<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR139419_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arena, 3 februari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wwb, Artikel 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de: Verordening Declaratiefonds voor sportieve en culturele activiteiten 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 december
                        2011;</al><al>Overwegende, dat intrekking van de Wet investeren in jongeren en wijziging
                        van de Wet werk en bijstand per 1 januari 2012 het noodzakelijk maakt om de
                        verordening die zijn grondslag vindt in laatstgenoemde wet aan te passen, </al><al>Gelet op artikel 8 van de Wet werk en bijstand,</al><al>Overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van een vergoeding
                        participatiefonds aan uitkeringsgerechtigden en jongeren van 21 jaar of
                        ouder bij verordening te regelen;</al><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al>Tot het vaststellen van de:</al><al><vet>Verordening Participatiefonds voor sportieve en culturele activiteiten
                            en schoolgaande kinderen 2012 </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB)en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>rechthebbende</cursief>: - de inwoner van Landerd
                                        van 21 jaar en ouder, niet zijnde een</al></li></lijst></li></lijst><al>student, die een uitkering ontvangt op grond van de WWB </al><lijst><li nr="-"><al>de inwoner van Landerd van 21 jaar en ouder, niet zijnde een
                                student, die een inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 110 %
                                van de voor hem geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="-"><al>Kinderen tot 18 jaar, voor wie kinderbijslag wordt ontvangen, van
                                ouders/ verzorgers met een inkomen op grond van de WWB, Ioaw en Ioaz
                                en/of dat gelijk is aan of minder dan 110 % van de voor hem geldende
                                bijstandsnorm;</al><lijst><li nr="b."><al><cursief>College:</cursief> het college van burgemeester en
                                        wethouders.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Schoolgaande kinderen</cursief>: kinderen van 12
                                        tot 18 jaar die voltijd dagonderwijs volgen (voortgezet
                                        onderwijs);</al></li><li nr="d."><al><cursief>Subsidiejaar:</cursief> tijdvak van een jaar lopend
                                        van 1 januari tot 1 januari van het jaar daarop
                                        volgend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Student:</cursief> studerende van 21 jaar en ouder
                                        die recht heeft op studiefinanciering op grond van de WSF
                                        2000;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Bijstand</cursief>: de bijstandsnorm bedoeld in
                                        hoofdstuk 3, paragraaf 2 en 3, van de Wwb</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van het participatiefonds is om inwoners van Landerd met een
                        minimum inkomen of net daarboven in staat te stellen deel te (blijven) nemen
                        aan sportieve en culturele activiteiten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>De in artikel 1 genoemde rechthebbenden komen slechts voor een vergoeding in
                        aanmerking indien:</al><lijst><li nr="1."><al>Het netto inkomen vanaf datum aanvraag, lager dan of gelijk is dan
                                de voor hen geldende bijstandsnorm;</al></li><li nr="2."><al>Het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen zoals
                                vermeld in artikel 34 lid 3 van de WWB.</al></li><li nr="3."><al>Niet op een andere wijze subsidies voor de gedeclareerde
                                activiteiten worden ontvangen of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>Sportieve en culturele activiteiten ;</al></li><li nr="b."><al>Studiekosten voor schoolgaande kinderen; </al></li><li nr="c."><al>Abonnementen en seizoenkaarten</al></li><li nr="d."><al>Voorstellingen schouwburg en bioscoop;</al></li><li nr="e."><al>Cursusgelden;</al></li><li nr="f."><al>Eenmalige activiteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De vergoedingen</titel></kop><al>De bijdrage uit het participatiefonds bedraagt per jaar maximaal</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de onderdelen a,c, d.e en f € 175,-- per persoon </al></li><li nr="b."><al>Voor het onderdeel b voor alle tot het gezin behorende € 250,-- per
                                schoolgaand kind</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding kosten 65+-ers</titel></kop><al>Alleen personen ouder dan 65 jaar komen, naast de in artikel 4 genoemde
                        kosten, ook voor volgende kosten in aanmerking:</al><lijst><li nr="1."><al>Abonnement voor de telefoon;</al></li><li nr="2."><al>Abonnement voor krant of tijdschrift;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het aanvragen van een vergoeding geschiedt bij het bureau Sociale Zaken met
                        behulp van een daartoe bestemd aanvraag- en inlichtingenformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorlichting</titel></kop><al>Bureau Sociale Zaken geeft schriftelijk voorlichting over de mogelijkheden
                        van het participatiefonds, de wijze van behandeling van een aanvraag, de
                        besluitvorming en de mogelijkheden die aanvrager ten dienste staan ter
                        verwezenlijking van zijn aanspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken
                        beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al><al>Het college kan nadere regels stellen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Het aanvragen van een vergoeding;</al></li><li nr="2."><al>De beoordeling van de aanvragen;</al></li><li nr="3."><al>Het nemen van beslissingen naar aanleiding van de aanvragen;</al></li><li nr="4."><al>De betaling;</al></li><li nr="5."><al>Wat verder door de toepassing van deze verordening moet worden
                                geregeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de
                        aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing
                        van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd.
                        Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening
                        aangepast. Het college zendt hiertoe jaarlijks na de inwerkingtreding van de
                        verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
                        van de verordening in de praktijk</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Participatiefonds voor sportieve
                        en culturele activiteiten en schoolgaande kinderen 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Declaratiefonds voor sportieve en culturele
                                activiteiten 2009 wordt met ingang van 1 januari 2012
                                ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Landerd</ondertekening><ondertekening>van 26 januari 2012</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs W.C. Doorn-Van der Houwen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2012 treed het wetsvoorstel (Kamerstukken 32 815) tot
                    wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging met de Wet investeren in
                    jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting
                    van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (verder wijziging
                    WWB) in werking.</al><al>Dit wetsvoorstel heeft een aantal uitgangspunten, onder andere:</al><al>De WWB wordt gericht op de doelgroep die het echt nodig heeft. Om dit te
                    bereiken wordt de inkomensgrens van het gemeentelijk minimabeleid genormeerd tot
                    110%. Bovendien is naar aanleiding van een de motie Spekman/Blanksma
                    (kamerstukken II 2009/10 24515, nr 181) een verordeningsplicht opgenomen voor
                    gemeenteraden ten aanzien van participatie voor huishoudens met schoolgaande
                    kinderen.</al><al>Reden waarom de bestaande verordening Declaratiefonds is aangepast.</al><al>Deze verordening regelt diverse voorzieningen welke de gemeente Landerd voor
                    minima kent. De verordening vervangt de eerder vastgestelde verordening. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1, 2, 3. Begripsbepalingen, doel en voorwaarden </tussenkop><al>Minima met een inkomen tot en met 110 % van de voor hen geldende bijstandsnorm
                    kunnen in aanmerking komen voor een voorziening. Studenten vallen niet onder het
                    begrip belanghebbende. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de
                    voorziening niet van toepassing op bewoners van campings en recreatieverblijven
                    in de gemeente. </al><tussenkop>Artikel 4,5 en 6 De voorzieningen, de vergoedingen</tussenkop><al/><tussenkop>Sportieve en culturele activiteiten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor
                    sportieve en culturele activiteiten. Deze activiteiten moeten in georganiseerd
                    verband plaats vinden. De belanghebbende of zijn ten laste komende kinderen
                    dienen lid of contribuant te zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende
                    vereniging of stichting. De belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen
                    waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze
                    bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden.</al><tussenkop>Studiekosten voor schoolgaande kinderen</tussenkop><al>Kinderen die voortgezet onderwijs volgen kosten de ouders veel geld.
                    Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage voor een tegemoetkoming in de
                    studiekosten verstrekken. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 12 tot en met
                    17 jaar die ) voortgezet onderwijs volgen. Wat de studiekosten betreft moet
                    gedacht worden aan de kosten van excursies, verplichte sportkleding,
                    ouderbijdrage, lesgeld, een fiets, schoolfonds en boekengeld. De belanghebbende
                    moet de kosten daadwerkelijk maken. Als de belanghebbende of onderwijsinstelling
                    heeft aangetoond dat de kosten zijn gemaakt verstrekken burgemeester en
                    wethouders een vergoeding. Burgemeester en wethouders verstrekken de vergoeding
                    ter hoogte van de gemaakte kosten met een maximum van € 250,00 per schoolgaand
                    kind per subsidiejaar. Geen tegemoetkoming wordt verstrekt als op andere wijze
                    in de kosten kan worden voorzien.</al><tussenkop>Abonnementen en seizoenkaarten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>Abonnementen en seizoenkaarten voor deelname aan uiteenlopende activiteiten </al><al>( bijvoorbeeld bibliotheek, voetbal en deelname aan een verenging). De
                    belanghebbende dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij
                    daadwerkelijk kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor
                    meerdere activiteiten verstrekt worden.</al><al/><tussenkop>Voorstellingen schouwburg en bioscoop</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>bezoek aan schouwburg en/of bioscoop. De belanghebbende dient betalingsbewijzen
                    te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten maakt voor deze
                    activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt
                    worden.</al><al/><tussenkop>Cursusgelden</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>deelname aan een cursus met een uiteenlopende doel. De belanghebbende dient
                    betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk kosten
                    maakt voor deze cursus. Deze bijdrage kan voor meerdere cursussen verstrekt
                    worden.</al><tussenkop>Eenmalige activiteiten</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor </al><al>deelname aan een eenmalige sportieve of culturele activiteit. De belanghebbende
                    dient betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk
                    kosten maakt voor deze activiteiten. Deze bijdrage kan voor meerdere
                    activiteiten verstrekt worden</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Aanvraag</tussenkop><al/><al>Dit alles met de beperking dat dit in het belang moet zijn van de aanvraag.
                    Burgemeester en wethouders mogen dus geen gegevens (doen) opvragen waarin zij
                    uit andere hoofde geïnteresseerd zijn.</al><tussenkop>Artikel 8 Voorlichting</tussenkop><al/><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9 Beslistermijn</tussenkop><al/><al>In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat de rechthebbende de
                    kosten zelf voor moet schieten, gekozen voor een zo kort mogelijke
                    beslistermijn. </al><tussenkop>Artikel 10 Nadere regels</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11 Onvoorziene omstandigheden</tussenkop><al/><al>Deze restclausule biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid in alle
                    niet-voorziene situaties te handelen naar bevind van zaken. Omdat ook deze
                    beslissingen onderworpen zijn aan de voorgeschreven bezwaar- en
                    beroepsprocedures, dient ook in deze gevallen de beslissing gemotiveerd genomen
                    te worden</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Verantwoording</tussenkop><al/><al>Burgemeester en wethouders brengen in ieder geval jaarlijks verslag uit aan de
                    gemeenteraad. De gemeenteraad kan jaarlijks de onderwerpen bepalen waarover
                    gerapporteerd moet worden.In ieder geval rapporteert het college aan de
                    gemeenteraad over:</al><lijst><li nr="-"><al>Het aantal binnengekomen en afgehandelde aanvragen</al></li><li nr="-"><al>Een overzicht van de uitgaven in relatie tot begroting</al></li></lijst><al>Op grond van dit artikel kan het gemeentelijk beleid geëvalueerd worden. Indien
                    de evaluatie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld omdat het
                    voorzieningenniveau te hoog of te laag blijkt te zijn, dient de evaluatie te
                    leiden tot aanpassing van de verordening.</al><tussenkop>Artikel 13 en 14</tussenkop><al>Dit artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>