<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR139255_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland Zuid d.d. 9 februari 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1 onderdeel g</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 35, lid 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011056779</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van burgemeester en
            wethouders van Bloemendaal d.d. 20 december 2011;gelet op artikel 8, eerste lid
            onderdeel g en artikel 35 vijfde lid van de Wet werk en bijstand;gezien het advies van
            de Commissie Samenleving;overwegende dat vaststelling van een verordening
            maatschappelijke participatie wettelijk is voorgeschreven.b e s l u i t:vast te stellen
            de volgende:<vet> Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand
                Bloemendaal 2012.</vet></al><al/><al>Verordening maatschappelijke participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal
                        2012.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wet: Wet werk en bijstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten met
                                een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>belanghebbende: de persoon van 18 jaar of ouder die een aanvraag
                                minimabeleid indient;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning
                                in natura, gericht op maatschappelijke participatie;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>ouder(s)/verzorger(s): belanghebbende(n) die aanspraak kunnen maken
                                op kinderbijslag voor een eigen of aangehuwd of pleegkind jonger dan
                                18 jaar;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>kind: ten laste komend kind van een ouder met een laag inkomen;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>gezin: een gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub c van de
                                wet;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>schooljaar: een schooljaar loopt van augustus tot en met juli van
                                het daaropvolgende jaar;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>toetsingsinkomen: het verzamelinkomen dat belanghebbende en
                                eventuele gezinsleden hebben ontvangen in de maand waarin de te
                                declareren kosten zijn gemaakt;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>bijstandsnorm de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>De raad beschouwt het als zijn taak om de maatschappelijke participatie
                            te bevorderen en het aantal personen dat belemmeringen ondervindt in die
                            participatie door hun financiële positie, terug te dringen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doel en strekking</titel></kop><al>Om vergroting van de maatschappelijke participatie mogelijk te maken,
                            hebben degene die tot de doelgroep behoren en aan de voorwaarden
                            voldoen, recht op een bijdrage in de kosten hiervan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Algemene voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende moet ten tijde van het ontstaan van de kosten
                                woonachtig zijn in de gemeente Bloemendaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belanghebbende moet beschikken over een laag inkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het toetsingsinkomen is het (maand)inkomen op het moment van het
                                ontstaan van de kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de bepaling van het vermogen en de vermogensgrenzen wordt
                                aangesloten bij het gestelde in artikel 34 van de
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoedingen worden betaald op declaratiebasis.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep (schoolgaande) kinderen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Schoolkostenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ouders/verzorgers met schoolgaande kinderen in het basis- en
                                voortgezet onderwijs of op een beroepsopleiding (MBO) in de leeftijd
                                van 4 tot en met 17 jaar, met een laag inkomen, kunnen in aanmerking
                                komen voor vergoeding van de schoolkosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor kinderen in het basisonderwijs geldt een vergoeding van
                                maximaal € 150, - per kind per schooljaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor kinderen in het voortgezet onderwijs geldt een vergoeding van
                                maximaal € 200, - per kind per schooljaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor kinderen die een beroepsopleiding (MBO) volgen geldt een
                                vergoeding van maximaal € 200,-per kind per schooljaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Computerregeling voor gezinnen met kinderen in het voortgezet
                                onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ouders/verzorgers met schoolgaande kinderen in het voortgezet
                                onderwijs of op een beroepsopleiding (MBO) in de leeftijd van 11 tot
                                en met 15 jaar, met een laag inkomen, kunnen in aanmerking komen
                                voor een tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van een
                                computer met toebehoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van de computer met
                                toebehoren bedraagt maximaal€ 400, -.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten geldt per gezin en wordt maximaal één
                                keer in de vijf jaar verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Sociaal-culturele en sportieve participatie voor kinderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ouders/verzorgers met kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17
                                jaar, met een laag inkomen, kunnen in aanmerking komen voor een
                                vergoeding voor sociaal-culturele en sportieve participatie voor
                                kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten in verband met deelname aan sociaal-culturele en sportieve
                                activiteiten komen voor vergoeding in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt maximaal € 175, - per kind per
                                kalenderjaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Doelgroep andere belanghebbenden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Sociaal-culturele en sportieve activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen die willen deelnemen aan sociaal-culturele en sportieve
                                activiteiten, met een laag inkomen, kunnen in aanmerking komen voor
                                een vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten in verband met deelname aan sociaal-culturele en sportieve
                                activiteiten kunnen worden vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt maximaal € 175, - per persoon per
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Studenten die recht hebben op een beurs in de zin van de wet
                                Studiefinanciering 2000 (WSF) zijn uitgesloten van deze regeling.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Gemeentelijke collectieve zorgverzekering minima.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Personen van 18 jaar en ouder met een inkomen van maximaal
                                        110% van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen in aanmerking
                                        komen voor deelname aan een collectieve zorgverzekering, aan
                                        te bieden door de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke collectieve zorgverzekering is een compleet pakket
                                van basisverzekering en aanvullende verzekeringen, met korting op de
                                maandelijkse premie.</al><al> Deelnemers aan de gemeentelijke collectieve zorgverzekering
                                ontvangen van de gemeente een maandelijkse bijdrage van € 10,00 per
                                polis. Voor chronische zieken, gehandicapten en 65-plussers bedraagt
                                de maandelijkse bijdrage € 20,00 per polis. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag kan tot <onderstreept>uiterlijk drie
                                    maanden</onderstreept> na afloop van het schooljaar (voor de
                                schoolkostenregeling en computerregeling) en/of kalenderjaar (voor
                                de sociaal-culturele en sportieve activiteiten) worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij de aanvraag blijkt dat belanghebbende op geen enkele
                                wijze in staat is de kosten zelf vooruit te financieren, kan in het
                                individuele geval een voorschot worden verstrekt op de uiteindelijke
                                vergoeding voor maatschappelijke participatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Er bestaat geen recht op een voorziening voor maatschappelijke
                            participatie als een beroep gedaan kan worden op een voorliggende
                            voorziening in de zin van artikel 15, eerste lid van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Verstrekkingen die ten onrechte dan wel tot een te hoog bedrag zijn
                            uitgekeerd, kunnen van de belanghebbende worden teruggevorderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Door het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                            gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de
                            bepalingen van deze verordening, indien toepassing hiervan tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Verordening maatschappelijke
                            participatie Wet werk en bijstand Bloemendaal 2012”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1
                            januari 2012. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Bloemendaal,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 26 januari 2012.</ondertekening><ondertekening>R.Th.M. Nederveen , voorzitter</ondertekening><ondertekening>K.A. van der Pas , griffier</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland Zuid d.d. 9 februari
                        2012.</ondertekening><ondertekening>In werking (met terugwerkende kracht): 1 januari 2012.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Doordat in artikel 8 van de Wet werk en bijstand een onderdeel is toegevoegd
                    worden gemeenteraden verplicht regels op te nemen in een verordening over de
                    wijze waarop meegewerkt wordt aan het bevorderen van de maatschappelijke
                    participatie. De gemeenteraden zijn gehouden om in ieder geval in de verordening
                    invulling te geven aan het begrip maatschappelijke participatie. </al><al>Maatschappelijke participatie van kinderen is van groot belang met het oog op
                    een zelfredzame toekomst. In dat verband is het gewenst dat
                    inkomensondersteuning ten behoeve van die participatie rechtstreeks aan zoveel
                    mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede komt.</al><al>Daarom heeft de regering er voor gekozen om de gemeenteraden voor te schrijven
                    dat zij gehouden zijn een verordening op te stellen met betrekking tot
                    maatschappelijke participatie van ten laste komende kinderen die onderwijs of
                    een beroepsopleiding volgen. Dit is conform artikel 35 vijfde lid Wwb. </al><al>Het college heeft ervoor gekozen om alle doelgroepen met een laag inkomen in
                    deze verordening op te nemen. </al><al>De regering heeft de mogelijkheid geboden om de bijstand in natura te
                    verstrekken of in de vorm van een geldelijke bijdrage. Vooralsnog kiest de
                    gemeente ervoor om het in de vorm van een geldelijke bijdrage te geven.
                    </al><al/><divisie><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel/></kop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de
                            verordening voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens
                            hetzelfde onder wordt verstaan. </al><al>Met een laag inkomen wordt bedoeld maximaal 110% van de toepasselijke
                            bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr></kop><al>Behoeft geen toelichtingArtikel</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr></kop><al>Behoeft geen toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr></kop><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het toetsingsinkomen is het maandinkomen dat de belanghebbende en de
                            overige gezinsleden hebben ontvangen in de maand waarin de kosten zijn
                            gemaakt .</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>De vergoeding wordt betaald op declaratiebasis. De vergoeding wordt
                            verstrekt wanneer door middel van bewijsstukken is aangetoond dat de
                            kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr></kop><al>Onder schoolkosten worden onder andere verstaan: de ouderbijdrage, de
                            kosten voor een schoolactiviteit, materialen zoals schoolschriften,
                            pennen en evt. sportkleding. De schoolkosten staan beschreven in de
                            lijst schoolkosten zoals die bij de Intergemeentelijke Afdeling Sociale
                            Zaken wordt gehanteerd. Deze lijst betreft geen limitatieve lijst maar
                            de kosten moeten qua soort worden gerekend tot schoolkosten. </al><al>Kosten voor schoolboeken komen niet in aanmerking voor vergoeding omdat
                            scholen met ingang van het schooljaar 2009-2010 verplicht zijn om gratis
                            schoolboeken te verstrekken aan ouders/verzorgers met kinderen in het
                            basis- en voortgezet onderwijs. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr></kop><al>De tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van een computer wordt
                            maximaal één keer per vijf jaar verstrekt. Dit betekent tevens dat
                            wanneer de tegemoetkoming van € 400, - niet in zijn geheel wordt benut,
                            het restant niet alsnog op een ander moment kan worden opgemaakt. Pas na
                            vijf jaar kan men weer in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op
                            grond van de regeling. </al><al>Het budget van € 400, - is voor kosten aanschaf computer en toebehoren.
                            Onder computer en toebehoren wordt onder andere verstaan: monitor,
                            printer, router. Hieronder wordt in ieder geval niet verstaan de kosten
                            van een internetaansluiting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr></kop><al>Het wordt noodzakelijk geacht dat kinderen deelnemen aan
                            sociaal-culturele en sportieve activiteiten om zich te ontplooien, te
                            leren gezamenlijk activiteiten uit te voeren en de lichamelijke en
                            psychische gezondheid en ontwikkeling te bevorderen. </al><al>De hieruit voortvloeiende kosten komen daarmee tot een bepaald bedrag,
                            voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding wordt verleend met
                            betrekking tot de kosten in verband met de maatschappelijke participatie
                            van dat kind. Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan</al><al>actieve deelname aan sociaal-culturele en sportieve activiteiten in
                            georganiseerd verband. </al><al>Peutergym of babyzwemmen wordt ook gezien als een sociaal-culturele
                            en/of sportieve activiteit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr></kop><al>De vergoeding wordt verleend met betrekking tot de kosten in verband met
                            de maatschappelijke participatie. Onder maatschappelijke participatie
                            wordt verstaan</al><al>actieve deelname aan sociaal-culturele en sportieve activiteiten in
                            georganiseerd verband. </al><al>Het gaat om vergoedingen zoals abonnementen, contributies, deelname aan
                            een cursus,</al><al>lidmaatschap bibliotheek, volkstuinvereniging, Linnaeushof, sportkleding
                            van de vereniging of andere benodigdheden voor de uitoefening van sport
                            en culturele activiteiten. </al><al>Studenten die recht hebben op studiefinanciering (WSF 2000) worden
                            uitgesloten. De reden hiervoor is dat studenten door deelname aan een
                            studie al voldoende participeren in de samenleving en evt. (door een
                            bijbaantje) ook zelf in deze kosten kunnen voorzien.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr></kop><al>Voorbeelden van de doelgroep chronisch zieken zijn mensen met: cara
                            (astma), diabetes mellitus, epilepsie, reuma, lever- en darmziekten,
                            spierziekten, migraine, nierziekten, hartafwijkingen, hemofilie, cystic
                            fibroses, chronische artritis, Crohn en kanker. Hiernaast worden als
                            chronisch ziek of gehandicapt beschouwd mensen die: </al><lijst><li nr="·"><al>langdurige thuiszorg behoeven; </al></li><li nr="·"><al>hulpmiddelen hebben voor wonen/werk (bijv. een WMO-voorziening);
                                </al></li><li nr="·"><al>hulpmiddelen hebben voor vervoer en lopen (zoals rolstoel,
                                    autovoorziening, invalideparkeerkaart ed.); </al></li><li nr="·"><al>een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben naar een percentage
                                    van 80 - 100% arbeidsongeschiktheid; </al></li><li nr="·"><al>aantoonbaar langdurig hoge meerkosten moeten maken als gevolg
                                    van ziekte of handicap.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr></kop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Voorbeelden van ‘het op geen enkele wijze in staat zijn de kosten zelf
                            vooruit te financiëren’ zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Roodstand;</al></li><li nr="-"><al>Hoogte van het te declareren bedrag, voornamelijk bij de
                                    computerregeling. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr></kop><al>Een voorbeeld van een voorliggende voorziening is het volgende:</al><al>Kosten voor schoolboeken komen niet in aanmerking voor vergoeding omdat
                            scholen met ingang van het schooljaar 2009-2010 verplicht zijn om gratis
                            schoolboeken te verstrekken aan ouders/verzorgers met kinderen in het
                            basis- en voortgezet onderwijs. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr></kop><al>We sluiten hier aan bij de terugvorderingsmethodiek van artikel 58 Wwb.
                            In dit artikel staat de bevoegdheid tot terugvordering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr></kop><al>Dit artikel maakt het mogelijk af te wijken van hetgeen in de
                            verordening is vastgelegd. Hierbij moet worden getoetst aan de normen
                            van redelijkheid en billijkheid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr></kop><al>Behoeft geen toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr></kop><al>Behoeft geen toelichting</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>