<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR141873_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 Gemeente Soest</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 29-2-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 Gemeente Soest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 149 Gemeentewet, art. 36 Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB 12-09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 Gemeente Soest</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kenmerk </al><al>Nummer RB 12-09 Agendapunt: 12 </al><al>De raad der gemeente Soest; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 januari 2009,
                        nr. RV 09-01 ;</al><al>en gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 februari 2012,
                        nr. RV : 12-09 ;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009
                                gemeente Soest" vast te stellen;</al></li><li nr="2."><al>De ingangsdatum van de verordening vast te stellen op 1 januari
                                2009. </al></li></lijst><al><vet>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WET WERK EN BIJSTAND 2009 GEMEENTE
                            SOEST</vet></al><al>De verordening is een nadere uitwerking van artikel 36 van de Wet werk en
                        bijstand, zoals die luidt na de decentralisatie van de langdurigheidstoeslag
                        aan gemeenten.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wet werk en bijstand</al></li><li nr="c."><al>uitkeringsgerechtigde: persoon die een uitkering heeft ingevolge de
                                WWB (Wet werk en bijstand), de Ioaw: (Inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), de Iow (Wet
                                inkomensvoorziening oudere werklozen of de Ioaz (Inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                zelfstandigen)</al></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                wet</al></li><li nr="e."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="f."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering</al></li><li nr="g."><al>zelfstandige huisvesting: een woning of kamer waarvoor de bewoner
                                huur of eigenaarslasten voldoet. Van het voeren van een zelfstandige
                                huishouding is geen sprake als de belanghebbende inwoont bij een of
                                beide ouders of indien de belanghebbende langdurig (langer dan een
                                half jaar) verblijft in een AWBZ bekostigde verpleeginrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor
                            de langdurigheidstoeslag de persoon die een onafgebroken periode van 36
                            maanden (referteperiode) een zelfstandige huishouding heeft gevoerd, in
                            die refertepriode aangewezen is geweest op een laag inkomen en geen
                            uitzicht heeft op een inkomensverbetering. De periode van verblijf in
                            een asielzoekerscentrum telt mee voor de vaststelling van de 36 maanden
                            termijn aangezien er bij de Regeling verstrekking asielzoekers sprake is
                            van een minimumuitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een laag inkomen is sprake indien het inkomen in de referteperiode
                            niet hoger is geweest dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm,
                            plus in die referteperiode maximaal het bedrag dat wettelijk vrijgelaten
                            kan worden als inkomstenvrijlating in de wet, als bedoeld in artikel 31,
                            lid 2 onder o. Indien er aan de inkomenseis wordt voldaan in de
                            referteperiode wordt er van uitgegaan dat er geen uitzicht is op een
                            inkomensverbetering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van gehuwden en samenwonenden dienen beide belanghebbenden aan
                            alle voorwaarden voor toekenning te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(geen) zicht op inkomensverbetering</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 wordt de belanghebbende, die een opleiding volgt
                        als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000
                        of dit heeft gedaan gedurende de ononderbroken periode van 36 maanden,
                        geacht wel zicht op inkomensverbetering te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geldend maken van het recht</titel></kop><al>In artikel 36 van de wet staat aangegeven met ingang van welke datum het
                        recht op een langdurigheidstoeslag ontstaat. Om dit recht geldend te maken
                        dient een aanvraag ingediend te worden. Langdurigheidstoeslag is een vorm
                        van bijzondere bijstand. Dit betekent dat de hoofdregel voor het aanvragen
                        van bijzondere bijstand geldt en dat is dat behoudens bijzondere
                        omstandigheden de ingangsdatum de datum aanvraag is. Een eventueel
                        vervolgrecht ontstaat 12 maanden na die datum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Behouden re-integratiestimulans</titel></kop><al>De uitkeringsgerechtigde die een langdurigheidstoeslag ontvangt en die
                        uitstroomt uit de rechtgevende uitkering naar reguliere arbeid behoudt
                        gedurende het eerstvolgende vervolgjaar recht op een langdurigheidstoeslag,
                        indien het inkomen uit arbeid in dat vervolgjaar minder bedraagt dan 110%
                        van de bijstandsnorm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm,
                                    inclusief vakantietoeslag op jaarbasis;</al></li><li nr="b."><al>voor alleenstaande ouders: 3.2 % van de voor hen geldende
                                    bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag
                                    (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis;</al></li><li nr="c."><al>voor alleenstaanden: 3.2 % van de voor hen geldende
                                    bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag
                                    (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedragen die volgen uit het vorige lid worden afgerond op hele euro’s
                            naar boven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen “alleenstaande”, “alleenstaande
                            ouder” en “gezin” worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012
                            dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken van “gehuwde(n)” of
                            “gehuwdennorm” hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                            betekenis als “gezin” bedoeld in artikel 4, respectievelijk “gezinsnorm”
                            bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                        op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
                        wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag
                        heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar
                        de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                        gelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding en Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2009. De overgangsbepalingen
                        staan in de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als : Verordening
                        langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 gemeente Soest.</al><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 12 februari 2009 en
                        laatstelijk gewijzigd in de vergadering van de raad van 16 februari
                        2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Soest, 16 februari 2012</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.van Vliet MPM AA A. Noordergraaf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Decentralisatie langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>Op 1 januari 2009 treedt een wetsvoorstel in werking, waarmee de
                    langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. De
                    langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag vanaf 2009 in artikel 36 van de Wet
                    werk en bijstand. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een
                    inkomen op het sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte hebben om te
                    reserveren voor onverwachte (vervangings) uitgaven. Gemeenten moeten in een
                    verordening de voorwaarden voor toekenning regelen. Dit is bedoelde verordening. </al><tussenkop>Bevoegdheid gemeenten</tussenkop><al>In het nieuwe artikel 36, eerste lid, is de basis voor de langdurigheidstoeslag
                    opgenomen:</al><tussenkop>“Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een
                    persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag
                    inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft
                    en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.”</tussenkop><al>In het oorspronkelijke wetsvoorstel stond ook als toetsingscriterium dat er door
                    het “ontbreken van arbeidsmarktperspectief” geen uitzicht mocht zijn op
                    inkomensverbetering. Dit criterium is uit het wetsvoorstel gehaald vanwege een
                    op 7 oktober 2008 aangenomen amendement van Tweede Kamerlid Spies c.s. Hierdoor
                    hoeft dit criterium niet langer uitgewerkt te worden. Dit brengt een
                    vereenvoudiging met zich mee.</al><al>In het nieuwe artikel 8 wordt bepaald dat de verordening in ieder geval
                    betrekking moet hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In het eerste en tweede lid worden de omschrijvingen van de begrippen langdurig
                    en laag inkomen uitgewerkt. Het lage inkomen is 100% van het voor de betrokkene
                    toepasselijke bijstandsnorm naar gezinssituatie, plus in die referteperiode
                    maximaal het het bedrag dat wettelijk vrijgelaten kan worden als
                    inkomstenvrijlating in de wet, als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder o (Per 1
                    juli 2008 bedraagt dit 6 maal € 183,00 is € 1.098,00 in totaal). Dit bedrag
                    wijzigt bij iedere normwijziging van de bijstand. Bij een hoger inkomen in de
                    referteperiode is er geen recht op langdurigheidstoeslag. Bepaald is ook dat er
                    geen zicht mag zijn op een inkomensverbetering. Gekozen is voor een systematiek
                    waarin sprake is van “geen zicht op inkomensverbetering’, indien voldaan wordt
                    aan de inkomenseis. Er wordt dus teruggekeken. Verder is bepaald dat wil er
                    recht zijn op een langdurigheidstoeslag de belanghebbende een zelfstandige
                    huishouding moet hebben gevoerd tijdens de referteperiode. De
                    langdurigheidstoeslag is zowel in de oude als de nieuwe regeling bedoeld voor
                    personen en huishoudens die door een gebrek aan inkomen geen mogelijkheden
                    hebben te reserveren voor vervangingsuitgaven van duurzame gebruiksgoederen.
                    Personen die geen zelfstandige huishouding voeren hebben in veel mindere mate te
                    maken met vervangingsuitgaven. Op grond daarvan is in de verordening bepaald dat
                    wil er recht zijn op een langdurigheidstoeslag er sprake moet zijn van het
                    voeren van een zelfstandige huishouding. Van het voeren van een zelfstandige
                    huishouding is zoals aangegeven in de begripsbepaling in artikel 1 geen sprake
                    als de belanghebbende inwoont bij een of beide ouders of indien de
                    belanghebbende langdurig verblijft in een AWBZ bekostigde
                    verpleeginrichting.</al><al>In het derde lid staat dat het recht op langdurigheidstoeslag bij gehuwden of
                    samenwonenden ontstaat als beiden aan alle voorwaarden voor toekenning voldoen.
                    Er kan dus geen recht als alleenstaande zijn binnen een gezinssituatie.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>In dit artikel worden studenten expliciet uitgesloten van de
                    langdurigheidstoeslag. In de Nota van toelichting bij het wetsontwerp geeft het
                    kabinet aan dat studenten niet worden geacht te behoren tot de doelgroep van de
                    langdurigheidstoeslag (in de oude wettelijke bepalingen waren studenten ook
                    uitgesloten). De overweging hierachter is dat bij studenten, die zich met hun
                    studie voorbereiden op de beroepspraktijk op hoger niveau, geen sprake is van
                    een gebrek aan zicht op inkomensverbetering.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In dit artikel staat dat weliswaar in de wet is aangegeven met ingang van welke
                    datum recht op een langdurigheidstoeslag ontstaat maar dat dat recht geldend
                    gemaakt kan worden met toepassing van de regels die gelden voor de verlening van
                    bijzondere bijstand. Langdurigheidstoeslag is namelijk een vorm van bijzondere
                    bijstand en de vaststelling van de voorwaarden waaronder bijzondere bijstand
                    wordt verleend is een gemeentelijke autonome bevoegdheid. Dit betekent in
                    beginsel dat de datum aanvraag de ingangsdatum is mits op die datum aan alle
                    voorwaarden voor toekenning wordt voldaan. Een vervolgrecht ontstaat vervolgens
                    na 12 maanden (als ook dan aan alle voorwaarden van toekenning wordt voldaan).
                    Dit onder andere om te voorkomen dat de gemeente geconfronteerd wordt met
                    aanvragen en toekenningen over meerdere voorgaande (reeds financieel afgesloten)
                    jaren.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Om uitkeringsgerechtigden te (blijven) stimuleren arbeid te aanvaarden met
                    inkomsten gelijk of hoger dan de bijstandsnorm is bepaald dat er nog recht op
                    een langdurigheidstoeslag blijft bestaan gedurende het vervolgjaar vanaf de
                    voorgaande datum van toekenning van de langdurigheidstoeslag. Hierdoor wordt ook
                    een eventuele armoedeval geheel of gedeeltelijk voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. Dit is vastgesteld op
                    3.2% van de geldende bijstandsnorm, afgerond op hele euro’s naar boven. Hierdoor
                    hoeft het bedrag van de toeslag niet jaarlijks aangepast te worden door een
                    apart besluit. De bedragen volgen automatisch de aanpassingen van de
                    normbedragen van de WWB. </al><tussenkop>Artikel 6b</tussenkop><al>Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand,
                    wordt thans de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een
                    alleenstaande (ouder). Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts
                    uit gehuwden bestaat. In dit artikel is geregeld dat dit ook bij de gewijzigde
                    begripsbepalingen in de WWB zo blijft.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om
                    op onvoorziene zaken en niet geregelde zaken een besluit te kunnen nemen.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>De ingangsdatum van de verordening is 1 januari 2009. In de WWB is een bepaling
                    opgenomen over het overgangsrecht, zodat dit niet in de verordening geregeld
                    hoeft te worden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>