<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14219_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Nijkerk, 23-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 15.33 Wet Milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rvs. 2009-055/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>Nummer: 2008-055/6</vet></al><al>De raad der gemeente Nijkerk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16
                        september 2008;</al><al>gelet op de artikelen 229 van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet
                        milieubeheer;</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN
                            REINIGINGSRECHTEN 2009</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepaling.</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing; </al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel15.33 van de Wet milieubeheer. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien
                                waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de
                                artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting
                                tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de berekening van de belastingen wordt een gedeelte van een in
                                de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de
                                tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na
                                het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
                                € 15,00.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen, zoals genoemd in artikel 7, eerste lid, die
                                worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben,
                                worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt
                                op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                                maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De belastingen moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als
                                bedoeld in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan,
                                        binnen veertien dagen na de dagtekening van de
                                        kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Belastbaar feit.</titel></kop><al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden
                                geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar
                                feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel worden
                                geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving
                                waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt
                                door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan
                                de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalenderjaren overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat
                                voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van
                                de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
                                het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 15,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang
                                van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Termijnen van betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990 moeten de aanslagen, zoals genoemd in artikel 14, eerste lid,
                                die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking
                                hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                                maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>3 Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>4 De reinigingsrechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving
                                als bedoeld in artikel 14, tweede lid:</al><al>a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                kennisgeving;</al><al>b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van de kennisgeving, dan
                                wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de
                                dagtekening van de kennisgeving.</al><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 233a
                            Gemeentewet nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2008’ van 1 november 2007, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                reinigingsheffingen 2009’.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening> van de raad van de gemeente Nijkerk </ondertekening><ondertekening>op 4 november 2008,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F.E. CONTANT mr. drs. G.D. RENKEMA</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de “Verordening reinigingsheffingen
                        2009”</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting. Indien deze
                        verschuldigd is komt hier de omzetbelasting nog overheen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al>1.1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 120,60</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al>2.1Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor
                        hetter beschikking stellen van afvalzakken voor verschillende
                        afvalcategorieën, per afvalzak van</al><al>60 liter, voor restafval € 1,15</al><al>30 liter, voor GFT-afval € 0,43</al><al>2.2Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting per
                        lediging van:</al><al>een container van 240 liter, voor restafval € 4,60</al><al>een container van 140 liter, voor restafval € 2,68</al><al>een container van 800 liter, voor restafval € 15,30</al><al>een container van 1100 liter, voor restafval € 21,05</al><al>een container van 1300 liter, voor restafval € 24,85</al><al>een container van 240 liter, voor GFT-afval € 3,44</al><al>een container van 140 liter, voor GFT-afval € 2,00</al><al>2.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor
                        hetgebruik van een ondergrondse afvalcontainer, per keer € 1,15 </al><al>2.4 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor
                        hetop aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen:</al><al>2.4.1 per aanvraag € 26,50</al><al>2.4.2 en onverminderd het bepaalde in 2.4.1per kubieke meter met een maximum
                        van twee kubieke meter € 15,65</al><al>2.5 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor
                        hetop aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen in een
                        bigbag,per stuk met een maximum van 2 stuks € 26,50</al><al>2.6 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor
                        hetachterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van</al><al>gemeentewege ter beschikking gestelde plaats voor:</al><al>2.6.1 grond en zoden, per 10 kilo € 0,25</al><al>2.6.2 gasflessen, per stuk € 13,90</al><al>2.6.3 hout, per 10 kilo € 0,95</al><al>2.6.4 asbest, per 10 kilo € 1,30</al><al>2.6.5 puin, per 10 kilo € 0,15</al><al>2.6.6 autobanden met velg, per stuk € 3,500</al><al>2.6.7 brandbaar restafval, per 10 kilo € 1,75</al><al>2.6.8 stortbaar restafval, per 10 kilo € 1,75</al><al>2.6.9 ongesorteerd afval, per 10 kilo € 1,75</al><al>2.7 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het
                        opaanvraag omwisselen van een container, per keer € 27,65</al><al>2.8 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het
                        op aanvraag plaatsen van een slot op een container € 27,65</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf en jaarlijks tarief reinigingsrechten</titel></kop><al>3.1Het recht bedraagt per belastingjaar voor het verwijderen van KWD-afval
                        door middel van containers of plastic vuilniszakken € 120,60</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten</titel></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="4.1"><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 bedraagt het recht
                                        per lediging van: </al><al> een container van 240 liter, voor rest-afval € 4,60</al><al> een container van 140 liter, voor rest-afval € 2,68</al><al> een container van 240 liter, voor GFT-afva € 3,44</al><al> een container van 140 liter, voor GFT-afva € 2,00</al></li><li nr="4.2."><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 bedraagt het recht
                                        voor het ter</al><al> beschikking stellen van afvalzakken voor verschillende
                                        afvalcategorieën per</al><al> afvalzak van:</al><al> 60 liter, voor rest-afval € 1,15</al><al> 30 liter, voor GFT-afval € 0,43</al></li></lijst></li><li nr="4.3"><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 bedraagt het recht voor het
                                op aanvraag plaatsen van een slot op een container € 27,65</al></li></lijst><al/><al>Behorende bij het raadsbesluit van 4 november 2008, nr. 2008-055/6</al><al>De griffier,</al><al>mr. F.E. CONTANT </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>