<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13454_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 12-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=224">Gemeentewet, art. 224 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/67c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening ingetrokken per 1 januari 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Aa en Hunze;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en
                        Hunze,</al><al>d.d. 26 oktober 2007, nummer 2007/67;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=224">artikel 224 van de gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>“Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2008”
                        (Verordening Toeristenbelasting 2008) </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere bedrijven, niet-zijnde
                                mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor
                                en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s,
                                toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
                                voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf
                                voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="c."><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven
                                of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                                stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
                                vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde
                                perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te
                                huur aangeboden.</al></li><li nr="d."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde
                                mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;</al></li><li nr="e."><al>groepsaccommodatie: woningen en andere verblijven met meer dan 8
                                slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                                stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf en
                                recreatieve doeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in
                        hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet
                        beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in
                        welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke
                        basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt
                        onder de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel
                                    2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem
                                ter beschikking staande terreinen.</al></li><li nr="2."><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting
                                verschuldigd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is
                                aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel
                                    2 verblijf houdt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degene, die: </al><lijst><li nr="a."><al>als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging
                                        of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></li><li nr="b."><al>verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter
                                        zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van
                                        die woning forensenbelasting is verschuldigd;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000/article=29">artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000</extref>,
                                die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000/article=8">artikel 8, letter c, d, f, g, h, van voornoemde wet</extref>,
                                en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als
                                bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid
                                van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vaststelling van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal personen dat heeft overnacht alsmede het aantal malen dat
                                is overnacht, wordt met betrekking tot vakantieonderkomens,
                                niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, mobiele kampeeronderkomens op
                                niet-vaste standplaatsen en groepsaccommodaties bepaald op basis van
                                het nachtverblijfregister van de belastingplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval de belastingplichtige niet beschikt over een geautomatiseerd
                                nachtverblijfregister, kan door de gemeente een bij te houden
                                nachtverblijfregister worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van
                            heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot
                                mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen
                                bepaald op 3 (drie).</al></li><li nr="2."><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                                overnacht, wordt ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele
                                kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen welke
                                geschikt zijn of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode
                                van: </al><lijst><li nr="Ten"><al>hoogste drie maanden, bepaald op 30.</al></li><li nr="Meer"><al> dan drie doch ten hoogste zeven maanden, bepaald op
                                        50.</al></li><li nr="Meer"><al> dan zeven doch ten hoogste twaalf maanden, bepaald op
                                        65.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 wordt op een door
                                de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf
                                van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen,
                                indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van het in de leden
                                1 en 2 berekende aantal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 0,75.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder
                        dan twintig heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet%201990%20/article=9">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990</extref>moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand
                                later.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot een ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet%201990%20/article=2">artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet
                                    1990</extref>met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking
                                inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de
                                vaststelling van de aanslag.</al></li><li nr="4."><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Termijnenwet">Algemene Termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in
                                de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Nadere regels door college van Burgemeester en
                            Wethouders</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij
                        voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de
                        Gemeentewet</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening Toeristenbelasting 2004” vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 5 november 2003 en voor het laatst gewijzigd bij
                                besluit van 8 november 2006 wordt ingetrokken met ingang van de in
                                het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2008.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                Toeristenbelasting 2008”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en
                        Hunze, gehouden op</ondertekening><ondertekening>7 november 2007.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T. Santes. Drs. H.F. van Oosterhout.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>