<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR141875_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 30-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/083/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Langdurigheidstoeslag van de gemeente Roermond, zoals in werking getreden op 1 oktober 2009.</al><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Roermond;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 januari 2012,</al><al>raadsvoorstelnummer 2012/006/01;</al><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 31 januari
                        2012;</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 van de Wet werk en bijstand (WWB);</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot de uitvoering</al><al>van de Wet werk en bijstand;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende Verordening Langdurigheidstoeslagen 2012.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                            Gemeentewet.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="8*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="64*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2. a.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>referteperiode:</al></entry><entry colname="col3"><al>36 maanden voorafgaand aan de peildatum;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>peildatum:</al></entry><entry colname="col3"><al>datum waarop voor het eerst door belanghebbende (n)
                                                gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden
                                                wordt voldaan aan de voorwaarden voor het recht op
                                                langdurigheidstoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>belanghebbende: </al></entry><entry colname="col3"><al>degene die een rechtstreeks en concreet belang heeft
                                                bij een besluit. Onder belanghebbende wordt mede
                                                verstaan het gezin en de ten laste komende kinderen
                                                van de alleenstaande ouder; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>sociale minimum:</al></entry><entry colname="col3"><al>het inkomen ten hoogte van de op de gezinssituatie
                                                van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in
                                                artikel 20, 21, 23<sup/>en 24 van de WWB inclusief
                                                de van toepassing zijnde verhoging of verlaging
                                                zoals bedoeld in artikel 25 tot en met 29 van de
                                                WWB, inclusief vakantiegeldreservering; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f</al></entry><entry colname="col2"><al>inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al>het inkomen als bedoeld in artikel 31 en 32 van de
                                                WWB.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Deze verordening wordt bij of krachtens het college van burgemeester en
                            wethouders uitgevoerd.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                                inkomensverbetering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de WWB gestelde voorwaarden
                                van het hebben van een langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                                inkomensverbetering is voldaan als gedurende de referteperiode zoals
                                genoemd in artikel 1 b het inkomen van de aanvrager niet uitkomt
                                boven 102 procent van het sociale minimum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die gedurende de referteperiode en/of de peildatum
                                een opleiding volgt of volgde als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming
                                Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS) of de Wet
                                Studiefinanciering (WSF 2000).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een gezin € 515,00,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 465,00 en </al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 360,00</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de leef- en woonsituatie op
                                de peildatum bepalend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13
                                lid 1 van de WWB komen de overige rechthebbende gezinsleden in
                                aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die op dat
                                moment op de leef- en woonsituatie van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer van het Centraal
                                Bureau voor de Statistiek en naar boven afgerond op 5 euro waarbij
                                2011 als basisjaar geldt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="96*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2"><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag van de gemeente
                                                Roermond, in werking getreden op 1 oktober 2009,
                                                wordt ingetrokken tegelijkertijd met de
                                                inwerkingtreding van deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                                ‘Verordening Langdurigheidstoeslag 2012’;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 treedt met
                                                terugwerkende kracht in werking met ingang van 1
                                                januari 2012. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen langdurig, laag inkomen, zoals die in artikel 36 lid 1
                    WWB worden gebruikt.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als in WWB. Ten aanzien
                    van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf staan is een
                    definitie gegeven in deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 2 Uitvoering</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 3 Langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op
                    inkomensverbetering</tussenkop><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een
                    minimum inkomen zijn aangewezen is er over het algemeen niet veel
                    reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van drie jaar
                    aangehouden. Dit sluit ook aan bij de door de wetgever impliciet gegeven
                    termijn. De minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van 23 naar
                    21 jaar. Een</al><al>belanghebbende is immers (normaal gesproken) vanaf zijn 18<sup>e</sup> jaar een
                    zelfstandig</al><al>rechtssubject voor de WWB.</al><al>Het begrip ‘laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan
                    102% van de bijstandsnorm. Er is gekozen voor 102% in plaats voor 100% omdat
                    belanghebbenden, met een minimuminkomen dat door een andere
                    berekeningssystematiek en/of afrondingsverschillen netto iets hoger kan zijn dan
                    het sociale minimum, hierdoor ook in aanmerking komen voor de toeslag.</al><al>Er is bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe
                    kennen bij een</al><al>inkomen boven het sociale minimum. Van deze bevoegdheid wordt om een twee
                    redenen geen gebruik gemaakt: </al><al>Ten eerste omdat dit ongewenste armoedeval- effecten met zich meebrengt.
                    Weliswaar doen de armoedeval- effecten zich ook voor bij de grens van 100% van
                    het sociale minimum, maar zullen belanghebbenden die uitstromen doorgaans een
                    dermate hoger inkomen ontvangen, dat het verlies van de langdurigheidstoeslag
                    feitelijk minder wordt gevoeld.</al><al>Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een
                    inkomen</al><al>van bijvoorbeeld 110% van het sociale minimum niet te rijmen valt met de
                    wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van 65 jaar of ouder. Zij zijn immers
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, omdat hun inkomen al
                    voldoende hoger zou zijn dan de minimumnorm voor belanghebbenden tot 65 jaar.
                    Het verschil is echter maar ongeveer 5 tot</al><al>9 % (afhankelijk van leefvorm). Het hanteren van een grens van 110% zou daarom
                    maken dat de uitsluiting van 65-plussers in dat geval strijdig is met het verbod
                    op leeftijdsdiscriminatie zoals dat is vastgelegd in artikel 26 van het
                    Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.</al><al>Aan de voorwaarde ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’ wordt voldaan indien de
                    belanghebbende langer dan 36 maanden een inkomen tot en met het van toepassing
                    zijnde sociale minimum heeft gehad. Een uitzondering hierop zijn (ex)-scholieren
                    en (ex)-studenten. Zij hebben uitzicht op inkomensverbetering vanwege een goed
                    arbeidsperspectief. In het tweede lid is daarom geregeld dat diegenen die
                    gedurende de referteperiode een opleiding volgden als bedoeld in de WTOS, dan
                    wel een studie volgden als genoemd in de WSF 2000, niet voor de
                    langdurigheidstoeslag in aanmerking komen.</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de bedragen van 2011. Om
                    niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de bedragen
                    jaarlijks bij te stellen aan de hand van het prijsindexcijfer van Centraal
                    Bureau voor de Statistiek en het bedrag af te ronden op vijf euro naar
                    boven.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij een gezin één van de gezinsleden is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    gezinsleden. </al><al>Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een gezinslid sprake is van
                    een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. </al><al>Indien een van de gezinsleden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in
                    artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben alle gezinsleden geen recht op
                    langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gezinsleden
                    immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allen, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><tussenkop>Artikel 5 Onvoorziene gevallen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>