<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134663_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Elburg en gemeente Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis 29-6-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Commissie Bezwaarschriften 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>benw 11-5-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Commissie Bezwaarschriften gemeente Elburg en gemeente Nunspeet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Nunspeet;</al><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 december 2010, nr.
                        70;</al><al>gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (AWB);</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen de verordening: </al><al>Commissie Bezwaarschriften gemeenten Elburg en Nunspeet </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. verwerend orgaan:
                            bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;b. commissie:
                            vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van deraden, de colleges en de burgemeesters van de
                                gemeenten Elburg en Nunspeet. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegenbesluiten op grond van, dan wel die betrekking
                                hebben op:a. een wettelijk voorschrift over belastingen of de Wet
                                waardering onroerende zaken;b. artikel 4:18 van de AWB, tenzij het
                                bezwaar zich mede richt tegen de beschikking op deaanvraag;c. titel
                                4.4 ‘bestuursrechtelijke geldschulden’ van de AWB, tenzij het
                                bezwaar zich medericht tegen de beschikking op de aanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie kamers en die behandelen
                                bezwaarschriften op het terrein van:- kamer éénde ruimtelijke
                                ordening, bouwen en wonen, milieu, verkeer, de Algemene
                                plaatselijkeverordening en overig algemeen en bijzonder
                                bestuursrecht;- kamer tweehet sociale zekerheidsrecht en de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning;- kamer driede rechtspositie van het
                                personeel. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, die
                                geen deel uitmaken vanen niet werkzaam zijn onder
                                verantwoordelijkheid van een verwerend bestuursorgaan engeen
                                ingezetenen zijn van de gemeente Elburg of Nunspeet. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter en leden worden door de colleges van Elburg en
                                Nunspeet benoemd, geschorsten ontslagen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De colleges kunnen een aantal plaatsvervangende leden benoemen. Voor
                                hen zijn de voorde leden gegeven bepalingen van deze verordening van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De kamers regelen de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De secretaris van de commissie is een door het college van de
                                gemeente Elburg of Nunspeetaangewezen ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De colleges wijzen secretarissen aan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op aanwijzing van de voorzitter van de desbetreffende kamer verricht
                                de secretaris alle werk-zaamheden die dienstig zijn aan het
                                functioneren van de desbetreffende kamer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter en de commissieleden worden benoemd voor een termijn
                                van vier jaar. Het ismogelijk één keer herbenoemd te worden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter en de commissieleden kunnen op elk moment ontslag
                                nemen. Zij doen daarvanschriftelijk mededeling aan het college.
                            </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aftredende of ontslag nemende voorzitter of commissieleden
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen
                                zeven werkdagen inhanden van de commissie gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het bericht van ontvangst wordt vermeld dat de commissie over het
                                bezwaar zal adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><al>De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt
                            voordat de zaak in be-handeling wordt genomen. De secretaris verricht
                            daartoe de nodige handelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden op grond van de hierna genoemde artikelen van de AWB
                            worden voor de toe-passingvan deze verordening uitgeoefend door de
                            voorzitter:a. artikel 2:1 tweede lid;b. artikel 6:6 wat betreft het de
                            indiener stellen van een termijn;c. artikel 6:17 voor zover het de
                            verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door
                            decommissie;d. artikel 7:4 tweede lid;e. artikel 7:6 vierde lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in
                                te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen adviesof inlichtingen inwinnen en hen zo
                                nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen. Alsdaaraan kosten
                                zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van de
                                betrokken gemeentevereist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de
                                belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden
                                gesteld zich door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                AWB.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                                het horen, doet hij daarvanmededeling aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste twee wekenvoor de zitting schriftelijk uit. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                                verwerend orgaanonder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                                tijdstip van de zitting te wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van dezitting aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan meegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staanvan de termijnen die genoemd zijn in het
                                eerste tot en met het derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het
                            aantal leden, onder wie inelk geval de voorzitter of zijn
                            plaatsvervanger, aanwezig is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Geen deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de commissieleden nemen niet deel aan de behandeling
                            van een bezwaarschriftals daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan
                            zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De zitting van kamer 1 is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De zitting van kamer 2 en 3 is niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten als de voorzitter of een van de
                                aanwezige leden vankamer 1 het nodig oordeelt of als een
                                belanghebbende daartoe een verzoek doet. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als de voorzitter vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                                zijn die zich tegenopenbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                                zitting plaats achter gesloten deuren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het verslag zoals bedoeld in artikel 7:7 van de AWB staan de
                                namen vermeld van de aanwe-zigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verderter zitting is voorgevallen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren
                                plaatsvond of als belanghebbenden,respectievelijk hun gemachtigden
                                niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakthet verslag
                                hiervan melding. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnenworden gehecht. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld
                                nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit
                                eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit
                                onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                toegezonden aan de com-missieleden,het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissieleden, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen
                                binnen een weekna verzending van de nadere informatie aan de
                                voorzitter een verzoek richten tot het beleggenvan een nieuwe
                                hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengenadvies. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt
                                als die minderheid datverlangt. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag zoals bedoeld in
                                artikel 15 en eventueeldoor de commissie ontvangen nadere informatie
                                en nader verslag, tijdig uitgebracht aanhet bestuursorgaan dat op
                                het bezwaarschrift moet beslissen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken,
                                genoemd in artikel 7:10,eerste lid van de AWB, ontoereikend is voor
                                achtereenvolgens het uitbrengen van een adviesen het nemen van een
                                beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing
                                teverdagen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de
                            gemeenten Elburg enNunspeet verslag uit van haar werkzaamheden in het
                            voorafgaande kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Commissie Bezwaarschriften 2010 wordt ingetrokken met
                            dien verstande datdeze van toepassing blijft op bezwaarschriften die
                            voor de datum van inwerkingtreding van dezeverordening zijn ingediend.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt 1 mei 2011 in werking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Commissie
                            Bezwaarschriften Elburg enNunspeet.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>De griffier,De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders,in de
                        vergadering van 9 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De secretaris,De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester op 9 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Nieuwe Toelichting</titel></kop><al>ToelichtingDeze verordening geeft een uitwerking van de behandeling van
                    bezwaarschriften door een ad-viescommissie.Om een volledig beeld te krijgen van
                    de procedure die moet worden gevolgd bijde behandeling van een bezwaarschrift is
                    het noodzakelijk om de bepalingen uit de Algemenewet bestuursrecht (AWB) en de
                    verordening naast elkaar te plaatsen. In de artikelsgewijze toe-lichting bij het
                    model zijn zo veel mogelijk onderdelen uit de AWB opgenomen die van belang
                    zijnin de behandelingsprocedure.In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat
                    de bestuursorganen van de gemeente, de raad,het college en de burgemeester,
                    ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, besluiten deverordening vast te
                    stellen. Duidelijk is dat de raad de verordenende bevoegdheid heeft. Het
                    col-lege en de burgemeester hebben deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het
                    besluit tot hetinstellen van de commissie bezwaarschriften. Op deze manier is
                    het mogelijk dat de bestuursor-ganensamen een en dezelfde commissie instellen om
                    te adviseren op bezwaren tegen besluitenvan de raad, het college en de
                    burgemeester. De ondertekening gebeurt eveneens door de
                    driebestuursorganen.Ambtelijke commissieNiet elke gemeente kiest voor
                    behandeling van bezwaarschriften door een externe commissie.Mogelijk is dat voor
                    bepaalde categorieën besluiten gekozen wordt voor een ambtelijke commis-sie.Zo
                    kan er gekozen worden voor een systeem waarbij de commissie adviseert over de
                    ingewikkel-derebezwaarschriften, terwijl de eenvoudige ambtelijk worden
                    afgehandeld. Een ambtelijkecommissie hoeft zich niet te houden aan de vereisten
                    uit artikel 7:13 van de AWB. Doordat niet bijde bevestiging van ontvangst van
                    een bezwaarschrift verplicht moet worden meegedeeld dat eencommissie zal
                    adviseren, maar omdat in de wet is bepaald dat dit zo spoedig mogelijk moet
                    ge-beurenheeft een gemeente de tijd en mogelijkheid om bezwaarschriften te
                    scheiden. De in dezeverordening opgenomen bepalingen over het horen, de gang van
                    zaken tijdens de hoorzitting enhet adviseren aan het bestuursorgaan kunnen ook
                    voor een ambtelijke commissie gelden. Voorhet horen door een ambtelijke
                    commissie gelden de bepalingen uit artikel 7:5 van de AWB.BestuursorgaanSinds de
                    uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 19 maart 2003,
                    LJNAF6023. is duidelijk dat de Commissie Bezwaarschriften niet alleen een
                    adviescommissie is maarook een bestuursorgaan. In deze verordening zijn regels
                    opgenomen met betrekking tot de ad-viestaakvan de commissie. De raad, het
                    college en de burgemeester stellen de commissie in enhebben daarmee zeggenschap
                    over de wijze waarop de commissie haar adviestaak uitoefent. Zokunnen afspraken
                    met de commissie worden gemaakt over de termijnen waarbinnen de
                    Commis-sieBezwaarschriften advies uitbrengt. In het kader van de Wet dwangsom en
                    beroep is het vanbelang dat de commissie op tijd adviseert, zodat ook tijdig een
                    beslissing op het bezwaar kanworden genomen.De raad, het college en de
                    burgemeester hebben geen zeggenschap over de uitoefening van debevoegdheden door
                    de commissie als bestuursorgaan.Er is een aantal mogelijkheden denkbaar waarbij
                    de commissie als bestuursorgaan optreedt. Ditis het geval als er een verzoek op
                    grond van de Wet openbaarheid bestuur (WOB), Wet be-schermingpersoonsgegevens
                    (WBP) wordt ingediend of als er een klacht wordt ingediend.Op grond van de WOB
                    kan eenieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten overeen
                    bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuurorgaan of een onder
                    verantwoordelijkheidvan een bestuurorgaan werkzame instelling, dienst of
                    bedrijf. De commissie moet beslissen opWOB-verzoeken om documenten die onder
                    haar berusten. Het gaat dan om alle documenten dievanuit de commissie worden
                    verzonden en om alle documenten die aan de commissie zijn ge-richt.- 6 -Ook is
                    de Commissie Bezwaarschriften verantwoordelijk voor de verwerking van
                    persoonsgege-vensin de zin van de WBP. De verwerking van persoonsgegeven in het
                    kader van de behandelingvan bezwaarschriften vindt plaats onder
                    verantwoordelijkheid van de commissie. Voor hetrecht op inzage en het recht op
                    verbetering, aanvulling, verwijdering en afscherming (artikel 35 en36 van de
                    WBP) moet de belanghebbende zich tot de commissie richten. Op basis van artikel
                    9:1van de AWB kan eenieder een klacht indienen over de wijze waarop het
                    bestuursorgaan of eenonder de verantwoordelijkheid van dat orgaan werkzame
                    persoon zich in een concrete situatie tenopzichte van de klager of iemand anders
                    heeft gedragen. Dit betekent dat niet alleen klachtenover de commissie als
                    geheel, over een commissielid maar ook klachten over de secretaris moe-tenworden
                    afgedaan door de commissie zelf. Eveneens kan een klacht over de commissie
                    wordeningediend bij de Nationale Ombudsman.Het is mogelijk dat de commissie zelf
                    een regeling opstelt voor de werkwijze en besluitvorming indie gevallen dat zij
                    optreedt als bestuursorgaan. Omdat dit relatief weinig voorkomt, is het
                    ookmogelijk om tijdens een vergadering van de gehele commissie hierover
                    afspraken te maken.Vierde tranche van de AWBOp 1 juli 2009 trad de vierde
                    tranche van de AWB in werking. Deze tranche beslaat drie onder-werpen:- algemene
                    regels voor betaling en inning van schulden (bestuursrechtelijke geldschulden);-
                    bestuurlijke handhaving, in het bijzonder de bestuurlijke boete;- attributie van
                    bevoegdheden aan ambtenaren.Wellicht leidt deze aanvulling van de AWB tot een
                    toename van het aantal bezwaarschriften. Opdit moment is daar echter nog weinig
                    over bekend.Wet dwangsom en beroepOp 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en
                    beroep, onderdeel van de AWB, in werking getreden.Voor de Commissie
                    Bezwaarschriften is deze wet op de volgende punten van belang.Allereerst is met
                    de inwerkingtreding van deze wet de beslistermijn voor een bezwaarschrift
                    ver-ruimd.De termijn begint nu niet meer te lopen vanaf het moment dat een
                    bezwaar wordt ingediendmaar vanaf het moment dat de bezwaartermijn van het
                    besluit is afgelopen. Deze regelingziet op die gevallen waarbij er meerdere
                    bezwaren tegen één besluit worden ingediend, het is numogelijk om deze gelijk te
                    behandelen. Voorheen was het mogelijk dat er ruim vijf weken zatentussen het
                    eerste ingediende bezwaarschrift en het laatste waardoor het lastig was om op
                    tijd heteerste bezwaarschrift af te handelen.Daarnaast is de beslistermijn als
                    er een commissie is, verlengd van tien naar twaalf weken en demogelijkheid om te
                    verdagen van vier naar zes weken.Wordt er niet op tijd een besluit genomen door
                    het bestuursorgaan, dan is het mogelijk dat debezwaarde een dwangsom aanvraagt.
                    Dit proces wordt gestart door het sturen van een ingebre-kestelling.Het
                    bestuursorgaan heeft dan nog twee weken de tijd om het besluit te nemen.
                    Gebeurtdit niet dan gaat automatisch de dwangsom lopen, per dag, met een maximum
                    van 42 dagenwat staat voor een bedrag van € 1.260,--. Tegelijk met de
                    ingebrekestelling kan beroep wordeningesteld bij de rechter. De rechter kan ook
                    een passende dwangsom opleggen.De Wet dwangsom en beroep zorgt ervoor dat
                    bestuursorganen hun interne processen goedinrichten zodat op tijd besluiten
                    genomen kunnen worden. De Commissie Bezwaarschriften maaktonderdeel uit van het
                    proces om tot een beslissing op bezwaar te komen. Het ligt voor de handdat
                    afspraken worden gemaakt tussen bestuursorgaan en commissie. Voor de commissie
                    is hetbelangrijk dat zij zo snel mogelijk de dossiers ontvangen van de
                    ambtelijke organisatie die horenbij het bezwaarschrift. Voor het bestuursorgaan
                    is het van belang dat de commissie rekeninghoudt met de vergadercyclus van
                    bijvoorbeeld het college en dat adviezen op tijd worden aange-leverd.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 – BegripsbepalingIn dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen
                    opgenomen die niet in de AWB voorkomen. Zoontbreekt er een omschrijving van het
                    begrip 'bestuursorgaan' hoewel dat op meerdere plaatsenin de verordening
                    voorkomt. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, wordtin de
                    verordening aangeduid als 'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad betreffen,
                    het col-legevan burgemeester en wethouders, de burgemeester of een commissie
                    waaraan via delegatiebepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde
                    bestuursorganen zijn overgedragen.</al><al>Artikel 2 – Inleidende bepaling commissieIn de algemene toelichting is de keuze
                    ver(ant)woord voor het horen en adviseren door een ge-meentelijkecommissie. Deze
                    commissie wordt via deze inleidende bepaling als zodanig geïntroduceerd.In
                    artikel 1:5 van de AWB is omschreven wat onder het maken van bezwaar moet
                    wordenverstaan.Het tweede lid is een facultatieve bepaling. Van de hier geboden
                    mogelijkheid is gebruikgemaaktvoor die bezwaarschriften die betrekking hebben op
                    een zo specifieke materie of voor onderwer-penwaarover zulke grote aantallen
                    bezwaarschriften te verwachten zijn dat het wenselijk is daarvooreen andere
                    methodiek van horen en adviseren te hanteren. Dit betreft belasting- en
                    WOZzaken.Ook bezwaarschriften die voorvloeien uit de hiervoor genoemde vierde
                    tranche van deAWB zijn hier uitgezonderd, tenzij het bezwaar zich mede richt
                    tegen de beslissing op de aan-vraagzelf. Op grond van de wet zijn de bezwaren
                    tegen de beslissing op de aanvraag en de bezwarentegen een hieruit
                    voortvloeiende rentebeschikking, kostenbeschikking et cetera aan
                    elkaargekoppeld. Wij achten het niet wenselijk dat een deel van het bezwaar door
                    de commissie wordtbehandeld en een deel buiten adising van de commissie om wordt
                    afgedaan, omdat hiervoor danverschillende beslistermijnen zouden gaan gelden.
                    Bezwaarschriften met betrekking tot belastin-genWOZ-zaken zijn van behandeling
                    door de commissie uitgezonderd, omdat de Algemene wetinzake rijksbelastingen en
                    de WOZ afwijkende of aanvullende bepalingen bevatten over beslis-termijnen,het
                    horen en de geheimhouding.</al><al>Artikel 3 – Samenstelling van de commissieHet eerste lid verwijst naar de
                    adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 van de AWB. De wetstelt als
                    minimale eisen aan de samenstelling van een adviescommissie:1. De commissie
                    bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden (artikel 7:13, eerste
                    lid,onder a van de AWB).2. De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam
                    onder verantwoordelijkheid van hetbestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid,
                    onder b van de AWB).Gekozen is voor een adviescommissie die volledig bestaat uit
                    leden die geen deel uitmaken vanen niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid
                    van het bestuursorgaan ook is ervoor gekozengeen leden zitting te laten nemen
                    die wonen in de gemeente Elburg of Nunspeet.Bij de keuze voor de samenstelling
                    van de commissie is voor ogen worden gehouden welk doelmet de commissie wordt
                    nagestreefd. In de eerste plaats moeten de personen die de commissievormen in
                    die mate vakkundig zijn dat van de commissie goede adviezen te verwachten
                    zijn.Hierbij kan gedacht worden aan personen die weten wat er speelt bij de
                    desbetreffende overheid(oud-bestuurders), maar ook aan deskundigen op het gebied
                    van geschillenbeslechting (juristen).De commissieleden moeten gevoel hebben voor
                    politieke en bestuurlijke verhoudingen. De taakvan de commissie is immers een
                    bestuurlijke heroverweging, die naast de rechtmatigheidstoet-sing,toetsing van
                    de doelmatigheid omvat.Door de bepaling in het derde en vierde lid delegeert de
                    raad de benoeming van commissieledenaan het college. Het college is hiermee ook
                    het orgaan dat zo nodig het functioneren van decommissieleden evalueert. Als een
                    commissielid niet naar behoren functioneert, is het in eersteinstantie de
                    commissie die hierop actie zal ondernemen.</al><al>Het is immers een zelfstandig bestuursorgaan. De voorzitter speelt hierbij een
                    rol. Mocht eencommissielid niet zelf ontslag nemen, dan is het uiteindelijk aan
                    het college om op te treden. Hetligt voor de hand dat voordat een dergelijke
                    stap wordt genomen er diverse gesprekken hebbenplaatsgehad en dat er een dossier
                    is gevormd. Bij de bevoegdheid van het college om een com-missielidte schorsen,
                    kan gedacht worden aan een situatie waarbij het functioneren van eencommissielid
                    wordt onderzocht en deze, hangende het overleg hierover, wordt geschorst.Op 22
                    juli 2009 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het ontslag door het
                    college vanleden van een Commissie Bezwaarschriften. Aanleiding was een
                    vertrouwensbreuk (gepubliceerdin JB 2009, 216). Met name in de uitspraak van de
                    rechtbank, minder in die van de afdeling, wordtingegaan op de bevoegdheid van
                    het college om leden van de Commissie Bezwaarschriften teontslaan wegens een
                    vertrouwensbreuk. De commissie heeft als adviseur in zekere mate
                    eenonafhankelijke rol ten opzichte van het college en daarom moet aan de
                    commissie ruimte wordengelaten om op verantwoorde wijze invulling aan haar
                    onderzoeksbevoegdheden te geven. Hetcollege mag daarom niet te lichtvaardig met
                    de ontslagbevoegdheid omspringen omdat anders deschijn kan ontstaan dat een
                    commissie(lid) aan de kant wordt geschoven vanwege een voor hetbestuurorgaan
                    onwelgevallig standpunt. Tegelijkertijd is de commissie een adviserend orgaan
                    enligt de eindverantwoordelijkheid voor de beslissing op het bezwaar bij het
                    bestuursorgaan. In ver-bandhiermee achtte de rechtbank en de afdeling het
                    ontoelaatbaar dat de commissie het initiatiefnam tot een bemiddelingspoging door
                    een derde, terwijl verweerder al had laten blijken niets tevoelen voor een
                    dergelijke oplossing. Het feit dat commissieleden voor een periode van vier
                    jaarworden benoemd, doet niet ter zake; als sprake is van een vertrouwensbreuk
                    is ontslag mogelijk.Instelling kamersIn verband met een wenselijke splitsing
                    naar onderwerp, is de commissie opgesplitst in kamers.</al><al>Artikel 4 – SecretarisHoewel in de AWB nergens over een secretaris wordt
                    gesproken, is het gebruikelijk dat eencommissie beschikt over een secretaris ter
                    ondersteuning van de werkzaamheden.</al><al>Artikel 5 – ZittingsduurGekozen is voor een zittingsduur van vier jaar, met de
                    mogelijkheid tot herbenoeming voor vierjaar. Een lid kan bij zijn ontslag zelf
                    het tijdstip van dat ontslag bepalen. Hij kan ook een later tijd-stipkiezen om
                    zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te
                    kunnenzijn. De bepaling van het derde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan
                    niet gedwongenworden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</al><al>Artikel 6 – Ingediend bezwaarschriftDit artikel spreekt voor zich.In de AWB
                    wordt uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze waarop een bezwaarschrift
                    inge-diendmoet worden en de daarmee samenhangende ontvankelijkheidsvragen.
                    Hieronder wordtbeknopt aangegeven welke onderwerpen in de AWB aan de orde
                    komen:- Vereisten te stellen aan het bezwaarschrift (artikel 6:5).- De
                    indieningstermijn (artikel 6:7 tot en met 6:12).- De indieningstermijn bedraagt
                    zes weken (artikel 6:7).- De indieningstermijn vangt aan met ingang van de dag
                    na die waarop het besluit op de voorge-schrevenwijze bekend is gemaakt (artikel
                    6:8).- De ontvangsttheorie (artikel 6:9, eerste lid) of een combinatie van de
                    verzend- en ontvangsttheo-rieis van toepassing (artikel 6:9, tweede lid).-
                    Regeling voor de ontvankelijkheid van te vroeg of te laat ingediende
                    bezwaarschriften (artikel6:10 en 6:11).- Bezwaar dat gericht is tegen het
                    niet-tijdig nemen van een besluit, is niet aan een termijn ge-bonden(artikel
                    6:12).- De procedure na ontvangst van een bezwaarschrift (artikel 6:14 tot en
                    met 6:15).- 9 -- Schriftelijk bevestigen van de ontvangst door het orgaan
                    waarbij het bezwaarschrift is ingediend.Hierbij kan worden vermeld dat een
                    commissie over het bezwaar zal adviseren. Dit kanook in een later stadium; zie
                    ook de opmerkingen in paragraaf 3 onder ambtelijke commissie(artikel 6:14).-
                    Doorzendplicht (artikel 6:15).Over de ontvangstbevestiging wordt nog opgemerkt
                    dat naast verzending per post ook uitreikingvan een ontvangstbewijs in
                    aanmerking komt. Het ontvangstbewijs kan samenvallen met de me-dedelingaan de
                    indiener dat hij in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord, mits de
                    mededelingspoedig na de ontvangst van het bezwaarschrift kan worden gedaan.Het
                    verdient aanbeveling om bij grensgevallen naast aantekening van de datum van
                    ontvangst ophet bezwaarschrift, de envelop waarin het is verzonden te bewaren.
                    Dit is gezien het belang vande datum van de poststempel en ter voorkoming van
                    onnodige geschillen over de ontvankelijk-heid(zie artikel 6:9 van de AWB). Een
                    per fax verzonden bezwaarschrift moet vóór 0.00 uur vande laatste dag van de
                    termijn zijn ingediend. Op grond van jurisprudentie moet het faxen zijn
                    aan-gevangenvóór 0.00 uur. Het risico van storingen in zowel de zendende als de
                    ontvangende faxapparatuuris voor de verzender (ABRS 16 mei 2000, AB 00/325). Een
                    bezwaarschrift verzendenper e-mail is ook mogelijk. Wel is het zo dat het
                    bestuursorgaan deze weg expliciet moet open-stellen(artikel 2:15 van de AWB).
                    Dit geeft de gemeente ook de mogelijkheid om een apart emailadresin te richten
                    voor de ontvangst van bezwaarschriften. Als een bezwaarde per e-maileen
                    bezwaarschrift heeft ingediend terwijl het bestuursorgaan deze mogelijkheid niet
                    heeft toege-staan,moet het bestuursorgaan de verzender op de hoogte brengen dat
                    deze manier niet mogelijkis en de verzender te verzoeken het bezwaarschrift
                    alsnog op de voorgeschreven wijze teversturen. Een per e-mail ingediend
                    bezwaarschrift kan niet automatisch niet-ontvankelijk wordenverklaard.Het
                    aantekenen van de datum van ontvangst wordt in artikel 6:15 van de AWB
                    uitdrukkelijk voor-geschrevenals het bezwaarschrift wordt ingediend bij een
                    onbevoegd bestuursorgaan of eenonbevoegde administratieve rechter. Dit heeft
                    betekenis voor de vraag of het geschrift tijdig bij debevoegde instantie is
                    ingediend. Op grond van het derde lid van artikel 6:15 van de AWB moetnamelijk
                    de bevoegde instantie het doorgezonden geschrift als tijdig ingediend beschouwen
                    alsde indiening bij de onbevoegde instantie tijdig is geschied, tenzij
                    belanghebbende kennelijk mis-bruikheeft gemaakt van zijn procesrecht (derde lid
                    zoals gewijzigd bij de Eerste evaluatiewetAWB, in werking getreden op 1 april
                    2002). Hiervan is bijvoorbeeld sprake als belanghebbende bijherhaling willens en
                    wetens een bezwaarschrift bij het verkeerde bestuursorgaan indient. Wan-neerhet
                    derde lid geen toepassing vindt, is de ontvangst bij het bevoegd orgaan
                    beslissend. Er isdan meestal sprake van verwijtbaar handelen van de indiener die
                    daarvoor zelf het risico loopt. Inbeginsel moet doorzending binnen twee weken
                    plaatsvinden. Gebeurt dit niet, dan komt dit nietvoor risico van
                    belanghebbende.Met dit artikel wordt de daadwerkelijke behandeling van een
                    ingediend bezwaarschrift door decommissie gestart. De in artikel 7:13, tweede
                    lid bepaalde melding dat een commissie over hetbezwaar zal adviseren, is van
                    belang omdat hierdoor de beslistermijn van zes weken wordt ver-lengdtot twaalf
                    weken met een verdagingsmogelijkheid van zes weken (artikel 7:10). Wellicht
                    tenovervloede wordt hier opgemerkt dat het aanbeveling verdient indieners al in
                    een zo vroeg moge-lijkstadium op de hoogte te brengen van de te volgen
                    procedure.</al><al>Artikel 7 – BemiddelingDeze bepaling is bij de herziening van 2010 toegevoegd.
                    Alternatieve geschillenbeslechting wordtbij de meeste bestuursorganen en
                    rechtbanken op een bepaalde manier toegepast. Veel voorko-mendevormen zijn
                    (pre)mediation of een andere aanpak. Bij de andere aanpak wordt vaak naontvangst
                    van het bezwaarschrift meteen gebeld naar de bezwaarde. Op deze manier
                    kunnenmisverstanden worden rechtgezet, het besluit nader worden toegelicht et
                    cetera. Dit kan leiden totintrekking van het bezwaarschrift.Mediation is een
                    formelere vorm. Hierbij kan onder begeleiding van een mediator naar een
                    oplos-singworden gezocht waarmee beide partijen uit de voeten kunnen. Belangrijk
                    is dat beide partijendeze stap nemen en de afspraken die hierbij horen formeel
                    in een overeenkomst worden vastge-legd.De keuze om al dan niet tot mediation
                    over te gaan is aan het bestuursorgaan, dat ook degrenzen van de
                    onderhandelingsruimte dient vast te stellen.Het is de commissie die na ontvangst
                    van een bezwaarschrift kan beoordelen of een bemidde-lingspogingzinvol is. In de
                    praktijk zal de secretaris een initiërende rol hebben om een
                    bemiddelingsvoorstelzowel bij de commissie als de behandelende afdeling voor te
                    leggen. Door dezebepaling is procedureel vastgelegd dat een bemiddelingspoging
                    mogelijk is in het bezwaarschrif-tenproces.Door de Wet dwangsom en beroep bij
                    niet-tijdig beslissen is het van belang dat, alsgesproken wordt over mogelijke
                    oplossingen buiten de bezwaarprocedure om, formeel wordtvastgelegd dat de
                    beslistermijn van het bezwaarschrift wordt opgeschort tot het moment dat aande
                    secretaris wordt meegedeeld wat de uitkomst van de bemiddelingspoging is.</al><al>Artikel 8 – Uitoefening bevoegdhedenOp grond van artikel 7:13 van de AWB beslist
                    de commissie over onder andere de toepassingvan artikel 7:4, zesde lid, en 7:5,
                    tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet mogelijkdat deze
                    bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt
                    uitgeoefend.De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan ook niet
                    genoemd.De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de AWB
                    luiden als volgt.- Artikel 2:1, tweede lidEen bestuursorgaan kan van een
                    gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.ToelichtingDeze bepaling is
                    facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan niet van deze
                    be-voegdheidgebruik te maken.- Artikel 6:6Als niet is voldaan aan artikel 6:5 of
                    aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behan-delingnemen van het
                    bezwaar of beroep, kan dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits deindiener
                    de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe
                    gesteldetermijn.ToelichtingDe termijn waarbinnen het verzuim moet worden
                    hersteld, wordt vastgesteld door de voorzitter.Er is van afgezien in de
                    verordening een vaste termijn daarvoor op te nemen omdat het nietgoed mogelijk
                    is in algemene zin voor alle gevallen aan te geven hoe lang deze termijn
                    zoumoeten zijn. Uitgangspunt is wel dat sprake moet zijn van een redelijke
                    termijn (in de meestegevallen kan met een termijn van twee weken na het einde
                    van de bezwaartermijn worden vol-staan).Enerzijds moet de indiener een reële
                    mogelijkheid worden geboden het geconstateerdeverzuim te herstellen; anderzijds
                    moet het niet zo zijn dat door een langere termijn de procedurewordt vertraagd.
                    Een zorgvuldige formulering van de brief waarin gewezen wordt op het verzuimen
                    waarin de termijn wordt gesteld waarbinnen het verzuim moet worden hersteld, is
                    noodzakelijk.Er moet duidelijk aangegeven worden welke consequentie verbonden is
                    aan het nietvoldoenaan deze verplichting. Dit volgt ook uit de facultatieve
                    wijze waarop artikel 6:6 is geformuleerdvoor het gevolg van het in verzuim zijn:
                    het bezwaarschrift 'kan' niet-ontvankelijk wordenverklaard. De uiteindelijke
                    beslissing ligt dus bij het bestuursorgaan.Overigens mag niet zonder meer
                    geconcludeerd worden dat in zo'n situatie sprake is van eenkennelijk
                    niet-ontvankelijk bezwaarschrift waardoor – Op grond van artikel 7:3 van de AWB
                    –van het horen kan worden afgezien.Ten slotte wordt hier gewezen op artikel 7:10
                    van de AWB waarin voorschriften zijn opgenomenvoor de termijn waarbinnen op een
                    ingediend bezwaarschrift moet worden beslist. De beslister-mijnwordt namelijk
                    opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht eenverzuim zoals
                    bedoeld in artikel 6:6 van de AWB te herstellen, tot de dag waarop het verzuim
                    ishersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><al>- Artikel 6:17Als iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat
                    bevoegd is op het bezwaar tebeslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken
                    in elk geval aan de gemachtigde.ToelichtingDeze bepaling spreekt voor zich. Voor
                    zover het de behandeling door de commissie betreft, ligtdeze taak bij de
                    voorzitter. Het is niet nodig om in de bezwaarfase ook de stukken aan de
                    verte-genwoordigersvan de belanghebbende toe te zenden die zijn geproduceerd in
                    de fase tussende aanvraag en het primaire besluit (CRvB 24 juni 1997, JB
                    1997/196). Artikel 7:4, vierde lidvan de AWB staat toe om leges te heffen voor
                    het verstrekken van afschriften van de desbetref-fendestukken aan de gemachtigde
                    van een belanghebbende (HR 20 september 2000, JG2001/30).- Artikel 7:4, tweede
                    lidHet bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak
                    betrekking hebbendestukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één
                    week voor belanghebbenden terinzage.ToelichtingHet inzagerecht is als een van de
                    fundamentele waarborgen voor een goed verlopende bezwaar-schriftprocedurete
                    beschouwen. Het maakt het principe van hoor en wederhoor mogelijk.Het is
                    gekoppeld aan de hoorzitting: wordt er niet gehoord, dan is ook geen sprake van
                    een ver-plichteterinzagelegging. Stukken toezenden hoeft niet, maar een verzoek
                    van een belanghebbendeom stukken in te zien mag niet beperkt blijven tot de
                    termijn van terinzageligging (Rb.Amsterdam, 8 augustus 1995, AWB katern 1996,
                    19).- Artikel 7:6, vierde lidHet bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van
                    een belanghebbende, toepassing van hetderde lid achterwege laten, voor zover
                    geheimhouding om gewichtige redenen is geboden [...].Het derde lid van dit
                    artikel luidt: “Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordtieder
                    van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezig-heid.”ToelichtingIn het tweede lid van artikel 7:6 wordt de
                    mogelijkheid gegeven om de belanghebbenden afzon-derlijkte horen. Een reden om
                    dit te doen kan zijn dat tijdens het horen feiten of omstandighedenbekend zullen
                    worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Hetvierde lid
                    geeft aan dat in dit geval de verschillende partijen niet geïnformeerd hoeven te
                    wordenover wat in de afzonderlijke hoorzittingen is besproken.</al><al>Artikel 9 – VooronderzoekHet spreekt voor zich dat de voorzitter ervoor zorg
                    moet dragen dat al het noodzakelijke wordtgedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift voldoende voor te bereiden. Dat geldt zowelintern bij de gemeente
                    – hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen – alsextern.
                    Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden om nadere
                    informatiein te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke niet-ontvankelijkheid
                    in overweging te geven hetbezwaarschrift in te trekken. De activiteiten van de
                    commissie of de voorzitter bij de voorbereidingvan de te behandelen zaken kunnen
                    kosten met zich meebrengen. Daarbij vallen gewone enbijzondere kosten te
                    onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan bijvoorbeeld de
                    ver-goedingenvoor de leden. Het inschakelen van externe deskundigen zal
                    bijzondere kosten metzich meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. Normaal gesprokenis in de begroting voorzien in de normale
                    kosten van een commissie. Dat kan anders liggen alshet om bijzondere kosten
                    gaat.Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt
                    het voor de hand dat bij-zonderekosten niet gemaakt worden voordat het college
                    de gelegenheid heeft gehad dit te toetsenaan een begrotingspost. Om deze reden
                    is in de desbetreffende bepaling voor de kosten voorgetuigen of deskundigen een
                    machtiging vooraf geïntroduceerd.Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college
                    door zo'n toetsing het werk van de commissie frus-treerten haar onafhankelijke
                    positie daardoor aantast.In dit verband verdient ook artikel 3:7 van de AWB
                    aandacht. Daarin is bepaald dat het bestuurs-orgaanwaaraan advies wordt
                    uitgebracht, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikkingstelt aan de
                    adviseur die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. Uit de hier
                    gebezig-deformulering volgt dat het ter beoordeling van het bestuursorgaan
                    blijft welke gegevens datzullen zijn. Uit de aard van het advies van de
                    commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op dezaak betrekking hebbende
                    gegevens zullen zijn. De commissie kan immers geen afgewogenoordeel uitbrengen
                    als gegevens worden achtergehouden.</al><al>Artikel 10 – HoorzittingVoor het bepaalde in het eerste lid: zie de toelichting
                    op artikel 8 van deze verordening. Artikel 7:3van de AWB geeft aan in welke
                    gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afge-zien.Voor een
                    ingediend bezwaarschrift is dat als:a. het bezwaarschrift kennelijk
                    niet-ontvankelijk is;b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;c. de belanghebbenden
                    verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het recht te wordengehoord,
                    ofd. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden
                    daardoorniet in hun belangen kunnen worden geschaad.Ad d.Het ligt voor de hand
                    dat als het verwerend orgaan aan het bezwaar van appellant volledig
                    tege-moetdenkt te kunnen komen, het daarover met de voorzitter contact opneemt.
                    In dit verbandwordt ook gewezen op artikel 6:18 en 6:19 van de AWB. In artikel
                    6:18 gaat het over het tijdenshet aanhangig zijn van bezwaar intrekken of
                    wijzigen van het bestreden besluit. In artikel 6:19wordt bepaald dat als een
                    bestuursorgaan zo'n intrekkings- of wijzigingsbesluit heeft genomen,het bezwaar
                    geacht wordt mede gericht te zijn tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit
                    geheeltegemoetkomt aan het bezwaar.De bevoegdheid om van het horen af te zien
                    wordt door de verordening toegekend aan de voor-zitter.Deze beslissing is dus
                    niet aan het bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen.Dat zou
                    overigens ook niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid waarin onder
                    andere isbepaald dat de commissie, voor zover bij wettelijk voorschrift niet
                    anders is bepaald, beslist overde toepassing van artikel 7:3. Het bepaalde in
                    het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast moet inhet uiteindelijk uit te
                    brengen advies hier nogmaals op teruggekomen worden. Dat is noodzakelijkomdat op
                    grond van artikel 7:12 van de AWB bij de beslissing op een bezwaarschrift, als
                    van hethoren is afgezien, aangegeven moet worden op welke grond dat is
                    geschied.</al><al>Artikel 11 – Uitnodiging zittingOp grond van het eerste lid van deze bepaling
                    wordt ook het verwerend orgaan uitgenodigd voorde zitting. Het is van groot
                    belang dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen.Daarmee kan
                    worden voorkomen dat er, vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdigbeeld
                    ontstaat. Verder is het voor een externe commissie van groot belang om van
                    bestuurlijkezijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders
                    kan het voor de commissiemoeilijk worden om een goede afweging te maken.Het
                    verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de oproeping en
                    de zitting zelf.In het algemeen moet gedacht worden aan een zodanige termijn dat
                    de bezwaarde en de overigebelanghebbenden voldoende gelegenheid krijgen om zich
                    behoorlijk op de zitting voor te berei-den.Bezwaarden kunnen geattendeerd worden
                    op de mogelijkheid om hun verweer op schrift testellen dat bij het verslag wordt
                    gevoegd. Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede inverband met de
                    termijn van twaalf weken waarbinnen, behalve verdaging, op het bezwaar moetzijn
                    beslist (artikel 7:10 van de AWB) en het bepaalde in artikel 7:4 van de AWB (zie
                    hierna).Verder is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het
                    tijdstip van de zitting.Uitstel hoeft overigens niet altijd te worden verleend.
                    Betrokkene moet wel tijdig uitsluitsel overzijn verzoek om uitstel krijgen. Met
                    de inwerkingtreding van de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdigbeslissen, is
                    het verstandig om als een bezwaarde verzoekt om uitstel en hiermee
                    ingestemdwordt, af te spreken dat daarmee de beslistermijn met eenzelfde periode
                    wordt opgeschort,en dit op papier te bevestigen.De toelichting op dit artikel
                    van deze verordening is ook de plaats om te wijzen op het bepaalde inartikel 7:4
                    en 7:8 van de AWB. Het verdient aanbeveling om van de inhoud van deze artikelen
                    bijde uitnodiging van de hoorzitting mededeling te doen. Omdat de inhoud van
                    deze artikelen voorzich spreekt, is volstaan de tekst ervan hier integraal op te
                    nemen (zie ook de toelichting bij artikel8).Artikel 7:41. Tot tien dagen voor
                    het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.2. Het
                    bestuursorgaan/beroepsorgaan legt het bezwaarschrift/beroepschrift en alle
                    verder op dezaak betrekking hebbende stukken, voorafgaand aan het horen,
                    gedurende ten minste éénweek voor belanghebbenden ter inzage.3. Bij de oproeping
                    voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid enwordt vermeld
                    waar en wanneer de stukken ter inzage liggen.4. Belanghebbenden kunnen van deze
                    stukken afschriften verkrijgen tegen vergoeding van tenhoogste de kosten.5. Voor
                    zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede
                    lidachterwege worden gelaten.6. Het bestuursorgaan/beroepsorgaan kan al dan niet
                    op verzoek van een belanghebbende,toepassing van het tweede lid verder
                    achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtigeredenen is geboden. Van
                    de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.7. Gewichtige redenen
                    zijn in elk geval niet aanwezig, voor zover op grond van de WOB de
                    ver-plichtingbestaat een verzoek om informatie vervat in deze stukken in te
                    willigen.8. Als een gewichtige reden ligt in de vrees voor schade aan de
                    lichamelijke of geestelijke ge-zondheidvan een belanghebbende, kan inzage van de
                    desbetreffende stukken worden voorbehoudenaan een gemachtigde die advocaat of
                    arts is.Volgens de parlementaire geschiedenis moet voor het aannemen van
                    geheimhoudingsredeneneen sterkere grond aanwezig zijn dan de in de WOB opgenomen
                    weigeringsgronden (zie ook: Rb.Den Haag, 19 februari 1996, AWB katern 1996, 43).
                    In de bezwaarschriftprocedure is voor inzagein en geheimhouding van stukken niet
                    de WOB, maar artikel 7:4 van de AWB van toepassing (Rb.Alkmaar, 20 oktober 1997,
                    Belastingblad 1998, 7).Artikel 7:81. Op verzoek van de belanghebbende kunnen
                    door hem meegebrachte getuigen en deskundi-genworden gehoord.2. De kosten van
                    getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de belanghebbende die henheeft
                    meegebracht.Het aanwezig zijn van partijen bij het horen van getuigen in de
                    bezwaarschriftprocedure is eenbeginsel van goede procesorde (JG 2000/122).</al><al>Artikel 12 – QuorumDit artikel spreekt voor zich. Er is geen wettelijk bezwaar
                    tegen het horen in het kader van debezwaarprocedure door de voorzitter en één
                    lid van de adviescommissie, terwijl advisering doorde voltallige commissie heeft
                    plaatsgevonden (ABRS 2 maart 2000, GS 2000/ 7119, 5). In deGemeentestem 2008,
                    nr. 101 is een artikel verschenen van mr. H. Piefers: “Horen en adviserendoor
                    een onvolledige Commissie Bezwaarschriften”.</al><al>Artikel 13 – Geen deelneming aan de behandelingDit artikel behoeft geen
                    toelichting. Zie ook artikel 2:4 van de AWB. Ook al is de voorzitter
                    formeelonafhankelijk, dan staat daarmee nog niet vast dat automatisch ook op
                    inhoudelijk vlak van niet-vooringenomenheidsprake is (Rb. Leeuwarden 8 februari
                    1996, JB, 3 (1996), 100).</al><al>Artikel 14 – Openbaarheid zittingOp grond van artikel 7:5, tweede lid van de AWB
                    besluit het bestuursorgaan voor zover niet bijwettelijk voorschrift anders is
                    bepaald of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13,vierde lid AWB
                    wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend. In de desbetreffende
                    ver-ordeningsbepalingis vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het
                    openbaar plaatsvindt. Uitzonderingop deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld
                    als bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,medische of financiële aard of
                    andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.De zitting moet
                    worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die op grond
                    vanartikel 16 van de verordening achter gesloten deuren plaatsvindt. Ingeval de
                    Commissie Be-zwaarschriftenadviseert over bezwaren op grond van de Wet werk en
                    bijstand en de Wet maatschappelijkeondersteuning vinden de zittingen achter
                    gesloten deuren plaatsvinden.</al><al>Artikel 15 – Schriftelijke verslagleggingArtikel 7:7 van de AWB vereist zeer
                    kort en bondig dat van het horen een verslag wordt gemaakt.De wijze waarop en de
                    inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de AWB geregeld.Dit
                    staat overigens niet in de weg dat in de verordening een vaste procedure wordt
                    opgenomen.Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van
                    al het aanwezige publiek naamen hoedanigheid wordt opgenomen. Wel moet uit het
                    verslag duidelijk blijken wie namens welkepartij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht. Gezien de betekenis van de hoorzit-tingin het kader van
                    de besluitvorming in de bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewelniet
                    voorgeschreven in de AWB) dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig
                    met de beslissingop het bezwaar aan belanghebbenden wordt toegezonden. Het
                    verslag speelt ook een rol in deraadkamer en bij het advies. Als een lid afwezig
                    is geweest bij het horen en de stemmen staken inde adviescommissie, hoeft bij de
                    hernieuwde behandeling in de commissie niet opnieuw gehoordte worden (CRvB, 2
                    april 1996, AB 1997/23).</al><al>Artikel 16 – Nader onderzoekEen nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan
                    het licht brengen die op het moment vande zitting nog niet bekend waren. Dit kan
                    aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerendorgaan opnieuw te horen. De
                    desbetreffende bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissiete verzoeken
                    daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 van de AWB wordt bepaald
                    datals het in het hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreffen die
                    voor de op bezwaar tenemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit
                    aan belanghebbenden wordt meege-deelden dat zij opnieuw in de gelegenheid worden
                    gesteld te worden gehoord (rechtsbeginselhoor en wederhoor). Is de nieuwe
                    informatie niet van aanmerkelijk belang dan kan ervoor geko-zenworden om de
                    belanghebbenden in de gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na
                    dehoorzitting gehouden telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader
                    onderzoek (Nationaleombudsman 9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige
                    procedure houdt ook in dat het bestuurs-orgaanzich niet rechtstreeks tot de
                    adviescommissie kan wenden zonder dat de andere belang-hebbendenin de
                    gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te ma-ken(Rb.
                    Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311).</al><al>Artikel 17 – Raadkamer en adviesZie ook de toelichting bij artikel 14. De
                    hoorzitting is in principe openbaar; de hier bedoelde be-raadslagingvindt achter
                    gesloten deuren plaats. Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor diegevallen
                    waarin het vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid
                    vaneen of meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de
                    toepassing van artikel 13)tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen
                    bestaat. Het horen kan plaatsvinden dooreen niet-voltallige commissie (zie onder
                    12); de advisering moet plaatsvinden door een commissiedie voldoet aan de eisen
                    van artikel 7:13, eerste lid, onder a van de AWB.Hoe het advies tot stand komt,
                    is niet voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB21 oktober
                    1999, AB 2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer
                    AWB00/8620 en 00/8621).Advisering door de voorzitter en één lid van de
                    hoorcommissie is in strijd met artikel 7:13, eerstelid, onder a van de AWB (Raad
                    van State, Afdeling bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257).Een
                    adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde)
                    beslisbevoegdheidkrijgen, (Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak
                    06-01-1997).In 2002 is de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures in werking
                    getreden. Deze wet bevat eenregeling voor de vergoeding van de kosten die een
                    belanghebbende maakt bij de behandelingvan een door hem ingediend bezwaar- of
                    administratief beroepschrift. De bepalingen zijn opge-nomen in artikel 7:15,
                    7:28 en 8:75 van de AWB. Een verzoek om vergoeding van de kosten moetworden
                    gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar of administratief beroep heeft
                    beslist.Doorgaans wordt een dergelijk verzoek in het bezwaarschrift of mondeling
                    tijdens de hoorzittinggedaan. De Commissie Bezwaarschriften adviseert in dat
                    geval ook over dit verzoek en geeft aanof er recht is op een vergoeding en zo ja
                    over de hoogte van het bedrag. Dit laatste kan wordenontleend aan het Besluit
                    proceskosten bestuursrecht.</al><al>Artikel 18 – Uitbrengen advies en verdagingVolgens artikel 7:13, zesde lid van
                    de AWB maakt in de bezwaarschriftprocedure het verslag vande hoorzitting deel
                    uit van het advies van de commissie en wordt het schriftelijk uitgebracht.
                    Debeslistermijn bedraagt op grond van artikel 7:10 van de AWB twaalf weken,
                    behalve in het gevalvan opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De desbetreffendebepaling verlangt van de voorzitter dat als hij
                    voorziet dat de termijn zoals hiervoor bedoeld nietwordt gehaald, hij tijdig het
                    bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.Het besluit tot
                    verdaging is een beschikking. Op grond van artikel 7:14 van de AWB zijn
                    artikel3:41 tot en met 3:45 van de AWB, die de wijze van bekendmaking en
                    mededeling van besluitenregelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40
                    van de AWB is wel van toepassing. Dit arti-kel bepaalt dat een besluit niet in
                    werking treedt voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor dehand in verband
                    hiermee ook belanghebbenden een afschrift van het verdagingsbesluit toe
                    tezenden.Afronding van de procedureDe verordening spitst zich toe op de
                    behandeling van bezwaarschriften en eindigt ermee – zieartikel 18 – dat door de
                    commissie schriftelijk advies wordt uitgebracht aan het bestuursorgaandat op het
                    bezwaarschrift moet beslissen.In de artikelen 7:11 (bezwaarschrift) van de AWB
                    is geregeld wat er daarna moet gebeuren. Alshet bezwaar ontvankelijk is, moet op
                    grondslag daarvan een heroverweging van het bestredenbesluit plaatsvinden. Is
                    een bezwaarschrift niet ontvankelijk, dan wordt aan heroverweging
                    niettoegekomen. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept
                    het bestuursorgaanhet bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats
                    daarvan een nieuw besluit. Ditnieuwe besluit treedt daarmee in de plaats van het
                    oorspronkelijke (bestreden) besluit.Omdat in het verleden bestuursorganen nogal
                    eens bij de beslissing op bezwaarschriften loutertoetsten op rechtmatigheid is
                    in het eerste lid van artikel 7:11 vastgelegd dat het om een herover-weging
                    gaat. Dat betekent dat de toetsing niet beperkt moet blijven tot vragen van
                    rechtmatigheid,maar binnen de grenzen van de wet zich ook moet uitstrekken tot
                    beleidsmatige en bestuurlijkeaspecten. De heroverweging moet ex nunc
                    plaatsvinden, dat wil zeggen dat rekening moet wor-den gehouden met inmiddels
                    gewijzigde feiten en omstandigheden. De feiten en omstandighedenvan het moment
                    waarop het nieuwe besluit wordt genomen zijn van belang. Daarnaast moet de
                    heroverweging op grondslag van het bezwaar geschieden. Hieruit vloeit voort dat
                    die onderdelen van het besluit die geheel los van de aangevoerde bezwaren staan,
                    in beginselbuiten beschouwing blijven.Het bestuursorgaan moet daarbij de naar
                    voren gebrachte bezwaren voldoende ruim naar hunstrekking opvatten. Als
                    bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting blijkt dat deze ondanks een
                    beperkteomschrijving in het bezwaarschrift ruimer bedoeld zijn, moet daarmee
                    rekening worden gehou-den.Verder is het de bedoeling van deze bepaling dat geen
                    verslechtering van de positie van degenedie het bezwaarschrift indient tijdens
                    de bezwaarschriftenprocedure mag optreden (verbod vanreformatio in peius).
                    Natuurlijk staat dit niet in de weg dat als een derde bezwaar maakt
                    tegenbijvoorbeeld een afgegeven vergunning, die bezwaren gehonoreerd kunnen
                    worden. Dit is hetwezen van de bezwaarschriftenprocedure en niet in strijd met
                    genoemd beginsel. In artikel 7:12van de AWB is voorgeschreven dat de beslissing
                    op het bezwaarschrift moet berusten op eendeugdelijke motivering die bij de
                    bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij is hetvan belang dat als
                    van het advies van de commissie wordt afgeweken in de beslissing de redenvan die
                    afwijking wordt vermeld en het advies met de beslissing wordt meegezonden. Ten
                    slottewordt verwezen naar artikel 6:23 van de AWB waarin wordt voorgeschreven
                    dat als beroep kanworden ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar, daarvan
                    bij de bekendmaking van de be-slissingmelding wordt gemaakt. Daarbij moet worden
                    aangegeven door wie, binnen welke termijnen bij welk orgaan beroep kan worden
                    ingesteld.</al><al>Artikel 19 – JaarverslagIn de praktijk blijkt dat de Commissie Bewaarschriften
                    jaarlijks verslag uitbrengt aan de raad, hetcollege en de burgermeester over
                    haar werkzaamheden. De invulling van dit verslag is aan decommissie gelaten.
                    Voor de hand ligt dat wordt aangegeven welke aantallen bezwaren zijn
                    inge-diend,wat de werkvoorraad was bij aanvang van het kalenderjaar, hoeveel
                    adviezen zijn uitge-bracht, wat de adviezen inhielden (niet-ontvankelijk,
                    (deels) gegrond et cetera) of het bestuursor-gaancontrair heeft besloten, in
                    welke gevallen beroep wordt ingediend en wat de uitkomst van ditberoep is. In
                    geval er een klacht is ingediend tegen de Commissie Bezwaarschriften wordt dit
                    inhet jaarverslag vermeld. Het jaarverslag is ook een instrument voor de
                    commissie om aan debestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op
                    het gebied van juridische kwaliteit.</al><al>Artikel 20 – Intrekking oude regelingDit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 21 – InwerkingtredingIn artikel 139 tot en met 144 van de Gemeentewet
                    zijn de bekendmaking en inwerkingtreding vanbesluiten die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden geregeld. De bepalingen over be-kendmakingen mededeling
                    van besluiten zoals opgenomen in afdeling 3.6 van de AWB zijn nietvan toepassing
                    op algemeen verbindende voorschriften (zie artikel 3:1 van de AWB; dat
                    aangeeftdat op besluiten, die algemeen verbindende voorschriften inhouden, van
                    dat hoofdstuk slechtsafdeling 2 tot en met 4a van toepassing zijn en wel voor
                    zover de aard van de besluiten zich daar-tegenniet verzet). Besluiten van het
                    gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschrifteninhouden, verbinden niet
                    dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. De bekendmaking geschiedt doorplaatsing in
                    het gemeenteblad of in een andere door de gemeente algemeen verkrijgbaar
                    gestel-de uitgave (huis-aan-huisblad of plaatselijk dagblad).</al><al>Artikel 22 – CiteertitelDeze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                    Commissie Bezwaarschriften Elburgen Nunspeet. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>