<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>13438_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-09-28</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 07-03-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8">wet inburgering, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">wet inburgering, art. 19 , vijfde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">wet inburgering, art. 23 , derde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=35">wet inburgering, art. 35 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/4</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk id="hoofdstuk-1-begripsomschrijvingen-en-informatieverstrekking"><kop><titel>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel id="artikel-1-begripsomschrijvingen"><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:
</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> (WI);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor zover niet anders is bepaald zijn de begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-2-de-informatieverstrekking-aan-inburgeringsplichtigen"><kop><titel>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen onder meer gebruik van de volgende middelen:
</al><lijst><li nr="a."><al>één of meerdere informatie- en adviespunten inburgering;</al></li><li nr="b."><al>één of meerdere folders of brochures;</al></li><li nr="c."><al>website van de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo met verwijzing naar landelijke relevante websites;</al></li><li nr="d."><al>het beschikbaar stellen van relevante informatie aan intermediaire organisaties.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 4 jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-2-doelgroepen-en-samenstelling-van-de-inburgeringsvoorziening"><kop><titel>Hoofdstuk 2. Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel id="artikel-3-aanwijzen-van-de-doelgroepen"><kop><titel>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="•"><al>de mate waarin inburgering van belang is om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en de maatschappelijke participatie te bevorderen.</al></li><li nr="•"><al>het hebben van een opvoedingstaak.</al></li><li nr="•"><al>de afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen zoals aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=regeling%20inburgering">Regeling inburgering</extref>);</al></li><li nr="•"><al>motivatie om in te burgeren;</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-4-de-samenstelling-van-de-inburgeringsvoorziening"><kop><titel>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></li><li nr="3."><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een aanbod zijn tot deelname aan participatieactiviteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-5-de-inning-van-de-eigen-bijdrage"><kop><titel>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid, van de wet</extref> wordt in ten hoogste achttien maandelijkse termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast.</al></li><li nr="3."><al>Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is algemene bijstand ontvangt verrekent het college indien mogelijk de termijnen van de eigen bijdrage met de algemene bijstand. Het college legt dit vast in de beschikking.</al></li><li nr="4."><al>Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is een uitkering ontvangt van het Uitvoeringinstituut werknemersverkeringen of de eigenrisicodrager verzoekt het college het Uitvoeringinstituut werknemersverkeringen of de eigenrisicodrager indien mogelijk de eigen bijdrage ten behoeve van het college te verrekenen of in te houden op de uitkering.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-6-opleggen-van-verplichtingen"><kop><titel>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan de intake-gesprekken;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden van ziekte dan wel van andere relevante omstandigheden waardoor niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-3-het-aanbod-van-een-inburgeringsvoorziening"><kop><titel>Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel id="artikel-7-de-procedure-van-het-doen-van-een-aanbod"><kop><titel>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet</extref> schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.</al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt binnen vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-8-de-inhoud-van-de-beschikking"><kop><titel>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=26">artikel 26 van de wet</extref>, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-4-de-bestuurlijke-boete"><kop><titel>Hoofdstuk 4. De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel id="artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen"><kop><titel>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=25">artikel 25, vierde lid, van de wet.</extref></al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 250 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, van de wet</extref> of aan de verplichtingen, bedoeld in <intref doc="#artikel-6-opleggen-van-verplichtingen">artikel 6 van deze verordening</intref>.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, van de wet</extref> bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=31">artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet</extref> verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-10-verhoging-van-de-bestuurlijke-boete-bij-herhaling-van-de-overtreding"><kop><titel>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9, eerste lid</intref>, bedraagt € 250 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="b."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9, tweede lid</intref>, bedraagt € 500 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="c."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=32">artikel 32</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=33">33 van de wet</extref> vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-11-afstemming-van-de-bestuurlijke-boete"><kop><titel>Artikel 11 Afstemming van de bestuurlijke boete</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9</intref> en <intref doc="#artikel-10-verhoging-van-de-bestuurlijke-boete-bij-herhaling-van-de-overtreding">10 van deze verordening</intref>, opgelegd, voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9</intref> en <intref doc="#artikel-10-verhoging-van-de-bestuurlijke-boete-bij-herhaling-van-de-overtreding">10 van deze verordening</intref> wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten</al></li><li nr="3."><al>Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding heeft plaats gevonden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="hoofdstuk-5-slotbepalingen"><kop><titel>Hoofdstuk 5. Slotbepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-12-citeertitel"><kop><titel>Artikel 12 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering.</al></artikel><artikel id="artikel-13-slotbepalingen"><kop><titel>Artikel 13 Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers, vastgesteld op 26 oktober 2004, wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van bekendmaking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>R. Munniksma, T. Santes,</al><al>VoorzitterGriffier</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende oudkomersregelingen. De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref> regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven.</al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgerings- verplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting).</al><al>Gemeenten krijgen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref> een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref> gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=8">artikel 8 WI</extref>).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, WI</extref>).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=35">artikel 35 WI</extref>).</al></li></lijst><al>In de startnotitie van Inburgeraar naar burger en het visiedocument Integrale uitvoering <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> is de visie geformuleerd die ten grondslag ligt aan de keuzes die de gemeente maakt voor de manier waarop hij de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> wil uitvoeren. Die keuzes hebben betrekking op de drie taken waar de gemeente voor staat bij de uitvoering van de WI: informeren, ondersteunen, en handhaven.</al><al><vet>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Om verschillende redenen vinden we het van groot belang om te zorgen voor een kwalitatief hoogwaardige informatievoorziening. In de eerste plaats omdat een groot deel van deze doelgroep de weg in Aa en Hunze en de regio onvoldoende kent. Een goede wegwijzer en adviseur aan het begin kan ervoor zorgen dat inburgeraars over voldoende kennis beschikken om een afgewogen keuze te maken voor de meest passende inburgeringsactiviteiten. Tevens kan een goede informatievoorziening ervoor zorgen dat inburgeraars ook díe ondersteuning ontvangen waar zij recht op hebben.</al><al>In de tweede plaats is een goede informatievoorziening noodzakelijk om te wijzen op rechten en plichten die horen bij de inburgering.</al><al><vet>Het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1."><al>Asielmigranten (verblijfsvergunning zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=vreemdelingenwet%202000/article=28">artikel 28</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=vreemdelingenwet%202000/article=33">33 van de Vreemdelingenwet 2000</extref>)</al></li><li nr="2."><al>Geestelijk bedienaren</al></li><li nr="3."><al>Uitkeringsgerechtigden</al></li><li nr="4."><al>Oudkomers zonder inkomen uit arbeid of uitkering</al></li></lijst><al>Het college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle inburgeringsplichtigen asielmigranten en aan inburgeringsplichtingen die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, tweede lid, WI</extref>). Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de uitkeringsgerechtigden en oudkomers zonder inkomsten en/of uitkering kan het college een inburgeringsvoorziening aanbieden (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste lid, WI</extref>).</al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die er toe leidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor inburgeringsplichtige asielmigranten bestaat een inburgeringsvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref> draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze vier groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI</extref>).</al></li><li nr="-"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI</extref>).</al></li><li nr="-"><al>De vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de inburgeringsvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI</extref>).</al></li><li nr="-"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, WI</extref>).</al></li></lijst><al>De gemeente Aa en Hunze gaat de inburgeringstrajecten die ze aanbiedt op basis van de nieuwe <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> in alle gevallen koppelen aan activiteiten die gericht zijn op begeleiding naar werk of andere maatschappelijke activiteiten zoals stages en vrijwilligerswerk. De nieuwe wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een aantal groepen met voorrang te ondersteunen. Vanuit de visie en het collegeprogramma om de reïntegratie en de maatschappelijke participatie te bevorderen kiest de gemeente voor mensen die gemotiveerd zijn om in te burgeren, mensen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, mensen die een opvoedende taak hebben of mensen voor wie inburgering van belang is om werk te krijgen.</al><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=35">Artikel 35 WI</extref> draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=34">Artikel 34 van de wet</extref> bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Het opleggen van een boete is onderdeel van de handhavingstaak van de gemeente. Uitgangspunt bij de invulling van de handhavingstaak is dat handhaving moet bijdragen aan het doel van de wet, namelijk zorgen voor inburgering. De aangetoonde inzet om in te burgeren zal leidend zijn bij het al dan niet opleggen van boetes. Daarbij zullen we rekening houden met persoonlijke omstandigheden. Wat betreft de hoogte van de boetes zowel als wat betreft de werkwijze willen we zoveel mogelijk aansluiten bij het handhavingsregime binnen de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in respectievelijk de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">Wet inburgering,</extref> het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20inburgering">Besluit inburgering</extref>  en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=regeling%20inburgering">Regeling inburgering</extref> ook van toepassing zijn op deze verordening, tenzij in de verordening anders is bepaald.</al><al><vet>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Het eerste lid geeft het algemene kader aan voor de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen.</al><al>In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om een aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen vorm te geven.</al><al>In de eerste plaats is dat de inrichting van één of meerdere informatie- en adviespunten inburgering. Bij de ISD, Stationsstraat 30-32 te Assen zal een informatie-en adviespunt worden ingericht. De ISD is de verantwoordelijke dienst voor de uitvoering van de inburgering. De ISD zal een ruimere invulling geven aan de informatievoorziening dan de wet van gemeenten vraagt. Naast informatie geven wil de gemeente inburgeringsplichtigen ook adviseren wanneer zij daar behoefte aan hebben.</al><al>Ook via folders, brochures en informatie op internet wordt invulling gegeven aan de informatiefunctie. Voor het bereiken van inburgeringsplichtigen, vooral oudkomers, ziet de gemeente een belangrijke rol weggelegd voor ‘intermediaire organisaties’. De gemeente zal hierover afspraken maken.</al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen.</al><al><vet>Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al><vet>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al></li></lijst><al>Het college heeft wel de ruimte om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen (maar wel behoren tot de doelgroepen, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste lid, WI</extref>). Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden.</al><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee groepen inburgeringsplichtigen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI</extref>). Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel worden de criteria benoemd op grond waarvan de gemeente kiest wie zij bij voorrang een inburgeringsaanbod wil doen. De genoemde criteria zijn alle even belangrijk. Het criterium genoemd onder a gaat niet vóór het criterium genoemd onder b. We streven naar een mix van de doelgroepen aan de hand van de criteria aan wie wij bij voorrang een aanbod willen doen.</al><al>Onderstaand staan we kort stil bij deze criteria.</al><al><vet>Motivatie om in te burgeren</vet></al><al>Degenen die ons vragen om een inburgeringsaanbod, willen we bij voorrang een aanbod doen (voor zover ze vallen onder de groepen aan wie de gemeente een aanbod mag doen). Dit kan zowel gaan om mensen die onder de inburgeringsplicht vallen als om vrijwillige inburgeraars (burgers die genaturaliseerd zijn) als er sprake is van een inburgeringsachterstand. Onder de gemotiveerden vallen ook degenen die vóór inwerkingtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref> al hebben deelgenomen aan een inburgeringstraject, maar nog niet voldoen aan de eisen van het inburgeringexamen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering">WI</extref>.</al><al>De afstand tot de eindtermen van het inburgeringsexamen zoals aangegeven in de Regeling tot uitvoering van de Wet inburgering (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20inburgering">Regeling inburgering</extref>)</al><al>Degenen met de grootste achterstand wil de gemeente bij voorrang een inburgeringaanbod doen. Het criterium zoals hier geformuleerd is daar een vertaling van. De gemeente vindt het van belang om ondersteuning te bieden aan diegenen die dit het hardst nodig hebben. Dat zijn in de eerste plaats inburgeraars die niet kunnen lezen en schrijven, of geen kennis hebben van Latijns schrift.</al><al>De mate waarin inburgering van belang is om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien</al><al>Werk is een belangrijk onderdeel van het integratieproces. Dat betekent dat we als gemeente prioriteit willen geven aan personen die nog niet op de arbeidsmarkt actief zijn. We zullen dus uitkeringsgerechtigde oudkomers actief ondersteunen bij hun voorbereiding op het vinden van werk én het behalen van het inburgeringsexamen. Voor de uitkeringsgerechtigden met een arbeidsplicht zal het aanbod een gecombineerd aanbod zijn van inburgering én reïntegratie. Uitkeringsgerechtigde inburgeraars kunnen een bijstandsuitkering ontvangen maar ook een uitkering van het UWV of van een eigenrisicodrager.</al><al><vet>Het hebben van een opvoedingstaak</vet></al><al>De gemeente wil inzetten op de toekomst van de jeugd. Allochtone vrouwen spelen via de opvoeding een belangrijke rol bij de integratie van de volgende generatie. Het is van belang dat opgroeiende kinderen zo snel mogelijk volwaardig onderdeel uitmaken van de Nederlandse samenleving. De eigen ontwikkeling van vrouwen op het gebied van participatie en zo mogelijk werk is daarbij belangrijk. Dat betekent dat wij als gemeente prioriteit willen geven aan inburgeraars die een minderjarig kind opvoeden.</al><al><vet>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</vet></al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende inburgeringsvoorziening vaststelt. Om een passend aanbod te kunnen doen wil de gemeente gebruik maken van de uitkomsten van een onafhankelijke begintoets waarin het startniveau van de inburgeraar wordt beoordeeld. De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>Als gemeente vinden we het van belang dat inburgeraars de gelegenheid krijgen om de kennis die zij opdoen direct in de praktijk te kunnen inzetten. Daarom kiezen we er voor om altijd een ‘duaal’ aanbod te doen. We combineren een inburgeringsaanbod dus altijd met reïntegratie- of participatieactiviteiten. Dat betekent dat wij alleen gecombineerde trajecten inkopen.</al><al><vet>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, WI).</extref> De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270.</al><al>In de memorie van toelichting van de wet staat aangegeven dat bij het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage de positie van uitkeringsgerechtigden als vertrekpunt is gekozen, en dat een bedrag van € 15 per maand proportioneel wordt geacht.</al><al>In lid 1 van dit artikel wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige de eigen bijdrage in achttien maandelijkse termijnen betaalt. Dat betekent een bedrag van € 15 per maand. Lid 2 dient er toe om vast te leggen dat de inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over de termijnen waarin de eigen bijdrage dient te worden betaald.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=24">Artikel 24, eerste lid, WI</extref> maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Van deze mogelijkheid willen wij gebruik maken. Dat is geregeld in lid 3. In dat lid wordt ook vastgelegd dat de betrokken inburgeringsplichtige daarover wordt geïnformeerd. Of er daadwerkelijk verrekend kan worden hangt af van de beschikbare ruimte in de uitkering, of er bv. beslag op de uitkering is gelegd door schuldeisers en of er andere verrekeningen plaats vinden.</al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV of van een eigenrisicodrager ontvangt, kan het college het UWV of de eigenrisicodrager verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de uitkering (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=24">artikel 24, tweede lid, WI).</extref>In dit geval int het UWV of de eigenrisicodrager de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Daarvan willen wij gebruik maken. Dat is bepaald in lid 4 van dit artikel. Werkgevers kunnen het financiële risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij UWV onderbrengen of het zelf dragen (en eventueel daarvoor een polis afsluiten bij een private verzekeraar). Als ze het zelf dragen zijn het zogenaamde eigenrisicodragers. Ook hier geldt dat moet blijken of verrekening in de praktijk mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, WI</extref> dat bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al>De bepalingen in dit artikel spreken voor zich.</al><al><vet>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat een dergelijk aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een inburgerings-voorziening. In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijkheid ontstaan over het feit dat het college de inburgerings- plichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid).</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod moeten aanpassen.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al><al>In de leden 3 en 4 worden termijnen vastgelegd. In lid 3 is de termijn genoemd waarbinnen de inburgeringsplichtige aan het college laat weten of hij het aanbod al dan niet aanvaardt. In lid 4 staat de termijn aangegeven waarbinnen het college bij aanvaarding van het aanbod, het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening neemt. In beide situaties gaat het om een termijn van 4 weken.</al><al><vet>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, WI).</extref>Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, WI).</extref> In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). Dit betreft de uiterste datum waarop het examen moet zijn behaald. De gemeente kan als verplichting bij de ter beschikking gestelde inburgeringsvoorziening opnemen een datum voor het deelnemen aan het inburgeringsexamen. Dit kan bv. 2 jaar na de start van het inburgeringstraject zijn. Deze mogelijkheid is bepaald bij <intref doc="#artikel-6-opleggen-van-verplichtingen">artikel 6, onder c van de Verordening</intref>.</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in <intref doc="#artikel-5-de-inning-van-de-eigen-bijdrage">artikel 5 van de verordening</intref>.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=22">artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI</extref>). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat).</al><al><vet>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=35">Artikel 35 WI</extref> draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=34">artikel 34 WI</extref> zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>Wat betreft de hoogte van de boetes sluiten we aan bij het handhavingsregime zoals dat geldt binnen de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> en zoals dat is neergelegd in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand. De hier genoemde bedragen zijn ongeveer even hoog als de bedragen die het resultaat zijn van de percentages zoals genoemd in de Afstemingsverordening en ze corresponderen met de soort overtreding. De bedragen genoemd in deze verordening zijn het resultaat van het van toepassing zijnde percentage van de echtpaarnorm. Het niet behalen van het inburgeringsexamen (<intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9, lid 3</intref>) zien we als een zelfde soort overtreding als het onvoldoende meewerken aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening c.q. de verplichtingen die zijn opgelegd bij de afgegeven inburgeringsbeschikking (<intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9, lid 2</intref>). De boetes zijn dan ook qua hoogte gelijk.</al><al>In het kader van de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand</extref>) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of – regeling. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=37">Artikel 37 WI</extref> bevat een regeling voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al><vet>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9</intref> mogelijk is.</al><al>De in dit artikel genoemde bedragen zijn een verdubbeling van de bedragen genoemd in <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 9</intref>. Dit sluit ook aan bij het handhavingsregime Werk werk en bijstand van de gemeente Aa en Hunze. Ook dan is in geval van recidive sprake van een verdubbeling van de eerder opgelegde maatregel.</al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, daarvoor is een termijn van 12 maanden vastgelegd in de verordening. Wederom in overeenstemming met de Afstemmingsverordening.</al><al>In het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen legt het college een boete op van € 500. Dit is geregeld in het derde lid van <intref doc="#artikel-10-verhoging-van-de-bestuurlijke-boete-bij-herhaling-van-de-overtreding">artikel 10</intref>.</al><al><vet>Artikel 11 Afstemming van de bestuurlijke boete</vet></al><al>De in de <intref doc="#artikel-9-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikelen 9</intref> en <intref doc="#artikel-10-verhoging-van-de-bestuurlijke-boete-bij-herhaling-van-de-overtreding">10 van de verordening</intref> opgenomen bedragen zijn geen gefixeerde bedragen, in de zin dat ze altijd zullen worden opgelegd. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien zal het college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken inburgeringsplichtige. Wanneer de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten leggen we geen bestuurlijke boete op. Bijvoorbeeld als blijkt dat het niet slagen voor het inburgeringsexamen niet aan de inburgeringsplichtige kan worden verweten. In de wet is dit aangegeven in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=38">artikel 38</extref>. Voor de duidelijkheid en de volledigheid is wat in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=38">artikel 38 WI</extref> staat, opgenomen in <intref doc="#artikel-11-afstemming-van-de-bestuurlijke-boete">artikel 11 van de Verordening</intref>.</al><al><vet>Artikel 12 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 13 Slotbepalingen</vet></al><al>De Wet inburgering nieuwkomers (WIN) wordt met inwerkingtreding van de wet ingetrokken (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=72">art. 72 van de wet</extref>). Op dezelfde wijze dient ook de Boeteverordening te worden ingetrokken vanwege de koppeling met de WIN. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inburgering/article=64">artikel 64 van de wet</extref> is al geregeld in welke gevallen de wet en daarmee de Boeteverordening WIN tijdelijk van toepassing blijft. Het tweede lid spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>