<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR136281_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">WWB, artikel 8, eerste lid onderdeel c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Van rechtswege vervallen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2011.156</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening en uitwerkingtreding bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Raadsbesluit</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>R2011.156</al>
          <al/>
          <al>De raad van de gemeente Bladel;</al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november
                        2011</al>
          <al/>
          <al>besluit:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de:</al>
          <al/>
          <al>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijving</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>woning: een gebouwde onroerende zaak voor zover deze als
                                    zelfstandige woonruimte, onvrije etage dan wel andere
                                    onzelfstandige woonruimte wordt bewoond, alsmede de onroerende
                                    aanhorigheden,een woonwagen of een woonschip;</al></li>
                <li nr="c."><al>woonkosten:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>indien een huurwoning wordt bewoond: de per maand geldende
                                    huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag;</al></li>
                    <li nr="2."><al>indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per
                                    maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van
                                    de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in
                                    eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een
                                    naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor
                                    onderhoud;</al></li>
                    <li nr="3."><al>onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het
                                    eigenaarsdeel van de onroerende-zaakbelasting, de
                                    opstalverzekering, het eigenaarsaandeel van de
                                    waterschapslasten;</al></li>
                    <li nr="4."><al>in­dien een woon­wa­gen in huur wordt be­woond, de tot een
                                    be­drag per maand her­leide op 1 juli gel­den­de woon­kos­ten,
                                    als be­schre­ven in de Wet op de huurtoeslag.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bladel.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De in deze verordening genoemde percentages worden berekend over de
                            gezinsnorm als bedoeld in artikel 21 lid 1 van de wet.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
                                    alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn
                                    hoofdverblijf heeft, bedraagt 20 procent.</al></li>
              <li nr="2."><al>De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
                                    alleenstaande ouder bedraagt 10 procent, indien in de woning een
                                    ander of meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf
                                    heeft/hebben.</al></li>
              <li nr="3."><al>In uitzondering op het tweede lid bedraagt de toeslag 20 procent
                                    als de ander</al><lijst>
                  <li nr="•"><al>het ten laste komend kind is, of</al></li>
                  <li nr="•"><al>het meerderjarig studerend kind is als bedoeld in artikel 4
                                    tweede lid van de wet; of</al></li>
                  <li nr="•"><al>de persoon is die zorg nodig heeft als bedoeld in artikel 4
                                    vijfde lid van de wet. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4."><al>Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén
                                    aantoonbare woonkosten zelf betaalt wordt géén toeslag
                                    verstrekt.</al></li>
              <li nr="5."><al>Aan de alleenstaande van 21 of 22 jaar wordt géén toeslag
                                    verstrekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Verlagingen gezinsnorm</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De gezinsnorm van het gezin dat géén aantoonbare woonkosten zelf
                                    betaalt, wordt verlaagd met 20 procent.</al></li>
              <li nr="2."><al>De gezinsnorm van het gezin in wiens woning een ander of
                                    meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf heeft/hebben, wordt
                                    verlaagd met 10 procent.</al></li>
              <li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien </al><lijst>
                  <li nr="•"><al> reeds toepassing is gegeven aan het eerste lid; of</al></li>
                  <li nr="•"><al> drie of meer meerderjarige personen onder de gezinsnorm
                                            vallen; of</al></li>
                  <li nr="•"><al> de ander het meerderjarig studerend kind is als bedoeld
                                            in artikel 4 tweede lid van de wet; of</al></li>
                  <li nr="•"><al> de ander de persoon is die zorg nodig heeft als bedoeld
                                            in artikel 4 vijfde lid van de wet.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college is bevoegd om daar waar toepassing van de verordening tot
                            onbillijke situaties leidt van de hierboven genoemde regels af te
                            wijken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: De Verordening toeslagen en
                            verlagingen Wet werk en bijstand 2012.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking en
                                    werkt terug tot 1 januari 2012.</al></li>
              <li nr="2."><al>De Verordening toeslagen en verlagingen 2007 wordt gelijktijdig
                                    ingetrokken met dien verstande dat, indien de inwerkingtreding
                                    van onderhavige verordening leidt tot een verlaging van de
                                    toeslag of bijstandsnorm, de hoogte van de bijstand tot
                                    uiterlijk 1 juli 2012 gehandhaafd blijft op het niveau zoals dat
                                    gold vóór de inwerkingtreding van deze verordening, tenzij zich
                                    een wijziging voordoet die leidt tot aanpassing van de
                                    bijstandsnorm inclusief eventuele toeslag of verlaging.</al></li>
              <li nr="3."><al>Zowel de vaststelling als de intrekking vinden plaats onder
                                    voorbehoud dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet werk en
                                    bijstand (WWB) en samenvoeging van de Wet investeren in jongeren
                                    (WIJ) per 1 januari 2012 wordt aangenomen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 2 februari 2012,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>
            <onderstreept>Algemene toelichting </onderstreept>
          </titel>
        </kop>
        <al/>
        <al>
          <vet>Systematiek van de bijstandsverlening</vet>
        </al>
        <al>Hoofdstuk 3 van de Wet Werk en Bijstand (WWB), hierna de wet, kent voor de
                    algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan een systeem van landelijke
                    basisnormen en gemeentelijke toeslagen en verlagingen. De bijstandsnormen zijn
                    geregeld in de artikelen 20 tot en met 24 van de wet. De artikelen 25 tot en met
                    29 van de wet regelen de toeslagen en verlagingen. </al>
        <al>Op grond van artikel 8 eerste lid onderdeel c van de wet stelt de gemeenteraad
                    bij verordening vast voor welke categorieën de norm wordt verhoogd of verlaagd
                    en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt
                    bepaald. </al>
        <al/>
        <al>Bij het afbakenen van de categorieën is getracht te komen tot eenvoudig te
                    hanteren criteria. Daarom is gekozen voor een forfaitaire benadering met een
                    beperkt aantal categorieën en criteria. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke
                    benadering die de juridische toets veelvuldig heeft doorstaan. De VNG heeft voor
                    haar modelverordening ook gekozen voor de forfaitaire benadering. Voordelen van
                    een forfaitaire benadering zijn:</al>
        <lijst>
          <li nr="•"><al>Eenduidigheid: De systematiek laat direct en duidelijk zien in welke
                            situaties de toeslag (of verlaging) geldt. De klant weet snel in welke
                            categorie hij zich bevindt en op welke criteria de bijstand wordt
                            gebaseerd.</al></li>
          <li nr="•"><al>Eenvoudig: De categorieën en criteria zijn bovendien in aantal beperkt.
                            De mogelijkheid om voor specifieke gevallen uitzonderingen te regelen is
                            beperkt. </al></li>
          <li nr="•"><al>Vereenvoudiging uitvoering: Er is een korte beoordelingstoets. Een GBA
                            –check voldoet bij een eerste beoordeling. </al></li>
        </lijst>
        <al>In niet geregelde of uitzonderlijke gevallen heeft het college de bevoegdheid om
                    de bijstand bij wijze van individualisering afwijkend vast te stellen. Deze
                    mogelijkheid wordt geboden op grond van artikel 30 vierde lid jo artikel 18
                    eerste lid van de wet. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Normen, toeslagen en verlagingen</vet>
        </al>
        <al>
          <cursief>Normen</cursief>
        </al>
        <al>Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaat er een drietal basisnormen
                    te weten:</al>
        <al>• Gezinnen: 100 procent van het wettelijk minimumloon (= de gezinsnorm)</al>
        <al>• Alleenstaande ouders: 70 procent van de gezinsnorm</al>
        <al>• Alleenstaanden: 50 procent van de gezinsnorm</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Toeslagen</cursief>
        </al>
        <al>Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder
                    indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet of niet geheel
                    gedeeld kunnen worden. De mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig
                    geacht als naast de belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf
                    hebben in dezelfde woning. Dan kunnen zaken als huur, gas, water en licht, maar
                    ook krant etc. worden gedeeld. Het is overigens niet van belang of men deze
                    kosten daadwerkelijk deelt. Dat is een verantwoordelijkheid van de
                    belanghebbende zelf. Het gaat uitsluitend om de beoordeling of “deling” van
                    kosten mogelijk is. De toeslag bedraagt ten hoogste 20 procent van de
                    gezinsnorm, zodat de bijstand de volgende maxima kent:</al>
        <al>• Alleenstaande ouders: 90 procent van de gezinsnorm</al>
        <al>• Alleenstaanden: 70 procent van de gezinsnorm</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Verlagingen</cursief>
        </al>
        <al>De WWB kent de mogelijkheid om de toeslag lager vast te stellen of de gezinsnorm
                    te verlagen in de volgende situaties:</al>
        <lijst>
          <li nr="•"><al>Een lagere toeslag voor alleenstaande of alleenstaande ouders of een
                            verlaging van de gezinsnorm in verband met het geheel of gedeeltelijk
                            kunnen delen met een ander van algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan (artikel 25 resp. 26 van de wet);</al></li>
          <li nr="•"><al>Een lagere toeslag voor alleenstaande of alleenstaande ouders of een
                            verlaging van de gezinsnorm in verband met de woonsituatie (artikel 27
                            van de wet);</al></li>
          <li nr="•"><al>Verlaging van de toeslag of norm in verband met het recentelijk
                            beëindigen van een studie (artikel 28 van de wet) of</al></li>
          <li nr="•"><al>Een lagere toeslag vaststellen voor alleenstaanden in verband met de
                            leeftijd van 21 of 22 jaar (artikel 29 van de wet).</al></li>
        </lijst>
        <al>Er is afgezien van de bevoegdheid om de toeslag of norm te verlagen in verband
                    met het recentelijk beëindigen van de studie. De wetgever plaatst personen die
                    aanspraak maken op een studiefinanciering of tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                    schoolkosten in een gunstiger positie. Indien de studie wordt beëindigd en een
                    beroep op de WWB wordt gedaan, komt er een einde aan die gunstige positie. De
                    belanghebbende wordt vervolgens nog extra benadeeld als er een verlaging
                    plaatsvindt. Bovendien zou een verlaging alleen van toepassing zijn op beperkte
                    groep van uitwonende ex-studenten, wiens basisbeurs, toeslag en lening hoger is
                    dan de geldende bijstandsnorm. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <onderstreept>Artikelsgewijze toelichting</onderstreept>
          </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet>
        </al>
        <al>Er is voor gekozen om begrippen die reeds zijn omschreven in de WWB niet
                    afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in geval van
                    wijziging van de definities in de wet ook de verordening aangepast moet worden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders</vet>
        </al>
        <al>Op grond van artikel 30 tweede lid onderdeel a van de wet is hoogte van de
                    toeslag 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande of alleenstaande
                    ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. Ingeval in de woning
                    een ander zijn hoofdverblijf heeft zonder dat sprake is van een gezin, wordt
                    verondersteld dat er noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden
                    (bijvoorbeeld huur en stookkosten, maar ook een krant). Daarbij is de mate
                    waarin de kosten ook daadwerkelijk gedeeld worden niet van belang. Dat is een
                    verantwoordelijkheid van de belanghebbende zelf. Zolang er geen sprake is van
                    een gezinssituatie moet er echter van worden uitgegaan dat niet alle kosten
                    gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft op zijn plaats. In de
                    Toeslagenverordening is daarom gekozen voor een toeslag van 10 procent van de
                    gezinsnorm in het geval één of meer anderen in dezelfde woning zijn
                    hoofdverblijf heeft. Hierop wordt echter een tweetal uitzonderingen gemaakt. De
                    kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met
                    thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die studeren en aanspraak kunnen
                    maken op de Wet studiefinanciering of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                    schoolkosten. Voorwaarde is wel dat het in aanmerking te nemen inkomen
                    (inclusief studiefinanciering) niet meer bedraagt dan het bedrag genoemd in
                    artikel 4 lid 2, aanhef, thans € 1.023,42 netto. Dit geldt ook voor de
                    zorgbehoevende die minimaal 10 uur per week zorg nodigt heeft. De personen die
                    onder deze uitzonderingen vallen, zijn die personen die niet tot het gezin
                    behoren, zoals bedoeld in artikel 4 tweede en vijfde lid, maar ondanks dat ze
                    hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als de alleenstaande of
                    alleenstaande ouder die een beroep doen op de WWB, blijft een toeslag van 20
                    procent gerechtvaardigd.</al>
        <al/>
        <al>Indien de alleenstaande of alleenstaande ouder geen woonkosten betaalt wordt
                    verondersteld dat de overige noodzakelijk kosten van het bestaan uit de norm
                    betaald kunnen worden. Er wordt daarom geen toeslag toegekend. Dit kan zich
                    voordoen bij krakers, of als de woonkosten worden betaald door een derde,
                    bijvoorbeeld de ouders of de ex-partner. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 29 WWB geeft het college de bevoegdheid om een afwijkende toeslag toe te
                    passen indien het van oordeel is, dat gezien de hoogte van het minimum jeugdloon
                    er een drempel zou kunnen zijn om werk te aanvaarden. Alleenstaanden van 21 of
                    22 jaar krijgen, gezien de hoogte van het minimumjeugdloon, geen toeslag. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Verlagingen gezinsnorm</vet>
        </al>
        <al>Als aan een woning van het gezin geen woonkosten verbonden zijn, is er sprake
                    van lagere bestaanskosten dan in andere gevallen. Artikel 27 van de wet geeft om
                    die reden de mogelijkheid om de gezinsnorm te verlagen. De gezinsnorm wordt, in
                    de situatie dat het gezin geen woonkosten betaalt, verlaagd met 20 procent.</al>
        <al/>
        <al>In de gezinsnorm is reeds rekening gehouden met het feit dat gezinsleden de
                    kosten van het huishouden kunnen delen met elkaar. Indien in de woning nog een
                    ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten van het
                    bestaan nog verder gedeeld worden.</al>
        <al>Er is echter een drietal uitzonderingen. De kosten kunnen in ieder geval niet
                    geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuiswonende kinderen van 18 jaar of
                    ouder die studeren en een inkomen hebben op grond van de Wet studiefinanciering
                    of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Dit geldt ook voor
                    de zorgbehoevende die minimaal 10 uur per week zorg nodig heeft. De personen die
                    onder deze uitzonderingen vallen, zijn die personen die niet tot het gezin
                    behoren, zoals bedoeld in artikel 4 tweede en vijfde lid, maar wel hun
                    hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als het gezin die een beroep doet op de
                    wet.</al>
        <al/>
        <al>Nog een uitzondering op het kunnen delen van de noodzakelijke kosten is in
                    gezinssituaties waarbij 3 of meer meerderjarigen tot het gezin behoren. Er wordt
                    geen verlaging op de gezinsnorm toegepast. Er is hiervoor gekozen, omdat een
                    verlaging leidt tot een onbillijke situatie waarbij drie of meer gezinsleden
                    ieder een ziektekostenverzekering moet betalen waardoor het besteedbare inkomen
                    onevenredig lager uitvalt dan in andere situaties.</al>
        <al>Tot slot wordt er niet nogmaals een verlaging van 10 procent toegepast in
                    verband met een ander die zijn hoofdverblijf heeft in het woning van het gezin
                    als er reeds een verlaging is toegepast in verband met het niet betalen van
                    woonkosten.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4 Hardheidsclausule</vet>
        </al>
        <al>Niet alle mogelijke praktijksituaties kunnen in een verordening worden
                    vastgelegd. Vandaar dat, naast de afstemmingsverplichting van artikel 18, eerste
                    lid, van de wet, het college de bevoegdheid krijgt, hierin te voorzien. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Citeertitel</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6 Inwerkingtreding en overgangsrecht</vet>
        </al>
        <al>De wetgever acht een overgangsrecht van 6 maanden redelijk en billijk voor
                    betrokkenen om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie, onderlinge afspraken
                    te maken en aanpassingen te plegen in het uitgavenpatroon.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>