<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14078_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (art. 213a Gemeentewet)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente beuningen (art. 213a Gemeentewet)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW03.01150</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (art. 213a Gemeentewet)
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen;</al>
          <al>gelet op artikel 213 a Gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen <vet>de </vet><vet>Verordening voor periodiek onderzoek door
                            het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het
                            college gevoerde bestuur, van de gemeente Beuningen</vet>.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Definities</titel>
          </kop>
          <al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Doelmatigheid:</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet
                        van middelen.</al></li>
            <li nr="b."><al>Doeltreffendheid:</al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten
                        van het beleid daadwerkelijk worden behaald.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Onderzoeksfrequentie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door
                            de gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en gemeentelijke
                            taak wordt minimaal eens in de 8 jaar in zijn geheel aan een dergelijke
                            toets onderworpen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal 2
                            programma’s en paragrafen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Onderzoeksplan</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 01-11 een onderzoeksplan naar
                        de raad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne onderzoeken
                        naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid</al><al/></li>
            <li nr="2."><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                aangegeven:</al><lijst>
                <li nr="a)"><al>het object van onderzoek </al></li>
                <li nr="b)"><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li>
                <li nr="c)"><al> de onderzoeksmethode </al></li>
                <li nr="d)"><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li>
                <li nr="e)"><al>de wijze van uitvoering </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                                begroting zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Voortgang onderzoeken</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van
                                bijbehorende budgetten.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een
                                        rapportage. Elke rapportage bevat tenminste een analyse van
                                        de onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor
                                        verbeteringen.</al></li>
            <li nr="2."><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het
                                        college indien nodig een plan van verbetering op. De
                                        rapportage en het plan van verbetering worden ter
                                        kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college neemt op
                                        basis van het plan van verbetering organisatorische
                                        maatregelen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2004</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze Verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                                doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Beuningen”.</al>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Beuningen, 11 november 2003,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Artikelsgewijze toelichting modelverordening 213 a Gemeentewet </label>
        </kop>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 2. </onderstreept>Onderzoeksfrequentie</al>
        <al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. De
                                raad eist een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per
                                jaar van het college. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen
                                onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken naar de
                                doeltreffendheid.</al>
        <al/>
        <al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de
                                uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering
                                wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke organisatie, zodat
                                deze onderzoeken zich ten eerste richten op de organisatie-eenheden
                                van de gemeente. Een tweede ingang voor de doelmatigheidsonderzoeken
                                is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de gemeentelijke
                                taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                                uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door
                                derden wordt onderzocht.</al>
        <al/>
        <al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op
                                doelmatigheid worden onderzocht, verplicht het artikel dat ieder
                                onderdeel van de gemeente en elke gemeentelijke taak minimaal eens
                                in de zoveel jaar worden onderzocht. Hier kan iedere gemeente zelf
                                de gewenste periode aangeven. Aanbevolen wordt eenmaal in de twee
                                raadsperioden.</al>
        <al/>
        <al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van
                                het in de programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde
                                beleid. Dit beleid kan gehele begrotingsprogramma’s omvatten of
                                delen daarvan. Ook kan het paragrafen van de begroting en
                                jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 3. Onderzoeksplan</onderstreept>
        </al>
        <al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend
                                zal de raad willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid
                                willen hebben om deze te bespreken en als hij dat nodig acht invloed
                                uit te oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan.</al>
        <al/>
        <al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen
                                onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal.</al>
        <al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek
                                uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de
                                raad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het
                                college vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven wat in
                                een onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De
                                onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                                toegelicht:</al>
        <al>a) Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat
                                duidelijk aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is.
                                Daarbij worden bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de
                                scheidslijnen aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken
                                procedures en instrumenten. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken
                                worden duidelijk de scheidslijnen met andere beleidsvelden
                                aangegeven.</al>
        <al>b) De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit
                                over alle organen (raad, college), organisatie-eenheden en
                                instellingen waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of
                                waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de
                                gemeente worden bekostigd. De reikwijdte kan in het onderzoeksplan
                                worden ingeperkt door het aangeven van het te onderzoeken tijdsvak
                                en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en instellingen.
                                De reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden
                                aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en
                                welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij
                                het onderzoek worden betrokken.</al>
        <al>c) Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                                (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al>
        <al>d) Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel
                                onderverdeeld in fasen.</al>
        <al>e) Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd
                                door het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van
                                deskundigheid van derden) of door derden. Indien de ambtelijke
                                organisatie de onderzoeken uitvoert zullen in de onderzoeksopzet
                                waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid
                                van de analyse en/of adviezen ter verbeteringen worden gegarandeerd.
                                Dat betekent dat van het onderzoek wel mag worden uitgevoerd door
                                functionarissen die in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                                onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot verbetering
                                echter moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en
                                uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun dagelijks
                                werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 4. Voortgang onderzoek</onderstreept>
        </al>
        <al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient
                                inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens
                                omtrent de bedrijfsvoering. Daarbij dient een relatie te worden
                                gelegd met de inhoud van de programma’s van de begroting en
                                jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens te
                                rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 5. Rapportage en
                                gevolgtrekking</onderstreept>
        </al>
        <al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de
                                transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke
                                verantwoording daarover te versterken. De bevindingen van de
                                onderzoeken worden dan ook neergelegd in rapporten voor de raad,
                                zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                                Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van
                                de Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het
                                jaarverslag. Dat betreft uiteraard de verslagen die lopende het
                                verslagjaar zijn afgerond. Dat sluit echter geenszins uit dat de
                                raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt zodra ze zijn
                                vastgesteld.</al>
        <al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid
                                impliceert ook het doel om te leren, om te denken over en te streven
                                naar verbetering, daarom is in deze modelverordening opgenomen dat
                                evaluatie en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van de
                                rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van verbetering
                                het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                                zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen
                                moet nemen tot verbetering. Het college moet een plan van
                                verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van verbetering wordt
                                uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 6. Inwerkingtreding</onderstreept>
        </al>
        <al>Volgens de Gemeentewet moet deze verordening per 7 maart 2003 zijn
                                vastgesteld. De raad kan indien nodig bij raadsbesluit het
                                vaststellen van de verordening met maximaal een jaar
                                uitstellen.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Artikel 7. Citeertitel</onderstreept>
        </al>
        <al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke
                                stukken naar deze verordening kan worden verwezen.</al>
        <al/>
        <al>
          <onderstreept>Vaststelling</onderstreept>
        </al>
        <al>De ondertekening van uitgaande stukken van de raad door de
                                burgemeester is in het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75,
                                lid 1 Gemeentewet). Door de komst van de griffier zijn de taken van
                                de gemeentesecretaris gewijzigd. De secretaris hoeft niet meer
                                aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de raad. Deze taak wordt
                                overgenomen door de griffier (artikel 107b Gemeentewet). Door deze
                                wijziging is het niet meer de secretaris, die alle uitgaande stukken
                                van de raad mede ondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken
                                van de raadsvergaderingen medeondertekenen (artikel 107c
                                Gemeentewet).</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>