<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134652_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>1999-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nunspeet Vooruit, 22-06-1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Nunspeet 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>benw 19-05-1999</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nunspeet;gezien het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van 19 mei 1999, nr. 146;gelet op artikel 5.2, vierde lid, van de
                        Telecommunicatiewet en artikel 149 van de Gemeentewet;b e s l u i t :vast te
                        stellen de volgende Verordening inzake werkzaamheden in verband met de
                        aanleg, instandhoudingen opruiming van telecommunicatiekabels </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. wet:Telecommunicatiewet;b.
                            openbaar telecommunicatienetwerk:telecommunicatienetwerk als genoemd in
                            artikel 1.1, onder g, van de wet;c. omroepnetwerk:omroepnetwerk als
                            genoemd in artikel 1.1, onder o, van de wet;d. kabels:kabels, genoemd in
                            artikel 1.1, onder r, van de wet;e. openbare gronden:openbare wegen en
                            wateren, als genoemd in artikel 1.1, onder s, van de wet;f.
                            aanbieder:aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een
                            omroepnetwerk;g. werkzaamheden:werkzaamheden in verband met de aanleg,
                            instandhouding en opruiming van kabels ten dienstevan een openbaar
                            telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                            gronden;h. gedoogplichtige:degene op wie een gedoogplicht rust als
                            bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet;i. college:college van
                            burgermeester en wethouders;j. melding:melding als bedoeld in artikel
                            5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de wet;k.
                            instemmingsbesluit:besluit van het college als bedoeld in artikel 5.2,
                            derde lid, aanhef en onder b, van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval
                            acht weken voor de aan-vangvan de werkzaamheden het voornemen daartoe
                            bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                                college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:a. de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                                Autoriteit afgegeven registratie;b. een uittreksel uit het
                                handelsregister van de Kamer van Koophandel;c. naam, adres en
                                telefoonnummer van degene die de kabel in eigendom heeft, degene die
                                dekabel beheert en degene die de kabel exploiteert;d. een opgave van
                                de soort kabel en het beoogde gebruik;e. welke belanghebbenden en
                                instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                                datumvan aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden;f. een
                                uitvoeringsplan met daarin opgenomen:- 2 -een opgave van het
                                gewenste tracé;een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                werkzaamheden worden geplaatst, alsmedevan de situering daarvan;een
                                omschrijving van eventuele opbrekingen;de doorsnede van de kabel of
                                kabelgoot;de lengte en breedte van de kabelsleuf;de maatregelen voor
                                de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels
                                enleidingen;het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van
                                de werkzaamheden;naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                                onderaannemer(s) die belastis(zijn) met de werkzaamheden en van een
                                contactpersoon ten tijde van de uitvoering vande werkzaamheden.
                            </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtigedan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na
                                ontvangst van de melding, als genoemd in het eerstelid, het college
                                schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het overleg
                                tussen de aanbiederen de andere gedoogplichtige. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de
                                melding worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en
                                beperkingen verbinden in het belangvan:a. de openbare orde;b. het
                                voorkomen of beperken van schade of overlast;c. de bruikbaarheid van
                                de openbare gronden;d. het veilig en doelmatig gebruik van de
                                openbare gronden;e. het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                openbare gronden;f. de belemmering van doelmatig beheer en onderhoud
                                van openbare gronden;g. de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                de omgeving;h. de bescherming van groenvoorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan
                                het college in ieder geval aanhet instemmingsbesluit voorschriften
                                of beperkingen verbinden over het medegebruik van
                                voorzieningen,zoals kabelgoten en geleidingen, en een
                                zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingendie gesteld
                                zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit.
                            </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en medegebruikvan voorzieningen dient te
                                geschieden conform de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijveninzake
                                (her)straatwerkzaamheden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de
                            rechten en plichten diebetrekking hebben op de kabel van de oude
                            aanbieder over op de nieuwe aanbieder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat de
                            eigendom, de exploitatie of hetbeheer van de kabel verandert of het feit
                            dat de kabel niet langer ten dienste staat van een
                            openbaartelecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op
                            openbare gronden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                            voorzover deze zijn aangelegdmet toepassing van hoofdstuk VI van de Wet
                            op de telecommunicatievoorzieningen, dient door deaanbieders binnen een
                            jaar na inwerktreding van deze verordening te worden gemeld aan het
                            collegevia het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste
                            lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum van
                            inwerkingtreding van artikel 5.2, vierdelid, van de wet, te weten 1 juni
                            1999. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Telecommunicatieverordening
                            gemeente Nunspeet 1999. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergaderingvan 27 mei 1999de secretaris, de
                        voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>telecommunicatieverordening</titel></kop><al>Toelichting</al><al>Artikel 1 – Begripsomschrijvingena. WetDe verordening is gebaseerd op de
                    Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de opvolger van deWet op de
                    telecommunicatievoorzieningen, die op haar beurt de Telegraaf- en Telefoonwet
                    van1904 heeft vervangen.b. Openbaar telecommunicatienetwerkEen openbaar
                    telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW omschreven als een
                    telecommunicatienetwerkdat onder meer voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiedienstenwordt gebruikt of een telecommunicatienetwerk waarmee
                    aan het publiek de mogelijkheid totoverdracht van signalen tussen
                    netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld wordt. Deze omschrijvingvalt in
                    twee delen uiteen. In de eerste plaats geldt dat een openbaar
                    telecommunicatienetwerkwordt gebruikt voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiediensten. Dit betekentdat de desbetreffende
                    telecommunicatiedienst beschikbaar is voor het publiek Deze dienst wordtopenbaar
                    aangeboden en is beschikbaar voor eenieder die van dat aanbod gebruik wil maken.
                    Ditbetekent dat telecommunicatiediensten die uitsluitend beschikbaar zijn voor
                    leden van een beslotengebruikersgroep, niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld
                    gaan om een besloten netwerk opeen bedrijventerrein.In het tweede deel van de
                    omschrijving wordt gesproken over de ‘mogelijkheid tot overdracht vansignalen
                    tussen netwerkaansluitpunten’. Hiermee wordt onder meer gedoeld op huurlijnen.
                    Eenhuurlijn wordt in de TW in artikel 1, onder I, gedefinieerd als het aan het
                    publiek ter beschikkingstellen van transparante transmissiecapaciteit tussen
                    twee netwerkaansluitpunten van een telecommunicatienetwerk,zonder
                    routeringsfuncties waarover gebruikers kunnen beschikken alsonderdeel van de
                    geleverde huurlijn.Met een voorbeeld zal worden verduidelijkt wat hiermee
                    precies wordt bedoeld. Stel dat een bedrijftwee filialen met elkaar wil
                    verbinden door midden van een kabel voor telecommunicatie en datverkeer. De
                    kabel is voor exclusief gebruik van het bedrijf. Er doen zich twee mogelijkheden
                    voor:- Het bedrijf neemt een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken in
                    de arm. Diezorgt ervoor dat de kabel wordt gelegd en exploiteert deze in het
                    vervolg. Het bedrijf huurt vervolgensde lijn. Deze huurlijn is te beschouwen als
                    een openbaar telecommunicatienetwerk enmoet dus worden gedoogd.- Het bedrijf
                    laat in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel leggen en exploiteert de lijn
                    zelf.Het betreft een niet-openbaar netwerk, waarvoor de gemeente niet
                    gedoogplichtig is.c. OmroepnetwerkEen omroepnetwerk wordt in artikel 1, onder o
                    TW omschreven als technische inrichtingen, ofonderdelen daarvan, die worden
                    gebruikt om met gebruik van kabesl of radioverbindingen tussenpunten programma’s
                    te verspreiden naar een of meer bij anderen in gebruik zijnde gronden,
                    woningenof niet tot woning dienende gebouwen. In de meeste gevallen zal het gaan
                    om kabeltelevisienetwerk,met behulp waarvan radio- en televisieprogramma’s
                    worden doorgegeven. De aanbiedervan een omroepnetwerk kan via ditzelfde netwerk
                    ook openbare telecommunicatiedienstenaanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                    telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beideactiviteiten is een afzonderlijke
                    registratie verplicht.d. KabelsOnder het begrip kabels vallen, overeenkomstig
                    artikel 1.1, onder r, TW, niet alleen de feitelijkekabels, maar ook de
                    ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen. Tevensworden
                    tot het begrip kabels gerekend: de inrichtingen bestemd om daarin verbinding tot
                    stand tebrengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en
                    kabels in gebouwen endaarmee één geheel vormende gronden anderzijds, dan wel
                    tussen laatstgenoemde kabels onderling.Of een bepaald object dat een
                    telecomaanbieder wil aanbrengen onder de omschrijvingvan het begrip kabels valt,
                    is in de eerste plaats een technisch vraagstuk. Daarnaast moet ookworden bezien
                    welke objectengemeenten in het verleden hebben gedoogd. Materieel bezien
                    moetonder de TW namelijk hetzelfde worden gedoogd als onder de Wet op de
                    telecommunicatievoorzieningen(WTV). formeel bezien, valt op dat de letterlijke
                    omschrijving van het begrip kabels in deTW is verruimd ten opzichte van de
                    omschrijving uit de WTV. Dit komt doordat nu ook kabelwerkenonder de
                    omschrijving van kabels zijn gebracht, terwijl deze in de WTV afzonderlijk
                    warengedefinieerd. De kabelwerken uit de WTV moesten echter ook worden gedoogd.
                    De invoering vande TW betekent op dit punt dus geen verruiming van de
                    mogelijkheden voor aanbieders om objectente plaatsen. onder de TW vallen alleen
                    openbare kabels. Werkzaamheden aan andere telecomkabelskunnen onder het
                    vergunningenregime van de algemene plaatselijke verordening(APV) vallen: zie
                    bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2. model-APV van VNG.e. Openbare grondenIn artikel 1,
                    onder s, TW wordt het begrip openbare gronden beschreven. Hiertoe worden
                    gerekendopenbare wegen, met inbegrip van de daartoe behorende stoepen,
                    glooiingen, bermen, sloten,bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen
                    en andere werken, alsmede wateren metde daartoe behorende bruggen, plantsoen,
                    pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijkzijn. Onder het begrip
                    openbare gronden wordt ook het begrip weg, zoals gebruikt wordt inde model-APV
                    van de VNG begrepen. Het begrip openbare gronden is echter ruimer dan het
                    begripweg uit de model-APV, aangezien hieronder ook de wateren met de daarbij
                    behorende bruggen,plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor eenieder
                    toegankelijk zijn worden gerekend.f. AanbiederHet begrip aanbieder wordt
                    gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerkof een
                    omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de verplichting, zoals genoemd
                    inartikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan de aanvang van werkzaamheden ten
                    behoeve vaneen openbaar telecommunicatie of omroepnetwerk deze werkzaamheden te
                    melden en vervolgenseen instemmingsbesluit van het college van burgemeester en
                    wethouders af te wachten.g. WerkzaamhedenWerkzaamheden in verband met de aanleg,
                    instandhouding en opruiming van kabels ten dienstevan een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                    grondenbetreffen ook de werkzaamheden die verband houden met het medegebruik van
                    voorzieningen.Bij het medegebruik van voorzieningen moet onder andere gedacht
                    worden aan het medegebruikvan kabelgoten of geleidingen. Voor dergelijke
                    werkzaamheden geldt ook de meldingsplichten is eerst een instemmingsbesluit
                    vereist voordat zij mogen worden uitgevoerd. Over hetmedegebruik van
                    voorzieningen wordt nader ingegaan bij de toelichting op artikel 4.h.
                    GedoogplichtigeIn artikel 5.1, eerste lid, TW wordt bepaald dat eenieder
                    verplicht is om de aanleg en instandhoudingvan kabels ten dienste van een
                    openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerkin en op openbare
                    gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders vanopenbare
                    gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders van
                    openbaregronden moeten dus goedvinden (‘gedogen’) dat aanbieders van een
                    openbaar telecommunicatienetwerkof een omroepnetwerk kabels in hun grond leggen.
                    Tot de beheerders van het openbaregebied behoren gemeenten, provincies,
                    waterschappen, het Rijk en particulieren in het bezitvan openbare grond.i.
                    CollegeTen behoeve van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van
                    burgemeester enwethouders aangeduid met het college. Waar in hoofdstuk 5 van de
                    TW wordt gesproken over‘het college’, wordt OPTA bedoeld, en niet het college
                    van burgemeester en wethouders.j. en k. Melding- en instemmingsbesluitIn artikel
                    5.2, derde lid, TW staat dat een aanbieder van een openbaar
                    telecommunicatienetwerkof van een omroepnetwerk slechts overgaat tot het
                    verrichten van werkzaamheden indien deze:a. het voornemen daartoe heeft gemeld
                    bij burgemeester en wethouders van de desbetreffendegemeente, enb. van
                    burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over tijdstip, plaats en
                    werkwijzevan uitvoering van de werkzaamheden.Deze bepaling brengt met zich mee
                    dat een aanbieder niet met de werkzaamheden mag beginnenvoordat hij instemming
                    daarvoor heeft verkregen van het college van burgemeester en wethouders.</al><al>Artikel 2 – Tijdstip van meldingIn artikel 5.2, vierde lid, TW is bepaald dat de
                    gemeenteraad bij verordening in ieder geval regelsstelt inzake het tijdstip,
                    voorafgaand aan het verrichten van werkzaamheden waarop de meldinguiterlijk moet
                    zijn gedaan. Artikel 2 van de verordening is hier een nadere uitwerking van.
                    Gekozenis voor een termijn van acht weken. Deze termijn sluit aan bij de termijn
                    als genoemd in artikel4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
                    Dit staat het college van burgemeesteren wethouders echter niet in de weg om
                    eerder, bijvoorbeeld na drie weken, op een melding tebesluiten.Het staat de
                    gemeente vrij om een andere termijn dan acht weken in de verordening op te
                    nemen.Wordt gekozen om in de verordening een kortere termijn op te nemen, dan
                    wordt aanbevolen omdeze termijn ook als beslistermijn te hanteren. Het zou
                    immers onlogisch zijn indien twee wekenvoor de voorgenomen aanvang van de
                    werkzaamheden een melding moet worden ingediend terwijlbinnen die termijn nog
                    een uitsluitsel kan worden gegeven over de instemming.Het tijdstip van melding
                    voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden zou ook afhankelijkgesteld
                    kunnen worden van de plaats van de werkzaamheden. Het is voorstelbaar dat voor
                    eengraafwerkzaamheid in het centrum van de gemeente meer coördinatie van de
                    zijde van de gemeentenodig is dan voor een graafwerkzaamheid in het buitengebied
                    van de gemeente. Bij werkzaamhedenin het centrum of op een hoofdroute door de
                    gemeente moeten al dikwijls verkeersmaatregelenworden getroffen of andere
                    voorzieningen. Om die reden heeft de gemeente voor decoördinatie van die
                    werkzaamheden meer tijd nodig. Artikel 2 zou daarom kunnen worden uitgebreidmet
                    een lid, luidende:Als werkzaamheden worden verricht op hoofdroutes en in het
                    centrumgebied, zoals omschrevenop de bijgevoegde kaart, of als bij werkzaamheden
                    meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken,wordt de melding uiterlijk … weken voor
                    de aanvang van de werkzaamheden gemeld bij het college.Vanzelfsprekend dient in
                    dat geval een kaart van de gemeente met daarop getekend dehoofdroutes of het
                    centrumgebied tezamen met de verordening te worden vastgesteld.</al><al>Artikel 3 – MeldingArtikel 5.2, vierde lid, TW bepaalt onder meer dat de
                    gemeenteraad bij verordening in ieder gevalregels vaststelt over de gegevens die
                    bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder eenuitvoeringsplan. Artikel 3
                    van de verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die opbasis van
                    artikel 4:2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag moeten worden
                    vermeld,zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3. De
                    verplichting om deze gegevenste verstrekken volgt immers rechtstreeks uit de
                    Awb.In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van een aanmeldingsformulier
                    voorgeschreven. Een ordelijkeen efficiënte afhandeling van de aanvraag wordt
                    immers bevorderd door de gebruikmaking vaneen speciaal daartoe bestemd
                    formulier.In de opsomming uit het tweede lid van artikel 3 wordt allereerst de
                    registratie, afgegeven door deOnafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
                    (OPT) genoemd. De OPTA is per 1 augustus1997 ingesteld in verban met de
                    liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt. De takenvan de OPTS zijn:
                    toezicht op de telecommunicatiemarkt beslechting van geschillen, uitgifte
                    vannummers en de registratie van marktpartijen.Een uittreksel ui het
                    handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt genoemd in de opsommingvan
                    artikel 3. Indien getwijfeld wordt of de werkzaamheden gedoogd moten
                    worden,vormt de inschrijving bij de Kamer van Koophandel namelijk een aanwijzing
                    voor het vermoedendat het bedrijf in ieder geval openbare
                    telecommunicatiediensten aanbiedt en daarmee dat hunwerkzaamheden, werkzaamheden
                    aan een te gedogen openbare kabel kunnen zijn.Van belang is verder of er sprake
                    is van een huurlijn. Om die reden wordt bij de melding gevraagdaan te geven om
                    wat voor soort kabel het gaat. Een huurlijn is te beschouwen als een
                    openbaartelecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd. lijnen in eigen
                    beheer of voor eigen exploitatievormen een niet-openbaar netwerk. De gemeente is
                    voor deze lijnen niet gedoogplichtigop grond van de wet. Voor werkzaamheden aan
                    deze lijnen dient een vergunning op grond van deAPV tw roden verleen; zie
                    bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2. model-APV van de VNG.Tevens moet worden aangegeven
                    wie vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomenwerkzaamheden. In sommige
                    gevallen kan het ook noodzakelijk zijn dat de politie en de brandweerop de
                    hoogte worden gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden
                    metwegversperringen gepaard gaan.Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken op
                    welke wijze de werkzaamheden worden uitgevoerd.Van belang is onder andere dat de
                    kabels zo worden aangelegd dat de bereikbaarheid voor in degrond reeds aanwezige
                    kabels blijft behouden. Om die reden is het van belang waar de kabelsleufprecies
                    wordt gesitueerd.Het derde lid ziet op de situatie dat de werkzaamheden ook
                    betrekking hebben op gronden vanandere gedoogplichtigen. In dat geval dienen ook
                    de belangen van deze gedoogplichtigen bij hetinstemmingsbesluit te worden
                    betrokken. Uit artikel 5.2, eerste en tweede lid, TW vloeit immersvoort dat de
                    gemeente met de coördinatie wordt belast van de werkzaamheden aan
                    telecommunicatie-en omroepnetwerken binnen haar grondgebied en dat de gemeente
                    hierbij ander belangenmoet betrekken. Gelet hierop is in het derde lid van
                    artikel 3 van de verordening opgenomen datde uitkomst van het overleg tussen de
                    aanbieders en de andere gedoogplichtigen uiterlijk vierwekenna ontvangst van de
                    melding aan het college van burgmeester en wethouders wordt gemeld.De aanbieder
                    kan op deze wijze tegelijkertijd met de melding aan het college van
                    burgemeesteren wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om geen
                    discussie te krijgen over deaanvang van de vier weken termijn is het aan te
                    bevelen om na ontvangst van de melding eenontvangstbevestiging te sturen.
                    Voordat tot instemming wordt besloten, dient het resultaat van ditoverleg bij de
                    gemeente bekend te zijn. Deze procedure draagt bij aan een redelijke
                    afdoeningstermijndoor het college van burgemeester en wethouders. Indien de
                    belangen van de anderegedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen van de
                    gemeente, ligt het vervolgens op deweg van het college van burgemeester en
                    wethouders om de belangen zo goed mogelijk tegenelkaar af te wegen. Daartoe zou
                    bijvoorbeeld van de zijde van de gemeente een overleg kunnenworden geëntameerd
                    met alle betrokkenen, waaronder in ieder geval de aanbieders en de
                    anderegedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in onderling overleg
                    uitkomen, moet het college vanburgemeester en wethouders na afweging van alle
                    belangen een beslissing nemen.In het vierde lid is opgenomen dat het college
                    nadere regels kan stellen voor de gegevens die bijde melding worden verstrekt.
                    Het is mogelijk dat het college bij werkzaamheden in het centrumandere eisen
                    stelt aan het uitvoeringplan dan bij werkzaamheden in het buitengebied. Door
                    hetstellen van nadere regels kan hierin onderscheid worden gemaakt. De
                    bevoegdheid tot het stellenvan nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde
                    lid, van de Gemeentewet. Indien het collegebij een individuele melding meent dat
                    er onvoldoende gegevens zijn overgelegd om een beslissingte nemen over de
                    instemmin, kan het op basis van artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens
                    opvragen.</al><al>Artikel 4 – Voorschriften en beperkingen bij instemmingUit artikel 5.2,
                    tweedelid, TW volgt dat de gemeente bij de coördinatie andere werkzaamheden
                    enandere belangen waarin de TW niet voorziet, moet betrekken. Gedacht kan worden
                    aan de belangenzoals genoemd in het eerste lid van artikel 4 van de verordening.
                    Bij de formulering van dezebelangen is aansluiting gezocht bij de terminologie
                    uit de model-APV van de VNG.De belangenafweging kan ertoe leiden dat aan het
                    instemmingsbesluit voorschriften of beperkingenworden verbonden Deze
                    voorschriften of beperkingen mogen niet zodanig belemmerend werkendat niet meer
                    gesproken zoui kunnen worden van de gedoogplicht van de gemeente. Eendergelijke
                    aanpak zou in strijd zijn met de Telecommunicatiewet. Artikel 5.2, tweede lid,
                    TW bepaaltimmers dat de coördinatie niet mag leiden tot een zodanige vertraging
                    van voorgenomenwerkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan worden gesproeken
                    van gedogen.In het instemmingsbesluit kan het tijdstip van aanvang van de
                    werkzaamheden op enige tijdna hettijdstip van de melding van de voorgenomen
                    aanvang worden gesteld. De gedoogplicht wordthierdoor in beginsel niet
                    geschonden. In de Nota naar aanleiding van het verslag van 29 december1997 zegt
                    de minister hierover: “Of dit tijdstip een maand of zes maanden verder weg kan
                    zijngelegen, is niet aan de wetgeer om voor eens en altijd te bepalen. Van
                    gemeente tot gemeentemaar zelfs binnen een gemeente kunnen de omstandigheden
                    verschillen. Denk hierbij aan omstandighedenals: buitenwijk, centrum, soort
                    grond, wanneer meest recente opbreken.”De wetgever heeft gelet op deze
                    diversiteit geen termijn willen stellen waarbinnen met de werkzaamhedenmoet zijn
                    begonnen. Het college van burgemeester en wethouders zal daarom voorelke
                    concrete situatie moeten afwegen of op de voorgenomen aanvangsdatum van de
                    werkzaamhedenook daadwerkelijk een aanvang kan worden gemaakt.De
                    coördinatieplicht brengt met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel mogelijk
                    onderzochtwordt of verschillende verzoeken tot werkzaamheden in de openbare
                    grond niet kunnen wordengecombineerd. Dit voorkomt dat een weg bijvoorbeeld om
                    het halfjaar wordt opgebroken. Voorbijvoorbeeld burgers, ondernemers et cetera
                    kan dit veel overlast met zich meebrengen Daarnaastkan het ook in het belang van
                    de aanbieders zijn om gezamenlijk de kosten van het openbrekenvan de grond te
                    dragen.Niet alleen beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingsbesluit
                    worden verbonden, maarook voorschriften of beperkingen omtrent de wijze van
                    uitvoering. Een bepaald traject van de kabelkan, gelet op de belangen die
                    genoemd worden in het eerste lid, op grote bezwaren stuiten.Het is dan van
                    belang om samen met de aanbieder te onderzoeken of de kabel ook via een
                    andertraject kan worden aangelegd. De gemeente kan vervolgens instemming geven
                    voor een van demelding afwijkend traject.Werkzaamheden ten behoeve van
                    huisaansluitingen komen dikwijls in een gemeente voor. Dezekleine werkzaamheden
                    dienen op grond van de TW te worden gemeld aan de gemeente. Om tevoorkomen dat
                    de gemeente voor elke huisaansluiting een apart instemmingsbesluit moet
                    nemen,kan in het instemmingsbesluit voor het “moedertraject” worden opgenomen
                    dat de instemmingook geldt voor toekomstige huisaansluitingen. Door in een
                    voorschrift te bepalen dat werkzaamhedenhiervoor vooraf moeten worden gemeld aan
                    het college van burgemeester en wethoudersblijft de gemeente op de hoogt van
                    waar en wanneer de openbare grond wordt opengebroken.Er kan ook een voorschrift
                    aan het instemmingsbesluit worden verbonden waarin wordt geregeldhoe te handelen
                    bij storingen aan het telecommunicatie- of omroepnetwerk. Indien zich een
                    storingvoordoet, dient deze immers dikwijls direct verholpen te worden. Het
                    vooraf melden en hetwachten op voorafgaande instemming is dan niet in alle
                    gevallen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aaneen storing die zich in het weekend
                    voordoet. Indien de storing direct verholpen moet worden, ishet van belang dat
                    wel achteraf melding wordt gemaakt van de werkzaamheden. Met het oogdaarop kan
                    een voorschrift aan het instemmingsbesluit worden verbonden dat bepaalt dat
                    indienbij storingen de daarvoor uit te voeren werkzaamheden niet vooraf gemeld
                    kunnen worden en hetcollege van burgemeester en wethouders niet vooraf gevraagd
                    kan worden om instemming, binnen48 uur na de werkzaamheden het college alsnog
                    hiervan in kennis wordt gesteld.Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de
                    minister gesteld dat de gemeente een marktpartijkan verplichten om kabelgoten te
                    gebruiken die voor andere telecomaanbieders toegankelijk zijn.In de verordening
                    wordt uitdrukkelijk bepaald dat een voorschrift hierover aan het
                    instemmingsbesluitkan worden verbonden. Dit betekent niet alleen dat een
                    marktpartij door het college van burgemeesteren wethouders kan worden verplicht
                    om van bestaande kabelgoten gebruik te maken,maar ook dat een marktpartij kan
                    worden verplicht om van bestaande kabelgoten gebruik te maken,maar ook dat een
                    marktpartij kan worden verplicht om nog niet aanwezige kabelgoten terealiseren.
                    Omdat dit grote kosten met zich mee kan brengen voor een aanbieder, moet de
                    gemeentezich er terdege van bewust zijn dat het verbinden van een dergelijk
                    voorschrift aan hetinstemmingsbesluit op een daadkrachtige motivering moet
                    berusten. Overigens zijn de aanbiedersvan telecommunicatienetwerken verplicht,
                    op basis van artikel 5.10, TW, om elkaar medegebruikvan voorzieningen (waaronder
                    kabelgoten) te verlenen, mits daar een redelijke vergoeding tegenoverstaat. Dit
                    is echter een zaak waar de gemeente buiten staat.Ook kan de gemeente een
                    voorschrift of beperking aan het instemmingsbesluit verbinden waarbijeen
                    zekerheid wordt verlangd over de nakoming van bepaalde verplichtingen. In het
                    bestuursrechtis het verbinden van een financiële voorwaarde aan een besluit in
                    beginsel toegestaan als daarmeede met het besluit meespelende belangen worden
                    gediend. Als voorbeeld kan genoemd wordenhet verbinden van een voorschrift aan
                    het instemmingsbesluit inhoudende dat een waarborgsommoet worden gestort om het
                    wegoppervlak weer in de oude staat terug te brengen.Artikel 5.2, vierde lid,
                    onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening in ieder gevalregels
                    vaststelt over de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                    opruiming envan medegebruik van voorzieningen. Gelet hierop moet in het derde
                    lid van artikel 4 een verwijzingnaar de in de gemeente gebruikte technische
                    vereisten worden opgenomen. Veel gemeentengebruiken in de praktijk een handboek
                    met technische gegevens waaraan graafwerkzaamhedenmoeten voldoen. Een verwijzing
                    hiernaar in artikel 4 zorgt ervoor dat de wijze van uitvoering bijaanleg,
                    onderhoud en verplaatsing, alsmede de opruiming van kabels en het medegebruik
                    vanvoorzieningen, dient te geschieden conform deze technische vereisten.De TW
                    laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en andere overheden die
                    zijngebaseerd op specifieke wettelijke regelingen onverlet. Dat wil zeggen dat
                    de aanbieder van eentelecommunicatie- of omroepnetwerk bij deze overheden de
                    benodigde vergunningen, ontheffingenetc. dient aan te vragen (bijvoorbeeld een
                    vergunning op basis van de keur van het waterschapals de kabel in een
                    dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken van dergelijke vergunningenof
                    ontheffingen kan echter geen reden zijn om het instemmingsbesluit te
                    weigeren.BekendmakingHet instemmingsbesluit zal bekendgemaakt moeten worden
                    overeenkomstig artikel 3:41 Awb.Toezending van het instemmingsbesluit aan de
                    aanvrager, welke meestal de aanbieder zal zijn,ligt dan in de rede. De Awb
                    vereist niet dat besluiten die, ingevolge artikel 3:41, aan een of
                    meerbelanghebbenden zijn gericht, openbaar bekendgemaakt worden. Indien het
                    gemeentelijk gebruikis dat dergelijke besluiten toch worden gepubliceerd, zijn
                    ook anderen tijdig op de hoogte van deverlening.Bezwaar, beroep en
                    schadevergoedingTegen het instemmingsbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar
                    aantekenen bij het college vanburgemeester en wethouders. Vervolgens staat
                    ingevolge artikel 17.1, TW beroep open op dearrondissementsrechtbank te
                    Rotterdam en ingevolge artikel 20 van de Wet
                    bestuursrechtspraakbedrijfsorganisatie hoger beroep bij het College van Beroep
                    voor het bedrijfsleven (CBB). Is erschade veroorzaakt die verband houdt met de
                    gedoogplicht, dan beperkt het recht op schadevergoeding,ingevolge artikel 5.4,
                    TW, zich voor eigenaren en beheerders van openbare gronden totvergoeding van de
                    kosten van de voorzieningen en van de meerdere kosten van onderhoud. Artikel5.9,
                    TW, bepaalt dat een eis tot schadevergoeding aanhangig gemaakt dient te worden
                    bij dekantonrechter in wiens ambtsgebied de onroerende zaak is gelegen waaraan
                    schade wordt toegebracht.Hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter is
                    voorts toegestaan.Artikel 5.7, TW, regelt de kostenvergoeding in het geval dat
                    de kabels verplaatst moeten worden.Indien de gemeente als gedoogplichtige wil
                    dat kabels worden verplaatst in verband met de oprichtingvan een gebouw of de
                    uitvoering van werken, dan dient de aanbieder dit op eigen kostente doen. In
                    andere gevallen moeten de kosten van het verplaatsten worden vergoed aan de
                    aanbieder.Ontstaat een geschil over de kosten, dan kan de OPTA om een
                    beschikking worden gevraagd,waartegen beroep openstaat bij de bovengenoemde
                    arrondissementsrechtbank en hogerberoep bij het CBB.Artikel 5.8, TW, geeft een
                    regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk zijn voor de
                    telecommunicatie-of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen of beplantingen
                    zijn verplicht tevoldoen aan een verzoek van de aanbieder van een openbaar
                    telecommunicatie- of omroepnetwerkom deze te snoeien of in te korten indien deze
                    hinderlijk zijn of worden voor de aanleg, instandhoudingen exploitatie van deze
                    netwerken. De OPTA is bevoegd om bestuursdwang toe tepassen indien de
                    rechthebbende niet voldoet aan een dergelijk verzoek van de aanbieder.
                    Deaanbieders kunnen, ingevolge het derde lid van artikel 5.8, TW, ook zelf tot
                    het opsnoeien of inkortenvan wortels of takken overgaan. Er moet dan wel sprake
                    zijn van ernstige belemmering ofstoring van de telecommunicatie. Artikel 5.9,
                    TW, bepaalt verder dat de rechthebbenden ten aanzienvan de bomen of beplantingen
                    het recht op schadevergoeding aanhangig kunnen maken bijde kantonrechter. Hoger
                    beroep hiervan is toegelaten.Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex
                    artikel 5.1, tweede lid, TW, van interlokale eninternationale kabels in
                    niet-openbare gronden, met uitzondering van huizen aan aangrenzendetuinen, dan
                    kan op basis van artikel 5.3, tweede lid, TW, de OPTA als geschillenbeslechter
                    optreden.De OPTA kan vervolgens een beschikking afgeven waartegen beroep
                    openstaat bij de Rotterdamsearrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het
                    CBB. De wet kent ten aanzien vandeze gedoogplicht geen beperking toe aan de
                    omvang van het verzoek tot schadevergoeding. Alleschade kan opgevoerd worden in
                    een procedure voor de kantonrechter. Hoger beroep is hieropmogelijk.Worden
                    kabels boven de grond aangebracht zonder dat deze de grond raken of in een aan
                    gebouwenbijbehorende gronden, dan is eenieder verplicht om deze te gedogen. Is
                    er schade geleden,dan kan deze via de bovengenoemde procedure bij de
                    kantonrechter aanhangig wordengemaakt. In de artikelen 5.5 en 5.9, TW, is dit
                    nader geregeld.HandhavingIndien de aanbieder zonder voorafgaande melding of
                    zonder instemming van het college van burgemeesteren wethouders werkzaamheden
                    verricht, wordt in strijd gehandeld met artikel 5.2, derdelid, TW. Dit vormt een
                    economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten(WED). Ook het
                    handelen in strijd met artikel 5.2, derde lid, inhoudende het handelen in strijd
                    methet in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing en
                    de wijze van uitvoering,is onder de werking van de WED gebracht. Handhaving van
                    deze artikelen vindt plaats doorde daarvoor in artikel 17 WED aangewezen
                    ambtenaren.Naast deze strafrechtelijke handhaving is bestuursrechtelijke
                    handhaving mogelijk. Het collegevan burgemeester en wethouders kan via een
                    bestuursdwangprocedure ex artikel 125 Gemeentewetof een dwangsomprocedure ex
                    artikel 125 Gemeentewet juncto 5:32 Awb naleving van debepalingen uit de
                    verordening afdwingen.</al><al>Artikel 5 Zakelijk karakter instemmingsbesluitHet verdient aanbeveling om aan
                    het instemmingsbesluit een zakelijk karakter mee te geven. Inde situatie dat een
                    nieuwe aanbieder van de kabel gebruikmaakt, is het gewenst dat ook voor hemde
                    voorschriften en beperkingen gelden die aan het instemmingsbesluit zijn
                    verbonden. Het isbijvoorbeeld van belang dat ook een nieuwe aanbieder zich houdt
                    aan het voorschrift over hetruimen van de kabel indien deze niet meer ten
                    dienste staat van een openbaar telecommunicatieofomroepnetwerk. </al><al>Artikel 6 Melding wijzigingVoor de gemeente is het van belang om een actueel
                    overzicht te hebben en te houden van deondergrondse infrastructuur. Daarbij gaat
                    het niet alleen om waar welke kabels liggen, maar ookwie de eigenaar is, de
                    beheerder of de exploitant. Om deze reden is in de verordening een
                    verplichtingopgenomen om de wijziging van het eigendom, de exploitatie of het
                    beheer van de kabelte melden. Het eigendom, de exploitatie of het beheer kunnen
                    in verschillende handen liggen. Hetis bijvoorbeeld mogelijk dat de aanbieder
                    niet alleen degene is die gebruikmaakt van de kabel, deexploitant, maar ook het
                    eigendom van de kabel heeft, terwijl het beheer van de kabel is uitbesteedaan
                    een aannemer die alle onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Tevens is het van
                    belangvoor de gemeente om te weten of de kabels nog steeds ten dienste staan van
                    een openbaar telecommunicatie-of omroepnetwerk. Zijn de kabels niet meer
                    openbaar, dan zijn ze niet meer gedoogplichtig.Dit is bijvoorbeeld van belang
                    voor de precarioheffing. De heffing van precariobelastingis namelijk niet
                    toegestaan over openbare kabels, maar wel over niet-openbare kabels.</al><al>Artikel 7 OvergansbepalingHet is wenselijk dat de gemeente binnen afzienbare
                    tijd een volledig overzicht heeft van de kabelsdie in het verleden in de grond
                    zijn gelegd. Sommige gemeenten zijn aangesloten bij KLIC, eenstichting die
                    registreert waar kabels zijn gelegen. Voor deze gemeenten en de gemeenten die
                    zelfalle kabels hebben geregistreerd is artikel 7 wellicht overbodig. Voor
                    gemeenten die een actueeloverzicht ontberen, is in artikel 7 opgenomen dat de
                    aanbieders van de kabels en kabelwerken diein het verleden zijn gelegd, de
                    aanwezigheid daarvan moeten melden bij het college met het daartoebestemde
                    aanmeldingsformulier. Voor toekomstige werkzaamheden aan kabels en
                    kabelwerkendie voor de inwerkingtreding van de TW zijn aangebracht, geldt het
                    regime van de TW. Dit isbepaald in artikel 20.5, eerste lid, TW.</al><al>Artikel 8 InwerkingtredingIn artikel 5.2, vierde lid, TW, is de verplichting
                    vastgelegd om een verordening vast te stellen. Ditartikel treedt op 1 juni 1999
                    in werking. Voor werkzaamheden die na het tijdstip van inwerkingtredingvan de
                    TW, zijnde 15 december 1998, moeten worden uitgevoerd maar voor het
                    inwerkingtredingvan de verordening geldt wel de melding en het vereiste van een
                    instemmingsbesluit. Aanbevolenwordt om deze meldingen op een gelijke wijze te
                    behandelen als voor de inwerkingtredingvan de TW.</al><al>Artikel 9 CiteertitelDoor toevoeging van de naam van de gemeente aan de
                    citeertitel is het voor eenieder die de verordeningopvraagt duidelijk dat dit de
                    verordening betreft van die met name genoemde gemeente. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>