<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR13420_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-09-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aa en Hunze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 01-02-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-04-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor activiteiten op het gebied van welzijn, zorg, educatie, kunst en cultuur, sport en recreatie, sociaal cultureel werk, onderwijs, openbare orde en veiligheid.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht;</extref></al></li><li nr="b."><al>beleidsveld: samenhangende activiteiten om een specifiek deel
                                    van het gemeentelijk beleid te realiseren;</al></li><li nr="c."><al>subsidie: zoals omschreven in de wet</al></li><li nr="d."><al>subsidieplafond: zoals omschreven in de wet</al></li><li nr="e."><al>egalisatiereserve: een reserve, die ertoe dient om onvoorziene
                                    schommelingen in de bedrijfsvoering op te vangen</al></li><li nr="f."><al>budgetsubsidie: een subsidie waarmee de gemeente de activiteiten
                                    van de ontvanger inhoudelijk stuurt op resultaten;</al></li><li nr="g."><al>prestatiesubsidie: een subsidie, waarbij de gemeente de
                                    activiteiten van de ontvanger stuurt op prestatie(s);</al></li><li nr="h."><al>projectsubsidie: een eenmalig verstrekte subsidie ten behoeve
                                    van activiteiten van de aanvrager, niet zijnde een
                                    waarderingssubsidie;</al></li><li nr="i."><al>waarderingssubsidie: een subsidie waarbij de gemeente de
                                    activiteiten van de ontvanger niet zo zeer op aard en inhoud
                                    stuurt, maar als blijk van waardering</al></li><li nr="j."><al>éénmalige subsidie: een subsidie voor een éénmalige activiteit
                                    of een project;</al></li><li nr="k."><al>investeringssubsidie: een subsidie voor de aanschaf, bouw of
                                    verbouwing van gebouwen of voor de aanschaf van andere
                                    kapitaalgoederen, waarvan de lasten onevenredig zwaar op de
                                    exploitatie van een aanvrager drukken;</al></li><li nr="l."><al>de raad: de gemeenteraad van Aa en Hunze</al></li><li nr="m."><al>het college: het college van Burgemeester en wethouders van Aa
                                    en Hunze</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente te
                            verstrekken subsidies voor activiteiten op het gebied van welzijn, zorg,
                            educatie, kunst en cultuur, sport en recreatie, sociaal cultureel werk,
                            onderwijs, openbare orde en veiligheid, die het belang van de gemeente
                            en/of haar inwoners dienen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd tot het verstrekken van subsidies binnen
                                    de door de raad gestelde kaders.</al></li><li nr="2."><al>Het college is belast met de uitvoering van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd voor bepaalde vormen van subsidies nadere
                                    regels te stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd om voor de uitvoering van de
                                    subsidiebeschikking een overeenkomst te sluiten, zoals bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A36">artikel 4:36 van de wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie wordt slechts verleend aan rechtspersonen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid subsidie
                                    verlenen aan natuurlijke personen en / of groepen van
                                    natuurlijke personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan voor aanvang van het subsidietijdvak voor bepaalde
                                    beleidsvelden een subsidieplafond instellen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt voor aanvang van het subsidietijdvak bekend,
                                    hoe de beschikbare subsidie wordt verdeeld wanneer het
                                    subsidieplafond dreigt te worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Subsidieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een subsidie dient vóór 15 mei van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd
                                    schriftelijk te worden ingediend bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag voor een subsidie, moet de aanvrager in ieder
                                    geval de volgende stukken indienen: </al><lijst><li nr="-"><al>het activiteitenplan, waarin een overzicht is opgenomen
                                            van door de instelling voorgenomen activiteiten en de
                                            door de instelling nagestreefde doelen;</al></li><li nr="-"><al>een gespecificeerde begroting, waarin de kosten van het
                                            uit te voeren werkprogramma per activiteit worden
                                            gespecificeerd</al></li><li nr="-"><al>een meerjarenbegroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan modellen dan wel richtlijnen vaststellen voor de
                                    stukken die bij een aanvraag moeten worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Bij een eerste subsidieaanvraag moet de aanvrager, in aanvulling
                                    op lid 2, de volgende stukken indienen: </al><lijst><li nr="-"><al>een afschrift van de notarieel vastgelegde statuten of
                                            bij ontbreken daarvan een afschrift van het
                                            huishoudelijk reglement;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving van de organisatievorm van de
                                            instelling voor zover niet vervat in de statuten van de
                                            instelling;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van de actuele bestuurssamenstelling.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan indien een aanvraag niet tijdig of onvolledig is
                                    ingediend, besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de
                                    aanvrager de gelegenheid heeft gekregen binnen een redelijke
                                    termijn de aanvraag aan te vullen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan indien het dit nodig acht ook andere gegevens
                                    vragen voor het beoordelen van de aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Meerjarige subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt subsidies in beginsel per boekjaar.
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Afdeling 4.2.8 van de wet</extref> is hierop van
                                    toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan subsidie verstrekken voor een periode van langer
                                    dan één boekjaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college een meerjarige subsidie verstrekt, geeft het
                                    in de beschikking aan op welk bedrag de aanvrager voor ieder
                                    jaar recht heeft, dan wel op welke wijze het toegekende bedrag
                                    jaarlijks geïndexeerd wordt.</al></li><li nr="4."><al>Indien er sprake is van indexering, past het college jaarlijks
                                    het subsidiebedrag aan, conform deze indexering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Subsidieverlening</titel></kop><al>Het college deelt een beslissing over een directe vaststelling of
                            verlening van een subsidie binnen zes weken na vaststelling van de
                            gemeentebegroting schriftelijk mee aan de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de subsidieverlening voorschriften
                                    verbinden.</al></li><li nr="2."><al>Instellingen, die werken met vrijwilligers moeten deze
                                    vrijwilligers verzekeren tegen de gevolgen van ongevallen en
                                    wettelijke aansprakelijkheid.</al></li><li nr="3."><al>Instellingen die betaalde krachten in dienst hebben, treffen
                                    zelf de nodige voorzieningen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid
                                    en dergelijke.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Weigeringsgronden</titel></kop><al>Subsidie kan, naast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A25">artikel 4.25</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A35">4.35 van de Wet</extref> genoemde gevallen worden geweigerd, indien
                            gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente, of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>de gelden niet, of in onvoldoende mate besteed zullen worden
                                    voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt
                                    gesteld;</al></li><li nr="-"><al>de aanvrager doelstellingen heeft of activiteiten zal ontplooien
                                    die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, of de
                                    openbare orde;</al></li><li nr="-"><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente Aa en Hunze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger stelt het boekjaar gelijk aan het
                                    subsidiejaar, tenzij hij hiervoor van het college schriftelijk
                                    ontheffing krijgt.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het
                                    financiële verslag aan een accountant als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=burgerlijk%20wetboek%20Boek%202/article=393">artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                        Wetboek</extref>. </al><lijst><li nr="-"><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag
                                            voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde
                                            voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover
                                            hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële
                                            verslag verenigbaar is.</al></li><li nr="-"><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer
                                            in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid
                                            van het financiële verslag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan bij subsidieverlening de subsidieontvanger
                                    verplichten voor bepaalde rechtshandelingen schriftelijk
                                    toestemming te vragen aan het college.</al></li><li nr="4."><al>Instellingen die in overwegende mate of geheel afhankelijk zijn
                                    van subsidie van de gemeente Aa en Hunze moeten vooraf
                                    schriftelijk toestemming hebben van het college voor het creëren
                                    van een voorziening.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan bij de subsidieverlening aan de
                                    subsidieontvanger verplichtingen opleggen die strekken tot
                                    verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan verplichtingen die niet strekken tot
                                    verwezenlijking van het doel van de subsidie slechts aan de
                                    subsidie verbinden voorzover dit bij wettelijk voorschrift is
                                    bepaald.</al></li><li nr="7."><al>Verplichtingen als bedoeld in het voorgaande lid, kunnen slechts
                                    betrekking hebben op de wijze waarop, of de middelen waarmee de
                                    gesubsidieerde activiteiten worden verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Egalisatiereserve</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bij subsidieverlening bepalen dat de ontvanger
                                    een egalisatiereserve mag of juist moet vormen en hoe groot deze
                                    mag of moet zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij subsidieverlening bepalen welk bedrag de
                                    ontvanger jaarlijkse maximaal toevoegt aan de
                                    egalisatiereserve.</al></li><li nr="3."><al>De egalisatiereserve is niet groter dan 10% van het totaal van
                                    de jaarlasten, minus de huurlasten of kapitaalslasten van een
                                    eigen gebouw en storting in voorzieningen en de jaarbaten, minus
                                    overheidssubsidies.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan een ontvanger schriftelijk toestemming geven een
                                    grotere egalisatiereserve op te bouwen, indien ontvanger, naar
                                    het oordeel van het college te maken heeft met buitengewone
                                    bedrijfsrisico’s.</al></li><li nr="5."><al>Als de egalisatiereserve hoger is dan het bepaalde in lid 3 of
                                    lid 4 brengt het college het meerdere in mindering op de
                                    subsidie voor de volgende periode.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan hier van afwijken als het in overleg met de
                                    instelling een besteding overeenkomt, die past binnen de
                                    subsidiabele activiteiten of producten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichten tussentijds te
                                    rapporteren over de voortgang van de gesubsidieerde
                                    activiteiten.</al></li><li nr="2."><al>Het college geeft in de subsidievoorschriften aan hoe de
                                    tussentijdse rapportage dient plaats te vinden.</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger brengt de volgende zaken onverwijld ter
                                    kennis van het college: </al><lijst><li nr="-"><al>oprichting van of deelname in een andere
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van de statuten of het huishoudelijk
                                            reglement;</al></li><li nr="-"><al>ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="-"><al>wijzigingen in de samenstelling van het bestuur;</al></li><li nr="-"><al>faillissement, surséance van betaling of andere ernstige
                                            financiële problemen;</al></li><li nr="-"><al>andere wijzigingen die van betekenis zijn voor de
                                            subsidieverhouding.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk binnen 4 maanden na afloop van het subsidietijdvak of
                                    beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend,
                                    dient de subsidieontvanger bij het college een aanvraag in tot
                                    vaststelling van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="-"><al>een verslag van de activiteiten. Dit verslag beschrijft
                                            de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie
                                            werd verleend en bevat een vergelijking tussen de
                                            nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een
                                            toelichting op de verschillen.</al></li><li nr="-"><al>een financieel verslag. Dit verslag geeft inzicht in het
                                            vermogen, het exploitatiesaldo, de solvabiliteit en
                                            liquiditeit van de subsidieontvanger. Een
                                            egalisatiereserve staat op de balans als zelfstandige
                                            post met verantwoording. Het financieel verslag sluit
                                            aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en
                                            behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten
                                            en uitgaven van het jaar voorafgaande aan het boekjaar.
                                            Het financieel verslag dient voorzien te zijn van een
                                            accountantsverklaring.</al></li><li nr="-"><al>een exploitatieoverzicht met toelichting. In het
                                            exploitatieoverzicht staan de mutaties in de
                                            egalisatiereserve.</al></li><li nr="-"><al>een accountantsverklaring, als beschreven in art. 11 lid 2 van deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan in voorkomende gevallen bepalen dat van het
                                    bepaalde in het eerste en tweede lid kan worden afgeweken.</al></li><li nr="4."><al>Indien de subsidieontvanger niet binnen de gestelde termijn een
                                    aanvraag tot vaststelling heeft ingediend, kan het college de
                                    subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen.</al></li><li nr="5."><al>Het college stelt binnen 8 weken na de aanvraag om vaststelling
                                    de subsidie definitief vast.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan een verleende subsidie lager vaststellen,
                                    indien: </al><lijst><li nr="-"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
                                            niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen
                                            plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                            volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                            aanvraag op subsidieverlening zou hebben</al></li><li nr="-"><al>geleid;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist, of behoorde te weten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Wijziging en intrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, zo lang de subsidie nog niet is vastgesteld de
                                    subsidieverlening intrekken, of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen, indien: </al><lijst><li nr="-"><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
                                            niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen
                                            plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                            subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                            heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                            volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                            aanvraag op subsidieverlening zou hebben geleid;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist, of behoorde te weten;</al></li><li nr="-"><al>met toepassing van artikel 4.34, vijfde lid van de wet
                                            een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende
                                            gelden ter beschikking worden gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien sprake is van meerjarige subsidies is lid 1 ook van
                                    toepassing bij significante gemeentelijke lastenstijgingen of
                                    inkomstenderving vanwege exogene factoren, zulks ter beoordeling
                                    van de raad.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
                                    van de subsidieontvanger wijzigen, indien: </al><lijst><li nr="-"><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan zij bij
                                            de subsidievaststelling redelijkerwijze niet op de
                                            hoogte konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager
                                            dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                                            vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de subsidievaststelling onjuist was en de
                                            subsidieontvanger dit wist, of dit behoorde te
                                            weten;</al></li><li nr="-"><al>de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet
                                            heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                            verplichtingen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                            betaald, onder verrekening van eventueel betaalde voorschotten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Afwijkende bepalingen subsidiesoorten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Toepasselijke bepalingen budgetsubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op budgetsubsidies zijn de bepalingen van Hoofdstuk II van
                                    toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
                                    geeft.</al></li><li nr="2."><al>De aanvrager van een budgetsubsidie drukt het activiteitenplan
                                    en de begroting uit in meetbare prestaties met vermelding van de
                                    daarvoor benodigde personele en materiële middelen en de door de
                                    instelling nagestreefde doelen.</al></li><li nr="3."><al>Het college verstrekt een budgetsubsidie onder de voorwaarde dat
                                    de subsidieontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een
                                    uitvoeringsovereenkomst.</al></li><li nr="4."><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager om tot
                                    overeenstemming te komen over de gewenste activiteiten en
                                    resultaten en de te verstrekken subsidie.</al></li><li nr="5."><al>De ontvanger van een budgetsubsidie rapporteert uiterlijk op 1
                                    september van het subsidiejaar aan het college over de voortgang
                                    van de activiteiten in de eerste zes maanden van het jaar en
                                    geeft een prognose voor de tweede zes maanden, inclusief een
                                    financiële vertaling.</al></li><li nr="6."><al>De ontvanger geeft indien de tussentijdse resultaten niet
                                    overeenkomen met de afgesproken resultaten aan hoe hij de
                                    afgesproken resultaten alsnog zal realiseren.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan aangeven hoe deze rapportage moet
                                    plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Toepasselijke bepalingen prestatiesubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op prestatiesubsidies zijn de bepalingen van hoofdstuk II van
                                    toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
                                    geeft.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van een prestatiesubsidie is de
                                    aanvrager niet gehouden een accountantsverklaring in te dienen,
                                    tenzij het college wethouders dat bij subsidieverlening anders
                                    bepaald heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Toepasselijke bepalingen waarderingssubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op waarderingssubsidies zijn de bepalingen van hoofdstuk II van
                                    toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
                                    geeft.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan voor de aanvraag van waarderingssubsidies een
                                    vereenvoudigde procedure vaststellen. Bij aanvragen in dit kader
                                    kan het college besluiten af te zien van de verplichting van de
                                    subsidieaanvrager een begroting in te dienen.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van een waarderingssubsidie is
                                    de ontvanger niet gehouden een accountantsverklaring in te
                                    dienen, tenzij het college bij subsidieverlening anders bepaald
                                    heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Toepasselijke bepalingen éénmalige subsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op éénmalige subsidies zijn de bepalingen van hoofdstuk II van
                                    toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
                                    geeft.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een éénmalige subsidie dient uiterlijk acht
                                    weken voor aanvang van de activiteiten schriftelijk te worden
                                    ingediend bij het college.</al></li><li nr="3."><al>Bij een aanvraag voor een éénmalige subsidie, moet de aanvrager
                                    in ieder geval de volgende stukken indienen: </al><lijst><li nr="-"><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de
                                            subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="-"><al>een begroting waarin de inkomsten en uitgaven voor de
                                            activiteiten worden gespecificeerd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van een éénmalige subsidie is
                                    de ontvanger niet gehouden een accountantsverklaring in te
                                    dienen, tenzij het college bij subsidieverlening anders bepaald
                                    heeft.</al></li><li nr="5."><al>Het college verstrekt een éénmalige subsidie voor hetzelfde doel
                                    of dezelfde activiteiten slecht één maal.</al></li><li nr="6."><al>Het college deelt een beslissing over een directe vaststelling
                                    of een verlening van een éénmalige subsidie binnen zes weken na
                                    ontvangst van de aanvraag mee aan de aanvrager.</al></li><li nr="7."><al>Het college bepaalt bij subsidieverlening dat de ontvanger van
                                    een éénmalige subsidie binnen een bepaalde termijn na afloop van
                                    de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                    indient. Het college bepaalt dan hoe de vaststelling
                                    plaatsvindt. Het college stelt de subsidie vast binnen de
                                    toegestane subsidiabele kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Toepasselijke bepalingen investeringssubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op investeringssubsidies zijn de bepalingen van Hoofdstuk II van
                                    toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
                                    geeft.</al></li><li nr="2."><al>Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie moet de aanvrager
                                    in ieder geval de volgende stukken indienen: </al><lijst><li nr="-"><al>een kostenspecificatie of –raming van de voorgenomen
                                            investering;</al></li><li nr="-"><al>een plan voor de financiering van de investering en de
                                            raming van de gevolgen voor de exploitatie van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>een beschrijving hoe de investering past binnen het
                                            beleid van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag tot vaststelling van een investeringssubsidie is
                                    de ontvanger gehouden een accountantsverklaring in te dienen,
                                    tenzij het college bij subsidieverlening anders bepaald
                                    heeft.</al></li><li nr="4."><al>Het college deelt een beslissing over een directe vaststelling
                                    of een verlening van een investeringssubsidie binnen zes weken
                                    na ontvangst van de aanvraag mee aan de aanvrager.</al></li><li nr="5."><al>Het college bepaalt bij subsidieverlening dat de ontvanger van
                                    een investeringssubsidie binnen een bepaalde termijn een
                                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie indient. Het college
                                    bepaalt dan hoe de vaststelling plaatsvindt. Het college stelt
                                    de subsidie vast binnen de toegestane subsidiabele kosten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in individuele gevallen één of meer bepalingen uit deze
                            verordening niet van toepassing verklaren, voor zover toepassing leidt
                            tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Het college treft in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet
                            de nodige voorzieningen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                    overgangssituatie tussen het intrekken van de oude
                                    subsidieverordening en de inwerkingtreding van de nieuwe
                                    subsidieverordening.</al></li><li nr="2."><al>Op subsidies die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn
                                    verstrekt blijven de bepalingen zoals opgenomen in de Algemene
                                    Subsidieverordening, zoals vastgesteld op 4 maart 1999 van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Algemene
                            subsidieverordening gemeente Aa en Hunze 2006.’</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari 2006. Met
                            ingang van die datum vervalt de ‘Algemene Subsidieverordening gemeente
                            Aa en Hunze’, zoals vastgesteld op 4 maart 1999.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en
                        Hunze, gehouden op</ondertekening><ondertekening>25 januari 2006.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>T. Santes. Drs. R.W. Munniksma.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>