<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14325_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Ambtelijke Bijstand en de Fractieondersteuning 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen-Chaam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Niet gepubliceerd (interne regeling)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=33">Gemeentewet, art. 33 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-02-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-02-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Ambtelijke Bijstand en de Fractieondersteuning 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>VERSIE 26 februari 2003 </al><al><onderstreept>Besluit tot Vaststellen van “DE VERORDENING OP DE AMBTELIJKE
                            BIJSTAND EN DE FRACTIEONDERSTEUNING 2003” </onderstreept></al><al>De Raad van de gemeente Alphen-Chaam; </al><al>gelezen het voorstel van het college burgemeester en wethouders d.d. 14
                        januari 2002 nummer 16-2-03; </al><al>gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet; </al><al>BESLUIT:</al><al>onder intrekking van de “Regeling ambtelijke Bijstand 1997”, vastgesteld
                        door de gemeenteraad en in werking getreden op 1 januari 1997, vast te
                        stellen de “de verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning 2003”. </al><al>Aldus besloten in de vergadering van 20 februari 2003. </al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al><al>, voorzitter</al><al>, griffier</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel><onderstreept>Paragraaf 1: Ambtelijke bijstand</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid of commissielid wendt zich tot de griffier met een
                                    verzoek om: </al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn.</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                            en moties of andere bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b,
                                    wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op
                                    verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></li><li nr="4."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt
                                    verleend door de griffier of een medewerker van de griffie.
                                    Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een
                                    medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de
                                    secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die
                                    de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                    secretaris ambtelijke bijstand tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid c.q. commissielied niet aannemelijk heeft
                                            gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de
                                            werkzaamheden van de raad of de commissie;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand betreft bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                            onderdeel c en de fractie waartoe het raadslid c.q. het
                                            commissielid behoort, reeds volledig gebruik heeft
                                            gemaakt van het op grond van artikel 5, eerste en tweede
                                            lid, beschikbaar gestelde aantal uren ambtelijke
                                            bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid c.q. commissielid dat het verzoek heeft
                                    ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid c.q.
                            commissielid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester
                            beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid c.q. commissielid niet tevreden is over door
                                    een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de griffier
                                    hiervan schriftelijk mededeling aan de secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                    de zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke in de raad vertegenwoordigde fractie heeft per jaar recht
                                    op 50 uur ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, onderdeel c.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 heeft elke in de raad
                                    vertegenwoordigde fractie per raadslid per jaar recht op 25 uur
                                    ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                    onderdeel c.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris houdt een register van de verleende ambtelijke
                                    bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c bij,
                                    waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke
                                    organisatie wordt opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid c.q. commissielid om bijstand heeft
                                            verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft
                                            gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                            college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid c.q. commissielid kan aangeven dat een verzoek om
                                    ambtelijk bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim
                                    wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen
                                    over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het
                                    gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het
                                    betrokken raadslid c.q. commissielid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><onderstreept><cursief>Paragraaf 2:
                                Fractieondersteuning</cursief></onderstreept></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van
                                    orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie.</al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 113,45 voor elke
                                    fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 45,38
                                    per raadszetel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                            toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van
                                    een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar
                                    verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                    verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de
                                    verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                    de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                    wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat
                                    jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten
                                    in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld bedoeld
                                    in artikel 13, derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de bijdrage </al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                    tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke
                                    fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid
                                    van het aantal bij de splitsing betrokken leden.</al></li><li nr="3."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                    fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de
                                    verdeling die volgt uit het tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van
                                    de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die
                                    fractie in volgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></li><li nr="3."><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                    uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                    jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></li><li nr="4."><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie
                                    die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die
                                    naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
                                    worden beschouwd.</al></li><li nr="5."><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
                                    worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op
                                    dat meerdere.</al></li><li nr="6."><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                    betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                    splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                    bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                    kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding
                                    van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van
                                    een verslag.</al></li><li nr="2."><al>Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast
                                    met de controle van de jaarrekening. De accountant breng advies
                                    uit aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de
                                    bedragen vast van: </al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige
                                            kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde
                                            uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover
                                            nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen
                                            voorschotten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13a</titel></kop><al>Gelet op de geringe hoogte van de bijdrage zoals vastgesteld in artikel
                            8, tweede lid, treden de artikelen 12 en 13, evenals verwijzingen naar
                            deze bepalingen in andere artikelen, vooralsnog niet in werking</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><cursief><onderstreept>Paragraaf 3
                                Slotbepaling</onderstreept></cursief></titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 20 februari
                                    2003.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de "Regeling inzake het verstrekken van
                                    ambtelijke bijstand aan de leden van de gemeenteraad 1997".
                                    Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Alphen-Chaam op 20
                                    februari 2003.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>Artikelgewijze toelichting</onderstreept></titel></kop><al>Artikel 1</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor
                    de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op de
                    raadscommissies.</al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al>Artikelen 2 en 3</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al>Artikel 4</al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris. Om het indienen van een klacht een minder vrijblijvende
                    strekking toe te kennen is op verzoek van het Managementteam de schriftelijke
                    verplichting toegevoegd aan de oorspronkelijke tekst. (ML – 140103)</al><al>Artikel 5</al><al>Door aan iedere fractie per fractie en per raadslid een vaste hoeveelheid uren
                    recht op ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie toe te
                    kennen wordt een extra garantie geboden dat dit recht ook geëffectueerd kan
                    worden. Het biedt de ambtelijke organisatie bovendien de mogelijkheid enigszins
                    grip te houden op de omvang van de werkzaamheden. Deze begrenzing geldt niet
                    voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                    onderdeel a en b. Deze hulp kan onbeperkt verleend worden.</al><al>Het register dat door de secretaris kan worden bijgehouden maakt het mogelijk na
                    te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan
                    een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen.</al><al>De vaste hoeveelheid uren is gebaseerd op de productieve uren die een ambtenaar
                    per jaar beschikbaar heeft. Deze productieve uren zijn berekend op 1326 per
                    formatie-eenheid (fte). Geschat wordt dat een inzet van een halve fte voldoende
                    is om raad en commissies gedurende een jaar te voorzien van ambtelijke
                    ondersteuning. Dit betekent dat er per fractie 50 en per raadslid 25 uur
                    beschikbaar is. Gelet op het feit dat het een schatting is, is het bijhouden van
                    een register als bedoeld in lid 2 cruciaal. Op basis van ervaringscijfers kan in
                    de loop der tijd een zeer nauwkeurige schatting van beschikbare uren gemaakt
                    worden.</al><al>Het is aan de fracties om de beschikbare uren in te zetten voor ambtelijke
                    bijstand aan (burger)commissieleden en/of raadsleden; de fracties kunnen de uren
                    in die zin naar eigen inzicht benutten.</al><al>Artikel 6</al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand tussen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al>Artikel 7</al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar
                    niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                    collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><al>Artikel 8</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al>Artikel 9</al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd
                    waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere
                    voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat
                    raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd
                    te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook
                    niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaan kan deze inhoudelijk niet
                    te zeer gedetailleerd geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het
                    beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
                    geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                    moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel
                    ondersteunen.</al><al>Artikel 10</al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld onrechtmatig
                    is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend worden.</al><al>Artikel 11</al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergaderd de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat
                    de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger
                    uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                    verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de
                    oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het andere
                    deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog
                    verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct
                    te laten plaatsvinden.</al><al>Artikel 12</al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet
                    eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden.</al><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met
                    de splitsing van een fractie. De regeling in het zesde lid regelt dat de reserve
                    naar evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw ontstane fracties. Indien een
                    splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan
                    over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over
                    dat ook in dat geval de reserve verdeeld moet worden.</al><al>Artikel 13</al><al>De controle van het verslag kan door de accountant meegenomen worden met de
                    controle op de jaarrekening. Uit het verslag en de accountantsverklaring kan
                    naar voren komen dat er een verrekening dient plaats te vinden met het
                    verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat een
                    fractie uit de raad verdwijnt zal de raad het ten onrechte uitgekeerde voorschot
                    kunnen terugvorderen. In kleinere gemeenten waar het om een beperkte bijdrage
                    voor fractieondersteuning gaat, kan wellicht accountantscontrole van het verslag
                    van de fractie achterwege blijven. In dat geval kan het tweede lid vervallen en
                    zal het derde lid aangepast moeten worden.</al><al>Artikel 13a</al><al>In afwijking tot de modelverordening heeft de ambtelijk steller van deze
                    verordening (ML) dit artikel toegevoegd. Het artikel spreekt in feite voor zich.
                    De kosten van een controle zoals in de artikelen 12 en 13 wordt opgelegd staan
                    in geen verhouding tot de baten van de bijdrage. Op zich hoeft dat geen
                    criterium te zijn, maar de hoogte van de bijdrage geeft geen reden voor een
                    controlesysteem zoals in de verordening is opgenomen. Om die reden(en) wordt
                    aanbevolen om deze artikelen vooralsnog niet in werking te laten treden. Indien
                    de bijdrage aanzienlijk wordt verhoogd kan dit artikel bij raadsbesluit worden
                    geschrapt.</al><al>Artikel 14</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>