<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134675_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken 1995</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nunspeet Huis aan Huis, 3-06-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>benw 21-05-2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken 1995</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.De raad van de gemeente Nunspeet;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 mei 2008, nr.
                        ;</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>− vast te stellen de verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                        belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                        betrokken (Inspraakverordening). </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:a. inspraak: het betrekken van ingezetenen
                            en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;b.
                            inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;c.
                            beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                            vaststellen of wijzigen van beleid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend als de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:a. ten aanzien van ondergeschikte
                                herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;b. als
                                inspraak bij of op grond van wettelijk voorschrift is uitgesloten;c.
                                als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                                bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;d. inzake de
                                volgende ruimtelijke plannen:- ruimtelijke plannen, die betrekking
                                hebben op een zeer beperkt grondgebied (zogenoemde
                                postzegelplannetjes);- bestemmingsplanherzieningen op grond van
                                artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;-
                                bestemmingsplannen waarvoor in de voorbereiding al een ruimtelijk
                                plan (bijvoorbeeld een masterplan of verkavelingsplan) in de
                                inspraak is gebracht;- wijzigings- en uitwerkingsplannen ex artikel
                                11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.e. inzake de begroting, de
                                tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld
                                in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;f. als de uitvoering van een
                                beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
                                afgewacht;g. als het belang van inspraak niet opweegt tegen het
                                belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                groepen in de samenleving. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:a. een overzicht van de gevolgde
                                inspraakprocedure;b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de
                                inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;c. een
                                reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt
                                aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bestuursorgaan maak het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                                burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag van
                            bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>Met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening wordt de bij
                            raadsbesluit van 26 januari 1995 vastgestelde Inspraakverordening 1995
                            ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Inspraakverordening
                            2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld ter openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 29 mei 2008,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting op de Modelinspraakverordening</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet>Met de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure (WUOV) per1 juli 2005, is artikel van de 150 Gemeentewet
                    een jaar later per 1 juli 2006 ingrijpend gewijzigd. In2003 is de
                    Modelinspraakverordening hierop aangepast en zijn gemeenten door een
                    VNGledenbriefingelicht. Inmiddels blijkt dat de algemene toelichting van de
                    Modelinspraakverordeninguit 2003 geactualiseerd moet worden. Ook is uit analyse
                    van de veelgestelde VNG-vragen geblekendat onduidelijkheid is over de
                    mogelijkheden van het al dan niet toepassen van de inspraakprocedure.Met dit
                    bericht geven wij nadere uitleg over de te volgen inspraakprocedures en
                    dereikwijdte van het nieuwe artikel 150 van de Gemeentewet in relatie tot een
                    aantal bijzondere wetten.Inspraak en WUOVDe tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet per 1 juli 2006 is als volgt:1. “De raad stelt een verordening vast,
                    waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijzewaarop ingezetenen en
                    belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid wordenbetrokken;2.
                    De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van
                    afdeling 3.4 van deAlgemene wet bestuursrecht, voor zover in de verordening niet
                    anders wordt bepaald”.Inspraak stelt de burger op indirecte wijze in staat
                    invloed – geen medebeslissende bevoegdheid –uit te oefenen bij de voorbereiding
                    van beleid. De inspraak moet plaatsvinden in de fase van voorbereiding,dus
                    voordat de besluitvorming is afgerond. Onder voorbereiding van het
                    gemeentelijkbeleid wordt verstaan het hele proces dat aan de concrete
                    besluitvorming voorafgaat. Kortom,inspraak moet worden verleend op een moment
                    dat enig beleidsvoornemen is uitgekristalliseerd,maar de definitieve
                    besluitvorming nog niet heeft plaatsgevonden en nog door inspraak beïnvloedkan
                    worden. Beleid omvat in ieder geval plannen, verordeningen, regelingen,
                    beschikkingen enandere rechts- en bestuurshandelingen.Hoofdregel is dat de
                    bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van deAlgemene
                    wet bestuursrecht (AWB) waarin de WUOV-procedure uitgewerkt staat. Verder zijn
                    deinspraakbepalingen inhoudelijk en terminologisch Algemene wet
                    bestuursrechtovereenkomstiggemaakt, onder andere door het schrappen van
                    specifieke bepalingen van het klachtrecht en dooraanpassing aan het
                    belanghebbende begrip van de AWB. Het tweede lid bepaalt overigens datook andere
                    procedures dan die van afdeling 3.4 gevolgd kunnen worden, zoals schriftelijke
                    enmondelinge enquêtes, hoorzittingen, het houden van facultatieve referenda
                    (geen beslissende).Genoemde zaken zijn geregeld in de Modelinspraakverordening,
                    maar nu opnieuw onder uw aandachtgebracht.Uitbreiding kring van
                    inspraakgerechtigdenOp grond van artikel 3:15, eerste en tweede lid van de AWB,
                    staat deelname aan de WUOV inieder geval open voor belanghebbenden, maar kan ook
                    aan anderen de gelegenheid worden gebodenaan de procedure deel te nemen. In dat
                    laatste geval moet dit bij wettelijk voorschrift ofdoor het bestuursorgaan zelf
                    worden bepaald. De bijzondere wetten, zoals de Wet milieubeheer(WM) en de Wet op
                    de Ruimtelijke Ordening (WRO) bepalen dat zienswijzen door ‘eenieder’ naarvoren
                    gebracht kunnen worden.Inspraak en andere alternatievenInspraak kan worden
                    onderscheiden in interactieve beleidsvorming en het burgerinitiatief.
                    Interac-tiefbeleid houdt in dat bestuursorganen, burgers, maatschappelijke
                    organisaties, bedrijven ofandere overheden in een vroeg stadium worden gevraagd
                    mee te denken, niet over een concreet(concept)besluit, maar over een meer
                    algemeen beleidsvoornemen.Een beleidstraject is pas interactief als aan twee
                    voorwaarden wordt voldaan:a. de burger of organisaties zijn in een vroegtijdig
                    stadium betrokken bij de voorbereiding envorming van het beleid;b. de burgers
                    en/of organisaties hebben de mogelijkheid daadwerkelijk invloed uit te oefenen
                    opde uitkomst van het proces.Idealiter speelt hierbij de mening van de burgers
                    een belangrijke rol in het uiteindelijke besluit ofbeleid. Zowel inspraak als
                    interactief beleid legt het initiatief om de burger bij het beleid te
                    betrek-kenbij de overheid. Het burgerinitiatief echter legt het initiatief bij
                    de burger zelf en kan uiteindelijkook leiden tot inspraak van een bepaald
                    onderwerp of thema. Het hanteren van deze verschillen-devormen van participatie
                    kan leiden tot onduidelijkheid, maar hoeft elkaar niet uit te sluiten. Vanbelang
                    is dat recht wordt gedaan aan het gestelde in artikel 7 van de Gemeentewet,
                    namelijk datde gemeenteraad de gehele bevolking vertegenwoordigt. Om een zo
                    duidelijk mogelijk beeld tekrijgen van de belangen en wensen van de bevolking,
                    kan gebruik worden gemaakt van deze(inspraak)mogelijkheden.Onderwerp van
                    inspraakDe raad schept het kader voor in ieder geval het college, de
                    burgemeester en de raad zelf omover eigen onderwerpen inspraak te verlenen.
                    Hiermee wordt de bevoegdheid om te besluiten totinspraakverlening, overgedragen
                    aan elk bestuursorgaan afzonderlijk.Wettelijke verplichtingen tot het bieden van
                    inspraak bestaan nu bij:a. de voorbereiding van het gemeentelijke
                    Milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid van de WM;b. de voorbereiding van een
                    besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijktvan artikel
                    10.21 van de WM (artikel 10.26, tweede lid van de WM);c. voorbereiding van het
                    beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning (artikel 11 van deWet
                    maatschappelijke ondersteuning (WMO));d. de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen(artikel 42 van de IOAZ) en
                    de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsonge-schiktewerkloze
                    werknemers (artikel 42 van de IOAW);e. de voorbereiding van een welstandsnota
                    (artikel 12a, tweede lid van de Woningwet);f. de voorbereiding van besluiten tot
                    uitsluiting van welstandstoetsing, zoals bedoeld in artikel12, tweede lid, onder
                    a en b van de Woningwet (artikel 12, vierde lid van de Woningwet);g. Op basis
                    van artikel 14a, lid 1 van de Monumentenwet 1988 is op de voorbereiding van
                    eenbesluit op een aanvraag om vergunning, zoals bedoeld in artikel 11 van de
                    Monumentenwet1988, Afdeling 3.4 van de AWB van toepassing.Bijzondere
                    wettenWijziging Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO)Met de invoering van de WUOV
                    zijn ook diverse bijzondere wetten veranderd, waaronder WRO.Op de volgende
                    (relevante) punten is de WRO aangepast:- artikel 6a is vervallen: daarin was
                    geregeld de verplichting om bij de voorbereiding van ruimtelij-keplannen of
                    herziening daarvan dan wel bij de voorbereiding van een vrijstellingsbesluit
                    opgrond van artikel 19 van de WRO inspraak te verlenen;- artikel 19a, lid 4: op
                    de voorbereiding van een vrijstellingsbesluit op grond van artikel 19 van deWRO
                    is de WUOV van toepassing;- artikel 23, eerste lid: op de voorbereiding van een
                    bestemmingsplan is de WUOV van toepassing.Hiervoor is aangegeven dat de WRO is
                    gewijzigd en dat voor diverse besluiten is bepaald dat opde voorbereiding ervan
                    de WUOV van toepassing is. Tegelijk is – in verband daarmee – de
                    ver-plichtingvervallen inspraak op die besluiten te verlenen. Inspraak wordt
                    alleen nog verleend alssprake is van ruimtelijk ingrijpende plannen. Van geval
                    tot geval wordt afgewogen of en zo ja, opwelke wijze inspraak wordt verleend.
                    Voor vrijstellingen waarin het bestemmingsplan voorziet – dezogeheten
                    binnenplanse vrijstellingen – moet het desbetreffende bestemmingsplan bepalen
                    wel-keprocedure van toepassing is.Wijziging Wet werk en bijstandArtikel 47 van
                    de Wet werk en bijstand (WWB) schrijft voor dat de gemeenteraad regels
                    steltwaarop de personen bedoeld in de wet of hun vertegenwoordigers worden
                    betrokken bij de uit-voeringvan de wet. In dit artikel wordt artikel 150 van de
                    Gemeentewet, waarbij de inspraak is geregeld,niet genoemd. In het wetsvoorstel
                    kwam deze passage wel voor maar deze is bij amendementkomen te vervallen. Voor
                    deze groep is geregeld dat bij verordening cliëntenparticipatie
                    geregeldwordt.Inspraak MilieubeleidsplanBij de totstandkoming van het
                    Milieubeleidsplan is de inspraakprocedure van toepassing. In artikel4.17 van de
                    WM is opgenomen dat het college de ingezetenen en de in de gemeente
                    belangheb-bendenatuurlijke en rechtspersonen betrekt bij het voorbereiden van
                    het Milieubeleidsplan, op dewijze zoals aangegeven in de Inspraakverordening.
                    Concreet houdt dit in dat voor de toepassingvan de inspraakprocedure een
                    afzonderlijk besluit moet worden genomen en dat de WUOV vantoepassing is.
                    Inspraak en AfvalstoffenverordeningArtikel 10.26, lid 2 van de WM heeft
                    betrekking op de volgende besluiten:1. Een besluit van de gemeenteraad om
                    huishoudelijk restafval en gft-afval in te zamelen nabijelk perceel (op basis
                    van artikel 10.26, lid 4, gelden hiervoor regels die opgenomen zijn in
                    de‘Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijke afvalstoffen nabij elk
                    perceel’. Deze regelingstelt dat: "de afstand tussen het perceel waar de
                    huishoudelijke afvalstoffen ontstaan en deinzamelvoorziening of de clusterplaats
                    niet meer bedraagt dan 75 meter. De gemeenteraadkan in bijzondere gevallen bij
                    de verordening, bedoeld in artikel 10.10, eerste lid van de WM,bepalen dat de
                    afstand wordt vastgesteld op ten hoogste 125 meter". Deze regeling komt
                    zeerwaarschijnlijk te vervallen bij de komende wijziging van de WM.)2. Een
                    besluit van de gemeenteraad om huishoudelijk restafval en gft-afval niet
                    wekelijks in tezamelen (maar bijvoorbeeld alternerend, de ene week gft en de
                    andere week restafval).3. Een besluit van de gemeenteraad dat gft-afval in de
                    gemeente niet gescheiden wordt ingezameld.Inspraak ter voorbereiding van een
                    welstandsnota en van besluiten ter uitsluiting van dewelstandtoetsing
                    (Woningwet)Artikel 12a van de Woningwet verplicht de gemeenteraad een
                    welstandsnota vast te stellen, alsdie de bouwwerken aan redelijke eisen van
                    welstand wil toetsen. Op grond van artikel 12a, eerstelid, zijn
                    welstandscriteria beleidsregels. Bij de voorbereiding van deze beleidsregels is
                    op grondvan artikel 12a, tweede lid van de Woningwet de inspraakprocedure op
                    grond van artikel 150 vande Gemeentewet van toepassing verklaard. De
                    gemeenteraad kan op grond van artikel 12, tweedelid onder a en b van de
                    Woningwet respectievelijk gebieden binnen het gemeentelijk grondgebieden
                    categorieën van bouwwerken uitsluiten van de welstandstoetsing. Het vierde lid
                    van artikel12 van de Woningwet schrijft bij de voorbereiding van deze besluiten
                    de inspraakprocedure opgrond van artikel 150 van de Gemeentewet voor.Inspraak in
                    relatie tot de IOAZ en IOAWArtikel 42 van zowel de IOAW als de IOAZ geven
                    gemeenten een wettelijke verplichting tot hetbieden van inspraak. De inspraak
                    gebeurt op de wijze zoals opgenomen in de Modelinspraakverordening.Daarin
                    verschillen deze wetten van de WWB, waarin een verordening
                    voorcliëntenparticipatie wordt voorgeschreven, die ook inspraak omvat.Inspraak
                    en de MonumentenwetDe inspraak geregeld in de Monumentenwet is alleen verplicht
                    voor de aanvraag om vergunningop rijksmonumenten. Hiernaast bestaat een
                    gemeentelijk monumentenregime dat voortvloeit uitde eigen beleidsvrijheid van de
                    gemeenten en niet, op welke wijze dan ook, uit de Monumentenwet1988. Daar is dus
                    niet de verplichting om Afdeling 3.4 van de AWB van toepassing te
                    verklaren.Vervallen Wet voorzieningen gehandicapten per 1 januari 2007 en
                    inwerkingtreding WMOMet ingang van 1 januari 2007 is de WMO van kracht. Deze wet
                    treedt in de plaats van de Wetvoorzieningen gehandicapten. In artikel 11 van de
                    WMO is bepaald dat het college van burgemeesteren wethouders ingezetenen van de
                    gemeente en in de gemeente belanghebbende natuurlijkepersonen en rechtspersonen
                    betrekt bij de voorbereiding van het beleid betreffendemaatschappelijke
                    ondersteuning, op de wijze voorzien in de op grond van artikel 150 van de
                    Gemeentewetvastgestelde verordening. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>