<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14345_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet kinderopvang gemeente Alphen-Chaam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-10-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad 21-01-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet kinderopvang gemeente Alphen-Chaam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20kinderopvang/article=25">Wet kinderopvang, art. 25 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Alphen-Chaam;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2004,
                        nr. –12-04;</al><al>gezien het advies van de beleidscommissie d.d. 6 december 2004;</al><al>gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en
                        de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening Wet kinderopvang gemeente Alphen-Chaam'
                        overeenkomstig de tekst zoals die aan dit besluit is gehecht.</al><al>Aldus besloten in de vergadering</al><al>van 23 december 2004.</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al><al>, voorzitter</al><al>, griffier</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>VERORDENING WET KINDEROPVANG</titel></kop><paragraaf><kop><titel>§ 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>het college: het college van burgemeester en
                                        wethouders;</al></li><li nr="b"><al>de wet: de Wet kinderopvang;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 2. VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN
                                SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Te verstrekken gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van
                                        kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als
                                        bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de
                                        volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam van de partner en,
                                                indien dit een ander adres is dan het adres van de
                                                ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam en geboortedatum van het kind of de kinderen
                                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te
                                                kunnen besluiten over de aanvraag van de
                                                tegemoetkoming.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp
                                        van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                        aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                        ondertekend door de partner.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit over de aanvraag binnen achtweken na
                                        ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vierweken
                                        verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in
                                        kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op
                                grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de geldigheidsduur van de indicatie;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt
                                        geacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een
                                sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten
                                        van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of</al></li><li nr="b."><al>de ouder of de partner niet behoort tot de personen als
                                        bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of 1 van de
                                        wet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 3. AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van
                                        kinderopvang bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en sofi-nummer van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en sofï-nummer van de
                                                partner en, indien dit een ander adres is dan het
                                                adres van de ouder: het adres van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of
                                                de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming
                                                betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                                gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen
                                                waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal
                                                uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en
                                                de aanvangsdatum van de opvang;</al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit
                                                blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen
                                                als bedoeld in artikel 22 van de wet;</al></li><li nr="f."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te
                                                kunnen besluiten over de aanvraag van de
                                                tegemoetkoming.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp
                                        van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                        aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                        ondertekend door de partner.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 4. VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de
                                    tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na
                                        ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vierweken
                                        verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in
                                        kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort
                                tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum
                                        waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college
                                        in ontvangst is genomen.</al></li><li nr="2."><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt
                                        de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                        kinderopvang zal plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt
                                    verleend</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                        tegemoetkomingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de
                                        tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                        kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een
                                        ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of
                                        tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor
                                        het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel
                                        redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid
                                        en zorg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                                kinderopvang bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen
                                        de ouder behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop
                                        de tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau
                                        waar de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak
                                        waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt
                                        bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt
                                        verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in
                                        maandelijkse termijnen uitbetaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze
                                        van bevoorschotting.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 5. VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Het besluit tot vaststelling van de
                                    tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder verstrekt binnen vierweken na afloop van de periode
                                        waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een
                                        overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over
                                        deze periode.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen achtweken na
                                        ontvangst van het overzicht van de kosten vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen
                                vierweken betaald, onder verrekening van de betaalde
                                voorschotten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 6. VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Inlichtingen plicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het
                                        bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk
                                        mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden
                                        tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming.</al></li><li nr="2."><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college,
                                        binnen een door het college te stellen redelijke termijn,
                                        alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die
                                        voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van
                                        de gemeente van belang zijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>§ 7. SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 8<sup>e </sup>dag na die
                                van de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als Verordening Wet kinderopvang
                                (VWk) gemeente Alphen-Chaam</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>