<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR136468_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Coevorden 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Coevorden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CoevordenHuisAanHuis 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Coevorden 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2012-01-01">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;artikel=Titel 4.2&amp;g=2012-01-01">Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegevoorstel 9 december 2011, nr. 885</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>welzijn, onderwijs en cultuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening bevat overgangsrecht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-20258</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Coevorden 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No. 2011/ 885</al><al/><al>De raad van de gemeente Coevorden;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van </al><al>20 december 2011, bijl.nr. 885, inzake de Algemene subsidieverordening
                        Coevorden 2012;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2. van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al/><al>B ES L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening</al><al/><al>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING COEVORDEN 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Coevorden;</al></li><li nr="b."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                    incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                    reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
                                    jaar subsidie wil verstrekken;</al></li><li nr="c."><al>raad: raad van de gemeente Coevorden;</al></li><li nr="d."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een
                                    bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie
                                kan worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>verkeer, vervoer en waterstaat;</al></li><li nr="d."><al>economische zaken;</al></li><li nr="e."><al>onderwijs;</al></li><li nr="f."><al>cultuur en recreatie;</al></li><li nr="g."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke
                                        dienstverlening;</al></li><li nr="h."><al>volksgezondheid, natuur en milieu;</al></li><li nr="i."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per
                                beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks besluiten tot het instellen van
                                subsidieplafond(s) .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door
                                de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels - nadere regels
                                stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het subsidieplafond geldt voor het betreffende subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1
                                september in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop
                                de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor subsidies voor een eenmalige activiteit wordt
                                gedaan uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                                college hiertoe regels heeft opgesteld, 8 weken gerekend vanaf de
                                uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in lid 1 genoemde termijn met ten hoogste zes
                                weken verlengen. De verlenging wordt schriftelijk aan de aanvrager
                                bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Het college kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de wet
                            genoemde gevallen een aanvraag voor subsidie weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of
                                    nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens
                                    wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden,
                                    hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan
                                    beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;</al></li><li nr="e."><al>de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager geen rechtspersoonlijkheid heeft;</al></li><li nr="g."><al>in die activiteiten op een naar haar oordeel toereikende wijze
                                    anders wordt voorzien;</al></li><li nr="h."><al>de verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 500.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 14, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                14, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt
                            niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                                blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht en een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                jaarrekening).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de
                                subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door
                                het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde
                                definities.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek
                            verslag gedaan aan de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Coevorden 2006 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgedaan volgens de bepalingen van de
                                Algemene subsidieverordening gemeente Coevorden 2006.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzameluitvoeringsbesluit Algemene subsidieverordening gemeente
                                Coevorden 2006 wordt aangemerkt als nadere regel zoals bedoeld in
                                artikel 2, lid van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Coevorden
                                2006 blijft van toepassing tot het moment dat het
                                Verzameluitvoeringsbesluit Algemene subsidieverordening gemeente
                                Coevorden 2006 is herzien danwel nadere uitwerking van beleidsregels
                                heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op
                                haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het in lid 1. genoemde tijdstip vervalt de Algemene
                                subsidieverordening Coevorden 2006.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            Coevorden 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier. </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><label>Algemene subsidieverordening Coevorden 2012</label></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al>De Algemene subsidieverordening is gebaseerd op de modelverordening
                        ‘Subsidie zonder moeite – Model algemene subsidieverordening 2009’, die de
                        VNG heeft opgesteld vanuit haar adviserende functie om het subsidiebeleid
                        van gemeenten te stroomlijnen en te actualiseren. </al><al>Bij de ontwikkeling van de nieuwe modelverordening is nadrukkelijk ook
                        gekeken naar dereguleringsmogelijkheden binnen het subsidieproces. Een
                        belangrijk aspect in het subsidietraject is gelegen in vereenvoudiging van
                        de regels voor de verantwoording van de subsidie. </al><al>De transponeringstabel van de Algemene subsidieverordening Coevorden 2006
                        naar de Algemene subsidieverordening Coevorden 2012 is als bijlage
                        bijgevoegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Grondslag verordening</titel></kop><al>In de Algemene wet bestuusrecht staat dat de subsidieverstrekking moet zijn
                        gebaseerd op een wettelijk voorschrift. Deze eis komt voort uit de wens van
                        de wetgever, dat de rechtszekerheid van de subsidieaanvrager en
                        subsidieontvanger voldoende is gewaarborgd. Hiermee wordt tevens een
                        doelmatige besteding van overheidsuitgaven nagestreefd. Mogelijk
                        onzorgvuldig of willekeurig handelen van het overheidsorgaan of nalatigheid
                        van de subsidieontvanger is immers beter te toetsen aan de hand van een
                        wettelijke regeling dan aan de hand van een op zichzelf staand besluit van
                        een bestuursorgaan.</al><al>Voor gemeenten betekent dit, dat de subsidieverstrekking moet zijn gebaseerd
                        op een verordening van de raad (artikel 4:23, lid 1 Awb). Deze verordening
                        moet de essentiële elementen van het proces van subsidieverstrekking
                        bevatten, zoals een omschrijving of aanduiding van de te subsidiëren
                        activiteiten, de bevoegdheid voor het vaststellen van een subsidieplafond en
                        de bijbehorende verdelingsmaatstaf. Volgens de Memorie van Toelichting bij
                        de Awb (MvT) moet een wettelijk voorschrift, in dit geval een gemeentelijke
                        verordening, aan de twee volgende eisen voldoen om de beoogde doelmatigheid
                        en rechtszekerheid te bereiken. Het moet een omschrijving bevatten van de
                        activiteiten, waarvoor subsidie kan worden verleend en het moet een
                        grondslag bevatten voor de verplichtingen, die het bestuursorgaan aan de
                        subsidieverlening kan verbinden.</al><al><vet>Uitzonderingen wettelijke grondslag</vet></al><al>Op de hoofdregel dat de subsidieverstrekking moet zijn gebaseerd op een
                        wettelijke grondslag bestaan, op grond van het derde lid van artikel 4:23
                        Awb, vier uitzonderingen: </al><lijst><li nr="a."><al>de spoedeisende subsidieverstrekking;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost;</al></li><li nr="c."><al>de incidentele subsidieverstrekking;</al></li><li nr="d."><al>de Europese subsidies (deze laatste zijn voor gemeenten minder van
                                belang en worden verder buiten beschouwing gelaten).</al></li></lijst><al><vet>Ad. a. Spoedeisende subsidies</vet></al><al>Wanneer er een wettelijk voorschrift in voorbereiding is, mag het
                        bestuurorgaan, vooruitlopend op de totstandkoming van dit voorschrift,
                        alvast beginnen met het verlenen van de subsidie. Van deze bevoegdheid om
                        zonder grondslag te subsidiëren, kan gedurende maximaal een jaar gebruik
                        worden gemaakt. Het doel van deze uitzondering is te voorkomen, dat de
                        slagvaardigheid van de overheid bij het kunnen inzetten van het
                        subsidie-instrument onnodig wordt belemmerd. Om democratische controle
                        mogelijk te maken, geldt er voor deze vorm van subsidie wel een
                        verslagleggingplicht voor het bestuursorgaan.</al><al><vet>Ad. b. Subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost </vet></al><al>In bepaalde gevallen is het toegestaan om niet op basis van een verordening,
                        maar op basis van een post op de begroting subsidie te verlenen. Artikel
                        4:23, derde lid, onder c Awb bepaalt hierover dat er geen verordening is
                        vereist, indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag, waarop de
                        subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt. </al><al>Binnen de systematiek van de programmabegroting wordt tot nu toe geen
                        gebruik van deze mogelijkheid gemaakt.</al><al><vet>Ad. c. Incidentele subsidies</vet></al><al>Strikt genomen is voor incidentele subsidies geen wettelijk voorschrift
                        nodig. In artikel 4:23, vierde lid, onderdeel d Awb is neergelegd, dat in
                        incidentele gevallen kan worden afgezien van het basisvereiste dat slechts
                        op grond van een wettelijk voorschrift subsidie kan worden verstrekt. Die
                        situatie doet zich voor, indien er geen beleid is dat voorziet in
                        subsidiëring van de desbetreffende activiteiten en evenmin sprake is van een
                        vaste bestuurspraktijk om dat soort activiteiten te subsidiëren.</al><al>Deze uitzondering in de Awb is bedoeld voor gevallen, waarin zowel het
                        aantal subsidieontvangers als het tijdvak van subsidiëring beperkt is. </al><al>Bij het opstellen van de onderhavige subsidieverordening is er voor gekozen
                        om ook incidentele subsidies op te nemen in de verordening onder de
                        grondslag eenmalige subsidie, zodat ook deze een wettelijke grondslag
                        hebben. Voorts werd dit ingegeven door de wens om te komen tot heldere, voor
                        alle subsidiesoorten geldende regels.</al><al><vet>Gebruik en benaming nadere regels</vet></al><al>In de praktijk blijkt er veel onduidelijkheid te bestaan over het gebruik
                        van nadere regels in het kader van subsidieverstrekking. Hiervoor gebruiken
                        gemeenten zowel de vorm van deelverordeningen, maar ook vaak beleidsregels
                        of beleidsnota’s. </al><al>Op grond van artikel 1:3, derde lid Awb wordt onder een beleidsregel
                        verstaan: ”een bij besluit vastgestelde, algemene regel, niet zijnde een
                        algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de
                        vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het
                        gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan”.</al><al>Subsidieverstrekking op basis van alleen beleidsregels is
                            <cursief>niet</cursief> mogelijk vanwege het ontbreken van een
                        wettelijke grondslag. Er is altijd een verordening nodig. In die verordening
                        dienen tenminste de activiteiten globaal te worden omschreven, die voor
                        subsidie in aanmerking kunnen komen. De opzet van de Algemene
                        subsidieverordening is dusdanig dat alle algemene regels omtrent
                        subsidieverstrekking in de Algemene subsidieverordening zijn opgenomen.
                        Regels die alleen betrekking hebben op een speciaal beleidsterrein worden in
                        nadere regels uitgewerkt.</al><al>Via de beleidsregels op grond van art. 1.3 juncto artikel 4:81 Algemene wet
                        bestuursrecht kunnen de subsidiemogelijkheden nader worden ingevuld.</al><al>Het gebruik van beleidsnota’s dient zoveel mogelijk te worden vermeden,
                        omdat met beleidsnota’s niet rechtstreeks verplichtingen aan burgers kunnen
                        worden opgelegd. Beleidsnota’s binden alleen het bestuursorgaan en werken
                        niet extern. In ieder geval kunnen zaken als termijnen en
                        subsidieverplichtingen niet worden geregeld via een beleidsregel. In
                        jurisprudentie is bepaald dat normstelling alleen kan plaatsvinden in de
                        vorm van algemeen verbindende voorschriften en niet in beleidsregels.</al><al>Het is wel mogelijk om een omschrijving van regels die een uitleg geven aan
                        bepalingen uit de verordening, zoals de afweging van belangen of de
                        vaststelling van feiten, op te stellen in de vorm van beleidsregels.
                        Bijvoorbeeld op welke wijze het begrip “jubileumbijdrage” bij verschillende
                        verenigingen moet worden geïnterpreteerd. Zodra het gaat om normstelling
                        dient de norm te worden verwerkt in de artikelen van de (deel)verordening en
                        niet in de toelichting of in beleidsregels. De nadere invulling van de norm
                        en de nadere criteria voor subsidies kan plaatsvinden via beleidsregels ex
                        artikel 1.3 juncto artikel 4:81 Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Het subsidiebegrip</titel></kop><al>Om de subsidietitel uit de Awb op een juiste wijze toe te passen, is het van
                        belang dat helder is wat er onder subsidie wordt verstaan. Subsidie is een
                        materieel begrip en wordt omschreven in artikel 4:21, eerste lid Awb.
                        Voldoet een geldverstrekking aan de daar genoemde voorwaarden, dan is het
                        een subsidie, hoe ook genaamd.</al><al>Er is sprake van een subsidie als het gaat om geldverstrekkingen, die aan de
                        volgende kenmerken voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>het betreft een aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="b."><al>die door een bestuursorgaan worden verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>anders dan als betaling voor het bestuursorgaan geleverde goederen
                                of diensten.</al></li></lijst><al>In de praktijk kan het voorkomen, dat er afwijkende termen worden gebruikt,
                        zoals bijdrage, uitkering of vergoeding, terwijl het in feite een subsidie
                        betreft. De gekozen benaming is voor de toepasselijkheid van de
                        subsidietitel niet van belang, ze is gewoon van toepassing als aan de
                        voorwaarden is voldaan.</al><al><vet>a. Een aanspraak op financiële middelen</vet></al><al>Het woord ‘aanspraak’ geeft aan dat het niet de daadwerkelijke overhandiging
                        van het geld hoeft te betreffen, maar dat een aanspraak daarop voldoende is.
                        Deze aanspraak is rechtens afdwingbaar. Van belang is niet de daadwerkelijke
                        beschikbaarstelling, maar het besluit van het bestuursorgaan dat de
                        voorgenomen activiteiten worden gesubsidieerd.</al><al>Voor het bestuursorgaan ontstaat na het toekennen van de aanspraak op
                        financiële middelen de verplichting om aan de gesubsidieerde, na uitvoering
                        van de activiteiten en nakoming van zijn overige opgelegde verplichtingen,
                        tot betaling over te gaan.</al><al>Niet alle verstrekkingen van het bestuursorgaan zijn subsidies. Indien er
                        geen financiële middelen worden verstrekt, maar andere zaken, dan is er geen
                        sprake van subsidie.</al><al>Het leveren van goederen of diensten door de gemeente om niet of onder de
                        kostprijs valt niet onder het subsidiebegrip van de Awb. Dit betekent, dat
                        de zogenaamde ‘subsidies’ in natura (de niet-financiële verstrekkingen),
                        zoals het beschikbaar stellen van gemeentelijke accommodaties voor
                        sportbeoefening of het heffen van een toegangsprijs voor een gemeentelijk
                        museum, die de kosten niet dekken, niet aan de begripsomschrijving voldoen
                        en dus geen subsidie zijn.</al><al><vet>b. Verstrekt door een bestuursorgaan</vet></al><al>Slechts wanneer de financiële middelen worden verstrekt door een
                        bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb kan er sprake zijn van
                        een subsidie. Geld van particulieren, zoals fondsen, waarmee activiteiten
                        van andere particulieren mogelijk worden gemaakt, vallen niet onder het
                        subsidiebegrip. De rechtsverhouding tussen particuliere en
                        privaatrechtelijke personen valt immers niet onder de Awb.</al><al>De meeste subsidies worden door de ‘reguliere’ bestuursorganen verstrekt.
                        Het is echter van belang om in ogenschouw te nemen, dat ook particuliere
                        fondsen en instellingen, die op grond van een wettelijk voorschrift zijn
                        belast met het geven van subsidies ten laste van openbare middelen, een
                        bestuursorgaan zijn in de zin van artikel 1:1 van de Awb. Dergelijke
                        privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen op grond van art 1:1, lid 1, onder
                        b van de Awb als bestuursorgaan worden aangemerkt.</al><al><vet>c. Met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager</vet></al><al>Een subsidie wordt altijd verstrekt met een bepaald doel, voor bepaalde
                        activiteiten. De wetgever heeft bepaald dat er sprake moet zijn van
                        bepaalde, duidelijk omschreven activiteiten van de ontvanger. De
                        bestedingsrichting van de middelen moet dus duidelijk zijn.</al><al>Ook schadevergoedingen, verstrekt door de overheid, vallen buiten het
                        subsidiebegrip. De bestedingsrichting van de ontvanger ligt in dat geval
                        niet vooraf vast, oftewel: een schadevergoeding wordt niet verleend met het
                        oog op bepaalde activiteiten van de ontvanger, maar ter compensatie van
                        schade, veroorzaakt door handelen van de overheid zelf. Het staat de
                        ontvanger vrij te bepalen, waaraan hij het geld besteedt. </al><al>Ook de algemene uitkeringen aan gemeenten en provincies uit het Gemeente- en
                        Provinciefonds worden gekenmerkt door een bepaalde bestedingsvrijheid en
                        vallen dus ook buiten de subsidiedefinitie.</al><al><vet>d. Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                            goederen of diensten</vet></al><al>Commerciële transacties vallen buiten het subsidiebegrip. Er is geen sprake
                        van subsidie als de overheid een marktconforme vergoeding betaalt voor
                        aangeschafte goederen of aan haar geleverde diensten. Onder betaling wordt
                        verstaan het leveren van een tegenprestatie, die is afgestemd op de waarde
                        van de verkregen goederen of diensten in het economische verkeer. Dit
                        betekent niet dat een marktprijs, die wat aan de hoge kant is, daarom meteen
                        als subsidie zou zijn aan te merken. Dit geldt alleen in die gevallen waar
                        de prijs onmiskenbaar zozeer boven de marktprijs ligt, dat redelijkerwijs
                        niet meer van betaling kan worden gesproken.</al><al>De beperking van deze uitzondering tot aan het bestuursorgaan geleverde
                        goederen of diensten is aangebracht, omdat er subsidies zijn, die kunnen
                        worden opgevat als een betaling voor door de subsidieontvanger aan derden
                        geleverde diensten.</al><al>In beginsel zijn privaatrechtelijke besluiten niet onder het subsidiebegrip
                        gebracht.</al><al><vet>Subsidie versus opdracht: wat is het onderscheid?</vet></al><al>Met de zinsnede ‘anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan
                        geleverde goederen of diensten’, had de wetgever de bedoeling de subsidie te
                        onderscheiden van het begrip ‘opdracht’. Uit de definitie van artikel 4:21
                        Awb volgt dat, als er sprake is van een betaling voor een opdracht (een
                        financiële tegenprestatie), deze betaling dan niet kan worden aangemerkt als
                        een subsidieverstrekking of omgekeerd. Oftewel: opdracht en subsidie sluiten
                        elkaar uit. </al><al>Als een gemeente op grond van de publieke taak diensten aan derden levert en
                        de gemeente schakelt hiervoor een bedrijf in, dan is de betaling voor de
                        levering van deze diensten door dat bedrijf aan derden eveneens geen
                        subsidie.</al><al>Om diverse redenen is het relevant om helder te hebben of het al dan niet
                        een subsidie betreft. Zo zullen ondernemers over de door aan hen gedane
                        betalingen voor geleverde diensten BTW verschuldigd zijn, terwijl zij over
                        aan hen verstrekte subsidies in beginsel geen BTW hoeven af te dragen. En
                        mocht er zich een geschil voordoen, dan kan men in het geval van
                        subsidieverstrekking naar de bestuursrechter stappen, terwijl men zich bij
                        een opdracht moet wenden tot de civiele rechter. Bij Beleidsgestuurde
                        Contractfinanciering (BCF) wordt vaak gekozen voor een subsidie, waaraan een
                        contract (uitvoeringsovereenkomst) verbonden is. Ook daar is het van belang
                        dat het karakter van de grondslag van de verbintenis, namelijk de
                        subsidierelatie, niet uit het oog wordt verloren. Tenslotte kan een overheid
                        te maken krijgen met aanbestedingsregels (bij een opdracht) of wellicht
                        staatssteun (bij subsidie). </al><al>Het is van belang te beseffen dat de feitelijke situatie bepalend is of iets
                        wordt aangemerkt als een subsidie of een opdracht: het naamkaartje, dat
                        eraan hangt, speelt geen rol. Een gemeente dient daarom waakzaam te zijn bij
                        het opstellen van de subsidiebeschikking en moet voorkomen, dat de
                        verstrekking kan worden aangemerkt als betaling voor een opdracht.</al><al>Onderstaande tabel kan duidelijkheid verschaffen, wanneer sprake is van
                        inkoop/levering van goederen of diensten en wanneer van
                        subsidieverlening.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="47*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="48*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overeenkomst</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Subsidie</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1. </al></entry><entry colname="col2"><al>Definitie in Boek 6 artikel 213 BW (Burgerlijk Wetboek)
                                            = een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer
                                            partijen jegens een of meer andere een verbintenis
                                            aangaan.</al></entry><entry colname="col3"><al>Definitie in artikel 4:21 AWB (Algemene Wet</al><al>Bestuursrecht) = de aanspraak op financiële middelen
                                            door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                            bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                                            betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen
                                            of diensten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Tweezijdige handeling (aanbod en aanvaarding,
                                            wederkerigheid).</al></entry><entry colname="col3"><al>Eenzijdige handeling (subsidiebeschikking; in
                                            beginsel</al><al>geen prestatieplicht).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitvoeren van werken, leveren van diensten of goederen
                                            door derden aan de overheid, meestal ten behoeve van de
                                            uitvoering van eigen taken van het bestuursorgaan.</al><al>Er is vaak een markt voor de activiteiten.</al><al>Concurrentiestelling in principe mogelijk. Voor
                                            opdrachtnemer gaat het om een commerciële
                                            activiteit.</al></entry><entry colname="col3"><al>Vaak voor activiteiten die te maken hebben met het
                                            ‘algemeen belang’, waarbij subsidieverstrekker (vaak)
                                            belang heeft bij (het in stand houden van) activiteiten
                                            van de individuele aanvrager ten behoeve van
                                            derden.</al><al>Concurrentiestelling op een markt vaak niet goed
                                            mogelijk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij aangaan overeenkomst: vaak aanbestedingsplicht</al><al>ingevolge bestuurlijk aanbestedingsbeleid of Europese
                                            aanbestedingsrichtlijn.</al></entry><entry colname="col3"><al>Bij aangaan subsidierelatie: geen expliciete
                                            aanbestedingsverplichting ingevolge AWB of
                                            subsidieverordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Zelfs bij voldoen aan vereisten inzake selectie en
                                            gunning in de aanbesteding: geen plicht tot gunnen
                                            opdracht/ aangaan overeenkomst (onder voorbehoud van
                                            precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid en
                                            goede trouw).</al></entry><entry colname="col3"><al>Bij voldoen aan (objectieve) subsidiecriteria: recht
                                            op</al><al>betaling subsidie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanbesteding gericht op verrichten activiteiten tegen
                                            het gunningscriterium laagste prijs of economisch
                                            voordeligste inschrijving/ meest scherpe en
                                            marktconforme vergoeding.</al></entry><entry colname="col3"><al>Subsidie gericht op hoe dan ook laten verrichten van
                                            activiteiten. Kan een meer of minder dan marktconforme
                                            vergoeding voor noodzakelijk zijn (anders wordt
                                            activiteit die in algemeen belang is namelijk mogelijk
                                            niet uitgevoerd).</al><al>NB: Vergoeding waarbij bewust meer dan marktconforme
                                            vergoeding wordt gegeven kan potentieel risico op
                                            staatssteun meebrengen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Branchevoorwaarden, inkoopvoorwaarden,
                                            contractvoorwaarden van toepassing.</al></entry><entry colname="col3"><al>Subsidieregeling, -criteria en –voorwaarden (verordening
                                            bestuursorgaan of wettelijk kader veelal vereist) van
                                            toepassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>Initiatief bij opdrachtgever, die zijn behoefte stelt en
                                            formuleert in programma van eisen (PvE) waarna een
                                            aanbesteding volgt.</al></entry><entry colname="col3"><al>Initiatief bij subsidieaanvrager, die behoefte aan
                                            subsidie moet aantonen; door aanvraag gaat
                                            subsidieprocedure lopen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgerrecht van toepassing op aanbestedingsprocedure en
                                            de overeenkomst.</al><al>Burgerrechter is geschilbeslechtende instantie.</al><al>Civiele rechtsgang. In kort geding kunnen voorlopige
                                            voorzieningen worden gevraagd. In een bodemprocedure kan
                                            én schadevergoeding én in beperkt aantal gevallen (zie
                                            WIRA) vernietiging van de overeenkomst worden
                                            gevorderd.</al></entry><entry colname="col3"><al>Bestuursrecht van toepassing op subsidie.</al><al>Bij bezwaar/beroep tegen subsidiebeschikking:</al><al>administratieve rechtsgang via beschikkend
                                            bestuursorgaan en bestuursrechter (Awb).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij niet nakoming overeenkomst: nakoming overeenkomst
                                            kan worden gevorderd.</al><al>Afdwingbaarheid van de overeenkomst. Afspraken gemaakt
                                            onder bezwarende titel (d.w.z. tegen betaling (tegen
                                            geld of op geld waardeerbaar).</al><al>Bij de oplevering van het eindproduct/dienst gaat het
                                            eigendom vaak over naar de opdrachtgever en wordt
                                            sterker gestuurd op de formulering van de inhoud
                                            ervan.</al></entry><entry colname="col3"><al>Bij niet nakomen subsidiecriteria: lagere subsidie of
                                            nihilvaststelling en terugvorderingsmogelijkheid wegens
                                            onverschuldigde betaling. Prestatie tegenover subsidie
                                            niet of beperkt afdwingbaar.</al><al>Hoe meer resultaatverplichtingen zijn vereist of zijn
                                            vastgelegd in een aan de subsidiebeschikking gekoppelde
                                            uitvoeringsovereenkomst (zie ook art. 4:36 Awb), hoe
                                            eerder een subsidie de richting van overeenkomst
                                            opgaat.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.</al></entry><entry colname="col2"><al>Facturen voor wederprestatie op grond van overeenkomst
                                            worden veelal betaald na (deel) prestatie</al></entry><entry colname="col3"><al>Bij subsidie is vaak sprake van bevoorschotting op basis
                                            van liquiditeitsbehoefte van de subsidievragende
                                            instelling (zonder voorschot op subsidie is het vaak
                                            moeilijk om te starten met de werkzaamheden waarvoor
                                            subsidie is gegeven of om de instelling in stand te
                                            houden). Gaat om werkelijke gemaakte en </al><al>betaalde kosten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.</al></entry><entry colname="col2"><al>Btw verschuldigd</al></entry><entry colname="col3"><al>Geen btw verschuldigd (behalve bij prijssubsidies).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.</al></entry><entry colname="col2"><al>In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer
                                            plus winstmarge mogelijk.</al></entry><entry colname="col3"><al>In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer
                                            plus winstmarge mogelijk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14.</al></entry><entry colname="col2"><al>Betaling voor aan opdrachtgever geleverde goederen of
                                            diensten.</al></entry><entry colname="col3"><al>Vooral stimuleringsbijdrage (ter ondersteuning beleid of
                                            bevordering algemeen belang), levering (werkzaamheden of
                                            diensten) niet per se aan subsidieverstrekker.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Subsidies en Europese staatssteunregels</vet></al><al>Europese regelgeving ten aanzien van staatssteun is niet van toepassing,
                        indien de subsidie aan burgers wordt verstrekt. Ook is geen sprake van
                        staatssteun als de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verleend, geen
                        ondernemingsactiviteiten zijn. Zo is een subsidie aan een (amateur-)
                        sportvereniging geen staatssteun. Als de gesubsidieerde activiteiten wel als
                        onderneming kunnen worden aangemerkt, is er sprake van staatssteun als de
                        subsidie niet open staat voor alle ondernemingen, die deze activiteit
                        uitoefenen. Er moet sprake zijn van een selectief voordeel, wil men kunnen
                        spreken van staatssteun. Staatssteun is toegestaan als deze valt binnen een
                        van de vrijstellingsverordeningen van de Europese staatssteunregels. Valt de
                        subsidie niet binnen de reikwijdte van één van de vrijstellingsverordeningen
                        voor staatssteun, dan is hiervoor eerst toestemming van de Europese
                        Commissie nodig. De steunverlening moet dan vooraf door de Europese
                        Commissie worden genotificeerd. </al><al><vet>Uitgezonderde en aangewezen beleidsterreinen en onderwerpen</vet></al><al>Het eerste lid van artikel 4:21 Awb geeft een omschrijving van het begrip
                        ‘subsidie’. In het tweede tot en met het vierde lid wordt vervolgens
                        aangegeven welke beleidsterreinen en onderwerpen zijn uitgezonderd van de
                        subsidietitel van de Awb en welke juist worden aangewezen. Overigens kunnen
                        afzonderlijke wetten ook bepalen of de subsidietitel wel of niet van
                        toepassing is.</al><al><vet>Uitgezonderd: fiscale faciliteiten</vet></al><al>Vanuit economisch oogpunt bekeken, zullen veel belastingfaciliteiten zijn
                        aan te merken als subsidies. De Awb bepaalt echter dat de subsidietitel niet
                        van toepassing is op fiscale stimulansen of aftrekposten. De reden hiervan
                        is dat de toepassing van de subsidietitel moeilijk te verenigen is met de
                        systematiek van de belasting- of premieheffing.</al><al><vet>Uitgezonderd: uitkeringen aan doelgroepen</vet></al><al>Sociale zekerheidswetgeving kent veel bepalingen, waarin de toepassing van
                        de subsidietitel op de betreffende uitkering wordt uitgesloten. In beginsel
                        voldoen de uitkeringen of toeslagen met betrekking tot bijzondere bijstand,
                        subsidies voor gehandicapten met het oog op bijvoorbeeld woningaanpassing of
                        (re-)integratie in een arbeidsorganisatie, aan de subsidiedefinitie van
                        artikel 4:21 Awb. Desondanks heeft de wetgever er voor gekozen om dergelijke
                        uitkeringen van de toepasselijkheid van de subsidietitel uit te
                        sluiten.</al><al>Ook financiële tegemoetkomingen als studiefinanciering en huurtoeslag zijn
                        lastig te duiden. Enerzijds zien zij op het verrichten van een bepaalde
                        activiteit (studeren respectievelijk het kunnen bewonen van een bepaalde
                        woning, hoewel de inkomsten daartoe niet toereikend zijn), terwijl zij
                        anderzijds het karakter hebben van een aanvullende inkomensvoorziening. De
                        Awb-wetgever heeft bepaald dat dit laatste element overheerst. Mede om
                        praktische redenen (voor beide voorzieningen bestond al een uitgebreide,
                        wettelijke regeling) is daarop uitdrukkelijk bepaald dat de subsidietitel
                        niet van toepassing is op deze voorzieningen. Er is voor gekozen om
                        voornoemde uitzonderingen niet in de Awb zelf op te nemen, maar in de
                        desbetreffende wetten.</al><al><vet>Aangewezen: bekostiging van het onderwijs en onderzoek</vet></al><al>Het vierde lid van artikel 4:21 Awb geeft aan dat de subsidietitel van de
                        Awb van overeenkomstige toepassing is op de bekostiging van het onderwijs en
                        onderzoek. Het begrip ‘bekostiging’ bevat volgens de MvT de reguliere
                        geldstromen voor de instandhouding van de onderscheiden onderwijssoorten,
                        oftewel: de verzuiling. De MvT geeft aan dat, in verband met de eigen aard
                        van de onderwijswetgeving, die samenhangt met de regeling van artikel 23
                        Grondwet (over de vrijheid van onderwijs), het vierde lid van artikel 4:21
                        Awb bepaalt dat de subsidietitel niet rechtstreeks, maar van overeenkomstige
                        toepassing is op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek. Volgens de
                        MvT wordt op deze manier zoveel mogelijk recht gedaan aan enerzijds de
                        bijzondere constitutionele positie van het onderwijs en anderzijds aan de
                        doelstelling van de Awb om de bestuurlijke wetgeving zoveel mogelijk te
                        harmoniseren.</al><al><vet>Benaming van subsidies </vet></al><al>Exploitatiesubsidie, structurele subsidie, waarderingssubsidie,
                        projectsubsidie, incidentele subsidie, productsubsidie, instellingssubsidie,
                        budgetsubsidie: in de praktijk verzinnen beleidsmakers allerlei benamingen
                        voor de verschillende soorten subsidies. De juridische betekenis van
                        dergelijke benamingen is echter beperkt. De subsidietitel van de Awb is
                        materieel: het is afhankelijk van de feitelijke situatie en niet van de
                        benaming of de financiële verstrekking voldoet aan het subsidiebegrip, zoals
                        omschreven in artikel 4:21 Awb. </al><al>De Awb fungeert slechts als basisregeling en biedt veel beleidsvrijheid aan
                        de opstellers van bijzondere subsidieregelingen en subsidiebeschikkingen.
                        Het is echter de vraag of een veelvoud aan benamingen de praktijk ten goede
                        komt. In dit model Algemene subsidieverordening is gekozen voor twee
                        benamingen: eenmalige subsidies en jaarlijkse subsidies. Ook onze
                        subsidieverordening 2006 kende een enkelvoudig subsidiebegrip.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten</titel></kop><al>In de afgelopen jaren heeft deregulering en het daardoor verminderen van de
                        administratieve en bestuurlijke lastendruk hoog in het vaandel gestaan,
                        zowel op rijks- als op decentraal niveau. Bij de ontwikkeling van de nieuwe
                        Modelverordening is nadrukkelijk ook gekeken naar deze
                        dereguleringsaspecten. Met name is gekeken naar het verminderen van de
                        indieningvereisten, maar ook naar de mogelijkheden van een andere
                        verantwoordingswijze en beter financieel beheer van subsidies. Hierop wordt
                        in dit hoofdstuk nader ingegaan.</al><al><vet>3.1 Het verminderen van de indieningvereisten</vet></al><al>Om in aanmerking te komen voor subsidie moet er in de eerste plaats een
                        aanvraag worden ingediend. Bij deze aanvraag moet in veel gevallen een grote
                        hoeveelheid begeleidende stukken worden gevoegd. Wanneer dan wordt bedacht,
                        dat in de praktijk veel (vrijwilligers)organisaties gebruik maken van
                        gemeentelijke subsidies, die niet altijd beschikken over deskundige kennis,
                        en dat er daarnaast regelmatig stukken worden opgevraagd, die niet altijd
                        relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan in een aantal
                        gevallen de conclusie worden getrokken dat de administratieve lasten niet
                        altijd in verhouding staan tot het aangevraagde subsidiebedrag.</al><al>Hierbij is ervan uitgegaan dat de gevraagde gegevens op het
                        aanvraagformulier worden vermeld. Het college bepaalt welke gegevens dienen
                        te worden verstrekt en neemt daarbij de proportionaliteit in acht. Hiermee
                        wordt bedoeld dat de aard en hoeveelheid van de gevraagde gegevens in
                        redelijke verhouding dienen te staan tot de omvang van de gevraagde
                        subsidie. </al><al><vet>3.2 Verantwoording en financieel beheer van subsidies</vet></al><al>Naast het terugdringen van indieningvereisten is het ook mogelijk de
                        administratieve en bestuurlijke lasten te verminderen door een aanpassing
                        van de verantwoordingswijze van de subsidies en een aangepast financieel
                        beheer van het subsidieproces.</al><al>In deze (model)verordening is ervoor gekozen om de subsidieverstrekking
                        onder te verdelen in drie vergelijkbare arrangementen, vanzelfsprekend met
                        aangepaste bedragen, om zo te bezien welke verantwoordingsplicht het beste
                        aansluit bij de hoogte van het subsidiebedrag. In de onderhavige
                        Modelverordening is in de artikelen 14, 15 en 16 aansluiting gezocht bij dit
                        systeem door de omvang van de verantwoordingsverplichting te koppelen aan de
                        hoogte van het subsidiebedrag.</al><al>Het subsidiekader gaat uit van proportionaliteit tussen het subsidiebedrag
                        en de administratieve lasten. Hoe lager het subsidiebedrag per ontvanger is,
                        hoe minder of eenvoudiger voorwaarden worden gesteld en hoe efficiënter de
                        verantwoording wordt ingericht.</al><al>Bij de verstrekking van kleine subsidies aan bijvoorbeeld
                        toneelverenigingen, muziekkorpsen of ouderenbonden lopen gemeenten slechts
                        een beperkt financieel risico. Het subsidiebedrag is vaak niet zo hoog,
                        terwijl de administratieve en bestuurlijke lasten naar verhouding vaak wel
                        hoog zijn. </al><al>Uitgaande van het dereguleringsmodel en de lokale bestuurspraktijk in de
                        onze gemeente heeft dit geleid tot de volgende verdeling:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Tot € 5.000</al></entry><entry colname="col2"><al>direct vaststellen of desgevraagd verantwoording over de
                                            prestatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vanaf € 5.000 tot € 50.000</al></entry><entry colname="col2"><al>verantwoording over de prestatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vanaf € 50.000</al></entry><entry colname="col2"><al>verantwoording over kosten en prestaties.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor subsidiebedragen, kleiner dan 5.000 euro, wordt de subsidie verstrekt
                        op basis van vertrouwen. De subsidieontvanger hoeft geen aanvraag voor
                        subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. </al><al> In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de ontvanger bij
                        niet nakoming van de voorwaarden. Achteraf kan een risicogeoriënteerde
                        controle plaatsvinden bij de ontvanger. Een meer risicogeoriënteerde aanpak
                        betekent ook een zekere risicoacceptatie. Belangrijk hierbij is dat
                        incidenten niet gelijk tot een systeemaanpassing zouden moeten leiden. De
                        verantwoordingsfocus bij kleine subsidies ligt op het leveren van de
                        prestatie of dienst in plaats van op de kosten. Hierdoor kan het ook
                        voorkomen, dat de werkelijke kosten uiteindelijk lager zijn dan het
                        subsidiebedrag.</al><al>Voor de subsidieaanvragers en subsidieverstrekker leidt dit tot een
                        aanzienlijke lastenverlichting. Immers in een groot aantal gevallen hoeft
                        geen procedure voor vaststelling van de subsidie gevolgd te worden. </al><al>Tot op heden is gebleken, dat het risico verwaarloosbaar is. In 2010
                        ontvingen 239 organisaties (88% van alle subsidieverstrekkingen) € 267.000,
                        zijnde 6% van het totale subsidievolume.</al><al><vet>Standaardberekeningswijzen en eenduidige definities voor
                            kostenbegrippen</vet></al><al>Ook de uniformering van tarieven en begrippen draagt bij aan de
                        rechtszekerheid van de aanvrager. Een subsidiebedrag kan op verschillende
                        manieren worden bepaald. Er kan een vast bedrag per prestatie of activiteit
                        worden gegeven, maar de subsidie kan ook bestaan uit een bijdrage in de
                        kosten van de subsidiabele activiteiten. </al><al>Via beleidsregels/nadere regels volgt een nadere uitwerking van
                        berekeningswijze en methoden.</al><al><vet>Beslistermijnen en Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig
                            beslissen</vet></al><al>Per 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in
                        werking getreden. Hierdoor lopen bestuursorganen, die zich niet aan de
                        termijnen houden, het risico met een dwangsom te worden geconfronteerd. Het
                        doel van de wet is waarborgen dat de overheid een betrouwbare partner is van
                        burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In de wet staat dat de
                        overheid dit onder andere moet doen door tijdig te beslissen op een
                        aanvraag. De aanvrager heeft daar recht op. Tijdig betekent: binnen de
                        geldende termijn. Dat kan een wettelijke of een redelijke termijn zijn. Een
                        beslissing moet zo nodig kunnen worden afgedwongen. Onder bepaalde
                        voorwaarden kan de gemeente de beslistermijn verlengen. </al><al>In bijna alle gevallen dient de gemeente de aanvrager direct mee te delen,
                        dat de beslistermijn is opgeschort en binnen welke termijn alsnog een
                        beslissing moet worden genomen. Met de in de verordening opgenomen
                        mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen, moet dus niet al te makkelijk
                        worden omgegaan. </al><al>Het niet tijdig beslissen kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot
                        schadevergoeding. (jurisprudentie RvS 2010-01152/1/H2).</al><al><vet>Sanctiebeleid</vet></al><al>In dit model Algemene subsidieverordening zijn geen bepalingen opgenomen
                        over de werkwijze en procedures indien subsidieontvangers zich niet houden
                        aan de procedures en verplichtingen. De Awb geeft hiervoor voldoende
                        handvatten. Bijvoorbeeld, indien aanvragen niet tijdig of onvolledig worden
                        ingediend, dient de subsidieontvanger een termijn gegund te worden
                        waarbinnen de aanvraag kan worden aangevuld, dit volgt uit artikel 4:5 Awb.
                        Voldoet de aanvrager daar niet aan binnen de termijn, dan kan de gemeente de
                        aanvraag op vereenvoudigde wijze afdoen. Dat betekent dat de gemeente niet
                        op de inhoudelijke merites van de aanvraag hoeft in te gaan. Of, indien de
                        aanvrager niet voldoet aan zijn verplichtingen kan de gemeente op grond van
                        de artikelen 4:46 – 4:50 Awb de subsidieverlening intrekken of wijzigen.
                        Aangezien met deze bevoegdheden een inbreuk gemaakt wordt op het
                        vertrouwensbeginsel, dient hiermee terughoudend en in alle redelijkheid te
                        worden omgegaan. Daarbij zijn de ernst van de tekortkoming en de gevolgen
                        van de verlaging voor de subsidieontvanger van belang zijnde factoren.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Coevorden/i76523.pdf">artikelsgewijze toelichting bijlage</extref></al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>