggende en gedeelde sociale en culturele conventies; geeft voorbeelden aan van de symbolische koppeling van productnamen en logo’s met de producten zelf</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt basiselementen van reclame in visuele media</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van verkooptechnieken gericht op kinderen; geeft aan hoe kleuren, muziek, taalgebruik, kleding, mode, bekende personages gebruikt worden voor reclamedoeleinden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Massamedia</al><al>Kerndoel 11. De leerling kent de karakteristieken van uiteenlopende vormen van massamedia en hun toepassing.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de verschillende vormen van </al><al> massamedia en hun verschillende functies</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het gebruik aangeven van verschillende </al><al> vormen van massamedia: dagbladen, </al><al> tijdschriften, radio, televisie, internet, </al><al> reclameborden</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de verschillende indelingen van </al><al> massamedia </al></entry><entry colname="col3"><al>noemt nieuwsprogramma’s, </al><al>sportprogramma’s, reclamespots, </al><al> showprogramma’s, rubrieken, feuilletons, </al><al> websites</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent conventies in media</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt gebruik van conventies van </al><al> massamedia, bijvoorbeeld: layout in </al><al> geschreven media</al><al>kan aangeven dat herkenningsmelodieën van</al><al> programma’s, geluidseffecten, titels en </al><al> illustraties het begin en slot van een </al><al> televisieprogramma aankondigen.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat boodschappen via massamedia </al><al> gebaseerd kunnen zijn op werkelijke en </al><al> verzonnen ervaringen</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert kritisch op elementen van werkelijke </al><al> en verzonnen ervaringen</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de kenmerken van de meest gebruikte</al><al>vormen van massamedia</al></entry><entry colname="col3"><al>kan karakteristieken noemen van bijvoorbeeld:</al><al>quizprogramma’s </al><al>advertentievormen</al><al>geschreven media en</al><al>beeldmedia, zoals reclameborden</al><al>reclamespots</al><al>kan de meest geschikte vorm hiervan</al><al>inschakelen ten behoeve van eigen doelen </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt dat mediaboodschappen en producten bestaan uit diverse samenstellende delen</al></entry><entry colname="col3"><al>noemt bijvoorbeeld van films begin en hoogtepunten ,tv-programma’s, reclameborden, shots, onderdelen van kranten </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent technieken om een bepaalde sfeer en stemming te creëren</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft het effect aan van toepassingen van bijvoorbeeld:</al><al>opnametechnieken zoals close-ups,</al><al>het versterken van spanning door muziek en geluid</al><al>de rol van stemgeluid en verlichting</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent het gebruik en betekenis van symbolen en beelden</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van kleursymboliek, bijvoorbeeld wit is vrede/zuiverheid, rood is emotie </al><al>geef het effect aan van gebruik van expressie, bijvoorbeeld: glimlach is geluk</al><al>geeft met voorbeelden aan dat symbolische betekenissen bepaald worden door onderliggende en gedeelde sociale conventies</al><al>geeft voorbeelden van symbolische koppeling van merknamen en logo’s en producten</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt basiselementen van reclame in </al><al> visuele media</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van verkooptechnieken gericht op kinderen</al><al>geeft aan hoe kleuren, muziek, taalgebruik, kleding, mode, bekende personages ingezet worden voor reclamedoeleinden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie/ Domein : Taalbeschouwing</al><al>Kerndoel 12. De leerling heeft inzicht in het verschijnsel taal en in de manier waarop communicatie in verschillende situaties zich af kan spelen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="6"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat taal een communicatieve functie heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van vormen van communicatie door taal: verhalen, </al><al> prentenboeken, kranten, opschriften, borden </al><al>geeft voorbeelden van de boodschap zelf: een mededeling, oproep, </al><al> uitnodiging, gebod</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er ook andere vormen van taal worden gehanteerd</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van taal voor doven en blinden en hun achtergrond</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat er in zijn omgeving te weten, thuis, buurt, klas, school en in de wereld verschillende talen en taalvarianten worden gesproken</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een aantal talen noemen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat taal aan verandering onderhevig is en dat er varianten zijn van zijn moedertaal</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van:</al><al>uitspraakvarianten </al><al>betekenisvarianten</al><al>verouderde woorden</al><al>taalvariëteit</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de betekenis van een taaluiting beïnvloed wordt door gebaren, de lichaamshouding en gelaatsuitdrukking</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van non-verbale beïnvloeding</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat mondelinge communicatie</al><al> gebaat is bij regels</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van bijvoorbeeld mislukte communicatie </al><al> vanwege onnauwkeurig mondeling taalgebruik</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>is kritisch ten aanzien van eigen</al><al> taalgebruik en dat van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan naar aanleiding van een gesprek, dialoog etc. oordelen over eigen </al><al> taalgebruik en dat van anderen in zijn omgeving, bijvoorbeeld </al><al> klasgenoten, leeftijdgenoten, leerkracht, gezinsleden</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="9"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat talen relaties tussen mensen </al><al> kunnen bepalen en dat die relaties </al><al> samenhangen met culturele </al><al> overeenkomsten en verschillen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan verschillende groepen in de maatschappij noemen die door de</al><al> gesproken taal een gemeenschap vormen</al><al>kan voorbeelden geven van hoe taal relaties bepalen</al><al>kan voorbeelden geven van overeenkomsten en verschillen die </al><al> samenhangen met cultuur</al><al>kent de getalsverhoudingen tussen de sprekers van de verschillende talen </al><al> in de maatschappij</al><al>herkent specifieke taalsituaties en de functie ervan: stemmingen, </al><al> moedertaal, vreemde taal, gebarentaal en ander non-verbaal taalgedrag</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de geschiedenis van de</al><al> moedertaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de aanwezigheid van de moedertaal plaatsen in historische context</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>kent de voornaamste kenmerken van </al><al> het type taal waartoe de moedertaal </al><al> behoort.</al></entry><entry colname="col3"><al>kan aan de hand van voorbeelden karakteristieken van de taal noemen, </al><al> bijv. woorden, woordvorming, zinnen, klanken/tonaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat taal aan verandering </al><al> onderhevig is en dat er taalvarianten </al><al> zijn</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van archaïsch taalgebruik, neologismen, </al><al> modernismen, groepstalen</al><al>geeft voorbeelden van varianten, dialecten en </al><al> taalregisters </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de betekenis van een </al><al> taaluiting mede beïnvloed wordt door </al><al> de situatie en de vorm</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent situaties waarbij sprake is van beïnvloeding van de boodschap </al><al> door de taalsituatie en de vorm </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat taal op verschillende</al><al> manieren gebruikt kan worden</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden geven van taalgebruik in positieve en negatieve </al><al> zin, zoals lovend, stimulerend, misleidend, kwetsend taalgebruik</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat aan talen en taalvarianten</al><al> bepaalde status wordt toegekend</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van de status van de verschillende talen in zijn</al><al> omgeving</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat mondelinge en schriftelijke</al><al> communicatie gebaat zijn bij regels</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft voorbeelden van positieve invloed van regels bij mondelinge </al><al> communicatie</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat de betekenis van een </al><al> taaluiting mede beïnvloed wordt door </al><al> onuitgesproken bedoelingen</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent onuitgesproken bedoelingen van een taaluiting: idiomatisch </al><al> taalgebruik, zoals spreekwoorden, zegswijzen, sarcasme, retorica</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>is kritisch met betrekking tot eigen </al><al> taalgebruik en dat van anderen</al></entry><entry colname="col3"><al>oordeelt naar aanleiding van een gesprek, dialoog, geschreven tekst </al><al> over eigen taalgebruik en dat van anderen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie/ Domein : Taalbeschouwing</al><al>Kerndoel: 13. De leerling beheerst een aantal regels met betrekking tot taalverschijnselen en kan begrippen hanteren die hem in staat stellen over taal te denken en te praten</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling: (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling: (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent regels van verdeling van woorden</al><al> in lettergrepen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige woorden in lettergrepen verdelen</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in een aantal woordvormingsprincipes en de structuur van </al><al> woorden</al></entry><entry colname="col3"><al>werkt met enkelvoud en meervoud van zelfstandige </al><al> naamwoorden, met samenstellingen</al><al>kan voorbeelden geven van betekenisverandering door tonaliteit</al><al>kan voorbeelden geven van de voorkeurstructuur (CVCV)</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>weet dat in toontalen tonaliteit distinctieve</al><al> waarde heeft</al></entry><entry colname="col3"><al>kan het verschil in toon en accent in woorden horen; kan</al><al> woorden met de juiste toon en het juiste accent uitspreken.</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in ordenings- en </al><al> bouwprincipes van zinnen</al></entry><entry colname="col3"><al>maakt eenvoudige enkelvoudige en samengestelde zinnen</al><al>kort zinnen in, breidt zinnen uit, verandert de volgorde in zinnen</al><al> zonder betekenisverlies</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>begrijpt betekenisaspecten van een gevarieerd scala van taalelementen</al><al>kent bepaalde termen met betrekking tot taal en taalverschijnselen</al></entry><entry colname="col3"><al>oefent met:</al><al>relaties tussen zinnen,</al><al>vraag- en antwoordzinnen, gebiedende wijs</al><al>tegenstellingen; </al><al>rubriceren en sorteren van woorden naar bij voorbeeld </al><al> alfabetische volgorde, naar vorm, inhoud, </al><al>synoniemen, acroniemen, homoniemen</al><al>gebruikt termen als moedertaal, vreemde taal, klank, uitspraak, woord, spelling, poëzie, verhaal, toneelstuk, zin, lettergreep, komma, punt</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in ordenings- en bouwprincipes van zinnen</al></entry><entry colname="col3"><al>voegt woorden en zinsdelen tot verschillende zinnen, breidt zinnen uit na een voegwoord</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>onderscheidt en gebruikt woordsoorten met de daarbij behorende termen</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt de volgende termen: werkwoord , zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, voorzetsel</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>onderscheidt en gebruikt zinsdelen met de daarbij behorende termen</al></entry><entry colname="col3"><al>werkt met redekundig ontleden: onderwerp, persoonsvorm, gezegde, persoonsvorm in verschillende tijden, verandert het getal van de persoonsvorm en het onderwerp</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>heeft notie van de zin als betekenisvolle eenheid </al><al>begrijpt betekenisaspecten van een gevarieerde scala van taalelementen</al><al>kent bepaalde termen met betrekking tot taal en taalverschijnselen </al></entry><entry colname="col3"><al>gebruikt tijdsbepalingen; rubriceert zinnen naar betekenis; legt relaties tussen zinnen </al><al>rubriceert en sorteert woorden op basis van bepaalde eigenschappen</al><al>legt relatie tussen dingen, begrippen en woorden</al><al>herkent beeldspraak, metaforisch en symbolisch taalgebruik;</al><al>werkt met spreekwoorden</al><al>herkent het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik</al><al>herkent causale, middel/doel- en deel/geheelrelaties</al><al>herkent synoniemen antoniemen, homoniemen; acroniemen</al><al>werkt met afkortingen </al><al>gebruikt termen als: tweede taal, accent, toon, hoofdstuk</al><al>gebruikt: beeldspraak, letterlijk en figuurlijk taalgebruik, uitdrukkingen, gezegdes, spreekwoorden, synoniemen, gevoelswaarde, symbool, beeldtaal, pictogram, gespreksregel, formeel en informeel taalgebruik onderwerp van een zin, persoonsvorm, gezegde, werkwoord, tegenwoordige tijd, verleden tijd, enkelvoud, meervoud gedicht, poëzie, verhaal, toneelstuk, jeugdboek, monoloog, hoofdstuk, paragraaf, alinea, klemtoon</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Kerndoelen Taal, Geletterdheid en Communicatie Nederlands voor het Funderend Onderwijs</tussenkop><al>De kerndoelen Nederlands zijn verdeeld over de domeinen:</al><al>Mondelinge taalvaardigheid</al><lijst><li nr="1."><al>De leerling kan mondelinge informatie met betrekking tot alledaagse en schoolse onderwerpen op verschillende niveaus verwerken</al></li><li nr="2."><al>De leerling kan met medeleerlingen, docenten en moedertaalsprekers van het Nederlands gesprekken voeren; hij kan</al></li></lijst><al>daarbij informatie geven en meningen en gevoelens uiten. Hij hanteert daarbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van het Nederlands begrijpelijk is.</al><al>3.De leerling kan informatie die hij verzameld heeft weergeven.</al><al>Leesvaardigheid</al><al>4.De leerling kan informatie uit teksten op verschillende niveaus verwerken</al><al>Schrijfvaardigheid</al><al>De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven</al><al>6.De leerling kan informatie die hij verzameld heeft weergeven.</al><al>Taalbeschouwing</al><al>De leerling begrijpt dat het Nederlands voor communicatie gebruik maakt van verschillende structuren</al><al>De leerling kan het belang aangeven van de beheersing van het Nederlands. </al><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid </al><al>Kerndoel 1. De leerling kan mondelinge informatie met betrekking tot alledaagse en schoolse onderwerpen begrijpen</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de spraakklanken van het Nederlands</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent de verschillende klanken van het Nederlands gesproken door een persoon of met behulp van audiovisuele middelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt eenvoudige instructies en taalfuncties</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op eenvoudige instructies in de dagelijkse sfeer</al><al>reageert adequaat op groet- en afscheidformules,</al><al>reageert adequaat op eenvoudige liedjes en versjes</al><al>reageert adequaat op informatie op audiomiddelen en computersoftware geschikt voor zijn ontwikkelings-niveau, zoals bandjes en CD-ROMs</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij de moedertaal verworven luisterstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past luisterstrategieën voor, tijdens en na het luisteren toe</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdgedachte van een mondelinge boodschap of van een meer of minder informeel gesprek </al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op mededelingen over hobby’s, eten en drinken, gebeurtenissen, gebeurtenissen in sprookjes, liedjes en versjes</al><al>reageert adequaat op aanwijzingen, bijvoorbeeld de weg kunnen vinden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de belangrijkste boodschap in teksten in multimediale vormen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de boodschap op CD-ROM, video- en tv-programma’s over bekende onderwerpen die geschikt zijn voor zijn ontwikkelingsniveau weergeven (al dan niet in de vreemde taal)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt mondelinge informatie in schoolse situaties</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op:</al><al>vragen in onderwijsleergesprekken</al><al>opdrachten </al><al>instructies</al><al>definities</al><al>cassette- en video-opnames</al><al>uiteenzettingen</al><al>voor het onderwijs geconstrueerde audiovisueel</al><al> materiaal</al><al>illustratieve verduidelijkingen in</al><al> onderwijsleergesprekken</al><al>feedback</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 2. De leerling kan met medeleerlingen, docenten en met moedertaalsprekers van het Nederlands gesprekken voeren; ij kan daarbij informatie geven, meningen en gevoelens uiten. Hij hanteert daarbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van het Nederlands begrijpelijk is</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>herkent de verschillende klanken van het</al><al>Nederlands</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende klanken van het Nederlands</al><al>reproduceren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent woorden en formules rondom alledaagse en</al><al> bijzondere gebeurtenissen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een aantal formules gebruiken met betrekking </al><al> tot:</al><al>groeten en afscheid nemen</al><al>instemmen en afwijzen</al><al>bedanken</al><al>verontschuldigen</al><al>aandacht vragen </al><al>gelukwensen bij verjaardagen, kerst en </al><al>nieuwjaar</al><al>persoonlijke gegevens zoals naam, leeftijd, </al><al>adres en telefoonnummer</al><al>aanspreekvormen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>beheerst een op de communicatieve behoefte afgestemde woordenlijst receptief en productief</al></entry><entry colname="col3"><al>kan woorden adequaat gebruiken om een bepaalde voorkeur of afkeur te uiten met betrekking tot: dingen, personen, gebeurtenissen, school, eten en drinken</al><al>hanteert woorden adequaat om uiteenlopende voorwerpen te beschrijven</al><al>kan woorden adequaat gebruiken om schoolse taken uit te voeren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de conventies met betrekking tot alledaagse en bijzondere situaties </al></entry><entry colname="col3"><al>kiest de juiste groet- en afscheidformules en aanspreekvormen;</al><al>gebruikt de juiste formules om: te bedanken, met iets in te stemmen, iets af te wijzen, zich te verontschuldigen, persoonlijke informatie te geven;</al><al>vraagt om de naam, leeftijd, woonplaats en nationaliteit van anderen</al><al>gebruikt formules bij verjaardagen, kerst- en nieuwjaar</al><al>beschrijft het weer</al><al>geeft zijn of haar voorkeur met betrekking tot kleren, voedsel, muziek en hobby’s</al><al>beschrijft eigen stemming en die van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent woorden die numerieke gegevens uitdrukken</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft tijd, datum, jaar, uitslagen, leeftijden, telefoonnummers; zegt hoe laat iets plaatsvindt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>beschikt over voldoende productieve vaardigheid om schoolse taken uit te voeren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een verzoek om verduidelijking uiten m.b.t. toelichting op leerstof</al><al>kan gepast interrumperen</al><al>kan een mening weergeven naar aanleiding van:</al><al>een gelezen boek of ervaring</al><al>een discussie</al><al>kan antwoorden in onderwijsleergesprekken geven zoals reproductie van kennis, definities</al><al>kan een samenvatting geven naar aanleiding van:</al><al>gelezen of beluisterde tekst</al><al>groepswerk</al><al>uiteenzetting</al><al>kan een argumentatie geven naar aanleiding van:</al><al>een discussie</al><al>groepswerk</al><al>een gelezen of beluisterde tekst</al><al>visueel materiaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in compenserende strategieën </al></entry><entry colname="col3"><al>kan compenserende strategieën inzetten, wanneer de</al><al> woordenschat ontoereikend is</al><al>kan non-verbale taal gebruiken zoals gebaren en </al><al>mime</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 3. De leerling kan informatie die hij verzameld heeft aan een publiek presenteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige liedjes</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige liedjes voor een groep zingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe een verslag is opgebouwd</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een verslag van de volgende activiteiten presenteren:</al><al>een excursie</al><al>een proef</al><al>het lezen van een boek</al><al>het bekijken van een educatief programma</al><al>een groepsgesprek</al><al>een waarneming</al><al>het beluisteren van een programma</al><al>kan een spreekbeurt houden over onderwerpen in de persoonlijke sfeer, zoals gezin, vrienden, hobby, wijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende bekende tekstsoorten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bekende gedichten, verzen en korte verhaaltjes voordragen </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: leesvaardigheid</al><al>Kerndoel 4. De leerling kan informatie uit teksten op verschillende niveaus verwerken</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in de technieken om technisch (hardop) nauwkeurig te lezen en met de juiste intonatie </al></entry><entry colname="col3"><al>kan woorden, korte zinnen, eenvoudige dialogen, korte gedichten technisch goed lezen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij het moedertaalonderwijs verworven leesstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past leesstrategieën voor, tijdens en na het lezen toe.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan personen en voorwerpen in de omgeving identificeren op basis van een beschrijving</al></entry><entry colname="col3"><al>kan personen en voorwerpen aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in compenserende strategieën </al></entry><entry colname="col3"><al>kan betekenis van woorden afleiden uit de context; kan om hulp vragen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat informatieve teksten bijna altijd een onderwerp en hoofdgedachte bevatten en weet hoe deze te vinden </al></entry><entry colname="col3"><al>kan het onderwerp en hoofdgedachte aanwijzen van informatieve teksten met veel contextuele ondersteuning: krantenberichten, advertenties, teksten op internet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt korte geschreven mededelingen en persoonlijke berichten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de boodschap achterhalen uit persoonlijke mededelingen en berichten over alledaagse gebeurtenissen in school- en gezinsverband</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt informatie om schoolse taken uit te voeren</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de boodschap achterhalen uit de volgende teksten:</al><al> commentaar in studieteksten</al><al>opdrachten en vragen in studieteksten</al><al>eenvoudige woordenboeken</al><al>eenvoudige handleidingen</al><al>definities (cyclus 3)</al><al>leerteksten</al><al>naslagwerken</al><al>emails en webpagina’s</al><al>registers</al><al>eenvoudige tabellen en grafieken</al><al>concretisering in studieteksten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdzaken in eenvoudige op zijn ontwikkelingsniveau afgestemde fictionele teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de inhoud van verhalen, gedichten, korte volksverhalen of geïllustreerde verhalen geschikt voor het ontwikkelingsniveau weergeven al of niet in de doeltaal</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 5. De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent de basisregels van de spelling van het Nederlands</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige woorden en zinnen correct opschrijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe eenvoudige formele informatie te geven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan persoonlijke en andere gegevens invullen op een eenvoudig invulformulier </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent technieken om korte, persoonlijke en informele teksten te schrijven </al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft teksten met informatie over / beschrijving van zichzelf, zijn gezin, vrienden of activiteiten op school.</al><al>schrijft emailberichten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent strategieën om informatie met betrekking tot schoolse taken weer te geven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan informatie geven in de volgende teksten:</al><al>verslag van een activiteit</al><al>antwoorden op vragen en opdrachten</al><al>toets</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij het moedertaalonderwijs verworven schrijfstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past schrijfstrategieën voor, tijdens en na het schrijven toe</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Taalbeschouwing</al><al>Kerndoel 6. De leerling begrijpt dat het Nederlands voor communicatie gebruik maakt van verschillende structuren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent woorden die van andere talen zijn geleend en weet hoe ze zich hebben ontwikkeld</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent verwante woorden </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent het klanksysteem en de spelling van de doeltaal en weet hoe deze verschillen vergeleken met dezelfde elementen uit de moedertaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige vormen van interferentie aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat een gedachte op verschillende manieren geuit kan worden in de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden aangeven van manieren van zeggen/eenvoudige stijlfiguren </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Vreemde Talen</al><al>Domein: </al><al>Kerndoel 7. De leerling kan het belang aangeven van de beheersing van het Nederlands.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in het gebruik van het Nederlands vanuit historisch perspectief</al></entry><entry colname="col3"><al>kan spellen, liedjes, feestdagen, verhalen, toneel, noemen </al><al>kan traditionele gewoontes noemen</al><al>kan beroepen noemen</al><al>kan belangrijke monumenten noemen zoals musea</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in de huidige positie van het Nederlands in Sint Maarten en erbuiten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan deze conventies noemen met betrekking tot de school, het gezin, de maatschappij, </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in het belang van de beheersing van het Nederlands in verband met de oriëntatie op de toekomst</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent speelgoed, kleding, voedsel en drank</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Kerndoelen Taal, Geletterdheid en communicatie Vreemde Talen (I) voor het Funderend Onderwijs</tussenkop><al>De kerndoelen Vreemde Talen zijn verdeeld over de domeinen:</al><al>Mondelinge taalvaardigheid</al><lijst><li nr="1."><al>De leerling begrijpt gesproken teksten met betrekking tot alledaagse onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>De leerling kan met medeleerlingen en met moedertaalsprekers van de doeltaal eenvoudige gesprekken voeren; hij kan</al></li></lijst><al>daarbij informatie geven, meningen, gevoelens en emoties uiten. Hij hanteert hierbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van de doeltaal begrijpelijk is.</al><al>3.De leerling kan informatie of zijn eigen mening met betrekking tot onderwerpen die aansluiten bij zijn belevingswereld aan een publiek presenteren.</al><al>Leesvaardigheid</al><al>4.De leerling begrijpt de hoofdzaken van eenvoudige fictionele en niet-fictionele teksten.</al><al>Schrijfvaardigheid</al><al>5.De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven.</al><al>Taalbeschouwing</al><al>6.De leerling begrijpt dat talen voor communicatie gebruik maken van verschillende structuren; hij past deze kennis ook toe op zijn eigen moedertaal.</al><al>Kennis van land en cultuur</al><al>7.De leerling kent belangrijke componenten uit het land en de cultuur van de sprekers van de vreemde taal.</al><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid </al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt gesproken teksten met betrekking tot alledaagse onderwerpen </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat fonetische systemen van talen verschillen </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent een aantal vreemde talen en kan deze benoemen op basis van hun klanken en woorden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de spraakklanken van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent de verschillende klanken van de doeltaal gesproken door een persoon of met behulp van audiovisuele middelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt eenvoudige instructies en taalfuncties</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op eenvoudige instructies</al><al>reageert adequaat op groet- en afscheidformules</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij de moedertaal verworven luisterstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past luisterstrategieën voor, tijdens en na het luisteren toe</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdgedachte van een mondelinge boodschap of van een gesprek over alledaagse onderwerpen </al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op mededelingen over hobby’s, eten en drinken, gebeurtenissen, gebeurtenissen in sprookjes</al><al>reageert adequaat op aanwijzingen, bijvoorbeeld de weg kunnen vinden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de belangrijkste boodschap in video- en tv-programma’s over bekende onderwerpen die geschikt zijn voor zijn ontwikkelingsniveau</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de boodschap weergeven (al dan niet in de vreemde taal)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt verschillende taalfuncties</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op verschillende taalfuncties</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt algemene zinsintonatie in eenvoudige gesproken teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert op functionele intonatie in gesproken teksten: een vraag, een mededeling, een uitroep, emotie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat manieren van zeggen binnen talen kunnen verschillen</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent typische uitdrukkingen en kan ze interpreteren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 2. De leerling kan met medeleerlingen en met moedertaalsprekers van de doeltaal eenvoudige gesprekken voeren; hij kan daarbij informatie geven, meningen, gevoelens en emoties uiten. Hij hanteert daarbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van de doeltaal begrijpelijk is</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>herkent de verschillende klanken van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende klanken van de doeltaal reproduceren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent een aantal woorden en formules rondom alledaagse en bijzondere gebeurtenissen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een aantal formules gebruiken met betrekking tot:</al><al>groeten en afscheid nemen</al><al>instemmen en afwijzen</al><al>bedanken</al><al>verontschuldigen</al><al>aandacht vragen </al><al>gelukwensen bij verjaardagen, kerst en nieuwjaar</al><al>condoleren</al><al>persoonlijke gegevens zoals naam, leeftijd, adres en telefoonnummer</al><al>aanspreekformules</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>beheerst een op de communicatieve behoefte afgestemde woordenlijst receptief en productief</al></entry><entry colname="col3"><al>kan woorden adequaat gebruiken om een bepaalde voorkeur of afkeur te uiten met betrekking tot: dingen, personen, gebeurtenissen, school, eten en drinken</al><al>hanteert woorden adequaat om uiteenlopende voorwerpen te beschrijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>beschikt over voldoende productieve vaardigheid</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige instructies in de doeltaal geven met betrekking tot bijvoorbeeld spelletjes, in een groep, naar aanleiding van een tekening</al><al>kan informatie uitwisselen over:</al><al>eigen stemming en gezondheid</al><al>hobby’s</al><al>algemene gebeurtenissen, met betrekking tot lessen, bijeenkomsten, feesten, concerten, de plaats, datum tijd </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in compenserende strategieën </al></entry><entry colname="col3"><al>kan compenserende strategieën inzetten, wanneer de woordenschat ontoereikend is</al><al>kan non-verbale taal gebruiken zoals gebaren en mime</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent het verschil tussen formele en informele taalgebruiksituaties en weet dat daar bepaalde taalvormen bij horen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de bij de situatie passende juiste taalvorm kiezen en hanteren: het betreft hierbij om de volgende taalvormen: woorden, conventies en gebaren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de conventies met betrekking tot alledaagse en bijzondere situaties </al></entry><entry colname="col3"><al>kiest de juiste groet- en afscheidformules en aanspreekvormen;</al><al>gebruikt de juiste formules om: te bedanken, met iets in te stemmen, iets af te wijzen, zich te verontschuldigen, persoonlijke informatie te geven</al><al>vraagt om de naam, leeftijd, woonplaats en nationaliteit van anderen</al><al>gebruikt formules bij verjaardagen, kerst- en nieuwjaar</al><al>beschrijft het weer</al><al>geeft zijn of haar voorkeur met betrekking tot kleren, voedsel, muziek en hobby’s</al><al>beschrijft eigen stemming en die van anderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent woorden die numerieke gegevens uitdrukken</al></entry><entry colname="col3"><al>geeft tijd, datum, jaar, uitslagen, leeftijden, telefoonnummers; zegt hoe laat iets plaatsvindt</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 3. De leerling kan informatie of zijn eigen mening met betrekking tot verschillende onderwerpen aan een publiek presenteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige liedjes</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige liedjes voor een groep zingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe een verslag of eenvoudige spreekbeurt is opgebouwd</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een verslag over gebeurtenissen in de huis- en schoolsfeer aan leeftijdgenoten presenteren</al><al>kan een spreekbeurt houden over onderwerpen in de persoonlijke sfeer, zoals gezin, vrienden, hobby, wijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende bekende tekstsoorten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan bekende gedichten, verzen, liedjes en korte verhaaltjes voordragen </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: leesvaardigheid</al><al>Kerndoel 4. De leerling begrijpt de hoofdzaken van fictionele en niet-fictionele teksten</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij het moedertaalonderwijs verworven leesstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past leesstrategieën voor, tijdens en na het lezen toe.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in compenserende strategieën </al></entry><entry colname="col3"><al>kan betekenis van woorden afleiden uit de context; kan om hulp vragen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent bronnen om betekenissen van woorden te achterhalen</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een woordenboek gebruiken om betekenissen van woorden te achterhalen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>heeft inzicht in de technieken om technisch (hardop) nauwkeurig te lezen en met de juiste intonatie </al></entry><entry colname="col3"><al>kan woorden, korte zinnen, eenvoudige dialogen, korte gedichten technisch goed lezen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat informatieve teksten bijna altijd een onderwerp en hoofdgedachte bevatten en weet hoe deze te vinden </al></entry><entry colname="col3"><al>kan het onderwerp en hoofdgedachte aanwijzen van informatieve teksten met veel contextuele ondersteuning: krantenberichten, advertenties, teksten op internet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt korte geschreven mededelingen en persoonlijke berichten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de boodschap achterhalen uit persoonlijke mededelingen en berichten over alledaagse gebeurtenissen in school- en gezinsverband</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kan personen en voorwerpen in de omgeving identificeren op basis van een beschrijving</al></entry><entry colname="col3"><al>kan personen en voorwerpen aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt de hoofdzaken in eenvoudige fictionele teksten</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de inhoud van verhalen, gedichten, korte volksverhalen of geïllustreerde verhalen geschikt voor het ontwikkelingsniveau weergeven al of niet in de doeltaal</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 5. De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent technieken om korte, persoonlijke en informele teksten te schrijven </al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft teksten met informatie over / beschrijving van zichzelf, zijn gezin, vrienden of activiteiten op school</al><al>schrijft deze teksten via email</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe eenvoudige formele informatie geven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan persoonlijke gegevens invullen op een eenvoudig invulformulier </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de spelling van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beluisterde woorden en korte zinnen correct opschrijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij het moedertaalonderwijs verworven schrijfstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past schrijfstrategieën voor, tijdens en na het schrijven toe</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Taalbeschouwing</al><al>Kerndoel 6. De leerling begrijpt dat talen voor communicatie gebruik maken van verschillende structuren; hij past deze kennis ook toe op zijn eigen moedertaal</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent woorden die van andere talen zijn geleend en weet hoe ze zich hebben ontwikkeld</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent verwante woorden </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent het klanksysteem en de spelling van de doeltaal en weet hoe deze verschillen vergeleken met dezelfde elementen uit de moedertaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige vormen van interferentie aanwijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt dat een gedachte op verschillende manieren geuit kan worden in de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan voorbeelden aangeven van manieren van zeggen/eenvoudige stijlfiguren </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie: Vreemde Talen</al><al>Domein: kennis van land en cultuur</al><al>Kerndoel: 7. De leerling kent belangrijke componenten uit het land en de cultuur van de sprekers van de vreemde taal</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling (kennis)</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling (uitvoeren)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 1</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al><al>(tussendoelen)</al></entry><entry colname="col2"><al>kent verschillende culturele uitingen en instituten van de doelcultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan spellen, liedjes, feestdagen, verhalen, toneel, noemen </al><al>kan traditionele gewoontes noemen</al><al>kan beroepen noemen</al><al>kan belangrijke monumenten noemen zoals musea</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige gedrags- en omgangsvormen in verschillende situaties</al></entry><entry colname="col3"><al>kan deze conventies noemen met betrekking tot de school, het gezin, de maatschappij </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent folkloristische gebruiken en artikelen</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent speelgoed, kleding, voedsel en drank</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent enkele belangrijke culturele vormen van expressie in de doelcultuur</al></entry><entry colname="col3"><al>kan een aantal kinderliedjes, een aantal kinderboeken, kunstobjecten voor leeftijdgenoten in de doelcultuur noemen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Kerndoelen Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen II voor het Funderend Onderwijs </tussenkop><al>De kerndoelen Vreemde Talen II zijn verdeeld over de domeinen:</al><tussenkop>Mondelinge taalvaardigheid</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De leerling begrijpt gesproken teksten met betrekking tot alledaagse onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>De leerling kan met medeleerlingen en met moedertaalsprekers van de doeltaal eenvoudige gesprekken voeren; hij kan</al></li></lijst><al>daarbij informatie geven, meningen, gevoelens en emoties uiten. Hij hanteert hierbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van de doeltaal begrijpelijk is.</al><al>3.De leerling kan informatie of zijn eigen mening met betrekking tot onderwerpen die aansluiten bij zijn belevingswereld aan een publiek presenteren.</al><tussenkop>Schrijfvaardigheid</tussenkop><al>4.De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven.</al><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid </al><al>Kerndoel 1. De leerling begrijpt gesproken teksten met betrekking tot alledaagse onderwerpen </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>weet dat fonetische systemen van talen verschillen </al></entry><entry colname="col3"><al>herkent een aantal vreemde talen en kan deze benoemen op basis van hun klanken en woorden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de spraakklanken van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>herkent de verschillende klanken van de doeltaal gesproken door een persoon of met behulp van audiovisuele middelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>begrijpt eenvoudige instructies en taalfuncties</al></entry><entry colname="col3"><al>reageert adequaat op eenvoudige instructies</al><al>reageert adequaat op groet- en afscheidformules</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 2. De leerling kan met medeleerlingen en met moedertaalsprekers van de doeltaal eenvoudige gesprekken voeren; hij kan daarbij informatie geven, meningen, gevoelens en emoties uiten. Hij hanteert daarbij een uitspraak die voor moedertaalsprekers van de doeltaal begrijpelijk is</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>herkent de verschillende klanken van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan de verschillende klanken van de doeltaal</al><al> reproduceren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent een aantal woorden en formules rondom alledaagse en bijzondere gebeurtenissen </al></entry><entry colname="col3"><al>kan een aantal formules gebruiken met betrekking tot:</al><al>groeten en afscheid nemen</al><al>instemmen en afwijzen</al><al>bedanken</al><al>verontschuldigen</al><al>aandacht vragen </al><al>gelukwensen bij verjaardagen, kerst en nieuwjaar</al><al>condoleren</al><al>persoonlijke gegevens zoals naam, leeftijd, adres en telefoonnummer</al><al>aanspreekformules</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: Mondelinge taalvaardigheid</al><al>Kerndoel 3. De leerling kan informatie of zijn eigen mening met betrekking tot verschillende onderwerpen aan een publiek presenteren</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al>kent eenvoudige liedjes</al></entry><entry colname="col3"><al>kan eenvoudige liedjes voor een groep zingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Educatiegebied: Taal, Geletterdheid en Communicatie Vreemde Talen</al><al>Domein: schrijfvaardigheid</al><al>Kerndoel 4. De leerling kan over verschillende onderwerpen schriftelijke informatie geven</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De leerling:</al></entry><entry colname="col3"><al>De leerling:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cyclus 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent technieken om korte, persoonlijke en informele teksten te schrijven </al></entry><entry colname="col3"><al>schrijft teksten met informatie over / beschrijving van zichzelf, zijn gezin, vrienden of activiteiten op school.</al><al>schrijft deze teksten via email</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet hoe eenvoudige formele informatie te geven</al></entry><entry colname="col3"><al>kan persoonlijke gegevens invullen op een eenvoudig invulformulier </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>kent de spelling van de doeltaal</al></entry><entry colname="col3"><al>kan beluisterde woorden en korte zinnen correct opschrijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>weet dat de bij het moedertaalonderwijs verworven schrijfstrategieën ingezet kunnen worden</al></entry><entry colname="col3"><al>past schrijfstrategieën voor, tijdens en na het schrijven toe</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>