<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14164_1</dcterms:identifier><dcterms:title>De verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening).</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brunssum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brunssum.nl">Parelnieuws, 21 oktober 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 150 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/10777</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bij de inwerkingtreding van deze regeling vervalt de regeling vastgesteld op 16 december 2003.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
            voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening).</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der Gemeente Brunssum;gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders d.d. 24 juli 2009, stafafdeling Controlling, nr. 2009/11224;gelet
                        op het bepaalde in artikel 150 Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>tot vaststelling van de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                        belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                        betrokken (Inspraakverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                            voorbereiding van gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="b."><al>ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats in de gemeente
                            hebben;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                    gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                    vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een bestuursorgaan verleent inspraak met betrekking tot een
                                    beleidsvoornemens, tenzij het derde lid van dit artikel van
                                    toepassing is of het bestuursorgaan een expliciet besluit neemt,
                                    waarbij de inspraak wordt uitgesloten.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                                    verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een
                                            eerder vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift
                                            is uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                            waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                            beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                            dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV
                                            van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                            spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
                                            afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het
                                            belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor
                                            kwetsbare groepen in de samenleving.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een
                                    andere inspraakprocedure vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                    eindverslag op.</al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                            mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen
                                            omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot
                                            aanpassing van het beleidsvoornemen wordt
                                            overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke
                                    wijze openbaar.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                                    burgerjaarverslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na de datum van haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de Inspraakverordening,, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 16 december 2003.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            inspraakprocedure is begonnen, wordt daarop de op het moment van het
                            begin van de inspraak geldende verordening toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Citeertitel </label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Inspraakverordening.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>,voorzitter.</ondertekening><ondertekening>,griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting behorende bij gemeenteblad 2009, nr. 67.</vet></al><al>Algemene toelichting</al><tussenkop>Huidige verordening</tussenkop><al>Artikel 150 van de Gemeentewet</al><al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de
                            verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. In 2003
                            heeft de VNG de model-Inspraakverordening grondig herzien. De
                            Modelinspraakverordening is aangepast aan diverse wetswijzigingen op
                            nationaal niveau, bijvoorbeeld aan het klachtrecht dat inmiddels in
                            hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen, de dualisering van het
                            gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur) en de
                            inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel
                            118 van de Algemene bijstandswet (inmiddels vervallen) en artikel 7a van
                            de Wet stedelijke vernieuwing). Tevens was het model aangepast aan de
                            Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving (Adr). </al><al>Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb</al><al>De inspraakverordening is aangepast aan de Wet uniforme openbare
                            voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). De openbare
                            voorbereidingsprocedure is te vinden in afdeling 3.4 van de Awb.</al><al>Gezien slechts enkele artikelen in de nieuwe verordening zijn gewijzigd
                            ten opzichte van de Inspraakverordening van 16 december 2003, wordt voor
                            de algemene achtergrond van de verordening naar de algemene toelichting
                            bij de de verordening van 16 december 2003 verwezen.</al><al> De Inspraakverordening gaat uit van de stelling: “geen inspraak,
                            tenzij”. Gezien het feit dat inspraak bedoeld is om een democratisch
                            element te geven, de burger te laten participeren en als een instrument
                            voor belangenafweging te zijn, waardoor goede besluitvorming plaats
                            vindt, dient de stelling te zijn: “inspraak, tenzij”. Dit is ook meer
                            passend bij artikel 150 van de Gemeentewet: </al><al>De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met
                            betrekking tot <vet>de wijze</vet> waarop ingezetenen en belanghebbenden
                            bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. </al><al>Welke mogelijkheden bestaan op grond van de nieuwe verordening:</al><lijst><li nr="1."><al>inspraak conform de verordening;</al></li><li nr="2."><al>inspraak op grond van wet of regelgeving (met eventuele daarvoor
                                    geschreven inspraakprocedure);</al></li><li nr="3."><al>geen inspraak op grond van artike2, lid 3 van de
                                    verordening</al></li><li nr="4."><al>een besluit van het bestuursorgaan, waarbij inspraak wordt
                                    uitgesloten </al></li><li nr="5."><al>inspraak, waarbij het bestuursorgaan een andere
                                    inspraakprocedure heeft vastgesteld (artikel 4, lid 2 van de
                                    verordening)</al></li></lijst><al>Artikelgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak.
                                    Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij
                                    de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een
                                    onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het
                                    gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt
                                    aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over
                                    beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak
                                    aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van
                                    de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.
                                    Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                                    ‘eenzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                                    gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Het
                                    tweezijdige element van gedachtewisseling kan indien er geen
                                    eerdere participatie door de belanghebbenden en/of ingezetenen
                                    heeft plaatsgevonden zo mogelijk onder de inspraakprocedure
                                    worden gebracht, omdat hiermee een derde doel kan worden
                                    gediend, te weten het creëren van draagvlak voor
                                    beleidsvoornemens (zie ook de algemene toelichting, raadsbesluit
                                    van 16 december 2003, onder Alternatieven voor inspraak, over
                                    interactieve beleidsvorming).</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van
                                    een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de
                                    Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene toelichting,
                                    raadsbesluit van 16 december 2003is vermeld, is in de
                                    modelverordening afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard.
                                    Artikel 4, tweede lid geeft het bestuursorgaan ruimte om een
                                    andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers
                                    verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en
                                    organisatie van de inspraak.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd
                                    als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of
                                    wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet
                                    gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen,
                                    maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                                    gebaseerd.</al></li></lijst><al>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</al><al>In het eerste lid is bepaald dat een bestuursorgaan inspraak verleent
                            met betrekking tot een beleidsvoornemens, tenzij het derde lid van dit
                            artikel van toepassing is of het bestuursorgaan een expliciet besluit
                            neemt, waarbij de inspraak wordt uitgesloten.</al><al>In de MvT (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 20) is vermeld dat het
                            ter volledige</al><al>beoordeling van de gemeenteraad blijft ten aanzien van welke
                            beleidsvoornemens inspraak wordt</al><al>verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als
                            inspraak geschiedt door </al><al>middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door
                            de formulering van het eerste</al><al>lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een
                            andere wijze van inspraak wordt</al><al>geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit
                            in de zin van de Awb. Hiertegen</al><al>kan dus bezwaar worden gemaakt. Door in principe altijd inspraak te
                            verlenen (uitzonderingen daargelaten) hoeft er geen appelabel besluit te
                            worden genomen of er al dan niet inspraak wordt verleend. Slechts bij
                            afwijking zal een expliciet besluit hieromtrent dienen te worden
                            genomen. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien
                            een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder hebben wij
                            opgesomd welke wettelijke verplichtingen gelden. Wij hebben ervan
                            afgezien om dit op te nemen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de
                            eerste plaats bij een nieuwe wettelijke verplichting direct de
                            verordening moet worden aangepast en in de tweede plaats het een dermate
                            uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee onoverzichtelijk
                            wordt.</al><al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans
                            bij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke
                                    vernieuwing (artikel 7, lid 3 onder a Wet stedelijke
                                    vernieuwing);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel
                                    4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM));</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                                    afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM
                                    (artikel 10.26, tweede lid, WM);</al></li><li nr="d."><al>voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning (artikel 11</al></li></lijst><al>Wet maatschappelijke ondersteuning);</al><lijst><li nr="g."><al>de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de
                                    uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42) en de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers (artikel 42);</al></li><li nr="h."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van
                                    welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a
                                    en b, van de Woningwet (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al><al>Jurisprudentie</al><al>·Er zijn geen wettelijke beletselen om bij het in procedure brengen van
                            het ontwerpplan af te wijken van het voorontwerp dat aan inspraak
                            onderworpen is geweest. Dit neemt niet weg dat, indien de afwijkingen
                            ten opzichte van het voorontwerp naar aard en omvang zodanig zijn dat
                            een geheel ander plan is ontstaan, dit aanleiding kan zijn de inspraak
                            opnieuw een aanvang te laten nemen. In dit geval oordeelde de Afdeling
                            bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) dat terecht geen nieuwe
                            inspraak is opengesteld (ABRS 22 januari 2003, inzake nummer
                            200001851/1, LJN-nummer AF3164).</al><al>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit
                            de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet c.q. artikel 2 van de
                            Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb
                            zijn de woorden ‘in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en
                            rechtspersonen’ vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                            ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie
                            heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al>Jurisprudentie</al><al>In dit geval is het projectdocument uitsluitend aan het
                            wijkoverlegorgaan voorgelegd. De kring van personen die ingevolge
                            artikel 6a WRO moeten worden betrokken bij de voorbereiding van
                            ruimtelijke plannen is ruimer. Conclusie is dat de inspraak die niet
                            overeenkomstig de inspraakverordening is verleend, in strijd is met
                            artikel 6a WRO (ABRS 14 augustus 2002, inzake nummer 200102132/1,
                            LJN-nummer AE6455) Ondanks dat de wetgeving is aangepast, geldt nog
                            altijd dat inspraakgerechtigden ruim moet worden geïnterpreteerd. </al><al>Artikel 4 Inspraakprocedure</al><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van
                            de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en
                            met 3:17 (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                            voorbereidingsprocedure Awb: artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb is de
                            inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het
                            beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk
                            of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen
                            zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op
                            grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Wij
                            kunnen ons voorstellen dat bijvoorbeeld de genoemde zeswekentermijn door
                            het bestuursorgaan te lang wordt bevonden. Deze termijn zou in de
                            verordening kunnen worden aangepast of bij besluit van het
                            bestuursorgaan op grond van het tweede lid. De inspraak dient afgerond
                            te zijn voor de desbetreffende raadscommissievergadering, zodat de
                            zienswijzen door de raadscommissie kunnen mee worden genomen. Indien de
                            zienswijzen tot een ander collegestandpunt leiden, zal een nieuw
                            collegebesluit dienen te worden genomen en een raadsvoorstel versie 2
                            ingediend dienen te worden.</al><al>In dit kader wordt voor twee punten aandacht gevraagd.</al><lijst><li nr="1."><al>Een inspraakprocedure kan ook het houden van een facultatief
                                    referendum omvatten (uitvoering van de wijze waarop men zijn
                                    zienswijze naar voren kan brengen). Dit middel zal echter,
                                    gezien de daaraan verbonden kosten, op beperkte schaal worden
                                    toegepast. Daarnaast zijn wij ook van mening dat dit in een
                                    afzonderlijke verordening moet worden vormgegeven
                                    (Referendumverordening).</al></li><li nr="2."><al>Het is uiteraard mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te
                                    ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet</al></li></lijst><al>Jurisprudentie</al><al>Bij de behandeling van het beroep tegen de goedkeuring van een
                            bestemmingsplan wordt door de afdeling niet ingegaan op het bezwaar van
                            appellant tegen de beperking van de spreektijd tijdens de inspraakavond.
                            Appellant had hiertegen een klacht kunnen indienen en heeft dit niet
                            gedaan, aldus de afdeling (ABRS 10 juli 2002, inzake nummer 200103950/1,
                            LJN-nummer AE5107).</al><al>Artikel 5 Eindverslag</al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In
                            artikel 3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt
                            gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is
                            gebracht. </al><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de
                            gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk
                            verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het
                            beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.? </al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient
                            te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke
                            inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het
                            verslag worden gehecht. In de MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het
                            verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar
                            voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun
                            opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                            bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                            gebruikelijke wijze openbaar maakt. Wij hebben dit niet verder ingevuld,
                            omdat dit per gemeente kan verschillen. Wij willen hier wel benadrukken
                            dat de bekendmaking van de resultaten van de inspraak uitermate
                            belangrijk is. Het ligt voor de hand om degenen die hebben ingesproken
                            een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                            eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de
                            gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan
                            worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is
                            aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de
                            communicatie te verschaffen.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                            vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede
                            lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. </al><al>Artikel 6 Inwerkingtreding </al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De
                            datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de
                            verordening in werking treedt (zie artikel 7).</al><al>Artikel 7 Overgangsbepaling</al><al>Voor al lopende inspraakprocedures geldt op grond van de
                            overgangsbepaling dat de procedure onder het bepaalde van de oude
                            verordening verder loopt. </al><al>Artikel 8 Citeertitel </al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening. In de
                            citeertitel wordt geen jaartal opgenomen om te voorkomen dat de schijn
                            wordt gewekt dat de verordening slechts voor een jaar geldt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>