<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR136589_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Schiedam 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82665.html">Elektronisch Gemeenteblad, 31-12-2014 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>ASV 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, 18</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 68/2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR433929_1">ASV 2017</extref>.</al><al>De Algemene Subsidieverordening gemeente Schiedam 2012 wordt na vaststelling en bekendmaking van toepassing verklaard op alle budget, investering- project en waarderingsubsidies met ingang van de aanvragen in 2012.</al><al>Dit besluit is tevens van toepassing op subsidieaanvragen voor het jaar 2015, die vóór de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit zijn ingediend.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening gemeente Schiedam 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>budgetsubsidie: alle structurele subsidies boven € 10.000,-,
                                    waarbij het subsidiebedrag is gerelateerd aan een bepaald niveau
                                    van activiteiten of prestaties, die in beginsel van onbepaalde
                                    duur zijn;</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Schiedam;</al></li><li nr="c."><al>investeringsubsidie: een subsidie in de stichtingskosten of in
                                    de kosten van herstel, verbouwing en uitbreiding van gebouwen of
                                    inrichtingen; </al></li><li nr="d."><al>projectsubsidie: een subsidie ten behoeve van een activiteit of
                                    prestatie die in beginsel van bepaalde duur is;</al></li><li nr="e."><al>raad: raad van de gemeente Schiedam;</al></li><li nr="f."><al>waarderingsubsidie: een subsidie ten bedrage van maximaal €
                                    10.000,- ten behoeve van bepaalde activiteiten van de aanvrager
                                    als blijk van waardering of aanmoediging, waarbij slechts
                                    steekproefsgewijs inhoudelijk op prestaties of resultaat wordt
                                    gestuurd; </al></li><li nr="g."><al>wet Bibob: Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het
                                    openbaar bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor de volgende beleidsterreinen subsidie
                                verstrekken. </al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>verkeer, vervoer en waterstaat;</al></li><li nr="d."><al>economische zaken;</al></li><li nr="e."><al>onderwijs;</al></li><li nr="f."><al>kunst &amp; cultuur;</al></li><li nr="g."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke
                                        dienstverlening;</al></li><li nr="h."><al>volksgezondheid en milieu;</al></li><li nr="i."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting;</al></li><li nr="j."><al>sport &amp; recreatie;</al></li><li nr="k."><al>toerisme &amp; stadspromotie.</al></li><li nr="l."><al>jeugdhulp</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUd</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks, al dan niet per beleidsterrein,
                                subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt
                                hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het
                                jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar
                                als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een budgetsubsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni
                                in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor investering-, project- en waarderingsubsidie kan
                                gedurende het gehele jaar worden ingediend, doch uiterlijk tot 13
                                weken voor aanvang van de activiteit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor project, waardering- en
                                investeringsubsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige
                                aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft
                                opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor
                                het aanvragen van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een budgetsubsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waar<vet>in </vet>de
                                aanvraag is ingediend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of
                                    nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag niet past binnen de doelstelling van de gemeente
                                    vastgelegd in beleid;</al></li><li nr="c."><al>de activiteit een commercieel doel heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wet Bibob</titel></kop><al>Het college kan in nadere subsidieregelingen, binnen door de raad vast
                            te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan, bepalen dat de
                            gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan
                            worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
                            artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het
                            openbaar bestuur. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij het besluit tot verlenen van een subsidie, de
                                subsidieontvanger verplichten de meldcode huiselijk geweld en
                                kindermishandeling te hanteren. Onder huiselijk geweld en
                                kindermishandeling wordt mede verstaan: seksueel geweld, vrouwelijke
                                genitale verminking, eergerelateerd geweld en
                                oudermishandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij de beschikking tot subsidieverlening een
                                voorschot verlenen van ten hoogste 90% van de verleende subsidie.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid vindt, bij een beschikking tot
                                subsidievaststelling als bedoeld in artikel 17, eerste lid onderdeel
                                a de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidieverlening vanaf € 50.000,-. is het tussentijds afleggen van
                            rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de
                            daaraan verbonden uitgaven en inkomsten verplicht. Het college kan ook
                            in overige gevallen deze verplichting opleggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        of wijziging van de activiteiten, waarvoor subsidie is
                                        verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; </al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling in, binnen
                                de door het college gestelde termijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit
                                publieke middelen gefinancierde topinkomens van toepassing is zendt
                                het college uiterlijk op 1 april de gegevens en de motivering zoals
                                bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid van dat artikel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger de in het vijfde lid bedoelde
                                verplichting niet nakomt, kan het in de verleningsbeschikking
                                genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden
                                verminderd met maximaal 5%.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De subsidieontvanger, waarop artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit
                                publieke middelen gefinancierde topinkomens van toepassing is, is
                                verplicht om de inkomensgrens zoals bedoeld in het eerste lid van
                                dat artikel als bezoldigingsmaximum in acht te nemen. Indien voor
                                een sector een hoger bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de
                                sector en de minister, dan geldt dit maximum.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger de in het vorige lid bedoelde
                                verplichting niet nakomt, kan het in de verleningsbeschikking
                                genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden
                                verminderd. De vermindering is gelijk aan het bedrag van de
                                overschrijding van de geldende inkomensgrens in het kalenderjaar
                                waarop de verleningsbeschikking betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Onderzoek. De subsidieontvanger verleent de nodige medewerking
                                indien door burgemeester en wethouders of na overleg met
                                burgemeester en wethouders door andere overheden of de
                                Rekenkamercommissie onderzoeken worden ingesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Reserves</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de subsidieontvanger van een budgetsubsidie opleggen
                                een egalisatiereserve te vormen als bedoeld in artikel 4:72 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 25%
                                van de in dat jaar verleende subsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De egalisatiereserve kan gemaximaliseerd worden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het vormen van een bestemmingsreserve of het aanvullen van een
                                bestemmingsreserve dient de subsidieontvanger toestemming te vragen
                                aan het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Aanvraag vaststelling subsidies vanaf € 10.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening € 10.000,- of meer bedraagt, dient de
                                subsidieontvanger, een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij een budgetsubsidie vóór 1 april van het jaar na afloop van het
                                jaar of de jaren waarvoor de subsidie is verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in overige gevallen binnen 13 weken na afloop van de activiteiten of
                                het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na overschrijding van de termijn genoemd in het eerste lid, stelt
                                het college bij rappèl een termijn waarbinnen de aanvraag alsnog
                                moet zijn ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde
                                        activiteiten overeenkomstig de opgelegde verplichtingen
                                        hebben plaatsgevonden en;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij de aanvraag tot vaststelling verzoeken om nadere
                                stukken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat bij de aanvraag tot vaststelling een
                                door een accountant verstrekte controleverklaring wordt overlegd.
                                Bij subsidieverlening boven de € 50.000,- is het overleggen van een
                                door een accountant verstrekte controleverklaring verplicht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan eisen stellen aan de te overleggen
                                controleverklaring. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vaststelling en verantwoording subsidies tot € 10.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot € 10.000,- worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                het college aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten,
                                waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is
                                voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling en verantwoording subsidies vanaf € 10.000,-</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van
                                de aanvraag daartoe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag niet tijdig is ontvangen, kan het college zes
                                weken na een eenmalig rappèl overgaan tot ambtshalve
                                vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor vaststelling hoeft in te
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, na het verstrijken van de in het rappèl genoemde
                                termijn, het verleende subsidiebedrag 20 % lager vaststellen. Het
                                subsidiebedrag kan verder worden verlaagd voor elke week dat de
                                aanvraag tot vaststelling niet door het college is ontvangen tot
                                maximaal 50% van de verleende subsidie. Blijft de aanvraag tot
                                subsidievaststelling achterwege, dan kan de subsidie ambtshalve op
                                nihil worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het in deze verordening bepaalde, wordt bij de
                                vaststellingsbeschikking het volgende in acht genomen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de subsidieontvanger de in de verleningbeschikking
                                        opgenomen activiteiten realiseert tegen een lager bedrag,
                                        wordt bij de vaststelling van de subsidie uitgegaan van het
                                        lager bestede bedrag;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidieontvanger minder werkzaamheden realiseert
                                        dan in de verleningsbeschikking is opgenomen, wordt bij de
                                        vaststelling van de subsidie uitgegaan van het niveau dat
                                        overeenkomt met het lagere prestatieniveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het zevende lid onder a, kan het college bij een
                                lager besteed bedrag dan in de verleningsbeschikking vermeld, de
                                subsidie conform het verleende bedrag vaststellen en toestemming
                                verlenen aan de subsidieontvanger om het positieve saldo aan te
                                wenden voor andere activiteiten ter verwezenlijking van zijn
                                doelstelling, of te reserveren. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening Schiedam 2006 wordt ingetrokken met
                            ingang van 01-01-2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór 01-01-2012 worden afgedaan
                            volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Schiedam
                            2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 01-01-2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            gemeente Schiedam 2012 of als <vet>ASV 2012.</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december
                        2011.</ondertekening><ondertekening>De Griffier, J. Gordijn,</ondertekening><ondertekening>De Voorzitter, J.M. Leemhuis-Stout</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE SCHIEDAM 2012.</titel></kop><divisie><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING.</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Inleiding</titel></kop><al>Vanwege een aantal ontwikkelingen is het wenselijk gebleken de Algemene
                            Subsidieverordening Schiedam 2006 te wijzigen. Het gaat hierbij om: </al><lijst><li nr="§"><al>de verbetering van de dienstverlening en werkprocessen binnen de
                                    gemeente;</al></li><li nr="§"><al>de wens om de regels te vereenvoudigen en de administratieve en
                                    bestuurlijke lasten te verminderen. Deze aspecten zijn integraal
                                    opgenomen in de ASV 2012. </al></li><li nr="§"><al>een aantal bepalingen in de regienota “Van subsidie verstrekken
                                    naar regiegemeente”.</al></li></lijst><al>De ASV 2012 biedt - naast de subsidiebepalingen in de Algemene wet
                            bestuursrecht - het juridische kader voor een doelmatige, doeltreffende
                            en rechtmatige inzet van subsidiemiddelen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>In Titel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn algemene
                            regels opgenomen over subsidiëring. De subsidietitel bevat:</al><lijst><li nr="§"><al>dwingende regels, waarvan niet mag worden afgeweken;</al></li><li nr="§"><al>gangbare regels, die voor normale gevallen de beste regeling
                                    geven. De bepalingen maken een afwijkende regeling mogelijk door
                                    toevoeging van de clausule: “tenzij bij wettelijk voorschrift
                                    anders is bepaald”</al></li><li nr="§"><al>aanvullende regels, die normen geven voor de gevallen dat de
                                    bijzondere wetgever (bijvoorbeeld de gemeenteraad) zelf geen
                                    regel heeft vastgesteld;</al></li><li nr="§"><al>facultatieve regels, die niet uit zichzelf gelden, maar in een
                                    wet, verordening of besluit van toepassing moeten worden
                                    verklaard.</al></li></lijst><al>De Awb geldt ten opzichte van gemeentelijke bepalingen als hogere
                            regelgeving. De raad kan dus geen regels vaststellen die in strijd zijn
                            met de betreffende regels. Ook het letterlijk overnemen van dwingende
                            Awb-bepalingen is niet mogelijk. Uit artikel 121 Gemeentewet volgt dat
                            de gemeentelijke regeling geen onderwerp mag betreffen waarin door een
                            hogere regeling al is voorzien. Ingevolge artikel 122 van de Gemeentewet
                            vervallen de bepalingen van een gemeentelijke verordening van rechtswege
                            wanneer in het onderwerp van de verordening door een wet wordt voorzien. </al><al><cursief>Wettelijke grondslag</cursief></al><al>De hoofdregel van de subsidietitel in de Awb is, dat subsidies gebaseerd
                            moeten zijn op een wettelijk voorschrift. Voor gemeenten is dit
                            wettelijk voorschrift een gemeentelijke verordening. </al><al>In dit geval de ASV 2012. </al><al><cursief>Wanneer is sprake van subsidie?</cursief></al><al>Of sprake is van subsidie is wettelijk bepaald. In artikel 4:21 Awb, is
                            de definitie van subsidie gegeven. Indien een betaling onder het
                            subsidiebegrip valt, is sprake van subsidie. Het subsidiebegrip luidt
                            als volgt:</al><al>De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt
                            met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                            betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en
                            diensten.</al><al>Uit het subsidiebegrip kan worden opgemaakt, dat:</al><lijst><li nr="-"><al>een donatie geen subsidie is; </al></li><li nr="-"><al>het gebruik ‘om niet’ geen subsidie is;</al></li><li nr="-"><al>ingeval van geleverde goederen en diensten er geen sprake is van
                                    subsidie;</al></li><li nr="-"><al>het initiatief komt van de partij die de activiteiten verricht
                                    (aanvrager).</al></li></lijst><al>Om te bepalen of sprake is van subsidie moeten vooraf de volgende vragen
                            met ‘ja’ beantwoord worden:</al><lijst><li nr="1."><al>Komt het initiatief voor een subsidieaanvraag van degene die de
                                    activiteiten verricht?</al></li><li nr="2."><al>Zijn de activiteiten gericht op derden c.q. algemeen
                                    belang?</al></li><li nr="3."><al>Worden de activiteiten verricht door een rechtspersoon zonder
                                    winstoogmerk?</al></li></lijst><al>Indien één van de vragen met nee wordt beantwoord, is er mogelijk geen
                            sprake van subsidie maar van een overeenkomst/inkoop (= betaling voor
                            een opdracht).</al></divisie><divisie><kop><titel>Subsidie versus inkoop</titel></kop><al>Met de zinsnede ‘anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan
                            geleverde goederen of diensten’, heeft de wetgever bedoeld de subsidie
                            te onderscheiden van het begrip ‘inkoop’. Uit de definitie van artikel
                            4:21 Awb volgt dat, als er sprake is van een betaling voor een opdracht,
                            deze betaling niet kan worden aangemerkt als een subsidieverstrekking of
                            omgekeerd. Oftewel: opdracht en subsidie sluiten elkaar uit. </al><al>Om verschillende redenen is dit onderscheid belangrijk. Zo zullen
                            ondernemers over de door aan hen gedane betalingen voor geleverde
                            diensten BTW verschuldigd zijn, terwijl zij over aan hen verstrekte
                            subsidies in beginsel geen BTW hoeven af te dragen. Een belangrijk
                            verschil is ook het feit dat bij inkoop de aanbestedingsregels van
                            toepassing zijn; dit is bij subsidieverstrekking niet het geval. </al><al>Hieronder worden de belangrijkste <onderstreept>verschillen tussen een
                                subsidie en overeenkomst</onderstreept> weergegeven.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="38*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>SUBSIDIE</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>OVEREENKOMST(INKOOP)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Initiatief</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Subsidieaanvrager (= degene die de activiteiten
                                                verricht)</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeente</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Doel</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Gericht op derden c.q. algemeen belang</al></entry><entry colname="col3"><al>Ten behoeve van eigen organisatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Aard van de relatie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Eenzijdig</al></entry><entry colname="col3"><al>Tweezijdig</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Rechtsgebied</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Publiekrecht</al></entry><entry colname="col3"><al>Privaatrecht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Voorwaarden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>ASV 2012 en beleidsregels/criteria</al></entry><entry colname="col3"><al>Inkoopvoorwaarden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Betaling</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Bevoorschotting en verrekening bij vaststelling</al></entry><entry colname="col3"><al>Facturen betalen na (deel) prestatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Rechtsbescherming</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Bezwaar en beroep</al></entry><entry colname="col3"><al>Ontbinding of nakoming vorderen bij de rechter</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Mogelijkheden bij niet (geheel)
                                                nakomen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Lager vaststellen en terugvorderen</al></entry><entry colname="col3"><al>Nakoming vorderen bij de rechter</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Rol gemeente</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col3"><al>Rechtspersoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Aanbestedingsplicht</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>Ja, boven bepaalde waarde</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De feitelijke situatie is bepalend of iets wordt aangemerkt als een
                            subsidie of een overeenkomst (inkoopopdracht): het naamkaartje, dat er
                            aan hangt speelt geen rol. </al><al>Binnen het subsidieproces mag niet uit het oog worden verloren dat het
                            om een subsidierelatie gaat die haar grondslag vindt in
                            publiekrechtelijke wet- en regelgeving.</al></divisie><divisie><kop><titel>Staatssteun</titel></kop><al>Er kan in enkele gevallen wel sprake zijn van staatssteun. Het begrip
                            staatssteun omvat alle steun die de overheid levert aan een onderneming.
                            Onder staatssteun vallen zowel directe overheidssubsidies als indirecte
                            steunmaatregelen. Voorbeelden van indirecte steunmaatregelen zijn
                            garanties of leningen tegen niet marktconforme voorwaarden of de verkoop
                            van grond of gebouwen onder de marktprijs. Op grond van het verdrag van
                            de oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-verdrag) is staatssteun
                            verboden, tenzij de steunmaatregel is goedgekeurd door de Europese
                            Commissie. </al><al>Het verbod op staatssteun is bedoeld om de vrije concurrentie te
                            bevorderen en verstoringen van het handelsverkeer tussen de lidstaten te
                            voorkomen. Staatssteun is toegestaan als andere organisaties daardoor
                            geen oneerlijke concurrentie ondervinden. </al><al>Niet alle staatssteun is verboden.</al><al>Staatssteun is toegestaan als deze valt binnen een van de Europese
                            vrijstellingsverordeningen. Valt de subsidie daar niet binnen, dan is
                            hiervoor eerst toestemming van de Europese Commissie nodig.</al><al>Er is geen sprake van staatssteun als de activiteiten, waarvoor subsidie
                            wordt verleend, geen ondernemingsactiviteiten zijn. Zo is een subsidie
                            aan een sportvereniging geen staatssteun. </al><al>Als de gesubsidieerde activiteiten wel als ondernemingsactiviteiten
                            kunnen worden aangemerkt, is er sprake van staatssteun als de subsidie
                            niet open staat voor alle ondernemingen, die deze activiteit
                            uitoefenen.</al></divisie><divisie><kop><titel>De Wet Bibob</titel></kop><al>De wet Bibob is bedoeld als aanvulling op bestaande instrumenten. Het
                            college zal bij ieder beleidsdoel dat het wil subsidiëren, zich de vraag
                            moeten stellen of er enig risico is van het faciliteren van strafbare
                            feiten en of die risico’s niet voldoende worden ondervangen met de
                            bestaande toetsing van aanvragen. De ingrijpende bevoegdheden van de wet
                            Bibob in de privacy van instellingen en personen vereisen dat voor hen
                            voorzienbaar is dat eventueel van die bevoegdheden gebruik zal worden
                            gemaakt. Artikel 3 van de Wet Bibob kan daarom alleen worden toegepast
                            wanneer dat in een subsidieregeling is bepaald. Subsidieregelingen die
                            niet bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn geregeld, moeten
                            worden goedgekeurd door de ministers van Justitie en van Binnenlandse
                            Zaken en Koninkrijksrelaties ( artikel 6 van de Wet Bibob). Goedkeuring
                            is een voorwaarde voor de inwerkingtreding. Goedkeuring wordt onthouden
                            indien de toepassing van die weigerings- of intrekkingsgrond, een
                            onevenredig zwaar middel zou zijn ten opzichte van het belang dat moet
                            worden gehecht aan de desbetreffende subsidie of subsidies. Het is gelet
                            op het voorgaande niet mogelijk te bepalen dat de Wet Bibob generiek op
                            alle subsidies wordt toegepast. De Algemene subsidieverordening is
                            vanwege zijn algemene strekking dan ook ongeschikt om een passend kader
                            te vormen voor het toepassen van de wet Bibob. Het van toepassing
                            verklaren van de Wet Bibob in een specifieke subsidieregeling wordt
                            daarom aan het college overgelaten.</al></divisie><divisie><kop><titel>De begrotingscyclus</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt op hoofdlijnen het beleid voor de komende vier
                            jaren vast. Het college voert dit beleid uit en legt hierover jaarlijks
                            verantwoording af aan de raad. Om het door de gemeenteraad vastgestelde
                            beleid uit te kunnen voeren, verstrekt het college subsidies aan
                            instellingen. Het verstrekken van subsidies is dus een instrument om de
                            beleidsdoelen te realiseren. Via de begrotingscyclus wordt bepaald
                            hoeveel geld de gemeente aan de verschillende beleidsterreinen uitgeeft. </al><al>Het subsidieproces staat in relatie tot de begrotingscyclus. Deze start
                            in juni met het vaststellen van de zomernota. Derhalve is het van belang
                            dat alle budgetsubsidies worden ingediend vóór 1 juni van het jaar ten
                            behoeve van subsidies voor het jaar daaropvolgend.</al></divisie><divisie><kop><titel>Minder administratieve en bestuurlijke lasten</titel></kop><al>Bij de ontwikkeling van de ASV 2012 is tevens gekeken naar de
                            vermindering van administratieve en bestuurlijke lastendruk. Bij de
                            vereisten voor het indienen van een aanvraag en de verantwoordingseisen
                            zijn bepalingen opgenomen waarin het college kan afzien van het opvragen
                            van bepaalde gegevens en slechts in voorkomende gevallen om extra
                            gegevens zal vragen. </al><al>Lastenvermindering zit onder andere in de aanvraagtermijn, de inhoud van
                            de aanvraag, de weigeringgronden, de verplichtingen, de verantwoording
                            en de vaststelling.</al></divisie><divisie><kop><titel>Vereenvoudiging regelgeving</titel></kop><al>De opzet van de ASV 2012 is ten opzichte van de ASV 2006 vereenvoudigd.
                            Overbodige regels zijn vervallen en de kort en bondig beschreven regels
                            maakt de verordening beter leesbaar.</al><al>Vereenvoudiging is onder andere gevonden in:</al><lijst><li nr="·"><al>een kort en bondig geschreven ASV 2012 (ASV 2006 met
                                    artikelsgewijze toelichting behelst 30 bladzijden. ASV 2012
                                    behelst 14 bladzijden inclusief algemene toelichting alsmede
                                    artikelsgewijze toelichting.</al></li><li nr="·"><al>inhoudelijke vereenvoudiging in de artikelen 6, 16 en 17.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>aanvraagtermijn.</titel></kop><al> De aanvraag voor budgetsubsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het
                            jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag
                            betrekking heeft. Dit was voorheen 1 april. De ervaring heeft geleerd
                            dat indienen voor 1 april vaak leidt tot verzoeken om uitstel of te laat
                            ingediende aanvragen. Met het creëren van meer ruimte aan de voorkant,
                            worden in het vervolgtraject de administratieve lasten aanzienlijk
                            verminderd. De aanvraag voor een investering- project- en
                            waarderingsubsidie kan gedurende het gehele jaar worden ingediend, doch
                            uiterlijk 13 weken voor aanvang van de activiteit. Bij het bepalen van
                            de grens bij waarderingsubsidie van maximaal € 10.000,- is aangehaakt
                            aan artikel 17, waarin bepaald is dat subsidies tot € 10.000,- direct
                            kunnen worden vastgesteld. Het bedrag is derhalve in afwijking van het
                            voorgestelde bedrag in de regienota <cursief>“Van subsidie verstrekken
                                naar regiegemeente, zijnde € 5.000,-.</cursief></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening subsidies.</titel></kop><al>Toelichting lid 3. </al><al>In maart 2010 is door de burgemeesters van de gemeenten in de regio
                            Rotterdam-Rijnmond ingestemd met de Nota regionale aanpak huiselijk
                            geweld en eergerelateerd geweld 2010-2014. Vervolgens is in september
                            2010 een intentieverklaring ondertekend om de invoering van de Meldcode
                            Huiselijk geweld en Kindermishandeling als subsidievoorwaarde op te
                            nemen bij de door de gemeente gesubsidieerde instellingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger.</titel></kop><al>Toelichting lid 5 t/m 8.</al><al>Enige tijd geleden is door het college het besluit genomen om de
                            salariëring van gesubsidieerde instellingen aan banden te leggen. Om dit
                            besluit ook integraal door te voeren is ervoor gekozen dit derhalve vast
                            te leggen in de subsidieverlening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>aanvraag vaststelling</titel></kop><al><onderstreept>Artikel 16: aanvraag vaststelling</onderstreept>. In lid 5
                            is aangegeven dat het College <onderstreept>kan</onderstreept>
                            voorschrijven dat bij de aanvraag tot subsidievaststelling een
                            controleverklaring wordt overlegd. Slechts bij subsidies boven €
                            50.000,- is een controleverklaring verplicht. In geval van twijfel
                            blijft het met lid 5 wel mogelijk om aanvullende gegevens en/of een
                            accountantsverklaring te vragen. In veel gevallen is dit niet
                            noodzakelijk en scheelt dit in administratieve lasten.</al><al>Bij de vaststelling van een grens van € 50.000,- is afgeweken van het
                            voorgestelde bedrag van € 40.000,- in de regienota <cursief>“Van
                                subsidie verstrekken naar regiegemeente. </cursief>Mede gezien het
                            feit dat de regienota is opgesteld in 2008, is anno 2012 gekozen om in
                            de nieuwe ASV de norm van het VNG-model aan te houden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>: Vaststelling en verantwoording subsidie tot € 10.000,-. Er wordt in de
                            nieuwe ASV 2012 duidelijk onderscheid gemaakt in subsidies tot en vanaf
                            € 10.000. Alle subsidies tot € 10.000,- kunnen direct vastgesteld
                            worden. Ook is in artikel 17 opgenomen dat voor bepaalde subsidies de
                            subsidieontvanger achteraf niet standaard verantwoording hoeft af te
                            leggen aan de subsidieverstrekker. Bij twijfel over eventueel
                            oneigenlijk gebruik, bestaat altijd de mogelijkheid alsnog om
                            verantwoording te vragen. Ook hier zijn de administratieve lasten voor
                            zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker sterk
                            verminderd.</al></divisie><divisie><kop><titel>DE ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><al>De wettelijke grondslag van de verordening wordt gevormd door zowel de
                            Gemeentewet als de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De ASV 2012 is in
                            belangrijke mate een complementaire regeling: aanvullend aan hetgeen
                            reeds in de Awb, met name titel 4.2 is geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel is een aantal voorkomende begrippen in de ASV 2012
                            omschreven. Het begrip subsidie is niet gedefinieerd in de ASV 2012,
                            aangezien het begrip reeds in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb is
                            gedefinieerd.</al><al>Hieronder een toelichtende passage over wat er onder de vier
                            verschillende subsidievormen wordt verstaan c.q. ermee wordt
                            beoogd.</al><lijst><li nr="a."><al>Budgetsubsidie: alle structurele subsidies boven € 10.000,-
                                    waarbij het subsidiebedrag is gerelateerd aan een bepaald niveau
                                    van activiteiten of prestaties, die in beginsel van onbepaalde
                                    duur zijn. Budgetsubsidie moet vóór 1 juni worden ingediend ten
                                    behoeve van subsidie voor het daaropvolgende jaar.</al></li><li nr="b."><al>Investeringsubsidie: een subsidie in de stichtingskosten of in
                                    de kosten van herstel, verbouwing en uitbreiding van gebouwen of
                                    inrichtingen. </al></li><li nr="c."><al>Projectsubsidie: een subsidie ten behoeve van een activiteit of
                                    prestatie die in beginsel van bepaalde duur is.</al></li><li nr="d."><al>Waarderingsubsidie: een subsidie ten bedrage van maximaal €
                                    10.000,- ten behoeve van bepaalde activiteiten van de aanvrager
                                    als blijk van waardering of aanmoediging, waarbij slechts
                                    steekproefsgewijs inhoudelijk op prestaties of resultaat wordt
                                    gestuurd.</al></li><li nr="e."><al>Investering- project- en waarderingsubsidies kunnen gedurende
                                    het gehele jaar worden aangevraagd, doch uiterlijk 13 weken voor
                                    aanvang activiteiten. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>In het eerste lid wordt aangegeven voor welke beleidsterreinen subsidies
                            kunnen worden verstrekt.</al><al>Er is voor gekozen om zo veel mogelijk op te nemen in deze algemene
                            verordening. Op die manier wordt bereikt dat zowel burger als bestuur
                            direct en zonder zich teveel in onderliggende zaken als beleidsregels en
                            raadsbesluiten, hoeven te verdiepen om na te gaan aan welke voorwaarden
                            zij moeten voldoen om voor verlening van een subsidie in aanmerking te
                            komen.</al><al>Het tweede lid regelt de bevoegdheid van het college om nadere regels te
                            stellen. Door de veelheid en verscheidenheid van subsidiemogelijkheden
                            is uiteraard niet te vermijden, dat op onderdelen nadere regels
                            noodzakelijk zullen blijken. Die verscheidenheid onderbrengen in een
                            algemene verordening is mogelijk, maar komt de met een algemene
                            verordening nagestreefde overzichtelijkheid niet ten goede. Daarbij komt
                            dat beleidsdoelen en prioriteiten wijzigen en dit, naar aangenomen mag
                            worden, in een hoger tempo zullen doen dan de Algemene
                            subsidieverordening aan wijziging toe is.</al><al>Wijziging van een alsdan complexe en uitgebreide verordening, die veel
                            beleidsterreinen bestrijkt, gaat gepaard met aanzienlijke bestuurlijke
                            en administratieve lasten. Met deze algemene verordening, die de kaders
                            geeft voor nadere regels, worden deze lasten beperkt in aantal en
                            kwaliteit. Zo zal het bij een eventuele wijziging van de verordening
                            niet noodzakelijk zijn alle beleidsafdelingen van de gemeente daarbij
                            anders dan in informerende zin te betrekken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de
                            raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting en
                            deze Algemene subsidieverordening. Dit betekent dat het college geen
                            subsidies kan verlenen, die niet stroken met de door de raad
                            vastgestelde algemene regels. </al><al>Met besluiten over het verstrekken van subsidies in plaats van verlenen
                            van subsidies wordt beoogd de bevoegdheid te besluiten over het gehele
                            subsidieproces, dus ook het bevoorschotten, lager vaststellen,
                            terugvorderen en dergelijke.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat het college daarbij de
                            gemeentebegroting en subsidieplafonds in acht neemt. Als de
                            gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel dus nog geen
                            financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld, wordt subsidie
                            slechts verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld
                            beschikbaar zal stellen, het zogenoemde begrotingsvoorbehoud.</al><al>In het tweede lid is de bevoegdheid van het college geregeld om
                            voorwaarden aan de subsidie te verbinden. Zie hiertoe ook artikel 4:33
                            Awb en voor het verschil met verplichtingen artikel 4:37 Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>In het eerste lid is de bevoegdheid van het college geregeld om
                            subsidieplafonds vast te stellen. Op grond van de artikelen 4:25 en 4:26
                            in verbinding met artikel 4:22 van de Awb kan bij wettelijk voorschrift
                            worden bepaald dat per beleidsterrein een subsidieplafond kan worden
                            vastgesteld. Uit het oogpunt van rechtszekerheid verlangt de Awb dat het
                            subsidieplafond bekend wordt gemaakt vóórdat de periode waarop het
                            betrekking heeft, ingaat.</al><al>Bij bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling
                            vermeld, zo volgt uit artikel 4:26 tweede lid Awb. De achtergrond van
                            deze bekendmaking betreft het beginsel van de evenredige
                            belangenafweging, zoals opgenomen in artikel 3:2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht, en daarin begrepen het verbod van willekeur. Artikel 4:26
                            eerste lid Awb laat de wijze van verdeling geheel vrij. In de praktijk
                            zijn er twee manieren ontstaan om het beschikbare bedrag te verdelen. </al><al>De eerste vorm is een verdeelmechanisme op volgorde van binnenkomst,
                            waarbij de aanvragen in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag
                            worden behandeld. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb
                            de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum
                            van ontvangst van de aanvraag de dag, waarop de aanvulling is ontvangen
                            door de gemeente.</al><al>De tweede vorm is een tendersysteem, waarbij het beschikbare budget
                            wordt verdeeld over de complete aanvragen door middel van een onderlinge
                            vergelijking van de aanvragen en waarbij de beste aanvragen voor
                            subsidie in aanmerking komen. Van belang bij dit systeem is dat helder
                            is voor de aanvrager op basis van welke criteria de aanvragen worden
                            getoetst en in rangorde worden gezet.</al><al>Het derde lid is alleen van toepassing op subsidies die op grond van een
                            tendersysteem worden beoordeeld, waarbij de aanvragen vóór een bepaald
                            tijdstip moeten worden ingediend, terwijl de begroting later wordt
                            vastgesteld of goedgekeurd. De verlaging van het subsidieplafond vloeit
                            voort uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting, met andere
                            woorden een verlaging of schrapping van een begrotingspost. Dit betekent
                            ook dat de verlaging niet verder mag gaan dan uit de begroting
                            voortvloeit. Tevens moet reeds zijn gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging en de gevolgen daarvan.</al><al>Het vierde lid regelt de mogelijkheid om in geval van
                            subsidieverstrekking voorafgaand aan de vaststelling van de begroting
                            een begrotingsvoorbehoud te maken (artikel 4:28 Awb). Artikel 4:28 Awb
                            ziet toe op subsidieregelingen met een zogenaamd tendersysteem, waarbij
                            alle aanvragen vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:29 van de Awb kan de subsidievaststelling
                            voorafgegaan worden door een beschikking omtrent subsidieverlening. Een
                            beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven op aanvraag. Wat een
                            aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat in afdeling
                            4.1.1. van de Awb. Dit artikel geeft voorschriften voor het indienen van
                            een subsidieaanvraag. Het door het college vastgestelde
                            aanvraagformulier dient te worden gebruikt. Doel van een
                            aanvraagformulier is om aan de aanvrager te verduidelijken wat voor
                            informatie hij bij de aanvraag moet geven.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><al>In artikel 4:37 van de Awb wordt een aantal standaardverplichtingen
                            opgesomd, die in de vorm van een voorschrift aan de subsidiebeschikking
                            kunnen worden verbonden. Op grond van artikel 4:38 Awb kan het
                            bestuursorgaan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen
                            die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Indien de
                            subsidie op een wettelijk voorschrift berust, zoals hier aan de orde,
                            worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens
                            wettelijk voorschrift bij subsidieverlening. Het tweede lid van artikel
                            10 vormt de wettelijke grondslag krachtens welke het college nadere
                            verplichtingen kan opleggen, naast die genoemd in artikel 4:37 Awb.</al><al>Het gaat hierbij om verplichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk en
                            geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te
                            verwezenlijken. Deze zogenaamde doelgebonden verplichtingen kunnen
                            rechtstreeks betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteit (1), maar
                            ook een meer afgeleid en ondersteunend karakter hebben (2). </al><al>Voorbeeld 1: een verplichting aan een instelling om bepaalde
                            activiteiten ten behoeven van derden (bijv. cursussen) uitsluitend te
                            laten verzorgen door personen die aan bepaalde opleidingseisen
                            voldoen.</al><al>Voorbeeld 2: een verplichting inzake de wijze waarop de administratie
                            moet worden gevoerd of aan het bestuursorgaan moet worden gerapporteerd
                            over de activiteiten.</al><al>Lid 3. Vooruitlopend op de invoering van de nieuwe Wet Meldcode hebben
                            alle burgemeesters van het Regionaal College, waaronder de burgemeester
                            van Schiedam, in september 2010 een intentieverklaring ondertekend.
                            Hiermee hebben zij te kennen gegeven dat:</al><lijst><li nr="1."><al>Het hanteren van de meldcode bij door de gemeente gesubsidieerde
                                    organisaties met ingang van 2012 als subsidievoorwaarde zal
                                    worden gehanteerd.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruik van de meldcode binnen de eigen
                                    gemeentelijke/ambtelijke organisatie zelf per 1 januari 2011 zal
                                    zijn ingevoerd. </al></li></lijst><al>Het gaat hier om een verplichting die niet strekt tot verwezenlijking
                            van het doel van de subsidie oftewel het gaat hier om een
                            niet-doelgebonden verplichting. In artikel 4:39, tweede lid, Awb is
                            bepaald dat niet-gebonden verplichtingen wel enig verband moeten houden
                            met de gesubsidieerde activiteit.</al><al>Het hanteren van een meldcode zal met de inwerkingtreding van de Wet
                            Meldcode voor een aantal voorgeschreven sectoren wettelijk verplicht
                            worden gesteld. Zolang de Wet Meldcode nog niet in werking is getreden
                            kan het college op grond van het derde lid aan de betreffende
                            instellingen in de beschikking tot subsidieverlening de verplichting
                            opleggen een meldcode binnen de organisatie te hanteren</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>Om tijdig te kunnen bijsturen dan wel maatregelen te nemen mocht dat
                            nodig zijn, dient de gemeente tijdig te worden geïnformeerd. Op grond
                            van dit artikel is de subsidieontvanger met het oog hierop verplicht een
                            aantal zaken terstond schriftelijk aan het college te melden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Reserves</titel></kop><al>De egalisatiereserve is bedoeld om verschillen tussen werkelijk gemaakte
                            kosten en subsidiebedragen op te vangen. De egalisatiereserve is een
                            buffer, waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met
                            overschotten in het andere jaar. Hiermee wordt voorkomen dat de
                            subsidieontvanger bij tekorten zich steeds moet wenden tot de
                            subsidieverstrekker. De bestemmingsreserve is bedoeld om een specifieke
                            reserve te creëren, waaraan vooraf een bestemming is gegeven.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Aanvraag vaststelling</titel></kop><al>De subsidieontvanger moet voor de vaststelling van subsidie vanaf €
                            10.000. en meer een aanvraag indienen. Bij de aanvraag moet de
                            subsidieontvanger informatie overleggen die van belang is voor de
                            verantwoording. Op basis daarvan is na te gaan of de subsidie juist is
                            besteed. In dit artikel is tevens bepaald wanneer de aanvraag tot
                            vaststelling van de subsidie moet zijn ingediend.</al><al>De reguliere controleverklaring geeft inzicht in de juistheid en
                            betrouwbaarheid van de financiële verantwoording. De accountant kán
                            gevraagd worden om ook een oordeel te geven over de betrouwbaarheid van
                            de prestatiegegevens van de instelling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vaststelling en verantwoording subsidies tot € 10.000,-.</titel></kop><al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden
                            de bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd.
                            Ook indien de activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel
                            a worden toegepast. De toepassing is dan onder meer afhankelijk van de
                            aard van de subsidie (bijvoorbeeld een ‘waarderingssubsidie’) en
                            risicoafweging van de subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze controle
                            na de vaststelling is mogelijk, maar leidt alleen in bijzondere
                            gevallen, zoals fraude, tot terugvordering.</al><al>In het tweede geval (eerste lid, onderdeel b), wordt in de
                            subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten
                            moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13
                            wekenna de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn
                            verricht, ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. Bij deze
                            wijze is er juridisch meer mogelijk om op te treden, indien de gemeente
                            bemerkt dat de activiteit niet (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is
                            immers niet bij verstrekking reeds vastgesteld. De subsidieontvanger
                            dient, desgevraagd, op een door het college in de beschikking aangegeven
                            wijze, aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                            verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen. Dit zal steekproefsgewijs plaatsvinden. Van
                            belang: neem in de subsidiebeschikking altijd een datum op wanneer de
                            activiteit wordt geacht te zijn verricht of voltooid en koppel deze aan
                            een exacte datum (dertien weken erna) voor de indiening van de
                            vaststelling. De datum van voltooiing van de activiteit is namelijk niet
                            bij alle subsidieaanvragen concreet benoemd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling en verantwoording subsidies vanaf € 10.000,-</titel></kop><al>In dit artikel is bepaald binnen welke termijn het college de subsidie
                            moet vaststellen. Er gelden termijnen voor de vaststelling op aanvraag
                            (eerste lid), de vaststelling van een jaarlijkse subsidie (tweede lid)
                            en de ambtshalve vaststelling (derde lid). Indien de subsidieontvanger
                            de aanvraag tot vaststelling te laat indient, kan het college na rappèl
                            besluiten om het subsidiebedrag lager vast te stellen, tot een maximum
                            van 50 % van het subsidiebedrag. Indien de aanvraag uitblijft, kan het
                            college het subsidiebedrag ambtshalve op nihil vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel regelt een afwijkingsbevoegdheid voor bijzondere gevallen.
                            De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient
                            altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing
                            van de hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele
                            gevallen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>