<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13436_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Meedoenpremies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 05-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Meedoenpremies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">Wet werk en bijstand, art. 7 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">Wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-08-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-02-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/72</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Meedoenpremies</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Aa en Hunze d.d. 13 november 2007;</al><al>gelet op de bepalingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">Wet werk en bijstand</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening Meedoenpremies</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ISD: de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en
                                    Hunze, Assen en Tynaarlo.</al></li><li nr="b."><al>WWB: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>;</al></li><li nr="c.bijstandsnorm:"><al>de voor de aanvrager op het moment van de aanvraag geldende
                                    landelijke bijstandsnorm vermeerderd of verminderd met de van
                                    toepassing zijnde gemeentelijke toeslag(en) en/of verlaging(en)
                                    op grond van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>de inwoner: elke op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=11">artikel 11 WWB leden 1, 2, en 3</extref> rechtmatig in
                                    Nederland verblijvende inwoner van de gemeente Aa en Hunze;</al></li><li nr="e."><al>de alleenstaande: de alleenstaande als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4 WWB</extref>;</al></li><li nr="f."><al>alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4 WWB</extref>;</al></li><li nr="g."><al>de gehuwde: de gehuwde als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4 WWB</extref>;</al></li><li nr="h."><al>kind: het ten laste komende kind als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4 WWB</extref>;</al></li><li nr="i."><al>de chronisch zieke/ gehandicapte: de belanghebbende die langer
                                    dan zes maanden gebruik maakt van thuiszorg en/of is aangewezen
                                    op hulpmiddelen voor wonen/werk, vervoer, lopen/rolstoel in het
                                    kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%20">Wet maatschappelijke ondersteuning</extref> en/of voor 80 –
                                    100% arbeidsongeschikt is verklaard en/of op een andere wijze
                                    kan aantonen dat sprake is van een chronische ziekte of
                                    handicap;</al></li><li nr="j."><al>de aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de
                                    gehuwde die op het moment van de aanvraag inwoner is en als
                                    zodanig opgenomen is in het persoonsregister van de betreffende
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Doelgroepen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Tot de doelgroep voor een meedoenpremie behoort de inwoner die :</al><lijst><li nr="a."><al>ouder is van een schoolgaand(e) kind(eren) in het basisonderwijs
                                    of het voortgezet onderwijs en een inkomen heeft dat niet hoger
                                    is dan 120% van de bijstandsnorm;</al></li><li nr="b."><al>chronisch ziek/ gehandicapt of ouder dan 65 jaar is en een
                                    inkomen heeft dat niet hoger is dan 120% van de
                                    bijstandsnorm;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoogte meedoenpremie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld
                                    in artikel 2 aanhef en onder
                                    a: </al><lijst><li nr="a"><al>€ 200,00 per schooljaar voor ieder kind dat
                                            basisonderwijs volgt;</al></li><li nr="b."><al>€ 500,00 voor ieder kind dat start in het voortgezet
                                            onderwijs en vervolgens ieder schooljaar dat het kind
                                            voortgezet onderwijs volgt € 200,00;</al></li><li nr="c."><al>De bedragen bedoeld in lid 1 onder a en b worden
                                            jaarlijks op 1 januari als volgt verhoogd: </al><lijst><li nr="het"><al>bedrag van € 200,00 wordt verhoogd met €
                                                  5,00;</al></li><li nr="het"><al>bedrag van € 500,00 wordt verhoogd met €
                                                  10,00.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor de
                                    meedoenpremie als bedoeld in lid 1 onder b wordt tevens eenmaal
                                    per vier jaar een personal computer inclusief printer en
                                    internetabonnement verstrekt.</al></li><li nr="3 ."><al>De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld
                                    in artikel 2 aanhef en onder b
                                    per kalenderjaar een bedrag ter hoogte van de
                                    langdurigheidstoeslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=36">artikel 36 lid 5 WWB</extref>.</al></li><li nr="4 ."><al>De belanghebbende als bedoeld in lid 2 komt niet in aanmerking
                                    voor de meedoenpremie als reeds in het betreffende kalenderjaar
                                    een langdurigheidstoeslag of stimuleringspremie
                                    langdurigheidstoeslag is of kan worden ontvangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De meedoenpremie wordt voor aanvragers van wie de
                                    inkomensgegevens bekend zijn bij de ISD ambtshalve verstrekt.
                                    Ambtshalve verstrekking vindt plaats in het jaar waarop de
                                    bijdrage betrekking heeft. Betaling vindt plaats voorafgaand aan
                                    het schooljaar.</al></li><li nr="2."><al>In alle overige gevallen wordt de meedoenpremie op aanvraag
                                    verstrekt. Op verzoek kan betaling plaatsvinden aan derden.</al></li><li nr="3."><al>De meedoenpremie op aanvraag kan tot uiterlijk drie maanden na
                                    afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft
                                    worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Een aanvraag wordt gedaan op een daartoe door de ISD vastgesteld
                                    formulier, onder overlegging van de op dat formulier vermelde
                                    bescheiden.</al></li><li nr="5."><al>De ISD stelt een onderzoek in naar de feiten en omstandigheden
                                    die blijkens deze verordening van belang zijn bij de beoordeling
                                    van de aanvraag om een meedoenpremie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>De ISD kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze
                            verordening indien zij van mening is dat de aanvrager in bijzondere
                            omstandigheden verkeert waardoor toepassing van deze verordening niet
                            tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het voorkomen van of
                            doorbreken van een sociaal isolement en het bieden van verbetering van
                            inkomensperspectief door reïntegratie in het arbeidsproces.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>De ISD kan nadere voorschriften vaststellen voor de uitvoering van de
                            bepalingen van deze verordening.In die gevallen waarin deze verordening
                            niet voorziet beslist de ISD.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van
                            publicatie en werkt terug tot 1 augustus 2007.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Meedoenpremies.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en
                        Hunze, gehouden op 28 november 2007.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T. Santes. Drs. H.F. van Oosterhout.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Deze verordening vindt haar basis in de Nota “Meedoen Mogelijk Maken in de
                    gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo”. Armoedebeleid gaat over de manier
                    waarop gemeenten omgaan met armoede onder de bevolking. Het effect van het
                    nieuwe armoedebeleid van de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo moet daarom
                    zijn dat inwoners van de drie gemeenten niet terecht komen in een situatie van
                    sociale uitsluiting dan wel hierin niet blijven.</al><al>Minimabeleid of armoedebestrijding vraagt om een integrale en resultaatgerichte
                    aanpak en is op korte en lange termijn gericht op tegengaan van de sociale
                    uitsluiting door:</al><lijst><li nr="•"><al>het zoveel mogelijk voorkomen van overerving van armoede door educatie,
                            emancipatie en participatie;</al></li><li nr="•"><al>het bieden van perspectief door inkomensverbetering door reïntegratie in
                            het arbeidsproces;</al></li><li nr="•"><al>benutting van voorliggende inkomensondersteunende voorzieningen en het
                            terugdringen van niet-gebruik;</al></li><li nr="•"><al>maatschappelijke participatie (voor de groep die niet meer kan
                            reïntegreren via arbeid maar wel via activering en andere vormen van
                            participatie);</al></li><li nr="•"><al>budgetbegeleiding, budgetbeheer en schuldhulpverlening.</al></li></lijst><al>Een gerichte integrale aanpak houdt in dat er voor een grote groep mensen
                    (minima) beleid wordt ingezet gericht op het meedoen aan de maatschappij via
                    meerdere beleidsterreinen (onderwijs, economie, maatschappelijk werk,
                    minimabeleid). Daarnaast zal een financieel vangnet nodig blijven. Hoe beter het
                    meedoenbeleid in zijn effecten scoort, hoe minder het</al><al>beroep op de instrumentele voorzieningen van het vangnet zal zijn. De integrale
                    aanpak bij het meedoenbeleid kan de armoedesituatie op termijn verbeteren.</al><al>De meedoenpremie geldt als een doeluitkering in de navolgende situaties:</al><lijst><li nr="1."><al>Financiële armoede kan voor kinderen een belemmering vormen om te
                            participeren in de samenleving. Dit is merkbaar op school en in
                            vrijetijdsbesteding. De schoolcarrière staat onder druk en daarmee de
                            kansen op een startkwalificatie en toekomstige mogelijkheden op de
                            arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen de sociaal-emotionele ontwikkeling en de
                            gezondheid negatief beïnvloed worden. Armoede zorgt voor achterstand en
                            de kans op ‘overerving’ naar de volgende generatie is groot. Om dit
                            tegen te gaan en het meedoen aan de samenleving te bevorderen zijn
                            kinderen een belangrijke aandachtsgroep in het gemeentelijk beleid.</al></li><li nr="2."><al>Een laag inkomen is onder 65-plussers vaker langdurig dan bij jongeren.
                            De activiteiten ten behoeve van ouderen zullen zich met name richten op
                            het terugdringen van niet-gebruik van sociale voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>Net als bij ouderen zullen de inspanningen voor chronisch zieken en
                            gehandicapten zich met name richten op het terugdringen van niet-gebruik
                            van sociale voorzieningen. Bij de benadering van deze doelgroepen wordt
                            zoveel mogelijk aangesloten bij de lokale WMO-loketten.</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>In dit artikel is zoveel mogelijk aangesloten bij begripsbepalingen uit de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>.</al><al>Voor de omschrijving van chronisch zieken/gehandicapten kan geen houvast
                    gevonden worden in wet- en regelgeving. Volgens het ministerie van OCW kunnen
                    handicaps en chronische ziekten fysiek, verstandelijk of psychisch van aard
                    zijn. Een definitie wordt echter niet gegeven.</al><al>Volgens de Tweede Kamer kunnen chronische ziektenin het algemeen omschreven
                    worden als onomkeerbare aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel en met
                    een gemiddeld lange ziekteduur. Inmiddels zijn in diverse gemeenten criteria
                    ontwikkeld om de doelgroep te definiëren, waarbij met name het langer dan zes
                    maanden gebruik maken van thuiszorg en/of het aangewezen zijn op hulpmiddelen
                    voor wonen/werk, vervoer, lopen/rolstoel in het kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wet maatschappelijke ondersteuning</extref> en/of het voor 80 – 100%
                    arbeidsongeschikt verklaard zijn steeds terugkeren. In deze verordening is
                    gekozen voor aansluiting bij deze criteria. Als vangnet is opgenomen dat een
                    belanghebbende die op een andere wijze kan aantonen dat sprake is van een
                    chronische ziekte of een handicap ook tot de doelgroep kan behoren.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In dit artikel zijn de twee doelgroepen geformuleerd die in aanmerking kunnen
                    komen voor de meedoenpremies.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In dit artikel is de hoogte van de meedoenpremies geregeld.</al><al>Kinderen in gezinnen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm hebben het
                    moeilijk om mee te doen met hun leeftijdsgenoten. Hierbij kan het gaan om
                    activiteiten op school, sport, hobby en buurt. Ouders van kinderen die naar de
                    basisschool gaan krijgen met directe en indirecte kosten van de
                    schoolverplichtingen te maken; De kinderen moeten in staat worden gesteld om
                    hieraan volwaardig mee te doen. Kosten waarvoor de premie bedoeld is zijn
                    bijvoorbeeld de kosten van een rekenmachine, gymkleding, de huur van een
                    schoolkluisje, schoolreisjes, excursies en vervoer. Daarnaast is het belangrijk
                    dat kinderen lid kunnen worden van verenigingen.</al><al>Op het moment dat kinderen starten op het voortgezet onderwijs worden er
                    eenmalig extra kosten gemaakt (boekentas, fiets etcetera). Om die reden wordt
                    voor kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een éénmalige
                    meedoenpremie verstrekt van € 500,00 per kind.</al><al>Voorts wordt voor ieder jaar dat een kind volgend op het startjaar voortgezet
                    onderwijs volgt een premie verstrekt van € 200,00. Jaarlijks worden deze
                    bedragen op 1 januari verhoogd. Het bedrag van € 200,00 wordt jaarlijks verhoogd
                    met € 5,00, het bedrag van € 500,00 met € 10,00.</al><al>Naast bovengenoemde kosten dienen kinderen op het voortgezet onderwijs te
                    beschikkingen over een computer. Veel lesmateriaal wordt op CD-ROM verstrekt en
                    leerlingen dienen regelmatig werkstukken te maken. Om die reden wordt aan
                    kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een personal computer
                    verstrekt. De installatie wordt volledig voor de belanghebbende geregeld,
                    inclusief aansluiting. Hiervoor heeft de gemeente een contract afgesloten met
                    een leverancier. Omdat de afschrijving van een personal computer ongeveer vier
                    jaar bedraagt, kan eens in de vier jaar een beroep worden gedaan op deze
                    regeling.</al><al>Voor de hoogte van de meedoenpremie voor chronisch zieken/ gehandicapten en
                    ouderen is aansluiting gezocht bij de bedragen die gelden voor de
                    langdurigheidstoeslag, omdat de financiële omstandigheden voor deze doelgroep
                    vergelijkbaar zijn met bijstandsklanten die recht hebben op een
                    langdurigheidstoeslag. Ook deze groep heeft immers bij langdurig verblijf op een
                    minimum bestedingsniveau weinig financiële speelruimte om mee te blijven
                    doen.</al><al>Indien een belanghebbende in het jaar van aanvraag een langdurigheidstoeslag of
                    stimuleringspremie langdurigheidstoeslag heeft ontvangen of indien
                    belanghebbende daar gezien de voorwaarden recht op zou kunnen hebben, wordt geen
                    meedoenpremie verstrekt.</al><al>In het laatste geval wordt een aanvraag langdurigheidstoeslag/
                    stimuleringspremie langdurigheidstoeslag ingenomen. Indien blijkt dat er toch
                    geen recht bestaat op een langdurigheidstoeslag/ stimuleringspremie
                    langdurigheidstoeslag, wordt belanghebbende alsnog in aanmerking gebracht voor
                    een meedoenpremie mits belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor een
                    meedoenpremie.</al><al>Controle van rechtmatige besteding van de meedoenpremies vindt plaats door
                    steekproefsgewijze controle achteraf.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De meedoenpremie wordt ambtshalve (dus zonder aanvraag) verstrekt als de ISD van
                    de belanghebbende recente inkomensgegevens heeft. Het initiatief voor het
                    verstrekken van de meedoenpremie komt vanuit de ISD. Het betreft dan met name de
                    belanghebbenden die een uitkering ontvangen op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>, de Ioaw, de Ioaz en de Bbz 2004, maar ook de belanghebbende
                    waarvan op grond van bijvoorbeeld de kwijtscheldingsregeling recente
                    inkomensgegevens bekend zijn.</al><al>Om te zorgen dat een belanghebbende ruim de tijd heeft om aan te vragen, is
                    geregeld dat een aanvraag om een meedoenpremie kan worden ingediend tot
                    uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft. De ISD zal aan de hand van de ingeleverde gegevens een besluit
                    nemen.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Dit artikel geeft de ISD de bevoegdheid om in individuele gevallen ten gunste
                    van de belanghebbende te beslissen als blijkt dat een strikte toepassing van de
                    bepalingen in die specifieke omstandigheden niet tot het beoogde of gewenste
                    doel leidt, te weten het voorkomen van of doorbreken van een sociaal isolement
                    en het bieden van verbetering van inkomensperspectief door reïntegratie in het
                    arbeidsproces.</al><al>Belangrijk is dat het hier gaat om een bevoegdheid van de ISD en niet om een
                    afdwingbaar recht van de belanghebbende. Maar omdat het hier gaat om een in de
                    verordening neergelegde bevoegdheid, moet de ISD bij een afwijzende beslissing
                    wel aangeven dat de ISD bewust heeft besloten geen gebruik te maken van deze
                    bevoegdheid.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel geeft de ISD de mogelijkheid om nadere regels te stellen voor de
                    uitvoering van de meedoenpremies. Bovendien geeft het de ISD de bevoegdheid om
                    in niet voorziene situaties te handelen naar bevind van zaken.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>