<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR139411_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arena, 3 februari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wwb, Artikel 8 eerste lid, onderdeel d en artikel 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Wet werk en bijstand</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de: Verordening Langdurigheidstoeslag 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landerd; </al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 december
                        2011;</al><al>Gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk en
                        bijstand,</al><al>Overwegende, dat intrekking van de Wet investeren in jongeren en wijziging
                        van de Wet werk en bijstand per 1 januari 2012 het noodzakelijk maakt om de
                        verordening die zijn grondslag vindt in laatstgenoemde wet aan te passen, </al><al>Overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan uitkeringsgerechtigden en jongeren van 21 jaar of
                        ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te regelen;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>Tot het vaststellen van de: </al><al><vet>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>De wet</cursief>: de Wet werk en bijstand </al></li><li nr="2."><al><cursief>Referteperiode</cursief>: een periode van 36 maanden
                                voorafgaand aan de peildatum.</al></li><li nr="3."><al><cursief>Peildatum</cursief>: de datum waarop in enig jaar het recht
                                op langdurigheidstoeslag ontstaat.</al></li><li nr="4."><al><cursief>U</cursief><cursief>itkeringsgrechtigde</cursief>: persoon
                                bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet structuuruitvoeringsorganisatie werk en inkomen.</al></li><li nr="5."><al><cursief>Inkomen</cursief>: het inkomen als bedoeld in artikel 32
                                van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode
                                waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen
                                ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li><li nr="6."><al><cursief>Laag inkomen</cursief>: een inkomen tot 100% van de
                                toepasselijke bijstandsnorm</al></li><li nr="7."><al><cursief>bijstand:</cursief> de bijstandsnorm bedoeld in hoofdstuk
                                3, paragraaf 2 en 3, van de Wwb</al></li><li nr="8."><al><cursief>College</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Landerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester
                        en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de Wet Werk en Bijstand gestelde
                        voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als
                        gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden het inkomen niet uitkomt
                        boven de 100% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 506,-,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 456,- en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande €
                        355,-<cursief>.</cursief></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></li><li nr="3."><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet
                        komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                        langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                        alleenstaande ouder zou gelden.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen elk jaar per 1 januari
                        aangepast worden met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                        verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de
                        gehuwdennorm van het daar aan voorafgaande jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitsluiting</titel></kop><al>Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                        op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de
                        wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag
                        heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar
                        de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                        gelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        langdurigheidstoeslag 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening langdurigheidstoeslag 2009 vastgesteld op 8 oktober
                                2009 wordt met ingang van 1 januari 2012 ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 januari 2012,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs W.C. Doorn-Van der Houwen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING</tussenkop><al>Met ingang van 1 januari 2012 treed het wetsvoorstel (Kamerstukken 32 815) tot
                    wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging met de Wet investeren in
                    jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting
                    van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (verder wijziging
                    WWB) in werking.</al><al>Reden waarom de bestaande verordening Langdurigheidstoelsag is aangepast.</al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op
                    de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan het begrip langdurig, laag inkomen, zoals dat in artikel 36 lid 1
                    WWB worden gebruikt.</al><al>In deze verordening is gekozen voor invulling die rekening houdt met de
                    jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de in de huidige regeling en
                    uitvoeringspraktijk gesignaleerde tekortkomingen. Voorts is gekozen voor een
                    invulling die zo veel mogelijk ongewenste armoedeval-effecten voorkomt.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>Met de invulling van het begrip peildatum als datum <cursief>waartegen
                    </cursief>is aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de CRvB,
                    dat het niet gaat om de datum <cursief>waarop </cursief>is aangevraagd (zie CRvB
                    22-07-2008, nr. 07/2304 WWB). De aanvraag wordt daarom steeds geacht te zijn
                    gedaan <cursief>tegen </cursief>de eerst mogelijke datum na afloop van een
                    referteperiode.</al><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht gegeven om in de verordening
                    regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag inkomen’, is de
                    gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 WWB
                    nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de
                    bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde)
                    invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB, doch wordt de
                    wettechnische imperfectie weggenomen.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Nadat belanghebbenden 3 jaar op een minimum inkomen zijn aangewezen is er over
                    het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Daarom wordt een termijn van
                    drie jaar aangehouden. Dit sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever
                    gegeven termijn. De minimumleeftijd is immers door de wetgever teruggebracht van
                    23 naar 21 jaar. Een belanghebbende is immers (normaal gesproken) vanaf zijn 18e
                    voor de WWB een zelfstandig rechtssubject.</al><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                    gemiddeld niet hoger is dan 100% van de bijstandsnorm. Marginale
                    overschrijdingen van deze 100%-grens dienen genegeerd te worden (zie CRvB
                    19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.). Er is bewust niet voor gekozen om het recht
                    op langdurigheidstoeslag ook toe kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau.
                    Van deze bevoegdheid wordt om een twee redenen geen gebruik gemaakt. </al><al>Ten eerste omdat dit ongewenste armoedeval-effecten in zich heeft. Weliswaar
                    doen de armoedeval-effecten zich ook voor bij de grens van 100% van de
                    bijstandsnorm, maar zullen belanghebbenden die uitstromen doorgaans een dermate
                    hoger inkomen ontvangen, dat het verlies van de langdurigheidstoeslag feitelijk
                    minder wordt gevoeld. Bij een hogere inkomensgrens bestaat er een risico dat
                    belanghebbenden als het ware blijven steken bij een inkomen tot bijvoorbeeld
                    120% van de bijstandsnorm. </al><al>Ten tweede omdat het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een
                    inkomen van bijvoorbeeld 110% van de bijstand niet valt te rijmen met de
                    wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van 65 jaar of ouder. Zij zijn immers
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, omdat hun inkomen al
                    voldoende hoger zou zijn dan de bijstandsnorm voor belanghebbenden tot 65 jaar.
                    Het verschil is echter maar ongeveer 5 tot 9 % (precieze percentage is
                    afhankelijk van de vraag of iemand een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                    gehuwde is). Het hanteren van een grens van 110% zou daarom maken dat de
                    uitsluiting van 65-plussers in dat geval strijdig is met het verbod op
                    leeftijdsdiscriminatie zoals dat is vastgelegd in artikel 26 van Internationaal
                    Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige hoogte. Om
                    niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is gekozen om de hoogte
                    jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen. Omdat de
                    bijstandsnormen in beginsel 2 maal per jaar worden geïndexeerd en de
                    langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds vergelijking gemaakt met de
                    bijstandsnormen van per 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor
                    situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De
                    WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende
                    echtgenoot, terwijl daarentegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in
                    dergelijke situaties ook niet opportuun is. NB: Dit derde lid ziet enkel op de
                    situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond
                    van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. Indien één van beide gehuwden niet in
                    aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen
                    aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben
                    beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op
                    langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom
                    ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand,
                    wordt thans de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een
                    alleenstaande (ouder). Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts
                    uit gehuwden bestaat. In dit artikel is bepaalt dat als er tot het gezin een
                    niet-rechthebbende behoort, dit slechts tot aanpassing van de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag leidt als er slechts één rechthebbend gezinslid
                    overblijft.</al><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><al>en<vet> artikel 7</vet> spreken voor zichzelf.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>