<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR134179_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Aalten Actueel, d.d. 24-01-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/Hoofdstuk4/Titel43/Artikel481/geldigheidsdatum_06-02-2012">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe beleidsregels</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze beleidsregels vervangen de "Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid 2010".</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid 2012.
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (Wwb) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een
                                        besluit is betrokken (artikel 1.2 Awb);</al></li>
                <li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Aalten;</al></li>
                <li nr="c."><al>schoolgaande kinderen: kinderen van 4 tot en met 17 jaar die
                                        (voltijd) dagonderwijs volgen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Bijzondere bijstand zorg</titel>
            </kop>
            <al>Onder bijzondere bijstand wordt verstaan het verlenen van bijstand aan
                            de zelfstandig wonende alleenstaande of het gezin zover deze niet
                            beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere
                            omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan, en deze
                            kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit
                            de bijstandsnorm. Het college bepaalt het begin en de duur van de
                            periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking worden
                            genomen. In deze beleidregels gaat het over de uitvoering van de
                            bijzondere bijstand “zorg”. Hierna te noemen “bijstand”. De uitvoering
                            van de bijzondere bijstand “leven” (gericht op arbeid/maatschappelijke
                            participatie) wordt uitgevoerd door het Intergemeentelijk
                            Samenwerkingsverband Werk en Inkomen (ISWI) .</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aanvraag- en ingangsdatum</titel>
            </kop>
            <al>Een aanvraag om bijstand moet in beginsel worden ingediend voordat, of
                            vlak nadat, de kosten zijn gemaakt, als regel binnen één maand. De
                            ingangsdatum van de bijstand is op zijn vroegst de eerste dag van de
                            maand waarin de aanvraag is ingediend. De ingangsdatum wordt gekoppeld
                            aan de ingangsdatum van de draagkrachtperiode, tenzij de
                            draagkrachtperiode al op een eerder moment is vastgesteld.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Draagkracht, drempelbedrag, inkomen en vermogen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Draagkracht, drempelbedrag, inkomen en vermogen</titel>
            </kop>
            <al>De financiële draagkracht wordt gevormd door:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het eventueel aanwezige vermogen;</al></li>
              <li nr="b."><al>het eventueel aanwezige meerinkomen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Draagkrachtperiode</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De draagkracht uit het inkomen wordt in beginsel vastgesteld voor
                                een periode van 12 maanden, vanaf de eerste dag van de maand waarin
                                de bijstandsaanvraag wordt ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De draagkracht kan over een afwijkende periode zoals genoemd onder 1
                                worden vastgesteld indien hiervoor aanleiding is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Indien binnen de vastgestelde periode van 12 maanden een nieuwe
                                bijstandsaanvraag wordt ingediend, blijft de reeds eerder
                                vastgestelde draagkracht voor die periode gelden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>De draagkracht wordt telkens vastgesteld voor een periode van 12
                                maanden (of langer) op het tijdstip waarop de voorgaande periode is
                                verstreken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Herziening draagkracht</titel>
            </kop>
            <al>De draagkracht kan binnen de vastgestelde draagkrachtperiode worden
                            herzien, indien wijziging van de omstandigheden daartoe aanleiding
                            geven. De draagkracht wordt herzien als ten gevolge van een
                            inkomensstijging de netto draagkracht op jaarbasis € 125,00 of meer
                            stijgt. Voornoemd bedrag is gebaseerd op het drempelbedrag zoals genoemd
                            in artikel 35 lid 2 Wwb en wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Draagkrachtperiode en gebruiksduur</titel>
            </kop>
            <al>Indien de gebruiksduur van een voorziening, waarvoor bijstand met
                            toepassing van deze beleidsregels wordt verleend, zich over een langere
                            periode dan 12 maanden uitstrekt, wordt bij de vaststelling van de
                            draagkrachtperiode die één jaar in aanmerking genomen, met uitzondering
                            van de vastgestelde draagkrachtperiode zoals genoemd in artikel 5 lid 2
                            van deze beleidsregels.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Drempelbedrag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Lid 2 van artikel 35 Wwb geeft het college de mogelijkheid een
                                drempelbedrag te hanteren tot een maximumbedrag van € 125,00 (norm
                                01-01-2012).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Er wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een
                                drempelbedrag te hanteren bij de vaststelling van het recht op, en
                                de hoogte van de bijstand.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Inkomen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>
                <vet>Meerinkomen</vet>Voor de vaststelling van de draagkracht neemt
                                het college in aanmerking het bedrag, waarmee de inkomsten de som
                                overschrijden van de op grond van de Wwb toepasselijke uitkeringen.
                                Het bedoelde bedrag wordt verder aangevuld met de term
                                “meerinkomen”.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>
                <vet>Vaststelling 12 maanden-inkomen</vet>Bij de vaststelling van
                                het inkomen over 12 maanden wordt, ten aanzien van regelmatig binnen
                                de 12 maanden ontvangen inkomsten, uitgegaan van de hoogte van de
                                inkomsten over de laatste gebruikelijke betalingsperiode voorafgaand
                                aan het tijdstip waarop de draagkrachtperiode begint.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>
                <vet>Onregelmatig ontvangen inkomsten</vet>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Bij de vaststelling van het 12 maanden inkomen worden niet
                                        regelmatig binnen de 12 maanden periode ontvangen inkomsten
                                        bepaald door middel van een gemiddeld maandinkomen te
                                        berekenen over de periode van 6 maanden voorafgaand aan het
                                        tijdstip waarop de periode van 12 maanden zou starten.</al></li>
                <li nr="b."><al>Bij de toepassing van bovenstaande kan rekening worden
                                        gehouden met een wijziging van omstandigheden die binnen een
                                        periode van 12 maanden optreedt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Op het inkomen in mindering te brengen kosten</titel>
            </kop>
            <al>Op het inkomen van de belanghebbende wordt in mindering gebracht:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>verplichte betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van de
                                    niet in het gezinsverband van de aanvrager levende echtgenoot en
                                    kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen
                                    echtgenoot (= alimentatie).</al></li>
              <li nr="b."><al>noodzakelijke betalingen tot levensonderhoud op grond van het
                                    Burgerlijk Wetboek aan kinderen jonger dan 21 jaar (=
                                    alimentatie)</al></li>
              <li nr="c."><al>ten laste van de aanvrager blijvende noodzakelijke kosten in
                                    verband met studie en opleiding van zijn kinderen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Pensioenvrijlating</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De pensioenvrijlating zoals bedoeld in artikel 33 lid 5 Wwb die
                                geldt voor de algemene bijstand, geldt ook voor de berekening van de
                                draagkracht voor de bijzondere bijstand.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De pensioenvrijlating zoals bedoeld in artikel 33 lid 5 Wwb die
                                geldt voor de algemene bijstand, geldt niet voor de berekening van
                                het inkomen voor de regeling categoriale bijzondere bijstand 65+,
                                langdurigheidstoeslag, het participatiefonds en de collectieve
                                aanvullende zorgverzekering.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Percentage draagkracht</titel>
            </kop>
            <al>De draagkracht in het meerinkomen, voor wat betreft de bijstand, wordt
                            vastgesteld op 25 % van het meerinkomen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Vermogen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het vermogen van belanghebbende wordt volledig als financiële
                                draagkracht aangemerkt voor zover dat hoger is dan de vermogensgrens
                                genoemd in artikel 34 van de Wwb . Met betrekking tot het vermogen,
                                gebonden in de door belanghebbende of zijn gezin in eigendom
                                bewoonde woning met bijbehorend erf, zijn de regels van de Wwb van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voor zover ingevolge artikel 50, lid 1 Wwb recht bestaat op
                                bijstand, heeft deze de vorm van een geldlening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de bijstand over een periode van een jaar, te rekenen
                                        vanaf de dag waarover bijstand wordt verleend, naar
                                        verwachting niet meer bedraagt dan het wettelijk netto
                                        minimumloon gedurende één maand;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor zover het vermogen gebonden in de woning met
                                        bijbehorend erf hoger is dan het vermogen, bedoeld in
                                        artikel 34, lid 2 onderdeel d Wwb.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Eveneens als vermogen geldt</titel>
            </kop>
            <al>Het vermogen beneden de in artikel 34 van de Wwb genoemde vermogensgrens
                            wordt eveneens als financiële draagkracht aangemerkt indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op
                                    korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om in de
                                    kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd te voorzien;</al></li>
              <li nr="2."><al>de noodzaak tot bijzondere bijstandsverlening het gevolg is van
                                    een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                    voorziening in het eigen bestaan;</al></li>
              <li nr="3."><al>de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborg
                                    betreft;</al></li>
              <li nr="4."><al>bijstand wordt gevraagd voor de kosten van noodzakelijke
                                    duurzame gebruiksgoederen waarvoor gereserveerd dient te
                                    worden;</al></li>
              <li nr="5."><al>het bijstand betreft ter gedeeltelijke of volledige aflossing
                                    van een schuldenlast.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Voorliggende voorzieningen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Voorliggende voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>Geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan
                            op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt
                            geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht
                            op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende
                            voorzieningen als niet noodzakelijk worden aangemerkt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Premie zorgverzekering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De kosten van de premie voor de Zorgverzekeringswet behoren tot de
                                algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit een inkomen op
                                bijstandsniveau kunnen worden betaald terwijl voor het restant de
                                zorgtoeslag een passende en toereikende voorliggende voorziening is.
                                Bijstandsverlening voor de premie basisverzekering en premie
                                aanvullende verzekering(en) is daardoor uitgesloten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Ook wordt geen bijstand verstrekt voor de kosten van het niet
                                verzekerd zijn voor ziektekosten (premie achterstand, boete en
                                medische kosten).</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Eigen bijdrage en eigen risico basisverzekering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Er wordt geen bijstand verleend voor de kosten van de eigen bijdrage
                                op grond van de zorgverzekeringspremie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Er wordt geen bijstand toegekend voor het verschuldigde verplichte
                                eigen risico (€ 220,00 in het jaar 2012) alsmede het vrijwillig
                                afgesloten eigen risico.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Aanvullende zorgverzekering</titel>
            </kop>
            <al>De gemeente Aalten raadt cliënten aan zich tenminste aanvullend te
                            verzekeren met een aanvullende pakket die gelijkwaardig is aan de
                            collectieve aanvullende zorgverzekering Gemeente Extra bij CZ
                            Zorgverzekeringen. Deze verzekering voor ziektekosten wordt gezien als
                            een adequate voorziening.</al>
            <al>Indien cliënten voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan
                            bijstand aanvragen zónder dat men aanvullend verzekerd is, of waarbij er
                            sprake is van het verwijtbaar niet aanvullend verzekerd kunnen zijn,
                            door bijvoorbeeld betalingsachterstanden, wordt in beginsel géén
                            bijstand verstrekt voor de vergoeding welke ontvangen zou zijn wanneer
                            men wél aanvullend én collectief aanvullend verzekerd was geweest. In
                            het individuele geval worden de kosten, waarvoor geen vergoeding
                            plaatsvindt, als niet noodzakelijk aangemerkt.</al>
            <al>Wanneer het kosten betreft die om budgettaire redenen uit de
                            basisverzekering gehaald zijn, dan worden deze kosten nog wel als
                            noodzakelijk aangemerkt en is bijstand mogelijk.</al>
            <al>Het niet hebben van een aanvullende zorgverzekering kan overigens niet
                            gezien worden als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid om
                            te voorzien in de kosten van het bestaan. Het gaat hierbij immers om het
                            noodzakelijkheidoordeel.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Medisch advies</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Teneinde vast te stellen of kosten in het individuele geval medisch
                                noodzakelijk zijn, kan een medisch advies worden opgevraagd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voor de navolgende kostensoorten behoeft in principe géén medisch
                                advies opgevraagd te worden:• kosten orthodontist voor jongeren
                                onder 18 jaar;• kosten van gehoorapparaten;• kosten van steunzolen
                                en steunkousen;• pedicurekosten diabetespedicure;• reiskosten voor
                                bezoek specialist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Voor alle overige kostensoorten wordt in beginsel een medisch advies
                                opgevraagd indien de noodzakelijkheid niet objectief vast te stellen
                                is.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Mogelijke vormen van bijstand</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Bijstand om niet en tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Indien er sprake is van een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid om zelf in de bijzondere noodzakelijke kosten
                                van bestaan te voorzien, kan de bijstand in de vorm van een lening
                                worden verstrekt.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Soorten van bijstand / minimabeleid / langdurigheidstoeslag</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Bijstand voor duurzame gebruiksgoederen</titel>
            </kop>
            <al>Bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen, kan
                            worden verstrekt in de vorm van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>borgtocht, of als dit niet mogelijk is;</al></li>
              <li nr="b."><al>een geldlening;</al></li>
              <li nr="c."><al>bijstand om niet : voor de kosten van noodzakelijke duurzame
                                    gebruiksgoederen kan bijstand om niet worden verleend;- indien
                                    door niet aan de belanghebbende te verwijten omstandigheden
                                    bijstandsverlening in de vorm van borgtocht of geldlening een te
                                    zware belasting zou betekenen of,- wanneer belanghebbende
                                    voorafgaande aan de aanvraag, 3 jaar of langer aaneengesloten
                                    een inkomen heeft, niet hoger dan de voor belanghebbende
                                    geldende uitkeringsnorm en zelfstandig een huishouding heeft
                                    gevoerd. In dat geval wordt men geacht geen
                                    reserveringscapaciteit meer te hebben. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22</nr>
              <titel>Algemene regel duurzame gebruiksgoederen</titel>
            </kop>
            <al>Als regel worden mensen, die bijstand vragen voor duurzame
                            gebruiksgoederen verwezen naar de Stadsbank Oost Nederland (voorliggende
                            voorziening). Er kunnen zich omstandigheden voordoen, waarbij de bank
                            geen lening wil verstrekken tenzij de gemeente voor de terugbetaling
                            borg staat. Indien borgstelling niet het aangewezen middel is, resteren
                            nog de mogelijkheden van bijstand in de vorm van een lening of bijstand
                            om niet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23</nr>
              <titel>Uitzonderingen / drie jaar of langer een minimuminkomen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Bijstandsverlening om niet <cursief><vet>kan</vet></cursief> aan de
                                orde zijn als de aanvrager lange tijd geen mogelijkheden heeft gehad
                                om voor de kosten te reserveren, voor langere tijd geen
                                mogelijkheden heeft om terug te betalen in verband met overige
                                verplichtingen of een lening / borgtocht een te zware belasting zou
                                betekenen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Bij een inkomen op maximaal de voor betrokkene geldende
                                uitkeringsnorm gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar wordt
                                het niet meer wenselijk geacht te reserveren voor of af te lossen op
                                een lening voor duurzame gebruiksgoederen. Na genoemde periode kan
                                dan bijstand om niet verstrekt worden voor duurzame
                                gebruiksgoederen. Toetsing vindt plaats op individuele gronden
                                (maatwerkprincipe).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Bijstand om niet voor duurzame gebruiksgoederen kan alleen verstrekt
                                worden voor de navolgende goederen:- wasmachine;- koelkast;-
                                kooktoestel;- bedmatras;- stofzuiger.Niet genoemde duurzame
                                gebruiksgoederen komen dus in het algemeen niet voor
                                bijzonderebijstandsverlening in aanmerking. Individualisering blijft
                                altijd mogelijk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Een aan belanghebbende toegekende langdurigheidstoeslag wordt
                                daarbij niet aangemerkt als een voorliggende voorziening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Indien een geldlening wordt verstrekt stemt het college het
                                aflossingsbedrag en de duur van de aflossing mede af op
                                omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende,
                                alsmede het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de
                                voorziening in het bestaan. Tenzij het voorgaande aanleiding geeft
                                tot een afwijkende vaststelling wordt het aflossingsbedrag bepaald
                                op de som van:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>de vastgestelde minimale aflossingscapaciteit op basis van
                                        de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, per
                                        gezinssamenstelling, afgerond op hele veelvouden van € 1,00
                                        en;</al></li>
                <li nr="2."><al>50% van het meerinkomen.</al></li>
              </lijst>
              <al>De aflossingscapaciteit bedraagt:- 7 % voor een alleenstaande;- 10 %
                                voor een alleenstaande met woonvoordelen;- 4 % voor een
                                alleenstaande ouder;- 10 % voor een alleenstaande ouder met
                                woonvoordelen;- 4 % voor gehuwden of samenwonenden met een
                                gezamenlijke huishouding met kinderen;- 7 % voor gehuwden of
                                samenwonenden met een gezamenlijke huishouding zonder kinderen;- 10
                                % voor gehuwden of samenwonenden met een gezamenlijke huishouding
                                met woon- voordelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6</lidnr>
              <al>Het aflossingsbedrag wordt herzien, indien wijziging in de
                                financiële omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding
                                geeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7</lidnr>
              <al>Indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht kan
                                bijstand worden verleend voor de kosten van rente en aflossing voor
                                zover de kosten hoger zijn dan de hierboven genoemde
                                aflossingsbedragen. De hoogte van de bijstand bedraagt de hoogte van
                                de aflossing minus de maximale aflossingscapaciteit volgens artikel
                                23 lid 5 van deze beleidsregels.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8</lidnr>
              <al>Als het verstrekken van een lening voor belanghebbende een te zware
                                belasting is, kan bijzondere bijstand om niet verstrekt worden. De
                                bedoelde situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als de
                                aflossingscapaciteit gedurende 36 maanden op grond van andere niet
                                verwijtbare contractuele verplichtingen wordt opgebruikt.Het doel
                                van deze bepaling is belanghebbende na 36 maanden weer in staat te
                                stellen zelf te gaan reserveren en zoveel als mogelijk schuldenvrij
                                te laten zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9</lidnr>
              <al>Voor het verstrekken van bijstand om niet voor duurzame
                                gebruiksgoederen is het wenselijk een drempelbedrag in te bouwen. De
                                drempel in het vermogen wordt vastgesteld op een bedrag van ter
                                hoogte van 1,5 maal de voor belanghebbende geldende
                                Wwb-uitkeringsnorm, op de lopende rekening van betrokkene.Dit houdt
                                in dat géén bijstand om niet wordt verstrekt wanneer het totale
                                gezinsvermogen van belanghebbende de voor hem geldende drempel
                                overschrijdt. Men wordt in dat geval geacht voldoende te hebben
                                gereserveerd voor de aanschaf /vervanging van de duurzame
                                gebruiksgoederen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>24</nr>
              <titel>(Bovenmatige) ziektekosten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>In hoofdstuk 3 is reeds gesteld dat geen recht op bijstand bestaat
                                voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende
                                voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor
                                belanghebbende toereikend en passend te zijn. Met betrekking tot
                                ziektekosten wordt de zorgverzekering aangemerkt als een
                                voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 Wwb. 2</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Indien de aanvrager verzekerd is op grond van de collectieve
                                verzekering Gemeente Extra bij CZ of een gelijkwaardige verzekering
                                elders heeft afgesloten, kunnen de kosten van eigen bijdrage
                                medische kosten, waaronder tandheelkunde, worden vergoed. De
                                bijstand dient hier voorafgaand aan de kosten te worden
                                aangevraagd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Het verwijtbaar niet gelijkwaardig aanvullend verzekerd zijn wordt
                                aangemerkt als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
                                Er kan dan geen bijstand worden verstrekt voor de kosten van
                                medische zorg, inclusief eigen bijdrage tandheelkunde.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Minimabeleid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Minimaregelingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De doelgroep wordt gevormd uit personen waarvan het (gezins)inkomen
                                niet hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, verhoogd
                                met een percentage van 10%. Per regeling kan de doelgroep
                                afwijken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Het vermogen mag niet hoger zijn dan de bedragen genoemd in artikel
                                34 lid 3 Wwb.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Participatiefonds (op declaratiebasis)</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De doelgroep wordt gevormd uit personen van 18 jaar of ouder waarvan
                                het (gezins) inkomen niet hoger is dan de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm, verhoogd met een percentage van 10%.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De vergoeding voor kinderen geldt voor thuiswonende ten laste
                                komende kinderen waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Het vermogen mag niet hoger zijn dan de bedragen genoemd in artikel
                                34 lid 3 Wwb.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Bewoners van het AZC komen niet in aanmerking voor de vergoeding
                                (behoren niet tot de kring der rechthebbenden).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Studenten komen niet in aanmerking voor de vergoeding (behoren
                                feitelijk niet tot de doelgroep omdat zij over
                                arbeidsmarktperspectief beschikken en uitzicht hebben op
                                inkomensverbetering).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6</lidnr>
              <al>De vergoeding per persoon bedraagt:- kinderen tot 18 jaar, € 200,00
                                per inwonend kind;- 18 jaar of ouder, € 150,00 per persoon.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7</lidnr>
              <al>Aanvragen kunnen uiterlijk tot en met februari van het volgend
                                kalenderjaar over het voorgaande kalenderjaar aangevraagd
                                worden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Collectieve aanvullende zorgverzekering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Doelgroep wordt gevormd uit personen van 18 jaar of ouder waarvan
                                het (gezins)inkomen niet hoger is dan de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm, verhoogd met een percentage van 10%.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Bij deelname aan de collectiviteitsverzekering is geen
                                vermogensgrens van toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Er kan worden deelgenomen aan de collectieve verzekering Gemeente
                                Extra via CZ Zorgverzekeringen. Deze verzekering betreft een op de
                                gemeente afgestemd aanvullend pakket.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Er kan ook worden deelgenomen aan de collectieve verzekering bij
                                Menzis. Deze verzekering houdt in dat er een korting wordt toegepast
                                op de basisverzekering van 6 % en een korting van 9 % op de
                                aanvullende verzekering. Er is geen sprake van een gemeentelijk
                                pakket.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Jaarlijks kan een controle op het inkomen plaats vinden voor
                                deelnemers die geen inkomen ontvangen op grond van de Wwb. Bij het
                                niet meer voldoen aan de inkomenseis vervalt het recht op de
                                aanvullende verzekering per de eerste januari van het nieuwe
                                jaar.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Langdurigheidstoeslag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Indien over een periode van 36 maanden (vanaf 1 januari 2012) een
                                inkomen is ontvangen tot 110 % van het voor belanghebbende geldende
                                sociaal minimum en er geen uitzicht is op inkomensverbetering, komt
                                men in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Het vermogen, op moment van aanvraag, van belanghebbende mag niet
                                hoger zijn dan de bedragen genoemd in artikel 34 lid 3 Wwb.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt 40 % van de van
                                toepassing zijnde bijstandsnorm (peildatum 1 januari).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Er is geen bewijsverplichting of verantwoordingsverplichting van
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>29</nr>
              <titel>Regeling pensioengerechtigden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Indien over een periode van 36 maanden (vanaf 1 januari 2012) een
                                inkomen is ontvangen tot 110 % van het sociaal minimum komt men in
                                aanmerking voor een vergoeding op grond van de Regeling
                                pensioengerechtigden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Het vermogen van belanghebbende mag niet hoger zijn dan de bedragen
                                genoemd in artikel 34 lid 3 Wwb.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De hoogte van de vergoeding bedraagt:- alleenstaande € 200,00-
                                echtpaar / samenwonenden € 400,00</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Er is geen bewijsverplichting of verantwoordingsverplichting van
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Inwerkingtreding</ondertekening>
        <ondertekening>Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2012 en
                        vervangen hiermee alle eerder vastgestelde beleidsregels bijzondere bijstand
                        zorg en minimabeleid. De beleidsregels blijven van toepassing tot ze door
                        een besluit van het college zijn vervangen door andere beleidsregels. Aldus
                        vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Aalten d.d.
                        17 november 2011.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>