<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14344_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Weekblad 21-08-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Alphen-Chaam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8%2C%2019%2C%2023%2C%2035">Wet inburgering, art. 8, 19, 23, 35 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-08-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>(dfvs3 22-02-2007)</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Alphen-Chaam;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>WIN: de Wet inburgering nieuwkomers;</al></li><li nr="d."><al>WEB: de Wet educatie en beroepsonderwijs;</al></li><li nr="e."><al>zelfmelder: een inburgeringsplichtige die zichzelf heeft
                                            gemeld bij het college met het verzoek hem een
                                            inburgeringsvoorziening aan te bieden;</al></li><li nr="f."><al>case-/klantmanager: de gemeentelijke regisseur van de
                                            aan de inburgeringsplichtige aangeboden
                                            inburgeringsvoorziening met bevoegdheden op het gebied
                                            van onder meer bewaking, handhaving, coaching en
                                            begeleiding;</al></li><li nr="g."><al>WWB: de Wet Werk en bijstand;</al></li><li nr="h."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5,
                                            onderdeel c, van de WWB; Er wordt in alle gevallen
                                            uitgegaan van de norm voor zelfstandig wonenden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                    middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Het spreekuur inburgering van de sector Sociale
                                            Zaken;</al></li><li nr="b."><al>Informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen aan
                                            wie een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden en aan
                                            andere overige potentieel inburgeringsplichtigen tijdens
                                            de oproep zoals bedoeld in artikel 25 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>De gemeentelijke website;</al></li><li nr="d."><al>Schriftelijk voorlichtingsmateriaal;</al></li><li nr="e."><al>Het loket van het cluster Burgerzaken;</al></li><li nr="f."><al>Overige relevante gemeentelijke loketten;</al></li><li nr="g."><al>Eventueel een nog aan te wijzen organisatie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hiernaast vindt informatieverstrekking in elk geval plaats op
                                    aanvraag van de inburgeringsplichtige.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan
                                    hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het vaststellen door het college van de groep of groepen
                                    inburgeringsplichtigen waaraan een inburgeringsvoorziening wordt
                                    aangeboden, wordt voorrang gegeven aan de volgende categorieën: </al><lijst><li nr="a."><al>Personen die in 2007 en latere jaren een
                                            inburgeringsprogramma afronden op basis van de WIN of de
                                            WEB en desondanks geen vrijstelling kunnen krijgen van
                                            de inburgeringsplicht;</al></li><li nr="b."><al>Vreemdelingen met een verblijfsvergunning regulier en
                                            met het ouderlijk gezag over één of meerdere
                                            minderjarige kinderen;</al></li><li nr="c."><al>Vreemdelingen met een verblijfsvergunning regulier voor
                                            bepaalde tijd;</al></li><li nr="d."><al>Uitkeringsgerechtigden;</al></li><li nr="e."><al>Zelfmelders.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren, af
                                    op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                    omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                    inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></li><li nr="3."><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                    geregeld, één of meer van de volgende onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>Nederlandse taalles;</al></li><li nr="b."><al>Kennis van de Nederlandse samenleving;</al></li><li nr="c."><al>Voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
                                            inburgeringsexamen;</al></li><li nr="d."><al>Individuele begeleiding door een casemanager;</al></li><li nr="e."><al>Maatschappelijke begeleiding;</al></li><li nr="f."><al>Activiteiten gericht op arbeid of de verwerving
                                            daarvan;</al></li><li nr="g."><al>Activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of
                                            voorbereiding daarop;</al></li><li nr="h."><al>Activiteiten gericht op participatie en gezin.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt in beginsel in één keer voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag van de inburgeringsplichtige kan in maximaal 10
                                    termijnen worden betaald.</al></li><li nr="3."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                    inburgeringsvoorziening het tijdstip en indien daarvoor een
                                    aanvraag is ingediend, de termijnen van betaling vast. Indien
                                    het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                    bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de casemanager;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                    tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt
                                    persoonlijk overhandigd aan de inburgeringsplichtige en tevens
                                    gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de
                                    gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de
                                    rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                    inburgeringsvoorziening worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen twee weken middels ondertekening het college schriftelijk
                                    mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></li><li nr="4."><al>Het niet aanvaarden van een aanbod, ontslaat de
                                    inburgeringsplichtige niet van de verplichtingen als benoemd in
                                    artikel 7 van de wet. Wanneer de inburgeringsplichtige het
                                    aanbod niet aanvaardt, zal op grond van artikel 26 van de wet
                                    een beschikking worden vastgesteld waarmee de termijn zoals
                                    bedoeld in artikel 7 van de wet, van start gaat.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking waarin de inburgeringsplicht wordt vastgesteld
                                    bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                            handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel
                                            26 van de wet, aanvangt;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                            behaald;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van rechten en plichten van de
                                            inburgeringsplichtige.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ingeval van aanvaarding van een aanbod wordt bovendien het
                                    besluit tot toekennen van de inburgeringsvoorziening vastgelegd
                                    bij de beschikking zoals genoemd in artikel 8, eerste lid, van
                                    deze verordening. De volgende onderdelen worden dan aanvullend
                                    opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>de duur van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>de rechten en plichten verbonden aan de
                                            inburgeringsvoorziening inclusief het tijdstip waarop
                                            voor de eerste maal aan het inburgeringsexamen moet zijn
                                            deelgenomen;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid van sancties;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt 20% van de netto bijstandsnorm
                                    per maand indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten
                                    aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden
                                    dat deze inburgeringsplichtig is, geen gehoor geeft aan de
                                    oproep van het college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de
                                    wet of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek,
                                    bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm
                                    per maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
                                    medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
                                    vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23,
                                    eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in
                                    artikel 6 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de netto bijstandsnorm
                                    per maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in
                                    artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de
                                    door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel
                                    a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                    behaald.</al></li><li nr="4."><al>De bestuurlijke boete bedraagt 80% van de netto bijstandsnorm
                                    per maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door
                                    het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet
                                    vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="5."><al>Bij de vaststelling van het boetebedrag geldt de netto
                                    bijstandsnorm per maand die voor betrokkene geldt of zou gelden
                                    als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan, in afwijking van lid 1 tot en met 4 van dit
                                    artikel, het percentage van de bijstandsnorm lager of hoger
                                    vaststellen, tot een maximum van de in artikel 34 van de wet
                                    gestelde maximumbedragen, rekening houdend met de ernst van de
                                    gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele
                                    omstandigheden van de inburgeringsplichtige.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen heeft afgelegd op
                            het tijdstip zoals opgenomen in de beschikking, benoemd in artikel 8,
                            lid 2 van deze verordening, zal een stimuleringsbonus ter hoogte van het
                            bedrag van de eigen bijdrage worden uitgekeerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 17 april 2007 en werkt
                            terug tot en met 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Inburgering
                            gemeente Alphen-Chaam.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De RAAD VAN ALPHEN-CHAAM</ondertekening><ondertekening>M. Luijben drs. H.W.S.M. Nuijten</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al>De Wet inburgering (WI) is op 1 januari 2007 in werking getreden en is in de
                    plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen gekomen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel
                    alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland
                    willen en mogen verblijven.</al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een
                    resultaatsverplichting).</al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li></lijst><al>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen.</al><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                    faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de
                    volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuw- en oudkomers die algemene bijstand of een uitkering ontvangen die
                            is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                            uitkering hebben;</al></li><li nr="3."><al>asielgerechtigde nieuw- en oudkomers;</al></li><li nr="4."><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar.</al></li></lijst><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee groepen (nieuw- en
                    oudkomers die een algemene bijstand of een nader aangeduide uitkering ontvangen
                    en oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben) kán het
                    college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19, eerste lid, WI). Het
                    college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en aan nieuw- en
                    oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid,
                    WI).</al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                    inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook
                    uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze vier
                    groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval
                    regels moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            WI).</al></li><li nr="-"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al></li><li nr="-"><al>De vaststelling door het college van een passende
                            inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de
                            samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid,
                            onderdeel b, WI).</al></li><li nr="-"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder
                            geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en
                            de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid,
                            WI).</al></li></lijst><al>Het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke boete</al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al>Deze verordening is naast de WI en de daarop berustende regelingen, mede
                    gebaseerd op de nota 'Inburgering Plus in Alphen-Chaam. Beleidsuitgangspunten
                    2007 tot en met 2009'. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In het eerste lid zijn definities opgenomen met betrekking tot de in de
                        verordening gebruikte begrippen. Het tweede lid geeft aan dat de
                        omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in respectievelijk de
                        Wet inburgering, het Besluit inburgering en de ministeriële regelingen op
                        basis van de wet, ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>In artikel 8 van de WI is bepaald dat de gemeente per verordening vastlegt
                        hoe zij aan haar taak in de informatieverstrekking aan
                        inburgeringsplichtigen wat betreft hun rechten en plichten en het aanbod van
                        en de toegang tot de inburgeringsvoorziening, gaat voldoen. In artikel 2
                        staan de onderwerpen genoemd die in de informatievoorziening in elk geval
                        aan bod komen en de middelen die daarbij in elk geval zullen worden ingezet:
                        het spreekuur inburgering van de sector Sociale Zaken is ingericht om
                        informatie te verstrekken aan alle doelgroepen van inburgering, telefonisch
                        of via een direct gesprek (op afspraak). Bij doelgroepen die een voorziening
                        krijgen aangeboden, vindt informatieverstrekking tijdens de intake en het
                        traject plaats. Daarnaast wordt informatie voor potentiële doelgroepen via
                        de gemeentelijke website en middels schriftelijk voorlichtingsmateriaal
                        verstrekt. Ook zal het loket van het cluster Burgerzaken als
                        informatiekanaal benut worden, evenals het loket van het cluster sociale
                        zaken en het spreekuur van de klantmanager minderheden. Aanvullend zal naar
                        andere passende vormen gezocht worden, zoals ook het benutten van het
                        spreekuur van de Stichting Nieuwkomers en VluchtelingenWerk in A-C. Het
                        derde lid bepaalt dat het college in elk geval aan verzoeken om informatie
                        van de kant van de inburgeringsplichtige zal voldoen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                        criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                        inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, WI). Artikel 3 van de
                        verordening vormt de uitwerking van deze verplichting.</al><al>Artikel 19, tweede lid, van de WI bepaalt dat het college in elk geval een
                        inburgeringsvoorziening aanbiedt aan nieuwkomers en oudkomers met een
                        vluchtelingenstatus en geestelijk bedienaren. Omdat deze bepaling reeds in
                        de WI is opgenomen is deze niet overgenomen in deze verordening.</al><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                        inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering
                                ontvangen die is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>Het eerste lid van artikel 3 van deze verordening draagt het college op om
                        vast te stellen aan welke groepen inburgeringsplichtigen (binnen de twee
                        doelgroepen van artikel 19, eerste lid, WI) een inburgeringsvoorziening zal
                        worden aangeboden.</al><al>In het tweede lid is - overigens niet in volgorde van importantie -
                        vastgelegd binnen welke kaders het college tot zijn keuze van groepen kan
                        komen. Het is van belang deze kaders niet te eng te definiëren. Te strenge
                        criteria zouden kunnen leiden tot het niet benutten van beschikbare
                        middelen. Om deze reden is in het tweede lid gesproken van ‘voorrang geven
                        aan’. Deze formulering geeft ruimte voor flexibiliteit en voorkomt dat de
                        verordening elk jaar aangepast dient te worden. Voor de inhoud van het
                        tweede lid is aangesloten bij de prioriteiten die zijn benoemd in de nota
                        ‘Inburgering Plus in Alphen-Chaam. Beleidsuitgangspunten 2007 tot en met
                        2009’.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                        inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, WI). In dit artikel worden
                        de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                        inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                        toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                        inburgeringsvoorziening moet vaststellen, genoemd worden de verschillenden
                        factoren die hierbij een rol kunnen spelen. De samenstelling van de
                        inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren wordt geregeld per
                        ministeriële regeling. Gemeenten hebben niet de mogelijkheid om de
                        inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijk bedienaren aanbieden naar
                        eigen inzicht vorm te geven. In artikel 4.24 van het Besluit Inburgering en
                        artikel 4.25 van de Regeling Inburgering, is bepaald dat de gehele
                        inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt aangeboden door
                        een landelijke aanbieder.</al><al>Ingeval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                        gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                        inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo
                        blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                        inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige
                        niet wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De WI bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd
                            <onderstreept>moet</onderstreept> worden met een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                        inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                        bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                        sociale zekerheidswet of sociale zekerheidsregeling
                            <onderstreept>én</onderstreept> die verplicht is om arbeid te verkrijgen
                        of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Indien in deze specifieke
                        situatie geen reïntegratievoorziening wordt aangeboden, kan de gemeente
                        derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is
                        verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                        inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). Het tweede lid draagt
                        het college op om ervoor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt
                        afgestemd op de reïntegratievoorziening.</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                        onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                        aanbieden. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                        ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                        inburgeringsexamen en het één maal kosteloos afleggen van dat examen
                        (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen
                        (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht
                        onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, WI).
                        Het onderdeel individuele begeleiding door een klant-/casemanager wordt in
                        het lokale beleid (en binnen het ROM) als randvoorwaarde voor een succesvol
                        inburgeringsprogramma beschouwd. Om deze reden is dit onderdeel tevens
                        opgenomen in het derde lid. Verder zijn activiteiten gericht op arbeid,
                        opleiding of participatie als aparte onderdelen opgenomen. Er is getracht
                        deze zo ruim mogelijk te benoemen, omdat de concrete invulling nog niet
                        vaststaat. Dit is van belang aangezien inburgeringsplichtigen, zodra zij een
                        aanbod accepteren, ook gehouden zijn deel te nemen aan alle onderdelen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van
                        betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte van de eigen
                        bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij
                        algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid,
                        WI).</al><al>In artikel 5 wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige het bedrag in
                        beginsel in één keer voldoet. De inburgeringsplichtige heeft desgevraagd het
                        recht de eigen bijdrage in maximaal 10 termijnen te betalen. Per beschikking
                        zal het tijdstip waarop word geïnd worden vastgelegd. Artikel 24, eerste
                        lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen
                        mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als
                        het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de
                        beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                        vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de
                        verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen
                        in het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt
                        in de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze
                        verplichtingen vast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Het doen van een aanbod van een inburgeringsvoorziening kan juridisch gezien
                        worden opgevat als een feitelijke handeling van het college. Dit betekent
                        dat de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht over het nemen van
                        besluiten in beginsel niet van toepassing zijn. Om die reden zijn in dit
                        artikel enkele procedurele bepalingen opgenomen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat een aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt
                        tot een besluit en beschikking tot het toekennen van een
                        inburgeringsvoorziening.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod
                        van een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op
                        schriftelijke wijze doet. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan
                        over het feit dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft
                        gedaan. Het schriftelijke aanbod wordt zoveel mogelijk persoonlijk
                        overhandigd aan de inburgeringsplichtige. Dit zal in de regel geschieden
                        tijdens een gesprek met de casemanager. Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde
                        strekking moeten hebben als de uiteindelijke beschikking.</al><al>In het tweede lid wordt bepaald dat de inhoud van en rechten en plichten bij
                        het aanbod worden vastgelegd. Hierdoor kan de instemming met het aanbod
                        tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning
                        van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt
                        opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het
                        aanbod.</al><al>Het derde lid bepaalt dat de inburgeringsplichtige middels ondertekening de
                        acceptatie kenbaar maakt. Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te
                        accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich
                        zelfstandig moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen. Het vierde lid
                        bevestigt dit gegeven.</al><al>Het vijfde lid bepaalt tenslotte dat de gemeente binnen een termijn van twee
                        weken met het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening
                        komt.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval bij
                        beschikking moeten worden vast gelegd. Ingeval van een oudkomer, moet het
                        college per beschikking de dag vastleggen waarop de termijn van handhaving
                        van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 26 WI). Binnen vijf jaar
                        ná deze datum moet de inburgeringsplichtige oudkomer het inburgeringexamen
                        hebben behaald. De termijn waarbinnen de inburgeringsplichtige het
                        inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7 WI).
                        In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden
                        gemaakt.</al><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is in het
                        geval van de doelgroepen zoals genoemd in artikel 19, lid 2, van de WI en
                        artikel 3, tweede lid, van deze verordening een beschikking. Dit betekent
                        dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in
                        bezwaar en beroep te gaan. Per beschikking zal de toegekende
                        inburgeringsvoorziening, inclusief de rechten en verplichtingen van de
                        inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden omgeschreven. Op grond van
                        artikel 23 WI dient de inburgeringsplichtige medewerking te verlenen aan de
                        uitvoering van de inburgeringsvoorziening. Handhaving hiervan is alleen
                        mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn
                        omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de
                        beschikking) bekend zijn gemaakt. Per beschikking kan worden neergelegd dat
                        de inburgeringsplichtige als onderdeel van de inburgeringsvoorziening op een
                        eerder tijdstip een inburgeringexamen moet afleggen. Het ligt voor de hand
                        dat het afleggen van dit examen verplicht wordt gesteld direct nadat de
                        looptijd van de inburgeringsvoorziening is afgelopen. Per beschikking moet
                        worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald
                        en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van
                        verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de
                        verordening. Er is voor gekozen in de verordening een onderscheid te maken
                        tussen de onderwerpen die in de beschikking ter oplegging van de
                        inburgeringsplicht worden vastgelegd (eerste lid van artikel 8 van deze
                        verordening) en de onderwerpen die in de beschikking voor toekenning van een
                        inburgeringsvoorziening worden vastgesteld (tweede lid). In het geval een
                        inburgeringsplichtige het aanbod tot een inburgeringsvoorziening weigert,
                        kan alleen de beschikking zoals genoemd onder het eerste lid worden
                        opgelegd.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 van de WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 van de WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. In
                        lid 1 tot en met 4 van artikel 9 van deze verordening is de hoogte van de
                        boetes bepaald. In de verordening is gekozen de boetebedragen weer te geven
                        als percentages van de bijstandsnorm, zoals ook in de huidige
                        Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers. Rechtsgelijkheid gebiedt dat
                        de hoogte van de bestuurlijke boetes in deze verordening wordt afgestemd op
                        de hoogte van de maatregelen in de Afstemmingsverordening Wet werk en
                        bijstand. Gekozen is om de hoogte van de boete zoveel mogelijk aan te laten
                        sluiten bij de maximale bedragen in artikel 34 van de WI. De kans dat een
                        inburgeringsplichtige zijn plicht ‘afkoopt’ middels het betalen van
                        bestuurlijke boetes wordt op deze wijze zo veel mogelijk ingeperkt.</al><al>De boetes die in de verordening worden opgenomen, zijn geen gefixeerde
                        bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten
                        afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de
                        overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                        zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is
                        gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat
                        het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan of
                        gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                        inburgeringsplichtige, afwijking van de hoogte van de voorgeschreven boete
                        geboden is. Afwijking van de standaardboete kan zowel een verhoging als een
                        verlaging betekenen, zij het dat de verhoging niet het maximumbedrag van
                        artikel 34 WI te boven mag gaan. Lid 6 van artikel 9 van deze verordening
                        gaat in op deze bepalingen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Stimuleringsbonus</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald dat een bonus kan worden verdiend ter hoogte van
                        de eigen bijdrage, indien de inburgeringsplichtige binnen de in de
                        beschikking gestelde termijn het inburgeringsexamen aflegt. Deze
                        bonusregeling is opgenomen als een extra stimulans tot het (succesvol)
                        afronden van het inburgeringsprogramma.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich.</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.</titel></kop></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>