<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR1378_1</dcterms:identifier><dcterms:title>WEGSLEEPVERORDENING VOOR DE GEMEENTE BERGEN 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2002-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Duinstreek, 02-10-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Bergen 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 173 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-06-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad 9-87</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>WEGSLEEPVERORDENING VOOR DE GEMEENTE BERGEN 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 september
                        2002;</al><al>gelezen het advies van de commissie beheer en economie d.d. 5 september
                        2002;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede
                        lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van
                        voertuigen;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>WEGSLEEPVERORDENING VOOR DE GEMEENTE BERGEN 2002</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV
                                1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid,
                                onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar
                            voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld
                            in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al/><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen
                        voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en
                            openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: het terrein van
                            Bergings Centrale Koppes B.V. , gelegen aan de Berenkoog 3 te
                            Alkmaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats zijn :
                            dagelijks van 00.00 uur tot 24.00 uur.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                            bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>basistarief /voorrijkosten : € 71,40 incl. BTW;</al></li><li nr="b."><al>overbrengkosten : € 57,93 incl. BTW.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen :</al><lijst><li nr="a."><al>€ 38,57 incl. BTW voor het eerste etmaal of een gedeelte
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>€ 6,80 incl. BTW voor elk volgend etmaal of een gedeelte
                                    daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten als genoemd in de leden 1 en 2 worden verhoogd met een
                            percentage van 10 % in verband met indirecte kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de eigenaar c.q. rechthebbende van een voertuig het voertuig
                            verwijdert voordat met de overbrenging een aanvang wordt gemaakt,
                            bedragen de kosten verbonden aan de voorbereiding van de overbrenging €
                            71,40 incl. BTW.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in
                            het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan
                            wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</label></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164 zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,
                        3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van zes weken na de
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Wegsleepverordening gemeente Bergen
                        2002.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</al><al>raad van de gemeente Bergen op 24 september 2002</al></slotformulering><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening
                    gemeente Bergen 2002 </tussenkop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer </tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: </al><tussenkop>Plaats op de weg </tussenkop><al>a.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                    tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en
                    artikel 5 tot en met 7 RW 1990).</al><tussenkop>Laten stilstaan </tussenkop><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstandgebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of eenoverweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter
                                    daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte <cursief>(eventueel: ook tramhalte)
                                    </cursief>ter hoogte van de geblokte markering of, indien die
                                    markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12
                                    meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het
                                    onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een bus strook met uitzondering van een
                                    lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van
                                    bijlage 1 RW 1990;</al></li><li nr="9."><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een
                                    autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen -op de
                                    vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg.</al><al> (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RW 1990 en bord E2 van
                                    bijlage 1 bij het RW 1990. </al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Parkeren </tussenkop><lijst><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter
                                    daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van
                                    bijlage 1 RW 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij -voorzover het een motorvoertuig betreft
                                    -geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig
                                    zijn aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                                    gesteld;</al><al> (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RW 1990 en bord EI van
                                    bijlage 1 bij het RW 1990.) </al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Bevel </cursief>of <cursief>aanwijzing </cursief></al><al>d.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon;</al><al>d. (Zie artikel 82 RW 1990.) </al><tussenkop>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag </tussenkop><al>e.een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al>e. (Zie artikel 5 W\/W 1994, het zogenaamde kapstokartikel.) </al><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    Wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is. </al><al>In <cursief>onderdeel </cursief>a gaat het om overtreding van artikel 1 0 RW
                    1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en
                    invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RW 1990), gebruiken de rijbaan.
                    Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. </al><al>In <cursief>onderdeel b </cursief>gaat het om overtreding van het bepaalde in
                    artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RW 19!90 en bord E2 van bijlage 1 bij het RW
                    1990. </al><al>In <cursief>onderdeel </cursief>c is er sprake van overtreding van het bepaalde
                    in artikel 24,25, 38 e.v. en 46 RW 19!90 en bord EI van bijlage 1 bij het RW
                    1990. </al><al>In <cursief>onderdel d </cursief>wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde
                    in artikel 82 RW 1990. </al><al>In <cursief>onderdeel </cursief>e gaat het om overtreding van het bepaalde in
                    artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het
                    verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden
                    veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De
                    inhoud van deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c.
                    ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld,
                    doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht. </al><al>B.Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: </al><lijst><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord EI ,aan bijlage 1
                            van het RW 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als
                            bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RW 1990 wordt aangegeven dat ter
                            plaatse een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RW 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover:</al><lijst><li nr="-"><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is
                                    geparkeerd;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al><lijst><li nr="-"><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="-"><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk Iaden en lossen van
                            goederen;</al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage
                            voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of Cl van die
                            bijlage <cursief>(eventuee/: met uitzondering van aangegeven dagen en
                                uren). </cursief></al></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief <cursief>niet
                    </cursief>zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het
                    verkeer, maar <cursief>wel </cursief>bij het vrijhouden van wegen en
                    weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een specifiek voorbeeld van
                    een locatie genoemd waar voertuigen </al><al>mochten worden weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd,
                    namelijk de gehandicapten parkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk
                    meer locaties denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk
                    werd geacht zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of
                    belemmering van de doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit
                    wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven op welke <cursief>soorten
                    </cursief>wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen en
                    weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader aangeduid. </al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING BIJ WEGSLEEPVERORDENING GEMEENTE BERGEN
                    2002</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2002 is in werking getreden de Wet van 21 februari 1997, houdende
                    de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van
                    de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van
                    voertuigen. Artikel 170 tot en met 173 van de WVW 1994 zijn geheel vervangen
                    door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde
                    tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), deel II, nog aangepast in
                    verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang
                    uit de Gemeentewet naar de Awb.</al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het
                    volgende in. </al><tussenkop>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen </tussenkop><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het
                    wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van
                    bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het
                    wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb
                    niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tothet wegslepen van
                    voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open</al><tussenkop>Uitgebreide werking </tussenkop><al>Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden
                    weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het
                    verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. </al><al>Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde
                    Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid.
                    Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op
                    aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede
                    Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer
                    hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van
                    het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout
                    geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. </al><al>Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens,
                    taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen
                    en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke
                    verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze bevoegdheid. </al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder
                    meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt
                    voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient
                    per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het
                    desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig
                    dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is
                    geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In
                    zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar
                    doorgaans volstaan. </al><tussenkop>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang </tussenkop><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie CIP grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van
                    burgemeester en wethouders. </al><al>In de <cursief>oude </cursief>wegsleepregeling bestond er een onlosmakelijk
                    verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een proces-verbaal op grond
                    van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het betreffende proces-verbaal werd
                    geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de
                    rechter volgde, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het
                    voertuig te worden terugbetaald. </al><al>In de <cursief>nieuwe </cursief>wegsleepregeling wordt deze koppeling
                    losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder,
                    voordat tot het wegslepen van een voertuig kan worden overgegaan, is niet meer
                    vereist, maar <cursief>kan </cursief>nog steeds wel samengaan. Opgemerkt wordt
                    dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de
                    bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op
                    grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed
                    mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld
                    te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel
                    sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk
                    de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden
                    om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van
                    burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een
                    zelfstandige afweging. </al><tussenkop>Verordening </tussenkop><al>In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraadin een verordening nadere regels heeft
                    gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede
                    lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval
                    regels te worden gesteld over: </al><lijst><li nr="-"><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="-"><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen</al><al> en bewaren van voertuigen; </al></li><li nr="-"><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels). </al><tussenkop>Wegsleepwaardige overtredingen </tussenkop><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In de oude wegsleepregelingen van de burgemeesters van
                    de voormalige gemeenten was concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kon
                    zijn van <cursief>een </cursief>wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is
                    destijds aansluiting gezocht bij de delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het
                    RW 1990. </al><al>Zo'n aanpak kan uit praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die
                    met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan
                    afleiden of een voertuig mag worden weggesleept. Toch is bij het opstellen van
                    een model-wegsleepverordening is door de VNG voor een andere aanpak gekozen. </al><al>Enerzijds omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer
                    in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige
                    overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste
                    lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt
                    overtreden én waarvan de verwijdering </al><al>noodzakelijk is in verband met het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                    wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                    aansluiten Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt
                    gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden
                    geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van
                    de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast. </al><al>Om die redenen is ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de
                    modelverordening op te nemen, maar te volstaan met een model wegsleepverordening
                    waarin alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen
                    regelen. Om toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de
                    wegsleepverordening is in een bijlage bij deze toelichting aangegeven in welke
                    concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de
                    wegenverkeerswetgeving. </al><al>Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994.
                    Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                    rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                    begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging
                    wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de
                    overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het
                    wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig
                    meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende
                    alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te
                    vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het
                    sleepvoertuig en administratieve kosten. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </tussenkop><tussenkop>In deze verordening wordt verstaan onder: </tussenkop><tussenkop>a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
                    verkeerstekens 1990; </tussenkop><tussenkop>b. wet: de Wegenverkeerswet 1994; </tussenkop><tussenkop>c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; </tussenkop><tussenkop>d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1,
                    onder a1 RW 1990;</tussenkop><tussenkop>e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel,
                    eerste lid, onder c van de wet;</tussenkop><tussenkop>f. het college: het college van burgemeester en
                    wethouders. </tussenkop><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving. </al><tussenkop>Ad d. Voertuig </tussenkop><al><cursief>Het </cursief>begrip "voertuig, zoals in artikel 1, onder al RW 1990 is
                    omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook
                    fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen
                    vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. </al><al><cursief>Ad </cursief>e. <cursief>Motorrijtuig </cursief></al><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                    wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen. </al><tussenkop>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar
                    voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het
                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten </tussenkop><tussenkop>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste
                    lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeenten
                    aangewezen, voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit
                    bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. </tussenkop><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen <cursief>in het belang van de veiligheid </cursief>op
                        <cursief>de weg </cursief>of <cursief>de vrijheid van het verkeer
                    </cursief>hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze
                    bevoegdheid kan op <cursief>alle </cursief>wegen en weggedeelten binnen de
                    gemeente gebruik worden gemaakt. </al><al>Voor het wegslepen van voertuigen <cursief>in het belang van het vrijhouden van
                        wegen en weggedeelten </cursief>kunnen op grond van artikel 170, eerste lid,
                    aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij
                    gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2
                    van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten
                    van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere
                    gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor, vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het
                    is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten
                    aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze
                    bevoegdheid gebruik kan maken. </al><al>In de tekst van de verordening is de ruimste variant opgenomen: <cursief>alle
                    </cursief>wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn aangewezen. Voor de
                    volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze
                    bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het
                    wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten
                    worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor. </al><tussenkop>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden </tussenkop><tussenkop>1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt
                    aangewezen: het terrein van Bergings Centrale Koppes B.V., gelegen aan de
                    Berenkoog 3 te Alkmaar;</tussenkop><tussenkop>2. De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde
                    bewaarplaats zijn: dagelijks van 00.00 uur tot 24.00 uur. </tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid 'NVW 1994 moet de plaats van bewaring van voertuigen door de
                    gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. </al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van
                    zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook
                    andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. </al><al>Als plaats van bewaring van voertuigen hebben wij gekozen voor het terrein van
                    Bergingscentrale Koppes aan de Berenkoog 3 te Alkmaar. De Bergingscentrale
                    Koppes is tot op heden belast met de werkzaamheden die verband houden met het
                    verwijderen van in strijd met artikel 170, eerste lid WVW 1994 op de weg staande
                    voertuigen. Voor het in bewaring stellen van deze weggesleepte voertuigen heeft
                    genoemd bedrijf een terrein beschikbaar op de eigen vestigingsplaats. Het
                    perceel Berenkoog 3 te Alkmaar is goed bereikbaar, ook met het openbaar vervoer.
                    De openingstijden zijn ruim gekozen. </al><tussenkop>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren
                    voertuigen</tussenkop><tussenkop>1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de
                    bewaarplaats bedragen:</tussenkop><tussenkop> a. basistarief/voorrijkosten : € 71,40 incl.
                    BTW;</tussenkop><tussenkop> b. overbrengkosten: € 57,93 incl. BTW.</tussenkop><tussenkop>2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: -
                    € 38,57 incl. BTW voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan;</tussenkop><tussenkop> - € 6,80 incl. BTW voor elk volgend etmaal of een
                    gedeelte daarvan.</tussenkop><lijst><li nr="3."><al>De kosten als genoemd in de leden 1 en 2 worden verhoogd met een
                            percentage van 10 % in verband met indirecte kosten.</al></li><li nr="4."><al>Indien de eigenaar c.q. rechthebbende van een voertuig het voertuig
                            verwijdert voordat met de overbrenging een aanvang wordt gemaakt,
                            bedragen de kosten verbonden aan de voorbereiding van de overbrenging €
                            71,40 incl. BTW.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. </al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten
                    wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. Deze
                    berekening zal ook in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke
                    toets moeten kunnen doorstaan. </al><al>In het eerste lid zijn de kosten van het overbrengen van een voertuig naar de
                    bewaarplaats opgenomen. Deze kosten zijn uitgesplitst in een basistarief
                    bestaande uit voorrijkosten ten bedrage van € 71,40 incl. BTW en de kosten van
                    het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats ten bedrage van € 57,93
                    incl. BTW. Deze kosten zijn gelijk aan de vergoeding die de gemeente aan het
                    wegsleep- en bewaarbedrijf betaalt.</al><al>Inhet tweede lid van dit artikel, waarin de kosten van bewaring van
                    voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal,
                    zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig
                    en eindigt 24 uur later. </al><al>De kosten van bewaring zijn uitgesplitst in een vergoeding voor het eerste
                    etmaal van bewaring van € 38,57 incl. BTW en een vergoeding voor elk volgend
                    etmaal of een gedeelte daarvan ten bedrage van € 6,80 incl. BTW. De gemeente
                    betaalt deze kosten aan het bewaarbedrijf.</al><al>In het derde lid is de bepaling opgenomen dat de kosten als bedoeld in het
                    eerste en tweede lid worden verhoogd met een percentage van 10 % ter dekking van
                    indirecte kosten als bedoeld in artikel 13 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen.</al><al>In het vierde lid zijn de kosten opgenomen die een eigenaar dan wel een
                    rechthebbende van een voertuig moet betalen als deze het voertuig verwijdert
                    voordat met de overbrenging een aanvang wordt gemaakt. Deze kosten bedragen €
                    71,40 incl. BTW. De gemeente betaalt deze kosten aan het wegsleepbedrijf.</al><al/><al>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van
                    gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van
                    een behoorlijk zichtbare kentekenplaat </al><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130,
                    vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3
                    en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. </al><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op: </al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994);</al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. </al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X
                        (<cursief>Bestuursdwang</cursief>) van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van
                    overeenkomstige toepassing verklaard. Het is raadzaam om ook in de
                    wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats van voertuigen en
                    openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en bezwaren van
                    voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing te
                    verklaren.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding</tussenkop><tussenkop>Deze verordening treedt in werking met ingang van zes
                    weken na de bekendmaking.</tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De wegsleepverordening valt met uitzondering van het bepaalde in artikel 4 onder
                    de werking van de Tijdelijke referendumwet (Trw). Artikel 6 geeft aan dat de
                    verordening zes weken na bekendmaking in werking treedt. Deze termijn sluit aan
                    bij de termijnen gegeven in de Trw. Wordt er een inleidend verzoek gedaan dan
                    vervalt de termijn van rechtswege en dient de raad een nieuw besluit te nemen
                    over de inwerkingtreding van de verordening. </al><tussenkop>Artikel 7 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening wordt aangeduid als “Wegsleepverordening gemeente Bergen
                    2002”.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. Het jaartal geeft aan het jaar waarin deze
                    verordening is vastgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>