<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR138897_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Hellevoetsluis</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groot-Hellevoet, 15-02-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Hellevoetsluis</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8 lid 1 onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b en artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>02-02-12/07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Hellevoetsluis</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer: 02-02-12/07</al><al>De raad der gemeente Hellevoetsluis; </al><al>gehoord de commissie zorg, welzijn en onderwijs;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 december 2011,
                        nummer: 02-02-12/07;</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b en artikel
                        36 van de Wet Werk en Bijstand; </al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de <vet>Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente
                            Hellevoetsluis.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk
                                en Bijstand (WWB), de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de WWB.</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        Hellevoetsluis.</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van Hellevoetsluis.</al></li><li nr="d."><al>de peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
                                        aangevraagd.</al></li><li nr="e."><al>de referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand
                                        aan de peildatum.</al></li><li nr="f."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 WWB. In
                                        afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de
                                        beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag gezien
                                        als inkomen.</al></li><li nr="g."><al>rechthebbende: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        gezinslid met recht op langdurigheidstoeslag.</al></li><li nr="h."><al>niet-rechthebbende: een alleenstaande, alleenstaande ouder
                                        of gezinslid dat op grond van de artikelen 11 of 13 lid 1
                                        WWB is uitgesloten van het recht op
                                        langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals
                            bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan indien gedurende de
                            referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 100
                            procent van de toepasselijke bijstandsnorm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 363,- voor een alleenstaande per kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>€ 464,- voor een alleenstaande ouder per kalenderjaar;</al></li><li nr="c."><al>€ 517,- voor een gezin per kalenderjaar.</al><al> De bedragen zijn verhoogd met het prijsindexcijfer
                                        materiële kosten 2011. In de vorige verordening werd voor de
                                        indexering uitgegaan van de procentuele stijging tussen de
                                        bijstandsnorm van 1 januari van voorgaand jaar en de
                                        bijstandsnorm van 1 januari in het nieuwe jaar. Daar deze
                                        stijging van de normen gerelateerd is aan het
                                        prijsindexcijfer materiële kosten, is deze indexering
                                        toepasbaar en billijk. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden
                                en:</al><lijst><li nr="a."><al>nog slechts één gezinslid recht heeft op
                                        langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor
                                        een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                        alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden;</al></li><li nr="b."><al>facultatief: twee of meer gezinsleden overblijven die als
                                        gezin recht hebben op langdurigheidstoeslag, wordt voor de
                                        toepassing van het eerste lid uitsluitend rekening gehouden
                                        met deze rechthebbende gezinsleden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het
                                Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden op hele
                                euro’s naar boven afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de
                                uitvoering van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beleidsregels, zoals bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder
                                geval betrekking op de invulling van het begrip ‘geen uitzicht op
                                inkomensverbetering' zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college behoudt zich het recht voor om van de bepalingen in deze
                            verordening af te wijken mocht zij daar in het kader van redelijkheid en
                            billijkheid aanleiding toe zien. De bepaling in dit artikel kan worden
                            gehanteerd als een zogenaamde hardheidsclausule. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang
                            van 1 januari 2012 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening
                            Langdurigheidstoeslag 2011. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag
                            2012 gemeente Hellevoetsluis. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2012. </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>H.J. van der Wel. C.A. Kleijwegt</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente
                        Hellevoetsluis</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, AWB of de
                        Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                        voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de
                        betreffende wetten ook de Verordening moet worden gewijzigd. </al><al>Lid 2 onderdeel d: peildatum </al><al>De peildatum is de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd
                        (artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening). Het gaat dus
                        uitdrukkelijk niet om de datum waarop is aangevraagd. Het betreft de datum
                        waarop een belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                        aanmerking te nemen vermogen (zoals bedoeld in artikel 34 WWB) en geen
                        uitzicht op inkomensverbetering. </al><al>Lid 2 onderdeel e: referteperiode </al><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening is bepaald wat onder de
                        referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand
                        aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 2 onder ‘Langdurig’. </al><al>Lid 2 onderdeel g en h: rechthebbende en niet-rechthebbende </al><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel g en h is een omschrijving opgenomen van het
                        begrip rechthebbende en niet-rechthebbende. Dit is vooral gedaan om complexe
                        formuleringen in artikel 3 van deze verordening te voorkomen. </al><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld voor (onder
                        meer) gezinnen. Bij gezinnen waarbij één (of meer) van de gezinsleden is
                        uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het
                        niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, kunnen de overige
                        gezinsleden desondanks als gezin in aanmerking komen voor
                        langdurigheidstoeslag. De uitgesloten gezinsleden in voornoemde situatie
                        definiëren we in deze verordening als "niet-rechthebbend". Het gaat dan om
                        gezinsleden die op grond van artikel 11 of 13 lid 1 WWB zijn uitgesloten van
                        het recht op bijstand, bijvoorbeeld wegens detentie. Dit moet goed
                        onderscheiden worden van gezinsleden die zijn uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag omdat ze niet aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1
                        WWB voldoen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een van de meerderjarige
                        gezinsleden jonger is dan 21 jaar. In dat geval komt het hele gezin niet in
                        aanmerking voor langdurigheidstoeslag. Voor een verdere toelichting wordt
                        verwezen naar de toelichting op artikel 3 van deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                        vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt
                        verstaan. </al><al>Langdurig </al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                        peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                        vastgesteld in artikel 1 lid 2 onderdeel f van deze verordening. Uit het
                        feit dat de minimumleeftijd voor het recht op langdurigheidstoeslag is
                        verlaagd van 23 naar 21 jaar kan echter worden afgeleid dat onder langdurig
                        tenminste 3 jaar moet worden begrepen. Een belanghebbende is immers in
                        beginsel vanaf 18 jaar een zelfstandig rechtssubject. De gemeenteraad sluit
                        aan bij de periode van 3 jaar. De referteperiode bedraagt een periode van 36
                        maanden voorafgaand aan de peildatum. </al><al>Laag inkomen </al><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de
                        gemeenteraad gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De
                        ondergrens van “laag” is de bijstandsnorm. De bovengrens bedraagt 110
                        procent van de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 6 WWB). Bij een
                        inkomen hoger dan deze 110 procent is geen sprake meer van een “laag”
                        inkomen. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen aan te sluiten bij de
                        ondergrens. Dit betekent dat het in aanmerking te nemen inkomen gedurende de
                        referteperiode niet hoger mag zijn dan 100 procent van de toepasselijke
                        bijstandsnorm. </al><al>De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de referteperiode
                        niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 100 procent van de
                        toepasselijke bijstandsnorm, dient niet al te rigide te worden beoordeeld.
                        Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd. Het
                        college verstaat onder een marginale overschrijding van de vastgestelde norm
                        van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm, een overschrijding van 1
                        procent van de toepasselijke bijstandnorm van de aanvrager. (vergelijk CRvB
                        19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a., LJN BE8918, en CRvB 15-02-2011, nr.
                        08/5141 WWB, LJN BP5532). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij
                        wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder
                        en een gezin. </al><al>Bij gezinnen moet in het oog gehouden worden dat het recht op
                        langdurigheidstoeslag het gezin gezamenlijk toekomt. Worden belanghebbenden
                        op de peildatum als gezin aangemerkt, dan moeten alle gezinsleden voldoen
                        aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB. Voldoet één van hen niet aan
                        deze voorwaarden, dan bestaat voor het hele gezin geen recht op
                        langdurigheidstoeslag (vergelijk bijvoorbeeld CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345
                        WWB, LJN BN2529). </al><al>Is één van de gezinsleden echter uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                        voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, dan komen de rechthebbende gezinsleden
                        wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Voor wat betreft de
                        uitgesloten gezinsleden gaat het om gezinsleden die op een van de in artikel
                        11 of 13 lid 1 WWB genoemde gronden geen recht hebben op bijstand. Deze
                        gezinsleden worden in deze verordening aangemerkt als "niet-rechthebbend"
                        (zie artikel 1 lid 2 onderdeel h). </al><al>In de situatie dat nog slechts één gezinslid recht heeft op
                        langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een
                        langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor een alleenstaande of
                        alleenstaande ouder zou gelden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Omdat de uitvoering van het verstrekken van langdurigheidstoeslag is
                        opgedragen aan het college, worden ten behoeve van de uitvoering nadere
                        beleidsregels vastgesteld. Dit criterium hoeft gelet op de tekst van artikel
                        8 lid 2 onderdeel b WWB niet door de gemeenteraad te worden gedefinieerd.
                        Het college zal hier wel beleidsregels over vast moeten stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012. Hierbij is
                        aansluiting gezocht bij de datum van inwerkingtreding van een aantal voor de
                        WWB van belang zijnde wetsvoorstellen, zoals het wetsvoorstel “Wijziging van
                        de Wet Werk en Bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet Investeren in
                        Jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en
                        vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden”
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>. Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al><al/><al><vet>Beleidsregels Langdurigheidstoeslag 2012.</vet></al><al/><al>Op grond van artikel 4 van de Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente
                        Hellevoetsluis 2012 bepaalt het college van burgemeester en wethouders van
                        de gemeente Hellevoetsluis de volgende definitie van het begrip</al><al> “geen uitzicht op inkomensverbetering” als geldend in relatie tot het
                        toekennen van de langdurigheidstoeslag. </al><al>Uitwerking begrip: Geen uitzicht op inkomensverbetering. </al><al>Een aanvrager of aanvragers worden gezien als een persoon zonder uitzicht op
                        inkomensverbetering op grond van de volgende uitgangspunten: </al><lijst><li nr="1)"><al>De aanvrager of aanvragers van de langdurigheidstoeslag, werkt(en)
                                volledig mee met alle re-ïntegratie activiteiten aangeboden door de
                                gemeente of andere inkomensvoorziening verstrekkende instantie
                                (bijv. UWV). Dit betekent dat er geen maatregelen zijn opgelegd in
                                de referteperiode van 36 maanden in het kader van niet meewerken aan
                                een re-integratietraject of het weigeren algemeen geaccepteerde
                                arbeid te aanvaarden. Zijn er wel dergelijke maatregelen opgelegd
                                aan enige van de onder het gezin vallende aanvragers, dan wordt de
                                langdurigheidtoeslag afgewezen op grond van het gegeven dat er
                                uitzicht op inkomensverbetering aanwezig is geweest. </al></li><li nr="2)"><al>De aanvrager of aanvragers van de langdurigheidstoeslag hebben in de
                                referteperiode van 36 maanden, ondanks inspanningen van hun kant,
                                geen (extra) betaalde arbeid kunnen verrichten om een inkomen boven
                                100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm te verkrijgen en
                                hebben geen mogelijkheid, door in de persoon gelegen factoren of
                                anderzijds in de nabije toekomst wel (extra) betaalde arbeid te
                                kunnen aanvaarden om een inkomen boven de 100 procent van de
                                toepasselijke bijstandsnorm te verkrijgen. </al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>