<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR14074_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten van het financieel beleid, financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Beuningen (art. 212 Gw).</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>De financiële verordening gemeente Beuningen (art.212 Gw).</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-01-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Divers</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW07.01443 en BW17.00027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten van het financieel beleid, financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Beuningen (art. 212 Gw).</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Beuningen; </al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en
                        verantwoording provincies en gemeenten; </al><al/><al>zoals gewijzigd bij besluit van de raad d.d. 22 januari 2008;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen <vet>de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                            beleid, al</vet><vet>s</vet><vet>mede voor het financieel beheer en voor
                            de inrichting van de financiële o</vet><vet>r</vet><vet>ganisatie van de
                            gemeente Beuningen.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel><cursief>Kaderstellen</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt tenminste bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode
                                een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks de uitgangspunten voor de begroting en
                                meerjarenraming vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de speerpunten van het beleid en de daarmee samenhangende
                                activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de baten en lasten;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en de activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de activiteiten en de maatschappelijke effecten, zodat
                                de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals
                                vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>De raad stelt voor 15 juli op voorstel van het college een nota vast
                            over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende
                            jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken uit de rapportage
                            van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken
                            bedoeld in artikel 8.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel><cursief>Uitvoering</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                            begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor
                            dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig
                                    zijn toegewezen aan de producten van de productraming; </al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                    investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de
                                    vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie;
                                </al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat
                                    de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma
                                    onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de
                                    programma´s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting
                                    niet wordt overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel><cursief>Beheersing en Interne controle</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel. </al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en
                                    tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening en de
                                    rechtmatigheid van beheershandelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                    genoemd in lid 2 voor een plan van verbetering. Het college
                                    neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor
                                    herstel van de tekortkomingen.</al></li><li nr="4."><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden
                                    ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel><cursief>Rapportage en Verantwoording</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste drie maanden en de eerste zes maanden van het
                                    lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                    volgende tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>de driemaands rapportage voor 15-07 van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de zesmaands rapportage voor 15-11 van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="4."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten,
                            de ondernomen activiteiten en indien daar aanleiding voor is de
                            maatschappelijke effecten.</al><al> In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen
                            van: </al><lijst><li nr="1."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="2."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="3."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="4."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording naar de productenrealisatie en naar de programma
                                verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de programma’s door middel
                                van beantwoording van de vragen:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>wat is bereikt; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>welke activiteiten zijn ondernomen<cursief>;</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>wat de kosten zijn</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde
                                doelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel><cursief>Kaderstellen</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling, agio en
                                    disagio worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden geactiveerd en
                                    afgeschreven over een tijdsbestek gelijk aan de looptijd van de
                                    afgesloten lening.</al></li><li nr="3."><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                            artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten, worden lineair afgeschreven:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="84*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort investering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Jaren</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><onderstreept>Immateriële vaste
                                                  activa</onderstreept></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kosten verbonden aan het sluiten van
                                                geldleningen</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><onderstreept>Materiële vaste
                                                activa</onderstreept></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Investeringen met een economisch nut</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gronden en terreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>niet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonruimten (tijdelijke woonruimten zoals woonwagens
                                                e.d.)</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrijfsgebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* permanent (bibliotheek 25, schoolgebouw 40)</al></entry><entry colname="col2"><al>25-40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* tijdelijk</al></entry><entry colname="col2"><al>20-25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* verbouwingen en aanpassingen</al></entry><entry colname="col2"><al>10-25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* tijdelijke schoolgebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>15-20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* kleedaccommodaties</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Grond- en wegwerken</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* sportterreinen en terreininrichtingen (verbetering
                                                woonwagencentrum 10, begraafplaats 30)</al></entry><entry colname="col2"><al>10-30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vervoermiddelen</al></entry><entry colname="col2"><al>10-15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Machines en apparaten</al></entry><entry colname="col2"><al>5-20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overige</al></entry><entry colname="col2"><al>10-20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* automatisering (software en hardware)</al></entry><entry colname="col2"><al>4-6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* inrichting onderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>* jongerenontmoetingsplekken</al></entry><entry colname="col2"><al>10-25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Investeringen in de openbare ruimte met een
                                                maatschappelijk nut</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Grond- en wegwerken</al></entry><entry colname="col2"><al>niet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><onderstreept>Financiële vaste
                                                activa</onderstreept></al></entry><entry colname="col2"><al>10-25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan €
                            5.000,-- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
                            Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></li><li nr="4."><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van: waterwegen;
                                    waterbouwkundige werken; permanente terreinwerken; wegen;
                                    straten; fietspaden; voetpaden; bruggen, viaducten; tunnels;
                                    verkeerslichtinstallaties; openbare verlichting;
                                    straatmeubilair; reconstructie openbare ruimte; parken; overig
                                    openbaar groen.</al></li><li nr="5."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                    en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht.
                                    Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
                                    activering bij raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven
                                    in een door de raad aan te geven tijdsduur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                            gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande
                            vorderingen ouder dan drie maanden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Beuningen wordt een systeem van kosxentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten meegenomen, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij de uitoefening van de financieringsfunctie nadere
                                regels in een treasurystatuut voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                richtlijnen van het treasurystatuut in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Registratie bezittingen en activa</titel></kop><al>Is vervallen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt een keer in de twee jaar de nota reserves en
                                    voorzieningen aan</al></li><li nr="2."><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en vrijval van reserves; </al></li><li nr="b."><al>de vorming en vrijval voorzieningen; </al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen, in relatie tot de nota weerstandsvermogen bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college biedt jaarlijks een overzicht van de reserves en
                            voorzieningen aan in een aparte paragraaf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                            volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                            rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
                            lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
                            bedrijven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                            heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per
                            verordening waarin deze tarieven, heffingen en prijzen worden
                            vastgelegd, de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
                            verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
                            rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de geraamde
                            kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte diensten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                                risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen
                                of anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste
                                weerstandsvermogen bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                        de begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel
                                        belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich
                                        voordoen. Het college brengt hierbij in elk geval de
                                        risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de
                                        nota bedoeld in lid 1. Hierbij wordt speciale aandacht
                                        gegeven aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de
                                                risico’s;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                        de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit
                                        en in hoeverre schaden en verliezen als gevolg van de
                                        risico’s van materieel belang met het weerstandsvermogen
                                        kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de acht jaar een integraal
                                kwaliteitsplan openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer
                                voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau
                                voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en
                                straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het
                                meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vijf jaar een (bijgestelde)
                                nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de
                                inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de
                                uitbreiding van de riolering alsmede de te nemen milieumaatregelen
                                en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair
                                beslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervalt</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering verslag van: </al><lijst><li nr="b."><al>de kasgeldlimiet; </al></li><li nr="c."><al>de renterisico norm; </al></li><li nr="d."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="e."><al>de rentevisie; </al></li><li nr="f."><al>de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over
                                de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                                begroting en de jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken
                                naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande
                            verbonden partijen en het voordoen van problemen bij bestaande verbonden
                            partijen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
                                    vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed
                                    aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting,</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van
                                            de gemeente,</al></li><li nr="c."><al>aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                            projecten,</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden,</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling
                                            van erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid in de begroting en jaarverslag wordt
                                    ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste financiële
                            ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de verwerving van
                            gronden e.d. en de relaties van het grondbeleid met de programma’s. </al></li></lijst><al/><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            grondbeleid verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                                    doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de
                                    begroting;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                                    uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                            grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
                            relatie tot de risico’s van de grondzaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Het College biedt indien hier aanleiding voor bestaat, maar in ieder
                            geval op verzoek van de raad een (bijgestelde) nota verstrekking
                            gemeentelijke subsidies aan ter behandeling door de raad. De nota bevat
                            het kader voor de verstrekking van de gemeentelijke subsidies en een
                            overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie van de gemeente bestaat uit de administratie van de
                                gemeente als geheel, alsmede uit de door het college van
                                burgemeester en wethouders aangewezen verbijzonderde administraties
                                (momenteel de Algemene Dienst en het Grondbedrijf).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de diensten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake
                            van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Beuningen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze Verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1
                            januari 2005. , </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze Verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Beuningen”. Deze Verordening vervangt de
                            Verordening op de organisatie van de administratie en van het beheer van
                            vermogenswaarden van de Algemene Dienst en takken van dienst van de
                            gemeente Beuningen.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Beuningen, 22 januari 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>