<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14171_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Brunssum 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Parelnieuws, 6 januari 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening voor de Gemeente Brunssum.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-07-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad :2009/76 Dienst/AfdelingNr.::Beleid en strategie2009/1294</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Brunssum, vastgesteld op 15 december 2004 (Gemeenteblad 2004/115) wordt ingetrokken met de inwerking treding van deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Raadsbesluit VERSIE 2b Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Brunssum
            2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De Raad der Gemeente Brunssum;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 augustus 2009,
                        dienst Beleid en Strategie, nr. 2009/12945;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet </al><al><vet>Besluit: </vet>Vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening
                        voor de gemeente Brunssum 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                        waaronder begrepen de weg als</al><al> bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                        op andere wijze toegankelijk</al><al> zijn;</al></li><li nr="d."><al>het gedeelte van de gemeente gelegen binnen de door
                                        gedeputeerde staten van Limburg ingevolge artikel 27, tweede
                                        lid, van de Wegenwet laatstelijk vastgestelde grenzen;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                        krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li></lijst><al>f.bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening
                                der GemeenteBrunssum;</al><lijst><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                        c, van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                        diensten, waarmee kennelijk</al><al> beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                            vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag
                            ontvangen is.</al><al>2 .Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                            verlengen.</al><al>3.Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor de beslissing op een
                            aanvraag om</al><al>vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan </al><al> het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al><al>2.Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de</al><al> in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste
                                acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>1.Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                            worden verbonden.</al><al>Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van
                            het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing
                            is vereist. </al><al>2.Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht
                            de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het</al></li></lijst><al>verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging
                            noodzakelijk is vanwege </al><al> het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                            ontheffing is vereist;</al><lijst><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn</al><al> of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin</al><al> gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde
                                    termijn, binnen een redelijke </al><al> termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al><al>Artikel 1.9 Termijnen (Vervallen)</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>A Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en</al><al> godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld
                                    in de Wet openbare </al><al> manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>B Verblijfsontzegging</titel></kop><al><cursief>1. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of
                                    beperken van overlast, het voorkomen</cursief></al><al><cursief>of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de
                                    veiligheid van personen en</cursief></al><al><cursief>goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de
                                    gezondheid of zedelijkheid kan het college</cursief></al><al><cursief>een gebied aanwijzen waar door politie-ambtenaren aan een
                                    persoon, die zich bevindt op de</cursief></al><al><cursief>weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende
                                    de uren daarbij genoemd, het bevel</cursief></al><al><cursief>kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde
                                    richting te verwijderen.</cursief></al><al><cursief>2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen
                                    kan de burgemeester</cursief></al><al><cursief>a. aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is
                                    gegeven als</cursief></al><al><cursief>bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich
                                    gedurende een in dat verbod</cursief></al><al><cursief>genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan
                                    in een openbaar middel van</cursief></al><al><cursief>vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt
                                    van een door het college</cursief></al><al><cursief>aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende
                                    de uren daarbij genoemd;</cursief></al><al><cursief>b. aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld
                                    onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een
                                    in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden,
                                    anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de
                                    weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college
                                    aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de
                                    uren daarbij genoemd.</cursief></al><al><cursief>3. De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a
                                    en b genoemde verbod of de daarin</cursief></al><al><cursief>genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene</cursief></al><al><cursief>noodzakelijk is.</cursief></al><al><cursief>4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door
                                    de burgemeester opgelegd verbod als</cursief></al><al><cursief>bedoeld in het tweede lid, onder a en b.</cursief></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al><vet>(Gereserveerd)</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel
                                    2:3)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr></kop><al><vet>Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel
                                    2:3)</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te</al><al>verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                                    aangewezen openbare </al><al> plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van</al><al> gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijden e.d. (Gereserveerd; opgenomen
                                    Evenementen)</titel></kop><al>Artikel 2:8 Dienstverlening (Gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest (Afschaffing vergunningplicht)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van het publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids
                                    op te treden op de door de burgemeester in het belang van de
                                    openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                    milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG (Mogelijkheid vrijstelling
                            vergunningplicht)</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:10:A Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                            weg in strijd met de publieke functie van de weg.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving</al><al> niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10:B</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, zevende lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard. Dergelijke voorwerpen of stoffen mogen geen
                                    schade toebrengen aan de weg, geen gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormen voor een doelmatig beheer en
                                    onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het</al><al> provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde wordt voorzien door artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, geldt niet voor
                                    bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet Milieubeheer.</al><al>Artikel 2:10:C Vrij te stellen categorieën</al><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor,
                                    eventueel onder door hem te stellen voorschriften het verbod in
                                    het eerste lid van artikel 2:10:A niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                leggen, de verharding</al><al>daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                                breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering
                                te brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al><al>2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                uitvoeren van hun publieke</al><al>taak.</al><al>3.Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de
                                Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                maken naar de weg, van</al><al>de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg of
                                verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al><lijst><li nr="2."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>een veilig gebruik van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het noodzakelijk behoud van een openbare
                                                parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van de openbare
                                                groenvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                        plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen
                                        of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt</al></li></lijst><al>voorzien door de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d. (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen of op heidegronden of binnen
                                    een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het
                                    college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand
                                    van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft,
                                    brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen
                                    of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht
                                    .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>1.Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                (brom)fietsers bestemde deel van</al><al>de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager
                                dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                        uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen
                                        van een afscheiding zijn aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de</al></li></lijst><al>Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet
                                Privaatrecht..</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijnen (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en</al></li></lijst></li></lijst><al> artikel 5:22 van deze verordening;</al><lijst><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen ;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot</al></li></lijst><al> dansen;</al><al>e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                openbare</al><al> manifestaties;</al><lijst><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994 .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>A Betaald voetbalwedstrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De organisator van een wedstrijd tegen een betaald
                                    voetbalorganisatie is verplicht tenminste dertig dagen voor de
                                    vastgestelde speeldag daarvan schriftelijk kennisgeving te doen
                                    aan de burgemeester. In de door de burgemeester te bepalen
                                    bijzondere gevallen geldt een termijn van zeven dagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat een opgave van het aantal toeschouwers en
                                    omvat een omschrijving van de wanordelijkheden die
                                    redelijkerwijs kunnen worden verwacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan het spelen of het doen spelen van een
                                    voetbalwedstrijd verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van
                                            de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>indien geen of niet tijdig schriftelijk e kennisgeving
                                            is gedaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een voetbalwedstrijd te spelen of te doen spelen
                                    wanneer een verbod als bedoeld in het derde lid is
                                    uitgevaardigd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en/of
                                    veiligheid met betrekking tot een voetbalwedstrijd bedoeld in
                                    het eerste lid voorschriften geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in artikel 2:26 bepaalde de is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.</al><al>Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een
                                bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.</al><al>b.terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend
                                deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>A Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                        exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                        vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                        weigeringsgrond houdt de burgemeester</al></li></lijst><al>rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het
                                horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse
                                reeds bloot staat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie.</al><lijst><li nr="5."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
                                        eerste lid, indien de aanvrager geen verklaring omtrent
                                        gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum
                                        waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is
                                        afgegeven.</al></li><li nr="6."><al>Het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in
                                                artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                                                horeca een nevenactiviteit is van de
                                                winkelactiviteit. Voor het horecabedrijf gelden
                                                dezelfde sluitingstijden als voor de winkel;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10:A beslist de
                                        burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                        betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf
                                        behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden,
                                        over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van dat
                                        terras.</al></li><li nr="8."><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
                                        burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming
                                        van die weg ten behoeve van een of meer bij een
                                        horecabedrijf horende terrassen weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                                van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan vormen voor
                                                het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>Het bepaalde in lid 7 geldt niet, voor zover in het
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken of Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>B Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester stelt nadere regels vast omtrent de gegevens en
                                    de bescheiden die bij een vergunningaanvraag als bedoeld in
                                    artikel 2:28 A moeten worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per horecabedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig
                                    in behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>C Vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in 2:28 A niet
                                    geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten
                                    horecabedrijven in de hele gemeente dan wel in een of meer
                                    daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitatie van een horecabedrijf, waarop een besluit als
                                    bedoeld in het eerste lid van toepassing is, moet zodanig
                                    geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                    van het bedrijf of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze
                                    nadelig worden beïnvloed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>D Overgangsbepaling</titel></kop><al>Het in artikel 2:28 vereiste geldt niet voor bestaande
                                horecabedrijven:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 12 weken na het in werkingtreden van het
                                        vergunningstelsel</al></li><li nr="b."><al>ook na verloop van die 12 weken, voor zover
                                        vergunningaanvrager een aanvraag binnen de termijn heeft
                                        ingediend, totdat onherroepelijk op de aanvraag is
                                        beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd (Vereenvoudiging)</titel></kop><al>1.Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                geopend te hebben of bezoekers in het horecabedrijf te laten
                                verblijven:</al><al>op maandag tot en met donderdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en </al><al>op vrijdag tot en met zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
                                        voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                        terras.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister [Vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c, van de Wet op de
                                                Kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                                of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                                verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                                de woon en leefsituatie in de</al></li></lijst></li></lijst><al>omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                                ontoelaatbare wijze </al><al>nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                                speelgelegenheid;</al><al>b.indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                                geldend bestemmingsplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet .</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal 2 kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                krachtens artikel 174a van de</al><al>Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk
                                lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te
                                betreden.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                                        niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden. 2</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden (tussen 22.00 en 6.00 uur vervallen) op de
                                        weg te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                        aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                        verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor
                                    winkeldiefstal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden (tussen 22.00 en 6.00 uur vervallen) op een
                                        openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich
                                        te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van
                                        winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat
                                        er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        winkeldiefstal te vergemakkelijken..</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet
                                        van toepassing op degenen die ter plaatse en ten genoegen
                                        van een ambtenaar van politie aannemelijk maken dat bedoelde
                                        werktuigen of voorwerpen bestemd zijn of gebezigd worden
                                        voor andere handelingen dan die welke in die leden worden
                                        genoemd.</al></li></lijst><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al><al>Artikel 2:46 Hinder door bromfietsen </al><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een voertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid) hinder wordt veroorzaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden of
                                                te gedragen dat aan weggebruikers of bewoners van
                                                nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of
                                                hinder wordt veroorzaakt.</al></li></lijst></li></lijst><al>2 .2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van het
                                Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
                                .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Hinderlijk gebruik van drank of softdrugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben, en daarbij hinder of
                                    overlast te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats die deel uit maakt van
                                    een door het college aangewezen gebied softdrugs te gebruiken of
                                    openlijk voorhanden te hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in lijst
                                    II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                kermisterrein e.d.</al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen (Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur [gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren [gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>57 Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een
                                            identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk
                                            doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                    begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is
                                    of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                    gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in lid 1, onder a. gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het bestuursorgaan aangewezen en als honden
                                            losloopterrein, hondentoilet dan wel hondenoefenterrein
                                            aangegeven gronden;</al></li><li nr="b."><al>in die gevallen dat de hond rechtmatig wordt gebruikt
                                            bij de uitoefening van de jacht;</al></li><li nr="c."><al>in die gevallen dat de hond wordt gebruikt voor het
                                            hoeden van vee;</al></li><li nr="d."><al>voor zover artikel 4 van de Wet op de Dierenbescherming
                                            van toepassing is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet binnen de bebouwde kom op de
                                        weg van uitwerpselen ontdoet:</al></li><li nr="2."><al>Het college kan losloopplaatsen aanwijzen evenals plaatsen
                                        die als hondentoiletten worden ingericht, waar het in het
                                        eerste lid gestelde gebod niet van toepassing is.. 3.33</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="4."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt eveneens</al></li></lijst><al>opgeheven indien de eigenaar of houder van een hond vanwege zijn
                                handicap redelijkerwijze niet in staat is aan het gebod te
                                voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten</al><al> lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats daarbij aangeduide dieren</al></li></lijst><al>aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is
                                aangegeven. 3.</al><al>3.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                verbod</al><al>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die de zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit dier
                                voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee [Vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven [Gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes</al></li></lijst><al>meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van
                                twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag
                                uit en invliegen van de bijen te voorkomen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij [Gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12.</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen (
                                    Gereserveerd; opgenomen in 2:68 onder d)</titel></kop><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Gereserveerd; verplaatst
                                naar afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven onder artikel
                                2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van </al><al>22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot
                                consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van
                                toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van</al><al> de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14.</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al><al>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10A, 2:11, 2:19, 2:47,
                                2:48, 2:49, 2:50, 2:73 en 5:35 van deze verordening groepsgewijs
                                niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden (preventief fouilleren)</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                indien dit in het belang is van de openbare orde besluiten tot
                                plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van
                                het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de
                                Wet openbare manifestaties alsmede andere openbare plaatsen.</al><al>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE
                                E.D.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen</al><al> noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet , de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er worden ten hoogste <vet>2 </vet>vergunningen ter zake de
                                    exploitatie van een seksinrichting, zoals bedoeld in het eerste
                                    lid verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet , de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen
                                    ;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g , 140 , 240b , 242 tot en met
                                    249 , 252 , 250a (oud), 273a , 300 tot en met 303 , 416, ,417 ,
                                    417bis , 426 , 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27 en 30b van de Wet
                                    op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden (Vereenvoudiging)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers</al><al> toe te laten of te laten verblijven: </al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 en 07.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 03.00 en 07.00 uur;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht , in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                        artikel 3:4, eerste lid, dan wel de</al></li></lijst><al>aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>OVERGANGSBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                        escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid,
                                        niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 weken na het in werking treden
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                                exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                                vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                                heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het
                                                bevoegd bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></li></lijst><al>2 Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van in
                                die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING (Aanpassing aan
                                rijkswetgeving)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        Milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>onversterkte muziek: muziekgeluid afkomstig uit akoestische
                                        instrumenten en andere attributen, die gebruikt worden voor
                                        het produceren van geluid (waaronder ook de menselijke
                                        stem), zonder dat dit geluid elektronisch wordt
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept> , <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> gelden
                                    niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde
                                    gebieden van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door
                                    de inrichting mag niet meer dan 20 dB(A) boven de reguliere
                                    grenswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
                                    bedragen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept> ,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept>- uiterlijk om 2 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                            2.17</onderstreept> , <onderstreept>2.19</onderstreept>
                                        en <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> niet
                                        van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten
                                        minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 4.113 , eerste lid van het Besluit van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt
                                        door de inrichting mag niet meer dan 20 dB(A) boven de
                                        reguliere grenswaarde voor het langtijdgemiddeld
                                        beoordelingsniveau bedragen.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                        beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                            2.17</onderstreept> , <onderstreept>2.19</onderstreept>
                                        en 2:20 van het Besluit- om 2.00 uur beëindigd.</al></li><li nr="9."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                        bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></li><li nr="10."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li></lijst><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek [gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het Besluit
                                    toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                    handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                    Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><structuurtekst><al>(De artikelen betreffende verontreiniging van de weg, afvalbakken in
                                inrichtingen, wegwerpen reclamebiljetten en doorzoeken afval zijn
                                opgenomen in de afvalstoffenverordening)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al><al><vet>AFDELING 3 BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN </vet>(De artikelen
                                betreffende kappen van bomen zijn opgenomen in de
                                bomenverordening.)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom
                                    zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door
                                            ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen
                                            boomverzorgende taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                    houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</titel></kop><structuurtekst><al>(De artikelen zijn vervallen als gevolg van wijziging Natuur
                                Beschermingswet)</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege [gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                        de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                        slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste
                                        en tweede lid nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt</al><al> voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale
                                        Verordening..</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    (Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (afschaffing
                                    vergunningplicht)</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame [Vervallen]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN (Toevoeging nav
                                rijkswetgeving)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        k inderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                                derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
                                                cirkel met een straal van 25 meter met als
                                                middelpunt een van deze voertuigen; danwel</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op een door het college
                                                aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel
                                                buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                                beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                                uiterlijk aanzien van de gemeente;b</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen (Vervallen)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze
                                            te doen of te laten staan in een park of plantsoen of
                                            een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                            groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de verheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets (Vervallen)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN (Verduidelijking)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Vergunning venten</titel></kop><al>Het is verboden te venten zonder vergunning van het college: </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>of voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vanwege strijd met het bestemmingsplan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>21 [gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTEN (Afschaffing vergunningplicht)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vanwege strijd met het bestemmingsplan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt
                                    verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren
                                    daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid,
                                    onder c binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met
                                    vermelding van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam en adres van de organisator;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt
                                    gehouden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en
                                    verhandeld;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het aantal standplaatsen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>het te verwachten aantal bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet
                                    binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat
                                    het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang
                                    van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                    of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen vier weken
                                    na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van
                                    redenen bericht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Niet van toepassing. De artikels 5:24 tot en met 5:31 blijven
                                    gereserveerd. </vet></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li></lijst><al>c c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al><lijst><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat. 4</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li></lijst><al>c c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al><lijst><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens een Provinciale verordening'
                                        aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen
                                        die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                        'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van burgemeester en wethouders, straatnaamborden,
                                    daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers
                                    en wijkaanduidingen, worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven tevoren schriftelijk kennis aan
                                    de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen
                                    over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van
                                    straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder
                                    begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>39 Verwijdering e.d. aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5: 38,
                                    eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen
                                    of onleesbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek
                                    van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende
                                    op een bouwwerk die met inachtneming van het door burgemeester
                                    en wethouders vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in
                                    afwijkende vorm wenst aan te brengen. Burgemeester en wethouders
                                    kunnen ter zake nadere regels stellen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren
                                die in dienst zijn van de gemeente Brunssum en zijn beëdigd op grond
                                van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Brunssum,
                                vastgesteld op 15 december 2004 (Gemeenteblad 2004/115) wordt per
                                die datum ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling (Vereenvoudiging)</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            voor de Gemeente Brunssum.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van … </ondertekening><ondertekening>de raad van Gemeente Brunssum;</ondertekening><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>de burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>