<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1431_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Duinstreek, 26-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-04-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteraad</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>- Besluit Nadere regels behorende bij art. 4 van de Parkeerverordening 2008</al><al>- Besluit tot aanwijzing weggedeelten en terreinen voor betaald parkeren en tot het stellen van voorschriften voor het inwerking stellen van parkeerapparatuur (Aanwijzingsbesluit 2008)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De parkeerverordening 2007 komt hiermee te vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 13 november 2007;</al><al>gelezen het advies van de commissie ruimte en beheer d.d. 4 december
                        2007;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om regels vast te stellen voor een goede
                        verdeling van de beschikbare parkeerruimte en voor het uitgeven van
                        vergunningen voor het parkeren; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren (<vet>PARKEERVERORDENING
                            2008)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><cursief>autobus: </cursief>hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    het RVV 1990;</al></li><li nr="d."><al><cursief>brommobiel</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                                    in het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                    periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                                    onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                                    gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                    weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                    wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="f."><al><cursief>houder</cursief>: degene die naar de omstandigheden als
                                    houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="h."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorend bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="i."><al><cursief>vergunninghoudersparkeerplaats</cursief>: een
                                    parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al><cursief>vergunning</cursief>: een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                    toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersparkeerplaatsen;</al></li><li nr="k."><al><cursief>bewonersvergunning:</cursief> een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning als bedoeld onder k. aan
                                    bewoners in een op grond van artikel 2 aangewezen gebied conform
                                    de nadere regels als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="l."><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="m."><al><cursief>college</cursief>: college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Bergen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het</al><al> parkeren op vergunninghoudersparkeerplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning kan worden onderscheiden
                                in: bewonersvergunning, bezoekersvergunning, bedrijfsvergunning,
                                tijdelijke bedrijfsvergunning, verblijfsrecreantenvergunning,
                                strandhuisjesvergunning en bijzondere vergunning.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr/><al>Het college kan nadere regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning als </al><al>bedoeld in artikel 3.</al><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college voor
                                een bewonersvergunning voor de eerste auto een langere duur
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied of de gebieden waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het motorvoertuig van de vergunninghouder
                                        of straatnaam, postcode en woonplaats van de
                                        vergunninghouder of huisjesnummer en naam van de
                                        kampeervereniging;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verlies of diefstal van een vergunning binnen de
                                geldigheidstermijn kan op een daartoe strekkend verzoek een nieuwe
                                vergunning worden verstrekt mits een proces verbaal van de politie
                                wordt overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van verlies of
                                diefstal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken van of wijzigen van een vergunning is
                                met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of
                                wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in één van de
                                omstandigheden, die relevant waren voor het verlenen van de
                                vergunning, binnen een maand te melden bij het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of
                                een brommobiel te plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een vergunninghoudersparkeerplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het doen of
                                laten staan op een weg van een caravan e.d. overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 5.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                gemeente Bergen 2001.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig/brommobiel te parkeren indien de
                                        parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
                                        onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt
                                        gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig/brommobiel geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer aan de eigenaar of houder van het
                                        motorvoertuig/brommobiel een vergunning is verleend voor het
                                        parkeren op de betreffende categorie
                                        parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig/brommobiel
                                        duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning achter de
                                        voorruit van het motorvoertuig/brommobiel en niet gehandeld
                                        wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>voor de eigenaar of houder van een voertuig die in het bezit
                                        is van een geldige en leesbare gehandicaptenparkeerkaart
                                        (GPK) en deze op een zichtbare plaats achter de voorruit van
                                        het voertuig heeft aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>voor plaatsen die zijn bedoeld voor het parkeren van
                                        autobussen en die als zodanig zijn aangeduid;</al></li><li nr="d."><al>indien er door een voertuig langer dan 6 meter wordt
                                        geparkeerd op een plaats waar dit volgens artikel 5.1.7. lid
                                        2, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen
                                        2001 is toegestaan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuur-plaatsen waar op grond van de Verordening
                                parkeerbelastingen 2008 naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens
                                het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                vergunninghoudersparkeerplaats slechts aan vergunninghouders is
                                toegestaan aldaar een motorvoertuig of brommobiel te parkeren of
                                geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig of brommobiel duidelijk
                                        zichtbaar is voorzien van de vergunning achter de voorruit
                                        van het motorvoertuig/brommobiel dan wel bij gebreke van een
                                        voorruit op een anderszins zichtbare plaats;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een voertuig die in het bezit is
                                        van een geldige en leesbare gehandicaptenparkeerkaart (GPK)
                                        en deze op een zichtbare plaats achter de voorruit van het
                                        voertuig heeft aangebracht;</al></li><li nr="b."><al>vergunninghoudersparkeerplaatsen in zone E, indien het
                                        motorvoertuig of de brommobiel overeenkomstig het Besluit
                                        Parkeerschijf van 15 december 1997 (Staatscourant 245/1997)
                                        is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf,
                                        waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is
                                        begonnen en de toegestane parkeerduur van maximaal 1 uur
                                        niet is verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van </al><al>het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door
                            burgemeester en </al><al>wethouders aangewezen ambtenaren belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Parkeerverordening
                            2008’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college bij
                                openbaar besluit bekend te maken datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Parkeerverordening 2007.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</al><al>raad van de gemeente Bergen op 18 december 2007</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>