Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sint Maarten

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van de artikelen 10 en 22 van de Regeling ambtenarenrechtspraak

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSint Maarten
OrganisatietypeKoninkrijksdeel
Officiële naam regelingLANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van de artikelen 10 en 22 van de Regeling ambtenarenrechtspraak
CiteertitelOnbekend
Vastgesteld doorregering
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De oorspronkelijke regeling is ondertekend op 19 juni 1952, gepubliceerd in P.B. 1952, no. 61, en in werking getreden op 1 januari 1953.

Zie www.overheid.nl voor de historie van deze regeling vóór 10-10-10 via lokale regelingen en uitgebreid zoeken onder v.m. Nederlandse Antillen, met als zoekdatum 09-10-2010.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Regeling ambtenarenrechtspraak, artikelen 10 en 22

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-10-2010geconsolideerde tekst (GT)

19-04-2013

AB 2013, GT no. 495

n.v.t.

Tekst van de regeling

Intitulé

LANDSBESLUIT HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN ter uitvoering van de artikelen 10 en 22 van de Regeling ambtenarenrechtspraak

 

 

Artikel 1

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hierna te noemen: het Hof, kan aan de rechter in ambtenarenzaken en de rechter-plaatsvervanger, alsmede aan de leden en leden-plaatsvervangers van de Raad van Beroep, die zich schuldig maken aan handelingen strijdig met de eer of waardigheid van hun ambt, een waarschuwing geven, na hen te voren de gelegenheid geboden te hebben zich te zijnen overstaan te verantwoorden.

Artikel 2

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van artikel 10 en het tweede lid van artikel 22 van de Regeling ambtenarenrechtspraak, zijn het Gerecht in ambtenarenzaken en de Raad van Beroep verplicht de Minister van Justitie desgevraagd schriftelijk van bericht en advies te dienen over onderwerpen hun werkkring betreffende.

Artikel 3
  • 1.

    De benoemde leden en leden-plaatsvervangers van de Raad van Beroep leggen, alvorens hun bediening te aanvaarden, in handen van de voorzitter van het Hof, bijgestaan door de griffier van het Hof, de eed of belofte af, in artikel 11 van de Rechterlijke organisatie omschreven, met deze wijziging, dat, waar daarin voorkomen de woorden "enige rechtszaak", in deze wordt gelezen "enig geding".

  • 2.

    Tijd en plaats van de beëdiging worden door de voorzitter vastgesteld in overleg met de te beëdigen leden en leden-plaatsvervangers.

  • 3.

    Van het afleggen van de eed of de belofte wordt proces-verbaal opgemaakt.

  • 4.

    Door het afleggen van de eed of de belofte aanvaarden de benoemde leden en leden- plaatsvervangers tevens hun bediening.

Artikel 4
  • 1.

    Bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten kunnen niet tezamen voor de behandeling van een geding zitting nemen in de Raad van Beroep.

  • 2.

    Bij de behandeling van een geding door de Raad van Beroep mag niet worden dienst gedaan door een griffier in bloed- of aanverwantschap tot de derde graad ingesloten bestaande aan een van degenen, die zitting hebben.

  • 3.

    De zwagerschap houdt op door ontbinding van het huwelijk, waardoor zij is veroorzaakt.

Artikel 5.

[regelt de inwerkingtreding]