<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13431_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 20-04-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening gemeente Aa en Hunze</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-04-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/31a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Aa en Hunze;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikelen 7</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">8</extref>en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=10">10 tweede lid van de Wet werk en bijstand</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=34">artikelen 34</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=35">35</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=36">36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen/article=34">artikelen 34</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen/article=35">35</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen/article=36">36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>;</al><al>besluitvast te stellen de navolgende:</al><al>REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet : de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> (WWB);</al></li><li nr="b."><al>Ioaw : <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers%20%20">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref></al></li><li nr="c."><al>Ioaz : <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen%20">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref>;</al></li><li nr="d."><al>Uitkeringsgerechtigde : persoon met een uitkering ingevolge de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>, de Ioaw of de Ioaz;</al></li><li nr="e."><al>Anw-er : persoon met een uitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> die</al></li><li nr="ingeschreven"><al>is bij de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI);</al></li><li nr="f."><al>Nugger : persoon als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=%20Wet%20werk%20en%20bijstand/article=6">artikel 6 aanhef en onder a. van de wet</extref>;</al></li><li nr="g."><al>Awb : de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al></li><li nr="h."><al>Belanghebbende : persoon die behoort tot de doelgroep en die
                                    aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie de ondersteuning
                                    wordt geboden;</al></li><li nr="i."><al>Voorzieningen : voorzieningen bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=%20Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7 lid 1 onder a van de wet</extref>, deze</al></li><li nr="verordening"><al>en het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze
                                        Verordening;</al></li><li nr="j."><al>Het college : het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Aa en Hunze;</al></li><li nr="k."><al>De raad : de gemeenteraad van de gemeente Aa en Hunze;</al></li><li nr="l."><al>Arbeidsinschakeling : het verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid, waarbij geen</al></li><li nr="gebruik"><al>wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7 lid 1
                                        onder a van de wet;</al></li><li nr="m."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid : alle arbeid, zonder beperkende
                                    voorwaarden qua aard</al></li><li nr="en"><al>omvang van het werk en aansluiting op opleiding en ervaring, met
                                    uitzondering van</al></li><li nr="illegale"><al>arbeid en arbeid tegen een lager loon dan het wettelijk minimum
                                    en rekening</al></li><li nr="houdend"><al>met gewetensbezwaren zodanig dat deze strikt persoonlijke
                                    omstandigheden</al></li><li nr="zwaarwegend"><al>zijn en een onvermijdelijk conflict opleveren met het te
                                    verrichten werk;</al></li><li nr="n."><al>Gesubsidieerde arbeid : werk waarbij de werknemer over het
                                    algemeen wel in staat is om productieve arbeid te verrichten,
                                    maar waarbij een verschil bestaat tussen de loonkosten van de
                                    werkgever en de mate waarin een gemiddelde werknemer deze
                                    productieve arbeid verricht;</al></li><li nr="o."><al>Werknemers in gesubsidieerde arbeid : werknemers als bedoeld in
                                        artikel 10 lid
                                        2 van de wet ;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 BELEID EN FINANCIEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Opdracht aan het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar,
                                    personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering, niet
                                    uitkeringsgerechtigden, alsmede personen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=10">artikel 10, tweede lid van de Wet</extref>, ondersteuning
                                    bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat
                                    noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die
                                    arbeidsinschakeling. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=40">Artikel 40, 1e lid van de wet</extref> is van
                                    overeenkomstige toepassing</al></li><li nr="2."><al>Bij de keuze voor wat betreft de mogelijkheden van ondersteuning
                                    en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een
                                    afweging gemaakt waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de
                                    voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een
                                    belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op
                                    inschakeling in de arbeid.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor voldoende aanbod aan ondersteuning
                                    en voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Beleidsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                    een beleidsplan vast waarin beleidsprioriteiten worden
                                    aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering. Dit
                                    plan omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="•"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                            verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en
                                            tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als
                                            uitgangspunt wordt genomen;</al></li><li nr="•"><al>de wijze waarop de aanbesteding wordt vorm gegeven;</al></li><li nr="•"><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van
                                            de arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder
                                            aandacht wordt besteed aan de combinatie van arbeid en
                                            zorg;</al></li><li nr="•"><al>het flankerend beleid ten aanzien van zorg en
                                            hulpverlening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college zendt éénmaal per jaar aan de gemeenteraad een
                                    verslag over de doeltrffendheid en de effecten van het beleid.
                                    Dit verslag wordt vorm gegeven conform het verslag als bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=77">artikle 77 van de wet</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid, alsmede het
                                    verslag als bedoeld in het tweede lid is voorzien van bevat het
                                    oordeel van de cliëntenraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Subsidieverlening</titel></kop><al>De subsidieverlening op grond van deze verordening vindt plaats met
                            inachtneming van afdeling 4.2.3 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> en de Algemene subsidieverordening van de gemeente Aa
                            en Hunze.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nuggers, alsmede personen als
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=10">artikel 10, tweede lid van de wet</extref>, hebben
                                    aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar
                                    het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorzieningen
                                    gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die
                                    gesteld zijn in deze verordening en het in artikel 3 lid 1
                                    genoemde beleidsplan;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verplichtingen van de belanghebbende</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een uitkeringsgerechtigde die door het college een voorziening
                                    wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken;</al></li><li nr="2."><al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                    verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen%20">Wet Structuur Uitvoering Werken Inkomen</extref> (Wet SUWI)
                                    alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden
                                    voorziening heeft verbonden;</al></li><li nr="3."><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een
                                    voorziening niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid kan
                                    het college een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is
                                    bepaald in de afstemmingsverordening;</al></li><li nr="4."><al>Indien de persoon die gebruik maakt van een voorziening niet
                                    voldoet aan het gestelde in het tweede lid kan het college de
                                    kosten van die voorziening dan wel de subsidie geheel of
                                    gedeeltelijk terugvorderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meerdere subsidie-
                                    of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende
                                    voorzieningen of doelgroepen. Een door het college vastgesteld
                                    subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de
                                    aanspraak op een specifieke voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd
                                    welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden,
                                    alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in
                                    deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                                    voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere
                                    verplichtingen verbinden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een voorziening beëindigen: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                            verplichtingen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=9">artikel 9 van de wet</extref> of artikel 6 lid 2 van deze verordening niet
                                            nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt niet
                                            meer behoort tot de doelgroep van de wet of deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
                                            aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                            voorziening;</al></li><li nr="d."><al>Indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                            onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de
                                    artikelen 9 tot en met 16 nadere regels stellen. Deze regels
                                    kunnen betrekking hebben op : </al><lijst><li nr="a."><al>De voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                                            aangeboden.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgronden bij het aanbieden van
                                            voorzieningen.</al></li><li nr="c."><al>De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                            subsidievaststelling.</al></li><li nr="d."><al>De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
                                            premies.</al></li><li nr="e."><al>De betaling van subsidies en het verlenen van
                                            voorschotten.</al></li><li nr="f. "><al>Het vragen van een eigen bijdrage.</al></li><li nr="g."><al>Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en
                                            het verstrekken van subsidies.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 INSTRUMENTEN VOOR REÏNTEGRATIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Werkstages</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de personen bedoeld in artikel 1, onder c,
                                    een werkstage aanbieden gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de werkstage is het opdoen van werkervaring, met
                                    behoud van uitkering, dan wel het leren functioneren in een
                                    arbeidsrelatie;</al></li><li nr="3."><al>Deze werkstage duurt maximaal 6 maanden;</al></li><li nr="4."><al>Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing
                                    de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed
                                    en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt op de
                                    reguliere arbeidsmarkt.</al></li><li nr="5."><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd
                                    het doel van de werkstage, alsmede de wijze waarop de
                                    begeleiding plaatsvindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Werkervaringsbanen</titel></kop><lijst><li nr="6."><al>Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1, onder c,
                                    een werkervaringsbaan aanbieden;</al></li><li nr="7."><al>Naast de persoon bedoeld in het eerste lid, kan de
                                    werkervaringsbaan ook worden aangeboden aan de persoon die in
                                    het kader van de Wiw, dan wel het ID-besluit een dienstverband
                                    heeft;</al></li><li nr="8."><al>Het doel van de werkervaringsbaan is uitstroom naar een
                                    reguliere baan;</al></li><li nr="9."><al>De werkervaringsbaan duurt maximaal één jaar en kan in
                                    bijzondere gevallen met maximaal één jaar worden verlengd;</al></li><li nr="10."><al> In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd
                                    het doel van de werkervaringsbaan, alsmede de wijze waarop de
                                    begeleiding plaatsvindt;</al></li><li nr="11."><al>Het college stelt nadere regels met betrekking tot de
                                    overgangsregeling van de ID-werknemers en WIW-werknemers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Participatiebanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                    c, een participatiebaan aanbieden;</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de participatiebaan is de deelname aan het
                                    maatschappelijk leven en kan als eerste opstap naar reguliere
                                    arbeid dienen. De participatiebaan wordt met behoud van
                                    uitkering verricht;</al></li><li nr="3."><al>De participatiebaan duurt maximaal twee jaar en bedraagt niet
                                    meer dan 20 uur per week;</al></li><li nr="4."><al>De participatiebaan kan in bijzondere gevallen met twee jaar
                                    worden verlengd.</al></li><li nr="5."><al>De participatiebaan wordt vastgelegd in een trajectplan waarin
                                    ten minste het doel van de participatiebaan, de wijze waarop de
                                    begeleiding plaatsvindt en de nadere specifieke afspraken worden
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Leerbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de personen bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                    c, tot 27 jaar een leerbaan aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de leerbaan is uitstroom naar een reguliere
                                    baan.</al></li><li nr="3."><al>De leerbaan wordt vastgelegd in een trajectplan waarin ten
                                    minste de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt en de nadere
                                    specifieke afspraken worden vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Instapbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de een in personen bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c, tot 27 jaar een instapbaan aanbieden;</al></li><li nr="2."><al>Het doel van een instapbaan is het opdoen van werkervaring
                                    gedurende minimaal 6 maanden en maximaal 12 maanden;</al></li><li nr="3."><al>Aan de werkgever kan een tegemoetkoming in de loonkosten worden
                                    verstrekt, gedurende de duur van het arbeidscontract;</al></li><li nr="4."><al>De instapbaan wordt vastgelegd in een trajectplan waarin ten
                                    minste de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt en de nadere
                                    specifieke afspraken worden vastgesteld</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Jongeren Ontwikkelings- en ervaringsplaats
                                (JOP)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan personen bedoeld in artikel 1, onderdeel c,
                                    tot 27 jaar een Jongeren Ontwikkelings- en ervaringsplaats
                                    (JOP)aanbieden.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de Jongeren Ontwikkelings- en ervaringsplaats is
                                    het opdoen van aanvullende kennis en ervaring middels een
                                    boventallige werkstage, met behoud van uitkering, van maximaal 3
                                    maanden.</al></li><li nr="3."><al>De Jongeren ontwikkelings- en ervaringsplaats wordt vastgelegd
                                    in een trajectplan waarin ten minste de wijze waarop de
                                    begeleiding plaatsvindt en de nadere specifieke afspraken worden
                                    vastgesteld</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Sociale activering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de belanghebbende activiteiten aanbieden in
                                    het kader van sociale activering;</al></li><li nr="2."><al>De activiteiten worden met behoud van uitkering verricht;</al></li><li nr="3."><al>Sociale activering kan een onderdeel zijn van een traject
                                    gericht op arbeidsinschakeling of, als dat vooralsnog niet
                                    mogelijk is, zelfstandige maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="4."><al>Sociale activering heeft als doel de uitkeringsgerechtigde, met
                                    behoud van uitkering, werkritme op te laten doen en/of te
                                    behouden;</al></li><li nr="5."><al>Sociale activering wordt alleen verricht bij organisaties zonder
                                    winstoogmerk;</al></li><li nr="6."><al>Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan
                                    de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de
                                    uitkeringsgerechtigde geen perspectief of pas op (middel)lange
                                    termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en dat
                                    inzet van de voorziening wenselijk is;</al></li><li nr="7."><al>Het doel van de sociale activering wordt vastgelegd in een
                                    trajectplan waarin ten minste de wijze waarop de begeleiding
                                    plaatsvindt en de nadere specifieke afspraken worden
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan personen, als bedoeld in artikel 1 lid c, d
                                    en e een vorm van scholing aanbieden gericht op
                                    arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan aangeboden worden in
                                    de vorm van een subsidie;</al></li><li nr="3."><al>In beginsel wordt scholing altijd gecombineerd met een werkstage
                                    of een werkervaringbaan;</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van
                                    de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale
                                    kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Inkomstenvrijlating</titel></kop><al>Het college kan de uitkeringsgerechtigde met een grote afstand tot de
                            arbeidsmarkt, die inkomsten uit arbeid geniet waarmee een inkomen wordt
                            verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van
                            toepassing zijnde norm, gedurende 6 aaneengesloten maanden een
                            vrijlating toekennen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=31">artikle 31, tweede lid, onder o van de wet</extref> .</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Loonkostensubsidies gericht op
                                werkervaringsbanen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                    persoon, bedoeld in artikel 1 lid c, een arbeidsovereenkomst
                                    sluiten gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van
                                    de duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan
                                    de subsidie worden verbonden;</al></li><li nr="3."><al>Minimaal eenmaal per jaar wordt in overleg met de werknemer en
                                    de werkgever bezien welke mogelijkheden er voor de werknemer
                                    zijn voor arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    er geen verdringing plaatsvindt ten opzichte van reguliere
                                    arbeid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Weigeren loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie kan worden geweigerd indien de werkgever voor de
                                    arbeidskosten van de werknemer een andere subsidie of vergoeding
                                    ontvangt;</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan worden geweigerd indien de subsidie niet of in
                                    onvoldoende mate besteed wordt voor het doel waarvoor zij is
                                    verleend;</al></li><li nr="3."><al>De subsidie wordt geweigerd indien naar het oordeel van het
                                    college door de subsidieverstrekking de concurrentieverhoudingen
                                    verstoord worden, dan wel de subsidieverlening leidt tot het
                                    verdringen van reguliere arbeid;</al></li><li nr="4."><al>De subsidie wordt geweigerd indien het vastgestelde
                                    subsidieplafond is bereikt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 VERGOEDINGEN EN TERUGVORDERING</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Overige vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een deelnemer van een arbeidsmarktgerichte
                                    reïntegratieactiviteit een vergoeding verstrekken in de directe
                                    kosten die hiervoor moeten worden gemaakt;</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt nadere regels vast over het toekennen van de
                                    in lid 1 bedoelde vergoedingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Terugvordering en verlaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als een persoon die deelneemt aan of heeft deelgenomen aan een
                                    voorziening zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 6 niet
                                    nakomt of niet is nagekomen, kan het college de door hem in het
                                    kader van die voorziening ten behoeve van deze persoon gemaakte
                                    kosten terugvorderen;</al></li><li nr="2."><al>Bij een uitkeringsgerechtigde kan daarnaast de bijstand worden
                                    afgestemd conform hetgeen hierover is bepaald in de
                                    Afstemmingsverordening WWB, dan wel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=20">artikel 20 van de Ioaw</extref> of de Ioaz.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Beslissing van het college in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    “Reïntegratieverordening gemeente Aa en Hunze”;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2005.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Aa en
                        Hunze op 13 april 2005.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>Drs. R.M. Munninksma T.Santes </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al>Op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">Wet werk en bijstand</extref>(WWB) heeft het college van burgemeester en
                    wethouders de opdracht om te zorgen voor reïntegratie van bijstandsgerechtigden,
                    nuggers en Anw-ers. De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">WWB</extref> draagt aan de gemeenteraad op om een verordening vast te
                    stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar reïntegratietaak
                    wordt neergelegd. Tevens wordt hierin de aanspraak van burgers op ondersteuning
                    bij reïntegratie geregeld. In de Ioaw en de Ioaz zijn gelijkluidende bepalingen
                    opgenomen. In de aanhef zijn de betreffende bepalingen van de Ioaw en de Ioaz
                    genoemd zodat deze verordening ook op deze groep van toepassing is.</al><al>Duidelijk is dat met de invoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> het accent is komen te liggen op de arbeidsinschakeling en
                    reïntegratie van uitkeringsgerechtigden, met andere woorden “ werk voor
                    inkomen”. De belanghebbende is hier zelf verantwoordelijk voor en is te zien als
                    een werkzoekende. Lukt dit om bepaalde redenen niet zelf, dan kan hij
                    ondersteuning vragen.</al><al>De klant kan aanspraak maken op ondersteuning. Dat wil echter niet zeggen dat
                    hij de ondersteuning ontvangt die hij het meest wenselijk acht. Er wordt een
                    individuele beoordeling gemaakt welke ondersteuning het meeste bijdraagt aan de
                    arbeidsinschakeling. De klant is hier verplicht aan deel te nemen. Als deze
                    verplichting in onvoldoende mate wordt nagekomen, kan een maatregel worden
                    opgelegd op grond van de Maatregelenverordening</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">WWB</extref> vraagt aan de gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een
                    verordening vast te leggen. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het
                    ontwikkelen van reïntegratie-instrumenten, (voorziening in de terminologie van
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">WWB</extref>). De markt op dit terrein is sterk in beweging en
                    voorzieningen worden verder ontwikkeld. Van belang is dat effectief ingespeeld
                    wordt op deze ontwikkelingen. Deze verordening is dan ook niet uitputtend, maar
                    deels kaderstellend. Via een door de raad vast te stellen beleidsplan en de
                    jaarlijkse verantwoording hierover door het college, kan adequaat worden
                    ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen. Verder is het van belang dat er bij
                    reïntegratie maatwerk wordt geleverd. Om hier goed op in te kunnen spelen is er
                    voor gekozen het college de bevoegdheid te geven om binnen het door deze
                    verordening aangegeven kader nadere beleids- en uitvoeringsregels vast te kunnen
                    stellen.ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">WWB</extref>.</al><al><vet>Artikel 2 Opdracht college</vet></al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20/article=7">artikel 7 van de WWB</extref>. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen
                    maken op ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de
                    manier zoals de belanghebbende dat het liefst zou zien.</al><al><vet>Artikel 3 Beleidsplan</vet></al><al>Het door de gemeente vorm te geven reïntegratiebeleid is nieuw en in
                    ontwikkeling. Dit betekent dat niet vaststaat op welke wijze voorzieningen en
                    instrumenten het meest effectief ingezet kunnen worden. Zoals ook in de algemene
                    toelichting is vermeld, is mede daarom gekozen voor de systematiek om niet alles
                    in de verordening te regelen, maar ook gebruik te maken van beleidsplannen en
                    uitvoeringsregels. Het beleidspan geeft het kader aan waarbinnen het college
                    dient te handelen. Het plan wordt periodiek opnieuw vastgesteld en geldt voor
                    een termijn van maximaal 4 jaar.</al><al>Omdat het reïntegratiebeleid nog in ontwikkeling is, is ervoor gekozen om niet
                    uitputtend vast te leggen welke onderwerpen in het reïntegratieplan opgenomen
                    moeten worden.</al><al>Het tweede lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. Het college
                    doet jaarlijks verslag over de uitvoering van het reïntegratieplan en aan de
                    hand van dit verslag kan het plan worden bijgesteld. Hierdoor kan worden
                    ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen.</al><al>In het derde lid wordt de participatie van de cliëntenraad betrokken bij het
                    verslag. </al><al><vet>Artikel 4 Subsidieverlening</vet></al><al>Door de verwijzing in dit artikel naar de betreffende bepalingen uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> en de Algemene subsidieverordening,
                    hoeft in deze verordening niet uitvoerig in te gaan op de wijze van
                    subsidieverlening en de algemene voorwaarden die er aan gesteld worden.</al><al><vet>Artikel 5 Aanspraak op ondersteuning</vet></al><al>De belanghebbende kan aanspraak maken op voorzieningen. Het college bepaalt
                    echter of , en zo ja welke voorziening wordt aangeboden. Dit wordt aan de
                    belanghebbende bij besluit meegedeeld.</al><al><vet>Artikel 6 Verplichtingen van de belanghebbende</vet></al><al>Indien is vastgesteld welke voorziening het meeste bijdraagt aan zijn
                    arbeidsinschakeling c.q. reïntegratie, is de belanghebbende verplicht deze te
                    accepteren. In die zin wordt deelname aan een voorziening gelijk gesteld met het
                    aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.</al><al><vet>Artikel 7 Budget- en subsidieplafonds</vet></al><al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Het uitgeput zijn van
                    begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen
                    te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken dient in de verordening te worden
                    opgenomen dat het mogelijk is subsidie- en budgetplafonds in te stellen.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">WWB</extref> stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen
                    reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te
                    gaan welke andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus
                    in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per
                    voorziening een plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er
                    naar een ander instrument wordt uitgeweken.</al><al>Het college heeft de bevoegdheid om plafonds in te stellen. De vastgestelde
                    plafonds moeten binnen het in het reïntegratieplan vastgestelde kader
                    blijven.</al><al>Een budgetplafond geldt voor de overige uitgaven die het college doet in het
                    kader van voorzieningen. Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die
                    subsidies inhouden. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór
                    de periode waarvoor deze geldt (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A27">art. 4:27 lid 1 Awb</extref>).</al><al><vet>Artikel 8 Algemene bepalingen over voorzieningen</vet></al><al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen, ook met de
                    voorzieningen die niet met name in de verordening zijn opgenomen. Het eerste lid
                    geeft daarom aan dat de verordening geen uitputtende opsomming van voorzieningen
                    bevat.</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo
                    kan bepaald worden dat met de belanghebbende gedurende het traject op gezette
                    tijden de voortgang wordt besproken.</al><al>Het derde lid geeft aan in welke gevallen het college een voorziening kan
                    beëindigen. Onder beëindigen wordt ook verstaan het stopzetten van de subsidie
                    aan een werkgever.</al><al>Het vierde lid geeft het college de algemene bevoegdheid om voor voorzieningen
                    nadere regels te stellen. Dit heeft met name tot doel om bij
                    subsidieverstrekking de uitvoering zo veel mogelijk aan het college over te
                    laten. De bepaling over het vragen van een eigen bijdrage heeft betrekking op de
                    doelgroep Nuggers. Immers voor deze groep is het niet vanzelfsprekend dat zij op
                    een laag inkomensniveau zitten. Het vragen van een eigen bijdrage, eventueel
                    gerelateerd aan de hoogte van het inkomen, kan dan op zijn plaats zijn.</al><al><vet>Artikel 9 Werkstages</vet></al><al>De werkstage wordt ingezet om personen uit het kansrijke bestand actief te
                    houden en werkervaring en arbeidsritme niet verloren te laten gaan. De werkstage
                    vindt plaats met behoud van uitkering en duurt ten hoogste 6 maanden.</al><al><vet>Artikel 10 Werkervaringsbanen of reïntegratiebanen</vet></al><al>De werkervaringsbaan is onderdeel van het traject om uitstroom te realiseren.
                    Het gaat om een combinatie van loonkostensubsidies en jobcoaching om de
                    belanghebbende werkervaring te laten opdoen. Afhankelijk van de afstand tot de
                    arbeidsmarkt kan de hoogte van de loonkostensubsidie variëren.</al><al><vet>Artikel 11 Participatiebanen</vet></al><al>Een participatiebaan wordt ingezet om de belanghebbende met een grote afstand
                    tot de arbeidsmarkt actief en betrokken te houden bij de maatschappij. Het werk
                    zal plaatsvinden op maatschappelijk van groot belang geachte functies. Aan
                    participatiebanen kan worden deelgenomen met behoud van uitkering.</al><al><vet>Artikel 12 Leerbanen</vet></al><al>Deze banen zijn voor jongeren zonder startkwalificaties, om te kunnen deelnemen
                    aan het MKB-leerbanen project. Het project richt zich primair op het preventieve
                    traject binnen het onderwijs. Daarnaast gaat het om reguliere arbeidsplaatsen
                    waarbij een interne opleiding wordt geboden, vaak nog met een officiële
                    startkwalificatie. Bijvoorbeeld politie, landmacht, NS, gezondheidszorg,
                    etc.</al><al><vet>Artikel 13 Instapbanen</vet></al><al>Jongeren tot 27 jaar die geen regulier werk kunnen vinden wordt via zogenaamde
                    instapbanen de kans geboden om gedurende 6 maanden werkervaring op te doen. De
                    werkgever krijgt een tegemoetkoming in de loonkosten via de gemeente. De
                    bedoeling van instapbanen is om bovenformatief of regulier extra banen voor
                    jongeren te creëren.</al><al>Artikel 14 Jongeren Ontwikkelings- en ervaringsplaatsen (JOP)</al><al>Een JOP is een tijdelijke boventallige werkstage van drie maanden. Jongeren
                    kunnen via een JOP aanvullende kennis en (werk)ervaring opdoen. Aan een JOP kan
                    worden deelgenomen met behoud van uitkering.</al><al><vet>Artikel 15 Sociale activering</vet></al><al>De gemeente wil voorkomen dat (groepen) mensen buitengesloten raken van het
                    maatschappelijk verkeer. Sociale activering is een van de instrumenten die de
                    gemeente in dat kader inzet. Doel van de sociale activering is het bevorderen
                    van zelfstandige maatschappelijke participatie (zelfredzaamheid) voor personen
                    die naar verwachting niet, of pas op langere termijn kunnen worden toegeleid
                    naar de arbeidsmarkt.</al><al><vet>Artikel 16 Scholing</vet></al><al>Het aanbieden van scholing als een voorziening staat niet op zich. In beginsel
                    wordt scholing altijd gecombineerd met een werkstage of een werkervaringbaan.
                    Voorop staat dat de aansluiting met de wereld van werk niet verloren gaat. In
                    individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld bij
                    alleenstaande ouders met kinderen, Zij kunnen wellicht de opleiding combineren
                    met zorgtaken.</al><al><vet>Artikel 17 Inkomstenvrijlating</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref> biedt de mogelijkheid om in individuele gevallen inkomsten uit
                    arbeid voor de periode van maximaal zes aaneengesloten maanden vrij te laten tot
                    25% van deze inkomsten tot een wettelijk vastgesteld maximum per maand indien
                    naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders de vrijlating
                    bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Er is voor gekozenom belanghebbenden die een
                    grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt voor deze inkomstenvrijlating in
                    aanmerking te laten komen. Dit houdt in dat belanghebbenden die door het CWI
                    zijn ingedeeld in fase 1 en 2 niet voor de vrijlating in aanmerking komen. Het
                    argument is dat deze categorie niet beloond hoeft te worden voor iets waartoe
                    zij op grond van de afstand tot de arbeidsmarkt in staat moeten worden
                    geacht</al><al><vet>Artikel 18 Loonkostensubsidies gericht op werkervaringsbanen</vet></al><al>Voor het in dienst nemen van een werknemer op een
                    werkervaringsbaan/participatiebaan kan de werkgever een loonkostensubsidie
                    verkrijgen. Een tijdelijke loonkostensubsidie maakt het voor werkgevers
                    aantrekkelijk om een werkervaringsbaan/participatiebaan aan te bieden aan
                    personen die wat minder productief zijn of een grotere afstand tot de
                    arbeidsmarkt hebben. Bij gesubsidieerde arbeid kan het gaan om een
                    dienstbetrekking met een reguliere werkgever of met een
                    reïntegratiebedrijf.</al><al>Er wordt uitgegaan van een werkweek van 32 uur. Dit betekent niet dat er niet
                    meer uren gewerkt mogen worden, alleen zal de subsidie niet toenemen. Deze
                    blijft afgestemd op een werkweek van 32 uur. Het is ook mogelijk dat er minder
                    dan 32 uur wordt gewerkt. In dat geval zal de subsidie evenredig afnemen. Bij
                    een werkervaringbaan van 16 uur wordt de subsidie op maximaal 50% van de
                    maximale subsidie vastgesteld.</al><al>De subsidie is aan een maximum gebonden. Al naar gelang de situatie kan een
                    lager bedrag aan subsidie worden verleend, ook al gaat het om een werkweek van
                    32 uur.</al><al>Werkervaringsbanen zijn zowel in de collectieve sector als in de marktsector
                    mogelijk. Er is geen limiet aan het aantal medewerkers dat in dienst wordt
                    genomen. De subsidieverlening voor werkervaringsbanen mag echter niet tot
                    concurrentievervalsing leiden. Ook moet verdringing van reguliere arbeid worden
                    voorkomen.</al><al>Het is van belang dat de subsidie wordt aangevraagd voordat het dienstverband
                    wordt aangegaan. Dit om goed te kunnen beoordelen in hoeverre het dienstverband
                    voldoet aan de voorwaarden van een werkervaringsbaan.</al><al>Ter uitvoering van de subsidieverlening kan het college nadere beleidsregels
                    vaststellen. In deze beleidsregels zal voornamelijk worden ingegaan op de
                    uitvoering van de subsidieverlening.</al><al>Naast de in deze verordening genoemde voorzieningen, kan het noodzakelijk zijn
                    om kosten voor de belanghebbenden te vergoeden, dan wel subsidie te verlenenom
                    de laatste belemmeringen richting arbeidsinschakeling weg te nemen. Het kan
                    bijvoorbeeld niet zo zijn, dat het ontbreken van financiële middelen om
                    reiskosten te betalen het voeren van een sollicitatiegesprek in de weg staat.
                    Deze vergoeding c.q. subsidie dient ten dienste van de arbeidsinschakeling te
                    staan.</al><al><vet>Artikel 19 Weigeren loonkostensubsidie</vet></al><al>In dit artikel is een aantal specifieke weigeringsgronden opgenomen die gelden
                    naast de weigeringsgronden die genoemd zijn in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Awb</extref>. Op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Awb</extref> kan een subsidie worden geweigerd indien gegronde reden
                    bestaat dat:</al><lijst><li nr="•"><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="•"><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="•"><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                            subsidie van belang zijn.</al></li></lijst><al>Verder kan de subsidie worden geweigerd indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="•"><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            verstrekt en deze verstrekking tot een onjuiste beschikking op de
                            aanvraag heeft geleid;</al></li><li nr="•"><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan
                            wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></li></lijst><al>Wil de subsidieverlening niet tot concurrentievervalsing leiden, dan moet een
                    cumulatie van subsidies worden voorkomen. Om dit te bereiken is in het derde
                    bepaald dat alleen subsidie wordt verleend indien de werkgever geen andere
                    subsidie ontvangt voor de arbeidskosten van de werknemer (lid 1).</al><al>Subsidieverlening mag de concurrentieverhouding niet verstoren. Ook mag het niet
                    leiden tot verdringen van reguliere arbeid. Er wordt dan ook geen subsidie
                    verleend indien in een periode van 6 maanden voor de aanvang de
                    werkervaringsbaan een of meer arbeidsovereenkomsten of aanstellingen tot het
                    verrichten van vergelijkbare arbeid zijn beëindigd op grond van
                    bedrijfseconomische redenen.</al><al><vet>Artikel 20 Overige vergoedingen</vet></al><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om vergoedingen te verstrekken in
                    de kosten van een arbeidsmarktgerichte reïntegratieactiviteit. Naast de in deze
                    verordening genoemde voorzieningen kan het noodzakelijk zijn om kosten voor de
                    belanghebbende te vergoeden, dan wel subsidie te verlenen, om de laatste
                    belemmeringen richting arbeidsinschakeling weg te nemen. Het kan bijvoorbeeld
                    niet zo zijn dat het ontbreken van financiële middelen voor reiskosten het
                    voeren van een sollicitatiegesprek in de weg staat. De vergoeding c.q. subsidie
                    dient ten dienste van de arbeidsinschakeling te staan.</al><al><vet>Artikel 21 Terugvordering en verlaging</vet></al><al>In dit artikel wordt het verband gelegd met de afstemmingsverordening <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">WWB</extref>. In het tweede en derde lid wordt bepaald dat verleende
                    subsidie of gemaakte kosten in geval van het in onvoldoende mate deelnemen aan
                    een voorziening of het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie kunnen
                    worden teruggevorderd. Bij uitkeringsgerechtigden geldt dat ook kan worden
                    overgegaan tot verlaging van de uitkering op grond van de
                    afstemmingsverordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>