<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134662_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Nunspeet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis 18-10-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Nunspeet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Nunspeet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nunspeet;gelet op artikel 16 van de
                        Gemeentewet;besluit vast te stellen de volgende regeling:Reglement van orde
                        voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeente-raadvan
                        Nunspeet </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:a. voorzitter: de voorzitter van
                            de raad of diens vervanger;b. amendement: voorstel tot wijziging van een
                            ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar devorm geschikt om daarin
                            direct te worden opgenomen;c. subamendement: voorstel tot wijziging van
                            een aanhangig amendement, naar de vorm geschiktom direct te worden
                            opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;d. motie: korte
                            en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens
                            ofverzoek wordt uitgesproken;e. voorstel van orde: voorstel betreffende
                            de orde van de vergadering;f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een
                            verordening of een ander voorstel voortkomend uit deraad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:a. het leiden van de vergadering;b. het
                            handhaven van de orde;c. het doen naleven van het reglement van orde;d.
                            hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoeaangewezen plaatsvervangend griffier. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De griffier kan, wanneer daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen alsbedoeld in dit reglement deelnemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deelte laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters. De griffier is in elke ver-gadering van het
                                seniorenconvent aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                                seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het senioren-convent vervangt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de leden van de commissie Algemeen
                                Bestuur, als bedoeldin artikel 2, eerste lid onder a van de
                                Verordening op de raadscommissies gemeenteNunspeet 2006. De
                                voorzitter van de raad kan de vergaderingen van de
                                agendacommissiebijwonen. De griffier of zijn vervanger is in elke
                                vergadering van de agendacommissie aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter van de commissie Algemeen Bestuur is voorzitter van de
                                agendacommissie. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de
                                agenda’s van de gemeen-teraadsvergaderingen,met inbegrip van het
                                aanwijzen van de zogenaamde hamerstukken,het doen van voorstellen
                                aan de gemeenteraad over de procedurele afhandelingvan de ingekomen
                                stukken en aanbevelingen te doen aan de raad inzake de
                                organisatievan de werkzaamheden van de raad en van zijn commissies.
                            </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de
                                gemeentesecretaris uit te nodigenvoor een vergadering van de
                                agendacommissie. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                agendacommissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaandeuit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekkinghebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)
                                stembu-reau. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad endoet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                                verslag wordt ook melding gemaakt van eenminderheidsstandpunt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerstevergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet,de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lidvan de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist omde voorgeschreven eed of
                                verklaring en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie inge-steldwelke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Dewerkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozenzijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                                zitting als één fractie beschouwd. Is onder eenlijstnummer slechts
                                één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie
                                beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                                fractie in de raad dezeaanduiding als naam. Wanneer geen aanduiding
                                boven de kandidatenlijst was geplaatst, deeltde fractie in de eerste
                                vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze
                                fractiein de raad wil voeren. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optredenworden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.a. Als:– één of meer leden van een fractie als
                                zelfstandige fractie gaan optreden;– twee of meer fracties als één
                                fractie gaan optreden;– één of meer leden van een fractie zich
                                aansluiten bij een andere fractie;wordt hiervan zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.b. Met de onder a
                                beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang
                                vande eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                                daarvan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de
                                    laatste donderdag van demaand, vangen aan om 19.30 uur en worden
                                    gehouden in het gemeentehuis te Nunspeet. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg met de agendacommissie of het seniorenconvent.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste acht dagen voor een vergadering
                                    de leden van de raad eenschriftelijke oproep onder vermelding
                                    van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25,eerste en tweede lid van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met
                                    deschriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep totuiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Dezewordt met
                                    de daarbijbehorende stukken aan de leden van de raad verzonden
                                    en openbaargemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van deraad of de voorzitter kan de raad bij
                                    de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agendatoevoegen
                                    of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereidacht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingenof
                                    advies vragen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>De agendacommissie of het seniorenconvent kan een of meer wethouders
                                uitnodigen, al dan nietop zijn/hun verzoek, om in de vergadering
                                aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel tenemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, wordengelijktijdig met het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuister
                                    inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep
                                    stukken ter inzage wordengelegd, wordt hiervan mededeling gedaan
                                    aan de leden van de raad en zo mogelijk in eenopenbare
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid van de Gemeentewet ge-heimhoudingis opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berustingvan de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een plaatselijk
                                    huis-aan-huisbladen of op de voorafkondigingen in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                    websitewww.nunspeet.nl openbaar gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:a. de datum, aanvangstijd en
                                    plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering;b. de
                                    wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering
                                    behorende stukken kaninzien; </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                    wanneer digitaal beschikbaar,op de website van de gemeente
                                    geplaatst. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het eindevan elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastge-steld.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitterna overleg met de
                                    agendacommissie bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode
                                    van deraad aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg met de agendacommissieof het seniorenconvent.
                                </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als
                                    het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad
                                    blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is,bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgen-de vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ambtsgebed</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Direct na opening van de vergadering spreekt de voorzitter het
                                    openingsgebed uit. Aan heteinde van de vergadering wordt het
                                    dankgebed uitgesproken, waarna de voorzitter de
                                    openbarevergadering sluit. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter nodigt de leden van de raad uit het openings- en
                                    dankgebed staande aan te horen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De formulering van het openings- en dankgebed wordt vastgesteld
                                    door het seniorenconvent.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>De volgorde van stemmen wordt op het moment van stemming door de
                                voorzitter bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst, een verslag en de besluitenlijstvan de
                                    vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van deraad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep. De besluitenlijst wordt binnen
                                    zevendagen na de raadsvergadering toegezonden aan de raadsleden.
                                </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, als het conceptverslag onjuistheden bevat of niet
                                    duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel
                                    tot verandering moet voor deaanvang van de vergadering bij de
                                    griffier worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verslag bevat ten minste:a. de namen van de voorzitter, de
                                    griffier, de secretaris, de wethouders en de ter
                                    vergaderingaanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig
                                    waren en overige personen die hetwoord gevoerd hebben;b. een
                                    vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;c. een
                                    zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de
                                    namen van de aanwe-zigendie het woord voerden;d. een overzicht
                                    van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                                    hoofdelijke stemmingvan de namen van de leden die voor of tegen
                                    stemden, onder aantekening van de namenvan de leden die zich
                                    overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthoudenof
                                    zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;e. de tekst
                                    van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen,
                                    voorstellen van orde, moties,amendementen en subamendementen;f.
                                    bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wiehet op grond van het bepaalde in artikel 26
                                    door de raad is toegestaan deel te nemen aande beraadslagingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                                    waarna dit door de voorzitteren de griffier wordt ondertekend.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan deraad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    enter inzage gelegd. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van de agendacommissie de wijze van
                                    afdoening van de ingekomenstukken vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen,tenzij de raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerpof voorstel. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:a. de rapporteur van een
                                    commissie;b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                    initiatiefvoorstel heeft ingediend, watbetreft dat amendement,
                                    die motie of dat voorstel. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeftgevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwe-zigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzija. de
                                    voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                    reglement te herinneren;b. een lid hem interrumpeert. De
                                    voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                    interruptieszijn betoog zal afronden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                    veroorlooft, afwijkt van het inbehandeling zijnde onderwerp, een
                                    andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins
                                    de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde
                                    geroepen. Als de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft,
                                    kan de voorzitter hem gedurende de vergadering,waarin zulks
                                    plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalentijd schorsen en - als na de heropening
                                    de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meeronderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten deberaadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de
                                    ledende gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadatde schorsingsperiode
                                    verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, dewethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomenalvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid hetrecht zijn stemgedrag te motiveren.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hijde beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over
                                    eventuele amendementen,de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemmingwordt
                                    gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter hetvoorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Als geen
                                    stemming wordt gevraagd en ookde voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemmingis aangenomen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                    verslag vragen, dat zij geachtwillen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet
                                    vanstemming te hebben onthouden. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij
                                    naam op hun stem uit te brengen.De stemming begint bij het lid
                                    dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen.
                                    Vervolgensgeschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                    presentielijst. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelnemingaan de stemming op grond van artikel
                                    28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uitte brengen.
                                </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’
                                    uit te spreken, zonder enigetoevoeging. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellenvoordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dankan
                                    hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                    gemaakt wel aantekeningvragen dat hij zich heeft vergist; in de
                                    uitslag van de stemming brengt dit echter geen verande-ring.
                                </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantalvoor en tegen uitgebrachte stemmen.
                                    Hij doet daarbij ook mededeling van het genomen besluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                    eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                    deregel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemmingwordt gebracht. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstelgestemd en vervolgens over de
                                    motie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen vaneen voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau.
                                </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemmingmoet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek
                                    tezijn. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aante bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                    stemmingenworden samengevat op één briefje. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal ledendat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de
                                    aantallenniet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd
                                    zonder deze te openen en wordt een nieuwestemming gehouden.
                                </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewetworden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                    hebbeningeleverd. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van devoorzitter. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslagvernietigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordttot een tweede stemming overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen,heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming demeeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmenover meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussenwelke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moetplaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze ge-vouwen,in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam opdit briefje voorkomt, is
                                    gekozen. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Eenamendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelente splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagdkan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad, die de presentielijstgetekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid isingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement). </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                                te kunnen wordenschriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudigekarakter van het
                                voorgestelde -oordeelt dat met een mondelinge indiening kan
                                wordenvolstaan. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvormingdoor de raad heeft plaatsgevonden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitterworden ingediend </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met deberaadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaatsnadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raadheeft plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstelvan orde doen dat kort kan worden toegelicht.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij devoorzitter worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij deschriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op deagenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                                wordthet initiatiefvoorstel in stemming gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellenen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad
                                oordeelt dat:a. het voorstel met het oog op de orde van de
                                vergadering tezamen met een ander geagendeerdvoorstel of onderwerp
                                moet worden behandeld;b. het voorstel eerst moet worden behandeld in
                                een raadscommissie;c. het voorstel voor advies naar het college moet
                                worden gezonden. In dit geval bepaalt deraad in welke vergadering
                                het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een voorstel, niet zijndeeen voorstel voor een verordening. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een wethouder, zijn debepalingen in dit artikel niet van toepassing.
                                Een dergelijk voorstel kan na instemming van deraad terstond aan de
                                agenda toegevoegd worden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsverga-dering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aanhet college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuwgeagendeerd
                                wordt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van devoorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergaderingschriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van hetonderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te
                                stellen vragen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overigeleden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgendevergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raadbepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie
                                zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, deburgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlofgeeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedigmogelijk ter kennis van de overige leden van
                                de raad en het college of de burgemeester wordengebracht. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen,nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in deeerstvolgende
                                raadsvergadering. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan
                                plaatsvinden,stelt het verantwoordelijk lid van het college of de
                                burgemeester de vragensteller hiervangemotiveerd in kennis, waarbij
                                de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
                                zalplaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffieraan de leden van de raad toegezonden.
                            </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering enbij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op deagenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeesterof door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
                                anders beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan het begin van iedere raadsvergadering is er een mondeling
                                vragenhalfuur. In bijzonderegevallen kan de agendacommissie of het
                                seniorenconvent bepalen dat het vragenhalfuur opeen ander tijdstip
                                wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
                                vragenhalfuureindigt. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuurtje vragen wil
                                stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste 24
                                uur voor aanvang van het vragenhalfuurtje bij de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuuraan de orde worden gesteld. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller,
                                voor de wethouders,voor de burgemeester en voor de overige leden van
                                de raad bepalen. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een
                                of meer vragen aanhet college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewensthet woord om aanvullende vragen te stellen.
                            </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aande vragensteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Vragen die niet in dezelfde vergadering kunnen worden beantwoord,
                                worden schriftelijk danwel mondeling in de eerstvolgende
                                raadsvergadering dan wel in een commissievergaderingbeantwoord.
                            </al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interruptiestoegelaten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld
                                in de artikelen 169, derdelid, en 180, derde lid van de Gemeentewet
                                verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussen-komst van de
                                griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoekkrijgen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin deantwoorden zullen worden gegeven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, debehandeling en de vaststelling van de begroting volgens
                            een procedure die de raad, op voorstelvan de agendacommissie of het
                            seniorenconvent, vaststelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoekvan de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van eeneventueel indemniteitsbesluit
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van de agenda-commissie
                            of het seniorenconvent, vaststelt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraadis aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van eenander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelin-gen,heeft het recht (om in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukkenòf voor het sluiten
                                van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                                algemeenbestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kande voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende commissie. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragenstellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn
                                vanovereenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoordingwenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaandaarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                42, zijn van overeen-komstigetoepassing. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin deraad één van zijn leden heeft benoemd.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepas-singvoorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor deleden ter inzage. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden.Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken vandit verslag. Het
                                vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lidvan de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhoudingzal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel86, tweede en derde lid van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffenwordt, als daarom
                            wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in
                            eenbesloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde isverboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldre-gistratieswillen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijnaanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik,alsmede het standby houden van mobiele telefoons
                            of andere communicatiemiddelen, die inbreukkunnen maken op de orde van
                            de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toege-staan.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het re-glement,beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op 1 oktober 2006.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                                van de raad van de ge-meente Nunspeet, vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 25 april 2002 (nadien gewijzigd bij raadsbesluit van 23 mei
                                2003). </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                        de</titel></kop><al>Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                    degemeenteraad van NunspeetAlgemene toelichtingNa vier jaar ervaring met de
                    duale werkwijze van de raad is het goed om het reglement van ordekritisch te
                    bekijken. Het modelreglement is opgesteld begin 2002 vooruitlopend op de
                    inwerking-tredingvan de gewijzigde Gemeentewet. Gebleken is dat, hoewel het
                    model in grote lijnen voldoet,deze op enkele punten bijstelling behoeft. De
                    belangrijkste wijzigingen zijn: de nummering isaangepast en is nu doorlopend;
                    het spreekrecht voor burgers is verwijderd uit het modelreglementvan orde en
                    heeft meer nadruk gekregen in de verordening op de raadscommissies; de term
                    se-niorenconventis in het model vervangen door de term presidium, maar in het
                    Nunspeetse modelis de term van seniorenconvent gehandhaafd; introductie van de
                    agendacommissie; de bepalingover notulen is aangepast, aansluiting bij
                    terminologie uit Gemeentewet en opname van beslui-tenlijstvan de
                    raadsvergadering; deregulering: schrappen spreekregels, volgorde sprekers en
                    degedetailleerde uitwerking van het stembriefje; opname van een bepaling voor
                    het geloofsbrieven-onderzoekvan de wethouder en de mogelijkheid van direct
                    ontslag van een wethouder na eenmotie van wantrouwen.Enkele kleinere
                    aanpassingen liggen op het vlak van het op logischere wijze invullen van bijv.
                    degriffier of het seniorenconvent waar voorheen werd gesproken van de
                    voorzitter; wat minder for-meelomgaan met bijvoorbeeld de aanwezigheid van een
                    wethouder bij de vergadering; het opnemendat stukken op internet geplaatst
                    worden als service aan de burger (hoewel wettelijk nietverplicht) en het met
                    name noemen van de burgemeester als bestuursorgaan waar voorheengemakshalve over
                    college werd gesproken. Uiteraard is er sprake van een modelreglement. Hetis aan
                    de raad om te bepalen welke bepalingen zij wel of niet wil opnemen in haar
                    reglement.</al><al>Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingenArtikel 1 - BegripsomschrijvingenOnder
                    ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd. De omschrijving van
                    de ter-menamendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als in de artikelen
                    147a en 147b van deGemeentewet.Artikel 2 - De voorzitterDe burgemeester is
                    voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid van de Grondwet en artikel 9
                    vande Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is
                    bepaald dat het langstzit-tenderaadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij
                    verhindering of ontstentenis van de burgemees-ter.Als twee raadsleden even lang
                    zitting hebben, is de oudst in jaren degene die hetraadsvoorzitterschap
                    waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezenvoor een
                    andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van
                    deGemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als
                    voorzitter zorgt hij on-derandere voor de handhaving van de orde in de
                    vergadering.Artikel 3 - De griffierDe raad is verplicht een griffier te benoemen
                    (artikel 100 Gemeentewet). De griffier is in eersteinstantie verantwoordelijk
                    voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering vande raad
                    aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt
                    (artikel107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen.
                    In verband met artikel 22Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een
                    bepaling opgenomen met betrekking tothet deelnemen van de griffier aan de
                    beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent debeëdiging, woonplaats et
                    cetera zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter gere-geldkan
                    worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. In de
                    instructie voorde griffier zijn de taken van de griffier uitgewerkt.Artikel 4 -
                    De secretarisDe secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning
                    van het college en het leidenvan de ambtelijke organisatie. In het kader van die
                    twee taken kan het ook wenselijk zijn dat desecretaris deelneemt aan de
                    beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemden ontslagen door
                    het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in
                    deraad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college
                    de secretaris op-draagtin de vergadering aanwezig te zijn om aan de
                    beraadslagingen deel te nemen. Op dezewijze kan de raad onder meer een beroep
                    doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit ofkan de secretaris
                    bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de
                    ambte-lijkeorganisatie.Artikel 5 - Het seniorenconventHet begrip seniorenconvent
                    is in het reglement gehandhaafd. Het seniorenconvent bestaat uit
                    defractievoorzitters en de voorzitter van de raad en vergadert in de regel in
                    beslotenheid. In het seniorenconventkunnen college en de burgemeester met de
                    fractievoorzitters onderling in voorkomendesituaties gevoelige informatie
                    uitwisselen.Artikel 6 - De agendacommissieDe agendacommissie vervult een
                    procedurele rol bij de voorbereiding van de raadsvergadering.Dan gaat het om het
                    vaststellen van de agenda en de plaats en het tijdstip van niet reguliere
                    ver-gaderingen.Verder heeft de agendacommissie tot taak het voorlopig
                    vaststellen van de raadsagenda,met inbegrip van het aanwijzen van hamerstukken,
                    het doen van voorstellen aan de gemeente-raadover de wijze van afdoening van
                    ingekomen stukken en aanbevelingen aan de raadte doen inzake de organisatie van
                    de werkzaamheden van de raad en van zijn commissies. Deagendacommissie is uit
                    efficiencyoverwegingen geïntegreerd in de raadscommissie AlgemeenBestuur.</al><al>Hoofdstuk 2 - Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fractiesArtikel
                    7 - Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethoudersMet de geloofsbrief
                    geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis vanzijn
                    benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële
                    regeling eenmodel vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de
                    benoeming aanneemt (artikel V2Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn
                    benoeming aanneemt worden aan de raad stuk-kenoverlegd waaruit blijkt dat de
                    benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelatente worden. Dit
                    omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de
                    openbarebetrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de GBA met zijn
                    woonplaats, geboorteplaats en –datum, en (wanneer niet-Nederlander) stukken
                    waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten vanartikel 10, lid 2 Gemeentewet
                    (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet ineen openbare
                    vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15,
                    derdelid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen
                    opgenomen overal dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de
                    geloofsbrieven onderzoek brengtverslag uit. Dit kan zowel mondeling als
                    schriftelijk.De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de
                    voorzitter een commissie in-stelt,die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek
                    verricht nadat de voorzitter van het centraalstembureau nieuwe leden heeft
                    benoemd. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoeknaar het verloop van de
                    verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de
                    eerstesamenkomst van de nieuwe raad na verkiezingen. Het onderzoek van de
                    geloofsbrief strekt zichniet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en
                    van de lijstverbindingen.Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad
                    over de toelating van zijn leden. Daarbij is ereen verschil in de procedure bij
                    de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van eentussentijdse
                    vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste
                    vergaderingvan de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte
                    afleggen. De voorzitter zalhen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse
                    vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofteaansluitend aan de
                    beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid
                    plaatsvin-den.De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij
                    het aanvaarden van hetraadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de
                    Gemeentewet vastgelegd.De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de
                    beslissing tot toelating als lid van deraad is vervallen door inwerkingtreding
                    van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2002.Het vijfde lid geeft invulling
                    aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het
                    geloofs-brievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen
                    gekozen volksvertegenwoordigeris, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De
                    Gemeentewet geeft wel aan welke formeleeisen gesteld worden aan een wethouder
                    maar niet op welk moment deze getoetst worden.De formele eisen voor het
                    wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voorhet
                    raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de
                    hand om voorhet benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek
                    naar de geloofsbrieven inte stellen. Vandaar dat er een vijfde lid aan dit
                    artikel is toegevoegd. Dit artikel is ook van toepas-singals er geen wethouder
                    van buiten maar uit de raad wordt benoemd: de incomptabiliteiten ennevenfuncties
                    dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.Een raadslid dat benoemd wordt tot
                    wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven vanzijn opvolger zijn
                    goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 Gemeentewet). In het geval de coalitie in de
                    raadeen meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als
                    raadslid ontslag te nemenen een nieuw raadslid te benoemen. De beoogde wethouder
                    mag immers niet meestemmen overzijn eigen benoeming. Het vooraf ontslag nemen
                    als raadslid is wel een risico. Het kan immersgebeuren dat deze persoon of niet
                    tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven nietworden
                    goedgekeurd.Artikel 8 - FractiesIn een aantal gevallen blijkt behoefte te
                    bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moetworden verstaan. De
                    Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in arti-kel33,
                    tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde
                    groeperingen (rechtop fractie-ondersteuning). In veel gemeenten bestaan
                    regelingen ten aanzien van vergoedingenaan fracties, faciliteiten voor fracties,
                    fractieassistentie, et cetera. In deze nadere regelingen kanworden aangesloten
                    bij het in dit reglement opgenomen fractiebegrip.Bij de aanvang van de eerste
                    zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden dieop dezelfde
                    lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de
                    vergaderingvan de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden
                    staan. Op deze wijze is derelatie tussen de fractie in de raad en de fractie op
                    de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Hetkan echter voorkomen dat een
                    fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. Ineen dergelijk
                    geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.In de loop van
                    een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het
                    beëindigenvan de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                    Raadsleden kunnen ongeneeslijkziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te
                    weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijner nog vele redenen denkbaar. In
                    een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstellingvan de fractie
                    plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het
                    is ookmogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een
                    fractie stapt. Hij kan als zelf-standigefractie verdergaan of zich aansluiten
                    bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van onskiesstelsel is dat
                    volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een
                    kandidaatwordt door de voorzitter van het stembureau benoemd).De Kieswet gaat
                    niet uit van politieke partijen, een zetel ‘hoort’ dan ook niet bij een partij
                    maar isverbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid
                    heeft om tussentijdsvan fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook
                    kan een fractie besluiten om haarnaam te veranderen. Dit staat de fractie vrij
                    om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft deraad geen zeggenschap over
                    wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties ende
                    naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de
                    voorzit-tervan de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de
                    eerstvolgende vergaderingnadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden
                    met de nieuwe situatie.Gevolg van fractieafsplitsing en ontstaan nieuwe fractie
                    is ook dat de nieuwe fractie leden moetvoordragen voor commissies, lid wordt,
                    als fractievoorzitter van de agendacommissie, fractieon-dersteuninget
                    cetera.</al><al>Hoofdstuk 3 - VergaderingenParagraaf 1 - Tijd van vergaderen;
                    voorbereidingenArtikel 9 - Tijd en plaats van vergaderenIngevolge artikel 17 van
                    de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten envoorts als
                    de burgemeester het nodig oordeelt of als ten minste een vijfde van het aantal
                    ledenvan de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede
                    lid brengt tot uitdruk-kingdat de voorzitter in het bepalen van een andere dag
                    en ander aanvangsuur zoveel mogelijkoverleg pleegt met de agendacommissie. Op
                    deze wijze houdt de agendacommissie ook bij ver-gaderingen,die niet op het
                    gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip ende
                    plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van
                    gemeenschappelijk be-lang,omdat het merendeel van de raadsleden het
                    raadslidmaatschap combineert met een andere(on)betaalde functie.Artikel 10 -
                    OproepIn artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de
                    burgemeester de leden van deraad schriftelijk uitnodigt voor de
                    vergadering.Artikel 11 - AgendaDe agendacommissie stelt de voorlopige agenda van
                    de raadsvergadering vast. Het versturenvan de agenda en stukken is geregeld in
                    artikel 10. Dit is echter een voorlopige agenda. In dedagelijkse praktijk van de
                    gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om een week voor de vergade-ringeen
                    agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een
                    dergelijke situatiekan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke
                    oproep zo nodig een aanvullende agendaen stukken rondsturen. Dit kan echter niet
                    tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk tweedagen voor de aanvang van de
                    vergadering.Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven
                    in de opstelling van de raads-agenda.Individuele raadsleden kunnen via hun
                    fractievoorzitter in de agendacommissie onderwerpenvoor de agenda voordragen.
                    Zij kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergaderingeen voorstel doen om
                    onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren.Daarmee
                    kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen
                    op devaststelling van de agenda.Het derde lid vloeit voort uit de verplichting
                    van het college om de raad van voldoende informatiete voorzien. Als de raad niet
                    voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een on-derwerp,is het
                    niet gewenst dat de raad zich over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk
                    gevalheeft de raad de mogelijkheid, het onderwerp naar een commissie te
                    verwijzen of aan het collegenadere inlichtingen of advies te vragen. Het laatste
                    lid regelt dat de raad op verzoek van een lid ofop voorstel van de voorzitter de
                    volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen.Voorstellen aan de
                    raad kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. In de eerste plaats zijn dit
                    hetcollege en de burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden initiatiefvoorstellen
                    indienen. Deagendacommissie kan voorstellen doen die te maken hebben met de
                    organisatie en de werk-zaamhedenvan de raad.Artikel 12 - De wethouderArtikel 12
                    is een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid van de Gemeentewet. Dit
                    artikelvoorziet in de mogelijkheid dat wethouders door de raad worden
                    uitgenodigd om ter vergaderingaanwezig te zijn. Het gebruik van het werkwoord
                    ‘uitnodigen’ geeft aan dat een wethouder kanweigeren te verschijnen in de raad.
                    In de praktijk zal dat echter niet waarschijnlijk zijn, omdat eendergelijke
                    weigering door de raad kan worden uitgelegd als een weigering inlichtingen te
                    ver-schaffenof verantwoording af te leggen met alle mogelijke onaangename
                    politieke gevolgen vandien voor de betrokken wethouder. Gelet op de frequentie
                    van de raadsvergaderingen zullenveelal zaken uit alle portefeuilles aan de orde
                    komen, zodat in de praktijk dikwijls alle wethouderszullen worden uitgenodigd.
                    Als de wethouders in de vergadering aanwezig zijn, zullen ze vaakdeelnemen aan
                    de beraadslagingen. Het kan echter wenselijk zijn dat een wethouder niet bij
                    eenvergadering aanwezig is als de raad een zelfstandige afweging over een
                    onderwerp of voorstel wilmaken, de raad bijvoorbeeld over het eigen functioneren
                    van gedachten wil wisselen of bij devoorbereiding van een besluit tot het houden
                    van een onderzoek naar het door het college ge-voerdebestuur.Bij de evaluatie
                    van de dualisering merkt de stuurgroep Leemhuis op dat een wethouder te
                    allentijde bij raadsvergaderingen aanwezig moet kunnen zijn. De VNG vindt echter
                    dat elke individuelegemeente dat zelf moet kunnen bepalen. Voorlopig komt op dit
                    punt geen actie in de vorm vaneen wetswijziging, hoewel het ministerie van
                    Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wel on-derzoektop welke andere wijze
                    invulling kan worden gegeven aan deze aanbeveling.In het herziene reglement van
                    2006 is dit artikel gewijzigd. In het vorige model was aangegevendat de
                    wethouder voorafgaand aan de vaststelling van de voorlopige agenda kon verzoeken
                    bij devergadering aanwezig te zijn, waarop het presidium hierover besliste. De
                    praktische vraag is hoede wethouder kan weten wat er op de agenda gaat komen.
                    Aangezien in de praktijk doorgaanséén en ander zich wel regelt op informele
                    manier is gekozen voor de huidige bepaling.Artikel 13 - Ter inzage leggen van
                    stukkenIn dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde
                    ‘achterliggende’ stukkenwaarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt
                    gemaakt (adviezen, toelichtende nota's, etcetera).Artikel 14 - Openbare
                    kennisgevingMet dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van
                    artikel 19, tweede lid van de Ge-meentewet.Wat betreft de wijze van publicatie
                    is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemenewet bestuursrecht. Bij de
                    herziening van het reglement is ook de verplichting opgenomen deagenda en
                    stukken ook op het internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de
                    burgeris dit gewenst. Elke gemeente beschikt over een website. Dit is echter
                    niet verplicht op grond vande Gemeentewet. Gemeenten kunnen ervoor kiezen het
                    derde lid niet over te nemen.Paragraaf 2 - Orde der vergaderingArtikel 15 -
                    PresentielijstDe verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort
                    uit artikel 20 Gemeentewet. In ditartikel wordt de procedure vastgelegd. De
                    handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld omformeel vast te stellen dat
                    het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stem-quorumvast
                    te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De griffier geeft de
                    ambtelijkeondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij samen met de
                    voorzitter de presentielijstvast en ondertekent deze. Deze ondertekening dient
                    te waarborgen dat de lijst volledig isen het quorum aanwezig was.- 18 -Artikel
                    16 - ZitplaatsenDe griffier is overeenkomstig artikel 3 in elke vergadering
                    aanwezig en heeft daarom een eigenzitplaats. De voorzitter kan na overleg met de
                    agendacommissie de indeling herzien, als daartoeaanleiding bestaat. Op grond van
                    artikel 8a kunnen wethouders worden uitgenodigd om in devergadering aanwezig te
                    zijn.Ook andere personen kunnen uitgenodigd worden om ter vergadering aanwezig
                    te zijn. De voor-zitteris de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen
                    te zorgen.Artikel 17 - Opening vergaderingDe vergadering kan beginnen, als meer
                    dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsledenaanwezig is en de
                    presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in
                    eenprocedure voor een tweede vergadering als het vereiste aantal leden niet op
                    komt dagen.Artikel 18 - AmbtsgebedDe bepaling over het openings- en dankgebed
                    tijdens raadsvergaderingen is gehandhaafd.Artikel 19 - Primus bij hoofdelijke
                    stemmingDe volgorde van stemmen wordt pas op het moment van stemming door de
                    voorzitter bepaald. Erkan ook bepaald worden om dat aan het begin van de
                    vergadering te doen, alleen werd dat inNunspeet nooit gedaan.Artikel 20 -
                    Verslag en besluitenlijstDit artikel regelt de verslagleggende taak van de
                    griffier en de wijze waarop het verslag wordtvastgesteld. Het maken van een
                    verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen ge-sprokenover de
                    verplichting op een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid
                    Gemeentewet).Bij de herziening van het reglement in 2006 is dit artikel
                    gewijzigd. Dit betreft de bepalingover de besluitenlijst en het gebruik van de
                    term verslag. Wat dit laatste betreft, voorheenwerd gesproken over notulen.
                    Gekozen is om aan te sluiten bij de terminologie van de Gemeen-tewet(artikel 23,
                    vijfde lid) en de bepalingen in het modelreglement van orde voor het college.Het
                    conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd aan de
                    leden en ove-rigepersonen die het woord gevoerd hebben. Omdat wethouders
                    (artikel 8a), de burgemeester,de griffier en de secretaris ook het woord kunnen
                    voeren in de vergadering, kunnen zij ook eenvoorstel tot verandering van het
                    verslag aan de raad doen. Een voorstel tot verandering dientvoorafgaand aan de
                    vergadering schriftelijk te worden ingediend.De griffier verleent de ambtelijke
                    ondersteuning van de raad. Daarom is de griffier aangewezenom voorstellen tot
                    wijzigingen van het verslag in ontvangst te nemen, het verslag op te stellen
                    endeze, tezamen met de voorzitter, te ondertekenen Het is aan de raad om te
                    beslissen of eenvoorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt.Als de
                    secretaris aanwezig is, dient zijn naam, omdat het een belangrijke functionaris
                    blijft, ver-meldte worden in het verslag. Hetzelfde geldt voor wethouders.Verder
                    dient het verslag niet alleen een zakelijke samenvatting van hetgeen de leden
                    hebbengezegd te bevatten. Ook hetgeen de overige aanwezigen zoals bijvoorbeeld
                    de aanwezige wet-houdersof de gemeentesecretaris of burgers zeggen moet zakelijk
                    samengevat worden. Dit betekentdat die sprekers ook in het verslag genoemd
                    moeten worden.Met de inwerkingtreding van de Aanpassingswet dualisering
                    gemeentebestuur is de openbaar-makingvan een besluitenlijst van de
                    raadsvergadering verplicht gesteld vanaf 19 februari 2003. Aleerder was in de
                    Gemeentewet de verplichting voor het college opgenomen (artikel 60), doormiddel
                    van een amendement is dit nu ook voor de raad geregeld in artikel 23, vijfde lid
                    van deGemeentewet. Tijdens de behandeling van dit amendement in de Tweede Kamer
                    is aangegevendat de besluitenlijst op zo kort mogelijke termijn moet worden
                    gepubliceerd.Dit kan voordat het verslag is vastgesteld aangezien de
                    besluitenlijst ‘slechts’ een overzicht geeftvan (alle) door de raad genomen
                    beslissingen (dus niet alleen besluiten in de zin van de Algeme-newet
                    bestuursrecht maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een werkbezoek af te
                    leggen). Anderevormen van verslaglegging zijn ook mogelijk. Bijvoorbeeld een
                    geluidsopname van deraadsvergadering op CD, met een overzicht van de sprekers,
                    de onderwerpen -voorzien van tijds-codes-en een besluitenlijst.Artikel 21 -
                    Ingekomen stukken; mededelingenOmtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen
                    stukken worden alleen voorstellen gedaan en be-sluitengenomen van procedurele
                    aard, bijvoorbeeld ter kennisneming, steunen, afwijzen, in behandelingnemen,
                    doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het college et
                    cetera.Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde
                    verklaren. Wanneer eeningekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en
                    besluitvorming, dient dit op de gebruikelijkewijze te worden voorbereid.De
                    schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in principe ook bij
                    de raad bin-nen.De mededelingen kunnen dan ook aangemerkt worden als een
                    ingekomen stuk. Verder bewaaktde voorzitter de orde van de vergadering. De raad
                    stelt op voorstel van de agendacommissiede wijze van afdoening van de ingekomen
                    stukken vast.Artikel 22 - Aantal spreektermijnenAls de raad van mening is dat na
                    de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daar-toeuitdrukkelijk
                    besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn
                    afsluit. Ditbehoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een
                    portefeuillehouder antwoordt na deinbreng van de raadsleden in de eerste en
                    tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook alseen spreektermijn beschouwd
                    te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweedetermijn om nog
                    een korte reactie te geven, dient de voorzitter in beginsel niet te honoreren.
                    Deberaadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met deberaadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp.Artikel 23 - SpreektijdHet artikel strekt ertoe te benadrukken dat de
                    raad ook uit eigen initiatief regels kan stellen overde spreektijd van de leden.
                    De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het ka-dervan
                    zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen
                    voorstellenin de omvang van de spreektijd.Artikel 24 - Handhaving orde;
                    schorsingHet eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Wel
                    zijn interrupties toegestaanvoor zover de voorzitter bij een overvloed aan
                    interrupties of in het belang van de voortgang vande beraadslagingen niet
                    bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt.Om te
                    bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening te
                    uiten, isin artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte te vervolgd
                    kunnen worden, aan te spre-kenzijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen
                    over hetgeen zij in de vergadering zeggen ofschriftelijk overleggen. Het tweede
                    lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekkingop de wethouders,
                    de secretaris, de griffier of andere personen, die het woord voeren. De
                    voorzit-terkan hen tot de orde roepen. Als zij hieraan geen gehoor geven, kan
                    hen het woord wordenontzegd. De bevoegdheid die in het tweede lid aan de
                    voorzitter wordt gegeven om een sprekerover een aanhangig onderwerp het woord te
                    ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid dieartikel 26, derde lid van de
                    Gemeentewet biedt om aan dat lid dat door zijn gedragingen de gere-geldegang van
                    zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De
                    laatstgenoemdebevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Artikel 25
                    is slechts een aanvullingop de Gemeentewet. Een besluit van de voorzitter om
                    iemand het woord te ontnemen is een opfeitelijk handelen gerichte beslissing met
                    een intern karakter. Dit is geen besluit in de zin van arti-kel1:3 Awb. (JB 9
                    (2002) 138). Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van
                    tekenenvan goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen
                    van de orde.Artikel 25 - BeraadslagingTeneinde de vergaderduur niet te zeer te
                    verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen ofartikelen is verdeeld, in
                    principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een
                    uitzonde-ringsmogelijkheidopgenomen. Door de toevoeging ‘of een lid van de raad’
                    wordt ook raadsledenhet recht toegekend om voor te stellen een voorstel
                    gesplitst te behandelen. Dit brengt tot uitdruk-kingdat de raad zijn eigen
                    werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder individueel raadslid toegekend.Dit
                    past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de
                    vertegenwoor-digendeen daarmee agenderende rol van de raad veronderstelt.
                    Hiervoor dienen ook individueleraadsleden en kleine fracties over adequate
                    instrumenten te beschikken. Als de schorsing alsbedoeld in het tweede lid aan
                    het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens
                    tweemogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                    beraadslagingen wordt eenderde termijn toegevoegd. In het tweede lid wordt onder
                    meer gesproken over het college dat demogelijkheid krijgt tot nader beraad. Dit
                    is uiteraard alleen het geval als het college bij de bespre-kingvan het
                    betreffende onderwerp vertegenwoordigd is.Artikel 26 - Deelname aan de
                    beraadslaging door anderenDeze bepaling is noodzakelijk in verband met het in
                    artikel 22 Gemeentewet geregelde verscho-ningsrecht.Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris inbepaalde gevallen
                    altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. De raad kan bepalen dat de
                    grif-fier,de secretaris en de wethouder(s) deelnemen aan de beraadslagingen. De
                    burgemeesterheeft het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de
                    beraadslagingen op grond vanartikel 21, eerste lid van de Gemeentewet. De
                    strekking van artikel 26 blijft alleen onveranderdwanneer aan het eerste lid de
                    griffier, de wethouder en de secretaris worden toegevoegd. Daar-meeblijft het
                    artikel uitdrukken dat de raad kan beslissen dat anderen kunnen deelnemen aan
                    deberaadslagingen. In het tweede lid wordt het begrip ‘beslissing’ gebruikt. Het
                    gaat hier namelijkniet om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht.Artikel 27 - StemverklaringStemverklaringen zullen kort moeten
                    zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde ter-mijn,als laatste
                    reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de
                    hoofdelijkeoproep van de leden tot de stemming begint.Artikel 28 - BeslissingDe
                    voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toege-licht,tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert
                    daarna de te nemen eindbeslissing.Als geen stemming wordt gevraagd, is het
                    voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lidvan de
                    Gemeentewet.Paragraaf 3 - Procedures bij stemmingenArtikel 29 - Algemene
                    bepalingen over stemmingAls een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te
                    wensen, moet de stemming plaatsvinden.De raad heeft niet de bevoegdheid om van
                    deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet afte wijken. Vraagt niemand
                    stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellichtten
                    overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet,
                    welke eenhoofdelijke stemming verplicht. De regeling in het eerste deel van het
                    tweede lid kan toepassingkrijgen, als de uitkomst van de stemming tevoren
                    duidelijk is en slechts enkele leden zouden te-genstemmen.Een raadslid kan zich
                    alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet.In alle andere
                    gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen.Stemmingen
                    zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te
                    zijn inzijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers)
                    duidelijk hoe ze verte-genwoordigdworden.In de Winsumuitspraak (Raad van State,
                    7 augustus 2002) is het hoger beroep op artikel 28 Ge-meentewetafgewezen, maar
                    heeft de Afdeling wel geconcludeerd dat het genomen besluit instrijd is met
                    artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht omdat de schijn van
                    belangenver-strengelingonvoldoende was vermeden. Naar aanleiding van deze
                    uitspraak zijn er vragen gerezenover de mogelijke gevolgen voor stemprocedures
                    en de verantwoordelijkheden in gemeentera-den.In deze uitspraak geeft de
                    Afdeling het rechtsbeginsel neergelegd in artikel 2:4 Awb voorrangboven hetgeen
                    in artikel 28 Gemeentewet is bepaald. Over de mogelijke gevolgen van deuitspraak
                    adviseert Minister Remkes in zijn beschouwing van 19 mei 2003:“de beslissing
                    over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het individuele raadslid;
                    bijstemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen dat het te nemen besluit
                    wel eens aan-vechtbaarzou kunnen zijn in een bezwaarschriftprocedure of bij de
                    bestuursrechter of in het kadervan een spontane vernietiging door de Kroon
                    (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in dergelij-kegevallen een belangrijke
                    rol spelen door in algemene zin te bespreken, individueleraadsleden door hun
                    handelen de schijn van belangenverstrengeling kunnen wekken en hoe datvoorkomen
                    kan worden (en dit bijv. opnemen in de gedragscode); uiteraard is de gedragscode
                    injuridische zin niet bindend, dit is ook niet wenselijk.”Bij staking van
                    stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Alsde
                    vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de
                    vergadering nietvoltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende
                    vergadering uitgesteld. Als ookdan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht
                    niet te zijn aangenomen.Artikel 30 - Stemming over amendementen en motiesVoor
                    meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening en
                    dergelijke)wordt verwezen naar de artikelen 1, 34 en 35 van dit reglement. Voor
                    alle duidelijkheid wordt hiereen verschil in procedure aangegeven tussen een
                    motie en een amendement. Een amendementkomt in stemming voorafgaande aan de
                    stemming over het onderliggende voorstel. Een motiestrekt niet tot wijziging van
                    een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit geno-men,nadat
                    de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over
                    eenafzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van
                    toepassing.Artikel 31 - Stemming over personenEind 2005 is de Gemeentewet
                    gewijzigd wat betreft het stemmen over personen. Voorheen wasin artikel 31,
                    eerste lid bepaald dat, als er wordt gestemd over de benoeming, voordracht of
                    aan-bevelingvan personen, dit schriftelijk dient te geschieden door middel van
                    gesloten en ongetekendestembriefjes. Op deze wijze zou de geheimhouding zijn
                    gewaarborgd. De verplichting omdit bij stembriefjes te doen is nu vervallen.
                    Gemeenten kunnen dus ook middels een elektronischstemsysteem stemmen over
                    personen, mits de geheimhouding gewaarborgd is. Het reglementvan orde gaat
                    vooralsnog uit van een stemming doormiddel van een behoorlijk ingevuld
                    stem-briefjes.Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk
                    ingevuld stembriefje(MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). In geval van een schriftelijke
                    stemming wordt dan ook geen rekeninggehouden met blanco stembriefjes. Een blanco
                    of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bijde bepaling van het quorum. De
                    raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat ondereen (niet)
                    behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet
                    geregeld. Bij deherziening van het reglement in 2006 is de bepaling wat wel en
                    wat niet onder een behoorlijkstembriefje valt geschrapt. De bepalingen zijn
                    onnodig gedetailleerd en zorgden in de praktijkregelmatig voor verwarring.
                    Daarnaast heeft de raad altijd het laatste woord in het geval van twij-felover
                    een behoorlijk stembriefje.Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon
                    aan in een bepaald ambt (raadslid, wet-houder).Op het stembiljet wordt de naam
                    van de te benoemen persoon (of personen in geval vanmeerdere vacatures) met
                    daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ vermeld. Het gaat hier overigensniet over
                    de benoeming tot raadslid, dit is een heel ander soort benoeming dat in artikel
                    4 van ditreglement wordt toegelicht. Onder voordracht wordt verstaan het als
                    kandidaat voorstellen vaneen persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is
                    voor de raad bindend, op de stembiljettendienen de namen van de voorgedragen
                    perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de op-ties‘voor’ en ‘tegen’.Bij
                    een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt
                    voor tedragen, de raad mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een
                    zogenaamde vrijestemming (zie ook toelichting bij artikel 28). Op de
                    stembiljetten kunnen de namen van de aanbe-volenpersonen te worden vermeld met
                    daarachter de opties ‘voor’ en ‘tegen’ én een vrije ruimtewaar een kandidaat van
                    eigen keuze kan worden ingevuld.Artikel 32 - Herstemming over personenDe
                    wijziging van het tweede lid strekt ertoe verwarring over de term ‘herstemming’
                    in artikel 31,tweede lid van de Gemeentewet te voorkomenArtikel 33 - Beslissing
                    door het lotIn dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in
                    artikel 31, derde lid van de Ge-meentewetis voorgeschreven.</al><al>Hoofdstuk 4 - Rechten van ledenArtikel 34 - AmendementenHet recht van amendement
                    is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplichtde raad
                    nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in het tweede tot en met het
                    vierde lid.Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een
                    amendement te behan-delen.Dualisering veronderstelt versterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende functievan de raadsleden. Hiervoor dienen
                    ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikkenover adequate
                    instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het
                    wenselijkdat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het
                    gebruik daarvan heeft(geen drempelsteun). Door het recht van amendement kan de
                    regelgevende taak van de raadreëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van
                    de inkadering en de controle door de raad.Ook kleine fracties en individuele
                    raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aande effectuering
                    van de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie van de
                    raad.Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het
                    college of op initiatief-voorstellenindienen, de zogenaamde amendementen.
                    Wanneer een amendement is ingediend,kan dit voor een ander raadslid aanleiding
                    zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor testellen, het
                    subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een
                    voorgesteldbesluit dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement
                    vindt plaats in ten hoogstetwee termijnen. Als (in uitzonderlijke situaties) een
                    ingediend amendement verdere beraadslagingnoodzakelijk maakt, kan de raad
                    besluiten tot een derde termijn. Wat betreft de stemming overamendementen wordt
                    verwezen naar artikel 30. Voorstel tot splitsing van een voorgesteld
                    beslis-singkan, wanneer aangenomen, meebrengen dat één onderdeel van een besluit
                    wel en een anderniet wordt aanvaard.Artikel 35 - MotiesIn het eerste artikel van
                    dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie iseen
                    voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een
                    wens (vaninhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van
                    instemming dan wel afkeuring overbepaalde ontwikkelingen of om het doen van een
                    verzoek. Een motie betreft dus niet een con-creetbesluit dat op rechtsgevolg is
                    gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politiekebetekenis. Daarom
                    zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of
                    totuitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie
                    door het college leidentot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en
                    hieruit kan het college dan zijn consequentietrekken. Wat betreft de
                    besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt datover een motie een
                    apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over
                    eenaanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke
                    termijnen, maar gelijktijdigmet de beraadslaging over het onderwerp, waarop de
                    motie betrekking heeft. Een besluit overeen motie over een niet op de agenda
                    opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de verga-deringplaats. Dergelijke
                    moties benaderen de in artikel 37 geregelde initiatiefvoorstellen.
                    Dualiseringveronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende
                    functie van deraadsleden.Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine
                    fracties te beschikken over adequate in-strumenten.Dat wil zeggen dat het voor
                    een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk isdat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft.
                    Demogelijkheid om zonder drempelsteun een moties in te dienen staat dan ook ten
                    dienste van eeneffectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad.Artikel 36 - Voorstellen van ordeDe voorzitter legt aan de raad ter
                    beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel vanorde. Over een
                    voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad.
                    Bijstaken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, lid 4
                    Gemeentewet is hierop nietvan toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering vooreen pauze. Als het gaat om een
                    niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatief-voorstelgevolgd
                    te worden (artikel 37).Artikel 37 - InitiatiefvoorstellenHet is de taak van het
                    college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kun-nenook
                    zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing ter
                    behandeling bijde raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend.
                    In artikel 147a, eerste lid van deGemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede lid
                    van dit artikel bepaalt dat de raad regelt op welkewijze een initiatiefvoorstel
                    voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Het eerste tot enmet het
                    derde lid van artikel 36 voorzien hierin. Artikel 147a, derde lid, bepaalt in
                    tegenstelling totartikel 147a, tweede lid, dat voor andere initiatiefvoorstellen
                    geen verplichte behandeling voorge-schrevenis. Dit betekent dat de raad
                    (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandelingnemen van een ander
                    initiatiefvoorstel. Het vierde lid geeft hiervoor – in aanvulling op de
                    eerstedrie leden voorschriften. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de
                    versterking van de verte-genwoordigendeen controlerende functie van de
                    raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individueleraadsleden en kleine fracties
                    te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectiefgebruik van deze
                    instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder
                    belemme-ringentoegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van
                    drempelsteun bij het rechtvan initiatief staat ten dienste van een effectieve
                    uitoefening van de inkadering en controle doorde raad. Ook kleine fracties en
                    individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel tenemen aan de
                    controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. Het tweede lid
                    houdtin dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de
                    agenda plaatst, maar de voor-zitterplaatst het voorstel echter niet meer op de
                    agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laatde mogelijkheid onverlet voor het
                    individuele raadslid om op grond van artikel 7, derde lid, hetinitiatiefvoorstel
                    toch aan de agenda toe te voegen. Aangezien het voor de hand ligt om de raadook
                    de mogelijkheid te geven om een initiatiefvoorstel tezamen met een ander
                    geagendeerdvoorstel of onderwerp te behandelen, is dit in het derde lid
                    opgenomen. Een initiatiefvoorstel hoeftformeel niet langs het college, maar in
                    geval het voorstel personele (en financiële) consequentiesheeft kan het raadzaam
                    zijn het initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen voor advies.De
                    stuurgroep Leemhuis heeft in het evaluatierapport dualisering de aanbeveling
                    gedaan om hetcollege de beleidsvoorbereiding te laten doen en om de rol van het
                    college bij initiatiefvoorstellente versterken. De VNG vindt het niet nodig om
                    op dit punt de Gemeentewet te wijzigen en hetcollege bij initiatiefvoorstellen
                    een rol te geven. De positie van de raad, in haar kaderstellende rolis het
                    uitgangspunt. De tendens dat het college meer betrokken moet worden bij de
                    beleidsvoor-bereidingis evident. Toch dienen gemeenten ervoor te waken dat het
                    college de kaderstellenderol van de raad niet gaat overnemen. De VNG heeft
                    duidelijk aangegeven dat samenspel tussenbeide organen een oplossing is voor
                    eventuele fricties.Als de raad andere voorwaarden voor het indienen van een
                    initiatiefvoorstel, niet zijnde een ver-ordening,wenselijk acht, kunnen deze op
                    basis van het vierde lid worden vastgesteld. Hierbij kangedacht worden aan
                    strijd met het algemeen belang, het belang van de gemeente of het
                    gemeen-telijkbeleid.De raad bepaalt of een voorstel in strijd is met de wet
                    (bijvoorbeeld de Wet op de ruimtelijke or-dening),het algemeen belang
                    (bijvoorbeeld de volksgezondheid), het belang van de gemeente(bijvoorbeeld het
                    terugtrekken uit een publiek-private samenwerking die gericht is op het
                    renove-renvan achtergestelde woonwijken) of het gemeentelijk beleid (het bouwen
                    van een parkeergaragein het centrum als enkele maanden geleden de binnenstad
                    autoluw is gemaakt). Het kamerlidKalsbeek heeft de minister van BZK vragen
                    gesteld over het initiatiefrecht. De minister heeftaangegeven: “Het recht op
                    initiatief houdt niet in dat individuele raadsleden en raadsminderhedenhet recht
                    moeten hebben om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen maar het
                    houdtin dat zij in beginsel invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het is
                    immers aan de raadom, aan het begin van de raadsvergadering, met meerderheid van
                    stemmen, de agenda vast testellen. Het is dan ook de raad die beslist welke
                    onderwerpen worden behandeld. Zou elk indivi-dueelraadslid het recht toekomen om
                    agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zouhet effectief functioneren
                    van de raad in gevaar kunnen komen. Een raadsminderheid die bij
                    her-halingonderwerpen op de agenda plaatst, waarover de raadmeerderheid niet
                    wenst te beraadslagen,kan de besluitvorming van de raad ernstig belemmeren”.Het
                    vijfde lid is toegevoegd omdat de gedualiseerde Gemeentewet de mogelijkheid
                    geeft eenwethouder na een motie van wantrouwen te ontslaan (artikel 49
                    Gemeentewet). In de oude Ge-meentewetwas een afkoelingstermijn van 30 dagen
                    opgenomen. Zonder de bepaling in het vijfdelid is deze ontslagmogelijkheid niet
                    mogelijk door de procedure regels van het reglement van orde.Artikel 38 -
                    CollegevoorstelDit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad.
                    De raad is de enige die eenvoorstel voor een verordening of een ander voorstel
                    kan agenderen dat het college heeft voorbe-reid.Als het college het voorstel
                    heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door henvoorbereide
                    voorstel kan intrekken als het college van oordeel is dat verdere behandeling
                    van hetvoorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. Als
                    de raad van oordeel isdat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan deraad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nog-maalsvoor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    hetvoorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad
                    bepaalt echterwanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel dat
                    door het college verder voorbe-reidis, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit
                    in dezelfde raadsvergadering regelen, maar deraad kan dit ook aan de
                    agendacommissie overlaten.Artikel 39 - InterpellatieDit artikel stelt nadere
                    regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in
                    hetverlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een
                    volksvertegenwoordi-gerom tijdens een vergadering over een niet geagendeerd
                    onderwerp inlichtingen aan het collegeof de burgemeester te vragen. Daarvoor is
                    verlof van de raad voor nodig. Dualisering veronder-steltversterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoordienen
                    ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate
                    instrumenten.Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individueleraadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. Wel is hier gekozen vooreen ondersteuning door de raad bij gewone
                    meerderheid. Minister Pechtold heeft in een brief van16 december 2005 aan de
                    Groen-Links fractie in Schoonhoven aangegeven dat de raad de ruim-teheeft op
                    eigen beleid te ontwikkelen, waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te
                    bepalen dateen raadsmeerderheid nodig is om een interpellatiedebat te houden. De
                    minister juicht dit echterniet toe. Voor de democratie lijkt het hem goed om de
                    regels van de Tweede Kamer te volgen. Dithoudt in dat de toestemming ven een
                    betekenende minderheid (ondersteuning door 30 van de150 leden) volstaat. In een
                    gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad.Toch is het van
                    belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte
                    wordengesteld van de inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede
                    lid wordt hiervoor ge-zorgd.De toelichting eerder in dit reglement over de
                    stuurgroep Leemhuis en de (verplichte) aanwezig-heidvan collegeleden is ook op
                    dit artikel van toepassing.Artikel 40 - Schriftelijke vragenHet vragenrecht
                    geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over
                    aangelegen-hedendie tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van dezevragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslidschriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoorde-lijkis. De
                    verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in
                    kennis testellen, wanneer de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan
                    plaatsvinden. Niet devoorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de
                    burgemeester geeft daarom het antwoord.De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld
                    wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester directkan antwoorden op een
                    vraag. Om die reden is in het zesde lid ingevoegd dat de raad anderskan
                    beslissen. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de
                    gelegenheid gesteldnadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene
                    die het antwoord heeft gegeven. Alsde vragensteller van mening is dat de
                    beantwoording van de vragen tot een besluit van de raadmoet leiden, kan hij het
                    recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp ofhet
                    voorstel op de agenda van de raad te krijgen.Artikel 41 - VragenhalfuurDeze
                    bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid van de
                    Gemeentewetmet betrekking tot het vragenrecht. Het vragenhalfuur kan bijdragen
                    aan een vergroting van debetrokkenheid van burgers bij het bestuur: één van de
                    doelstellingen van dualisering. Bewust is ergekozen voor een algemene regeling
                    van het vragenhalfuur. Veelal fungeert de rondvraag in deraadsvergadering als
                    een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is
                    hetechter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig
                    is. Om die redenen omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de
                    raad ten goede komt, kanhiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden via het
                    vragenhalfuurtje. De drempel om vra-gente stellen wordt verlaagd en de
                    media-aandacht voor de lokale politiek kan worden vergroot.In het
                    vragenhalfuurtje krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte
                    onderwerpen (ledenvan) het college aan de tand te voelen. Het karakter van het
                    vragenuur verschilt dan ook van hetrecht van interpellatie. Het recht van
                    interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karak-ter.Leden van de
                    raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem
                    gevoerdebestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde
                    komt. Raadsleden vra-gendaarmee leden van het college zich te verantwoorden voor
                    het door hen gevoerde bestuur.Het vragenuur kan bijvoorbeeld voorafgaand aan de
                    raadsvergadering worden gehouden. Wel ishet voor de herkenbaarheid voor de
                    burgers raadzaam om het vragenuur op een vast tijdstip tehouden. In het tweede
                    lid is een aanmeldingstermijn van 24 uur voor vragen opgenomen vanwe-gehet feit
                    dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op de
                    vragenvan raadsleden. Vanwege het minder zware karakter van het vragenuur
                    vergeleken met deinterpellatie is gekozen voor een aanmeldingstermijn van 24 uur
                    (terwijl voor de interpellatie 48uur geldt).Artikel 42 - InlichtingenIn dit
                    artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die
                    het college ende burgemeester hebben ten opzichte van de raad.</al><al>Hoofdstuk 5 - Begroting en rekeningArtikel 43 - Procedure begroting en artikel
                    44 - Procedure jaarrekeningIn deze artikelen wordt de procedure voor de
                    begroting en jaarrekening vastgelegd. De desbetref-fendeprocedure kan jaarlijks
                    of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald.In de
                    Handreiking voor de financiële verordeningen en controleverordeningen (artikel
                    212, 213,213a Gemeentewet) (uitgave Vernieuwingsimpuls) wordt de inhoudelijke
                    kant uitgewerkt.</al><al>Hoofdstuk 6 - Lidmaatschap van andere organisatiesArtikel 45 - Verslag en
                    verantwoordingLeden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een
                    wethouder of de gemeen-tesecretaris),die lid zijn van een algemeen bestuur van
                    een gemeenschappelijke regeling, verrichtenaldaar hun taak zowel als leden van
                    dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naamvan de gemeente. Voor de
                    wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regelingfunctioneren,
                    zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen.
                    Ookde gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over
                    de informatiever-strekkingaan de raad bepalingen te bevatten.In het eerste lid
                    van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging
                    (uiteraardkan ook een ander moment worden gekozen). En wordt aangegeven dat
                    bespreking in een com-missiekan plaatsvinden.In het tweede lid wordt de
                    mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven,
                    over-eenkomstigde regels, daarvoor gesteld in artikel 40. Het derde lid bevat de
                    procedure voor de terverantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor
                    inlichtingen. Het is zinvol de bepalingenvan dit artikel ook van toepassing te
                    verklaren op andere organisaties, waarin de raad een ofmeer van zijn leden heeft
                    benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonenen
                    vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet
                    het vier-de lid.</al><al>Hoofdstuk 7 - Besloten vergaderingArtikel 46 - AlgemeenDit artikel bepaalt dat
                    de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn opeen
                    raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden
                    aan debepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van
                    amendement, het recht vanmotie, het maken van het verslag. De bepalingen van het
                    reglement zijn echter niet van toepas-sing,voorzover het toepassen van die
                    bepalingen strijdig is met het besloten karakter van devergadering. Zo zullen er
                    bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruikgemaakt
                    kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een
                    beslotenvergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of
                    geheimhouding als bedoeld in deartikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt
                    opgelegd dan wel opgeheven. In artikel 23 vande Gemeentewet zijn
                    procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, dewijze
                    waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.Artikel 47 - VerslagIn dit
                    artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid van de Gemeentewet.
                    De griffier isverantwoordelijk voor het verslag van de raadsvergadering en ook
                    voor het verslag van een be-slotenvergadering. Dit verslag ligt ter inzage bij
                    de griffier.Artikel 48 - GeheimhoudingHetgeen besproken wordt in een besloten
                    vergadering, valt niet van rechtswege onder de ge-heimhoudingsplicht.Daarvoor is
                    toepassing van de procedure volgens artikel 25 jo artikel 55 vande Gemeentewet
                    noodzakelijk.Artikel 49 - Opheffing geheimhoudingIn de aangehaalde artikelen
                    wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding vanstukken op te
                    heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan
                    dus(zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid van de Gemeentewet) gaan om de
                    situatie dat de burge-meestergeheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van
                    stukken die hij aan de raadscommissieheeft overgelegd. De raadscommissie kan dan
                    aan de raad verzoeken de geheimhouding op teheffen (als de burgemeester daar
                    niet toe bereid is).In het onderhavige artikel is nu ter zake een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordtgedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor. Op grond van artikel 25, derde en vierde lid,
                    kangeheimhouding worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
                    commissie, ieder tenaanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de
                    raad overleggen. De opgelegde ge-heimhoudingmet betrekking tot aan de raad
                    overgelegde stukken vervalt, als de raad de opleggingniet in zijn eerstvolgende
                    vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helftvan het aantal
                    zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. Als de raad niet van plan
                    isde opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding
                    heeft opge-legd,in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze
                    besloten vergadering kandan gaan om de vraag waarom de raad de geheimhouding wil
                    opheffen.</al><al>Hoofdstuk 8 - Toehoorders en persArtikel 50 - Toehoorders en persDe hier
                    aangeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste en
                    tweede lidvan de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad
                    om toehoorders die deorde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in
                    hun gedrag de toezegging kan ontzeg-gen.Artikel 51 - Geluid- en
                    beeldregistratiesAangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar
                    zijn, kunnen radio- en tvstati-onsgeluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een beslotenvergadering betreft.Artikel 52 -
                    Verbod gebruik mobiele telefoonsDit artikel 47 heeft betrekking op het mobiele
                    telefoonverkeer. Het mobiele telefoonverkeer werktverstorend tijdens de
                    vergadering. Dit laat echter onverlet dat als zwaarwegende redenen
                    ditnoodzakelijk maken, de voorzitter aanwezigen toestemming kan geven hun
                    mobiele telefoon welstand-by te laten staan.</al><al>Hoofdstuk 9 - SlotbepalingenArtikel 53 - Uitleg reglementDit artikel behoeft
                    geen toelichting.Artikel 54 - InwerkingtredingDit artikel behoeft geen
                    toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>