<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Zevenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-10-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 7 oktober 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Zevenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Zevenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: a. Het college: Het college van
                        burgemeester en wethouders; b. Belanghebbende: De persoon van wie het belang
                        rechtstreeks bij het besluit is betrokken;</al><lijst><li nr="c."><al>De wet: De Wet werk en bijstand (Wwb);</al></li><li nr="d."><al>Bijstandsnorm: De norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                wet;</al></li><li nr="e."><al>Peildatum: De datum waarop in enig jaar het recht op de
                                langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="f."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering;</al></li><li nr="g."><al>WTOS: Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten; </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>1.Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de
                        langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken
                        periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger
                        is dan110% van de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in
                        aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. </al><al>2. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende
                        die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als
                        genoemd in de WSF 2000.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><al>1. Voor personen die langdurig een laag inkomen hebben en voldoen aan de
                        overige in de wet gestelde voorwaarden, bedraagt de langdurigheidstoeslag
                        per jaar: </al><al>a. indien het betreft een gezin: € 500,00; </al><al>b. indien het betreft een alleenstaande: € 350,00. </al><al>2. In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de langdurigheidstoeslag
                        voor personen die in een AWBZ-instelling verblijven: </al><al>a. indien het betreft een gezin: € 250,00; </al><al>b. indien het betreft een alleenstaande: € 175,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>1. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                        overwegende aard leidt; </al><al>2. Het college beslist in de gevallen waarin deze verordening niet
                        voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari
                        2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeerwijze</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag
                        gemeente Zevenaar. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar gehouden op 29 september 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Algemeen</label><nr/><titel/></kop><tussenkop><vet>Decentralisatie langdurigheidstoeslag</vet></tussenkop><al>Op 1 januari 2009 is een wetswijziging in werking getreden, waarmee de
                    langdurigheidstoeslag is gedecentraliseerd naar gemeenten. De
                    langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 36 van de Wet werk en
                    bijstand (Wwb). Dit blijft ook met de wetswijziging de grondslag. Daarin is
                    omschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden mensen met een laag
                    inkomen in aanmerking komen voor de toeslag. De gedachte achter de toeslag is,
                    dat mensen die langdurig een inkomen op het sociaal minimum hebben, geen
                    financiële ruimte hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven. </al><al>In het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten uit 2007 (“Samen aan de slag”) is
                    afgesproken dat de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd wordt naar gemeenten.
                    Artikel 36 van de Wwb blijft de basis, maar daarnaast wordt in artikel 8 een
                    bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat gemeenten in een verordening de
                    voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag moeten vastleggen. </al><al/><al>Bevoegdheid gemeenten</al><al>In het nieuwe artikel 36, eerste lid Wwb, is de basis voor de
                    langdurigheidstoeslag opgenomen: <cursief>“Het college verleent op aanvraag een
                        langdurigheidstoeslag aan een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                        65 jaar, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen
                        vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft”.</cursief>In
                    het nieuwe artikel 8 Wwb is bepaald dat de gemeenteraad via een verordening
                    regels stelt die in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                    begrippen langdurig en laag inkomen. Het is een verplichting om een verordening
                    vast te stellen, geen bevoegdheid.</al><tussenkop>Mogelijkheden voor eigen beleid</tussenkop><al>Op grond van de nieuwe bevoegdheden van de gemeenten, zijn er diverse
                    mogelijkheden voor het invullen van eigen beleid, namelijk:</al><al><cursief><onderstreept>Doelgroep</onderstreept></cursief></al><al>In tegenstelling tot de oude
                    regeling kunnen gemeenten ook aan werkenden met een laag inkomen de
                    langdurigheidstoeslag verlenen.</al><al><cursief><onderstreept>Hoogte van de toeslag</onderstreept></cursief></al><al>Bij de oude
                    regeling was de hoogte van de langdurigheidstoeslag landelijk bepaald. Het waren
                    vaste bedragen. Gemeenten kunnen nu zelf de hoogte van de toeslag bepalen.</al><al><cursief><onderstreept>Langdurig</onderstreept></cursief></al><al>Om voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking te komen, moet er sprake zijn van
                    een langdurige afhankelijkheid van een inkomen op het niveau van het sociaal
                    minimum. De oude referteperiode was 60 maanden. Veel gemeenten vinden deze
                    periode te lang; een termijn van 36 maanden is realistischer. Deze periode sluit
                    aan bij de veelal gehanteerde stelregel, dat bij een inkomen op bijstandsniveau
                    na 36 maanden de capaciteit om te reserveren voor vervangingsuitgaven niet
                    langer aanwezig is. Vanaf dat moment is extra inkomensondersteuning daarom
                    gewenst.</al><al><cursief><onderstreept>Laag
                        inkomen</onderstreept></cursief></al><al>Bij de oude regeling was de bijstandsnorm de inkomensgrens om voor de
                    langdurigheidstoeslag in aanmerking te komen. Gemeenten zijn nu vrij om een
                    eigen inkomensgrens te hanteren. Het ligt voor de hand aan te sluiten bij de
                    inkomensgrenzen die in het gemeentelijk inkomensondersteunend beleid worden
                    gehanteerd.</al><al/><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Dit artikel regelt de gebruikte begrippen.</al><al/><al>Artikel 2 Voorwaarden</al><al>In dit artikel zijn de omschrijvingen van langdurig en laag
                    inkomen nader uitgewerkt. Daarmee is uitvoering gegeven aan de opdracht die de
                    wetgever in artikel 8 Wwb aan de gemeenteraad heeft gegeven om deze begrippen
                    nader in te vullen. Verwezen wordt naar de toepasselijke bijstandsnorm. Daarmee
                    wordt bedoeld de bijstandsnorm genoemd in artikel 5 onderdeel c van de Wwb.
                    Verder worden in dit artikel studenten expliciet uitgesloten van het recht op
                    een langdurigheidstoeslag.</al><al/><al> Artikel 3 Hoogte van de toeslag</al><al>In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. Daarbij is aangegeven
                    dat de langdurigheidstoeslag toekomt aan personen die langdurig een laag inkomen
                    hebben en overigens voldoen aan de andere voorwaarden die de wet stelt. In
                    artikel 36 lid 1 Wwb zijn als voorwaarden nog opgenomen dat ten tijde van de
                    referteperiode het vermogen niet de grens van het vrij te laten bescheiden
                    vermogen te boven mag gaan en dat er geen uitzicht mag zijn op
                    inkomensverbetering. Verder gelden uiteraard de uitsluitingsgronden genoemd in
                    artikel 13 Wwb en kan tekortschietend besef van verantwoordelijkheid aanleiding
                    vormen het recht te weigeren.</al><al>Het huidige onderscheid tussen de drie leefvormen is vervangen door twee, te
                    weten alleenstaanden en gezinnen (alleenstaande ouders en
                    gehuwden/samenwonenden). De peildatum, dat is de datum waarop de doelgroep
                    langdurig een laag inkomen heeft, is in beginsel bepalend voor de leefvorm en
                    voor de hoogte van de toeslag. Voor personen in een instelling gelden afwijkende
                    bedragen. Voor deze doelgroep geldt in het algemeen dat deze objectief gezien
                    een minder grote behoefte hebben aan extra inkomensondersteuning voor
                    vervangingsuitgaven. In vrijwel alle instellingen wordt immers voorzien in
                    wezenlijke gebruiksgoederen, als een bed en een wasmachine. Omdat de bewoners
                    minder vervangingsuitgaven hoeven te maken, kan de langdurigheidstoeslag lager
                    worden vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 4 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat het college in bijzondere gevallen en in gevallen waarin
                    deze regeling niet voorziet, kan afwijken van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 5 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Bij de inwerkingtreding is aangesloten bij de beoogde inwerkingtreding van het
                    wetsontwerp, 1 januari 2009. In het wetsontwerp is een bepaling over
                    overgangsrecht opgenomen, zodat dit niet in de verordening geregeld hoeft te
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 6 Citeerwijze</tussenkop><al>Dit artikel regelt de naam van de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>