<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR138725_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Maatschappelijke participatie voor schoolgaande kinderen WWB 2012 gemeente Etten-Leur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 20 mei 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Maatschappelijke participatie voor schoolgaande kinderen WWB 2012 gemeente Etten-Leur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=35">Wet werk en bijstand, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Afdeling SL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE VOOR SCHOOLGAANDE KINDEREN WWB 2012
                GEMEENTE ETTEN-LEUR</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur, </al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Etten-Leur d.d. 20
                        maart 2012 met overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, artikel 8, tweede lid,
                        onderdeel d van de Wet werk en bijstand en artikel 35, vijfde lid van de Wet
                        werk en bijstand;</al><al/><al>overwegende dat de gemeente bij verordening regels dient te stellen m.b.t.
                        het verlenen van categoriale bijzondere bijstand voor de kosten van
                        maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen;</al><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al>vast te stellen “Verordening Maatschappelijke participatie voor schoolgaande
                        kinderen WWB 2012 gemeente Etten-Leur”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn
                            omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk en bijstand, de
                            Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Wet: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>Raad: de gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur;</al></li><li nr="c."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Etten-Leur;</al></li><li nr="d."><al> Netto bijstandsnorm: de op de gezinssituatie van toepassing
                                    zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21 van de WWB plus
                                    van toepassing zijnde gemeentelijke toeslag, exclusief eventuele
                                    heffingskortingen; </al></li><li nr="e."><al>Vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB;</al></li><li nr="f."><al>Belanghebbende: in deze verordening wordt onder belanghebbende
                                    mede verstaan het gezin.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Doelstelling is via categoriale bijzondere bijstand het terugdringen van het
                        aantal schoolgaande kinderen dat belemmeringen ondervindt in de
                        maatschappelijke participatie door de financiële positie van hun ouders. In
                        Etten-Leur betekent maatschappelijke participatie het meedoen aan
                        activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel
                        karakter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren schoolgaande kinderen die
                            behoren tot gezinnen waarvan het netto maandinkomen niet hoger is dan
                            maximaal 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vermogen van het gezin mag niet hoger zijn dan het vrijgestelde
                            vermogen zoals genoemd in artikel 34 WWB. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering
                            van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te
                            verstrekken voorzieningen en kosten, in welke vorm en ter hoogte van
                            welk bedrag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage
                            dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm
                            bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet per 1 januari van dat jaar
                            en de gezinsnorm van het daaraan voorafgaande jaar. De bedragen worden
                            op hele euro’s naar boven afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatschappelijke participatie in andere regeling</titel></kop><al>Voor zover in een andere gemeentelijke regeling reeds is voorzien in een
                        wettelijke grondslag voor ondersteuning van maatschappelijke participatie,
                        wordt die regeling geacht mede uitvoering te geven aan de opdracht bedoeld
                        in artikel 8, eerste lid, onderdeel g van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald: “ Verordening Maatschappelijke
                        participatie voor schoolgaande kinderen WWB 2012 gemeente Etten-Leur”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. Mw. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>Verordening Maatschappelijke participatie voor schoolgaande kinderen WWB
                        2012 gemeente Etten-Leur. </titel></kop><tussenkop>Algemene Toelichting</tussenkop><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd om
                    gemeenten financieel af te rekenen door een korting op de algemene uitkering uit
                    het gemeentefonds, als die onvoldoende bijdragen aan de rijksdoelstelling om het
                    aantal kinderen uit arme gezinnen dat vanwege financiële redenen maatschappelijk
                    niet meedoet, met de helft terug te dringen. Bij de uitvoering van deze motie
                    heeft de regering gekozen voor een uitwerking die recht doet aan het
                    uiteindelijke doel van de motie, namelijk in de Wet werk en bijstand
                    gemeenteraden voor te schrijven dat zij gehouden zijn een verordening op te
                    stellen met betrekking tot het verlenen van categoriale bijzondere bijstand voor
                    de kosten in verband met maatschappelijke participatie van ten laste komende
                    kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen. Voorts dient invulling te
                    worden gegeven aan het begrip maatschappelijke participatie.</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt aan
                    gezinnen met een inkomen van maximaal 110% van de van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm.</al><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden op ontwikkeling niet worden
                    belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke
                    participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen
                    op een zelfredzame toekomst. </al><al>De wetgever beoogt inkomensondersteuning rechtstreeks aan zoveel mogelijk
                    minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te laten komen en vindt het
                    daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere bijstand aan deze groep in natura
                    en niet als geldbedrag wordt verleend. Als verstrekking in natura naar het
                    oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering hiervan, kan
                    gekozen worden voor een andere vorm. Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4
                    WWB.</al><al>Door deze mogelijkheid te bieden om op andere wijze te bewerkstelligen dat een
                    kind deel kan nemen aan noodzakelijke activiteiten, wil de regering tot
                    uitdrukking brengen dat gemeenten de doeltreffendheid de doorslag kunnen laten
                    geven. De regering voorziet dat gemeenten aldus geen belemmeringen zouden moeten
                    ervaren om voorzieningen te treffen gericht op maatschappelijke participatie en
                    ontwikkeling van kinderen.</al><al>Gelet op de vele soorten van activiteiten die onder het begrip van
                    maatschappelijke participatie kunnen worden geschaard, de waarde van de
                    verstrekking in natura uitgedrukt in geld, mogelijke stigmatisering van de
                    doelgroep, alsmede de uitvoeringskosten in ogenschouw genomen, leidt
                    verstrekking in natura tot een ondoelmatige uitvoering van de regeling. Daarom
                    zal bij de uitwerking in de beleidsregels gekozen worden voor een geldelijke
                    bijdrage.</al><al>Een categoriale voorziening impliceert niet dat ambtshalve de bijdrage wordt
                    verstrekt. Er moet nog steeds een aanvraag ingediend worden, maar de beoordeling
                    hiervan is veel eenvoudiger. Er behoeft alleen getoetst te worden of de persoon
                    behoort tot de categorie die in de wet is omschreven, dus zonder na te gaan of
                    de kosten waarvoor die bijstand wordt verleend in het geval van aanvrager
                    daadwerkelijk noodzakelijk en gemaakt zijn.</al><al>Deze verordening krijgt op voorhand geen structureel karakter. De effecten van
                    de verordeningsplicht op de participatie van de betreffende doelgroep worden na
                    twee jaar door het rijk geëvalueerd. Vervolgens vindt een beoordeling plaats of
                    het wel of niet wenselijk is om structureel te blijven verplichten om op het
                    beleidsterrein van participatie van kinderen, regels in een verordening vast te
                    leggen en is er een afwegingsmoment om te bezien hoe hiermee verder moet worden
                    omgegaan. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting.</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                    dat in geval van wijziging van de betreffende definities in de wetten ook de
                    Verordening moeten worden gewijzigd.</al><tussenkop>Artikel 2 Doelstelling</tussenkop><al>Hiermee is doel en strekking van de regeling verwoord. Uitsluitend kosten in
                    verband met maatschappelijke participatie komen in aanmerking voor
                    bijstandsverlening op grond van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 3 Doelgroep</tussenkop><al>In artikel 3 zijn de algemene voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen
                    deze categoriale bijstand. Het betreft schoolgaande kinderen die behoren tot
                    gezinnen waarvan het netto maandinkomen niet hoger is dan maximaal 110% van de
                    van toepassing zijnde bijstandsnorm alsmede niet beschikt over in aanmerking te
                    nemen vermogen.</al><tussenkop>Artikel 4 Uitvoering</tussenkop><al>Omdat de uitvoering van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand is
                    opgedragen aan het college worden ten behoeve van de uitvoering nadere
                    beleidsregels gesteld. Deze beleidsregels dienen als handvat voor de uitvoering.
                    De beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te verstrekken
                    kosten en de hoogte van de bijzondere bijstand.</al><al>In lid 3 is een indexeringsbepaling opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 5 Maatschappelijke participatie in andere
                    regeling</tussenkop><al>Ondersteuning van maatschappelijke participatie kan ook door het creëren van
                    regelingen of voorzieningen buiten de WWB om. De huidige Verordening
                    voorzieningen maatschappelijke participatie 2010 gemeente Etten-Leur is
                    gebaseerd op artikel 149 van de Gemeentewet. </al><al>Een dergelijke regeling wordt aangemerkt als een regeling waarmee uitvoering
                    wordt gegeven aan de opdracht van de WWB.</al><tussenkop>Artikel 6 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken
                    van de bepalingen van deze verordening. Afwijken kan alleen ten gunste en nooit
                    ten nadele. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik
                    maken van deze hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en
                    niet als regel. In de rapportage en in de beschikking moet duidelijke aangegeven
                    worden waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Geen toelichting nodig.</al><tussenkop>Artikel 8 Citeertitel</tussenkop><al>Geen toelichting nodig. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>