<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR139711_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Woerdense Courant,13-03-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>iIntrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/04</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de Parkeerverordening 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Woerden,</al><al> gelezen het voorstel d.d. 1 november van burgemeester en wethouders; </al><al> besluit;</al><al> vast te stellen de "Parkeerverordening 2012 (Verordening op het gebruik van
                        parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen 2012)"</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli
                            1990, Stb. 459;</al><al> b motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;</al><al> c vrachtwagen: een motorvoertuig dat met in begrip van lading een
                            lengte heeft van meer dan 6,0 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4
                            meter;</al><al> d parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
                            en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                            dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de
                            gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                            wettelijk voorschrift is verboden;</al><al> e houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                            moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat
                            is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994,
                            475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt
                            aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                            kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                            ingeschreven;</al><al> f parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                            verzamel-parkeerders en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al><al> g parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                            parkeerapparatuur;</al><al> h belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><al> 1 is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al><al> 2 is gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al><al> i vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning,
                            krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op
                            daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                            belanghebbendenplaatsen;</al><al> j dagparkeervergunning: een vergunning welke slechts geldig is op de op
                            de vergunning aangegeven data;</al><al> k bewonersparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge het
                            eerste lid van artikel 6 van deze verordening aan bewoners kan worden
                            verstrekt;</al><al> l bedrijfsparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge het
                            tweede lid van artikel 6 van deze verordening aan bedrijven kan worden
                            verstrekt;</al><al> m vrachtwagenparkeervergunning: een parkeervergunning voor een
                            vrachtwagen die ingevolge het derde lid van artikel 6 van deze
                            verordening aan bedrijven kan worden verstrekt</al><al> n vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend;</al><al> o vergunningenplafond: het door burgemeester en wethouders ingevolge
                            het derde lid van artikel 7 van deze verordening te bepalen maximaal
                            aantal uit te geven vrachtwagenparkeervergunningen;</al><al> p zorgparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge het eerste
                            en tweede lid van artikel 7a van deze verordening aan bepaalde
                            zorgverleners kan worden verstrekt;</al><al> q marktparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge het
                            eerste lid van artikel 7B van deze verordening aan
                            marktstandplaatshouders kan worden verstrekt;</al><al> r werknemersparkeervergunningen: een parkeervergunning voor ambtenaren
                            van de gemeente Woerden en voor leden van het college van burgemeester
                            en wethouders van de gemeente Woerden;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit,
                            weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                            vergunninghouders.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, de
                            tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders
                            is toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag
                            een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                            parkeerapparatuurplaatsen.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen regels vaststellen omtrent het
                            aanvragen en verlenen van vergunningen als bedoeld in lid 1.</al><al> 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften
                            en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van
                            een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al><al> 4. Een vrachtwagenparkeervergunning kan worden geweigerd wanneer het
                            door burgemeester en wethouders vastgestelde vergunningenplafond als
                            bedoel in het derde lid van artikel 7 is bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst
                            van een aanvraag voor een vergunning.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                            termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van
                            deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld, voordat
                            de in het eerste lid gestelde termijn is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al> 1. Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend en heeft een
                            looptijd vanaf 1 april van enig jaar tot en met 31 maart van het volgend
                            jaar.</al><al> 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al> a de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al> b het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al> c het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend
                            of de naam van de vergunninghouder alsmede een beschrijving van het
                            motorvoertuig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al> 1. Een bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of
                            houder van een motorvoertuig die volgens de gemeentelijke
                            basisadministratie woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of
                            mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur-plaatsen
                            aanwezig zijn.</al><al> 2. Een bedrijfsparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of
                            houder van een motorvoertuig die volgens de kamer van koophandel een
                            beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                            of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                            aanwezig zijn.</al><al> 3. Een parkeervergunning wordt geweigerd indien er ten behoeve van de
                            aanvrager of het adres van de aanvrager parkeergelegenheid is
                            gerealiseerd in de vorm van een gebouwde voorziening.</al><al> 4. Tot de adressen als genoemd in lid 3 behoren in ieder geval alle
                            huisnummers van de straten Hogewoerd, Kazernestraat, Kruittorenweg,
                            Kerkplein, Nieuwe Markt, Van Oudheusdenstraat, Meulmansweg, De Kazerne
                            en Groenendaal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al> 1. Een vrachtwagenparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar
                            of houder van een vrachtwagen die volgens de Kamer van Koophandel een
                            beroep of bedrijf uitoefent:</al><al> a buiten de Gemeente Woerden en waarvan de chauffeur volgens de
                            gemeentelijke basisadministratie woont in de Gemeente Woerden;de periode
                            waarvoor de vergunning geldt;</al><al> b binnen de Gemeente Woerden en die niet over eigen parkeerruimte
                            beschikt of op wiens terrein onvoldoende parkeerruimte beschikbaar kan
                            worden gemaakt.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid van artikel 5 van deze verordening
                            heeft de vrachtwagenparkeervergunning een looptijd vanaf 1 januari van
                            enig jaar tot en met 31 december van hetzelfde jaar.</al><al> 3. Burgemeester en wethouders stellen vast op welke wijze het maximum
                            aantal uit te geven vrachtwagenparkeervergunningen voor gebieden die
                            zijn aangewezen als bestemd voor deze categorie vergunninghouders, wordt
                            bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7A</nr><titel/></kop><al> 1. Een zorgparkeervergunning kan worden verleend aan de huisartsen- of
                            verloskundigenpraktijk in Woerden, die niet in het hierna te noemen
                            gebied gevestigd is, ten behoeve van de huisarts of verloskundige die
                            voor de praktijkuitoefening bezoeken aflegt in een gebied waar
                            belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                            parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en daarbij gebruik maakt van een
                            motorvoertuig.</al><al> 2. Een zorgparkeervergunning kan tevens worden verleend aan het Zuwe
                            Hofpoortziekenhuis ten behoeve van een medewerker van de bloedafname en
                            trombosedienst die in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                            door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur-plaatsen aanwezig
                            zijn, bezoeken moet afleggen met een motorvoertuig.</al><al> 3. In afwijking van het eerste lid van artikel 5 van deze verordening
                            heeft de zorgparkeervergunning een looptijd vanaf 1 januari van enig
                            jaar tot en met 31 december van hetzelfde jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7B</nr><titel/></kop><al> 1. Een marktparkeervergunning kan worden verleend aan de houder van een
                            standplaatsvergunning verleend op grond van artikel 5 van de
                            Marktverordening 2004 Gemeente Woerden.</al><al> 2. In afwijking van het eerste lid van artikel 5 van deze verordening
                            heeft de marktparkeervergunning een looptijd vanaf 1 januari van enig
                            jaar tot en met 31 december van hetzelfde jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7C</nr><titel/></kop><al> 1. Een werknemersparkeervergunning kan worden verleend aan een
                            ambtenaar van de gemeente Woerden, die ten behoeve van de uitoefening
                            van zijn werkzaamheden regelmatig in een gebied moet zijn waar
                            belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                            parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en wiens functie voorkomt op de
                            lijst verplichte rijders, zoals gehanteerd door POA.</al><al> 2. Een werknemersparkeervergunning kan tevens worden verleend aan een
                            lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Woerden in verband met de representatieve taken voortvloeiende uit zijn
                            functie.</al><al> 3. In afwijking van het eerste lid van artikel 5 van deze verordening
                            heeft de werknemersparkeervergunning een looptijd vanaf 1 januari van
                            enig jaar tot en met 31 december van hetzelfde jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al> Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><al> a indien blijkt dat voor de vergunninghouder bij nieuwbouw specifieke
                            parkeergelegenheid is gerealiseerd en hier door middel van een
                            abonnement of andere regeling gebruik van kan worden gemaakt.</al><al> b op verzoek van de vergunninghouder;</al><al> c wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
                            beëindigt;</al><al> d wanneer de chauffeur als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a de Gemeente
                            Woerden verlaat of uit dienst treedt bij de vergunninghouder;</al><al> e wanneer de vergunninghouder als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub b de
                            beschikking krijgt over voldoende parkeerruimte op eigen terrein;</al><al> f wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al> g wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al><al> h wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al><al> i wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al><al> j om redenen van openbaar belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al> Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van
                            het bepaalde in deze parkeerverordening, indien onverkorte toepassing
                            hiervan leidt tot apert onbillijke en niet beoogde uitkomsten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III </nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al> 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                            plaatsen of te laten staan:</al><al> a. op een parkeerapparatuurplaats;</al><al> b. op een belanghebbendenplaats.</al><al> 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                            zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
                            staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of
                            verhinderd.</al><al> 3. Lid 1 is niet van toepassing indien er sprake is van het plaatsen
                            van voorwerpen die verband houden met bouw- en verbouw, mits het verzoek
                            om het plaatsen van de voorwerpen in samenhang met de behandeling van de
                            bouwaanvraag is geschied.</al><al> 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                            bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al> Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al> 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al> a zonder geldige vergunning;</al><al> b zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                            vergunning;</al><al> c in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al> 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                            bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV </nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al> Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al> 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                            deze verordening zijn belast: de in artikel 141 sub b van het Wetboek
                            van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.</al><al> 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de door burgemeester en wethouders
                            aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al> 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012</al><al> 2. Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                            “parkeerverordening 2009, vastgesteld</al><al> op 18 december 2008</al><al> 3. Vergunningen welke zijn verleend krachtens de “parkeerverordening
                            2009, vastgesteld op 18 december 2008 worden geacht te zijn verleend
                            krachtens deze verordening.</al><al> 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening
                            2012". </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december
                        2011,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> E.M. Geldorp mr. H.W. Schmidt</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al> Artikelsgewijze toelichting op de parkeerverordening 2012 Afdeling 1 Definities
                    en begripsomschrijvingen Artikel 1</al><al> Dit artikel spreekt voor zich. Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders,
                    vergunningen en vergunningbewijzen Artikel 2</al><al> Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden dient daarom bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan
                    staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op
                    basis van de parkeerbelastingverordening. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en wethouders neergelegd. Artikel 3</al><al> In het eerste lid wordt duidelijk gemaakt dat vergunningen kunnen worden
                    afgegeven voor het parkeren op parkeerplaatsen voor belanghebbenden of op
                    parkeerplaatsen met parkeerapparatuur. Op grond van het derde lid kunnen met het
                    oog op een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte aan de vergunning
                    zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken
                    parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van
                    kracht is. Artikel 4</al><al> De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                    voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                    verordening zelf opgenomen. Een termijn van vier weken is redelijk en bovendien
                    haalbaar. Artikel 5</al><al> In de Gemeente Woerden worden vergunningen voor een jaar verstrekt. Uiteraard
                    geldt dit niet voor de dagvergunningen. Om de controle op de naleving van het
                    vergunningparkeren efficiënt te laten verlopen, moet zo min mogelijk informatie
                    op de vergunning worden vermeld. Een overmaat aan informatie bemoeilijkt de
                    waarneming voor de controleurs (veel lezen, kleine letters). Artikel 6</al><al> In dit artikel worden de twee categorieën (rechts)personen omschreven die al
                    reeds op grond van de oude parkeerverordening in aanmerking kwamen voor een
                    vergunning. Artikel 7</al><al> In dit artikel wordt een nieuwe categorie rechtspersonen geïntroduceerd die in
                    aanmerking komen voor een vergunning voor het parkeren van een vrachtwagen. In
                    afwijking van artikel 5 kent de vrachtwagenparkeervergunning een looptijd vanaf
                    1 januari van enig jaar tot en met 31 december van hetzelfde jaar. Het college
                    van burgemeester en wethouders bepaalt op basis van het beschikbare aantal
                    parkeerplaatsen hoeveel vrachtwagenparkeervergunningen er kunnen worden
                    uitgegeven. Artikel 8</al><al> In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over ‘kunnen intrekken’. Bedoeld
                    is hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en wethouders
                    staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer een van de in
                    dit artikel opgesomde omstandigheden zich voordoet. In verband met het invoeren
                    van een vergunningenstelsel voor het parkeren van vrachtwagens zijn onder c en d
                    nieuwe omstandigheden opgevoerd. De opsomming is limitatief bedoeld. Om andere
                    redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken. Artikel 9</al><al> Dit artikel biedt de mogelijkheid aan burgemeester en wethouders om, indien er
                    sprake is van bijzondere gevallen of onbillijkheid, af te wijken van de
                    bepalingen in deze verordening Afdeling III Verbodsbepalingen Artikel 10</al><al> Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op belanghebbendenplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen. Het plaatsen van
                    dergelijke voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde
                    plaatsen en doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om
                    gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet
                    dan ook, ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening
                    worden opgenomen. Het lijkt voor een goede gang van zaken op
                    parkeerapparatuurplaatsen niet gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het
                    in het tweede lid neergelegde verbod. De mogelijkheid daartoe is dan ook niet
                    opgenomen in de verordening. Artikel 11</al><al> Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten dan ook ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan in de verordening worden opgenomen. Artikel
                    12</al><al> De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is, gelet op artikel
                    225 van de Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuur, en niet op
                    belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    opgenomen worden. Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur
                    zonder (geldige) vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan
                    immers wel het fiscale regime gehanteerd worden. Tevens biedt dit artikel een
                    ontheffingsmogelijkheid van het verbod om zonder vergunning op een
                    belanghebbendenplaats te parkeren. Hierbij kan gedacht worden aan het verlenen
                    van een ontheffing aan bijvoorbeeld een rondtrekkende kermis. Afdeling IV
                    Strafbepaling Artikel 13</al><al> Gemeenten kunnen op grond van artikel 154 van de Gemeentewet op overtreding van
                    hun verordeningen een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete
                    van de eerste of tweede categorie stellen. Gezien de ernst van een
                    parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop een geldboete van de
                    tweede categorie te stellen. Daarom is er voor gekozen om naast een hechtenis
                    van twee maanden een geldboete van de eerste categorie in de verordening op te
                    nemen. Artikel 14</al><al> Dit artikel spreekt voor zich. Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen Artikel
                    15</al><al> Dit artikel spreekt voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>