<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR138239_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (ioaw) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (ioaz)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-02-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening Ioaw en Ioaz</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 van de Gemeentewet, Wet Bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (ioaw) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (ioaz)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>GemeenteThuis van 9 maart 2012</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV11.0079</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is ingetrokken via de vaststelling van de Verordening maatregelen WWB, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete 2013 BRUMMEN (https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Brummen/312162/CVDR312162_1.html)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (ioaw) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (ioaz)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="b."><al>Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="c."><al>uitkering: de uitkering op grond van de Ioaw of de
                                        Ioaz;</al></li><li nr="d."><al>grondslag: de bruto grondslag, bedoeld in artikel 5 van de
                                        Ioaw of artikel 5 van de Ioaz;</al></li><li nr="e."><al>maatregel: het verlagen van de grondslag op grond van
                                        artikel 20, eerste en tweede lid Ioaw en artikel 20, eerste
                                        en tweede lid Ioaz;</al></li><li nr="f."><al>benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het
                                        niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                        inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als
                                        uitkering op grond van de Ioaw of Ioaz;</al></li><li nr="g."><al>inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 Ioaw of artikel 8
                                        Ioaz;</al></li><li nr="h."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Brummen;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op
                                        grond van de Ioaw of Ioaz, alsmede zijn echtgenoot in de
                                        betekenis van artikel 3 van de Ioaw en artikel 3 van de
                                        Ioaz.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening niet worden omschreven hebben
                                dezelfde betekenis als die in de Ioaw en Ioaz en de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan overeenkomstig deze verordening een maatregel
                                opleggen indien belanghebbende:</al><lijst><li nr="a."><al>in de periode voorafgaand aan de aanvraag van een uitkering
                                        op grond van de Ioaz of nadien zich onvoldoende heeft
                                        ingezet voor de voorziening in het bestaan,</al></li><li nr="b."><al>de verplichtingen bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de
                                        Ioaw of artikel 20, eerste lid, van de Ioaz, artikel 30c,
                                        tweede en derde lid, van de Wet structuur
                                        uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 13 en in
                                        hoofdstuk III van de Ioaw en de Ioaz, waaronder begrepen het
                                        zich jegens het college zeer ernstig misdragen onder
                                        omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
                                        uitvoering van de Ioaw of Ioaz, </al></li><li nr="c."><al>inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in of op
                                        grond van artikel 8 van de Ioaw of artikel 8 van de Ioaz zou
                                        hebben kunnen verwerven in de gevallen, bedoeld in artikel
                                        20, eerste lid, van de Ioaw of artikel 20, tweede lid, van
                                        de Ioaz.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de grondslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald bedraagt de duur van de
                                maatregel een maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan verwijtbare gedraging van dezelfde of een
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het tweede lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij de duur van de maatregel is
                                verdubbeld opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van
                                dezelfde of een hogere categorie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel wordt in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het
                            percentage waarmee de grondslag wordt verlaagd of geweigerd, het bedrag
                            waarmee de grondslag wordt verlaagd of geweigerd en, indien van
                            toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel als
                            bedoeld in artikel 11,12, 13, 14 of 15 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet; of</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of een door het college ingeschakelde derde, om
                                        binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als
                                        bedoeld in artikel 13 van Ioaw/Ioaz; of</al></li><li nr="d."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                        van de ernst van de gedraging of de mate van
                                        verwijtbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: </al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of </al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is
                                        verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden;
                                        of</al></li><li nr="c."><al>het college dringende redenen aanwezig acht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende
                                kalendermaand, volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                grondslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voorzover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald en voor zover de gedraging vóór de ingangsdatum van de
                                maatregel heeft plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een maatregel niet of niet geheel kan worden uitgevoerd omdat
                                de uitkering wordt of is beëindigd, kan het nog niet uitgevoerde
                                deel van de maatregel alsnog ten uitvoer worden gelegd indien
                                belanghebbende binnen een termijn van zes maanden na beëindiging
                                opnieuw recht op uitkering heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college heroverweegt een besluit binnen een door hem te bepalen
                                termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt, voorzover de
                                maatregel een periode van 3 maanden of langer bestrijkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de Ioaw/Ioaz genoemde verplichtingen, wordt één
                                maatregel opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen
                                maatregelen van verschillende hoogte gelden, wordt de hoogste
                                maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de Ioaw/Ioaz genoemde verplichtingen, wordt
                                voor iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze
                                maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op
                                artikel 2, tweede lid, van deze verordening niet verantwoord
                                is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen,
                            aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van de belanghebbenden waardoor de verplichtingen tot het
                            verlenen van medewerking aan het verkrijgen, aanvaarden of behouden van
                            algemeen geaccepteerde arbeid niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><al>Eerste categorie:</al><al>a.het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het
                            Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten
                            verlengen van de registratie.</al><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
                                    verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar
                                    de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.</al></li></lijst><al>Derde categorie</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het
                                    college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling,
                                    waaronder begrepen sociale activering</al></li></lijst><al>Vierde categorie</al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De hoogte van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening wordt de
                                maatregel vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>5% van de grondslag bij gedragingen van de eerste
                                        categorie;</al></li><li nr="b."><al>10% van de grondslag bij gedragingen van de tweede
                                        categorie;</al></li><li nr="c."><al>20% van de grondslag bij gedragingen van de derde
                                        categorie;</al></li><li nr="d."><al>100 % van de grondslag bij gedragingen van de vierde
                                        categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel voor de gedragingen als bedoeld in het vierde lid van
                                artikel 10 van deze verordening wordt ten hoogste vastgesteld op het
                                bedrag dat de belanghebbende uit of in verband met arbeid zou hebben
                                kunnen verwerven, indien hij de algemeen geaccepteerde arbeid had
                                aanvaardt of behouden, dan wel indien de dienstbetrekking niet was
                                beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening legt het college
                            een maatregel op van 5% van de grondslag, indien belanghebbende de
                            verplichting op grond van artikel 13 Ioaw/Ioaz niet is nagekomen door
                            informatie die van belang is voor de verlening van de uitkering of de
                            voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde
                            termijn te verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen
                                voor de uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 13 Ioaw/Ioaz heeft geleid tot het ten onrechte of
                                tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering, wordt de
                                maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de
                                volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10%van de
                                        grondslag;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-:
                                        20%van de grondslag;</al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-:
                                        40%van de grondslag;</al></li><li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot € 6000:
                                        60%van de grondslag;</al></li><li nr="e."><al>bij een benadelingsbedrag van € 6000,- of meer:
                                        100%van de grondslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een maatregel wordt afgezien:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld
                                        en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat
                                        het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende
                                        heeft getroffen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                gevolgen voor de uitkering</titel></kop><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening legt het college
                            een maatregel op van 5% van de grondslag, indien het niet of niet
                            behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13
                            Ioaw/Ioaz niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
                            bedrag verstrekken van een uitkering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                                college, zijn ambtenaren of medewerkers van andere organisaties die
                                belast zijn met de uitvoering van de Ioaw en Ioaz, onder
                                omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van
                                deze wetten, kan een maatregel door het college worden opgelegd.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid van de verordening legt het
                                college een maatregel op:</al><lijst><li nr="a."><al>van 100% van de grondslag bij het uitoefenen van fysiek
                                        geweld tegen personen en/of materiële zaken;</al></li><li nr="b."><al>van 75% van de grondslag bij bedreigingen geuit aan personen
                                        zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel;</al></li><li nr="c."><al>van 50% van de grondslag bij het uitoefenen van verbaal
                                        geweld, mondeling of schriftelijk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het tweede lid onder c
                                kan door het college worden afgezien en worden volstaan met het
                                geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld
                                plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de
                                datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke
                                waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Beleidskader</titel></kop><al>Het beleidskader Handhaving Wet werk en bijstand is van toepassing op de
                            uitvoering van de Ioaw of Ioaz.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Maatregelenverordening Ioaw en
                            Ioaz”. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 februari bij
                        raadsbesluit met kenmerk RB11.0086</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>