<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13508_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 21-04-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging/article=90">Wet op de lijkbezorging, art. 90 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/28</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Aa en Hunze;</al><al>gelezen het voorstel van het college van gemeente Aa en Hunze, d.d. 30 maart
                        2004, nummer 2004/28;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging/article=35%20">artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20/article=149%20">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>in te trekken de:</al></li><li nr=""><al>“Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene
                                begraafplaatsen 1998.”</al></li><li nr="b."><al>vast te stellen de volgende</al></li><li nr=""><al>“Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene
                                begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2004.”</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen : de algemene begraafplaatsen te Anloo,
                                    Gasselte, Gasselternijveen, Gieten, Gieterveen (Broek, Streek)
                                    Grolloo, en Rolde;</al></li><li nr="b."><al>eigen graf : een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend tot: </al><lijst><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="-"><al>het doen verstooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>eigen urnengraf : een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuulijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot: </al><lijst><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            zonder urnen;</al></li><li nr="-"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>eigen urnennis : een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="e."><al>urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="f."><al>asbus : een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="g."><al>verstrooiingsplaats : een plaats waarop as wordt
                                    verstrooid;</al></li><li nr="h."><al>grafbedekking : gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of
                                    een verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="i."><al>beheerder : de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="j."><al>rechthebbende : de rechthebbende op een eigen graf;</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder “eigen graf”, mede verstaan: eigen
                            urnengraf, eigen urnennis en eigen verstrooiingsplaats.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 3 Openstelling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                    van 08.00 uur tot zonsondergang, met dien verstande dat
                                    –bijzondere gevallen voorbehouden- zulks niet geldt voor het
                                    verrichten van werkzaamheden op zondag.</al></li><li nr="2."><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen
                                    de toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Kinderen beneden 16 jaar hebben zonder geleide geen toegang tot
                                    de begraafplaatsen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden gedurende de tijd, dat de begraafplaatsen niet
                                    voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden anders
                                    dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van
                                    as.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 4 Ordemaatregelen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                    personen verboden anders dan met toestemming van burgemeester en
                                    wethouders werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                    begraafplaatsen te verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                    rijden: </al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan
                                            voor een begraafplaats of voor het vervoeren van
                                            materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in
                                    de aanhef en onder a van lid 2.</al></li><li nr="4."><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                    werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                    verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te
                                    houden aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li><li nr="5."><al>Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde
                                    aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de
                                    beheerder van de begraafplaats verwijderen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 5 Plechtigheden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                    plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren
                                    worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van
                                    de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                    plaatsvinden.</al></li><li nr="2."><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid
                                    moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden
                                    aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 6 Opgravingen en ruimen</titel></kop><structuurtekst><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van
                            het graf</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil
                                    doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk 12.00 uur van de
                                    werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of
                                    verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de
                                    beheerder. Bij vorst dient uiterlijk 48 uur voor het tijdstip
                                    waarop de begrafenis of bijzetting zal plaatsvinden kennis te
                                    worden gegeven aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de
                                    toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de
                                    burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                    na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de
                                    beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn
                                    voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk.</al></li><li nr="3."><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van
                                    as en het daarna sluiten van een graf alsmede het bedienen van
                                    de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel
                                    van de begraafplaats op aanwijzing en onder toezicht van de
                                    beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder
                                    toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten
                                    indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de
                                    voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder
                                    hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van
                                    deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze
                                    werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                    volgen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 8 Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede de
                                    muziekinstallatie moet uiterlijk 12.00 uur van de werkdag,
                                    voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik
                                    zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.</al></li><li nr="2."><al>De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere
                                    plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur
                                    ter beschikking van de aanvrager.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 9 Over te leggen stukken</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof
                                    tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de
                                    beheerder.</al></li><li nr="2."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                    plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                    worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of indien
                                    deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de
                                    uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
                                    van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan
                                    resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de
                                    wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te
                                    worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is
                                    overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 15, tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                    boven toe afgerond op gehele jaren.</al></li><li nr="5."><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                    stukken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur;</al></li><li nr="-"><al>op zaterdag van 10.00 uur tot 15.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op hetzelfde tijdstip mag op één begraafplaats niet meer dan één
                                    begraving plaats hebben. De volgorde der begravingen wordt
                                    geregeld door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen
                                    ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                    afwijken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 11 Indeling graven en asbezorging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>eigen graven;</al></li><li nr="b."><al>eigen urnengraven;</al></li><li nr="c."><al>eigen urnennissen;</al></li><li nr="d."><al>eigen verstrooiingsplaatsen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                    lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden
                                    bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er
                                    op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepaalt tevens
                                    de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De
                                    uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn
                                    vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 12 Volgorde van uitgifte</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in
                                    volgorde van ligging uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een eigen graf toewijzen anders dan voor directe
                                    begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens
                                    de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 13 Termijnen eigen graven</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent, voorzover de daartoe bestemde ruimte van
                                    de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij het college
                                    in te dienen aanvraag voor de tijd van 30 jaar het recht op een
                                    eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het
                                    eigen graf is uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                    aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn
                                    van 10 jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de
                                    lopende termijn wordt ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot
                                    het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming
                                    als begraafplaats zal zijn onttrokken.</al></li><li nr="4."><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                    rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor
                                    de personen genoemd in artikel 15, eerste lid. Verlenging van het recht
                                    ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                    gewichtige redenen bestaan.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 14 Grafkelder</titel></kop><structuurtekst><al>Het college kan aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 15 Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                    worden overgeschreven ten name van de echtgeno(o)t(e) of
                                    levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met
                                    de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende
                                    ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts
                                    mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                    overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan
                                    wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de
                                    aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na
                                    het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van
                                    een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts
                                    mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in
                                    het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college
                                    bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.</al></li><li nr="4."><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van
                                    een jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen
                                    van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft
                                    op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 16 Afstand doen van graven</titel></kop><structuurtekst><al>De rechthebbende kan bij het college een aanvraag indienen om het recht
                            op het eigen graf terug te kopen. Het ten tijde van aankoop betaalde
                            bedrag zal aan de rechthebbende worden uitbetaald.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 17 Vergunning grafbedekking</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                    vergunning nodig van het college.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor
                                    het hebben van een grafbedekking aan.</al></li><li nr="3."><al>Omtrent de wijze van aanvraag van de vergunning, de aard en de
                                    afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan
                                    het college nadere regels vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde
                                    nadere regels.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de vergunning weigeren indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                            regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                            begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de reconstructie van de grafbedekking ondeugdelijk
                                            is.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in artikel 22, lid 4, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 18 Grafbeplanting</titel></kop><structuurtekst><al>Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 19 Verwijdering grafbedekking</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door
                                    het college worden verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor
                                    het hebben van een grafbedekking aan.</al></li><li nr="3."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt
                                    gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                    waarop de grafbedekking zal worden verwijderd, op een op het te
                                    ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekend gemaakt,
                                    tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is.
                                    In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het
                                    genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></li><li nr="4."><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                    ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog
                                    gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een
                                    vergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging/article=18">artikel 18</extref> was verleend. De aanvraag kan worden
                                    ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn. 5. De
                                    grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: - geen verzoek op
                                    grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen
                                    dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken; </al><lijst><li nr="-"><al>de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van
                                            het graf is verwijderd, is afgehaald.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in artikel 22 lid 4 is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 20 Onderhoud door de rechthebbende </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te
                                    onderhouden of te herstellen.</al></li><li nr="2."><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of
                                    te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                    voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.
                                    Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking
                                    van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder
                                    dat deze tot enige vergoeding verplicht is.</al></li><li nr="3."><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                    behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over
                                    de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                    mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het
                                    adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt
                                    een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten
                                    een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de
                                    beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het
                                    college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of
                                    indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert
                                    voor derden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 21 Onderhoud door de gemeente Het college voorziet in het
                            schoonhouden indien rechthebbende daartoe bij hen een aanvraag heeft
                            ingediend.</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt
                                    gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                    waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf
                                    te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht,
                                    tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend
                                    is. In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar
                                    voorafgaande voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen
                                    bekend.</al></li><li nr="2."><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                    lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op één van de
                                    daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de
                                    begraafplaatsen.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                    aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om
                                    deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een
                                    eigen urnengraf of urnennis kan de beheerder vragen deze ter
                                    beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen
                                    verstrooien.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 23 Lijst graven met historische betekenis</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                    betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende
                                    kwaliteit heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                    college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst
                                    te worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                    verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid
                                    bedoelde lijst staan.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 24 Voorschriften</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                    begraven lijken en de bezorgde as.</al></li><li nr="2."><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 25 Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die
                            voortvloeien uit de ingevolge artikel 28 ingetrokken verordening, worden
                            geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 26 Strafbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde
                            verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening
                            opgelegde verplichting en niet nakoming van een voorschrift aan een
                            vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met een geldboete van
                            de eerste categorie en kan bovendien met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak worden gestraft.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 27 Intrekkingen inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De verordening “Verordening op het beheer en het gebruik van de
                                    algemene begraafplaatsen 1998” wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking 20 april 2004, zijnde de dag
                                    na bekendmaking, met inachtneming van het bepaalde in artikel 25
                                    lid 1 Tijdelijke referendumwet.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 28 Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op het beheer en het
                            gebruik van de algemene begraafplaatsen gemeente Aa en Hunze 2004”.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en
                        Hunze, gehouden op</ondertekening><ondertekening>14 april 2004.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T. Santes Drs. R.W. Munniksma.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE ALGEMENE
                        BEGRAAFPLAATSEN</vet></al><al><vet>Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen graf</vet></al><al>Voor een eigen graf, eigen urnengraf en eigen urnennis gelden vrijwel dezelfde
                    rechten en plichten. De woorden “Voor zover van belang” zijn ingevoegd omdat de
                    bepalingen betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen werken
                    bij een eigen graf, respectievelijk eigen urnengraf.</al><al><vet>Artikel 3 Openstelling</vet></al><al>Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen
                    die zich op de begraafplaats van openstelling bevinden buiten de uren van
                    openstelling voor bezoekers.</al><al><vet>Artikel 4 Ordemaatregelen</vet></al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat het college het verlenen van die toestemming
                    onder behoud van zijn verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder (mandaat).
                    De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen bieden voldoende mogelijkheden
                    om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.</al><al><vet>Artikel 5 Plechtigheden</vet></al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbare%20manifestaties%20">Wet openbare manifestaties</extref>(Stb. 1968, 157) en mogelijk van
                    toepassing zijnde APV-bepalingen.</al><al><vet>Artikel 6 Opgravingen en ruimen</vet></al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al><vet>Artikel 7 Kennisgeven begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                        graf</vet></al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd. De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op
                    een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al>Bij het begraven van een lijk binnen 36 omwille van urgentie uitsluiten
                    toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelfs willen verrichten
                    zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats
                    nodig, ook om redenen van veiligheid, in het bijzonder bij het openen en sluiten
                    van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van
                    de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een
                    begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar
                    ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijk
                    inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om
                    het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het
                    graf zal door het personeel geschieden. </al><al><vet>Artikel 9 Over te leggen stukken</vet></al><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de
                    beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan
                    de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er
                    mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf,
                    indien deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet (lid 2). De
                    wettelijke minimum grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de wet ten
                    minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd (lid 3).</al><al><vet>Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging</vet></al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd. De verplichting om op zondag en
                    algemeen erkende feestdagen te begraven vervalt als het aanhangige wetsontwerp
                    het Staatsblad bereikt. In deze verordening is de mogelijkheid om op zon- en
                    feestdagen te begraven en as te bezorgen vastgelegd. Er zijn gevallen denkbaar
                    waarin de nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een
                    begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het
                    mogelijk om de begraafplaats alleen in zeer bijzondere gevallen hiervoor open te
                    stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><al><vet>Artikel 11 Indeling graven en asbezorging</vet></al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij moet worden
                    gedacht aan het reserveren van een graf, voor de achtergebleven echtgeno(o)t(e),
                    of levenspartner. Dit artikel is geenszins bedoeld voor de uitgifte van
                    zogenaamde keuzegraven, zoals dat in het verleden is gebeurd.</al><al><vet>Artikel 13, eerste lid, Termijnen eigen graven</vet></al><al>Deze bepaling is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling
                    verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste
                    begraving of bijzetting.</al><al><vet>Artikel 13, tweede lid, Termijnen eigen graven</vet></al><al>Het voorstel van Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlening van de graftermijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet het college
                    volgens het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf mededelen dat de
                    graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de
                    begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlening
                    van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder de toelichtingen op de artikelen 15, tweede lid en 17, eerste
                    lid.</al><al><vet>Artikel 15, tweede en vierde lid, Overschrijving van verleende
                        rechten</vet></al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats de bloed- een aanverwanten, genoemd
                    in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is
                    om slechts een persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. De bepaling stelt de
                    termijn op een jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met de
                    nodige soepelheid zal worden gehanteerd. Het verdient aanbeveling dat de
                    overschrijving van het eigen graf schriftelijk aan de nieuwe rechthebbende
                    kenbaar wordt gemaakt.</al><al><vet>Artikel 16 Afstand doen van graven</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende het
                    graf kan terug verkopen aan de gemeente.</al><al><vet>Artikel 17 Vergunning grafbedekking</vet></al><al>De vergunningseis geldt voor de gedenktekens en vaste (winterharde) beplanting
                    op eigen graven. Slechts voor beplanting, waarbij overlast voor nabijgelegen
                    graven te vrezen is waarbij de eigen gemeentelijke beplanting in de groei wordt
                    belemmerd, zal vergunning aangevraagd moeten worden, dit ter voorkoming van
                    excessen. Hierbij wordt zeker niet bedoeld de voor de nabestaanden geplaatste
                    snijbloemen of overige kleine beplanting. De vergunningverlening kan door het
                    college nader uitgewerkt worden. Gedacht wordt hierbij aan een eenvoudige
                    afwikkeling van de vergunningsprocedure.</al><al><vet>Artikel 18 Grafbeplanting</vet></al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de
                    bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbende op de graven is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de
                    rechthebbende telkenmale per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op
                    het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend bekend te maken hoe daarmee
                    wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen
                    omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><al><vet>Artikel 19 Verwijdering grafbedekking</vet></al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede
                    ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in opvallende kleur.</al><al>De mededeling dat het college voornemens heeft om de grafbedekking te
                    verwijderen wordt ten minste een jaar van te voren gedaan aan de rechthebbende.
                    De mededeling aan de rechthebbende op een eigen graf dat de grafbedekking zal
                    worden verwijderd kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de
                    mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en dat het graf zal worden geruimd
                    (zie ook artikel 13, tweede lid
                        met de toelichting en artikel 22,
                        eerste lid).</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 15, derde
                        lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande
                    mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende
                    minstens een jaar.</al><al><vet>Artikel 20 Onderhoud door de rechthebbende</vet></al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat
                    graftekens (graven met uitsluitend recht als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20lijkbezorging/article=28%20">artikel 28 Wet op de lijkbezorging</extref>) middels natrekking in eigendom
                    toebehoren aan de eigenaar van de grond. Hiermee werd het arrest van het
                    Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2002 bevestigd. De consequentie van deze
                    uitspraak is dat de begraafplaats als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk
                    is voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument of aan een
                    ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid).</al><al><vet>Artikel 21 Onderhoud door de gemeente</vet></al><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. In de meeste gevallen is
                    het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd. Op de
                    graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld
                    rozen, coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan
                    omvatten, het snoeien, het onkruidvrij houden, het verwijderen van onkruid en
                    het aanbrengen van nieuwe planten. Het verdient aanbeveling om het beleid dat
                    burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit artikel voeren mede te delen
                    bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of
                    bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al><vet>Artikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</vet></al><al>De mededeling dat burgemeester en wethouders voornemens zijn om de graven te
                    ruimen wordt gedaan aan de rechthebbenden.</al><al>Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 17, tweede
                    lid.</al><al><vet>Artikel 23 Lijst graven met historische betekenis</vet></al><al>Het zou kunnen voorkomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen
                    door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak
                    subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                    lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                    voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen. De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige
                    graven.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>